Pagina's

vrijdag 13 maart 2015

De Lommelse Sahara, van woestenij naar natuurparel.

Vrijdag de 13de, superstitie of niet, het heeft me niet weerhouden om er nog rap even tussenuit te muizen. De Lommelse Sahara, in 2005 vernoemd als één van de mooiste natuurplekjes in Vlaanderen moest het decor worden voor een dagje wandelgenot. Raar maar waar, dit oord was vroeger één van de meest vervuilde plekken in Vlaanderen, een biologisch lijk van 350 hectaren groot. Dankzij doorgedreven milieubeheer is het een pareltje aan natuurpracht geworden.


Tussen 1920 en 1925 ontstond er in het gebied door zandwinning een groot meer. Tussen 1902 en 1940 zorgden de giftige uitwasemingen van de vroegere zinkfabriek ervoor dat alle groene beplanting afstierf en definitief verdween. Het werd een dor en troosteloos landschap met fijn wit stuifzand bedekt. Na de 2de wereldoorlog is men begonnen met de aanplanting van naaldbossen en hagen van sprokkelhout waardoor het proces van volledige verzanding werd tegengegaan. Deze ingreep heeft ervoor gezorgd dat het zandgebied werd teruggedrongen tot een goeie 193 hectare weergalloze natuur waar talloze watervogels en exotische zwarte verwilderde zwanen hun draai kunnen vinden





Op stap dan maar. Met een rechtsreeks trein vanuit Berchem naar Hamont Achel was het maar hooguit een goed uurtje sporen naar Lommel. De eerste kilometers door Lommel centrum waren niet zo denderend maar eens de stad uit werd het ronduit betoverend. Catsjoe was ook weer van de partij en deze keer had zij een speelkameraadje bij. Dixie een chokolade labrador was op logies bij Catsjoe. Haar baasje was op skiverlof. Ik denk dat Dixie zich even goed geamuseerd heeft als haar baasje. Lopen en snuffelen, door de plassen stormen, rollen in de plaggen, sporen. Alles wat zo'n beestje nodig had kwam aan bod. Kader zulks hondengeluk in een landschap van geurende naaldbossen en een helderblauw meer en je hebt een plaatje om nooit meer te vergeten.
De keurige fietspaadjes waren me iets te netjes om daarop te blijven wandelen en hier en daar hebben we dan maar alternatieve parallelpaadjes opgezocht om de wandeling wat op te fleuren. Die waren er volop. De wandeling liep ook nog voor een groot deel langs het Kempisch kanaal. Een kaarsrecht traject met veel wind, zelfs frisjes bij wijlen maar het geheel gaf een vredige aanblik. Stilaan werd het tijd om te picknicken maar eerst even aperitieven in brasserie de Blauwe Kei. Een merkwaardige benaming die me nieuwsgierig maakte naar waaraan ze ontleent werd. Te meer ook aangezien die Blauwe Kei nu zelfs onvindbaar is geworden. Die kei was een enorme blauwe leisteen die in de ijstijd door de Maas in een machtige stroom van smeltwater uit de gletsjers daar werd afgezet. De steen zelf heeft als grenssteen tussen Mol en Postel gediend maar bij zandopspuitingen bij de verbreding van het kanaal in 1926 zou hij onder zand terecht gekomen zijn. Er werd later nog naar gezocht maar hij is nooit teruggevonden. Ik ging er ook niet naar zoeken. We zochten iets anders. 
De Brugse Tripel in De Blauwe Kei smaakte goed. Een ideaal aperitiefje in de aanloop naar de picknicktafel iets verderop. Voor de verandering deze keer eens kriekskes met frikadellenkoek, een gekende en vooral gesmaakte klassieker. Zalig. Ook onze trouwe viervoeters lieten zich de overschotjes smaken. 

Bij dat picknicktafeltje waren we nog maar halverwege het 26km tellende tripje. Nog een heel stuk terug te lopen langs het Kempisch kanaal, ditmaal aan de overkant en opnieuw het kanaal over via een spectaculaire voetgangersbrug. 't Moet gezegd, een hangbrug in een heel mooie constructie. Ik dacht even terug aan de misbaksels die over de Dijle en de Nete gepoot werden daar waar beide rivieren samenvloeien en de Rupel vormen. Ik heb er een fotootje van gemaakt. De laatste kilometers in die Lommelse Sahara moeten voor Dixie en de Catsjou het labradorwalhalla voorgesteld hebben. Plassen met slijk, modderpoelen. Het was een plezier om die beestjes te zien stoeien in die overvloed aan plassen. Ik zelf ben er nog onderuit geschoven. Geen erg, dat zou wel opdrogen. De rand van de Sahara kwam in zicht en vandaaruit werd het dan terug enkele kilometertjes dwars door Lommel. Iets te vroeg aan de statie aangekomen hadden we nog de tijd om Dixie en Catsjoe te belonen voor hun amusant gezelschap. Voor ieder nog nen ongebakken boelet uit het frietkot en de mooie dag had daarmee zijn staartje gekregen. Het vertellingeske was uit. Volgende week zoek ik eens een stukje van de Sambervallei te verkennen vanuit Flawinne naar Aiseau Presles, het geboortedorp van mijn vrouw. 't Is weeral eens iets anders. Een mens houdt van afwisseling.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten