Pagina's

dinsdag 8 maart 2016

Ronse, de Koninging der Vlaamse Ardennen in het Zuid Vlaamse Heuvelland.

Er vroeg uit vandaag. Halfzes, nog even omdraaien in de slaapstee en dan eruit voor de wekelijkse afspraak met de staptrawanten. Op het duizendste gemakske heel stillekes wakker worden, eerst de éne en dan de andere oog opendoen, een stortbaddeke nemen (wat een zalig oeroud Antwerps woord dat refereert naar de stedelijke badvoorzieningen van weleer voor Jan met de pet en gezin), aanpelsen, nog wat boterhammekes smeren, een paar fleskes wijn selecteren, rugzakske operationeel maken en here we go. Naar het Oost-Vlaamse Ronse.
Tegen 7 uur verwachtte den Hugo me voor een taske koffie. In pyama kwam hij voor mij de deur opendoen. 'Toch niet ziek ?' was mijn vraag maar den Hugo verzekerde me dat dat niet het geval was en dat er nog tijd genoeg was. Hij had al zijn gazet gelezen in afwachting van mijn komst. Ik herken de modus operandi van een mens die zijn pensioenstatus ernstig neemt. Tijd genoeg dus voor nog een kommeke koffie en rond halfacht, den Hugo was ondertussen al helemaal opgetuigd, konden we in Temse de trein opspringen richting onze bestemming. In Sint Niklaas konden we den Angelo, de Catsjoe, de Marc en de Ronny vervoegen. Hiermee was het gezelschap compleet. Goedgemutst samen op de trein, grappend en zwanzend op weg naar Ronse. Een groot verschil met de minderbedeelde medereizigers kwa vrijheid die hun dagelijkse brood moesten gaan verdienen. Het is geen wonder dat het vooruitzicht op een slopende werkdag hen minder vrolijk stemt. Omstreeks 10 uur stapten we af in het stationneke van Ronse. Dit stationneke meet zich de titel aan het oudste station van West Europa te zijn. 150 jaar geleden werd het steen voor steen afgebroken in Brugge en terug opgebouwd in Ronse. Het beloofde een mooie dag te worden.





En, wat een prachtige dag is het geworden zeg !!! Het weer zat mee ondanks de soms loodgrijze regenwolken die met regen dreigend de hemel ontsierden. Toch viel er hier en daar wat blauw in het uitspansel te bespeuren en af en toe konden enkele prille zonnestralen je wat warmte bezorgen. 

Ronse, in het Frans Renaix, is een stad en eveneens faciliteitengemeente in het Zuid-Vlaamse heuvelland. Ze is beslist een bezoekje waard. Ik was er voor zover ik het me kan herinneren nog nooit geweest. Een stad, balancerend op de taalgrens en badend in een fascinerend groen landschap.  

Rotnace, zo werd Ronse voor het eerst vermeld in geschriften die dateren uit de 9de eeuw. Het achtervoegsel 'acum - ace' zou wijzen op een vestiging van Keltische oorsprong. Nabij de Ronne gelegen, een rivier, zou de oorsprong van de benaming Ronse geduid kunnen worden als 'Vestiging aan de Ronne'.  De eeuwen daaropvolgend voorzag de geschiedenis Ronse van een rijk en woelig bestaan. Platbranden, revoluties, beeldenstormers, calvinistisch bolwerk, tirranie en noem maar op. In een recentere geschiedenis zou Ronse uitgroeien tot een toonaangevende stad in de textielnijverheid.

In een grote lus vertrekkend vanuit het station en wandelend in tegenwijzerzin zou de wandeling na een kort stadsgedeelte ons doen aanbelanden in het Muziekbos. Vele mythen en sagen vinden hun ontstaan aan de raadselachtige sfeer waarin dit bos zich nog tot op heden hult. Het bos heeft trouwens niks met muziek te maken. Het stukje 'Muz' in haar omschrijving betekent in het Keltisch een moerassig stuk grond dat tussen vijvertjes ingebed ligt. 

Een bezoekje aan de lokale ambachtelijke brouwerij 'Keun' enkele kilometertjes voorbij de start viel in het water wegens gesloten. Dan maar een beetje verder trekken richting Muziekbos. Het uitzicht op het heuvelend landschap was adembenemend en al vlug werd werden we het gewaar in onze benen. De klim naar de Muziekberg was de moeite. Door de overvloedige regen van de laatste dagen waren de wandelpaadjes er naartoe herschapen in glibberige slijkbaantjes. Den Hugo was hierop voorzien en had zijn nieuwe wandelstokken meegebracht. Die bewezen hem een goede dienst. Dat hadden we beter allemaal gedaan want het was één aaneenrijging van uitschuivers op die slijkerige klimpaadjes. Onderweg naar boven werd er geweldig genoten van de ons omringende indrukwekkende panaromas. Een magistrale plek is het daar in dat bos. Boven en rondom de top werden er destijds 17 grafheuvels of tumili uit de Bronstijd ontdekt. Dat wijst er dus op dat in de periode van 2100 tot 1200 voor Christus er al sprake was van een permanente nederzetting. In 2 tumili werden er zelfs in urnen crematieresten aangetroffen. 
Op de top kom je daar ook de geuzentoren tegen. In de 2de helft van de 19de eeuw was het 'Bon Ton' dat gefortuneerde stedelingen zich folietjes verschaften in de aard van het neerzetten van bizarre romantische bijgebouwtjes rond de stad. Deze toren werd gebouwd door M. Scribe, destijds een succesvol bouwheer. De toren werd een ontmoetingsplaats voor kunstenaars van allerlei slag. Op deze toren verkreeg de streek haar doopnaam 'De Vlaamse Ardennen'. In 1888 stonden hier op de toren Omer Wattez en zijne maat de dichter Pol de Mont te genieten van de prachtige omgeving. Hier zou Pol uitgeroepen hebben 'Maar dat, dat zijn de Vlaamse Ardennen' en sindsdien kreeg de regio dit troetelnaampje toebedeeld. Dat wist ik nog niet. We reizen daarom om te leren. In ons geval betreft dit het wandelen.

Dat bos biedt echt een schouwspel voor de natuurliefhebber. Maar in de maanden april en mei zou het bos op haar mooist zijn. Blauwe kousjes of boshyacinten zouden dan op de hellingen voor een betoverend blauw tapijt zorgen. Jammer, hiervoor waren we nog iets te vroeg op het jaar. Maar we kunnen er nog altijd terugkomen.
De klim naar boven was nog enigszins te doen maar het afdalen werd al iets riskanter. Glad, glibberig en steil. Je zou bij de geringste onachtzaamheid zo op je smoelwerk belanden. Gelukkig waren er hier en daar de neerwaartse paadjes voorzien van rampen en loopvloertjes. Dat scheelde zonder twijfel enkele valpartijen. 

De honger begon ondertussen al wat te knagen. Iets eerder hadden we aan die geuzentoren onze zinnen gezet op een picknick maar de hardnekkige wind deed ons anders beslissen. Op de IJsmolenhoeve, onderaan de berg, mochten we gebruik maken van haar picknickplaats om onze bokes binnen te spelen. De sympathieke uitbater zorgde op ons verzoek voor het nodige spoelwater. Het streekbiertje 'De Quintine' werd door hem aangeprezen. Een sympathiek fleske met een stenen kantelstop en een etiket waarop een toverkol op haar bezem prijkte deed de nieuwsgierigheid naar smaak en ambachtelijke brouwkunst enkel maar toenemen. Lekker spul en den Angelo had ervoor gezorgd dat de aperitief niet zou ontbreken ! Kaas en bierworstjes  ... een complete verwenning. We gaan nog niet naar huis bijlange ni, belange ni ... Wel zijn we nog even in de gezellige onthaalblokhut binnengesprongen om even op te warmen. Even begon het te miezeren en dat bezorgde ons iets te veel afkoeling tijdens het stilzitten bij de picknick.
Nog een 12 tal kilometertjes vielen er te ondernemen. Onderweg lag de paalcamping van het Muziekbos op het parcours. Mijn rugzakske heb ik daar wat lichter gemaakt en 2 fleskes witte wijn moesten eraan geloven om ook de 'digestif' zijn plaats te geven. Den Hugo had in een lekkere chokoladecake als dessertje voorzien." Super gezellig ! 't Leven is een kinderhemdje, kort en bescheten " is een zegswijze die we tijdens onze wandeluitstapjes graag alle geweld aandoen.
Op nog enkele modderpaadjes na konden we nu over betrekkelijk goed begaanbare wegeltjes lopen. Langs weiden en bospartijen, mooie hoevetjes en weidse vergezichten werd er verder gekuierd tot aan de stadsrand van Ronse. Een stop onderweg werd er noodgedwongen nog ingelast om een 'Ename Triple' te degusteren. 't Werd al tegen de klok van 4 uur aan. De uitbaatster was enigszins verbaasd en moet ons ongetwijfeld zot verklaard hebben dat we deze lekkernij op het terras wilden degusteren. Met zo een graad of 4°C buiten moet haar vermoeden dicht bij de waarheid aangeleund hebben. Ze was blij dat we de bestelling opschreven en deze haar binnen bezorgden. Dat bespaarde haar de kou en tegelijkertijd kon ze naar de koers Parijs - Nice blijven kijken op haar TV. De koerswereld zit er ingebakken bij die Vlamingen daar. Flandriens in hart en nieren. Wie neemt er hen dat kwalijk ?  En wat vervolgens die Ename betreft, die mag zich gerust een zoveelste mirakel van de brouwkunst noemen. Verder naar de stad nu.

Ik had de trip zo uitgestippeld dat we de Sint Hermescrypte zouden voorbijlopen. Deze crypte beroemd er zich op de mooiste crypte van West Europa te zijn. Jammer genoeg was ze op dit uur reeds gesloten. Sint Hermes is de patroonheilige van de stad en deze kerel wordt aanroepen voor de genezing van zenuw- en geesteszieken. Onze voorkeur om terrasjes te doen bij kwasi vrieskou zou bij een bezoekje aan deze vrome man misschien wel verdwijnen. Nog even langs de Grote Markt gepasseerd en de statie kwam al terug in zicht. Het liep ondertussen al tegen 7 uur aan. 
Met een laatste pintje in een cafeetje aan de overkant van de statie, dit in afwachting van de trein, kon de wandeldag beklonken worden. Prachtige belevenis weeral in een tof gezelschap. Veel humor en verfijnd afgemeten doch niet ondermaatse spotternijen zorgden ervoor dat er weer heel wat werd afgelachen. Het zou zo alle dagen moeten zijn. Maar helaas, niet alleen plezier en leut maken verdienen hun plaats in ons vergankelijk aardse bestaan. Ook andere zaken eisen hierin hun plaats op. Terecht trouwens.
Tijdens de terugrit naar huis werd het wedervaren van de dag nog eens teruggespoeld. Deze verdiende een positieve evaluatie.
Bedankt mannen voor deze geweldige dag. Er moeten er daar nog meer van komen. Daarom kunnen we weeral plannen maken. Ik heb nog een wandeling in 't vet liggen onderaan Eeklo. Een wandeling in de vallei van de Oude Kale straalt alleszins veel mystiek uit. We zien nog wel.

Et voici ma chère copine pèlerine Arlette, je tiens ma promesse.


                                                                                     Le Plat Pays qui est le mien - Jacques Brel



Naar foto-album : Album Ronse

Geen opmerkingen:

Een reactie posten