vrijdag 1 mei 2026

Van Schoonaarde naar Dendermonde

Iets na 9 stapte ik in Schoonaarde uit de trein. Al vlug kreeg ik in de mot dat hier voor mij een onverkend stuk Scheldeland opengevouwen werd. Vrij vlug stond ik al aan oevers van de Schelde. Het trajectje liep in de richting van Berlare langs de Scheldeboord en aangezien er geen spring- of stormtij verwacht werd was het overstromingsgebied niet afgesloten en dus toegankelijk. Het gebied zelf wordt de paardeweide genoemd. In de volksmond ook wel het Zwin van Berlare. Deze paardeweide is een 85 hectare groot. Je vindt er een vistrap, een rietatol, hooi en graslanden waarin het voorjaar immense bloementapijten zich ontrollen. Bovendien is het een paradijs voor vele vogelsoorten waar onder meer lepelaars en roerdompen hun gading vinden. Een hele beschrijving van dit prachtige gebied vind je hier : De Paardeweide in Oost Berlare. Ik, bij gebrek aan stapmaten dan maar solo dat gebied in. Weids in de omtrek was er geen levende ziel bespeuren ... zalig.

 

Pieta - I Muvrini

Klokslagen galmden in de verte vanuit het Sint-Gertrudiskerkje in Wichelen aan de overkant van de Schelde. Het was alsof ze wilden zeggen dat je de prut uit je ogen moest  wrijven om ze de kost te geven met het aanschouwen van al dat geweldige natuurschoon dat zich hier ontvouwde. De sacrale muziek van I Muvrini in de oordopjes zorgde bij de aanblik van die uitgestalde hemelse pracht voor een boost van het gelukzaligheidsgevoel. Na die paardeweide belandde ik terug op de Scheldedijk. In een vlammende vaart vlogen fietsers, de longen uit hun lijf jagend, over die dijk. Wat een verschil met de vorige ervaring. Maar goed, het jachtige en immer naar prestatie verlangende leven van tegenwoordig vraagt om een tegengewicht. Met een flashy koerstenueke en dito veloke in de weegschaal te gooien komt die balans weer in evenwicht. Al was het maar voor eventjes. 

Aan het Riekend Rustpunt draaide het pad landinwaarts. Een afgedankte beerkar zieltogend tussen opgeschoten onkruid en zwerfvuil aldaar moet inspiratie opgeleverd hebben voor de benaming. Ik stapte verder. Opnieuw viel ik in verbazing. Ik bevond me in een moerasgebied dat de vergelijking met de Everglades in Florida kon doorstaan. Kreken en poelen waaruit knoestige boomtakken staken, zwart water bedekt met een zilverachtig stof, ragfijne webben gesponnen in het gebladerte en een wandelpad dat kronkelde onder een dik groen bladerdak. Op de achtergrond het gekwaak van kikkers die hun rust door mij verstoord zagen. Kortom intense momenten van verwondering. Het Berlare Broek ontvouwde hier haar spookachtige reputatie.  Enkel alligators en bijtschildpadden ontbraken nog in het prentje. Aansluitend volgde er een laarzenpad. Het woord verklaart alles want om hier te kunnen rondlopen moet je niet met lakschoentjes of teenslippers afkomen. Ook deze plek was weeral een prachtig stukje om de benen in te strekken. Gelukkig viel er al enkele dagen geen regen want ik vermoed dat dit hier een slijkboeltje zou opgeleverd hebben. Een stukje in de bebouwde rand van Berlare kwam eraan. Van onder dat bladerdak vandaan zag ik weer volop de blauwe lucht. Dikke witte condensstrepen van de vliegers doorkruisten ķris kras het hemelspan ... wat zijn we toch nietig vergeleken met het gigantische werk van de Grote Kunstenaar ! Ach, zoek er niks achter, het is maar een bedenking. 

Ik belandde aan het kasteelpark van Berlare. Het pad dat de contouren binnen het domein volgde had meer weg van een mountain bike parcours. Het kasteel zelf waar de gemeentediensten gehuisvest zijn oogde sober maar toch netjes en verzorgd. Bij het verlaten van het kasteeldomein overviel me de twijfel van een pint te gaan pakken. De terrasjes van de kroegen aan de overkant waren erg aanlokkelijk en toch kon ik weerstaan, m'n zelf opgelegde detoxperiode respecterend. Dan maar verder gestapt. 

Nu liep het pad over de GR128, de Vlaanderenroute. Tussen weidse graslanden door laveerde ik naar Appels. Meer bepaald naar het veer Appels - Berlare. Dit pontje behoort tot de oudste Scheldeveren in de regio van de Bovenschelde. Het veer werd al vermeld in 1253 naar aanleiding van de overdracht ervan door de graaf van Vlaanderen Guido van Dampierre aan Gregorius, heer van Appels. Eens aan de overkant, een 100m verderop stroomafwaarts ligt een oude Scheldearm. Ook hier weeral een boeiend stukje natuur. Hier stelde ik vast dat ik over een oude versie van deze stationstapper beschikte. Een gloednieuw veer was er aangelegd waardoor de binnenbocht van de meander van deze arm kon verkend worden. Nu 'veer' is een groot woord. Met een katrolsysteem waarbij van wal naar wal een touw staat gespannen kan je handmatig het veerpontje verslepen. Sjiek ! Nog wat verder stesselend langs de rand van het dorpje Appels kwam ik een kapelletje tegen gewijd aan de Heilige Theresia. Het opschriftje over haar levensloop daar aan dat kapelletje boeide me wel. Ze was maagd en werd ocharme maar 24 jaar. Tuberculose. Net als Moeder Teresa van Calcutta, die sterk beïnvloed werd door Thérèse, heeft zij mensen over de hele wereld geboeid. Bekend als de beschermheilige van missionarissen, reikte Thérèse van Lisieux de mensheid  een pad van spirituele eenvoud en liefde aan. Alle respect voor deze Heilige Dame en toch bracht ik haar naam onbewust en ongewild  in verband met de uitdrukking 'Trezebees' ... misschien zat haar maagdelijkheid daar wel voor iets tussen. Tot een volgende Theresia ... ik stap nu naar de brug die over de Dender ligt. 

Eens die brug over volgde ik het jaagpad tot aan de Oude Dender die vanaf daar Dendermonde Stad binnenstroomt. Het wandelpad naast die Oude Dender telde vele wandelaars. Het is dan ook een prachtig stukje wandelgebied. Ook de groene zone rond het voormalig Bastion VIII van de Brussels Forten kon vanwege het mooie weer rekenen op veel belangstelling. En zo kwam het station van Dendermonde in zicht. Terminus van de wandeling. Ruim nog op tijd om een goei pint aan te schaffen. Met een Cornet werd deze wandeling mooi uitgezongen. Een 0/0 welteverstaan 😊. Soit het terraske van de Blonde Os, een kroeg aan de overkant van de statie, was daar een uitgelezen plekje voor. En net zoals in het begin van dit schrijfsel en op de koop toe nog geïnspireerd door de Heilige Theresia sluit ik af met deze gevleugelde maar niettemin gemeende woorden : 'Estote invicem benigni - Wees goed voor elkaar !'