Stilgezeten heb ik de laatste weken niet maar de dagelijkse wandelroutine daarentegen, die heb ik niet meer nauwlettend gevolgd. Enerzijds het gevolg van de aanhoudend hoge temperaturen en anderzijds waren er wat synchronisatieproblemen met de vakantie-agenda van de kleinkinderen. Korte wandelingetjes hier rond de kerk van een 10-tal paaltjes en enkele losse flodders in de Bunt en Hamme niet te na gesproken. Ondermeer de Ronny met den Izzy en de andere opa van de kleinkinderen wandelden mee. Alle beetjes helpen om de tanende conditie wat bij te plamuren.
Het is te wijten aan m'n voortschrijdend inzicht dat ik nu van oordeel ben dat de Mozarabe een iets te lange periode in beslag neemt. Helaas weliswaar maar de rede moet voorop gesteld worden en daardoor heb ik m'n plannen moeten wijzigen. In september kan het nog pokkeheet zijn daar in El Andalus en temperaturen van tegen de 40°C in september zijn daar niet uitzonderlijk. Een kennismaking met die hitte in de voorbije dagen hier in 't vaderland is mede oorzaak van m'n besluit. Een andere reden is dat een afwezigheid van huis van 2 maanden lang op de Mozarabe voor ongerustheid heeft gezorgd bij de wederhelft. Kinderopvang en haar mindere mobiliteit droeg aan die ongerustheid bij. Uiteraard kan er gerekend worden op m'n kinderen en kennissen maar toch ... Ik ga nu de Camino vanuit Porto opstarten indien de kaarten gunstig liggen. Ik neem de kustroute en brei er de spirituele variante aan. Deze door het binnenland heb ik al gelopen in 2019. Ik reken dat de kustroute een 14-tal dagen in beslag zal nemen. Indien nodig kan ik terug huiswaarts keren indien de zorgen op het thuisfront dit vereisen. Indien verder alles naar wens zal blijken te verlopen neem ik vanuit Santiago de bus naar Oviedo en start van daaruit de Primitivo. Goed voor eveneens een 15-tal dagen maar ook hier maak ik het nederige voorbehoud voor een slaagkans. Die Primitivo is dan ook een kanjer van formaat kwa hoogtemeters. Met meer dan 1000 hoogtemeters op sommige trajecten en lopend over het Cantabrisch gebergte is dit geen sinecure. Met de motor en mijne maat den Theo zaliger heb ik daar nog rond de Picos d'Europe getoerd. Overweldigend mooi dat gebergte maar te voet zal het andere kak zijn. Het fijne hier aan de oversteek van dit gebergte is de klimaatwijziging die je voelbaar ondergaat. Je klimt naar boven in een Atlantisch klimaat. De wolken, doorgaans flink van wat water voorzien, botsen er tegen de bergflanken die deze tegenhouden. Eens de top voorbij zit je in een droog landklimaat dat een heel stuk warmer aanvoelt. Ik geniet er nu al van ! Que sera sera en ondertussen staat m'n vlucht naar Porto geboekt op 8 september, staan er 2 overnachtingen geboekt in het Passenger Hostal gelegen in het wondermooie Sao Bento treinstation en tot slot liggen er ook nog 2 credencials klaar voor de tochten. Ik kan alvast voorbereid vertrekken en nu maar hopen dat er geen stokken in de wielen worden gestoken maar toch hou ik er rekening mee.
Terug naar het wandelmoment van vrijdag nu. Enkele dagen terug polste ik of er kandidaten waren voor een toereke op vrijdag. De Ronny had verplichtingen, die ging z'n pyromane culinaire kennis ten dienste stellen van moeder's rusthuis met daar voor een barbecue te zorgen. Onze Michel houdt een sabat en zijn gezelschap moeten we helaas voor onbepaalde tijd missen. Zijn zwager de Marc zoekt een 5-daagse verpozing met de fiets en trekt vanuit thuis naar Duitsland, bolt onder Keulen richting Frankfurt maar buigt op tijd af naar Luxemburg. Van daaruit fietst hij via La Wallonie terug naar huis. Eveneens gene kak ! Alleen den Hugo zou deze keer kunnen meetenen. Ik sugereerde een toerke met een glazeke Picon vlak over de schreve, dans Le Pays des Ch'tis en hij hapte toe.
Om kwart na 7 zaten we op de trein naar de Panne. De kleine 2 uur sporen verliepen zonder zorgen en rond 9 uur wandelden we al samen met een horde Plopsalandbezoekers richting het pretpark. In de verte hoorde ik de Geert Verhulst zijn kassa rinkelen. Eens voorbij het tot de verbeelding sprekende Plopsahotel teenden we richting het waterwinningsgebied van de Westhoek. Dit is een duinengordel die gespaard is gebleven van de bouwwoede van vastgoedmakelaars. Nieuw was dit niet voor mij want ik herkende voor een groot stuk delen van de SGR Kust die ik eerder liep. (Etappe 1 De Panne - Oostduinkerke)
Moeilijk stappen, dat herinnerde ik me levendig. In dat kurkdroge duinzand trap je jezelf voorbij. Veel energie gaat er verloren in het verplaatsen van zand bij het zetten van een voetstap die telkens een stuk inkort wanneer je je voeten neerploft. Onderweg troffen we een onfortuinlijke fietser aan op het pad. De brave man, een Gentenaar, beschikte over een prachtig electrisch toervehikel en maakte daar een meerdaags toerke mee. Compleet uitgerust met de nodige GPS-apparatuur, een draagrek voor zijn hondeke, een poedel begot, en bagagetassen. Het geheel was speciaal op maat gemaakt en hield serieus wat gewicht in. Helaas de man had zich kwa moeilijkheidsgraad een beetje misrekend en kreeg door het mulle zandpad in de duinen zijn fiets nauwelijks vooruit. Hij was bekaf. Bovendien, zo bekende hij, was hij hartlijder. Den Hugo bood zijn diensten aan waar de arme man dankbaar van gebruik maakte. Hij duwde de fiets mee tot aan de meest dichtbijzijnde verharde weg. Daar aangekomen kwam er een man met een aangelijnde hond aangewandeld. De hond van onze gestrande fietser wilde even kennismaken met de aankomende viervoeter maar dat was duidelijk niet naar die zijn zin. "Ni zievere hé Pruts" riep hij bekaf z'n hond toe en tegelijkertijd drukte hij zijn dankbaarheid uit voor de geboden hulp. Allez hop, die man kon verder fietsen. Den Hugo had bij deze zijn goede daad voor de dag dus volbracht. Iets verderop konden we de omgeving vanop een panoramisch uitkijkpunt overschouwen. Prachtig en eigenaardig genoeg stond de ganse omgeving nog mooi in't groen. Misschien is het onderaardse waterwinningsgebied hier wel de oorzaak van. Verdorie wat was het een aangenaam weertje. Een flauw zuchtje wind en een graad of 23. Het zwerk kleurde daarbij prachtig blauw en heel hoog in de lucht plakten er vegen schapenwolkjes tegen het blauwe plafond. Cirrocumulus-wolken maw, sta me toe nog eens geleerd uit de hoek te komen 😉.
De zee kwam in zicht wanneer we aan het oude vissersdorp passeerden. Een mooie verzameling typische vissershuizekes die nu onderdeel zijn van een tot recreatieoord omgebouwd terrein. Toch zit er wat verhaal achter deze nederzetting die de Sint Pieterswijk wordt genoemd ! De Panne zelf ontstond een 100-tal jaar geleden in haar omgeving. Waarschijnlijk ontleende die wijk haar naam aan Sint Petrus, oorspronkelijk zelf een visser van stiel en daardoor logischerwijs de schutspatroon voor vissers en nettenmakers. De bewoners van die Sint Pieterswijk waren vissers die het vertikten om op het platteland voor de boeren te gaan werken. Zij vestigden zich daar in Kerkepanne later kortweg De Panne genoemd. De Panne omvatte dan het geheel van St. Pieterswijk en Kerkepanne. Deze lui leefden uitsluitend van de visvangst. In het jaar 1903 was De Panne al uitgegroeid tot een specifiek vissersdorp. Het beschikte over de belangrijkste vissersvloot van de Belgische kust na Oostende. Door de bloei van de visserij groeide de bevolking. De zelfstandige Sint-Pietersparochie in De Panne telde in 1909 al 2.684 inwoners, de moederparochie Adinkerke telde er op dat moment maar 1469.
Voila, daar lag de zee, het strand en de zeedijk voor onze ogen. Wat een prachtig zicht ! Een breed zandstrand waar je naar hartelust kunt ontspannen, vliegeren of sporten zoals zeilwagenracen en beach volley. Een uitgelezen plaats voor strandgenot. Aan de dijk vind je diverse terrasjes en op het strand en in de duinen stuit je op historische bunkers uit de Tweede Wereldoorlog. Het was er vrij rustig. Keek je richting Frankrijk zag je een ongerept duinengebied tot in Bray-Dunes, richting België een maagomkerend panorama van wanstaltige apartementsblokken. Bovendien wordt er daar uit elke centimeter kust geld geklopt. Uit de toerist zijn zakken uiteraard. Raak je auto er maar eens kwijt zonder diep in je zak te moeten schieten ! Eens in Frankrijk was die gemeentelijke geldhonger precies gestild. Geen betalende parkeerzones meer te zien.
We draaiden onze neus dus in de richting van Bray-Dunes. Het was afgaande tij dus waarom niet de zaligheid opzoeken met over het strand tot daar te pikkelen ? Eens de Schreve voorbij zaten we in Frankrijk. De skyline van Bray-Dunes zag je in de verte. Bray-Dunes is de meest noordelijke badplaats van Frankrijk. Ook hier op haar grondgebied tref je uitgestrekte zandstranden en indrukwekkende duinreservaten aan. La Dune du Perroquet en la Dune Marchand met hun bunkers uit de Tweede Wereldoorlog en een gezellige zeedijk met restaurants zijn er de bezienswaardigheden. La Dune du Perroquet is een enorm ruig duingebied van 565 hectare. Het sluit aan op het Belgische natuurreservaat De Westhoek, het waterwinningsgebied waar we doorwandelden. In la Dune Marchand wandel je dan weer door een beschermd natuurgebied voorzien van een rijke flora en fauna. Bij laag water krijg je er vanop een hoge duin soms zicht op oude scheepswrakken. Maar we verkozen het strand. Eens aangespoeld in Bray-Dunes was het schafttijd. Een bankje op de zeedijk met magnifiek uitzicht op La Mer du Nord bood ons daarvoor het perfecte decor. We waren helemaal niet gehaast en genoten van het moment. De rust van de zonnebadende badgasten werkte erg aanstekelijk ... Zen in 't kwadraat. De bokes waren op, nog een beetje nagepraat, stapten vervolgens op en iets verder draaiden we een straatje in waar er een marktje stond. Even poolshoogte nemen daar en dan richting het winkelcentrum om dit te verkennen. We duikelden er een volkstempel - Bar / Tabac / Tiercé / Resto - binnen om onze picon te consumeren. Het was er een gezellige bedoening. 16 € voor een pot mosselen alstublieft ! En ze zagen er nog lekker uit ook. Geen wonder dat het er vol volk zat. Een aangename ongedwongen sfeer onder simpele volksmensen. Mijne meug dus. In Knokke zal je dat zeker niet vinden en bovendien betaal je er in een restaurant voor dezelfde pot 34 €. En dan mag je je best niet storen aan de gouden ringen, braceletten en de 'Tu m'as vu ?' mentaliteit van de andere eetgasten of je mosselen smaken niet meer. Die prijs van 34 € heb ik nagecheckt met AI ! Elk restaurant daar in Bray - Dunes etaleert op haar menukaart een prijs die nooit hoger is dan 20 €. Soit het bleef daar bij een bière- picon in dat etablissement. We hadden onze schoofzak beter thuisgelaten en ons hier van een potteke mosselen voorzien. Een volgende keer wellicht.
Via de Avenue Charles de Gaule in Bray-Dunes bereikten we het Frans-Vlaamse Ghyvelde. Onderweg In dat dorpje wordt er aangeraden om je pint te gaan drinken in L' Estaminet des Dunes. Een goeie verstaander heeft maar een half woord nodig dus deze dranktempel was vast een bezoekje waard. Dit oervlaamse staminee ademt door haar traditioneel oude stijl karakter een warme en gezellige sfeer uit. De uitbaatster gaf me zelfs een rondleiding , en Français naturellement, van haar zaak. On sent le parfum d'autrefois vertrouwde ze me toe. Gezellige eethoekjes, een sfeeriek tuintje en overal tref je er muurschilderingen aan van de lokale duinen, Vlaamse leeuwen, hopvelden en het wapenschild van Ghyvelde. In de kroeg zelf waren de muren met honderden bierkaartjes versierd en zelfs de terrastafeltjes waren voorzien van Vlaamse leeuwkes. Vriendelijke bediening met tot gevolg dat den Hugo van zijnen Orval genoot en ik bij uitzondering een Kasteelbier. Relax ..
Me er helemaal niet van bewust zijnde dat ik in het land van de Ch'tis zat wandelde ik onderweg voorbij een gebouw met de naam 'Chez Danny Boon' en toen viel maar eerst mijn Belgische frank. 'Les Ch'tis' is de spotnaam voor de bewoners die in de noordelijke departementen van West-Frankrijk leven. Het gebouw moet naar alle waarschijnlijkheid een moderne schouwburg zijn gezien de activiteiten van deze Danny Boon. In het jaar 2008 regisseerde hij de cultfilm 'Bienvenue chez les Ch'tis'. De naam Danny Boon zegde den Hugo niets maar de film 'Bienvenue chez les Ch'tis' des te meer. Hij had hem al 3 keer gezien. Een echte feel good film waarbij je je constant in een deuk lacht. In't kort : De directeur van een postkantoor wil met zijn vrouw naar de Côte d'Azur verhuizen. Hij wil zich laten overplaatsen en zegt dat hij invalide is. Hij valt echter door de mand en wordt naar het noorden gestuurd. Danny Boon werd door deze film wereldberoemd vanwege zijn band met de Ch'ti-cultuur. 'Bienvenue chez les Ch'tis' werd een megahit. Het dialect en de regio uit Noord-Frankrijk vormen de rode draad in veel van zijn producties. Dit even terzijde.
Na het kroegje brachten we een bezoekje aan de Sint Vincentiuskerk van Ghyvelde. Een traditie die den Hugo koestert. In deze kerk wordt er eerbied betuigd aan pater Frédéric Janssoone. De 'Goede Vader Frédéric' was een uit Ghyvelde afkomstige franciscaan die bekend werd als missionaris in het Heilige Land en Canada. Tijdens zijn zendelingenwerk in Canada wilde de katholieke gemeenschap daar een nieuwe kerk bouwen, maar de benodigde stenen lagen aan de overkant van de Sint-Laurensrivier. De rivier vroor die winter maar niet dicht, waardoor het transport onmogelijk was. Pater Frédéric Janssoone riep op tot het intensief bidden van de rozenkrans voor het bekomen van een ijsbrug. Midden in de nacht van 16 maart trok hij samen met de lokale pastoor en een groep moedige parochianen de rivier op om een spoor te banen tussen de drijvende ijsschotsen. Ze goten water over de ijsschotsen zodat deze aan elkaar vroren. Er ontstond een smalle, flinterdunne ijsbrug van amper dertig centimeter dik. Hierdoor konden de zware paardensleden vol bouwstenen dagenlang veilig over de gevaarlijke rivier glijden. Vlak nadat de laatste steen aan de overkant was, stortte het ijs volledig in. Nu jij ! In 1988 werd Fréderic Janssoone zalig verklaard. Ik vond dat deze kerk de ideale plek was om een bougieke aan te steken bij de beeltenis van de straffe gast die Pater Fréderic was. Een bougieke voor m'n dit jaar geboren kleindochterke Rosalietje. Een bougieke voor voorspoed en geluk. Dat paterke en die ijsbrug gaven me hiervoor de inspiratie. Een voorlaatste horde diende nog genomen te worden. Deze aan het kanaal Passendaele - Duinkerke. Helaas er was geen jaagpad te bespeuren en we zochten zo vlug mogelijk terug aansluiting op het door ons eerder bewandelde pad.
Dat vonden we vlak aan de grens en alle geluk zat deze keer aan onze kant. We kwamen op onze sluipweg nog een zeer beroemde kroeg tegen ! Café 'Au Retour de la Chasse' is een echt volkscafé op de grens van Adinkerke en Frankrijk, dat bekend werd door televisiemaker Arnout Hauben. Den Hugo herkende het meteen aan de verschillende kalenders die er de muren versieren. Arnout Hauben bezocht dit bruine café in zijn programma 'Dwars door de Lage Landen' en dronk er de lokale drank, huisgemaakte picon. Het is een warm en typisch ouderwets bruin volkscafé. De kroegbaas won de prijs uit 1000 deelnemers voor de beste huisgemaakte picon. Een kom soep kunt ge er ook nog krijgen. Den Hugo hoorde zijn voornaam en het woord 'Dodentocht Bornem' vallen bij een gezelschap verderop aan een tafeltje en zette zich erbij. Er volgde nog een leuke babbel met deze mensen. Een dame verklapte me, op de juiste verhoudingen na, de geheimen om een goeie Picon te maken. Deze aperitiefmix bekom je door Picon als basis te mengen met een droge witte wijn zo beweerde ze. Bij voorkeur een Chardonnay. Een scheutje Cointreau of Grand Marnier worden de smaakmakers. Tot slot nog een tikkeltje citroen- of grenadinesiroop en afwerken met een schijfje appelsien. Voila zie ! We zegden vaarwel aan het sympathieke gezelschap en stapten op. Echter zonder van de kroegbaas zijn kampioenenpicon geproefd te hebben maar ik onthoud dat een pintje er maar 1.70 € kostte. Ik kom er nog wel eens terug.
Het zat er bijna op. Op de terugweg naar de statie kwamen we nog een heus tentenkamp van de scouts tegen. 200 scouts uit Dilbeek hadden daar hun bivak opgeslagen. Immens, ze hadden zelf zonnepanelen bij om in stroom te voorzien. Den Hugo telde 24 bivaktenten, een mega keuken- en fouragetent. Het kamp was verlaten, de scouts zaten allen op Plopsaland. Als oud scoutsleider had den Hugo al direct in 't snuitje dat er iets niet klopte aan de tenten. Er ontbraken de greppels rond de tenten zo constateerde hij. Met enkel een grondzeil liggen ze bij een regenbui allemaal in't water, zo verzekerde hij me. Ik dacht dat het kamp op z'n einde liep gezien de wanorde op het terrein. Herkenbaar voor mij als voormalig kookouder van een scoutsgroep.
We stapten verder. Een bezoekje aan de militaire begraafplaats in Adinkerke zou ons laatste agendapunt worden. Het kerkhof is in het begin van WO I ontstaan, als uitbreiding van het bestaande kerkhof. In de periode 14-18 bevond het militaire hospitaal Cabour zich in Adinkerke. Vandaar dat heel wat soldaten die in dit hospitaal overleden, hier begraven werden, waaronder heel wat militairen van speciale diensten. Dit toont aan dat het front tijdens de oorlog een heel eind van de kust lag. Je vindt op deze begraafplaats nu zo'n 1650 Belgische graven terug. Imposant, allemaal afgebroken jonge levens die daar hun laatste rustplaats kregen. En de mensheid raakt maar niet geleerd. Nog steeds sterven er mensen in een waanzin die oorlog wordt genoemd. Niet zelden gevoerd in de naam van een God.
Het zat er op nu. De trein naar Antwerpen stond al klaar. We waren iets te vroeg en konden al plaatsnemen. Gelukkig maar want wat later stormden de vrachten Plopsabezoekers binnen.
Dit werd een uitgelezen dag. Vooral het weer was een treffer. Den Hugo dacht er ook zo over en was tevreden. 23 paaltjes plakten er onder de bottienen, ik zou er goed door kunnen slapen. Toffe dag, toffe compagnie, ik ben tevreden.
Kwestie van de gezondheid en de fysiek wat op peil te houden hou ik mezelf eraan om dagelijks een staptochtje van om en bij de 10 km te ondernemen. Bedoeling is om min of meer in vorm te blijven voor het deftigere werk. Erg graag zou ik nog in september een camino lopen vanuit Malaga, de Camino Mozarabe, en dan hoop ik er niet van uit te moeten gaan dat m'n corpus er een andere mening op zal nahouden. Een camino in 2025 moest ik op m'n bil schrijven. Voorjaar 2025 deed m'n kleindochterke Leonie haar 1ste communie. Dat wilde ik niet missen maar ook perikelen met de wederhelft haar gezondheid, zowel in het voor- als najaar strooiden helaas roet in het eten. Dit voorjaar werd dan m'n kleindochtertje Rosalie geboren en ook hier zou het niet gepast geweest zijn om afwezig te geven. Bovendien was er zo tussen al die plooien door die peesplaatontsteking die voor de nodige ellende zorgde. Ik hou even hout vast, in dit geval m'n eigen kop, in de hoop dat ik in september naar Malaga kan afreizen. Enige angst voor het moeten afblazen van dit feestje is me niet vreemd aangezien de jaren aantikken en er geen garantie meer wordt gegeven op de bedrijfszekerheid van lijf en leden. Maar goed, indien dit zou opspelen, laat ik alleszins het gezond verstand primeren en leg me bij de situatie neer. Alleszins geen zotte kuren begaan. Maar we zien wel, que sera sera, whatever will be will be ... ! Tot die vaststelling kwam zelfs Doris Day in 1956 toen ze in de film The Man Who Knew Too Much van Alfred Hitchcock speelde. 't Is van alle tijden !
Nu die toerekes rond de kerk hier in het dorp zijn wel wreed aangenaam doch als je dit kan combineren met het wekelijkse wandelingetje met de stapmaten of solo met een muziekje in de oren ergens op een andere leuke lokatie wordt er voor wat afwisseling gezorgd. Zo las ik in de wandelkalender dat er op zondag 31/5 in het Hageland een wandeling werd ineengestoken door wandelclub 'De Bollekens'. Deze club telt 222 leden en is gevestigd in Rotselaar. Waarom zou ik het daar eens niet gaan verkennen ? Ik nam de trein en rond 9u stapte ik af in Wezemaal. Aan dit station heb ik nog herinneringen ! Gerda Van de Moortel, een vormingswerkster - therapeute en een erg sympathieke madam leerden we kennen in 2017 tijdens een wandelingetje in Wezemaal. Kijk : Wezemaal - Hageland en de Wijngaardberg. Haar huizeke vlak bij de statie van Wezemaal zou door de spoorwegmaatschappij onteigend worden en dat had toentertijd vele vuile voeten in de aarde. De ganse procedure van de onteigening zou haar geweldig benadelen waardoor ze zich genoodzaakt voelde om haar belangen te verdedigen via onder meer de sociale media. Welnu, het station van Wezemaal is nu een immense bouwwerf. De overweg met slagbomen is weg en men is bezig met een tunnel aan te leggen onder de sporen. Het huizeke van Gerda is ondertussen gesloopt want het moest plaats maken voor een parking. Niks is eeuwig. Nu heeft Gerda haar praktijk in Ham en uit haar posts op FB kan ik opmaken dat ze het goed stelt. Fijn voor haar zo !
Over naar de wandeling nu. Deze keer werden er wandelingen tussen de 5 en de 30 km uitgetekend ten noorden van de spoorweg Leuven - Hasselt. De start lag op een goeie 2km van de statie, meer bepaald in het Montfortcollege van Rotselaar. Na het inschrijven nog vlug een kommeke koffie slurpen en weg. Ik koos voor de 16 km. Met het stukje op en af naar de startplaats zouden het er 20 worden. Dat moet niet meer zijn. De eerste kilometers gingen in de richting van het natuurgebied 'De Gevel', een oude Dijlemeander net over de grens met Rotselaar. Het gebied heette oorspronkelijk Gever, afgeleid van het Germaanse 'gabra', wat moeras betekent. Waterdichte schoeisel is er aangeraden ondanks de vele knuppelpaden. Onlangs was er veel wateroverlast in het Vlaamse Brabant en dat had zichtbaar sporen nagelaten. De planken van de kluppelpaden waren doorweekt en glad. Veel slijk was er ook en dus werd het opletten op de paden. Veel paden waren aangelegd met dwars naast elkaar neergelegde boomstammen. Daar moest je ook goed op uitkijken van waar je voeten neer te zetten. Alleszins werd dit een mooi stukje wandelen in een omgeving van rietkragen en nat bos. Het was een voorproevertje van het 'Weduwebroek' dat vervolgens aangesneden werd. Een broek was oorspronkelijk een moerassig gebied langs een rivier. Dit gebied werd in de middeleeuwen omgezet in grasland. Vooral langs de rivieren Demer en Winge tref je deze broeken aan. Het Weduwebroek, of kortweg 'de Weduwe', lag ten westen van de Winge. De omschrijving ‘Weduwe’ heeft hier niets te maken met het huidige woord. De oudste gekende vormen zijn ‘wedau’ (1381) en ‘wedu’ (1393). Het Middelnederlandse woord ‘wedauwe’ is samengesteld uit ‘wede’, wat wilg betekent, en ‘ouwe' (auwe), waterrijk laagland. Weduwe betekent dus: een met wilgen begroeid waterrijk terrein. En zo zag deze weduwe er ook uit. Deze informatie heb ik gepikt bij Dr. Bart Minnen, historicus verbonden aan de KU Leuven. Ere wie ere toekomt !
En voila, dat weten we ook weeral. Volgend kapelleke betrof een bezoekje aan het domein 'Ter Heide', in de volksmond als 'De Plas' uitgesproken. Deze plas ontstond in 1975 na de zandwinning voor de aanleg van de E314.
Het domein is 23 ha groot en opgedeeld in verschillende zones, met elk een eigen toegangsweg en specifieke recreatiemogelijkheden ttz zwemmen, surfen, peddelen en vissen. Ik maakte er al rond wandelend een vergelijking met het recreatiedomein 'De Ster' in Sint Niklaas. Daar in Sint Niklaas kampt men tegenwoordig met overlast van allochtone jeugdige bezoekers uit de hoofdstedelijke regionen. Die maken het er volgens de media dermate bont dat de lokale bevolking er met hun kroost niet meer durft te komen. Hier aan die plas was het nog peis en vree maar voor hoe lang nog ? Amokmakers weren ? Dan zoeken deze niksnutten wel andere oorden op om hun crapuleuze capriolen bot te kunnen vieren. Halverwege de rondgang om die plas werd het pad verlegd naar het centrum van Heikant. In de parochiezaal was er een rustpunt voorzien en het mag gezegd worden dat die wandelclub kwa catering alles voortreffelijk georganiseerd had. Ook de bepijling van het parcours was tip top in orde met duidelijke aanwijzingen voor de te volgen afstanden en splitsingen. Bravo, het feit dat er 1330 wandelaars werden genoteerd voor deze trip getuigt van een succes. Enkel met een kwalitatief hoogstaande organisatie kan je een zulk succes betrachten. Op dat rustpunt hield ik m'n schaft en na een kwartiertje kon de wandeling vervolgd worden.
Na enkele minuutjes kreeg ik het gezelschap van Jean, een Diestenaar en ex-pelgrim. Ik wandel doorgaans op m'n gemakske en op mijne 'ralenti' aan een gemiddelde van 4,6km/u. Ik schat dat die Jean me tegen de 6km/u voorbij sjeesde. Dat is de snelheid waarmee de soldaten van Napoleon indertijd naar Rusland opmarcheerden. Ik merkte bij het voorbijsteken de badge op met de St. Jacobsschelp. Die was op zijn rugzak genaaid. Nou moe ! Niet verlegen om een klapke riep ik hem na. "Hey ! Ik zie de St. Jacobsschelp op je rugzak. Ben je dan naar Santiago geweest ?". Awel, dat waren de laatste woorden die ik uitgesproken heb vooraleer de eindmeet te bereiken. Ik kreeg geen speld tussen zijn zondvloed aan verhalen die hij opdiste aangaande zijn camino's. Albergues, steden, tussenstops in dorpkes, namen van andere pelgrims, hij kende ze allemaal nog van buiten en ze passeerden de revue in één grote woordenstroom. Eén van z'n stapmaten was een Spanjaard en die heette Jezus. Van Jezus wist hij te vertellen dat hij stokdoof was. Jezus droeg echter hoorapparaatjes. 's Avonds nam hij die uit z'n oren en volgens Jean hoorde hij dan geen snars meer. Ik vermoed echter dat de Jezus z'n doofheid een beetje fakete om een beetje tot rust te kunnen komen na een gehele dag de spraakwaterval van de Jean getrotseerd te hebben. Alsof ik aan zijn retoriek zou durven te twijfelen smukte hij z'n verhalen op met ontelbare foto's die hij op z'n gsm had verzameld. Ach, het was een vriendelijke mens die Jean maar ergens was ik blij dat ik de eindmeet had bereikt en Jean gewag maakte om er nog een extra toerke aan te breien. Ook hij zou de trein terug in Wezemaal moeten nemen en waarschijnlijk hadden m'n oren het begeven of kon ik geen heirkracht inroepen vanwege doofheid.
Zo het zat er op. Nog een klein anderhalf uurtje sporen en dan de fiets op. Iets later was ik terug thuis. Ik mag zeggen dat het een mooie wandeling werd. Niet alleen het gevarieerde parcours en het sjieke weer weze geprezen maar ook de wandelclub De Bollekens voor hun mooie inzet. Zij mogen delen in mijn hulde 😏😏😏. Tot een volgende dan maar weer.
De Marc verkoos deze keer een wandeling boven een museumbezoek in Brugge vanwege het feit dat dralen en kuieren z'n gestel te veel op de proef stelde. Hij sukkelde een beetje met de fysieke paraatheid. Stilstaan in een museum bij de verschillende bezienswaardigheden was bijgevolg niet aan hem besteed. Ik stelde een toerke in Puurs voor maar de suggestie zijnentwege om het toerke in de Hoge Venen eens over te doen leek voor mij ook stukken interessanter. Het Fagne de Malchamps in Spa, een prachtig veengebied op +- 600m hoogte werd al eens in 2023 verkend toen het ondergesneeuwd lag. Ook mooi, we waren van oordeel dat het contrast met volle lente ons zeker zou kunnen verrassen . En den Hugo zou deze keer meestappen. Ik en den Hugo namen iets voor 8u de trein in Temse waarmee we spoorden tot in Leuven waar de Marc ons aan het perron opwachtte. Op deze trein maakten we kennis met een verkeersrecidivist, dit ondanks zijn deftige voorkomen. Recidive ! Althans zo oordeelde de rechtbank. Na 3 keer op dezelfde dag geflitst te zijn aan 123 km/u op een autostrade vond de rechter het welletjes. Eén maand rijverbod aan zijne rekker en de boete zou nog volgen. Hij bekloeg zich nu over de 4 treinoverstappen die hij moest maken om op zijn werk te geraken. Deze getergde veelpleger stapte uit in Mechelen. "Draag uw straf met waardigheid" gaf ik hem met een kwinkslag nog mee. Een zure glimlach kon er nog net af.
Daar in Leuven viel er nog een trein te nemen naar Pepinster waar nog een laatste overstap op de trein naar Spa Géronstère diende te gebeuren. Om 10u20 stapten we daar af, klaar voor een subliem wandelingetje onder een tropisch zonneke. De geur van de Marc z'n zonnecrème in de neus en dat in combinatie met het rustuitstralende tafereeltje daar aan de statie bracht me onmiddelijk in vakantiestemming. Nog vlug een ommetje langs de apotheker voor wat zonnecrème en hop weg !
De Marc herinnerde zich het geaccidenteerde eindstukje bij het eerdere bezoek. Vandaar dat we tegen de klok in aan de trip begonnen. Een 18km lange lus op het veengebied lag aansnijdens klaar. Een gestage klim over pakweg een kleine 4km bracht ons van 250m naar bijna 600m hoogte. Dat verklaarde de bewering van den Hugo dat het mineraal water van Spa 300 jaar nodig heeft om van de bron door te sijpelen tot het winningsgebied. De stad Spa heeft haar bekendheid te danken aan haar thermen en waterbronnen. Indrukwekkende weetjes die Wikipedia aanhaalt over deze stad vind je met volgende link. Haar historische agenda daalt af tot in het tijdperk dat de Romeinen hier nog aanwezig waren : Geschiedenis van de stad Spa. Onderweg op 480 meter hoogte hielden we een pintstop op het terras van het bosrestaurant 'La Source de Géronstère'. Dit historische en sfeervolle restaurant bevindt zich direct aan de bosrand in de buurt van de gelijknamige bron. Het staat bekend om zijn klassieke Franse gerechten zoals vis, oesters en kreeft maar ook vleesgerechten die op de open haard worden bereid. Het was echter nog te vroeg om die Franse culinaire hoogvliegers te degusteren bijgevolg kozen we voor een lichtere consumatie. M'n keuze voor een 0,0% kende geen navolging bij den Hugo en de Marc ... die verkozen een smaakvollere tripel. Ik kan ze geen ongelijk geven.
Na deze stop stapten we naar de toegangspoort tot het veen of beter gezegd het domein van Bérinzenne. Achter dit domein ligt het uitgestrekte veengebied. Op het domein zelf zochten we het chaletje op voor het schaft. De vorige keer was de dakrand nog vol met ijspegels gedrapeerd. Het is daar gewoonweg prachtig. Enkel het daar ter plaatse zijn brengt je tot rust. Het serene van de omgeving is daar natuurlijk debet aan. Na het boke zochten we de panoramische toren op. Deze staat ook bekend als de Tour de Bérinzenne. Hij heeft een totale hoogte van 24 meter, 2 platformen, ééntje op 10 meter, het hoogste op 24 meter. Dit platform bereik je via een trap met 86 treden. Doordat de toren zelf al op een hoogte van 570 meter ligt, heb je een spectaculair uitzicht van 360° over het veengebied en de omgeving van Spa. Eigenlijk raakten we niet uitgekeken op al die pracht in 't rond. Zo ver dat je kijken kon zag je rondomrond een mysterieus ongerept landschap van veenmos, heide en drassige plekken. Mooi en tegelijkertijd mysterieus. En helemaal in de verte omringden de donkergroene Ardeense bossen deze oase van in stilte gehulde schoonheid.
Nu we het landschap van bovenaf hebben kunnen aanschouwen ... (wat een omschrijving zeg 😮) zouden we het par pedes apostolorum gaan verkennen. Te poot maw. De vorige keer moesten we halverwege terugkeren omdat men volop bezig was om de vlonderpaden die door het Veen lopen te herstellen. Slechts een paar minuutjes waren we onderweg toen de Marc al een reetje spotte op amper 2 à 300 meter afstand. Het moet zijn dat het beestje wat volk gewoon was want doodgemoedereerd bleef het rustig verder grazen. Dat is nummer 2 opperde de Marc. Nummer 1 was een hazelworm die iets eerder hem voor de voeten kronkelde. Iets later zou een hagedis nummer 3 worden in de Marc z'n collectie. Bij nummer 4 was er wat twijfel ... geen idee of dat de verfrommelde halfverteerde insecten in de door de Marc gespotte zonnedauw, dat zijn vleesetende plantjes, thuishoorde in zijn zoölogische memorabilia. (☺️ Smetje)
De vlonderpaadjes, kilometers lang, waren grotendeels hersteld. Hier en daar ontbraken er wat planken maar het vermoeden rees dat vandalisme hierin de hand had. Tegenliggers kwamen we op die vlonderpaden niet tegen. Ik zie het in m'n verbeelding levensecht voor me indien dit het geval zou geweest zijn met een horde vrouwelijke tegenliggers die onze stapmaat, de Ronny, zouden moeten passeren. Hilarische momenten gegarandeerd ! Wandelend over die vlonderpaden spotte den Hugo een klad parachutisten in het hemelzwerk. De Marc telde er 7. Hoog in de lucht bengelden ze aan hun valscherm en showden ze al rondjes draaiend hun kunnen. Ik meen van den Hugo verstaan te hebben dat er één bij was die een looping maakte met zijn valscherm. Ik zou het niet kunnen of beter gezegd 'niet durven'. En na de zonnedauw werd nog maar eens bij de Marc de botanische interesse geprikkeld. Een plantje met kleine blauwzwarte besjes naast het vlonderpad trok zijn aandacht. Nee, geen veenbessen want die zijn rood. Het bleken rijsbessen te zijn. Wanneer je grote hoeveelheden van deze bessen opeet, kun je last krijgen van tekenen die erg lijken op zattigheid. Duizeligheid, schele koppijn en een high gevoel zoals bij het gebruik van pado's worden dan je deel. De bes wordt in de volksmond ook wel de dronkemansbes genoemd. De roes wordt waarschijnlijk niet door de bes zelf veroorzaakt, maar door een parasitaire schimmel, de Monilinia megalospora (heb ik opgezocht), die op de rijsbes leeft en een giftige, hallucinerende stof produceert. Maak daar maar eens confituur van ! Deze besjes gedijen op schrale heidegrond aan de rand in de droge delen van het veen.
In het zuidelijke deel van het veen gaan de vlonderpaden over in een bospad. Zo ver waren we in de winter van '23 niet geraakt want halverwege die vlonderpaden waarschuwden arbeiders die de vlonderpaden herstelden ons om niet verder te gaan. Gegarandeerd zou er bij de uitgang geverbaliseerd worden. Terugkeren, tegen wil en dank was dus toen de boodschap. Dat bospad liep enigszins ongemakkelijk vanwege de vele boomwortels die er kris kras uit de grond staken. Regelmatig verzwikte er de één of andere voet maar met een goeie wandelbottien blijft het gelukkig bij een struikelbeurt zonder noemenswaardig letsel op te lopen.
Zo stil dat het daar in het veen was zo lawaaierig was dit hier op het bospad. Mooi pad weliswaar maar vanuit Francorchamps, iets verderop, kreeg je het lawaai van brullende racemotoren er gratis bij. Ook de sportvliegerkes die opstegen vanop het nabijgelegen vliegveld Aerodrome de Spa la Sauvenière droegen hun steentje bij aan de lawaaihinder. Ach, eigenlijk kon je je daar maar hooguit een halfuurtje aan storen.
Het laatste stukje wandelweg bleek, net zoals in '23, er ééntje te zijn om je vingers af te likken. Of zijn het eerder je tenen aan je voeten gezien het een wandeling betreft ? Dit stukje was gelegen tussen de Chemin de Fontaines en de buitenrand van Spa. Het bos waar dit beekje stroomt wordt het Bois de Belle Heid genoemd. Een afdalend paadje dat naast een snelstromend bergbeekje 'La Picherotte' genaamd diende gevolgd te worden. La Picherotte heeft in de loop de jaren een mini vallei doen ontstaan. Slingerend neerwaarts door het bos over een afstand van pakweg een kleine 2 km heeft dit beekje deze minivallei tussendoor de rotswanden gevormd. Helemaal pittoresk wordt het plaatje door de verschillende houten bruggetjes die over het beekje werden geplaatst. Het pad zelf verdiende ook alle aandacht. Rotsen, boomstronken en wortels in overvloed. Met een beetje verbeelding waan je je zo op de set van een Indiana Jones film. Dit stukje bracht een zoveelste meerwaarde aan bij de wandeling.
Ziezo de wandeling zat er op. In het eerste het beste volkskroegske van Spa wipten we binnen . "Une chope zero s'il vous plaît ? " luidde m'n vraag. 'Je n'ai pas de bière zéro d'alcool' kreeg ik als antwoord. De Marc bij vraag naar een koffie moest ook vaststellen dat aan zijn vraag niet voldaan kon worden. 'Je n'ai pas de boissons chauds' kreeg hij te horen. Allez, het werd 2 keer cola en den Hugo stelde zich tevreden met een ordinair pintje. De trein kwan er aan. In Leuven namen we afscheid van de Marc. Ik en den Hugo moesten daar in Leuven nog een uur wachten op de trein naar St. Niklaas. Een mooie reden om nog even na te kaarten in café 'Den Ouwen Tijd'. Een kroeg die onze voorkeur krijgt bij het aanlopen van Leuven. Het is nog een echte 'staminee' met een typerend interieur uit Dezekes Tijd. De muffe typische geur van verschaald bier kenmerkend voor deze kroegen walmt daarbij je neusgaten binnen als je de deur opentrekt. Het sfeervol geheel appeleert dan ook direct aan het luchtigere leven van weleer. Wel wel, dit mag beslist een geweldige dag en dito wandeling genoemd worden. Dit met dank aan de stapmaten van het moment. Weliswaar op en af bijna 6 uur sporen maar dit hadden we ervoor over. No rush, we zijn immers op pensioen en met het daglicht tot bijna 10u 's avonds mag er al eens een extraatje af. Voilà, time out ... waar naartoe brengt de trip ons de volgende keer ? Come and see next week.
Een terechtwijzing van de Ronny aangaande een vergetelheid in m'n vorige blogpost noopt me om dit hier even recht te zetten. Ok, no problem. Zo halverwege het trajectje in het galgenveld kwamen we 2 wandelaars-stapmaten tegen. De naam 'Galgenveld' kom je al eens meer tegen op een wandeling. Ik vermoed dat in het donkere verleden die naam werd gegeven aan de plaats waar boeven hennepen plastrons kado kregen. De Ronny, altijd in voor een klapke, sprak die kerels aan. Nu die kerels, Jan en Paul, kwamen uit Turnhout en wandelden min of meer dezelfde toer maar in tegenovergestelde zin. Beiden, krasse zeventigers en pompiers op rust hadden hun wandelterrein verlegd naar Tsjechië. Een hele resem verhalen over de schoonheid daar werd er opgedist. Tegelijkertijd drukten ze hun spijt uit dat het zorgeloze wandelen in de natuur door de opkomst van het massatoerisme daar een domper zette op de pret. Daar konden we inkomen. Het gesprek vergleed al vlug naar de toenemende onleefbaarheid van Turnhout ten gevolge van de crimininaliteit en het gefaalde beleid betreffende de integratie van de allochtone stadsgenoten. Soit, niet alleen Turnhout is in dat bedje ziek. We namen afscheid. Paul diste nog vlug een verhaal op waarin hij vermelde dat hij in zijn functie van pompier tijdens de ramadam de begraven schapenkadavers moest opruimen. Hij kon afgaan op de maden die uit de grond kropen. En de Jan ... hem werd het daar in Tsjechië kwalijk genomen dat hij geen alcohol drinkt. "Ik ook niet" meende ik nog te zeggen maar 4 weken geheelonthouding is nu ook geen stunt het vermelden waard. Allez, het was een aangename kennismaking met dat stel stapmaten.
Tot de orde nu ! Ik en de Ronny met den Yzzy zouden de benen en pootjes strekken op een treinstapper. Zichem Diest, een 20 tal paaltjes. Om 9u stapten we al uit in Zichem, de geboorteplaats van Ernest Claes (1885 - 1968) de vermaarde Vlaamse schrijver. Enkel het afstappen daar in Zichem doet je al terugdenken aan het boek 'De Witte van Sichem'. Deels is het een autobiografisch verhaal door Ernest Claes geschreven.
De Kwajongen Lewie ("De Witte") is de jongste in een arm kroostrijk gezin. Hij is intelligent maar heeft een enorme hekel aan school en autoriteit. Zijn dagen vult hij met kattenkwaad, vissen en fantaseren. Het verhaal schetst een rauw beeld van het strenge plattelandsleven rond 1900. Hoewel zijn moeder hem beschermt, krijgt De Witte geregeld rake klappen van zijn vader wanneer zijn streken uitkomen. Wanneer hij twaalf is, moet De Witte van school om op het land te werken. Uiteindelijk verzet hij zich tegen het zware boerenleven en gaat hij op eigen houtje in het dorp solliciteren als klerk. Hij belandt op het bureau van de gemeentesecretaris, waar hij zijn droom kan waarmaken: boeken lezen en verhalen schrijven. (* Bron : Scholieren.com)
Het weer zou in de morgen nog meevallen maar voor de middag werd er veel regen voorspeld. Geen reden om thuis te blijven .... que sera sera en weg ! We stapten naar De Demer. Deze rivier vloeit van Oost naar West pal ten Noorden van Zichem. Iets voor Zichem splitst hij op om een 500-tal meter westwaarts terug 1 rivier te worden. Het gebied binnen de gevormde lus door splitsing en samenvloeiïng wordt het Demers Broek genoemd. Het is een mooie streek met idyllische uitzichten. Twee maal staken we dus de Demer over en volgden iets meer landinwaarts z'n loop richting de Maagdentoren. Een hele historie is er aan deze toren verbonden. In februari 2015 passeerde ik hier ook maar toen was hij helemaal ingepakt. Het trieste relaas wat er hier in die toren allemaal heeft afgespeeld beschreef ik in m'n blogpost dd 15/02/15 : De Maagdentoren .
Het kompas stond nu naar Scherpenheuvel gericht. De originele treinstapper Zichem - Diest liet Scherpenheuvel een beetje links liggen bijgevolg paste ik het trajectje een beetje aan. Kwestie van samen met den Hugo de eer op te kunnen eisen van daar in Scherpenheuvel een kruisweg gelopen te hebben. Over de verdienste uitgedrukt in kilometers gaan we niet moeilijk doen. Onze maat stapte op weg naar Scherpenheuvel er 76 bijeen, wij waren er al na amper 3 borns ! Avé Avé Avé Maria 😉😉😉 en maar zingen daar op de kruisweg. Nee, geen Avé Maria maar in onze kop zat het deuntje van 'Ontwaakt gij luie slaper, de koekoek roept ....' dat gekoekoek in't refrein bleef maar malen in onze hersenpan. Halverwege de wandeling hield het op. Ik vermoed de straf van God om den Hugo de loef te hebben willen afsteken 😇.
In Scherpenheuvel hadden we al dorst. 'In 't Fijn Genoegen' een taverne recht over de basiliek kon er aan die dorst een mouw gepast worden. De waard was nog z'n etablissement aan het dweilen. Vriendelijke man die er prat op ging om Triple Karmeliet 0,0% in de aanbieding te hebben. Alhoewel, deze was 0,4%. Een regenbuitje viel er buiten te bespeuren, het enige waarvan we deze dag mochten spreken. We zaten echter binnen, dus weeral no problem. Het was nog kalm daar aan de basiliek. Vooral mensen die een daguitstapje regelen zal je hier aantreffen. Het is een plek die duidelijk haar pijlen richt op het devoot toerisme. Souvenierkraampjes en restaurants a gogo ! Fatima in Portugal vertoonde dezelfde commerciele uitstraling.
We gingen terug op stap. Na die kruisweg kreeg ik zo het gevoel dat er aardig wat hoogtemetertjes aan te pas zouden komen. En jawel, de ganse wandeling zouden er 270 volgen. Dat begint ! We zaten dan ook in een prachtig heuvelland. In een weidse boog wandelden we vanuit Scherpenheuvel onder Kaggevinne door naar Diest. Weidse graslanden en hier en daar zelfs een holle weg waar we door moesten. Het weer bleef een beetje een zorg. Een grijs wolkendek omringd door pekzwarte onweerswolken waarin de zon soms eens heel even kwam piepen. Dat leverde bovenaan de heuvels mooie vergezichten op waarbij opnieuw die eindeloze reeks kleurschakeringen in het landschap voor verwondering zorgden. Eigenlijk geen ideaal stapweer. Koud en fris op de heuvels. Op de flanken diende je dan weer een laagje kleding lichter te maken vanwege te warm. Regelmatig kon je in de donkere verte de immense kolommen regenzuilen treffen. Hopen dat ze niet jouw richting kwamen aangewaaid wat gelukkig nooit het geval was.
We botsten op een hondenspeelweide. Leut gegarandeerd voor den Yzzy en de daar opgestelde bankjes werden er precies speciaal neergepoot voor ons schof. We ploften ons neer op zo een bank. Een hondenliefhebber had zich daar al geïnstalleerd. Luna zijn hond, een jonge bruine labrador, was al direct maatjes met den Yzzy. Na het elkaar informeel besnuffelen volgde er een regelrechte achtervolgingsrace onder elkaar. Een regelmatige tussenstop om even een snoepje te verhapschansen werd zelfs tijdens dat dol geloop in acht genomen. De Ronny haalde twee 0,0%'jes, Carlsberg denk ik, uit z'n rugzak en de bokes werden daarbij bovengehaald. 't Leven is weer aangenaam hoorde ik m'n stapmaat prevelen. Al vlug ontspon er zich een levendig gesprek tussen de Ronny en het baasje van Luna. Zulke gesprekken geven me steeds het gevoel van op een ouderavond te zitten in een lagere school. Een ouderavond voor de rapportbespreking. De gesprekken die de ouders dan tijdens het wachten met elkaar voeren gaan gehaaid over de educatieve know how bij de opvoeding van kindlief. De conversaties tussen hondenbezitters betreffen steeds een zelfde thema. Maar het moet gezegd worden dat een hond het socializen met onbekenden makkelijker maakt.
We stapten op en langszij het Provinciale Domein 'De Halve Maan' ging het richting de stadskern van Diest uit. Een beetje improviseren want m'n uitgetekende pad zou dwars door het domein lopen maar we botsten op een poort. Dit domein is aangelegd op de omwallingen van de militaire vestingsgordel (1837-1855) rond het strategisch gunstig gelegen Diest. Die verdedigingsgordel moest de eventuele invallen van de Nederlanders uit het noorden afslaan. De plaats waar het domein nu ligt, vormde een vooruitgeschoven bastion omringd door water. In militaire termen is dat een 'lunette' en vandaar komt de benaming 'Halve Maan'. De Halve Maan is uitgegroeid tot een veelzijdig recreatiepark. Zwemmen, roeien, tennissen, waterfietsen, minigolfen, horeca, trampolinespringen, wandelen en genieten van het prachtige strand, je kan het er allemaal. Op voorwaarde dat je je aan de regels houdt. Die staan netjes aangeplakt aan de inkom. Geen radios, geen beesten, geen sterke drank, niet dit of dat, geen ..... Het zal wel zijn reden hebben. Het zou me verwonderen moest De Witte destijds ook moeten opgezien hebben tegen zo'n resem regeltjes en verboden. De laatste kilometers liepen door de stadskern van Diest. De Ronny was gecharmeerd door de pittoreske schoonheid van deze stad. Ik ook trouwens want de historische binnenstad van Diest kenmerkt zich door een authentiek middeleeuws stratenpatroon vol karakteristieke panden. Net zoals in de grootsteden Gent en Antwerpen vind je er de traditionele trap- en lijstgevels uit de 16e en 17e eeuw. Veel gevels zijn opgetrokken in de lokale rode baksteen. Erg mooi wordt het wanneer het huis of gebouw werd opgetrokken met deze bakstenen in combinatie met lichtgekleurde zandsteen. Het heeft wel iets want het bepaalt een beetje de ziel mee van een stad ! Nog een afsluiter op het terras van de één of andere kroeg op de Grote Markt volgde. We konden er bij een Flandrien 0,0% 😜 en een koffieke terugblikken op een verkwikkend toerke in het Hageland. Rond 5 uur zaten we op de trein naar huis. Deze dag mogen we weeral inkaderen zie. Waar lopen we volgende week weeral rond ? Niet te veel plannen, dan kunnen ze ook niet doorkruist worden. Pure logica 😏.