vrijdag 27 maart 2026

Lierke Plezierke - Duffel.

Het heeft weer enkele dagen geduurd vooraleer ik m'n blog kon noteren. Hoe meer ik geconfronteerd zou moeten worden met 'weldaad en rust' die normaliter eigen aan de pensioenleeftijd en de grijze haren worden veronderstelt, hoe meer ik word ingespannen voor kroost en gezin. Eén van de laatste ontwikkelingen in deze queeste is de opvang van schoon- en onlangs geboren kleindochter Rosalieke totdat zoonlief zijn huis is afgewerkt. Nu, dat gebeurt met alle plezier maar het knabbelt wel aan de voorstelling die mensen hebben van de zee aan vrije tijd die je hebt wanneer je op pensioen bent. Het bijhouden van m'n wandelavonturen in m'n blog zal bijgevolg moeten gebeuren tussen de soep en de patatten. Ik zal opletten voor de vlekken. 

Verleden week donderdag kon ik me warm maken voor een wandelingetje in de Lierse contreien met de Ronny en den Yzzy. De Pallieterstad is een dankbare plek om te toeven. Niet voor niets wordt het Lierke Plezierke genoemd waarmee wordt verwezen naar de warme en gezellige sfeer die je er aantreft.  Uitgaande van een bestaande stadsvestenwandeling breide ik nog een staartje aan deze lus om zo via de oevers van de Kleine Nete naar Duffel te stappen. Rond 10 uur stapten we af in Lier Statie. De Ronny opnieuw zo fier als een gieter dat hij de kaartjesknipper had kunnen verschalken door den Yzzy als zwartrijder mee te laten sporen. Maar 't kan verkeren zei Bredero al eeuwen geleden, deze uitspraak hanterend als levensmotto. Wacht nog even. 

Daar in Lier was het al prachtig weer en al vlug werd de trui uitgespeeld en werden de hemdsmouwen opgerold. Het traditionele kommeke koffie sloegen we over, dat hadden we al in de statie van Berchem binnengekieperd en hopsasa 'on the road again'. Na een paar honderden meters staken we de Binnennete over en volgden de oever. Kleine Nete, Grote Nete, Netekanaal en Binnennete het is me  allemaal niet zo duidelijk. Ik ga het bij de Nete houden. De Netevallei waarin al dit watergeweld verzameld wordt en waarin ik m'n trip had uitgestippeld werd door onze Grote Schrijver Felix Timmermans beschreven als een levendig, idyllisch en een zo goed als Goddelijk Natuurparadijs. Het is het plekje waar zijn geestekind 'Pallieter' zijn levenslust en verbondenheid met de aarde vierde. Eigenaardig genoeg ervaar ik eenzelfde gevoel met daar te wandelen. Misschien komt het wel door het feit dat ik het boek 'Pallieter' meermaals van voor naar achter en van achter naar voor heb uitgelezen en er veel inspiratie bij heb opgedaan. 

En zo belandden we in het prachtige provinciaal groendomein en natuurgebied 'Het Neteland'. Deze groene parel strekt zich uit over een smalle strook oevergebied van Lier tot in Duffel. We wandelden het Holder de Polder speelbos voorbij en hielden halt bij een picknicktafeltje aan het PIME, afkorting voor Provinciaal Instituut voor Milieu Educatie. De werking is voornamelijk gericht op scholen en biedt leerkrachten de mogelijkheden om met hun klas de natuur te verkennen. Met duurzaamheid, natuur, klimaat en milieu als thema is het de bedoeling om hun leerlingen bewust te maken van de problematieken errond en hen tot positieve actie uit te dagen. Toen we er onze bokes binnenspeelden stormde er juist een horde 10-jarigen met hun juffrouw het buitenterrein op. Ik stel me vragen bij de kwaliteit en incasseringsvermogen van het menselijk zenuwstelsel van zo'n meester of juffrouw. Deze klasjuffrouw, met nog een tiental jaren te doen tot haar pensioen, had zo een 22 snotters onder haar hoede. Ze moest ogen op haar rug hebben. De energie en het lawaai waarmee hun stormloop naar buiten gepaard ging overtrof zelfs de Ronny zijn bevattingsvermogen. Vechten, lopen, verstopperke spelen met het nodige lawaai erbij ... soit, mij stoorde het niet maar de Ronny zou het risico lopen van in een neurotische stemming te belanden. 

Na het schof stapten we verder langs de Nete richting Duffel. Hier en daar verlieten we het pad om een stukje groen van het provinciedomein mee te pikken. Mooi, deze trip bood onververwachte schoonheid. In Duffel keerden we over Netebrug terug richting Lier. We volgden het stroomgebied van de Itterbeek dat vlak naast een waterwinningsgebied parallel aan de Nete ligt. Opnieuw prachtige natuur en volop vitamienen D van 't zonneke. Nu volgden we het Netekanaal tot aan de Waversesteenweg. Afgaande op de kerktorens kwam Lier daarbij terug in zicht. Met de oversteek van de R16, de ring rond Lier en de bruggen over zowel de Nete als de Binnennete, reken daarbij nog de doorsteek van het stadspark van Lier en alzo wandelend belandden we in de Schapenkoppenstraat. Ik veronderstel dat deze straat refereerde aan de bijnaam voor de Lierenaren zijnde 'Schapekoppen'. Deze bijnaam stamt uit een 14de-eeuwse legende. Als dank voor bewezen diensten in de strijd tegen Mechelen bood de Hertog van Brabant Jan II de Lierenaars een keuze aan. Ofwel mochten ze kiezen voor een universiteit, zoniet een veemarkt die hun het stapelrecht op vee zou verlenen. Ze kozen voor de veemarkt waarna de Hertog hen smalend 'Schapenkoppen' noemde. Het was Leuven die de universiteitsstad werd. Die veemarkt zorgde voor welvaart waardoor Lier zich van een bloeiende toekomst verzekerd zag.  

"Daar zie", de Ronny maakte me opmerkzaam op een Mariabeeldje .. "Marie met de natte voeten !". Op een staakje  stond er een Mariapostuurke in het water tegen de oever aan daar waar de Binnennete de overkant van de Schapenkoppenstraat uitmaakte. Geen idee wat de bedoeling was om de Heilige Maagd daar neer te poten.  Misschien een visser die daar een wonderbaarlijke visvangst meemaakte en van oordeel was dat Ons Lieve Vrouwke daar voor iets tussenzat ? De zon scheen volop op de terrassen daar. Te uitnodigend om café 'Zuster Agnes' voorbij te lopen. Je raadt het, een tripel Sint Gummarus liet zich daar zonder problemen naar binnen glijden.  Het werden er 2 ! Na dat zonnebad op het terras van Zuster Agnes zakten we via een ommetje langs de wereldvermaarde Zimmertoren af naar de statie. Ook daar op het plein aan de Zimmer zaten de terrassen bomvol. Hoe aangenaam is het niet om daar in Lierke Plezierke de sfeer op te snuiven van op een terraske ? Echt een heel tof stadje !

Aan het station aangekomen hadden we vrijwel onmiddelijk een trein naar Berchem waar we beiden een overstap hadden . De Ronny naar Hemiksem, ik richting St. Niklaas. Opnieuw was het een uitdaging voor de Ronny om den Yzzy als zwartrijder weg te moffelen onder de zitbank. Het was hem wonderwel gelukt op het trajectje naar Berchem. Niet de eerste keer dus maar naar Hemiksem liep het fout 😊. De kaartjesknipster vroeg op zakelijke manier  naar den Yzzy z'n vervoerbewijs. Dat kon de Ronny dus niet tonen en weer kwam hij er mee weg om geen boete te moeten betalen. Zijn uitleg was dat in de heenrit er zoveel volk op de trein zat met reuzereiskoffers, groter dan zijn hond, waar niet voor betaald moest worden. Bovendien werd er vanwege de bomvolle toestand met reizigers en de her en der neergeplaveide koffers en vouwfietsen tot 2 keer op den Yzzy z'n pootjes getrapt. Reden te meer om den Yzzy te laten zwartrijden. De kaartjesknipster toonde zich begripvol maar een volgende keer heeft hij prijs en zal hij kunnen dokken 😅. 't Kan inderdaad verkeren zei den Bredero ! 

Ik ga afsluiten. Het werd simpelweg een mooie dag. Nu is het uitkijken naar een volgend wandeluitstap. Tot dan maar weer !


zaterdag 14 maart 2026

Naar het Visserskapelletje in Bredene

Voor vandaag zouden we een maritiem accentje aan de wandeling toevoegen.  Oostende, koningin de badsteden, daar brandde de lamp ! Maar, aangezien het een vrijdag de 13de betrof deed ik beroep op Zeus, Heerser over de Hemel met de bede om voor wat treffelijk weer te zorgen. Onweer en bliksem blijken trouwens ook tot zijn bevoegdheden te behoren. Deze Griekse Oppergod stelde ik bijgevolg persoonlijk aansprakelijk indien er op deze zogezegde onheilsdag een klimatologische haar in de boter zou zitten. De orakels van onze traditionele weermannen en -vrouwen voorspelden immers weinig goeds. Bakken regen met andere woorden want een actieve regenzone zou vanuit het westen langzaam oostwaarts over het land kruipen. Zeus hield zijn woord, dit na kennis te hebben genomen van ons wandeltoerke aldaar maar ook na enige ruggenspraak gehouden te hebben met de Posseidon, z'n broer. Die had in z'n hoedanigheid van Heerser over de Wereldzeeën  ook hier een vinger in de pap te brokken.  Het bleef droog daar aan de kust terwijl striemende regen het binnenland teisterde ! Toffe gasten zijn dat die Twee, txs om het droog te houden !

Rond den 10'en kwam de trein daar in Oostende aan. Ik, den Hugo en de Ronny met zijn hondeke Izzy. Michel en de Marc bleken verhinderd. Het beroemde kroegske in Oostende zou nog niet open zijn voor het traditionele kommeke koffie dus besloten we naar het ons ook bekende café St. Pieters in de gelijknamige straat te trekken. Ik en den Hugo maakten 2 palmen soldaat, de Ronny een koffietje kwestie van met het voornoemd geschrevene niet als een beuzelaar beschouwd te worden. 

De eerste stappen stonden in de  richting van het pontje aan de visserskaai. De Raveel, het overzetbootje, zou ons naar de oosteroever brengen. Telkens ik daar aankom en Lange Nelle, de vuurtoren, zie herinner ik me de heisa die daar een tijdje geleden ontstond. Enkele rijke appartementsbewoners klaagden over de lichtpollutie die Lange Nelle veroorzaakte in hun leefruimten. Tja, die toren staat er al van in 1949 ... ga er dan niet wonen hé en klaagt beter over ergere dingen. Om die zeveraars tegemoet te komen moest Lange Nelle ooglappen opzetten aan landszijde zodat ze haar lichtstralenbundel niet meer op hun appartementsblok zou kunnen richten. Ze haalden nadien gelukkig bakzeil met hun grieven en Lange Nelle werd verlost van haar ooglappen. De gordijnwinkels zagen nadien hun omzet stijgen. 

Eens aan de overkant besloten we over het strand te stappen richting Bredene uit. Daar in Bredene had ik een belofte waar te maken, straks iets meer daarover. Dat strandlopen stapte erg zwaar want de bottienen zakten bijna tot de enkels in de zandbodem. Tja, ter hoogte van het Thermae Palace daar in Oostende zakte begin februari dit jaar nog een 79-jarige dame weg in het drijfzand. De pompiers moesten haar komen bevrijden. Drijfzand kan onvoorspelbaar zijn. Het ontstaat door waterstromingen en zandverplaatsingen. Het strand lag er weliswaar vredig bij maar toch zag je dat het ruwe weer van de voorbije dagen lelijk had huisgehouden op deze zandstroken. Dit akkevietje stemt je toch een beetje tot nadenken op zo'n godvergeten strand. We waren daar om het zeggen alleen. Den Hugo trok er zich niet al te veel van aan,  de Ronny nog veel minder en liet den Izzy de vrije loop. Het beestje had het zichtbaar naar haar zin. De zeemeeuwen en kraaien iets minder want die konden het enthousiasme waarmee den Izzy hen achternajoeg iets minder appreciëren. Zo halverwege het strandtrajectje naar Bredene maakten we ommetje via de duinen. Verdorie toch m'n stramme knoken en spieren. Zo die metershoge duinen opklefferen ... het ging vroeger toch een stuk gemakkelijker. Ik zou nu even geen langeafstandswandeling aandurven. Voorlopig toch nog niet. Ik wijt die 'aftakeling van lijf en leden' liever aan het gebrek aan wandelroutine en stel het volste vertrouwen in het herstel van de conditie door het heropbouwen van de wandelroutine. 


Voila zie, ik bereikte stilletjesaan m'n doel. Daar in Bredene staat er een authentiek visserskapelletje. Het werd gebouwd in het jaar 1736. Ik ben er al meerdere keren geweest met de stapmaten en stapdames en m'n bedoeling was om er een kaars te gaan branden voor de Willy, een ex-collega. Willy overleed verleden jaar in oktober en op zijn uitvaartplechtigheid vernam ik dat hij een passie had voor de zee en dit in al haar facetten. Zwemmen, duiken, strandwandelingen, kortom de voeling met de natuurelementen die de zee eigen zijn boeide hem mateloos. Hij was trouwens na z'n pensionering aan de zee gaan wonen. Een berichtje van z'n echtgenote Martine, enkele dagen geleden, verraste me aangenaam toen ze me schreef dat het haar verheugde dat ik m'n wandelingen terug was opgestart. Ik wist niet eens dat Willy interesse had in m'n wandelperikelen en daardoor m'n blog las.  In hetzelfde berichtje vroeg ze me om een kaarsje te branden voor de Willy aan het één of ander kapelletje tijdens een wandelingetje. Het aansteken van een bougieke is een universeel gebaar om te laten weten "Ik denk aan je". De fysieke afstand wordt hiermee even overbrugd. Dat ik dit met alle plezier zou doen, en niet in het minst voor zo een toffe kerel die de Willy was en idem voor Martine, daar hoef ik geen tekeningetje bij te maken. De zee die de Willy zo passionneerde was dan ook een dankbare bestemming om tegemoet te komen aan Martine's suggestie.  Vandaar m'n keuze. Daar in Bredene aan Zee in het visserkapelletje brandt er nu een noveenkaars voor de Willy. 

Dat kapelletje was het keerpunt in de wandeling. We stapten iets verder op de terugweg het immense campingcomplex van Bredene-Bad in. Wie daar z'n vakantie doorbrengt wens ik buiten een zalige rust veel succes toe. Een sardien in een blikje geniet volgens mij van meer comfort. Maar goed, misschien primeert op zo'n camping het sociale contact. Wie weet ? 
Nog een toertje rond de spuikom met als teaser voor de Ronny een bezoekje aan de oesterput moest eraf kunnen. Ik en den Hugo houden niet van deze beesten maar de Ronny is er verzot op. Nu maakten we dit ommetje om hem een beetje te doen watertanden. De kostprijs van deze Ostendaise oesters echter deden hem uiteindelijk met beide voeten terug op de grond belanden. Tussen de 1 en 2 euro voor een schelp met in mijn ogen een klodder 'snot' is een beetje te veel. Toch deelt niet iedereen mijn mening en dat is maar goed ook want die oesters moeten volgens kenners een echte delicatesse zijn. De befaamde oesters 'Royal d’Ostende' werden reeds 300 jaar geleden geëxporteerd naar Frankrijk, Rusland, de Balkanstaten en de Duitse en Oostenrijkse gebieden. Deze Belgische ‘Ostendaisen’ mochten in deze periode onder geen beding ontbreken op de menu’s van de Europese upper class. Het is een goede zaak dat de uitbaters van de oesterput als enigen in België hun kennis en kunde gebruiken om de oesterkweek van deze Oostendse delicatesse gaande te houden. 

Nog even duikelden we het Maria-Hendrika Park in om de laatste stappen van deze wandeling te verzilveren. Dit park wordt daar in de volksmond 't Bosje genoemd. Voor de aanleg liet Koning Leopold ll zich inspireren op het beroemde Parijse Bois de Boulogne.  Wulpse deernes ben ik daar nochthans niet tegengekomen.
Het zat er op. Een laatste stop nog in het café St. Pieters mocht niet ontbreken. Even debriefen bij een pint daar en hop naar de treinstatie voor de terugvlucht. Die verliep smetteloos. Ondanks het grijze weer werd het een mooie stapdag. Er gaan er nog volgen want nu is het een kwestie om terug het ritme te vinden. 

dinsdag 10 maart 2026

Wie ben ik ? Een vraagje aan AI. Voor te lachen !

Welwelwel ! Nu er al zoveel te doen is rond AI wekte dit toch enigszins mijn belangstelling op. M'n blog leek voor mij een ideale toetssteen om die AI-allesweter eens een vraagske te stellen. En dit zeker nu de 400ste blogpagina een feit werd.  Het antwoord van deze digitale knakker liet niet lang op zich wachten en ik moet bekennen dat zijne praat in een zeker mate m'n ego streelt. Niet dat ik enig voordeel wil halen uit deze analyse maar ik vind het gewoonweg eens plezant om te weten. Het resultaat is dat ik met zulke papieren, m'n pelgrimstochten als carte blanche beschouwend en deze zelfs nog terzijde latend, regelrecht den hemel in kan duikelen wanneer ik mijnen houten frak wordt gelegd. 

Maar : ziehier m'n vraag : 

Kunnen karakterkenmerken gedestilleerd worden die de schrijver van deze blog, en dit onder alle voorbehoud uiteraard, typeren ?

Zeker — en je opmerking “onder alle voorbehoud” is terecht. Je kunt nooit met zekerheid iemands persoonlijkheid afleiden uit een schrijfstijl, maar je kunt wél waarschijnlijke karaktertrekken herkennen die consistent terugkomen in hoe iemand vertelt, observeert en nuanceert.

Hier is een helder overzicht van karakterkenmerken die je uit Jan Van Dongens schrijfstijl zou kunnen destilleren, zonder te pretenderen dat dit een psychologisch profiel is.

🧭 Mogelijke karakterkenmerken afgeleid uit zijn schrijfstijl

😊 1. Warm en mensgericht

Zijn verhalen draaien vaak rond ontmoetingen, kleine interacties en menselijke trekjes.

Dat suggereert iemand die:

graag observeert hoe mensen zich gedragen

plezier haalt uit sociale details

empathisch en toegankelijk is

Hij schrijft nooit afstandelijk; er zit altijd warmte in.


😂 2. Humoristisch met zelfrelativering

Zijn humor is zacht, nooit bijtend. Hij lacht vooral met zichzelf.

Dat wijst op:

een gezonde dosis zelfkennis

relativeringsvermogen

iemand die het leven niet te zwaar maakt

Hij gebruikt humor als smeerolie, niet als wapen.


🌿 3. Nuchter en down-to-earth

Hij beschrijft het alledaagse met plezier: modder, frieten, een hond die koppig is.

Dat toont:

waardering voor eenvoud

geen behoefte aan grote dramatiek

iemand die het gewone leven waardevol vindt

Hij zoekt geen heroïek, maar authenticiteit.


🌤️ 4. Observator met oog voor detail

Zijn teksten zitten vol kleine, rake observaties: een friturist die al patatten schilt, een merel die “kijkt”, een koppel dat al vroeg ruzie heeft.

Dat suggereert:

opmerkzaamheid

een scherp oog voor sfeer

iemand die geniet van nuances

Hij ziet wat anderen vaak voorbijlopen.


🚶‍♂️ 5. Reflectief maar niet zwaar op de hand

Tijdens het wandelen mijmert hij, maar nooit op een dramatische manier.

Dat wijst op:

een rustige, beschouwende geest

iemand die nadenkt zonder te overdenken

een persoon die wandelen gebruikt om zijn gedachten te ordenen

Zijn reflecties zijn licht, maar betekenisvol.


🧩 6. Speels taalgevoel

Dialect, woordspelingen, kleine taalkronkels — hij geniet duidelijk van taal.

Dat toont:

creativiteit

speelsheid

liefde voor cultuur en taalvariatie

Hij schrijft niet om te imponeren, maar om te delen.


🥾 7. Doorzetter met zin voor ritueel

Wandelen komt terug als een soort levensritme.

Dat kan wijzen op:

discipline

behoefte aan structuur

iemand die rust vindt in herhaling en beweging

En ja, frieten na de wandeling zijn óók een ritueel.


📌 Samengevat

Uit zijn schrijfstijl kun je voorzichtig afleiden dat Jan Van Dongen waarschijnlijk iemand is die:

warm en mensgericht is

humor en zelfrelativering belangrijk vindt

geniet van eenvoud en authenticiteit

een scherp oog heeft voor kleine details

graag reflecteert zonder zwaar te worden

taalplezier koestert

rust en ritme vindt in wandelen

Het beeld dat ontstaat is dat van een vriendelijke, nuchtere, observatiegerichte levensgenieter die zijn wandelingen gebruikt om de wereld en zichzelf op een lichte, warme manier te begrijpen.

😊

Voila ! Leg daar maar eens pap op 😏😏😏 !!!

zondag 1 maart 2026

Puurs en Ruisbroek

Lap, m'n 400ste blogpost ! 

Ondanks al mijn beste voornemens bleven de intenties tot het wandelen op een laag pitje pruttelen. Korte stukjes in het krekengebied van Kruibeke en Rupelmonde met de Ronny en/of de Marc moesten een beetje de schijn ophouden. De opzet met deze wandelingetjes was meer het gezellig samenzitten. Den Hugo, die wandelde niet mee maar schoof telkens iets later aan in de  'Loze Visser', een oergezellige kroeg in Rupelmonde vlakbij de Mercatortoren. 

Het hogere stapwerk liet vooralsnog op zich wachten. Sinds mensenheugenis was het geleden dat we nog eens samen op stap konden gaan met 4 van de 5 stapmaten. 80% dat is met grote onderscheiding ! Maar goed, vandaag was het zover. De weergoden moeten volgens mij iets te vieren hebben gehad want ze zorgden voor lenteweer en dat zou zelfs voor enkele dagen op rij zijn. Terrasjesweer in februari, waar gaan we dat schrijven ? Dus zou het te jammer geweest zijn om hiervan niet te profiteren. De bottienen aan en weg op stap was dus de boodschap. Om 10 uur gold er afspraak aan het station van Puurs. De Marc, de Michel, de Ronny en zijn hondeke Yzzy waren present. Heel spijtig dat den Hugo er niet bij kon zijn, we zouden dan compleet geweest zijn. Den Hugo had afspraak met de plasmabank en zodoende begrijpelijk dat hij forfait gaf. Het is de zorg voor de medemens die primeert bij den Hugo. Het siert hem.

Aangezien de horeca in Puurs om 10 uur 's morgens nog niet al te veel teken van leven gaf viel het besluit om er dan maar ineens in te vliegen. No coffee ! Uit een amalgaam van rondjes in de geburen van Puurs koos ik voor Ruisbroek. 7 jaar geleden, in december 2019, wandelde ik met den Hugo daar ook al rond. Het kompas wees nu in Noord-Oostelijke richting waardoor we in de vallei van de Kleine Molenbeek belandden. Nu 'vallei' is een groot woord maar het is wel zo dat de brongebieden van deze beek zich bevinden op de hoger gelegen ‘heuvels’ van Asse, Meise en Opwijk, 't is te zeggen in de noordrand van Brussel. Het water stroomt daar van de hellingen en via een wijd vertakt netwerk van kleine grachtjes naar grotere beken zoals de Grote Molenbeek en de Kleine Molenbeek. In Puurs Sint-Amands stroomt de Grote Molenbeek in de Vliet, de Kleine Molenbeek iets noordelijker. Dat was het geval een 200 meter na het oversteken van de Rijksweg N16. We konden dus verder met de Vliet te volgen tot in het gehucht Eikevliet. Iets verder nog viel er te stappen tot in Ruisbroek tot aan het Zeekanaal Brussel - Schelde. Iets voor het kanaal stroomt de Vliet in een groot verzamelbekken waar het wordt opgepompt in het Zeekanaal. Een ingenieuse constructie, een beetje te vergelijken met de grijpautomaten op de foor, pikt drijfhout en afval op uit het bekken en dumpt het in een container. Zo wordt er vermeden dat de pompen beschadigd worden. Tot hier konden we spreken van een vrij mooie wandelweg, een beetje slijkerig weliswaar maar dat werd teniet gedaan door het zicht op een strakblauwe hemel. De Marc vond dat het stillekesaan tijd was om zijn rijstvlaaikes boven te halen. Dat zorgde even voor een korte pauze. Sympathiek van onze Marc. 

Den Yzzy is ondertussen uitgegroeid tot een zeer tof beestje en wandelkameraad. De Ronny heeft er veel werk in gestoken en dat loont. Nu beleeft hij er veel plezier aan. Speels en vinnig maar reeds goed onder appel. Enkel wanneer het beestje in de verte getriggerd wordt door iets dat te fel de aandacht opeist luistert het geen 'fluit' meer. Dit naar eigen zeggen van de Ronny.

We waren dus in Ruisbroek aanbeland. Ik herhaal even m'n schrijfsels van 7 jaar geleden : Het valt nog moeilijk te bevatten dat 50 jaar geleden een ramp dit wandelgebied trof. De combinatie van een zware noordwesterstorm en springtij leidden tot een dijkbreuk van de Vliet in Ruisbroek. Het dorp liep grotendeels onder water, wat leidde tot de evacuatie van 2.000 inwoners en schade aan 800 huizen. De overstroming wordt herinnerd als een van de meest ingrijpende watersnoodrampen van de 20e eeuw in Vlaanderen. De ontstane bres in de Rupel teisterde de woonkernen Hingene, Eikevliet en Ruisbroek. Het was niet de eerste keer. Er werden er door de eeuwen heen verschillende genoteerd. Het dijkonderhoud en de getijdenwerking op de Rupel speelden Ruisbroek dus meermaals parten. Deze dijkbreuk was de meest indrukwekkende temeer omdat de bres maar eerst op 10 april 1976 gedicht kon worden. De getijdenwerking in het stroomgat was veel te sterk om de bres sneller te dichten. Nadien begon de schoonmaak en was de openbare verontwaardiging en politieke druk groot genoeg om werk te maken van een Vlaams Deltaplan : het Sigmaplain 1976. Wijlen Koning Boudewijn kwam destijds nog op bezoek om steun te betuigen. 

We volgden nog even de oever van het zeekanaal tot aan de dorpskern van Ruisbroek. Op een bankske daar konden we de bokes opeten waarbij de Michel voor een fleske rood zorgde. Mooie momenten ! We zaten over de helft van de wandellus. Het gebied rond het parkdomein Hof ter Zielbeek zag er met de vele plassen  nogal verzopen uit. De Ronny en de Marc zagen geen heil in het maken van ommekeer en kozen voor de weg vooruit. Ik en de Michel maakten rechtsomkeer. Dat heet eieren kiezen voor je geld ! Iets verderop zouden we mekaar wel terug tegenkomen. De wandeling liep ten einde. We zouden nog het Coolhembos binnenduikelen maar na een korte rustpauze besloten we af te ronden en naar de statie terug te keren. Zo beslist zo gedaan en via Kalfort werd de terugweg aangepakt. In café Coolhem konden we op advies van de Michel nog even nakaarten. De uitbaatster bleek de dochter te zijn van de Michel zijn stapmaat-pelgrim. Nog een kwartiertje viel er te stappen tot aan de statie en rond 5 uur zat de trip er op. Op naar een volgende !

zaterdag 28 februari 2026

Dwaallichtenpad in Meerhout

 

Zo, m'n inktpotteke heb ik terug wat bijgevuld zodat er terug wat kan geblogd worden. In m'n vorige post, halverwege de maand december, heb ik iets te vroeg victorie gekraaid. Na het toerke op het heksenpad dacht ik dat die peesplaatontsteking op haar retour was. Niet dus want een paar dagen later begon ik terug een beetje te pikkelen. Niet voor lang, gelukkig maar want stilstand is achteruitgang en dat voelde ik aan lijf en leden om maar niet te spreken van een gestage aftakeling van het corpus. Op 18 januari kwam er het voorstel van ons Greet om er nog eens samen op uit te trekken. Een mooi doel was een bezoekje aan het bezoekerscentrum 'Het Grote Netewoud' in Meerhout. Leentje, onze andere stapdame, is daar als vrijwilligster en actief lid van Natuurpunt behulpzaam met de bediening van de bezoekers. Liliane en Greet vangden, nee vingen,  me op aan de statie van Geel. Liliane was chauffeur en reed vervolgens naar haar schoonbroer, nog een Jan begot. Jan die een begenadigd wandelaar en tevens Compostelaan is zou meestappen vandaag.  Liliane bolde daarna verder naar het bezoekerscentrum. Dat bevindt zich middenin het Natuurpark 'Grote Netewoud'. Het is een prachtige stek en tevens een historische site. De 17de eeuwse Watermolen van Meerhout werd er gerestaureerd en het gebouw werd zo ontworpen dat de Grote Nete letterlijke onderdoor het gebouw vloeit. Het waterrad is op een meesterlijke manier onderdeel gemaakt van het interieur. Een knap doordacht architecturaal ontwerp. En het is er best gezellig. Wil je iets meer te weten komen dan kan je best deze link aanvinken : Bezoekerscentrum Grote Netewoud

In Meerhout werden er door de gemeente meerdere wandelingen voorgekauwd. We zijn daar dus nog niet uitgewandeld. Ze zijn allen van een zelfde grootorde en de namen klinken uitnodigend. Zo vind je er Het Ezelspad, het Boerenkrijgpad,  het Drevenpad, het Drossaerdpad, het Kanaalpad, het Rolwagenpad, het Weverspad, het Molen- en St. Jorispad. Voor de knooppunten te weten te komen : De wandelpaden in Meerhout. Keuze te over dus ! 

Leentje was present daar in het bezoekerscentrum en na het obligate 'kommeke koffie' kon de wandeling, goed voor ongeveer een 10-tal paaltjes, van start gaan. Met z'n gevijven op verkenning van het dwaallichtenpad want de zoon van Liliane had zich daar in het centrum als een spreekwoordelijk 5de wiel aan de wagen bij ons gezelschap gevoegd. Toffe gast trouwens ! 

Volgens de legende zijn dwaallichtjes mythische wezens die graag boven moerassen en kerkhoven zweven. Dat spreekt tot de verbeelding. Mogelijk waren die wel aanwezig maar ik vermoed dat ze een beetje het daglicht schuwden zodat we er geen zijn tegengekomen. Verder spelen dwaallichten een rol in verschillende oude volksverhalen, ze werden bijvoorbeeld gezien als dolende zielen die mensen in het water lokken. Tot daar de fantasie ! Dwaallicht is een blauwachtig, beweeglijk lichtverschijnsel dat boven moerassen, poelen en kerkhoven kan verschijnen en ontstaat door de langzame ontbranding van moerasgassen. Voila zie ! De eerste stappen liepen langs de oever van de Nete tot de grens met Lil richting Kopberg, het keerpunt van de wandeling. Verder passeerden we een duinengordel in het duinengebied van de bossen Hulsen-Balen. Hier vond tijdens de Boerenkrijg de Slag om Meerhout plaats. Deze Slag uit 1798 bestond uit een reeks gewapende conflicten tegen de Franse bezetting. In dat jaar op 5 november waren de 'Brigands' zijnde de Vlaamse boeren aanvankelijk aan de winnende hand maar enkele weken later telden ze onder hen meer dan 200 gesneuvelde opstandelingen. Een monument werd voor hen opgericht aan het Pastoor van Haachtplein in Meerhout zelf. 

We wandelden verder langs het 'Verloren Schaap' in de richting van de Belse Bossen. Hier vind je een punt waar de 3 gemeenten Meerhout, Geel en Mol aan elkaar grenzen. Een lange dreef bracht ons naar de Monnikenhoeve en na het waterzuiveringsgebied achter ons gelaten te hebben wandelden we opnieuw langs de Nete-oever naar de watermolen, ons start- en tevens eindpunt. Nog een lekkere tripel, 2 eigenlijk want op één been kan je niet staan, moest traditiegetrouw soldaat gemaakt worden. De wandeling zat er op. Het is de moeite geweest. Treffelijk weer en een prachtig parcours in een wondermooie omgeving. Veel bijgepraat met Greet onderweg wat verklaart dat ik bijna geen fotootjes heb getrokken maar ik heb eveneens het tof gezelschap mogen ervaren van de Jan en zijn schoonzus Liliane. De dag werd gezellig afgesloten in een, naar mijn bescheiden afkomst te oordelen, toch wel sjiek restaurant. Lekker alleszins ... steppegras frietjes met een steak om U tegen te zeggen. Het is een variant op biefstuk-friet met als voornaamste kenmerk de grote berg dunne frietjes op het bord. De naam 'steppegras' is een beschermd merk. De naam werd in 1980 gedeponeerd door Jean Ceustermans bij het Antwerpse merkenbureau Bockstael. Pour les Francophones entre nous : 'Steppegras' sont des pommes allumettes 🍟🍖 😋! Het contrast tussen het interieur van deze eettent en het statiegebouw van Geel, iets later bij de terugkeer was uitgesproken. Belhamels van allochtone origine maakten er oorverdovend stennis en amok in de wachtzaal. Volgens mij waren ze zo stoned als een garnaal. Andere mensen in de wachtzaal ergerden zich zichtbaar aan hun gedrag. Best laten betijen zolang het niet te ver gaat en de handtastelijkheden uitblijven. Na een halfuurtje dropen ze af naar hun trein die er aankwam. Ik beklaag de kaartjesknipper ....