Iets na 9 stapte ik in Schoonaarde uit de trein. Al vlug kreeg ik in de mot dat hier voor mij een onverkend stuk Scheldeland opengevouwen werd. Vrij vlug stond ik al aan oevers van de Schelde. Het trajectje liep in de richting van Berlare langs de Scheldeboord en aangezien er geen spring- of stormtij verwacht werd was het overstromingsgebied niet afgesloten en dus toegankelijk. Het gebied zelf wordt de paardeweide genoemd. In de volksmond ook wel het Zwin van Berlare. Deze paardeweide is een 85 hectare groot. Je vindt er een vistrap, een rietatol, hooi en graslanden waarin het voorjaar immense bloementapijten zich ontrollen. Bovendien is het een paradijs voor vele vogelsoorten waar onder meer lepelaars en roerdompen hun gading vinden. Een hele beschrijving van dit prachtige gebied vind je hier : De Paardeweide in Oost Berlare. Ik, bij gebrek aan stapmaten dan maar solo dat gebied in. Weids in de omtrek was er geen levende ziel bespeuren ... zalig.
Pieta - I Muvrini
Klokslagen galmden in de verte vanuit het Sint-Gertrudiskerkje in Wichelen aan de overkant van de Schelde. Het was alsof ze wilden zeggen dat je de prut uit je ogen moest wrijven om ze de kost te geven met het aanschouwen van al dat geweldige natuurschoon dat zich hier ontvouwde. De sacrale muziek van I Muvrini in de oordopjes zorgde bij de aanblik van die uitgestalde hemelse pracht voor een boost van het gelukzaligheidsgevoel.Na die paardeweide belandde ik terug op de Scheldedijk. In een vlammende vaart vlogen fietsers, de longen uit hun lijf jagend, over die dijk. Wat een verschil met de vorige ervaring. Maar goed, het jachtige en immer naar prestatie verlangende leven van tegenwoordig vraagt om een tegengewicht. Met een flashy koerstenueke en dito veloke in de weegschaal te gooien komt die balans weer in evenwicht. Al was het maar voor eventjes.
Aan het Riekend Rustpunt draaide het pad landinwaarts. Een afgedankte beerkar zieltogend tussen opgeschoten onkruid en zwerfvuil aldaar moet inspiratie opgeleverd hebben voor de benaming. Ik stapte verder. Opnieuw viel ik in verbazing. Ik bevond me in een moerasgebied dat de vergelijking met de Everglades in Florida kon doorstaan. Kreken en poelen waaruit knoestige boomtakken staken, zwart water bedekt met een zilverachtig stof, ragfijne webben gesponnen in het gebladerte en een wandelpad dat kronkelde onder een dik groen bladerdak. Op de achtergrond het gekwaak van kikkers die hun rust door mij verstoord zagen. Kortom intense momenten van verwondering. Het Berlare Broek ontvouwde hier haar spookachtige reputatie. Enkel alligators en bijtschildpadden ontbraken nog in het prentje. Aansluitend volgde er een laarzenpad. Het woord verklaart alles want om hier te kunnen rondlopen moet je niet met lakschoentjes of teenslippers afkomen. Ook deze plek was weeral een prachtig stukje om de benen in te strekken. Gelukkig viel er al enkele dagen geen regen want ik vermoed dat dit hier een slijkboeltje zou opgeleverd hebben. Een stukje in de bebouwde rand van Berlare kwam eraan. Van onder dat bladerdak vandaan zag ik weer volop de blauwe lucht. Dikke witte condensstrepen van de vliegers doorkruisten ķris kras het hemelspan ... wat zijn we toch nietig vergeleken met het gigantische werk van de Grote Kunstenaar ! Ach, zoek er niks achter, het is maar een bedenking.
Ik belandde aan het kasteelpark van Berlare. Het pad dat de contouren binnen het domein volgde had meer weg van een mountain bike parcours. Het kasteel zelf waar de gemeentediensten gehuisvest zijn oogde sober maar toch netjes en verzorgd. Bij het verlaten van het kasteeldomein overviel me de twijfel van een pint te gaan pakken. De terrasjes van de kroegen aan de overkant waren erg aanlokkelijk en toch kon ik weerstaan, m'n zelf opgelegde detoxperiode respecterend. Dan maar verder gestapt.
Nu liep het pad over de GR128, de Vlaanderenroute. Tussen weidse graslanden door laveerde ik naar Appels. Meer bepaald naar het veer Appels - Berlare. Dit pontje behoort tot de oudste Scheldeveren in de regio van de Bovenschelde. Het veer werd al vermeld in 1253 naar aanleiding van de overdracht ervan door de graaf van Vlaanderen Guido van Dampierre aan Gregorius, heer van Appels. Eens aan de overkant, een 100m verderop stroomafwaarts ligt een oude Scheldearm. Ook hier weeral een boeiend stukje natuur. Hier stelde ik vast dat ik over een oude versie van deze stationstapper beschikte. Een gloednieuw veer was er aangelegd waardoor de binnenbocht van de meander van deze arm kon verkend worden. Nu 'veer' is een groot woord. Met een katrolsysteem waarbij van wal naar wal een touw staat gespannen kan je handmatig het veerpontje verslepen. Sjiek ! Nog wat verder stesselend langs de rand van het dorpje Appels kwam ik een kapelletje tegen gewijd aan de Heilige Theresia. Het opschriftje over haar levensloop daar aan dat kapelletje boeide me wel. Ze was maagd en werd ocharme maar 24 jaar. Tuberculose. Net als Moeder Teresa van Calcutta, die sterk beïnvloed werd door Thérèse, heeft zij mensen over de hele wereld geboeid. Bekend als de beschermheilige van missionarissen, reikte Thérèse van Lisieux de mensheid een pad van spirituele eenvoud en liefde aan. Alle respect voor deze Heilige Dame en toch bracht ik haar naam onbewust en ongewild in verband met de uitdrukking 'Trezebees' ... misschien zat haar maagdelijkheid daar wel voor iets tussen. Tot een volgende Theresia ... ik stap nu naar de brug die over de Dender ligt.
Eens die brug over volgde ik het jaagpad tot aan de Oude Dender die vanaf daar Dendermonde Stad binnenstroomt. Het wandelpad naast die Oude Dender telde vele wandelaars. Het is dan ook een prachtig stukje wandelgebied. Ook de groene zone rond het voormalig Bastion VIII van de Brussels Forten kon vanwege het mooie weer rekenen op veel belangstelling. En zo kwam het station van Dendermonde in zicht. Terminus van de wandeling. Ruim nog op tijd om een goei pint aan te schaffen. Met een Cornet werd deze wandeling mooi uitgezongen. Een 0/0 welteverstaan 😊. Soit het terraske van de Blonde Os, een kroeg aan de overkant van de statie, was daar een uitgelezen plekje voor. En net zoals in het begin van dit schrijfsel en op de koop toe nog geïnspireerd door de Heilige Theresia sluit ik af met deze gevleugelde maar niettemin gemeende woorden : 'Estote invicem benigni - Wees goed voor elkaar !'
Tja, het is eens iets anders. Deze keer versier ik m'n blog eens met de fotocompilatie van Liliane. Ze trekt erg mooi fotokes met haar GSM en maakt er vervolgens een filmpje mee ! Zie maar eens :
Op zaterdag 25 april Anno Domini MMXXVI stond er in m'n agenda een afspraak geboekt met 4 stapdames en 2 'Jannen', mezelf daartoe meegerekend,
in Molenstede, een deelgemeente van Diest. Daar in Molenstede zouden we de Dassenaardewandeling verkennen. Greet had hiervoor gekozen en goed voor een kleine 12km. Wonder boven wonder kon ik eens op een vlotte treinverbinding naar Diest rekenen ... de terugrit zou anders verlopen.
Vanuit het station van Diest zou ik solo naar het startpunt in Molenstede tenen. Om 10u30 was het daar verzamelen geblazen met het voornoemde wandelgezelschap aan de St. Jozefkerk. Dit stukje wandelpad naar Molenstede, goed voor een 6-tal paaltjes liep door heuvelachtig terrein en was voor een stuk deel van een andere versie van de Dassenaarde wandeling. Voor het moment was het daar erg mistig maar die mist zorgde wel voor een mooi decor in het heuvelachtig terrein. De zon deed al flink haar best om de flarden mist weg te vagen maar het zou nog even duren. Ik zat daar middenin de vallei van het Zwart Water, een beek ontstaan uit de samenvloeiing van de Grote en Kleine Beek. Deze 2 laatste stromen samen met de Middelbeek iets verderop in de 3-beken vallei. Een gebied dat zich over 350 hectare uitstrekt tussen Molenstede en de Paalse Plas. Er wordt daar gesproken over hoogteverschillen van wel 120 meter.
Een wandelroute door dit gebied zou de mooiste natuurspots van Diest opleveren. Na een kilometertje of 3 botste ik op dat Zwart Water, het zag helemaal niet zwart, en dat volgde ik. Het zou me in Molenstede brengen. Dit pad liep door een bosgebied waar er werd gewaarschuwd voor een broedende buizerd. Dat zijn gevaarlijke mannen wanneer die met hun sterke en scherpe klauwen op je af komen. Er wordt aangeraden om met je armen te molenwieken als zo een vogel op je af komt gevlogen maar gewoonlijk vallen die in de rug aan en dan zijn het vijgen na Pasen met dat gemolenwiek. Een bruggetje over dat Zwart Water gaf uit op het pleintje voor de St. Jozefkerk.
Er was nog niemand te bespeuren op dat pleintje, het was nog maar iets na 10'en. Daar op het pleintje was de foor neergestreken. Klein mannen hadden al post gevat aan een boksautomaat en klopten er op los. Nog veel spek met eieren maakte ik de bedenking. Verder heerste daar een vredige rust. Ik liep iets verderdoor. Leen en Inge kwamen er aangebold en iets later kwamen Jan², Greet en Liliane er aangewandeld. Ze wisten al te vertellen dat 't Kroonrad waar ze hun auto hadden achtergelaten gesloten was. Een mooi startpunt zou het geweest zijn voor het obligate sjatteke 'Kaffe' als warm up. Ook voor de afsluiter dienden we dus uit te kijken naar een ander etablissement. Dan maar meteen in wandelmodus geschakeld en op weg. Mooi weer, de mist was verteerd en een blauwe lucht beloofde prachtig weer. Niet te warm ... ideaal.
Het natuurgebied Dassenaarde ligt tussen Averbode en Diest. Hier vond je een 60-tal jaren geleden verscheiden dassenburchten. De beesten op zich zijn verdwenen maar je vind er nog wel een grote variatie planten en dieren. Dit komt doordat droge heuvelruggen en natte valleigronden de ideale biotoop vormen voor een rijke schakering in fauna en flora. De herfst schijnt daar de ideale periode te zijn om het spel van de natuur tussen licht en de prachtige kleuren te bewonderen. Ik geloof dit.
De eerste stappen werden gezet richting 'De Schomme'. Een ontmoetingsplek voor natuurliefhebbers. Je vindt er een onthaalpunt waar je informatie kan sprokkelen over de omgeving. Je vindt er een picknickzone en een uitkijkplatform en voor kinderen is er een speel- en belevingszone. Op verschillende plaatsen tref je er mooie houtsculpturen van dieren aan. Insecten, vogels ... erg mooi. Ik vermoed dat het boek 'De Kleine Johannes' van Frederik van Eeden de inspiratiebron was voor de projectontwikkelaars van De Schomme. Deze sprookjesachtige roman die de ontwikkeling van een jongen tot man schetst wordt vaak gezien als een allegorie voor de jeugd en de zoektocht naar het levensideaal. Ook tref je daar op verschillende plaatsen oefenloopgraven aan. Ze werden er door den Duits in WOI aangelegd. Ik heb er echter geen erg in gehad en ze bijgevolg niet gezien. We verlieten De Schomme en wandelden rustig verder tussen graslanden en bosschages en bossen. Mooie contrasten tussen de verschillende groentinten van de landschapselementen in de natuur wekken telkens weer de verwondering op. Zo mooi.
Rond het middaguur zochten we naar een rustplekje waar een slok koffie of om het even wat te verkrijgen viel. Jan² die de eerbiedwaardige ouderdom van 82 levensjaren heeft ,je zou het hem niet aangeven, zal zo een rustpauze ongetwijfeld welkom heten. Jan² niet alleen, ik trouwens ook. De kiewithoeve in Asdonk, want daar waren we al aanbeland, was nog gesloten en de kelner was nog niet opgedaagd. Na 10 minuutjes was die er en konden we plaatsnemen en consumeren. Volop ruimte voor de dames om hun geliefkoosde onderwerp aan te snijden, ttz vakantieplannen onder de Angelsaksische zon. Ze trekken binnenkort naar Ierland. Bon voyage mesdames ! Na een halfuurtje werd er opgekrast en na nog een kilometertje verder te zijn gestapt in de richting van de 3-bekenvallei bereikten we het keerpunt in de lus. De wandeling verliep verder over schone wandelpaden. Weinig of geen 'goudron' zoals de Franse Randonneurs het benoemen maar wandelpaden of halfverharde ondergrond. Na 12km stonden we terug aan het startpunt.
Nog steeds was 't Kroonrad gesloten dus werd er besloten om met de wagen tot in Diest te bollen en daar iets te zoeken. No problem, de autos werd in de rand geparkeerd en na een korte wandeling naar de stadskern was er keuze te over. Café 't 'Puur Genot' kwam in aanmerking om ons dorstgevoel te lenigen. Ik maakte er kennis met een Farce Majeur. Een alcoholvrij biertje dat ik veruit het smakelijkste vond van de tot nu toe door mij geconsumeerde 0/0 brouwsels. Het bleef bij éne. Daarna zochten we de La Marghuerita op, een pizzatent op de Grote Markt om het wandelavontuur af te sluiten. Ik nam afscheid van het gezelschap en bedankte voor de fijne dag. Een kort stukje naar de statie van Diest restte me nog. Hoe vlot de heenreis ook was, van de terugreis kon dat niet gezegd worden. Diest - Berchem, dat was ok maar tussen Berchem en Sint Niklaas reden er geen treinen. Reden onbekend. Vanuit Berchem restte er me niets anders dan 2 trams en een bus te nemen om aan Beveren Station te geraken waar mijne velo stond. Eén van die trams was dan nog afgeschaft en stond ik meer dan uur te schilderen aan een tijdelijke halte op Antwerpen Linkeroever. Al bij al was ik bijna 4 uur onderweg om naar huis te gaan. Maar goed, er zijn veel ergere dingen.
Om even terug te komen op die pizzatent .... Ik kon niet vermoeden dat een onnozele pizza zo lekker kon zijn. Toen die op een bord voor m'n neus lag stuurde ik m'n kleinzoon een fotootje van La Marghuerita's culinaire creatie. Dat ventje, verzot op pizza's zaagde de oren van mijne kop dat ik moest beloven om er eens naartoe te gaan. Hij zou zo een pizza wel eens een keer willen proeven .... wel ik heb m'n belofte gehouden en ben met dat ventje daar naartoe getrokken. Ik moet bekennen dat Stafke smaak heeft. Nee geen colake of sprite maar een mocktail begot om z'n pizza door te spoelen 😋😋😋.
Op 12 april had ik afspraak met Greet in Diest. Dit met een wandelingetje voor ogen. Eerder al had ze me een tripje in Vlaanderens Groene Long, met name 'De' Limburg opgestuurd. 'De' tussen quotes want onze vriendelijke Oosterburen horen de uitdrukking 'De Limburg' niet zo graag. Genk - Hasselt, in vogelvlucht 13km maar aangezien ik geen eieren kan leggen noch de vliegkunst beheers diende dit te voet te gebeuren. 2 versies, ééntje van 23, een ander van 27km, beide treinstappers. We kozen voor de 23 paaltjes, een route die grotendeels de GR5 volgt. Deze Gr5 is een iconisch wandelpad dat loopt vanuit de Hoek van Holland naar Nice, goed voor een +-2200 km lange wandelweg gaande over vlakke polders in Nederland en Vlaanderen tot indrukwekkende bergpaden in de Vogezen, Jura en de Alpen.
Afspraak was van om tegen 10 uur in Genk de wandeling te kunnen starten. Het weer zat goed, dus de fiets op en naar de statie van Beveren. Lap ! M'n trein naar Berchem was defect en reed bijgevolg niet. De aansluiting in Berchem met de trein naar Genk en waarmee ik Greet zou treffen in Zichem zou ik niet meer halen. Met een latere trein, deze naar Diest, zou het misschien nog lukken. Daarin had ik deze keer chance en daar in Diest trof ik m'n wandelmaat Greet aan. Een oudere dame met reiskoffers trof minder geluk. In Berchem zou ze een trein naar Turnhout missen. Daar in Turnhout wachtte een autocar voor een 14 daagse trip door Duitsland. Hopelijk had de buschauffeur wat geduld ... zoniet bye bye aan de mooie busrit door de Eifel. Dat je bij onze vervoersmaatschappij NMBS meer moet rekenen op geluk dan op stipte treinen is wel voer om je naar de klaagmuur te begeven. Maar goed, klagen helpt je ook geen zier vooruit, integendeel want vrolijk word je er niet van !
Iets rond den 10'en stapten we uit in Genk. Een hele reis ... bijna 3 uur onderweg ! Met 16°C in het vooruitzicht zou het prima wandeltemperatuur worden. Al vlug waren we op stap. Niet voor lang want een koffieke zou de start wat veraangenamen en iets voorbij het station duikelden we binnen bij de naar het schijnt populaire lunchbar 'Mijn zus en ik'. Na het bakje troost konden we vertrekken. We kozen voor de 23 paaltjes. Na een klein kilometertje in zuidwaartse richting gelopen te hebben bereikten we de Melberg. Genk heeft een groots verleden in de mijnindustrie en dan zou je denken dat deze Melberg iets met de Genkse mijnactiviteit zou te maken hebben gehad. Nee, niks daar van ! De Melberg is een natuurlijke stuifduin die de overgang markeert van het 80 meter hoge en droge deel van het Kempisch Plateau naar het 20 meter lagere vochtige deel van de Demervallei. Dit mooie natuurgebied met bossen, duinen, open vlakten en heide nodigt uit tot wandelen. Dat dit gebied zo dicht bij het stadscentrum van Gent ligt is voor wandelfanaten mooi meegenomen. Voor de herboristen herbergt deze berg een curiosum namelijk de jeneverbesstruik. Dat is naar het schijnt vrij uitzonderlijk in onze contreien.
Na die Melberg konden we 'De Maten' aansnijden. Deze Maten behoren tot de oudste natuurgebieden in Vlaanderen. Ontelbare wandelpaden vind je er terug op voorwaarde natuurlijk dat je niet verloren loopt in dit immens natuurgebied. Maar liefst 536 hectare aan bos, heide en wetlands. Een groot deel van het gebied wordt ingenomen door verschillende vijvers, 'De Wijers' genaamd. De Homeleswijer kwamen we eerst tegen. Wuivende rietkragen langs de oevers, het is een mooi zicht. Futen en eenden en ander waterwild vinden er voorwaar een uitgelezen biotoop. Na die Homeleswijer kwam het Holeven aan de beurt om vervolgens tussendoor de Bovenste Schreurswijer en Middelste Schreurswijer verder te laveren naar de Grote Huiskenswijer en de Rockxwijer. Pfft, allemaal klinkende benamingen en zo waren er nog meerdere. Aan de Augustijnerwijer gekomen werd het tijd om te picknicken. Een picknicktafel was er niet te bespeuren dus werd het een picknick 'paillasse par terre' aan de rand van een wandelpaadje. Met paaseieren begot ! Na het passeren van die poelen en vijvers belandden we uiteindelijk aan het Albertkanaal. Van de wandelwegen in deze 'De Maten' onthou ik dat ze veel gelijkenis vertoonden met de brandgangen in de Landes met dit verschil dat er hier geen naaldbomen aan te pas komen maar heide en lage begroeiing. Vooral dat ook daar de wandelpaden afgezoomd waren met een rasterafspanning en dat maakt de gelijkenis hier in het heidegebied erg treffend.
Het jaagpad aan het Albertkanaal volgden we een goeie kilometer om daarna noordwaarts naar het provinciaal domein Bokrijk af te buigen. Aan de Hasseltweg gekomen vonden we het hoog tijd om de dorst te lessen. Trobianni's Place leek ons geschikt om hieraan tegemoet te komen. Een ondergrondse of bovengrondse kompel, refererend naar het mijnwerkersmidden vond ik helemaal niet misplaatst voor de benaming van een goeie pint in een Limburgse Brasserie. Het werden er bijgevolg 2 waarna we opstapten. Verder door zaten we middenin het Provinciaal Domein Bokrijk. Ook hier prachtige natuur en uitgelezen wandelpaden. Nog iets verder kwamen de Borghvijvers in zicht, een laatste brok natuur. De wijk Heksenberg kwam er aan waarna we finaal het natuurgebied verlieten, de brug aan het Albertkanaal overstaken om zo de stadrand van Hasselt te bereiken. Nu zou het een stukje stadswandeling worden zie ! Hasselt en haar omgeving is een zeer aangename stad om te verkennen. Winkelstraten waar auto's geweerd worden dragen daar veel toe bij. Geen last van druk verkeer, allemaal mooie winkelpanden en huizen, propere straten en pleinen, verzorgde plantsoenen en parken, kortom je waant je er in een modelstad. Volgens mij moeten de mensen daar die zich ontfermen over de ruimtelijke ordening de kunst verstaan om deze naar een zeer hoog niveau te brengen. Het was jammer dat het zo laat werd want alhoewel helemaal niet gepland, een bezoekje aan de Japanse Tuin daar in Hasselt kon er niet meer af. Dan maar naar de statie gepikkeld. Er restte nog wat tijd om een frietje te steken vooraleer de terugreis kon beginnen. Een trein naar huis was er niet wegens hier of daar werken aan het spoor. Met een door de NMBS gecharterde bus reden we naar het station van Kiewit waar we de trein huiswaarts konden nemen. In Diest nam ik afscheid van Greet ... Berchem overstappen ... Beveren eindhalte en tot slot met de velo naar huis. Nog een kleine beschouwing : Een prachtige dag werd het. De wandeling door 'De Maten' wil ik nog wel eens overdoen, zo mooi dat ik het daar vond. Verder wil ik zonder blozen ook nog kwijt dat het gezelschap van een toffe stapmaat de wandelervaring naar een hoger peil brengt. Ongetwijfeld ! Txs Greet voor de fijne uitstap. Naar een volgend toerke dan maar weer. Dat ligt al klaar.
Fiets, waterbus en bottienen zouden de transportmiddelen worden om op vrijdag 10 april een wandeling in de Waaslandpolders tot een goed einde te brengen. Afspraak was om de waterbus van 10u richting Noord te nemen. Alle 4 waren we op de afspraak, den Hugo, de Ronny, den Yzzy en ikzelf. De Ronny had den Yzzy zijn halsband voorzien van een bel. Een kwestie van te horen wanneer beestjelief niet aangelijnd zijnde zinnens zou zijn om het hazenpad te kiezen. Die bel zorgde wel voor wat animositeit met de andere passagiers aan boord. Met de waterbus zouden we naar het Scheldedok van Demé in Zwijndrecht varen en vandaaruit een wandelingetje doen via het polderdorp Kallo naar het Fort Liefkenshoek. Een kleurrijke mix van verborgen natuurpareltjes in schril contrast met de omgeving die eigen is aan een havengebied. Kranen, industrieterreinen en fabrieken, gastanks, chemische plants, schepen, hoogspanningspylonen en ga zo nog maar even door.
Met de waterbus zouden we vanuit Fort Liefkenshoek terugkeren. Helaas was het een pechdag. Een olievlek ontstaan in het Deurganckdok gooide stokken in het vaarwater. Tijdens een bunkeroperatie vroeg in de morgen in het dok liep het fout. De vervuiling verspreidde zich verder richting Schelde waardoor de waterbus niet voorbij het Deurganckdok kon varen en daardoor niet kon aanmeren aan de aanlegsteigers van Fort Liefkenshoek en Lillo. Het moet een kostelijke grap geweest zijn. 21 uitgaande, 24 inkomende en 3 verhalende zeeschepen werden geïmpacteerd. Het opruimwerk aan het Scheldewateroppervlak, de oevers en scheepsrompen door de brandweer zal ook wel een prijskaartje gehad hebben. Soit, het wandelen zou onderwerp van improviseren worden. Om 11 uur wandelden we al richting Fort Saint Marie, een voormalige marinekazerne. Ik herinner me een vorig bezoek waarbij de verlaten kazerne onderdak verschafte aan een contingent vluchtelingen. Een poging om door het bosschage van Fort Sint Marie de kazerne te bereiken mislukte maar leverde wel een mooi stukje natuur op. Die ontwaakt uit haar winterslaap. Veel bomen en struiken dragen al blad zoniet staan ze al stevig in de knop.
Geen doorgang betekent rechtsomkeer en iets verderop negeerden we niet moedwillig maar eerder onopgemerkt een verbodsbord aan de ingang van de kazerne. Waarschijnlijk werden we al door cameras opgemerkt want toen we de ingangspoort naderden werden we door inmiddels toegesnelde security patsers luidkeels teruggefloten. Respectvol kunnen communiceren behoort nu éénmaal niet tot de primaire vaardigheden die nodig zijn voor deze job. Dat het terrein rond de kazerne nu niet meer toegankelijk is zal waarschijnlijk de toekomstige heringebruikname tot reden hebben. We wandelden dan maar verder in de richting van de Bazeput. Daar waar de Watergang van Kallo in de Bazeput uitmondt hielden we ons schaft op een bankje. Een erg rustig plekje ... en den Yzzy was ineens verdwenen. Zelfs de bel liet verstek gaan. Blijkbaar had hij genoeg van de toegeworpen brokjes foccacia met spek en eieren en koos hij voor een solotripje. Dus die bel deugde volgens mij niet op het moment. Yzzy was opeens nergens meer te bespeuren. Zijn laatste verschijning was aan de waterkant van die Bazeput. Enigszins benieuwd waar ze uithing was de verwondering des te groter toen ze in de verte kwam aangehold. Nu was het wel die bel die haar komst verried en konden we verder. We staken het bruggetje over aan de Watergang en daar liep het opnieuw mis met den Yzzy. Die struikelde over haar eigen pootjes en duikelde de Watergang in. Het kostte haar wel enige moeite met geploeter om door het oevergewas op het droge te geraken. Goed uitschudden en verder maar.
Daar waar de Watergang in de bazeput stroomt stopt ook de Melkader. Beide doodlopende parallelle waterpartijen lopen tot in Kallodorp. Iets verderop splitsen ze op en lopen dood. De Melkader aan de R2, de ander aan de spoorweg. We wandelden op de kade verder in een grote boog rond het golfterrein van Beveren. Een regeltje daar gebiedt dat hondenbezitters hun lijn niet langer dan 1,5 meter mag zijn. Regeltjes om de regeltjes en tegelijkertijd wordt er kilometers in het rond de natuur geteisterd door de industrie van de Waaslandhaven. 't Zal zo moeten zeker ? Aan de Kallosluis kozen we richting dorpskern Kallo. De Fabriekstraat zou ons daar naartoe leiden. Onderweg daar naartoe kwamen we een merkwaardig gedenkteken tegen. Een boerke met melkstopen en onderaan zijn pied de stalleke een grote tang. Den Hugo kon die tang even niet thuisbrengen, keek ernaar met een scheef oog, en knikte instemmend na mijn suggestie dat het een bietentang was. Het moet de voorbijganger er aan herinneringen dat Kallo een verleden heeft in de suikerindustrie. Wie graag weet hoe de inwoners van Kallo aan hun scheldnaam 'De Bietkoppen' kwamen : Polderblues - Kallo - suikerfabriek.html ... de website waarnaar deze link verwijst legt het haarfijn uit.
Over Calloo bestond er in de 12de eeuw al berichtgeving met melding van een dorp in het Land van Waas. In 1316 werd Calloo platgebrand op bevel van Willem III van Holland en daarna onder water gezet. Het Fort van Liefkenshoek, ons eigenlijke wandeldoel, werd in 1582 gebouwd om zich te beschermen tegen 'Den Spanjool'. Echter in 1583 beval de Hertog van Parma opnieuw een onderwaterzetting. Die duurde 70 dagen waarna de Spanjaarden het Fort veroverden. In 1584 tijdens het beleg van Antwerpen liet Alexander Farnese, zoonlief van de Hertogin van Parma, de landvoogdes der Nederlanden, een 800 meter lange schipbrug over de Schelde bouwen. Door deze blokkade viel de Koekestad op 15 augustus in Spaanse handen. Ook de inmiddels verdwenen Parmavaart werd door deze blauwbloedige knakker aangelegd. De huidige Melkader maakt er nu nog deel van uit. Dit even terzijde.
De paadjes naast die Melkader waren verrassend aangenaam om te verkennen. Je zou je niet in een industriegebied gewaand hebben. Rondomrond goed voor een kleine 3 km aan mooi wandelpad. Eens terug in de Fabriekstraat lonkte café 'de Poldervriend'. Volgens zoonlief een kroeg die continue gefrekwenteerd wordt door de dokwerkers. 1 Bevers tripeltje smaakte naar nog zodat er nog een 2de naar binnen werd gegoten. De bel van den Yzzy zorgde nu wel voor de nodige hilariteit bij de kroegkalandizie. Telkenmale zij haar pels schudde, nog jeuk vanwege die waterplons vermoed ik, werd in de kroeg ervan uitgegaan dat er een tournée génerale op komst was. Leg dat nu maar eens uit aan een dokwerker ! Op de terugweg naar de Waterbus passeerden we nog café 'het Polderzicht'. Deze keer een bruine kroeg pur sang en volgens mij ééntje die gouden tijden tegemoet gaat. Dit gezien de plannen van defensie om de marinekazerne in Fort St. Marie, enkele honderden meters verderop, terug operationeel te maken. Gezellig interieur met muren die proppendevol prullaria hangen en opschriften met Kung Fu spreuken die de kijk op het leven vanuit een andere optiek benadert. Een stamgast vol tattoos aan de toog, een andere klant met een aangelijnde Engelse Bulldog eveneens op een barkruk gezeten. Geen gewone bulldog naar verluidt zijn uitleg maar een English Bulldog Old School. Volgens mij kwam dat beest rechtstreeks uit een tekenfilm van Tom en Jerry. Je weet wel zo een bullebakbeest met een kluif ter grootte van een halve koe. Braaf beest weliswaar en voorzichtiggewijs maatjes met den Yzzy. De leefwereld in die kroeg, kort geschetst deze van fantasten en toogfilosofen. De Ronny had al direct wat klap met de cafébazin gezien hun gezamelijke interesse voor blaffende viervoeters. Een vriendelijke dame.
Het werd stilaan tijd om op te kramen en via de Scheldedijk stapten we terug naar de Waterbus. Die kwam er juist aan zie ! Eens aan boord leek het mij dat de deckboy die de kaartjes controleerde niet overliep van arbeidsvreugde. Den Hugo had wat honger, pakte een boterhammeke uit z'n rugzak en dat zinde deze stoere zoetwatermatroos niet. De manier waarop hij den Hugo daarover aansprak getuigde niet van tact ten opzichte van de klant/reiziger. Maar goed .... Een klein uurtje waterbusvaren en ik stond al terug in Kruibeke, samen met den Hugo. Van daar terug de vélo op en naar huis. De Ronny vaarde nog een halteke verder tot in Hemiksem. Dit mag een mooie dag genoemd worden. Een tegenvaller wat betreft die olievlek maar we mogen spreken van een meevaller kwa wandelweg. Noodgedwongen werden we immers verplicht om paadjes op te zoeken die we nooit verkend zouden hebben. Ainsi soit-il ! Tot een volgende dan maar !
Het heeft weer enkele dagen geduurd vooraleer ik m'n blog kon noteren. Hoe meer ik geconfronteerd zou moeten worden met 'weldaad en rust' die normaliter eigen aan de pensioenleeftijd en de grijze haren worden veronderstelt, hoe meer ik word ingespannen voor kroost en gezin. Eén van de laatste ontwikkelingen in deze queeste is de opvang van schoon- en onlangs geboren kleindochter Rosalieke totdat zoonlief zijn huis is afgewerkt. Nu, dat gebeurt met alle plezier maar het knabbelt wel aan de voorstelling die mensen hebben van de zee aan vrije tijd die je hebt wanneer je op pensioen bent. Het bijhouden van m'n wandelavonturen in m'n blog zal bijgevolg moeten gebeuren tussen de soep en de patatten. Ik zal opletten voor de vlekken.
Verleden week donderdag kon ik me warm maken voor een wandelingetje in de Lierse contreien met de Ronny en den Yzzy. De Pallieterstad is een dankbare plek om te toeven. Niet voor niets wordt het Lierke Plezierke genoemd waarmee wordt verwezen naar de warme en gezellige sfeer die je er aantreft. Uitgaande van een bestaande stadsvestenwandeling breide ik nog een staartje aan deze lus om zo via de oevers van de Kleine Nete naar Duffel te stappen. Rond 10 uur stapten we af in Lier Statie. De Ronny opnieuw zo fier als een gieter dat hij de kaartjesknipper had kunnen verschalken door den Yzzy als zwartrijder mee te laten sporen. Maar 't kan verkeren zei Bredero al eeuwen geleden, deze uitspraak hanterend als levensmotto. Wacht nog even.
Daar in Lier was het al prachtig weer en al vlug werd de trui uitgespeeld en werden de hemdsmouwen opgerold. Het traditionele kommeke koffie sloegen we over, dat hadden we al in de statie van Berchem binnengekieperd en hopsasa 'on the road again'. Na een paar honderden meters staken we de Binnennete over en volgden de oever. Kleine Nete, Grote Nete, Netekanaal en Binnennete het is me allemaal niet zo duidelijk. Ik ga het bij de Nete houden. De Netevallei waarin al dit watergeweld verzameld wordt en waarin ik m'n trip had uitgestippeld werd door onze Grote Schrijver Felix Timmermans beschreven als een levendig, idyllisch en een zo goed als Goddelijk Natuurparadijs. Het is het plekje waar zijn geestekind 'Pallieter' zijn levenslust en verbondenheid met de aarde vierde. Eigenaardig genoeg ervaar ik eenzelfde gevoel met daar te wandelen. Misschien komt het wel door het feit dat ik het boek 'Pallieter' meermaals van voor naar achter en van achter naar voor heb uitgelezen en er veel inspiratie bij heb opgedaan.
En zo belandden we in het prachtige provinciaal groendomein en natuurgebied 'Het Neteland'. Deze groene parel strekt zich uit over een smalle strook oevergebied van Lier tot in Duffel. We wandelden het Holder de Polder speelbos voorbij en hielden halt bij een picknicktafeltje aan het PIME, afkorting voor Provinciaal Instituut voor Milieu Educatie. De werking is voornamelijk gericht op scholen en biedt leerkrachten de mogelijkheden om met hun klas de natuur te verkennen. Met duurzaamheid, natuur, klimaat en milieu als thema is het de bedoeling om hun leerlingen bewust te maken van de problematieken errond en hen tot positieve actie uit te dagen. Toen we er onze bokes binnenspeelden stormde er juist een horde 10-jarigen met hun juffrouw het buitenterrein op. Ik stel me vragen bij de kwaliteit en incasseringsvermogen van het menselijk zenuwstelsel van zo'n meester of juffrouw. Deze klasjuffrouw, met nog een tiental jaren te doen tot haar pensioen, had zo een 22 snotters onder haar hoede. Ze moest ogen op haar rug hebben. De energie en het lawaai waarmee hun stormloop naar buiten gepaard ging overtrof zelfs de Ronny zijn bevattingsvermogen. Vechten, lopen, verstopperke spelen met het nodige lawaai erbij ... soit, mij stoorde het niet maar de Ronny zou het risico lopen van in een neurotische stemming te belanden.
Na het schof stapten we verder langs de Nete richting Duffel. Hier en daar verlieten we het pad om een stukje groen van het provinciedomein mee te pikken. Mooi, deze trip bood onververwachte schoonheid. In Duffel keerden we over Netebrug terug richting Lier. We volgden het stroomgebied van de Itterbeek dat vlak naast een waterwinningsgebied parallel aan de Nete ligt. Opnieuw prachtige natuur en volop vitamienen D van 't zonneke. Nu volgden we het Netekanaal tot aan de Waversesteenweg. Afgaande op de kerktorens kwam Lier daarbij terug in zicht. Met de oversteek van de R16, de ring rond Lier en de bruggen over zowel de Nete als de Binnennete, reken daarbij nog de doorsteek van het stadspark van Lier en alzo wandelend belandden we in de Schapenkoppenstraat. Ik veronderstel dat deze straat refereerde aan de bijnaam voor de Lierenaren zijnde 'Schapekoppen'. Deze bijnaam stamt uit een 14de-eeuwse legende. Als dank voor bewezen diensten in de strijd tegen Mechelen bood de Hertog van Brabant Jan II de Lierenaars een keuze aan. Ofwel mochten ze kiezen voor een universiteit, zoniet een veemarkt die hun het stapelrecht op vee zou verlenen. Ze kozen voor de veemarkt waarna de Hertog hen smalend 'Schapenkoppen' noemde. Het was Leuven die de universiteitsstad werd. Die veemarkt zorgde voor welvaart waardoor Lier zich van een bloeiende toekomst verzekerd zag.
"Daar zie", de Ronny maakte me opmerkzaam op een Mariabeeldje .. "Marie met de natte voeten !". Op een staakje stond er een Mariapostuurke in het water tegen de oever aan daar waar de Binnennete de overkant van de Schapenkoppenstraat uitmaakte. Geen idee wat de bedoeling was om de Heilige Maagd daar neer te poten. Misschien een visser die daar een wonderbaarlijke visvangst meemaakte en van oordeel was dat Ons Lieve Vrouwke daar voor iets tussenzat ? De zon scheen volop op de terrassen daar. Te uitnodigend om café 'Zuster Agnes' voorbij te lopen. Je raadt het, een tripel Sint Gummarus liet zich daar zonder problemen naar binnen glijden. Het werden er 2 ! Na dat zonnebad op het terras van Zuster Agnes zakten we via een ommetje langs de wereldvermaarde Zimmertoren af naar de statie. Ook daar op het plein aan de Zimmer zaten de terrassen bomvol. Hoe aangenaam is het niet om daar in Lierke Plezierke de sfeer op te snuiven van op een terraske ? Echt een heel tof stadje !
Aan het station aangekomen hadden we vrijwel onmiddelijk een trein naar Berchem waar we beiden een overstap hadden . De Ronny naar Hemiksem, ik richting St. Niklaas. Opnieuw was het een uitdaging voor de Ronny om den Yzzy als zwartrijder weg te moffelen onder de zitbank. Het was hem wonderwel gelukt op het trajectje naar Berchem. Niet de eerste keer dus maar naar Hemiksem liep het fout 😊. De kaartjesknipster vroeg op zakelijke manier naar den Yzzy z'n vervoerbewijs. Dat kon de Ronny dus niet tonen en weer kwam hij er mee weg om geen boete te moeten betalen. Zijn uitleg was dat in de heenrit er zoveel volk op de trein zat met reuzereiskoffers, groter dan zijn hond, waar niet voor betaald moest worden. Bovendien werd er vanwege de bomvolle toestand met reizigers en de her en der neergeplaveide koffers en vouwfietsen tot 2 keer op den Yzzy z'n pootjes getrapt. Reden te meer om den Yzzy te laten zwartrijden. De kaartjesknipster toonde zich begripvol maar een volgende keer heeft hij prijs en zal hij kunnen dokken 😅. 't Kan inderdaad verkeren zei den Bredero !
Ik ga afsluiten. Het werd simpelweg een mooie dag. Nu is het uitkijken naar een volgend wandeluitstap. Tot dan maar weer !