vrijdag 26 november 2021

Sprokkels en het Grafelijk Domein Bornem

Zo, wat een gedoe toch met al die Coronaperikelen ! Dat geklooi met halfgare regels, de zich opstapelende onzekerheden en de momentele 'hopelijk tijdelijke' uitzichtloosheid ondergroef, of is het ondergraafde,  bij mij het vertrouwen in zowel het beleid als de nabije toekomst. Al een heel poosje trouwens en stilletjesaan begon het pad der berusting zich te effenen. Fout want het gaf me tegelijkertijd de bedenking om af te beginnen wegen of ik geen slachtoffer ben geworden van het 'grotsyndroom'. Maw, geen goesting meer hebben om terug je sociale bezigheden van weleer op te nemen.  Opletten in dit geval want er wordt met vuur gespeeld wanneer je je in lethargie laat meeglijden. Ingrijpen dus !  Bij enkele losse korte wandelingetjes begon ik over deze hersenspinsels spontaan een boom op te zetten.  Het stemde me positief dat er een beetje inzicht voor me kwam in deze problematiek. Het probleem herkennen en erkennen betekent dat je reeds halverwege tot een oplossing bent gekomen voor je probleem. 

Ik heb dus niet stilgezeten. Beetje terughoudend, dat wel, om hier iets te posten maar onzen Hugo lanceerde deze week een oproep naar de stapmaten om nog eens samen de benen te strekken. Mooie zet waaraan zowel ik als de Ronny gehoor gaven. Ik verhaal hierover later voort. Even tussendoor dan : Er ontbrak een trouwe stapgezel. De Catsjoe was er niet bij en zal er niet meer bij zijn. Het beestje zit op een gezegende hondenleeftijd en trekt het niet zo goed meer om er nog grote wandelingen mee te maken. Onze maat heeft er veel hartzeer van. Gelukkig kan hij met zijn onlangs aangeschafte zigeunerkar, lees mobilhome, zijn beest nog een mooie levensherfst bezorgen. Soit, het levensverhaal van de Catsjoe loopt geenszins parallel aan het lot dat vele huisdieren is beschoren. Zoals zij werd bejegend kwa aandacht en verzorging kan men moeilijk van een hondenleven gewagen.


Er is genoeg gezeverd nu. Life must go on ! Een paar nachtwandelingen met de Staf, mijn kleinzoontje, valt er om te beginnen al te vermelden. In het donker zaten we de spoken achterna op het fort van Haasdonk. Spannend, dat wel. Daarna nog enkele solowandelingetjes op goed geluk af hier rond de kerk. Er bleken nog enkele trage wegen onverkend te zijn. Dan weer een culinaire uitspatting met de scoutsvrienden (die zijn er ook nog) ttz, de handen uitsteken bij een mosselsouper. Dit was ook weeral lang geleden dat we mekaar ontmoet hebben. Verder nog modder- en slijkwandelingen in de plassen met Stafke, nog een wandeling in de Lommelse Sahara, een avonturenraid in de Vossemeren en ik vergeet er nog op te noemen .... Dat grotsyndroom mag en zal geen kans krijgen. Er was en er is hieromtrent nog wel wat werk aan de winkel. 

En dan vandaag ... Den Hugo lanceerde dus eerder op de week die uitnodiging tot een toerke.  Lang moest ik er niet over nadenken om gevolg te geven aan dit prima initiatief. Tja, het grotsyndroom ondergaande, zou ik een uitvlucht hebben moeten bedenken om dit te moeten afwijzen. Niet dus ... en ik spreek voor mezelf : Er zijn meer redenen aan te voeren om je aan iets te onttrekken dan er redenen zijn om je voor 'iets' te engageren of in te zetten. 

Afspraak vandaag was om 10u aan het Sas Pedro Coloma in Bornem. Voor den Hugo een 10-tal minuutjes stappen van huis uit. Ik en de Ronny met den auto daar naartoe en om 10 uur stakken we van wal. Over dit sas wil ik het volgende kwijt (gepikt op wikipedia) :  Het Sas op de Oude Schelde is het oudste waterbouwkundig kunstwerk in ons land. Het werd in 1592 gebouwd tussen de nieuwe loop van de Schelde en de Oude Schelde. Pedro Coloma, toenmalig Spaans landsheer, liet de sluis bouwen om de Oude Schelde terug toegankelijk te maken voor schepen tot in Bornem-centrrum. Beurtschippers konden aanmeren aan de kaai in de Rijkenhoek en dit betekende een economische en culturele heropbloei. Tot 1950 werd hout uit Bornem over de Oude Schelde via het sas naar de scheepswerf van Temse vervoerd en van de steenbakkerijen uit de Rupelstreek werden dan weer steenschepen via het sas naar de kaai van Bornem getrokken. In 1961 raakte het sas in onbruik omdat twee stellen sasdeuren bij giertij werden vernietigd en omdat er een vaste dijk werd gebouwd. Meer info over dit sas : Sas op de Oude Schelde 

En rond die oude Schelde speelde ons toerke zich af. Een kleine, heel kleine 20 paaltjes. Heel het gebied, inclusief de oude Scheldearm wordt gedomineerd door de landerijen van Graaf John II van Marnix van St. Aldegonde. Een prachtig kasteel waakt in plechtmatige stilte over het immense gebied. Het is een beetje dubbel voor mij. Enerzijds stel ik in vraag of het ethisch nog verantwoord is dat iemand zoveel ruimte in eigendom kan hebben. Anderzijds is het dan weer goed dat een groot gebied behoed wordt voor allerlei bouwprojecten. Heel het reilen en zeilen omtrent het beheer en onderhoud van zowel Kasteel  als de grafelijke domeinen moet een immens fortuin kosten. Uit alle vaatjes wordt er dan ook getapt om dit te kunnen blijven bekostigen. Het kasteel kan bezichtigd worden met een gids. Kassa kassa, 10€ per man en 60€ voor de gids. Tijdens onze wandeling werd er ook duchtig gejaagd op de voor het publiek niet toegankelijke graaflijke gronden. Er werd daar vrolijk op los geknald en dat zal die jagers ook wel enige duiten gekost hebben. Op de 17km lange lus rondomrond de Oude Scheldearmen staan er dan weer vissers-chaletjes neergepoot. Volgens de Ronny, zijn zoon beschikt over zo een chaletje, bedraagt de huursom van het terrein op jaarbasis tussen de 500 en 1500€. Reken maar uit ! Ik schat dat er daar zo een 200 staan. Geld moet rollen ! 

Maar ik laat de met blauw bloed behepte Graaf John II de Marnix, de kasteelheer, even aan het woord. Die mens heeft het recht om hier ook een woordeke te placeren : Mijn voorouders beschouwden het domein van Bornem als een historisch monument, een waardevol geheel dat hen door erfenis was toevertrouwd en met de plicht het intact en verrijkt met een persoonlijke inbreng door te geven aan het nageslacht. Moge die familiale traditie ook in de toekomst worden nageleefd, opdat dit unieke Belgische patrimonium zou overleven. 
De tijden zijn ondertussen veranderd. Enkele eeuwen geleden kon je nog opgeknoopt worden wanneer je een konijntje stroopte op de graaf zijn territorium.   

De wandeling verliep rustig langs de voor het publiek opengestelde paden van het domein. De natuur in haar prachtige herfstkleuren zorgden voor een mooi decor. Het weer, dat kon beter want de paraplu moest af en toe bovengehaald worden. Het stoorde echter helemaal niet. En hetgeen ik op de solowandelingetjes zo gemist had kwam eindelijk nog eens aan bod : Een trappistje op een terras met de stapmaten. Etablissement 'De Zandstuiver' in Weert had geen bezwaar dat we onze bokes zouden opeten op haar met parasols overdekte terras. Het was juist op tijd dat we daar aankwamen want het begon iets feller te regenen. 3 Orvals please  ... en na een klein halfuurke ... another 3 Orvals please ! Volgens den Hugo het beste biertje ter wereld. Ze smaakten voortreffelijk !

Onlosmakelijk onderdeel van de wandelingetjes met de stapmaten is met stip de onderlinge communicatie. Het intellectueel niveau van deze babbels heeft een wisselend karakter. Gaande van het verkondigen van wereldverbeterende ideeën over naar perikelen betreffende kroost en gezin tot regelrechte onzin. Bij dat laatste wordt er uiteraard een beet lachen geschept. Plezant ! Humor is the sunshine of the mind en volgens de schrijfster Madelijn Strick 1 van de 4 peilers van het universum.  De 3 andere zou ze naar het schijnt vergeten zijn 😄😄😄. Ik wil maar even meegeven dat ik een erg aangename dag had. Dit heb ik toch wel een tijdje gemist. 

Rond 15u was het school daar in Bornem uit. Het was goed geweest. Den Hugo nodigde ons nog uit om even bij hem thuis binnen te wippen waarop we met dank ingingen. Met nog een heilsdronk en een pralinneke op de vriendschap werd de stapdag afgesloten. Prachtig weeral ! Laten we met deze toast vooral hopen dat in de toekomst onze gezamenlijke uitstapjes niet te veel bezwaard worden door die ellendige coronazever.


vrijdag 29 oktober 2021

Hsd - Beveren - Lokeren - Hsd

 


Ochtendstond heeft goud in de mond wordt beweerd. Tarara ! Je nog eens een paar keer kunnen omdraaien in het echtelijk ledikant alvorens je je lijf in een verticale positie manoeuvreert valt eveneens naar waarde te schatten. Dit terzijde om te zeggen dat ik op de kerktorenklok 5u22 kon noteren terwijl ik onderweg was naar het station van Beveren Waas. 6u28 dan weer zat ik op de trein naar Lokeren. Van daaruit zou ik terug naar huis trippelen. 30 paaltjes in totaal. Een overijverige treinbegeleider wilde me met plezier een retourkaartje bezorgen maar ik bedankte hem met de boodschap dat ik wel te voet zou terugkeren. Hij trok maar een bedenkelijk snuit.

Eens de statie uit richtte ik me naar de Durmekaaien om vervolgens  Het Verloren Bos in te duikelen, te beginnen bij het natuurleerpad. Dit pad dat door het Verloren Bos en de Buylaers, een moerasgebied, loopt is 2 km lang. Het begint aan het toegangshek en omvat 16 haltes met educatieve informatie. Tot aan het kasteel, één van die haltes,  kon ik nog vertrouwen op de parklantaarns en toen werd het pikkedonker. Ik stopte er even om in het schijnsel van de kelderverdiepingen  naar mijne lampedère te zoeken in mijne rugzak. Door de ramen zag ik keurig gedekte tafels staan. Een dame van het keukenpersoneel moet me gezien hebben want ze kwam naar buiten. Uit curiositeit veronderstel ik. Nadat ik haar uitlegde dat het mijn bedoeling was een wandelingetje te maken maande ze me aan om toch maar voorzichtig te zijn daar in den donkeren. Zelf zou ze er in de verste verte niet aan denken om door dat Verloren Bos te stappen. Daar het zo donker was heb ik niet veel van dat kasteel kunnen zien. Het werd gebouwd in 1899-1900. Tijdens de tweede wereldoorlog werd het bezet door den Duits. In 1978 werd het domein door de stad Lokeren aangekocht met het doel er een stadspark en jeugdvakantiecentrum op te richten.  Dit wordt nu beheerd door het centrum voor jeugdtoerisme. Er werd een bosbeheerplan opgemaakt, teneinde het moerasbos rondom het kasteel mooi te maken. Een bospad bewandelen in de volledige duisternis  is zo eens iets anders. Voorlopig zitten er hier in de geburen nog geen wolven dus er kan weinig gebeuren.

Na de Buylaers wandelde ik langs het kerkhof naar het Molsbroek. Nog steeds onder een donkere hemel, echter het ochtendgloren zou niet lang meer op zich laten wachten. Het kleurenspektakel dat zich dan in het zwerk aandient vind ik ronduit prachtig. En zeker wanneer er een heldere sterrennacht aan voorafgaat. Je wordt daar stilletjes van. Tot aan Waasmunster mocht ik van dat geëtaleerd kleurenpalet getuige zijn. Aangekomen in park Blauwendael zocht ik naar een bankje voor een boterhammetje te versieren. Er stonden er genoeg, lang moest ik dus niet zoeken. Vroege vogels die je voorbijwandelen terwijl ze hun hond uitlaten voor het matinale 'plasje en drolletje' bekijken je maar nieuwsgierig. Wat bezielt zo een éénzaat om zich daar in alle vroegte al op een bank neer te poten met een boterhammeke ? Dat hoor je ze denken. Nog een fotootje van het kasteel Blauwendael en ik was weer pleite. Een niet zo interessant stuk van een kilometer of 8 volgde nu langs de baan door Waasmunster tot aan het E17 klaverblad in St. Niklaas. Stappen maar, verstand op nul en blik op oneindig totdat het storende geraas van het verkeer rond dat klaverblad begint door te dringen en roet in je ondertussen leeggemaakte hersenpan strooit. Het is het geluid van een opgejaagde maatschappij. Niet enkel het lawaai is voor mij een kenmerk, ook de agressieve rijstijl van meer en meer individualisten wordt regel in het verkeersbeeld. Hoffelijkheid heeft plaats moeten ruimen voor de redenering dat je je plaats in het verkeer moet opeisen.  Ik denk dat ze het nu zo aanleren in de rijscholen. Jan, opletten want je wordt zo een maatschappij-criticaster !

Aan het industriepark West gingen de oordopjes in om met een zacht muziekje aan dat lawaai te ontsnappen. Beetje panfluit in de oren blazen is daar de perfecte remedie toe. De kilometers die nog restten waren zo gelopen. Temse Vel door en nog een ommetje langs het Fort van Haasdonk rondden het tripje af. Het volstond voor mij. En, ik heb nog prachtig weer op de valreep kunnen versieren. Volgens de weerberichten zouden de hemelsluizen in de namiddag weer opengezet worden. Helaas, de regendagen zullen weer voor een hele poos in de aanbieding staan. Maar we zien wel 😉

zondag 17 oktober 2021

Het Oostende - Bruggekanaal.


Een gaatje in m'n agenda, zeg maar gat, liet het toe om aan deze zaterdag een wandelbestemming te geven. Enerzijds zou mijn keuze bepaald worden door het voornemen om ooit een bescheiden biografie na te laten voor het nageslacht en anderzijds was er een beetje nood aan wat wandelmeditatie.
Wat mijn biografie betreft zijn Brugge en Oostende 2 steden die in m'n leven toch mijlpalen markeerden. Brugge, de stad waar ik in opleiding was voor mijn dienstplicht en Oostende waar ik tot slot het vaderland diende op de M928 Stavelot, een kustmijnenveger. 
Wat betreft de meditatie dan : De punten 1, 4, 8 en 10 van de wandelmeditatietips leverden geen probleem. Als mantra koos ik voor de aansporingsgedachte die me er moet aan herinneren om de geest te ontspannen ... ttz : Zware denkconstructies onmiddelijk kortsluiten.  Een geschikte lokatie om deze 2 criteria met elkaar te verzoenen viel er enkel nog te zoeken. Een lokatie waar ik deze mantra ongestoord met de voeten kon uitzingen. Hallelujah, kilometers lang dezelfde kadans kunnen aanhouden, je kop in de wind leegmaken en een frisse neus halen ! De juiste keuze voor een wandellocatie viel in mijn schoot : Het kanaal Oostende - Brugge. Benieuwd naar deze tips ? : Tips voor Wandelmeditatie

Ik was erop gebrand om een vroege trein te nemen om de beelden van het aanbreken van de dag niet te missen.  Er werd voortreffelijk weer voorspeld dienaangaande, weer met ochtendnevel en mist en weinig wind. Een uitgelezen recept om vanuit een treinraam het ochtendgloren gade te slaan. Prachtig om zien ! De weidelandschappen die baden in hun nevelslierten waarbij er hier en daar een eenzame boom opdoemt, tot aan de kruin verborgen achter een mistbank. In de 4 windhoeken van het hemelzwerk beginnen er kleuren te bewegen. Een vaag lichtschijnsel breekt door in het oosten en enkele tellen later duiken er in het zuiden onder het aanwakkerende schijnsel de contouren van immense wolkenmassa's op. Het westen, eerst nog pikdonker maar ook dan weer iets later lichten ook daar de eerste blauwe strepen op. Het weer belooft er iets moois van te maken vandaag ! Moest er nu nog een waaiertje van poollicht opduiken in het noorden dan zou het plaatje compleet zijn. Helaas, maar ook zonder deze illusie ben ik al tevreden.  

Iets na 8 uur begon ik aan m'n mantra. Vanuit de statie was het een beetje puzzelen om tot aan het kanaal te geraken. Een woud aan tramsporen maakt het voor de voetganger erg onduidelijk waar die lopen moet. Ook nieuwe delen stadsgebied werden her en der in havengebied herschapen en zijn ontoegankelijk voor 'onbevoegden' geworden. Na een goed halfuurtje bereikte ik dan het kanaal Brugge - Oostende. 
Deze eeuwenoude waterweg biedt je een 20km kwasi kaarsrecht jaagpad aan in een prachtige omgeving. Veel moeite kostte het me niet om daar een trackje bij uit te tekenen ... altijd maar rechtdoor !

Voor wie een beetje houdt van geschiedenis geef ik even dit mee : In Brugge is het kanaal via de Ringvaart verbonden met het kanaal Gent-Brugge, de Damse Vaart en het Boudewijnkanaal. Tussen Oudenburg en Oostende sluit het aan met het kanaal Plassendale-Nieuwpoort.  Tussen Brugge en Oostende loopt het kanaal voor een deel in de historische bedding van de Ieperlee. In 1166 werd een eerste kanalisatie uitgevoerd. Er waren echter problemen met overstromingen. In 1336-1339 werd het kanaal daarom bedijkt. Het kanaal was van groot belang voor de wolhandel met Engeland, en als scheepvaartverbinding tussen Brugge en Ieper. Van 1357-1387 werd het kanaal uitgediept en verbreed. Van 1413-1415 werden verdere werken uitgevoerd. Vanaf 1618 werd het kanaal vanaf Gent via Brugge tot Plassendale verder uitgegraven. In 1641 en 1664 werden opnieuw verdiepings- en verbredingswerken uitgevoerd en nu konden er oorlogsschepen tot 400 ton op varen. Van 1754-1768 werd het kanaal op gezag van landvoogd Karel van Lotharingen verder verbreed onder de naam Nieuwe Reviere. 



Tot daar wat historische context en stilaan dringt het tot je door dat je daar op een stukje vaderland loopt waar toch een rijke geschiedenis aan verbonden is. Ooit bespoelde de Noordzee stukken uit deze contreien. Toen Brugge nog via een zeearm, het Zwin genaamd, verbonden was met de Noordzee konden zeeschepen Brugge bereiken. Brugge kon toen uitgroeien tot het centrum van de wereldhandel maar de 'Verzanding van het Zwin'  stelde een einde aan deze status. 

De eerste kilometers naast dat kanaal was er van mediteren nog niet veel sprake. Tot in Oudenburg ontsierde de industrie de beide oevers van het kanaal. Vanaf Oudenburg en dit tot aan de stadsrand van Brugge werd het een prachtwandeling. Het rimpelloze wateroppervlak liet zich soms beroeren door enkele baantjestrekkende kajakkers. Ook honderden eenden  wiens rust langs de oever ik verstoorde, verkozen om er van onder te muizen en met een sprong vanop de oever kwam ook daardoor wat beroering in het sop. Eén enkel plezierjachtje heb ik gedurende de ganse wandeling gespot. Handelsvaart viel er niet te vermelden. Maar op 400m afstand loopt de spoorweg parallel met het kanaal en dat zorgt wel voor wat verstoring in het vlakke landschap. Dat valt ook te zeggen van de A10 die naast de spoorlijn loopt en tot in Jabbeke voor wat geluidsrumoer zorgt. Oortjes in en een zacht muziekje zorgen dan voor de remedie. Het jaagpad werd in 2009 vernieuwd. Boomwortels vervormden het bestaande pad en zorgden voor gevaarlijke toestanden voor fietsers. Nu is het een biljartlaken, netjes en de bomen die de oevers afboorden maken het geheel tot een mooi plaatje. Deze bomen staan door de overheersende westenwinden landinwaarts verbogen. Zalig stappen, af en toe een fotootje trekken maar ik vermoed dat deze handeling niet te rijmen valt met het begrip meditatie. Aan het Kwetshage - Paddegat botste ik op een knappe pichnickplaats. Mooi getimed, middag, ik kon schoven. Ondertussen was de wind wat aangewakkerd en kon het stof uit mijne kop geblazen worden. Met de wind trok ook de hemel helemaal open en het blauw leverde enkele mooie kiekjes op van de bomenrijen. Na 20 km kuieren bereikte ik de stadsrand. Ter hoogte van de gevangenis in St. Andries buigde het tracé af naar het station. Ik schrok van de omvang van dit complex. Dit Penitentiair Complex geldt als een van de grootste gevangenissen in België. Er is in theorie plaats voor 512 mannelijke en 114 vrouwelijke bajesklanten.

In Brugge was het vrij druk. Vele toeristen profiteerden van het mooie weer. Ik zocht Brouwerij de Halve Maan op voor een Brugse Zot te versieren. Heel het terras zat bomvol. Ik maakte er kennis met 4 Nederlanders. Ze zitten overal die mannen 😉!!! Een man en z'n 3 schoonzonen waren er hun mannenweekend aan het consumeren. Geruggensteund door een smakelijke Blonde Brugse werd de slaagkans op een fantastische uitstap dan ook gegarandeerd. Een bezoek aan de brouwerij stond op hun agenda maar helaas, er was iets fout gelopen met de data. Jammer maar een verrijkend en aangenaam gesprek met deze Noorderburen kwam hierdoor op gang. Mooi om je stapdag met een gezellig 'klapke' af te sluiten. Na het degusteren van enkele Brugse Zotten, ik werd het al lichtjes gewaar in mijn zojuist leeggemaakte kop, werd het tijd om op te krassen. Ik wenste bijgevolg dit gezelschap nog een fijn verblijf en een veilige thuiskomst. Zo, deze trip zat er weeral op. Mijne kop leeggeblazen en de batterij wat bijgeladen. Het was echt de moeite ! 

vrijdag 15 oktober 2021

Het Gestelpad in de Antwerpse Kempen.

Een uitstap is er verleden week niet van gekomen. Een fysiek ongemakje stak stokken in de wielen. Of beter gezegd : Tussen de stapbottienen. Ik verklaar me nader ... Enkele huizen verder hadden buurtbewoners hun dwergkonijntjes de vrijheid geschonken. Ik denk dat ze die beestjes beu waren. Het zijn geen manieren maar soit, het gevolg is dat die konijntjes nu vrijelijk rond fourageren in ons hofke en in dit van de geburen. In regen en wind huppelen ze ocharme nu rond op zoek naar eten en wat beschutting. De werelddierendag die verleden plaatsvond noopte tot enige actie mijnentwege. Ik kroop op zolder en haalde er een oud bureau af. Die kon ik gebruiken om te verbouwen naar een konijnenkot. Nog wat planken links en rechts bijeengesprokkeld om voor die pluchen knuffels een onderdak te fabriceren. Het kreeg vorm. Wanneer het regent zouden ze tenminste een droog onderkomen kunnen vinden. Met al dat getimmer was dat kot redelijk zwaar geworden. Bij het verplaatsen ervan hefte ik me een bult met als gevolg een verschot in de rug. En dit had op haar beurt dan weer een volledige immobiliteit tot gevolg. Heel mijn lijf deed zeer bij de minste beweging die ik maakte. Gisteren was het leed nog wel voelbaar maar draaglijk en bijgevolg viel het er op te wagen om een toerke te stappen. Bovendien orakelen medische bronnen om bij een lumbago zoveel mogelijk te bewegen. Op stap dus. Deze keer nog eens met den Hugo en de Marc. Dat was weer even geleden !

Om 8u30 staken we van wal in Berlaar Statie. Van hieruit had ik een weg heen en terug uitgestippeld naar het Gestelpad. Dit Gestelpad had ik gepikt op de één of andere wandelsite, ik denk RouteYou. Het leek me de verkenning waard. Na enkele stappen gezet te hebben botsten we al op een rat die vanuit een vuilbak ons scheef beloerde. Het bood een raar zicht maar bij nader inzien bleek dat ze het tijdelijke voor het eeuwige al had ingewisseld. Iemand moet haar doodgemept en in die vuilbak  gezwierd hebben. Werelddierendag moet aan deze wreedaard voorbij gegaan zijn. Amen ! Het ging vervolgens richting de Grote Nete uit en een kleine 1500 meter stonden we al aan haar onverhard jaagpad. Geen mens viel er in de wijde omtrek te bespeuren. Wat een mooi landschap toch ! In ontelbare bochtjes kronkelt deze rivier zich keurig door het idyllische landschap tot in Battenbroek waar ze met de Dijle versmelt en de Rupel wordt . De bruine waterloop op zich oogt nu wel niet zo mooi. De bruine kleur van het water vindt haar oorzaak in het grote ijzergehalte en sedimenten uit de zanderige kempengrond. Dit kwamen we te weten van enkele medewerkers van de Vlaamse keuringsdienst. Iets verderop aan een brug namen ze stalen van het water voor onderzoek. Ik dacht eerst dat ze bezig waren met een torpedo uit het water te vissen. Aan een hijskraantje lieten ze een op een bom lijkend projectiel op en neer in het water. Het leek me een droomjob ! 

Na een 3- tal kilometertjes verlieten we het jaagpad terug landinwaarts. Na het afdalen van de wandeldijk/jaagpad konden we ons zetten aan een ruime picknicktafel. Deze stond aan de rand van pas gemaaide akkers. Het rook er lekker fris. Onze Marc trakteerde ons hier op een lekker rijstvlaaike. De sfeer was gezet en het zou er de ganse dag niet meer aan ontbreken. Na dit versnaperingeske leidde een proper graswegeltje ons naar Gestel.  Deze kleine deelgemeente van Berlaar ligt tussen twee kasteeldomeinen in, respectievelijk het Gestelhof en het Rameyenhof. Het schilderachtige dorpsplein staat tenmidden van de kerk met een kerkhof, de pastorij, enkele eeuwenoude hoeves en een schandpaal. Gestel werd bovendien uitgeroepen tot stiltegebied, het negende in Vlaanderen. Hier overheersen natuurlijke geluiden en kan je even helemaal tot rust komen. Nu, achteraf bekeken bleek de gehele wandeling omkaderd te zijn met de zalige rust en stilte waarvan sprake. Ook m'n stapmaten droegen die ingetogen rust, dat innerlijke 'Zen' zijn uit. Je haalde zelfs energie uit hun getemperde state of mind. Sommigen zoeken de rust en stilte op in een veraf gelegen abdij en vinden ze zelfs daar niet ! Hoe zou dat nu toch komen vraag ik me dan soms af 😉😉😉? Eens het dorp uit konden we nog kennismaken met verschillende her en der verspreide betekenishebbende hoeves. Variatie in het aanbod aan bezienswaardigheden was er wel. 

Eens het dorp uit volgden we opnieuw het jaagpad maar nu in tegengestelde richting. Na een 2-tal kilometerkes kwamen we een brug tegen en staken de Grote Nete over. De volgende halte zou de Kruiskensberg zijn. Een wandelbos van 10 ha groot waarin het aangenaam wandelen zou zijn. En dat was het ook. Volgens een legende genas hier in de 13de eeuw een doodzieke herder nadat hij van een bron dronk. Om dit te gedenken werd er een kapel en een kruisweg gebouwd. Op het domein achter de kapel vind je een ven omringd door een uitgestrekt heideveld en droge zandruggen. Deze plek leek me vanwege dit legendarische verleden een uitgelezen stek om te picknicken. Het middaguur had zich immers ondertussen al gemeld. Aan het speelbos installeerden we ons voor het schaft.  2 jonge freules hadden zich daar ook al neergeplaveid. Die raakten precies niet uitgetetterd op hun bankske. Erg gecharmeerd leken ze wel te zijn toen we hen lieten delen in ons 'borrelhapje'. Plezant moment weeral met de stapmaten !

We zaten ondertussen al over de helft van het tripje. Er viel nog een flink stukje af te leggen. Op het gemakje echter om je ogen rondom je heen de kost te kunnen geven. Nog veel groen valt er te spotten maar toch, de bomen beginnen al volop te verkleuren. De herfstcollectie is aangekomen.  De natuur is  nu volop bezig zich uit te pelsen om haar herfsttenueke aan te trekken. Haar zomeroutfit stelde dit jaar niet veel voor. Het zal wel een soldeke geweest zijn. Het resterende stuk liep nog deels over rustige verharde wegen en deels door bossen en weilanden. Een lang en mooi kluppelpad viel ons ook ten deel. Reken daarbij het vrij treffelijke weer en we kunnen weeral van een heuglijke wandelervaring spreken. Terug aangekomen bij  Berlaarstation wipte de Marc op zijn trein huiswaarts. Het was nog vroeg, amper 2u30. We waren dan ook vroeg vertrokken omdat er voor den Hugo om 6u nog een biljartmatchke te arbitreren viel.. Er viel nog wel een gaatje in zijn agenda en we wipten nog vlug het statiebuffet binnen voor een klep. Ik voor m'n tripel Omer, den Hugo voor z'n Guiness Stout. Dit stationsbuffet had wel iets speciaals. Het was een bibliotheekkroeg, smaakvol ingericht met boekenrekken en aangepast meubilair. Bovendien leek het me dat er in deze kroeg een modern accent werd gelegd om sociale interactie tussen dorpelingen te bevorderen. Een groep dames, een stuk of 10 wel, hielden er een breikransje bij een drankje. Gezellig dat wel maar niet aan mij besteed. Ik kan niet zo goed breien ... links, rechts, averrechts ... doe maar voort zonder mij  !

Op naar een volgende en hoe vreemd ook ... mijne lumbago is met al dat stappen zo goed als verdwenen. Misschien zat die Kruiskesberg er wel voor iets tussen. Als die berg een doodzieke herder kon genezen, dan moet een lumbago kinderspel zijn 😊😊😊 



donderdag 23 september 2021

De Koppenberg - De Vlaamse Ardennen / Oudenaarde

En we zijn weer vertrokken. Het prachtige weersvooruitzicht was te uitnodigend om me daarbij een staptochtje te ontzeggen.  Een vroege trein bracht me hiervoor naar Oudenaarde. Een vrij rustig ritje trouwens waarbij ik nog eens na een heel lange poos m'n lijstje van ontmoetingen met BV's kon aandikken.  Pascal Braeckman, de geluidstechnicus van Tom Waes zat ook op de trein naar Gent St. Pieters. Met dat mondmasker was het even twijfelen maar de nimmer van zijn zijde wijkende grijze konijnenpelsen micro annex verlengstok en een dikke valies in het bagagerek gaven me de bevestiging. In korte broek en met een dikke jas aangepelst bestudeerde hij zijn I-Phone. Ik liet hem gerust. Deze mensen worden waarschijnlijk tot vervelens toe aangesproken. En ik, ik spoorde in alle rust verder door naar m'n bestemming.

Deze keer kwamen de Vlaamse Ardennen nog eens aan het woord. Een zuidelijke lus van 25 paaltjes die onderaan Oudenaarde bengelde inclusief een 500-tal hoogtemeters stonden in promotie. Toehappen dus, het was geleden van in december 2016 dat ik deze regio nog eens verkende. Bij het herlezen van m'n destijds geschreven post  viel het me op dat de bevolking van toen ook al niet tot de sympathiekste inwoners van België konden gerekend worden. Al vlug viel er me dezelfde bedenking te maken. Wat is er mis met iemand in het passeren een goeiemorgen toe te wensen ? Als je daarop telkens een scheve smoel als tegenreactie krijgt dan is je mening vlug gevormd. Om aan de reputatie van Brugge die in de top 10 van 's werelds sympathiekste steden staat te tippen is er daar in Oudenaarde nog veel werk aan de winkel. Maar goed, dit terzijde want m'n neus stond in de richting van het recreatiedomein De Donk. Stappen maar ! 

Dit domein is gelegen aan de westelijke rand van Oudenaarde en moet het vooral hebben van de sportieve recreant. Het domein is 85 ha groot en de aangelegde donkmeer-vijver meet 30ha. Wat me opviel in dit gedeelte van het stedelijk grondgebied was dat gans de omgeving rond Koning Auto werd geconcipieerd.  Aan de bruggen over de bovenschelde ontbraken er trappen naar het jaagpad. Het kostte me al een eerste klauterpartijtje op de talud naar boven. Op de brede oversized banen werd er ook vrij snel gereden. Voetpaden, of wat er voor moest doorgaan, leunden aan tegen vangrails. Zebrapaden waren er met mondjesmaat aangebracht op die brede wegen en zo ze er al waren boden ze je geen garantie op een veilige oversteek. Dit kon echt beter ! 

Toch zag deze wandeling er veelbelovend uit. In Leupegem, enkel stappen verder belandde ik op een landweg die naar de Koppenberg leidde. Deze weg lag over een afstand van een ruimgemeten kilometer volledig bezaaid met dezelfde keien die je terugvindt onder de bils in een spoorwegbedding. Ik zocht naar een verklaring hiervoor want een dergelijke wandelweg nodigt echt niet uit om deze te verkennen. Misschien moeten die keien de begaanbaarheid bij regenweer wat verzekeren ? Het deed me alleszins herinneren aan de eerste 200km op de La Plata. Een kenmerk van de wandelpaden tussen de wijnranken van de Sierra Norte van Andalucië zijn wel die keitjeswegen. Daar was het nog een stuk mottiger om op te lopen ! Elk keitje teisterde daar op den duur, ondanks de dikke zolen van je bottienen, je voetzolen.  Je kreeg er een gevoel alsof je er op je blote voeten liep. Erg pijnlijk werd het wel. Na vele tientallen kilometers gelopen te hebben op paden bedekt met deze bruine kwelduivels, in alle maten en gewichten trouwens, en temidden van enorme stofwolken opgeworpen door tractoren, kreeg je er wel genoeg van. 

Voilà, dit was even meer negativiteit dan me dierbaar is want ziedaar : De Koppenberg. Die doemde daar aan de einder op.  Ik stond oog in oog met het hart van de Vlaamse Ardennen. De heuvel bestaat geografisch gezien eigenlijk uit twee delen. Het westelijk deel is de Rotelenberg. Die meet 78 meter hoog en het oostelijk deel de feitelijke Koppenberg die er 79 meet. De straat over de heuvel draagt eveneens de naam Koppenberg, met uitzondering van de westelijke beklimming, die de straatnaam Steengat draagt. Dit stuk weg is bestraat met kasseien en werd in 1995 als monument beschermd. 

Boven op de Koppenberg liggen enkele stukken bos die voor wandelaars toegankelijk werden gemaakt. Het Koppenbergbos is 29 ha groot, het Berk- en Doornbos 1,5 ha en het Onderbos 5 ha. Het Koppenbergbos koos ik uit ter verkenning en in de klim naar dit bos kon ik genieten van de prachtige heuvelende landschappen. Een vaagblauwe hemel met hoge vederwolkjes overspande het geheel. Nevelflarden bedekten nog hele lappen weideland in het landschap waarin hier en daar koeien en paarden voor wat afwisseling zorgden in overheersende groene kleur.  Dit was een heel ander panorama dan de mijnterrils die ik verleden week in Charleroi bezocht. Ook mooi weliswaar maar het betrof daar een heel andere themawandeling. Hier en daar trof je sporen van bewoning aan in dit prachtige bos waarin de oude beukenbomen al meer dan 200 jaar overleven. Dikke torenhoge boomstammen zijn het. En zo af en toe kon je tussen deze statige reuzen een geurige mélange opsnuiven van de geur van een smeulend houtvuurtje vermengd met deze van de nog vochtige boslucht.  Je ruikt het ! De zomer is voorbij, er is een ander seizoen in aantocht . Die reuk is voor mij, nog vooraleer de bladeren gaan vallen, al een eerste teken dat we bergaf gaan richting winter. 

Bij het verlaten van dit Koppenbergbos zag ik vaag in de verte aan de uitgang een groepje mensen staan. Een hoogbejaarde man was er voor een behoefte te doen uit zijn auto gestapt, naar het bos gestapt en daar gevallen. Even vaag had ik eerder al geroep in de verte opgevangen maar er geen aandacht aan geschonken. Het bleek van die oude kerel te komen. Hij was gevallen daar aan de bosrand en het lukte hem niet meer om terug op te staan. Zijn auto stond met het portier open en de motor nog draaiend aan de kant. Dit trok de aandacht van een koppel dat in deze geburen een plezierritje met een 2 Cheveauke maakte. Ze waren gestopt en uitgestapt toen ze na het vertragen aan zijn openstaande auto zijn hulpgeroep hoorden. Toen ik er aankwam was de sukkelaar al terug op de been. De vrouw uit het koppel die hem daamee had geholpen werkte in de bejaardenzorg en wist verdorie van aanpakken. Ze hielp hem nog even met zijn bretellen te fatsoeneren want die mens had ocharme den bibber over heel zijn lijf. Hij was helemaal uit het lood geslagen. Ik dacht dat hij het niet meer zou halen. Gelukkig kreeg ik ongelijk en na een vijftal minuutjes was hij wat bekomen en tsjokkelde schoorvoets terug naar zijn auto. Tja, die mens heeft wel geluk gehad. Het had heel anders kunnen verlopen. In heel dat bos ben ik geen kat tegengekomen, hij zou daar nog lang om hulp hebben kunnen roepen. Dankbaar voor zijn reddende engelen zwaaide hij hen zijn waardering toe bij het wegrijden. 

Na dit Koppenbergbos belandde ik in Maarkedal. 't Is te zeggen in haar fusiegemeenten Nukerke en Etikhove. De naam van de gemeente verwijst naar de Maarkebeek die door de gemeente stroomt. Maarkedal ligt in het hart van de Vlaamse Ardennen en haar glooiende heuvels, diep ingesneden beekvalleitjes en holle wegen bieden een op en top wandelparadijs. Maarkedal ontstond op 1 januari 1977 door de fusie van de deelgemeenten Etikhove, Maarke, Kerkem, Nukerke, Schorisse en het gehucht Marie - Louise.  Ze ligt trouwens aan de taalgrens met de Waalse gemeenten Flobecq en Ellezelles. Een hele boterham als je er nog het Tsjechische zusterstadje Horšovský Týn er bij rekent. Een onderweg tegengekomen wegwijzer gaf 835km afstand tot dit stadje aan. M'n geografische kennis in acht genomen vermoed ik dat dit in vogelvlucht moet zijn. Maarkedal beroemt zich eveneens op haar getuigenheuvels. Deze heuvels zijn de getuigen van hoe het landschap er lang geleden uitzag. Getuigenheuvels vinden hun oorsprong in het Laat-Mioceen. Tijdens deze periode steeg de zeespiegel en kwam heel Vlaanderen voor een laatste maal onder water te liggen. De zanden die in deze periode zijn afgezet worden de 'zanden van Diest' genoemd. Het bijzondere aan dit zand is dat het relatief veel ijzer bevat. Toen de zee zich na het Mioceen definitief terugtrok naar het noorden, werden de afgezette zanden blootgesteld aan verwering. Het ijzer in de zanden oxideerde en de 'roest' die aldus ontstond deed het zand tot ijzerzandsteen aaneenkitten. Deze ijzerzandstenen boden veel meer weerstand aan de latere erosie. Daardoor ontstond een typisch heuvellandschap. Op plaatsen zonder ijzerzandsteen verdwenen de zachtere lagen immers door erosie. Deze heuvels zijn nu nog steeds in het landschap van de Vlaamse Ardennen te zien. Het zijn getuigen van het geologisch verleden van de Vlaamse Ardennen en geven Maarkedal en de streek een uniek landschap. 

Aan het Hollebeekpad gekomen zat ik in een laatste rechte lijn naar Oudenaarde. Dit pad, ingehuldigd in 2018, moest naast het functionele aspect ook een plaats worden waar mensen zich kunnen ontspannen. Een groene gordel met zo'n 1.600 bomen en struiken kronkelt naast het pad en de beek en er zijn rustplaatsen waar fietsers en wandelaars even halt kunnen houden. Dit 2km lange fiets- en wandelpad werd ontworpen met tot doel een verkeersveilig alternatief te bieden voor de drukke Nederholbeekstraat. Hier was geen plaats om een fietspad aan te leggen. Het betonnen pad loopt dwars door de velden, parallel met de Nederholbeekstraat. Tenslotte kan je langs het pad ook een gedicht ontdekken dat Jeroen Theunissen speciaal voor deze locatie schreef. Ik vermoed dat dit gedicht aan de picknicktafel stond waar ik mijn bokes aansprak. Aan een metersgroot verroest stalen frame vertrouwde de dichter zijn poëtische ontboezemingen toe. Het was niet makkelijk om het te lezen. De picknicktafel stond vlak achter die kader. Aan de picknicktafel gezeten waande ik me daardoor een circusbeest in een kot. Dit was een prachtig pad om te bewandelen. Dat het uit beton was deerde niet, immers het geheel was mooi onderhouden over de gehele lengte van het pad. 

Na dit pad kwam ik stillekesaan terug op Oudenaardse bodem. De 88 meter hoge toren van de Sint-Walburgakerk vormt een duidelijk herkenningspunt tot ver in de omgeving. In dat heuvelende landschap was hij vrijwel steeds in zicht. Ik stapte de markt van Oudenaarde op, op zoek naar een terraske. Het café 'Adriaan Brouwer' kon me dat bieden. Verdomme wat een kniesoor ben ik toch geworden ! Zou corona hier iets mee te maken hebben ? Ik bestelde een Ename. 4€ rekende de waard af. Dat is ook genoeg en als de ober voor deze prijs nog zelfs geen moeite doet om een bierviltje onder je glas te zetten en in een grabbel nootjes te voorzien dan kan hij wat mij betreft naar z'n drinkgeld fluiten. Ondanks de povere service smaakte die Ename voortreffelijk. . Vroeger zou ik me hierover helemaal niet druk gemaakt hebben. En nu ... ik maak me onnodig de onnozelste zorgen 😊😊😊. 

Het zat er ondertussen op. Laat in de namiddag spoorde ik terug naar huis. Op de heenreis 's morgens naar Oudenaarde had de treinbegeleidster een heen en terug  vervoersbewijs aangemaakt. Bij het tonen van het ticket op de terugweg bleek er evenwel niets op het retourkaartje te staan. Er viel dus duidelijk een foutje van de spoorweg vast te stellen. Dat kan gebeuren en het is menselijk. Toch is in eerste instantie aan de mimiek van de kaartjesknipper goed te merken dat hij in de veronderstelling verkeert dat je een zwartrijder bent en dat je er goed aan zou doen om het maar eens te verklaren. Waarschijnlijk beroepsmisvorming maar ik verwacht dan toch een excuus voor het ongemak. Ik ga je geloven meneer ... awel, het zou er nog moeten aan mankeren zeg ! 3 keer moest ik m'n verhaal doen. Tussen Oudenaarde en Gent, op de IC trein tussen Gent en St. Niklaas en een laatste keer op de stoptrein tussen St. Niklaas en Beveren. Jaja ... een kniesoor, ik moet eens bij den doktoor horen of daar pilletjes voor bestaan 😂😂😂.