vrijdag 27 mei 2022

De streek GR : Waas- en Reynaertland (176km) : Etappe 1-2-3-4ab-5-6-7-8 en 9

Slotetappe 9 : 13k Nieuw Namen (NL) - Hulst (NL)

Done ! Mijn eerste Streek GR, de Waas en Reynaertlandroute is een feit. Van deze 180 kilometers tellende route moesten nog de laatste 13 paaltjes geveld worden. Vandaag vond ik daarvoor een gaatje en was het de moment. Alles viel mooi in de plooi en met deze luttele laatste kilometertjes tussen Nieuw Namen en Hulst kon deze route bij m’n palmares gevoegd worden. Al heel vroeg in de morgen nam ik de bus naar Kieldrecht. 2 bussen notabene en dat ging vrij vlot. Tenminste als je niet gehaast zou geweest zijn. Met bijna een anderhalf uurke onderweg voor een kleine 20km ga je alleszins niet in het Guiness Book komen. Maar dat hoeft niet, ik heb tijd en mag niet klagen. Buiten het spitsuur zitten de bussen niet overvol en valt de drukte in het verkeer doorgaans best mee. En wat meer is, je kunt relax op je bestemming geraken. 

Om 10u belde ik al aan bij m’n dochter in Nieuw Namen, een Nederlands dorp dat met Kieldrecht haar grens deelt. Niemand thuis, onaangekondigd kan dat wel al eens gebeuren bijgevolg zou m’n tripel nog 1 groot vraagteken blijven. Die hou ik dus nog te goed. Ik stapte verder Nieuw Namen door in de richting van de Hollandse Clinghe langs de Hulsterloostraat. Iets verder buiten de dorpskom wordt dat de Woestijnstraat. Deze loopt tot in Clinghe (NL). Een triestige baan is het die, als je het mij vraagt, uitnodigt tot ongemeen hard rijden. De mooie weidse velden worden ermee genadeloos middendoor gesneden. Groen heeft de boventoon in dit panorama. Voor de enige kleurige noot in die oeverloze velden zorgt een immens pioenveld. Je stapt aan de zijkant op beton en bij naderende voertuigen spring je best in de berm. Niet zo funny en op den duur hou je die lange baan wel voor gezien. Woestijnstraat … deze baan heeft haar naam niet gestolen. Op het Pieterpad in Groningen kreeg ik een zelfde indruk. Het landschap is daar ook zo plat als een vijg en zover je zien kon : Velden, velden en nog eens velden. Hier en daar een stapel koebeesten. Ook hier in de polders. Eén verschil met Groningen is dat al die groene lappen en akkers in de verte keurig afgezoomd zijn met een dijk waarop hoge bomen de wind trotseren. Van wind gesproken, die waaide fors vanuit alle richtingen maar toch overwegend uit het Noorden. Fris aan de bips maw. Het weer zat dus nog niet mee. Bovendien dreigden grijze vieze regenwolken roet in het eten te strooien. Het bleef gelukkig bij dreigementen. Voor regen stond er immers te veel wind. Later, na de middag, waren er zelfs bredere opklaringen maar de venijnige wind wist van geen ophouden. Het is daar in die uitgestrekte polders een eersteklas waaigat. 

Aan de eentonigheid kwam een eind toen ik halverwege die Woestijnstraat richting Statenboom moest afslagen. Ik volgde een aardewegel naast de dijk. Werken op deze aardewegel dwongen me bijna om deze na een 2-tal kilometer gevolgd te hebben rechtsomkeer te maken, en na evenveel kilometers terug, de andere kant van de dijk op te zoeken. Het ganse pad werd versperd door machines en bestelwagens en nadarhekken. Over de dijk klimmen kon niet want die was omheind met prikkeldraad. ‘Nou, als je snel bent mag je er nog vlug even door', sprak een werkman me toe. Die mens verdient de hemel. Dat liet ik me geen 2 keer zeggen en hup. Iets verder kon ik best een machete gebruiken. Het pad liep verder uit naar een dijk en dat moest bovenop de dijk gevolgd worden. Het gras en fluitenkruid stond er metershoog. Ik hield er kletsnatte broekspijpen aan over. Maar ook fijne mooie bloemetjes sierden hier en daar het pad, ik denk vergeet-me-nietjes, en zo af en toe vielen er prachtige vlinders te spotten. Dat gehucht Statenboom bestaat uit ongeveer 5 woningen. Een heel pak. Deze buurtschap van Hulst dankt haar naam aan het feit dat er vroeger gedurende de Statenverkiezingen de lijsttrekkers hier op de boom werden gespijkerd. Nabij Statenboom liggen de kreken Zestig Voet en Vuilmuil. Beide kreken maken deel uit van de Kieldrechtse Polder. Ze werden afgedamd in 1664 en zijn tegenwoordig een natuurgebied. Het gebied is in trek bij tal van watervogels. Langs de oevers lopen enkele prachtige wandelpaden die de moeite om te verkennen waard zijn. Dat is een erg mooi wandelgebied. Ideaal om met de saaie eentonigheid van even ervoor te breken. 

Hulst : Eindpunt van de Waas en Reynaertlandroute


Vooraleer de aanloop naar de vestingswallen van Hulst via de liniewegel te nemen diende er eerst nog een ander krekengebied doorkruist te worden. De Grauwsche kreek, de Rotte kreek en de Moerschans konden enkel via de verharde weg bereikt worden. Dat was niet zo denderend en ik was blij dat ik de liniewegel had bereikt. Deze loopt lichtjes heuvelend vanwege de dijkhellingen tussen een dichte rij bomen. Het is ook een heel mooi stukje. Vooral de waterpartij aan het voormalig Fort Moerschans bekoort. Hier en daar tref je er een eenzame hengelaar aan.

Voilà zie, daar kwam de vestingwal rond Hulst in zicht. Die is nog volledig intact inclusief de vestinggrachten en het glacis. Een glacis is in de vestingbouw het van buiten naar binnen glooiend omhoog lopende terrein om een verdedigingswerk heen. Beschermd door de glooiing en aan het zicht van de aanvaller onttrokken, ligt achter het glacis de bedekte weg, waar de soldaten alleen door krombaangeschut kunnen worden geraakt. Men onderscheidt het (buiten)glacis van het binnenglacis, rond het reduit. Bij sommige vestingwerken is buiten de glacis nog een gracht of greppel aangelegd als extra hindernis tegen de aanvallers. De begroeiing op dit spectaculaire Oranjebolwerk ligt er mooi getrimd bij. Het geheel oogt netjes zoals we dat van onze Noorderburen kennen. Maar ik ga niet uitwijden. Ik heb over Hulst in 2017 … wat gaat de tijd toch vlug …. al een hele palaver neergepend. Kijk : Hulst, het meest Bourgondische Stadje van Nederland.  

Aan de Grauwse poort diende de vestingwal opgeklauterd te worden. Deze volgde ik tot aan de Gentse Poort alwaar de Waas en Reynaertlandroute haar beslag kreeg. Ik wandelde nog even buiten de poort om een fotootje te trekken van het Reynaertmonument. Dit monument werd in 1938 ontworpen door Anton Damen. Ik vermoed dat dit monument het werkelijke begin of eindpunt van deze Grande Randonnée moet zijn. Het wandelingetje zat er dus finaal op en ik zette m’n zinnen op een tripel. Het liefst nog gedegusteerd op een sfeervol terrasje en dit in het meest Bourgondische stadje van Nederland. 

Nog geen 500 meter ver was ik Hulst binnengestruind … Jappie, jappie, jappieeeee …. iedereen op straat draaide het hoofd naar een ventje dat op de dorpel van een crêmerie luidkeels stond te roepen. Ik had graag die mensen hun gedachten gelezen. Dat was verdorie de Staf, m’n kleinzoon. Ja nu weet heel Hulst dat m’n kleinzoon z’n grootvader Jappie noemt. Jan en Pappie vandaar. Dobbel fluppen, ik koos bij de naamkeuze voor originaliteit. Later als hij wat ouder wordt zal ik wel van naam moeten veranderen vrees ik. Hij was met z'n oma langs z’n papa’s kant op winkeltoer en werd door haar getrakteerd op een ijsje. Ik liep aan de overkant van de straat en vanop z’n stoel gezeten in dat crêmerieke had hij me in de mot gekregen. Hij liep de deuropening in en zette zijn klep open. Wat een toeval toch ! Ik moest even binnenkomen en werd door zijn oma eveneens op een lekker ijsje getrakteerd. Was dit geen volwaardig alternatief voor de tevergeefs betrachte tripel ? Na een poosje namen we afscheid. Ik toerde nog even in het stadje rond vooraleer me naar het busstation te begeven. De bus stond er al klaar ! Maar wat een leuk sluitstuk voor deze 180 afgelegde paaltjes zeg ! Zoiets kom je niet gauw tegen. Nu, ik heb de smaak te pakken van die Streek GR’s. Ik heb er al een stuk of 7 in het vet liggen. Ik twijfel voor de volgende nog tussen deze van het Dijleland (Leuven) en de Groene Gordel rond Brussel. Daar komt nu wel wat cijferwerk aan te pas om een redelijke afstand en begin- en eindpunt te bepalen in functie van de mogelijkheden die ons openbaar vervoer biedt. We zien wel. Tot een volgende !

Etappe 8 : 25k Stekene - Nieuw Namen (NL)

Voor m'n voorlaatste trip op de Waas en Reynaertlandroute bolde ik met de lijnbus tot het startpunt in Stekene. Met de tijd voor een overstap aan de statie van St. Niklaas meegeteld was ik een goed uurke onderweg. Aangekomen in het dorpscentrum moest ik me even oriënteren in de juiste richting en hop weg richting Noorden. Nieuw Namen was voor vandaag het doel, een 25km in kronkellijn gemeten. 
Het dorpscentrum van Stekene oogt best wel mooi en doet haar naam van bloemengemeente alle eer aan. Mooie bloemperken sieren daar het gezellige dorpscentrum. Een indrukwekkende 19de eeuwse dorpspomp is een eyecatcher van formaat. Mooi groen geverfd is het een merkwaardig monument. Iets verderop had een grapjas, voor God weet welke gelegenheid, het standbeeld van Reynaert de Vos in een kleedje gestoken en hem een leuk hoedje opgezet. Het neogotische gemeentehuis, een mooi statig gebouw met spitse belforttorentjes en een beiaard, straalt al 125 jaar het gemeentelijke gezag uit. Dit gebouw draagt in hoge mate bij tot de charme van het dorpsaanzicht net zoals de vele stemmige winkeltjes en kroegjes. Een merkwaardige huisgevel die ooit de titel van mooiste gevel van Stekene opgespeld kreeg leverde hieraan beslist een vrolijke bijdrage. Ik stapte voort. 

Op een mooi parkje na gelegen tussen de hoofdstraat en het kerkhof was het 3km betonlopen tot net over de E34. De E34 is beter gekend als de expressweg naar de kust. Voor dit verhard deel van het parcours hadden er zonder twijfel mooiere alternatieven kunnen gevonden worden. De bezielers van de streek GR’s moeten dit maar eens onderzoeken. 

Met die E34 over te steken belandde ik in de bossen rond Hellestraat, een gehucht van Stekene. Een 3 kilometer lange zandrug van Zuid naar Noord markeert het gebied. In dit gebied tref je een amalgaam aan van weekendhuisjes, statige villa’s en onvervalste junkyards. Het was daar broeierig warm en tot hiertoe kon ik nog gerust in een T-shirt lopen. Zware regenbuien deze nacht hadden de natuur duidelijk verfrist na die lange droogte. En dat was nodig want de warmte van de laatste dagen had haar sporen nagelaten. Getuige hiervan de rosse gazons en de verlepte bloemetjes in de vele voortuintjes. De zware lucht in die zwoele atmosfeer zorgde wel voor een rijk geurenpalet. Naast de smalle wandelpaadjes ontsnapte er een zoete geur van composterende bladeren. Zachte briesjes, met harsextracten gekruid, en je toegewaaid kwamen prikkelden de neusgaten wanneer je in de buurt van een sparrenbos kwam. Ergens moest er een vuurtje branden, de reukflarden van een houtvuur mengden zich subtiel tussen al deze geuren. Weelderige bloemenperken leverden ook hun bijdrage aan die mengelmoes van geurige aroma’s. Zelfs een pas bemeste akker deed geen afbreuk aan de fijne waarneming. Het gebeurt niet dikwijls dat je reukzin zo intens geprikkeld wordt. Het is dan ook een bijkomende dimensie van het wandelen en dat verrast je aangenaam. 

Er klonk wat geroffel in de verte en in de lucht pakten grijze wolken zich samen. Daarbij tekenden er zich dondertorens scherp af tegen de horizon. Het geroffel werd gedonder en hier en daar lichtten bliksemschichten op aan het hemelspan. Van gedonder kwam gebulder en de eerste regendruppels vielen neer. Poncho in de aanslag, het was nodig want weldra begon het te gieten. Naar een schuilplaats moest niet lang gezocht worden. Onder de luifels van een scoutslokaal zag ik dat een koppel fietsers daar al hun toevlucht hadden genomen. Ik zette me erbij. Het waren Nederlanders. Ze maakten in een fietsarrangement een toertje van een kleine 50km in de grensstreek rond Koewacht. Ze kwamen uit Papendrecht nabij Dordrecht. De gutsende regen maakte van gezellig verder fietsen of wandelen geen optie meer. Het zag er niet naar uit dat het vlug zou ophouden dus in afwachting van een opklaring begon ik maar een praatje met deze Noorderburen. Aan de ingang van het scoutslokaal was er een groot bord aangebracht waarop een mosselfeest werd aangekondigd. Dat was hen ook opgevallen maar ze konden zich bij een mosselfeest maar weinig voorstellen. De vragen kwamen. ’A volonté’ was een begrip dat hen de wenkbrauwen deed fronsen. In Nederland, zo beweerde deze brave man althans, worden de mosselen enkel onder de grote rivieren geconsumeerd. Nu moeilijk uit te leggen viel dat niet maar het bracht het gesprek op onze Bourgondische achtergrond. Tja, voor die mensen is ‘eten’ enkel bedoeld om ‘niet dood te gaan’ en is het verder gewoon ondenkbaar voor hen dat tafelen een bron van geneugten kan betekenen. Gelukkig weten wij beter, alleszins toch op culinair vlak. Daar onder die luifel werd er een fijn gesprekje gescoord. Pensioenperikelen, slimme meters, fietsknooppunten … gesprekstof genoeg. Na een uurtje was de regenbui fel verminderd en kon ik een poging wagen om voort te stappen. Tijdens dat babbeltje had ik ook m’n bokes opgegeten maar nu vond ik dat het hoog tijd was om op te krassen. Ik wenste hen nog een fijne fietstocht. 

Het Stropersbos kwam nu aan de beurt. Daar graasden Konikpaarden, enkele ponytjes en Gallowayrunderen. De bordjes met waarschuwingen voor deze dieren zijn niet overbodig. Het spoor liep dwars door de daar afgebakende graasgebieden en daar was ik niet zo happy mee. Telkens is het hopen dat zo een kudde je de weg niet versperd. Er zijn al meerdere ongelukken gebeurd met die beesten want zo af en toe kunnen die dieren onvoorspelbare kuren krijgen. Meerdere ongelukken werden daar al mee opgetekend. Ik loop daar dan met plezier enkele honderden meters voor om. Dat Stropersbos is een op en top wandelgebied. In 2020 tijdens een wandeling heb ik dit gebied al eens bejubeld in een eerdere blogpost. Ik wandelde een goeie 4 kilometer dwars doorheen dat bos. Na het oversteken van de Mechelen - Terneuzenwegel (deel van de Tempus fietsroute) aan de rand van dat Stropersbos kwam ik terecht in een landschap van uitgestrekte akkers en weidelandschappen. Ik bevond me aan de zuidrand van het dorp De Klinge en teende richting Meerdonk uit. De korenvelden golvend in de wind spreidden zich uit als een mals dekentje voor je ogen. Prachtig is het die weidsheid. De polderdijken kwamen in zicht. Afgezoomd met prachtige hoge bomen slingeren deze dijken zich door het Waasland. Jammer dat die immense donkergrijze reuzewolk nog steeds de lucht kleurde. In de verte leek het wel of er 2 tornado's door die somberheid raasden. Het was de stoomwolk uit de koeltorens van Doel die met die immense onweerswolken samensmolt. 

Nog vooraleer ik Meerdonk binnen liep werd m’n aandacht getrokken door de Grote Saleghemgeul. Een reeks groene vissershuisjes staken er als paalwoningen boven het water uit. Deze kreek is ongeveer 2,5 hectare groot en ontstond tijdens de Allerheiligen springvloed van het jaar 1570. Via het Sint Jakobsgat en de Kieldrechtse Watergang komt deze kreek in verbinding met de Grote Geule in Kieldrecht. Het ganse gebied, het Saleghemse krekengebied genoemd, is beschermd erfgoed. Het is prachtig wandelen daar. Eens Meerdonk voorbij kwam die Grote Geule tevoorschijn. Al wandelend over de Koningsdijk, een overblijfsel van de Spaanse Linie,  kwam het eindpunt van deze track in zicht. Een foutje bij het inplannen van m’n halte voor m’n terugrit naar huis met de bus van de De Lijn had tot gevolg dat ik aan de kerk van Nieuw Namen stond in plaats van aan de kerk van Kieldrecht. Bovendien stond ik daar ook nog eens in de straat waar m’n dochter woont. Die tripel waarvan in een eerdere post sprake kon ik dan ook nog eens op mijn buik schrijven want er was niemand thuis. Nu, erg was dat niet, op 300m wandelafstand was er nog een bushalte. En die tripel, awel het laatste stuk van deze streek GR tot in Hulst wandel ik in omgekeerde zin. Ik becijfer het aankomstuur in Nieuw Namen zodat m’n tripel me deze keer niet ontsnapt. Volgende keer wordt het dus Hulst - Nieuw Namen, de laatste 12km van de 176 paaltjes worden op Nederlands grondgebied gespeeld. Tot dan.



Etappe 7 :  9k Stekene - Moerbeke / aanlooproute
                  12k Moerbeke - Stekene / streek GR

Vandaag startte ik in Stekene wat ook ineens m'n eindpunt zou wezen. Een kort tripje van 12km op de streek-GR en 9km aanlooproute vormden een lus. Reden hiervoor is de staking van de lijnbussen. Met de kar tot in Stekene en van daaruit een trackje getekend tot aan de voormalige abdij van Boudelo, m'n eindpunt van etappe 6. Dit aanlooptrackje stelde niet veel voor, ik heb het dan ook niet strikt gevolgd. 

Stekene heeft een vrij groot oppervlak aan bebouwing dus viel er een groot stuk langs openbare weg te lopen. Ik startte aan het Gemeentehuis, verstand op nul en blik op oneindig. Een bebouwde kom kan me me dan ook maar even bekoren. En die bekoring was voorbij toen ik een zijstraatje bemerkte dat 'Wildernis' bleek te heten. Het was aldaar dat ik een ingeving kreeg om langs die wildernis naar Moerbeke te tenen. Met succes. Volop bospaden en helemaal alleen op de wereld. Onderweg zette ik me op m'n kont in een pas gemaaid veld om de bokes aan te spreken. Een unieke sensatie, een simpel boterhammeke en die geur van dat gemaaide gras. Het deed me denken aan de illustraties in het Tijl Uilenspiegelverhaal. Lamme Goedzak gezeten tegen een boom, een weids veld als decor en met één hand een enorme rijstvlaai gulzig in zijn mond schuivend. De andere hand hield een kroes met weelderig schuimend gerstenat in aanslag. Op een volgende illustratie smoorde Lamme een pijpje en blies de rook in sierlijke kringetjes voor zich uit. Het spreekt voor zich dat een pas gebeerd veld zich niet tot zulke tafereeltjes leent. Geen lawaai, alleen het gekwintelier van de vogeltjes, een hap en een slok van de drinkebus bezorgden me een Zen-momentje. Een prachtig zicht op de uitgestrekte velden badend in het prille lentegroen, kreeg ik daar voorgeschoteld. Jammer dat ook vandaag de zon zich nauwelijks liet zien. Opnieuw stond er een strakke wind die met momenten soms onaangenaam fris aanvoelde. Langs de grote baan lopend zou ik zo een superpicknick weeral gemist hebben. Dit was dus meegenomen. Anderzijds houdt zulk een geïmproviseer met het zoeken van alternatieve uitwegen wel enige risico's in. Dit keer was het opnieuw raak toen ik vastliep op de Haringslede, een brede beek die zich op privéterrein bevond. Terugkeren dus. Ach erg is dat nu ook weer niet om terug te draaien en ergens een aanknopingspunt te vinden. Hooguit 500 meter liep ik verkeerd.

Op m'n beginpunt aangekomen volgde ik opnieuw de Moervaart maar deze keer in tegengestelde zin en aan de andere oever. Prachtig mooie wandelweg is dat. Deze liep tot aan het jaagpad van de Stekense Vaart. In 1315 liet de Graaf van Vlaanderen deze vaart aanleggen om Hulst met Gent te verbinden. Nu heeft deze vaart nog enkel een recreatief karakter. Bordjes maken je kond dat je in een stiltegebied bent aanbeland. Op regelmatige afstand staan er bordjes met de lyrische ontboezemingen van de lokale poëten. Gedichten en verzen werden geschreven door oa Willem Persoon, Roger Vervaet, Ingrid Van Mossevelde, Bettina Fierens, Ann Gyselinck en Klaartje Peeters. Aan poëzie heb ik vrijwel nooit aandacht besteed. Ik snapte het niet. Dat had feitelijk beter gekund. Nu sta ik er wel al eens bij stil en kan ik het wel waarderen op voorwaarde dat het geen hoogdravend drama verwoordt. Mooie teksten waren het deze keer, de moeite om er even bij stil te staan. Stekene kwam in zicht. Ik wandelde al op de oude spoorwegbedding, nu een riant fietspad, richting oude statie. Dit fietspad is onderdeel van de Vlasroute en is 42,195 kilometer lang, precies een marathonparcours. De route loopt langs de meest idyllische plaatsen van Stekene. 

Aan de oude statie aangekomen boog het pad af naar het steengelaag. Dit vroegere kleiwinningsgebied ligt vrij dicht bij het centrum. Nu is het een gevarieerd natuurgebied met bloemenweiden, mooie vijvers, bochtige paadjes en op sommige plaatsen bemerk je een ondoordringbare vegetatie. 's Morgens hoorde ik op de radio dat er een bonobo was ontsnapt in de zoo en dat hij spoedig zou gevangen worden. Hij zat daar in een boom en volgens het verzorgend personeel zou hij niet lang van zijn vrijheid kunnen genieten. Moest die bonobo hier in dit gelaag zijn gang kunnen gaan hebben dan zouden ze hem nooit meer vinden. Een woest gebied, beetje vergelijkbaar met de omgeving van het Fort van Steendorp. Hoge boomkruinen, diepe putten en hier en daar wat kale stammen geven de omgeving een ietwat apocalyptisch tintje.

Mijn wandeling was rond. Juist voor het eindpunt botste ik nog op een hoekje groen waar de beeltenissen van de dieren uit het Reynaertepos stonden opgesteld. De geschiedenis van Reynaert de Vos wordt hier levend gehouden. Op het dorpsplein staat er nog een levensgroot beeld van deze schelm. Ik vermoed dat ik op weg naar Hulst nog meerdere verwijzingen ga aantreffen. Normaal gezien had ik tot in De Klinge moeten doorlopen maar de busstaking besliste er vandaag dus anders over. De overschot aan paaltjes die me nu nog resten kan ik mooi in 2 doen. Ik schat dat er nog 36 te gaan vallen tot in Hulst. Aan de vestingwal daar is het Waas en Reynaertlandpad ten einde. Maar vooraleer daar aan te belanden loopt het pad daar in Nederland langs het huis van m'n dochter. Dat ze maar een tripel in huis haalt en liefst nog ene van eigen bodem ! Zo, tot de volgende stunt ! we zijn weer eens weg.
     


Etappe 6 : 25k Sinaai - Moerbeke

"Pendelen met De Lijn is frustrerend": Reizigers klagen steen en been over een stuurloze Vlaamse vervoersmaatschappij. Met deze uitspraak kopte de vrt NWS app vandaag in vette letters haar videoreportage over de busmaatschappij. Ik heb gisteren niet gewacht op deze vaststelling. 2 buslijnen zouden me vanuit de heimat naar Sinaai brengen. 2 minuten overstaptijd in St. Niklaas leek me utopie dus nam ik de auto tot in St Niklaas en daar stapte ik op de bus naar Sinaai. Goeie gok zo bleek want met een overstap en 2 bussen zou ik over de afstand van 15km meer dan 2 uur onderweg geweest zijn. Dit kon dus anders. Maar ik wil niet klagen want dat is pure verspilling van energie, het brengt ook niets op. Trouwens, mensen die voor hun werk de bus moeten nemen hebben daar een echte reden toe. Nu kon de bus me rond 10 uur afzetten op den Dries in Sinaai. 

Tambour major roffel de trom ! En avant marche ! De eerste kilometers vielen er te scoren langs de Belselebeek. Een 50-tal meter voor mij liep er een wandelaarster. Ze liep ietsje trager dan ik zodat het een hele tijd duurde voordat ik haar bijgebeend had. Ik kreeg al schrik dat ze me verdacht van haar te achtervolgen. In het voorbijsteken sprak ik haar aan om haar gerust te stellen. Ach, ze had me nog niet eens opgemerkt. Het kwam tot een gesprekje. Ze liep ook deze streek GR maar in stukjes van een 10-tal kilometer. Ja het traject van deze streek GR beviel haar wel. Veel groen en vooral de Durme- en Scheldeboorden tussen Tielrode en Kruibeke konden haar bekoren. Wandelen bleek voor haar de therapie bij uitstek om het hoofd leeg te maken. Tot in Daknam zou ze wandelen vandaag en uit haar betoog kon ik opmaken dat ze graag alleen op stap was. Klappen en breien gaan niet samen waardoor we een afslag misten en dat gebabbel me bijgevolg 2km omweg kostte. Maar dat is ook al niet erg. Ik voelde aan m'n ellebogen dat deze kennismaking niet tot een verrijkend gesprek zou leiden en was dan ook vlug uitgeklapt. Ik wenste haar nog een mooie stapdag, schakelde nog 2 versnellingstenen bij en liep vooruit.

Tot in Lokeren waren het weliswaar mooie wegen en landschappen maar toch ook veel beton. Iets spectaculair kwam ik echter niet tegen. Tussen Lokeren en Daknam volgde ik de oude spoorweg. Een fietser, een beer van een vent, reed me met zijn vehikel voorbij. Iets verder vloog zijn ketting eraf waardoor hij bijna op zijn smikkel stuikte. Van koleire pakte hij zijn fiets op alsof het een pluimeke was en zwierde hem met alle geweld vloekend tegen een boom. Toen ik er voorbij liep had hij zijn fiets omgekeerd en de ketting er terug opgelegd. Zijn klauwen zagen zwart van het kettingvet. Hij was ondertussen al ietwat bedaard en ik durfde het aan om hem aan te spreken. Het was de schuld van onze slechte voetpaden dat zijn velo kuren kreeg. Ik schatte die gast minstens 150kilo en achtte daardoor de kans waarschijnlijker dat zijn veloke niet geschikt was om zulk een vracht te torsen. Evenmin het zwieren tegen de bomen bij de één of andere tegenslag lijkt me niet ideaal om jarenlang plezier te verlangen van je rijwiel. Ik ging een stukje mee in zijn deernis en gaf hem enkele vochtige doekjes om z'n koolschuppen proper te maken. Die heb ik doorgaans bij in de rugzak wanneer ik met Stafke onderweg ben. Het eten van een crème glaceke resulteert doorgaans in een stel plakpollen. Een summier bedankje zijnentwege ging eraf en ik stapte voort.
Deze oude spoorweg gaat dwars door de Daknamse Meersen en Bossen. Halverwege Daknam en Eksaarde week het parcours uit naar een zijweg om daar kennis te maken met de beau monde van Lokeren. Joekels van villas stonden er netjes zij aan zij opgelijnd temidden van rijen immense bomen. Blijkbaar concureerden deze woudreuzen in grootte met de exorbitante bouwsels. Kwa behuizing leek het in die wijk net een wedstrijd in grandeur. Groot, nog groter, groots. Weliswaar erg mooie huizen maar ze stonden allemaal op een hoop. Het liet een chaotische indruk na. Ze mogen daar voor mijn part hun huizen houden.

In Daknam werd de relatie tot de Waas en Reynaertlandroute zichtbaar. Ik maakte er kennis met de Reynaertbanken. Een restaurant met een opgezette vos als lokmiddel voor de klanten domineerde het dorpsplein. Een Reynaertkring speelt er toneel zo blijkt. Heel Daknam is bezield van het Reynaertverhaal. De herinneringen aan Isengrijn, Grimbeert, Tybaert, Cantecleer, koning Nobel en nog vele anderen uit het dierenepos zijn er tastbaar. Straten en gebouwen krijgen hun namen toebedeeld. Heel het dorp baadt in de sfeer van Reintje de Vos. In de aanloop naar Eksaarde was het stilaan tijd geworden om te schoven. Op een bankske gezeten keek ik daarbij eens naar de hemel om het weer in te schatten en af te toetsen aan de voorspellingen. Wat wordt het, eieren of jong ? De hele dag deed de zon al vergeefse pogingen om door te breken. Het lukte haar niet. Hier en daar een vaag spatje blauw aan het zwerk en daar moest ik het mee stellen maar de zon, zij bleef weg. Een stijve bries deed me twijfelen of ik al dan niet terug een truitje zou aantrekken. Met zo stil te zitten op die bank koel je makkelijker af. Na Eksaarde passeerde ik de mooie paden langs de plassen die ontstaan zijn bij de dode Durmemeander en een stukje Moervaart. Samen maken ze voor een stukje deel uit van de Fondatie Boudelo. Ook 'De Linie' en de Heilige kruiskapel maken hier deel uit van het prachtige decor dat die fondatie hier te bieden heeft. 2 jaar geleden deed ik hierover al verhaal in een blogpost over de Fondatie Boudelo, De Linie en de Kruiskapel.  

Vooraleer de laatste kilometers langs de oever van de Moervaart aan te vatten zette ik me even op het terras van het Keizershof, een sjiek etablissement vlak aan de Sinaaibrug over de Moervaart. 1 of 2 Brugse Zotten ? Deze afweging maakte ik in functie van de nog resterende staptijd tot het eindpunt in Moerbeek, een 3-tal kilometers verderop, en de wachttijd aldaar op een lijnbus naar St Niklaas. Het werden er 2, haast en spoed is naar verluidt zelden goed en op 1 been kan je moeilijk staan. Die Brugse Zotten vergezeld van een ruime portie nootjes gleden met veel smaak naar binnen. Dat had ik goed getimed. Ik heb niet lang op de bus moeten wachten. Ik had zelfs nog 5 minuutjes tijd om een een bezoekje te brengen aan een nieuw aangelegd parkje vlak bij de bushalte. In dit parkje probeert men oude vergeten Oost-Vlaamse fruitboomrassen terug nieuw leven in te blazen. Een mooi initiatief. Daar aan die bushalte stond ik onvermoed op de plaats waar vroeger de Boudelo Abdij heeft gestaan. De abdij werd in 1197 opgericht door Boudewijn van Boeckel. In 1578 werd deze abdij verwoest door de Calvinisten en van het puin werd er een hoeve gebouwd. Die is inmiddels ook verdwenen. Aan de overkant van de bushalte stond er een grote doorzichtige afdruk opgesteld met het beeld van die verdwenen hoeve. Met door de afdruk heen te kijken werd het beeld van de hoeve op het achterliggende landschap geprojecteerd. Ja, toch wel, tot op de laatste meter kon dit wandelpad me nog verrassen. Daar kwam de bus aan zie ! Met nog een schep van 25 paaltjes bovenop de reeds afgelegde kilometers op dit pad zat m'n dag er op. Volgende keer wordt het Moerbeke - Stekene. Ik ben benieuwd.


Etappe 5 : 21k St. Niklaas - Sinaai. 
                    3k Sinaai NMBS station - Dries Sinaai.  

En hopla, ik ben weer vertrokken voor een etappetje op de Waas en Reynaertlandroute. Om practische reden moest voor deze lijnwandeling  begin- en eindpunt omgekeerd worden. Ik stapte dus deze keer van Sinaai naar St. Niklaas. Ondanks het somberdere weer werd het toch  een prachtige wandeling. Ik bemerkte deze keer een eigenaardige maar voor mij onverklaarbare lichtintensiteit onder het grijze wolkendek. Ook in deze contreien heb ik al verscheidene kilometertjes afgemaald en zie, er vallen altijd nog nieuwe mooie lokaties te ontdekken op onze vaderlandse bodem. Ook al is die maar een zakdoek groot. Ik spoorde deze keer met de trein tot in Sinaai. Vandaar pikkelde deze Jan via het Wijnveld naar het startpunt dat zich situeerde op den Dries in Sinaai. Snoj is dat, uitgesproken in de aldaar aan te treffen volksmond.
Langs dit Wijnveld, een grote baan eigenlijk, vielen er prachtige oude huizen te bewonderen. Ze herinnerden me aan de houten blokkendozen van weleer. Prachtige bouwsels kon je met dit antieke speelgoed  maken. Pilaartjes, deuren en vensters met ruitjes van rood doorzichtige mica, kanteeltjes puitjes enz. Allemaal in hout, pure nostalgie. Het verschil met het huidige speeltuig van onze kleinkinderen is immens. Enkele fotootjes aan deze mooie huizen dienen mijn herinnering. 

De wandeling ging richting uit van de Fondatie van Boudelo. Ik volgde de buitenrand van dit patrimonium. Erg rustige paden, soms verhard doch steeds met een kijk op het prachtig lappendeken van omgeploegde akkers, beemden, bospartijen, weilanden en gemaaide velden. Zalig is de geur die vrijkomt als de zon een beetje warmte op zo een maaiveld loslaat.  2 jaar geleden werden hondenbezitters daar gewaarschuwd voor vergif dat er her en der werd aangetroffen. Blijkbaar hebben ze de snoodaards nog niet gevat want de waarschuwingsborden waren er nog steeds aanwezig. 

Vanaf de fondatie Boudelo ging het richting Puivelde uit. Puivelde is een deelgemeente van Belsele. Onderweg er naar toe trof ik een bord aan waarop melding werd gedaan van de woelige krijgsgeschiedenis die Sinaai achter de rug had. De Spaanse overheersing bij de  bezetting van de Nederlanden in  de 16de eeuw, de boerenkrijg, de 1ste wereldoorlog ... Ik heb het al eens vermeld in een eerdere blogpost (de driehoek Sinaai - Eksaarde - Lokeren)

Nieuwsgierigmakend, dus zonder veel uitleg, werd er op dat bord melding gemaakt dat Sinaai fier is op haar Maegd ! De Maegd van Sinaye begot ! Het lokale toneelgezelschap put inspiratie uit het levensverhaal van deze lokale heldin. Net zoals het Antwerpse poppentheater ' De Poesje' aan het leven van de Maegd van de Burchtgracht een inspiratiebron heeft, is Maria Sophia Duerinck dankbaar voer voor talloze theatervoorstellingen. Zoals eerder vermeld kwam ik op dat bord niet veel te weten over deze maagd. Ik heb het dan maar opgezocht. Deze Maria Sophia maakte haar nagedachtenis onsterfelijk tijdens de Boerenkrijg toen Franse sansculotten onze contreien bezet hielden. 

Het einde van de 18de eeuw was zowel op politiek als op sociaal vlak een periode met heel wat veranderingen. De gevolgen van de Franse revolutie werden merkbaar tot ver over de Franse landgrenzen heen en drongen ook door tot in het Waasland. Heel wat bezittingen werden als belastingen opgeëist en weggevoerd naar Frankrijk. Het Vlaamse volk kreunde onder de belastingsdruk en toen ook de kerken en de kloosters werden gesloten groeide de weerstand onder de plaatselijke bevolking. Het was echter de verplichte dienstplicht (de bloedwet) die ervoor zorgde dat er in oktober 1798 rellen uitbraken. De brigands verzetten zicht tegen de bloedwet die alle jongens van twintig opriep om dienst te nemen in het Franse leger. 

Een beetje opzoekwerk leerde me dat een zekere Adolphe Siret, arrondissementscommisaris tijdens de boerenkrijg, op een ietwat romantiserende en pathetische wijze haar heldendaad toelicht. Daardoor wordt het gebrek aan duidelijke en concrete informatie enigszins verdoezeld. De zakelijke gegevens die hij weergeeft, zijn vrij summier. Zij kunnen in beknopt bestek samengevat worden:

 - een soldaat van het Franse bezettingsleger wordt anno 1798 op de Dries van Sinaai gedood
- enkele dagen na dit voorval komt een bataljon onder leiding van kapitein Pers hiervoor vergelding eisen
- de gemeentelijke overheid probeert vergeefs een dreigende wraakactie af te wenden door een overeenkomst te sluiten
- wanneer deze poging mislukt, gaan beide partijen te rade bij de rijke landbouwer Duerinck
- diens negentienjarige dochter knielt voor de kapitein en zegt dat zij haar leven wil offeren om haar dorpsgenoten te redden; - de kapitein is onder de indruk van het meisje en haar moedig gebaar; hij beveelt zijn manschappen om voedsel te halen bij de Sinaainaren, zonder hen kwaad te berokkenen
- de Franse compagnie trekt zich ’s avonds terug
- kapitein Pers keert enige tijd later terug naar Duerinck en vraagt hem de hand van zijn dochter
- Claudius Pers en Maria Sophia Durinck trouwen op 29 mei 1799 en krijgen een kroostrijk gezin
- Maria Sophia Duerinck overlijdt op 15 februari 1830 en haar echtgenoot keert naar zijn geboortedorp in de Ardêche in Frankrijk terug.

Zo tot hier wat geschiedenis. En er komt nog 😇

In Puivelde leidt een lint van 4 boerenpaadjes, dwars door de Belseelse bossen
 en goed voor bijna 4km wandelplezier, naar Belsele, de hoofdgemeente. De Weduwe Voswegel, de Sinaaiwegel, de Drieschouwenwegel met de boskapel en tot slot de Kouterwegel bepalen hier het decor. Wat de weduwe Vos uitgespookt heeft om haar naam en nagedachtenis onsterfelijk te maken kon ik niet achterhalen. Wel kreeg ik al wandelend op dit ontzettend mooie pad een flash back naar de lagere school in het begin van de jaren 60. Een goede 60 jaar geleden dus   ............

Meester Deus, toen al een oude man, laat ons kennismaken met de koloniale merites van ons Vaderland. In zijn groengrijze casse-poussière, een pijp dampend in de mondhoek en omgeven door een wolk wee-ruikende Semois-tabaksrook, stelt hij een diaprojector op. Een felle lichtstraal zoekt haar weg tussen de rookslierten van de meester zijn pijp en de eerste dia's over de missies in Kongo komen te voorschijn. Okergele zandgronden waarop, vergeef me de uitdrukking, de 'inboorlingen' hun strooien hutjes prijken kleuren het scherm. Nooit gezien, deze beelden lijken wel buitenaards.  Missionarissen in een smetteloos witte pij poseren fier en hautain tussen hun nederige nieuw gewonnen zieltjes. Op de achtergrond de ondoordringbare rimboe waar je zonder een machete niet doorkomt.  Leeuwen en olifanten kenden we wel vanuit de 'Zoologie' maar op jacht naar die beesten met die, vergeef me opnieuw, 'Zwarte Mannekes' was een wereld die voor ons openging. Met deze dia's liet meester Deus ons op een intrigerende manier kennis maken met Donker Afrika. Het sprak tot onze verbeelding. En van die verbeelding, daar heb ik nu soms nog last van 😉. Wel, op dat Weduwe Vos pad kwam de diareeks die meester Deus toen gaf terug tot leven. Ik liep daar onder een dik bladerdak van doorgeschoten bamboe. Een gewelf van haar gebladerte overwoekerde het pad. Donkere stukken stoffige paden waren afgezoomd met ondoordringbaar struikgewas. Een wirwar aan takken, stengels en doornen zorgden voor een natuurlijke omheining van het pad. Hier en daar drong het licht van de zon nog door. De door het gebladerte gebroken lichtstralen tekenden een strepenpatroon op de okerkleurige zandgrond. Het diaplaatje van toen werd hier voor mijn ogen terug geprojecteerd. En het was voor mij compleet, ik zat even terug in het 3de leerjaar bij meester Deus. Waarschijnlijk wel, alhoewel ik het me niet kan herinneren, ben ik toen 's avonds naar huis gekeerd met een enveloppeke en de vraag aan vader en moeder om een milde schenking te doen voor de missies. Ik, uit een werkmansbroek geschud vermoed dat 's anderendaags een enveloppeke werd teruggegeven gevuld met wat nikkel met een gaatje in. De 25 centiemen muntgeld van toen.  

Verdorie, ik ben nog maar in Belsele. Daar ben ik de Leebeek volgend in een grote boog rondgelopen. Een beetje jammer dat de domeinen van het Groenhof niet mee in de wandeling werden opgenomen. Een mooi alternatief waren weliswaar de paden rond het hof van Belsele en de aanpalende vijvers die daar door de Leebeek zijn ontstaan. Geweldig mooie en verzorgde gebouwen die getuigen van harmonie en een doordachte architectuur naar de omgeving toe. Geen spijt dat ik dit mocht ontdekken.

Tot slot kwam St Niklaas aan de beurt. Met het spitsuur was er verdorie veel volk op de been en kwa drukte maakte dit een groot verschil met het gekuier voorheen langs de wandelpaadjes. Ja zeg, de Grote Markt met haar immense afmetingen, de verschillende kunstwerken die je er aantreft, het gemeentehuis ... mooi, maar dat had ik al eerder gezien. Waar ik nog nooit eerder geweest was, dat was in het Romain de Vidts stadspark. Daar zijn de Sint Niklazenaars erg fier op en met reden. Een juweeltje in de stad is het. Het waren de laatste kilometers en een dergelijk kroontje op de wandeling had ik niet meer verwacht. Ik volgde mijn GPS en die liet me ergens in de Walburgstraat een poortje inslaan en plots stond ik in dit prachtige park. Mijn eerste indrukken legde ik vast met enkele fotootjes waarbij ik aangesproken werd door een jonge dame. De laatste tijd gebeurt het al eens meer dat ik wordt aangesproken en dat verbaast, een oude knar zijnde, me eigenlijk wel. Mooi hé ? - vroeg ze me. Nu dat de lente volop in bloei staat zie je hier vele vogeltjes aan het werk met hun nestjes. Hou jij daar ook zo van ? - ging ze verder. Deze jongedame was werkzaam bij de VZW-Vogelbescherming Vlaanderen. In het koetshuis gelegen in het park hebben zij als overkoepelende organisatie daar hun aktiviteiten ondergebracht. Of ik geïnteresseerd was ? Met plezier wou ze me haar werkterrein tonen. Ze vertelde honderduit over de vele vogelsoorten in het park. Ze stopte me folders toe en bleek erg geïnteresseerd in de bij m'n wandelingen opgedanen belevenissen. Deze aangename ontmoeting werd het orgelpunt van m'n wandeling. Veel nostalgische noten deze keer en dat maakte het evenzeer de moeite waard. De volgende keer teen ik naar Moerbeke. Daar zal de lamp dan branden. A la prochaine !


Etappe 4a :   7k Beveren Cortewalle - Haasdonk
             4b :  13k Haasdonk - St. Niklaas


Zo, deze etappe zit er op. Zaterdag reed ik met de bus naar het Kasteel Cortewalle in Beveren en van daaruit keerde ik te voet terug naar Haasdonk. Zondag stapte ik te voet naar St. Niklaas en vervolgens de terugweg met de bus. Goed voor een 20-tal paaltjes. Nu, aangezien ik deze wandeling een beetje aanzie als een toerke 'Rond de Kerk' en dit alles al uitvoerig beschreven staat in vorige blogposts geef ik vlug even een opsomming van de markante POI's (Points Of Interest) die ik onderweg ben tegengekomen. Aan het kasteel van Cortewalle ben ik gestart. Vervolgens kwamen het Hof ter Welle aan de beurt, het Hof ter Saksen, de omwalde hoeve Ter Snoecke, het Fort van Haasdonk, haar bossen, het Populierenpad in Nieuwkerken Waas en tot slot het bufferbekken van de Klapperbeek. De statie van St. Niklaas was voor vandaag het eindpunt. 

Nieuw was voor mij het stukje rond Nieuwkerken Waas. Aan een park in aanleg, althans zo zag het er uit, stonden er enkele informatieborden opgesteld. Het betrof een historische opgravingsite. Ze stelden me op de hoogte dat Vlamingen, Zeeuwen en Frans-Vlamingen allemaal afstammelingen van de Menapiërs zijn en dat deze gasten het leven van de Romeinen behoorlijk zuur hebben gemaakt. De inwoners rond het park mogen nog een naam kiezen voor dit park want over de eerdere benaming 'Menapiërspark' waren de meningen te verdeeld. Het park kreeg die naam, omdat er vorig jaar huizen en graven van de Keltische stam, de Menapiërs, zijn gevonden. Velen vonden dat deze naam de relatie tot de holbewoners te veel accentueerde maar anderen vonden de naam dan wél weer kunnen. Hoewel de naam misschien niet gemakkelijk bekt, is hij misschien niet zo slecht gekozen want zo kan de herinnering levendig gehouden worden dat er in Nieuwkerken 2.000 jaar geleden een nederzetting heeft bestaan. Dit gemeentepark is 32.000 m² groot en omvat een groot bos, een bloemenweide en een schapenweide. Inwoners van Nieuwkerken-Waas mogen van de stad nu zelf nog nieuwe namen voorstellen. 

Na het park liep het pad nog langs de Onze Lieve Vrouw ten Boskerk in de dorpskern. Er zou in de middag een loopwedstrijd plaatsvinden en een tiental vrijwilligers waren bezig met de standen op te bouwen voor dit evenement. Plotseling kwam er één van die gasten naar me toe gelopen. Ik was al aan de overkant van de straat. Hij vroeg me om even mee te komen en of ik even een groepsfoto van al die vrijwilligers wou nemen. 2 kleine gasten moesten een spandoek ontplooien en voorhouden voor het kiekje. Dit zou dan in de Wase streekkrant komen. Ik hou het even in't oog. Zelf heb ik er niet aan gedacht om hen ook op de pelicule vast te leggen. Nog een kilometerke of 4 vielen er te gaan tot aan St. Niklaas statie. Ik wandelde hier een eindje naast de Spoorweg Antwerpen - Oostende en zie, zo halverwege botste ik op een voor mij onbekend natuurgebied : Het bufferbekken van de Klapperbeek. Een wandelpad met kiezel rond dit 115800 m² grote bufferbekken is 1,2 kilometer lang en vormt een complete lus er rond. Het bekken moet in tijden van nood ruim 40.000 kubieke meter water kunnen opvangen. Dat het bekken nu droogstaat, betekent dat het goed werkt. Er mag slechts water instromen als elders een alarmpeil is benaderd en de klapperbeek haar snelwassende water niet meer aankan. Dit gebied is een groene long naast een woonwijk. Ik hou het hierbij, volgende lijnwandeling gaat tot in Sinaai en dat is voor een volgende keer.


Etappe 3 : 23k Steendorp Fort - Beveren Cortewalle
                    3k Temse Station - Steendorp Fort. 

Zo, deze rit zit er ook op. Een erg mooie wandeling werd het. Nu, elke meter van deze track heb ik al ooit wel eens gestapt, ik heb dus niets nieuws onder de zon gezien. Deze laatste was wel van de partij. Gechaperoneerd met een stevig bries was het prima stapweer. M'n kar had ik op het eindpunt gestald, ttz de parking naast Cortewalle in Beveren. Van daaruit even stappen tot aan het station en met de trein naar Temse gespoord. Een 3-tal kilometertjes was het van hieruit naar m'n beginpunt aan het Fort van Steendorp. Het viel me op dat er een wandelaarster me al een geruime volgde. Althans die indruk had ik. Het klopte nog ook. Ze kreeg het zelf in't snuitje dat ik een keer teveel me omkeerde. Ik wachtte haar op. 'Doe jij ook de door de wandelclub georganiseerde wandeling vanuit Temse Station ?' Ik gebaarde van toeten noch blazen. Volgens haar moesten er vanaf het station pijltjes de richting aangeven maar bij gebrek eraan dacht ze er goed aan te doen me te volgen. Ja helaas, ik had andere plannen en die dame moest terugkeren op haar stappen.  

Aan het Fort van Steendorp spotte ik opnieuw het bordje met het opschrift 'Ontelbaar Mooi'. En dat is het ook. Veel reliëf in het parcours laat niet vermoeden dat je in België zit. Nu, in oktober 2018 heb ik de omgeving daar al eens uitgebreid omschreven : De kreken rond Rupelmonde

Bij het verlaten van het Fort zag ik personeel van de gemeente Temse aan het werk op het picknickterrein ernaast. Dichterbijgekomen zag ik dat er grijpstokken werden uitgeladen en hopen plastic zakken. Vandaag werd er beroep gedaan op vrijwilligers om zwerfvuil op te rapen. Ze verwachtten een hele hoop deelnemers met het mooie weer. Het zou me niet verwonderen moest den Hugo aan deze actie zijn steentje bijdragen. Een erg mooi initiatief als je het mij vraagt. Het is soms triestig gesteld met de mentaliteit van de vervuilers. Anderzijds denk ik dat het sluikstorten nog zal toenemen. Met de invoering van huisvuilcontainers in vervanging van de plastic zakken zal de prijs voor het ophalen van grof vuil in Beveren een veelvoud van het huidige bedragen. 

Temse, Steendorp en Rupelmonde lagen achter me, een volgende doortocht betrof Bazel. Het Kasteel van Wissekerke, een boomeranglocatie op m'n wandelingen  kwam nog maar eens aan de beurt alsook de prachtige Laarzenpaden langs de Kruibeekse kreken. Ik kruiste daar een wandelaar met zijn hond. Af en toe draai ik me zo al eens om bij het passeren van iemand en wat zag ik deze keer ? Die kerel had een dreeadlock kapsel, awel, zo een exemplaar heb ik nog nooit gezien. De vervilte gevlochten tressen vielen over z'n rug tot onderaan z'n kont. Volgens mij staat hij met zijn kapsel in het Guinness Book of records. Ieder zijn goesting maar niet simpel om ermee rond te lopen volgens mij.

Een groot stuk uit deze etappe van de Waas en Reynaertland route  wordt gedeeld met nog enkele belangrijke paden. Ik zag aanwijzingen voor de St. Martinusroute, een pelgrimspad tussen Utrecht (NL) en Poitiers (Fr) . Een andere verwees naar het St. Jacobspad tussen Haarlem (NL) en Santiago de Compostela (ES) en tot slot de GR5 Vlaanderen Wandelronde. Dit groteroutepad loopt door de Belgische provincies Oost- en West-Vlaanderen. De wandelronde van Vlaanderen is ongeveer 560km lang. Het deel langs de kust loopt gelijk op met de Europese wandelroute E9.
Maar voorlopig reiken mijn wandelambities nog niet zo ver.  Ik zat voor het moment nog rond te lopen in de Kruibeekse kreken. Deze drie kreken zijn ontstaan in 1715 na een zware dijkbreuk van 150 m lang op de plaats van de huidige sluis aan de Rupelmondse kreek en de Schelde. Het heeft drie jaar geduurd vooraleer het dijkgat is kunnen gedicht worden. Dit was een ramp voor vele gebruikers van deze gronden die hierdoor verstoken waren van een opbrengst die ze broodnodig hadden in tijden van grote armoede in Vlaanderen. Nu vinden we er juweeltjes van waardevolle stilte-natuur zowel langs het Beverpad aan de Rupelmondse kreek, als langs de dijk van Tilleke Tang langs de Kruibeekse kreek en de oude Barbierbeekbedding.
In de jaren 50 van de vorige eeuw bevond er zich in de kreek een legendarische visserskroeg die open gehouden werd door Tilleke Tang en Guustje Pluim, een onafscheidelijk koppel. Het waren 2 zeer geliefde dorpsfiguren en dat vertaalde zich in een groot klantenbestand. Er werd daar een stevige pint getapt en verzet en de vaten werden er per boot aangevoerd.  Nu zou de geest van Tilleke nog tussen de nevelslierten op de moerassen rondwaren. Van de grote schrik stapte ik door naar het Kortbroek, gelegen in de meest noordelijke punt van de Kruibeekse polders. Tot hier waren het al 15 paaltjes aan pure natuur geweest. Wat is dit een toch een prachtig gebied ! 


In het Kortbroek zag ik een eerste verwijzing naar een vos. Zit er een vos in ’t Kortbroek? Op een bordje bij de ingang van het natuurdomein wordt deze vraag aan de bezoekers gesteld. De gemeente Kruibeke nodigt hiermee het ganse gezin uit om, samen met de vos, op zoek te gaan naar een heerlijke maaltijd. Er is een bewegwijzerde route, vertrekkend aan de wilgentunnel op de Scheldelei in Kruibeke. Daar vind je ook het infobord met uitleg over de bewegwijzerde route van ongeveer 3 km doorheen het Kortbroek. Onderweg kan je theaterfragmenten bekijken door het inscannen van een QR-code met je smartphone. Voilà, dit hebben we dan ook weeral gezien. 

De krijgsbaan diende overgestoken te worden om richting Melsele te tenen.
Ik passeerde daarbij het legendarische café 'De Voermansrust', beter gekend als bij 'Roos Pap' in de Hollestraat. Het terras zat er al goed vol. Vroeger kwam ik daar ook nog al eens bij een uitstap met de scoutsvrienden. Dit op voorspraak van den Bob Cools, oud burgervader van Antwerpen die ons deze kroeg als een 'must visit' aanprees. Als hij 's zondags een toerke ging rijden met zijn Amerikaans Willy-Oorlogsjeepke wipte hij daar steevast binnen. Ik geef even een recensie van het Nieuwsblad over deze bruine kroeg : 
Café De Voermansrust, beter bekend als ‘Bij Roos Pap’, is al voor de tweede keer uitgeroepen als beste café van Kruibeke. In 2016 werden ze het beste café van Kruibeke en in 2017 zelfs het beste café van Oost-Vlaanderen met fanclub van Brent Van Moer. In café Voermansrust te Kruibeke gaat het er al bijna 100 jaar op dezelfde manier aan toe. Advocaten en landbouwers zitten naast elkaar aan de toog, terwijl de buurtbewoners een kaartje leggen. Hier word de beste Stella getapt van de streek. In Kruibeke is het beste café tevens het oudste café. Toch zal wie de weg vraagt naar De Voermansrust waarschijnlijk weinig reactie krijgen, maar wie naar ‘Bij Roos Pap’ vraagt, de weg vlotjes vinden. Nu is er ook een zomerbar : "Roos Pap Bar" genaamd. 

Roos Pap heeft aan mij vandaag niks verdiend. Alleen is maar alleen en dan heeft een tripeltje minder smaak. Ik stapte dus door. De kilometers tot aan Melsele Station liepen over landelijke asfaltwegen. En jawel, ik liep er door een vossenstraat. Dat beest komt meer en meer in zicht zoals ook de grijze wolken. Ze troepten samen en de wind nam nog toe. Maar zolang het waait regent het niet. Af en toe verdween de zon maar het bleef droog. Vanaf Melselestation tot aan Kasteel Cortewalle volgde ik de veldwegeltjes. Ook mooi maar het einde kwam in zicht. Mijn streek GR komt op gang. 70km zit er al op. 


Etappe 2 : 20k Waasmunster Fortenstraat - Steendorp Fort 
                  8k Steendorp Fort - Haasdonk.

De streek-GR Waas- en Reynaertland werd in 2020 gekroond tot Wandelroute van het jaar. In een Nederlandse recensie wordt deze 175 km lange route in de hemel geprezen. Ze gaat doorheen charmante landschappen en veel cultureel erfgoed zo luidt hun commentaar. En inderdaad 700 jaar geleden kreeg deze wandelomgeving een belangrijke plaats in het middeleeuwse dierenepos ‘Van den vos Reynaerde’. Sindsdien heeft de streek Reintje de vos in haar armen gesloten. Er wordt dan ook niet voor niets over het 'Reynaertland' gesproken. Reynaert de Vos neemt je met deze prachtige wandeling mee van het Vlaamse Lokeren tot in het Zeeuwse Hulst. 

Dit even terzijde. Vandaag sloot ik aan op het eindpunt van de vorige etappe. Met de bus reed ik tot aan de halte van de Fortenstraat in Waasmunster en pikkelde van daaruit naar mijn startpunt. Dat was een kleine 500 meter verder. Het pad liep hier samen met het Edmond Verstraetenpad. Met een standbeeld op de Sombekedries werd deze Sombeekse kunstschilder zijn nagedachtenis vereeuwigd. Dit mooi pleintje met zicht op de 400 jaar oude St. Rochuskerk verschaft de wandelaar veel informatie over de Sombeekse geschiedenis. Zo passeerde ik de historische schandpaal van de heerlijkheid Sombeke. Nu staat hij opgesteld in de voortuin van een woonhuis. De oorspronkelijke standplaats is niet met zekerheid bekend, doch er wordt aangenomen dat de schandpaal zoals gebruikelijk stond opgesteld tegenover de kerk en de vierschaar en dit was op de Sombekedries. Er valt veel te zien !

Ik belandde op het Durmepad dat rond het Groot en Klein Broek loopt. Een stuk was er afgesloten zodat ik via een omweg verderop moest aansluiten. Her en der zijn er nog werken aan de gang in het kader van het Sigmaplan. In de hoek tussen Schelde en Durme wordt een overstromingsgebied van ongeveer 60 ha ingericht in het kader van het vernieuwde Sigmaplan. In een post van enkele jaren geleden heb ik dit al eens toegelicht : Het Sigmaplan 
Voor de eerste keer in mijn leven spotte ik een lepelaar in de natuur. Onverstoord lepelde hij de bodem van een sloot uit. Spijt dat ik mijn sjieker fototoestel niet bij had. Ik zou daarmee beter ingezoomd kunnen hebben wat een mooiere foto zou opgeleverd hebben.

De Mirabrug kwam in zicht. Deze keer was er ook geen mascaret op de Durme te bespeuren en eens deze overgestoken was stond ik op het  Hammese grondgebied. 
De Bunt in Hamme was de volgende schakel in mijn wandeluitstap. Rijk aan natuur en water ligt dit 25 ha groot natuurgebied bij de samenvloeiing van de Durme en de Schelde. Het is ontstaan op de plaats van een oud turfwinningsgebied. De meeste turfputten werden gedempt bij de heraanleg van de Schelde aan het einde van  de 19de eeuw. De overige putten zijn nu visrijke vijvers geworden. 

Ik duikelde de Bunt in via het Durmse Schorrengebied, een belangrijke schakel in het grotere Scheldeland. Ondertussen was het vrij warm geworden. Ik speelde een 2de trui uit. Tussen die kolossale rietwouden die de wirwar aan sloten greppeltjes in die schorre omzoomden was het daarentegen vrij fris. Dit zoetwatergetijdengebied heeft in Europa, net zoals het Verdronken Land van Saefthinge, een zeldzame status op natuurgebied. Het is er ongelooflijk mooi. De rietkragen zijn enorm. En nu met het alom ontluikende groen was het daar zalig toeven. Ik kwam iets te laat aan aan het veer Tielrode - De Bunt om de Durme over te steken. Iets na 12u was het en daardoor moest ik tot 13u 
 wachten om over te steken. Om 12u30 hield de veerman zijn schaft en vaarde niet.  Ik profiteerde ervan om de bokes aan te spreken. Toegegeven, solo wandelend zijn die schoofzakjes iets soberder. Hapjes, flesje wijn, een snoepje, zoiets moet je kunnen delen. Iets na 13u dus stond ik dan op het jaagpad van de andere Durmeoever. Nog 18 paaltjes bleven er te gaan. Langsheen de scheldeoever rondomrond het Tielrodebroek en zo naar de Zaat in Temse waren de volgende stappen. Het Tielrodebroek is een gecontroleerd overstromingsgebied of potpolder, gelegen aan de samenvloeiing van de Schelde en de Durme. Je kan er genieten van slikken en schorren, rietkragen, wilgenbossen en uitgestrekte hooilanden. Veel watervogels, zoals eenden en blauwe reigers, hebben hier hun thuis.  Zie,  de skyline van Temse kwam in zicht. In de verte werden de bruggen opgehaald. Ik vroeg me af of dit gebeurde om de mensen te koejonneren. In de verste verte was er geen schip te bespeuren dat doorvaart vroeg. Na een kwartiertje zakten ze terug naar beneden. Bij het wandelen langs de scheldekaaien van Temse miste ik den Hugo. Die zou me zeker een kroegje binnengeloodst hebben voor een tripeltje. Helaas, hij had het vandaag te druk.   Maar ach, alleen zonder compagnie in een vreemde kroeg binnenduikelen zie je me niet vlug doen tenzij een levensbedreigende dorst me ertoe zou dwingen. Donderdag in Tubize of Kasteelbrakel met de Michel halen we dat wel in. In kronkelende lijn ging het nu langs de Scheldeboord via het scousselbroek naar Steendorp. Op enkele fietsers na was het een erg rustig stuk. Schaapjes stonden vredig te grazen op de taluds. 

Na 25000 stappen zette ik me eventjes op een bankje om een appeltje te schillen en naar de boten te kijken die er voorbijvaarden. Fascinerend, lichters boordevol geladen met zand of kiezel, of noem maar op, het water op amper een half metertje van het dolboord, en dat blijft gewoon drijven.  Het Fort van Steendorp was de laatste schakel voor vandaag. Een bordje 'Ontelbaar Mooi' moet je doen geloven dat dit fort een pareltje van een wandeling in petto heeft. En dat is het ook. Beetje heuvelende paden rond een indrukwekkend bouwwerk. Helemaal met ondoordringbaar struikgewas overwoekerd net zoals de Azteekse tempels in Mexico. Groots spel met rondomrond een 4-tal kilometer aan toverachtige wandelpaden.  

'Komt er efkes bijzitten !' Aan dat Fort zat er een oudere man even uit te rusten. Tattoos op de armen die ooit in lang vervlogen tijden waren gezet. Moeilijk uit te maken wat ze voorstelden, een schip en een anker ... dat ging nog, ze waren verschenen en vervaagd door de jaren. Ik vertelde hem dat ik zojuist een appeltje had geschild op een bankje en met nog een 8-tal kilometers te gaan zou ik me terug in gang moeten trekken indien ik me terug neer zou zetten. Gij komt ook niet uit de streek hier, stelde hij vast. Hij was Antwerpenaar en was in Steendorp komen wonen. Daarvoor had hij in de Chicagoblokken op het Sint Anneke gewoond. Vanop de 25ste verdieping in de Ernest Claesstraat zwierden ze er hun ijskasten en frigo's naar beneden. Ja die man, een waterval, hij stopte niet met 'sjawelen'. Deze uitdrukking is een synoniem voor het voeren van een gesprek  in 'Het Stad'. Ik begon me kostelijk te amuseren met zijn levensverhaal. Als paracommando ging hij springen in Turkije en Pau. Hij vloog mee met flying boxcars die maar op 1 schroef in de lucht bleven, als zeeman ging hij koffie laden in Costa Rica, Santos, Honduras en Colombia. Amerika was zijn lievelingsland. Vooral de zuidelijke staten rond de Missisipi hadden zijn voorkeur. Zeg ginderachter dat ge bij de Ku Klux Clan bent en alle deuren gaan wagenwijd voor u open beweerde hij. Jawadde zeg ! In de Quellinstraat in Antwerpen dan weer beoefende hij karate en close combat met Israëlische geheimagenten van de Mossad. Als zeeman vaarde hij ook met uit de 2de  wereldoorlog achtergelaten Amerikaanse Virginiaboten naar Vietnam. Daar ging hij wapens leveren. Ze rammelden uit elkaar die schuiten maar een groot probleem was dat niet. Helemaal rond de kaap in Zuid-Afrika, door het Suezkanaal mocht niet met schietgerei, bommen en munitie. Dan verder onder Sri Lanka door naar de Zuid Chinese Zee en aan de Tonkinbaai naar links en zo dat 'gerief' gaan lossen in Vietnam. Precies of hij wees je de weg naar de bakker. Aan de dok had hij ook gewerkt. Fernand Huts de Grote Havenmanitou was zijn persoonlijke vriend geweest. Met hem deelde hij de passie voor Engelse autos. Het gesprek begon over te hellen naar het migrantenvraagstuk. Zijn schoonzoon had 4 jaar in de Begijnenstraat in 'den bak' gezeten en bij de bezoekjes daar verdween al zijn sympathie voor de gekleurde medeburgers. Ze smolt als sneeuw voor de zon. Alle registers werden bij hem opengetrokken bij het geven van oplossingen. De ene al wat gewelddadiger dan de andere. Zelfs de raketten van Rusland konden volgens hem hier aan bijdragen. Liefst die met kernkoppen van 100 megaton. Van die raketten wist hij ook het fijne. Die van de Rus liggen er al 60 jaar en werken niet meer beweerde hij. Man man, zeker een uur heb ik me geamuseerd met deze kerel zijn uitleg. Alhoewel hij bijna 80 was, zat er nog veel vuur in zijn betoog. Ik moest me uit de conversatie loswrikken wilde ik nog op een redelijk uur thuiskomen. Ik kraste op en via de 6km lange Haagdam tussen de E17 en Steendorp, middenin de velden belandde ik thuis. Voilà begonnen in Waasmunster en verder door naar Sombeke, Hamme, Tielrode, Temse, Steendorp kon ik deze 2de etappe afkloppen. De volgende etappe ligt al op de loer. Van Steendorp over Bazel, Zwijndrecht, Melsele om er in Beveren de riem af te gooien.

Etappe 1 : 26k Lokeren NMBS Station - Waasmunster Fortenlaan.

En zie, vandaag ben ik er aan begonnen. De streek GR van het Waas en Reynaertland. Het werd een stevige wandeling van goed 26km. Het slechte weer van gisteren hypothekeerde en verhinderde een uitstap naar Tubize. Daar zou ik met de Marc afspraak hebben gehouden maar helaas.  Vandaag werd de schade ingehaald. Een stralend blauwe hemel deze morgen straalde iets te hevig om er onbewogen bij te blijven. Ik dus weg ! De bus genomen naar Lokeren, daar toegekomen om 11u30 en hopla, daar gaan we !  Repen snijden met andere woorden. Op de Grote Markt nog gauw een worstenbroodje bij de Panos versierd en daarna ging het via het Verloren Bos richting Molsbroek. Een klein stukje van het jaagpad wat verderop was afgesloten zodat er een omweg diende gemaakt te worden. Geen erg, er zou nog jaagpad genoeg komen langs die kronkelende Durme. De omgeving was me niet onbekend. Naast het Molsbroek lopende passeerde ik 'Café het Breimachien' en kon me de volkse sfeer die er rondwaarde nog goed herinneren. Mijn bezoek aldaar was geleden van april 2015. Patricia de stamineebazin is misschien al wijlen ! Op de gigantische plas water die het Molsbroek wordt genoemd krioelde het van het leven. Wel honderduizend meeuwen maakten er kabaal. Op éne meer of minder komt het niet aan. Het was een gekrijs van jewelste. Ik beklaag de omwonenden. Ik denk niet dat er gevolg zou gegeven worden indien de lange armen der wet hier een pv voor geluidsoverlast zouden voor opmaken. Rondomrond het Molsbroek staan er verrekijkers opgesteld. Slobeenden, futen, kuifeenden, ganzen, wilde eenden, meerkoeten en aalscholvers, het zit er allemaal. Die kijkers zijn handig om er die plas mee af te turen om zo de verschillende beestjes te kunnen observeren.  De moerasomgeving rond het broek heeft iets intigrerends. Je zou jezelf in de Everglades wanen. Zet hier links en rechts wat aligators en bijtschildpadden uit en het prentje is compleet 😉😉😉. Kortom, je treft er een prachtige natuur aan en het verbaasde me dat er zo weinig mensen rondliepen. Eigenlijk niemand, ik liep er alleen. Zo was ik al enkele kilometers doorgestapt tot aan de Hamputten en zelfs daar aan de Durmeboord aangekomen kon ik de herrie van die meeuwen nog horen. De Hamputten ... ik herinnerde me de uitspraken van den Hugo die destijds aangaf dat je niet wilde weten wat er daarin allemaal gedumpt werd. Alle toegang tot het zogezegde 'private domein' daar is onmogelijk. Soit ...


Aangekomen op het jaagpad volgde ik dat tot aan de Molsbroekdam, stak die over en keerde aan de overkant terug over het jaagpad tot aan de Zelebeek. Hier verliet ik het jaagpad en min of meer de loop van de Polderbeek volgend bevond ik me daar in de Hoek van Zele. Grote witte wolkenvelden waren ondertussen van de partij en joegen door het hemelzwerk. Hier en daar  zat er een grijs exemplaar bij maar het bleef droog want er stond te veel wind. Als de zon zich achter zo een wolk verschool voelde de stevige westenwind best fris aan.  Zeker in de open velden miste ik mijn muts. Daar dook het Bulbierbroek op, ik zat middenin de Durmepolders. Het pad boog vervolgens terug naar de Durmeboord. Die was volledig overwoekerd met rietkragen zodat de rivier nauwelijks te zien viel. De Durme zelf stelt niet veel voor. Het is een slijkerige geul geworden maar niettemin zijn haar oevers een uitgelezen habitat voor vele dieren. Ooit was het aanzien van deze rivier geheel anders. Voor de afsluiting van deze rivier had je hier een getijdeverloop van 2 meter. Een boot zal je hier niet meer aantreffen.  

In Waasmunster wandelde ik over de brug richting dorpscentrum. Aansluitend volgde het mooie park Blauwendaal met haar kasteel. Eens het park uit gaf een bord aan dat er een nieuw wandelgebied zich aanbood. Ik stond in Heide, deel uitmakende van de Wase Cuesta en een deelgemeente van Waasmunster. Prachtige omgeving is het, dat wel. Jammer dat dit natuurgebied volgebouwd werd met pompeuze gedrochten. Lees 'kasten van villa's' waarmee een schare gefortuneerden hun rijkdom en status kan etaleren. Er moest nog een kilometerke of 8 afgelegd worden. Deze resterende paaltjes waren een paternoster - puzzel van verschillende paden. Te beginnen met de “Roosenberg” wandelroute. Deze laat je kennis maken met de omgeving van Waasmunster. Meersen, bossen en heide wisselen elkaar af. Wandelend tussen historische trage wegen, een oude spoorwegbedding, verschillende kastelen en abdijen krijg je een heel gevarieerd palet aan natuurschoon en cultureel erfgoed. Aansluitend volgde het Sombekepad en het Edmond Verstraetenpad waarop ik me een kilometertje voor het einde op een bankje neerplaveide. Wat lag het zachtglooiende landschap er schitterend bij. Ik spotte er de eerste zwaluwen van het jaar. Dat vind ik dan telkens weer een verheugend momentje. Een teken dat de lente zich heeft gesetteld. Net zoals de eerste sneeuw die de winter inluidt, de kerst, de paaseieren, de meiklokjes op 1 mei en zelfs ook een eerste schooldag in september, immer weerkerende  momenten zijn die voor bakens in de voortschrijdende tijd staan. The circle of life ... er is geen begin ... er is geen einde... alles herhaalt zich.

Zo, het tripje zat er weeral op want iets verder arriveerde ik aan mijn bushalte. Gedaan met stappen voor vandaag. Volgende etappe sluit ik hier terug op aan en wandel ik verder richting Steendorp. Dat zal ook een mooi tripke worden. Kasteel van Sombeke ... De Bunt ... Schousselbroek .... Allemaal al wel eens gezien maar het is toch iets anders wanneer je alle etappes van deze streek GR bij elkaar legt. Je krijgt een mooi aansluitend en karakteristiek geheel, het kan geduid worden als een Lange Afstands Weg.  Zo, we zijn op deze LAW al 26km dichter bij het einddoel : Hulst. Nog een 150 te gaan. Echter haast is hier helemaal niet aan de orde !


Proloog :  

Nog geen meter heb ik gestapt op deze streek GR! Dat komt nog wel. M'n seniorenkaart van De Lijn moet renderen. Maar, rustig aan, ik heb tijd, alle uren ne lepel 😄😄. De vorderingen ga ik telkens hierboven bijschrijven. Eerst wat duiding geven over deze bijna 180 paaltjes tellende Streek GR, de Waas- en Reynaertland genaamd.  

Deze trip ligt al een tijdje in de aanbieding onderaan in m'n schuif. Tijdens m'n toerkes rond de kerk hier kwam ik de geel-rode bewegwijzering regelmatig tegen. De geel-rode bordjes begonnen me te begeesteren. Deze route start in Lokeren, midden het Waasland, en eindigt in het Nederlandse Hulst, hoofdstad van het Reynaertland. Het is Reynaert de Vos die de rode draad zal leveren voor deze route. De vele Reynaertbeelden en typische Reynaertbanken zijn de stapstenen van het verhaal. Ik heb dit wandelingetje opgedeeld in 8 stukjes. Elk moment dat het me schikt en lukt om er ééntje onder m'n bottienen te kunnen plakken ben ik repen snijden. Het relaas geef ik hier dan telkens bovenaan weer. 

Deze route wordt geacht een ontdekkingstocht op te leveren langs schilderachtige rivieroevers, dromerige nevellandschappen, vruchtbare landbouwgronden en karaktervolle dorpen. Het Waasland en het Land van Hulst bieden naast een gevarieerd en charmant landschap ook een rijke geschiedenis en heel wat cultureel erfgoed. In de middeleeuwen werd in een abdij nabij Klein-Sinaai het dierenepos ‘Van den vos Reynaerde’ geschreven. De avonturen van de schalkse vos werden wereldberoemd, en in het ‘Waas- en Reynaertland’ zijn nog talloze verwijzingen naar dit tot de verbeelding sprekende verhaal te vinden. Het gezelschap van de vos geeft een extra dimensie aan deze Streek-GR !  

En ondertussen ben ik nog eens in Temse op stap geweest. Deels door het Schouselbroek, het Scheldepark en de randjes van het fort van Steendorp. Ook wat rondgeduind in de Ster en het Kortbroek aan het veer in Kruibeke.  Na een kleine 300 uitgestippelde wandelingetjes te hebben uitgepikkeld zou je denken dat je al veel gezien hebt. Dat is ook zo maar telkens ontdek je dan toch weer prachtige plekjes waarvan je dacht ... hier ben ik verdorie nog nooit geweest. Ik heb er nog wat fotokes bij getrokken.