maandag 27 juli 2020

Midweek met de stapmaten in Poupehan - Dag 1 & 2 & 3 & 4 & 5

Het lag al een heel tijdje in het vet te sudderen. Net nog niet aangebakken haalden we, ttz de stapmaten, een kampeertripje uit de braadpan. De plannen hiervoor sluimerden al een hele tijd zonder dat we daarvoor al iets concreet hadden ondernomen. Het kwam plotseling in me op. Ik denk wel dat de aanhoudende coronasleur de oorzaak was aan deze opwelling. Ik stelde een midweekje voor op de camping 'Le Prahay' in  Poupehan. De stapvrienden waren meteen akkoord.  Een schitterende ingeving dus ! Poupehan (Waals: Pouphan) is een dorpje in de Belgische provincie Luxemburg en een deelgemeente van de stad Bouillon. Het ligt volop in onze Ardennen  (de Waalse landgenoten eigenen zich ook  onze 'La Mer du Nord' toe) !  Bovendien ademt deze streek een zekere sfeer van vakantie uit. Het ligt op de zuidelijke helling van de Belgische Ardennen, langs de oevers van de Semois. Poupehan is omringd door heuvels. En dat zouden we daarginds heel vlug ervaren aan de kuiten. 
Met 5 zouden we er op uit trekken maar onze vriend Angelo noteerde voor een 2de keer brute pech. Eerst was het zijn Santiagotocht die in het water viel vanwege het Coronavirus en nu was een valpartij met zijn velo de boosdoener.  Een tijdelijk verbouwd gezicht, wat gebroken en gekneusde ribben houdt hij er aan over. Jammer maar hij moest verstek geven. Stappen hiermee is geen doen  en bovendien is het moeilijk bewegen in een tentje. Slapen op een luchtmatras evenmin wanneer je met een verenneweerde ribbenkast opgescheept zit.  De zandman heeft mooi strooien in dat geval. Zijn zand zal niet veel helpen. Pech dus voor onze maat maar het betreft gelukkig maar uitstel. Dat hij maar vlug herstelt !
Maar goed, ik had een aantal tracks getekend rondom Poupehan  en een camping aangeschreven voor het verblijf. Ronny zorgde voor een lijstje met de benodigdheden en op maandag 20/07 zouden we van start gaan. 

Maandag 20/07/20 : Vertrek naar Poupehan en een klein toerke ter plaatse. 


Ik en den Hugo zouden vertrekken om 6u vanuit Temse met de auto. We planden al een vroeg tripje rond de camping en dat verklaart ons vroege uur van vertrek. De Ronny zou rond 9u de Marc opvissen aan het station van Hemiksem.  We zouden hen in de namiddag treffen. 
De reis naar Poupehan verliep voorspoedig. Vertrokken met mooi weer maar eens Brussel voorbij reden we onder een betrokken hemel. Er werd echter heel mooi weer voorspeld, dit grijze zwerk was dus helemaal geen brenger van een onheilsboodschap. Als je kampeert moet je mooi weer hebben want zoniet wordt het maar één doffe ellende.  Tegen de middag brak de zon er door en dat zou zo de ganse week blijven. Van geluk gesproken dus. Bij aankomst om 9u op de camping wist de uitbater van toeten of blazen van een reservatie. De gehele camping was volgeboekt zo bleek. Ik kreeg de indruk dat hij ons wou doorsturen. Ik duwde hem zijn antwoord op mijn e-mail voor de reservatie onder de neus en dat deed hem zichtbaar van houding veranderen. We zouden eerst vanaf 14u de tenten kunnen opstellen. Voorlopig had hij er helemaal geen zicht op wie er zou vertrekken. Om 11u zou dat maar pas duidelijk worden. Dat wilden we horen waarop ik en Hugo de rugzak opnamen en vertrokken voor een kleine trip van 12k. 

We stapten langs de oever van de Semois richting Rochehaut. Jawadde, geen rekening gehouden met de coronakilo's die er de laatste maanden waren aangevlogen werd dat puffen. Een in den beginne schijnbaar vredig ogend padje ontpopte zich al gauw tot een hindernispiste van de bovenste richel. Rotsblokken waar je al springend van de éne naar de andere vooruitgang op moest boeken kwamen hier aan bod. Relingen die langs de rotswand werden aangebracht konden je wat grip bieden maar het was stijl en bijgevolg vermoeiend om vooruit te geraken. Den Hugo liep echter gezwind op kop. Af en toe een steile helling over rotsblokken en zelfs ééntje waarbij een trapladder je over deze obstakels moest voorthelpen. Bij regenweer moet je hier wegblijven of je breekt je nek. Op het keerpunt volgde nog een klim van 205m naar 385m.  Een hellingsgraad rond de 15° blijkt nu bij nazicht maar m'n overgewicht deed dit 90° lijken. Rust roest, den Hugo had er veel minder moeite mee. Zijn fysiek is te vergelijken met die van een 18-jarige knaap. Bovendien verdenk ik hem ervan met een masochistisch trekje behept te zitten. Hij liet verdorie zijn wandelstokken thuis. Niet dat hij ze vergeten was volgens mij maar dan toch wel enigszins uit berekening. 
Dit kennismakingrondje werkte ontnuchterend voor mij. Op de volgende trips zou ik dit stukje wel omzeilen via een omweg. 
Rond 13u zagen we de Marc en de Ronny op een terrasje in Poupehan. Druk bezig een Orval soldaat te maken. Zij waren dus ook goed aangekomen. Zij zouden even verder door naar Bouillon bollen voor inkopen te doen. Ik en Hugo konden dan stilletjesaan afzakken naar de camping om onze tenten al op te zetten. Als er plaats was tenminste. Aangekomen op de camping was er dan toch plaats vrij gekomen maar toch vroeg de uitbater, een Nederlander begot, nog maar eens naar de printout van m'n mail met z'n antwoord.  De prijs die hij er in zijn antwoord op had vermeld klopte niet want dat was een prijs voor het laagseizoen zo stelde hij vast. Bovendien zag hij ook geen periode vermeld waarvoor ik had geboekt. Het stond er nochtans op.  We betaalden kontant voor 4 dagen. Niks administratie, geen toeristentaks, geen namen .... 240€ zonder enig spoor na te laten dus los en zwart in de pocket van die Hollander. Na dit akkevietje wees hij ons een superplekje aan op de camping. Klein minpuntje was dat we nogal dicht bij de ingang stonden. Overdag zouden er meerdere auto's voorbijrijden maar dan waren we er niet. Voor de rest zaten we erg ruim, vlakbij een kraantje met spoelbak en een vuilbak. Het kantinnetje en de toiletten waren eveneens vlakbij. Ideaal dus. Iets verderop leek de camping, op een prikkeldraad na, wel op een kamp voor vluchtelingen. We zaten goed. 
We waren al een eind gevorderd met het opzetten van onze grote tent toen de Marc en de Ronny terug kwamen van de boodschappen. Ze hadden verdorie hun band kapotgereden op een scherpe stoeprand. Dat kan gebeuren. De tenten werden vervolgens vlotjes opgezet. Den Hugo, de patrouilleleider pakte uit met zijn scoutskennis omtrent het kloppen van piketten en het aanbrengen van scheerlijnen voor de tent. De Ronny zette een shelterzeil bij waaronder we het ons gezellig konden maken om te schoven en te borrelbabbelen. Iets minder vlot ging het met de Ronny zijn koelkast. Vooraleer die wou starten moest onze maat die in alle standen keren en draaien. Na een dik uur gymnastiek met die kast was ze uiteindelijk vertrokken.  De tenten stonden ondertussen recht en we waren gesteld.  Stoeltje bijzetten en wat bijkleppen met de mannen volgde. Een hapje, een glazeke wijn of een pastiske smukten het vredige decor wat op. Den Hugo had eerder thuis een lekkere spaghettisaus klaargemaakt. Die werd opgewarmd en de spaghetti gekookt. Het werd smullen. Reuzemoment met de vrienden, wat een rijkdom ! Dat de upper-class in de één of andere loungebar van een Carlton Ritz elkaar maar met hun vissenogen beloeren.  En laat ze daar maar klinken met een whisky sour, de dames nippend aan een picolootje, wij weten ondertussen beter. Veel beter.

Dinsdag 21/07/20 en Nationale Feestdag : Ucimont - Botassart. 



Voor wandelingen in gebieden met serieuze hoogteverschillen moet je weten dat je snelheid aanzienlijk vertraagd wordt. 30km en meer op een vlak parcours is zonder meer haalbaar, zelfs met een zware rugzak. Maar andere koek wordt het wanneer je over 1000 hoogtemeters en meer moet huppelen. Dan zijn 15 of 16 km wel genoeg om het nog prettig te vinden. 1000m, dat is 8 keer op en af de Onze Lieve Vrouwe Toren klimmen in de koekestad. Reken het maar eens na : 123 meter dichter bij de hemel en dit maal 8 ! Het was de reden waarom ik een 16 à 18 paaltjes genoeg vond. Dat is zeker meer dan genoeg om de mooie omgeving in je op te nemen en om zo van de natuur te kunnen genieten. Van Poupehan naar Botassart en Ucimont zouden we stappen, een goeie 17 km. Goed geslapen,  tegen de ochtend aan het toch een beetje fris gekregen en om halfacht kraaide de Waalse haan me uit mijn slaapzak. De koffie, opgeschonken in een Italiaans old-style percolatorke stond al klaar. Dit was de Ronny zijn verdienste. Ontbijt, schoofzakske gemaakt en weg. Vanuit Poupehan-dorp een steile klim richting naar Corbion tegen de Franse grens. De moeite. M'n wandelstokken hadden daar hun job. De panorama's in het landschap zijn daar betoverend mooi. En stil dat het daar is. Heel af en toe een vlieger die je hoort, meer niet. De Semois kronkelt zich daar in vele smalle haarspeldbochten om het landschap zoals een slang die zich zonder poten door het woestijnzand voortbeweegt. Prachtig. Bij het ontwerpen van de tracks ging ik er van uit dat wanneer er paden de Semois kruisten, dat er dan een brug lag. Niet dus. Het waren doorwaadbare plaatsen. In de taal van Molière spreekt men van des 'Gues'. Gue de Laviot, gue du Loquet, gue du moulin enz. Allemaal doorwaadbare oversteken. Ik was er echter niet op voorzien en vreesde voor een valpartij bij de oversteek. Dit vanwege de overtollige kilo's en m'n verminderd dieptezicht. Het zou niet erg geweest zijn moest ik mijn gpske, fototoestel en i-phone hebben kunnen zekeren tegen het water maar nee … liever niet. Hugo, Marc en de Ronny met zijne Catsjoe waren minder bevreesd en staken over. Ze zullen me wel een broekschijter bevonden hebben maar dat kon ik me toch niet al te veel aantrekken. Ik nam vervolgens een binnenweg naar de camping. Voor mij zat het er dus na 8 km al op. 



De mannen stapten door naar Botassart waar het graf van een reus ligt. Met de auto ben ik nog naar daar gereden en kwam hen daar iets verder in Ucimont tegen. Ze liepen in slagorde en hadden zojuist met een Orval geklinkt/geklonken op de gezondheid van die onfortuinlijke reus. Plaats van deze heilsdronk was een Belle-Vue terraske bovenaan de heuvel met zicht op het graf. Dit graf vormt onderwerp van een legende die in het verleden teruggaat tot de periode dat de Trevieren, een stam van de Oude Belgen er nog het mooie weer uitmaakten.

Marcel Leroy, schrijver en dichter uit Bouillon, schreef de legende als volgt: Een Trevier, in dienst van Boduognat, wist te ontsnappen aan de legers van Julius Caesar die de Nerviërs op de Samber versloegen. Hij werd echter achtervolgd door onderbevelhebber Labienus. Onderweg wordt hij verrast door de Romeinse ruiters die langs de Semois draven. Hij klimt op de rots, maar waant zich verloren, bindt een touw aan een boom, maakt er een lus mee en springt. De centurio snijdt de lus met zijn zwaard door en het lichaam rolt naar beneden, tot aan de rivier waar de bewoners hem de volgende dag vinden en hem een graf geven, de reus die hij was, waardig. De rots waar de reus afsprong kreeg de naam Rocher des Gattes. 

Terug aan de camping bleek uit het relaas van de mannen dat het laatste stuk van de trip opnieuw langs het reeds vernoemde ladderpad liep. Een pad waar er trouwens een gedenkplaat werd geplaatst voor de aldaar verongelukte randonneur Mathieu Lallemand. Dat ik er niet bij was, daar was ik niet rouwig om. Echt zware kost en de Ronny moest heksentoeren uithalen om de Catsjoe er door te loodsen. Hij vreesde dat het beestje er haar finale krook aan zou overhouden. Het beestje is ondertussen ook al 10 jaar oud. Gelukkig viel het achteraf nog wel mee. Ze liep wel nog een beetje mank nadien maar het beterde al vlug. Voor de avond stond er een barbecuetje gepland. Kwa culinaire outfit en proviand waren we daar uitstekend in middelen voorzien. Een aperitiefhapje, een borrel ... het ontbrak ons aan niets. Gezelligheid troef en dat de braai die volgde smaakte. In de 'Comme Chez Soi' mogen ze voor mijn part hun sterren opstoven met een ajuintje. Zelfs een aangebrand kiekenbilleke smaakt onder een echte sterrenhemel zoveel beter dan in  sterrenzaak. Rond elven galmde de last post in m'n oren. Ik kroop er in. Mijn slaapzak wel te verstaan. Den Hugo had ook al de zandman opgebeld maar de Ronny en de Marc bleven nog even nakaarten. De volgende wandelingetjes zou ik geen forfait meer geven aan de 'Gues'. Ze zouden hun mening moeten herzien.   Fantastische dag weeral ! En wat een weer zeg !

Woensdag 22/07/20 : Rochehaut en Frahan




Onze overburen, een Egyptenaar met een Felaini-kapsel, zijn wederhelft en een klein dochtertje, ik schatte haar goed 2 jaar, hebben niet lang van hun vakantie mogen genieten. Daags ervoor was het kindje van een helling getotterd en had daarbij haar beentje gebroken. Ocharme toch, dat lag helemaal in de gips. Het had veel erger kunnen zijn. Die hellingen variëren ginderachter van vrij steil tot loodrecht naar beneden. Wat een tegenslag voor dat koppel. Gevolg was dat dat kindje halverwege de nacht een geruime tijd heeft liggen huilen. Met een thermarestmatrasje bij te leggen was de kou dan wel bestreden, dat gehuil was evenmin slaapbevorderend. Nu, dat kindje had veel meer recht tot klagen dan ik. Niet klagen dus en opstaan om te gaan stappen met de maten. 

Daar hoorde ik de Ronny al met zijn koffiepotten rammelen. Opstaan geblazen maar eerst nog eens omdraaien. Wat een nacht zeg ! Den Hugo had kakelverse eieren meegebracht. In de pan op het vuur telde ik er 12. Wat 'skellen van de zeug' erbij en we hadden weeral iets om op te eten. Vervolgens het schoofzakske maken, het gekende ritueel. Veel viel er niet te maken  want met die nationale feestdag van daags tevoren kon er geen fourage worden gedaan. Op stap, vooruit zene ! 
En deze keer zou ik voorzien zijn op het doorwaden van de Semois zodat de erebetiteling van broekschijter niet meer kon gelden. We trokken naar Rochehaut. Eerst even afzakken naar het dorp Poupehan om na een gestage klim dwars door een prachtig bos aan het dierenpark van Rochehaut te belanden. Herten, gallowayrunderen en bizons, prairievarkens en schapen leiden er in een prachtig landschap een vreedzaam bestaan. Voorlopig dan toch wel want hun lot ligt nu al beklonken op een telloor tussen lepel, vork en mes. Aanbevolen als 'Spécialité Ardennaise' op de één of andere menukaart.  Toch al zeker dat prairievarken 😜. 


Het dorp Rochehaut lag nog enkele boogscheuten verder. Mooi dorp, vrij veel toeristen die er kuierend ronddwaalden. Daar vonden we een winkeltje waar we terecht konden voor wat leeftocht. Rochehaut, een proper dorpje vol typische ardeense architectuur ligt bovenaan een heuvel buiten één van de talrijke meanders van de Semois. Ten zuiden van het dorp heb je een uitkijkpunt op het dorpje Frahan dat binnen de meander in het dal ligt. Majestueuze uitzichten. Niet moeilijk dat onze Noorderburen, gewend aan het horizontale zicht op polders, dijken en plassen, hier zo graag toeven. Je kan je ogen hier de kost geven. Zo schoon dat het hier is. Het was aan dit uitzicht dat de Ronny besloot om zijn toerke wat in te korten om zijne Catsjoe wat te ontzien. Het beest had een ontstekingsremmer gekregen want ze liep niet zoals het hoorde. Althans naar onze maat zijn oordeel maar je zag het wel. Een beest kan je spijtig genoeg niet zeggen wat er scheelt. We zakten nog samen naar beneden af waar onze paden zich scheidden. Ik, de Marc en Hugo de oever van de Semois volgend tot een waadplek, staken over en liepen Frahan binnen. We zochten een cafeetje op om tegemoet te kunnen komen aan het 2de werk van barmhartigheid maar helaas. Niets geschikts gevonden. We volgden verder de Semois tot aan de volgende waadplaats waar we zouden schoven. Een vader en z'n, ik schat 4 jaar oud, zoontje amuseerden zich kostelijk in het ondiepe water aan de oeverkant. Het zat er vol kleine visjes. Ze bouwden met rivierkeien dammetjes waarna ze met een netje de visjes er uit schepten. Dat ventje amuseerde zich kostelijk daar aan dat water. Toen ze vertrokken kregen we een vriendelijke goeiedag. Vader maande zoonlief hier toe aan. Een 'bonne journée messieurs' kregen we van die kleine visser te horen. Sè, dat zie je in Wallonië bijna overal : Mensen hebben nog oog voor elkaar en wensen elkaar fijne dingen toe. Niet geveinsd, dat voel je. 


Zo, die oversteken aan die waadplaatsen was een makkie. Wel goed zien waar je de voeten zette en opletten voor gladde keien. Den Hugo had een waterdichte hiking bag waar de kostbaarste spullen een onderkomen in kregen zodat er geen zorgen moesten gemaakt worden bij een eventuele plons. Voeten afdrogen en verder. We kregen nog een flinke klim te verwerken. Nieuwe mooie vergezichten vielen er weeral te bewonderen op deze hellingflank. Een verdiende compensatie voor de inspanning om naar boven te klauteren. Nader beschouwd is het toch een voordeel dat je eindpunt in een dal ligt. Afsluiten met een klim levert gewoonlijk wat binnenmonds gevloek op. Ik herinner me de O'Cebreiro in Galicië/Spanje. Gelukkig was ik op pelgrimstocht en werden de vloeken en zelfverwensingen me door St. Jacobus vergeven. 


We daalden verder rustig naar de camping af. Veel oude tabakschuren tref je in de lagere delen van de valleien aan. Hoge schuren waarin de tabaksbladeren te drogen werden gehangen. Ze deden me denken aan de 'horréos' op mijn camino. Horréos zijn de verhoogde stenen graanschuurtjes die zo gemaakt zijn dat muizen niet tot bij het graan kunnen klimmen. Eveneens in Galicië. 
De tabak zelf, de Semois, eerder een pijptabak bracht me Mr. Deus in herinnering. Mr. Deus was m'n leraar in het 3de studiejaar. Hij smoorde Semoistabak met z'n pijp. Wolken tabaksrook met de zoete kenmerkende geur van Semois vulde de klas en nader bekeken of beroken, de ganse school stonk naar zijne smoor. Deze beschouwing even tussendoor want vele stukjes van m'n getekende tracks liepen samen met de tabaksroute. Ik kon het niet weten. Aangekomen op de camping was de Ronny die er al een poosje was nog druk bezig met arleanties (kennis, des alliances) te maken met de Hollandse buren. We moesten hem er weghalen of we zaten zonder eten. Eten maken is onze maat zijn dada. Voor deze avond voorzag hij wraps met kip en wokgroenten. Vergezeld met wat glazekes druivensap gleed dat allemaal lekker binnen. Onder het shelterzeil werd er nog lang nagepraat. Ach ja, de onderwerpen zijn daarbij uiteenlopend. Zowel diepgaande gesprekken, matige discussies en zuivere zever passeerden de revue. Nog een slaapmutske zei den Hugo en hij kieperde een borreltje whisky naar binnen. Slaapwel iedereen. Morgen de zwanezang.

Donderdag 23/07/20 : Corbion


Na een vrij rustige nacht kon het ochtendritueel aanvangen. Rond een uur of 7 werden mijn ogen 1 voor 1 opengetrokken, nog eens omdraaien in de slaapzak, het feit dat er een nieuwe dag klaarstond onder ogen zien en daarna opstaan en aanpelsen. Wassen zou naar gewoonte voor later zijn, na de wandeling. Het was volgens ons nogal eigenaardig dat er voor gans die camping maar 2 douches waren. Ik schat dat daar gemakkelijk wel 250 huishoudens kampeerden. En toch stonden er geen wachtrijen aan die douchen. Schrik voor besmetting met Covidmicroben speelt de zin in properiteit van de mensen misschien parten. Het schoofzakje was vlug gemaakt en rond 9 uur waren we met z'n allen weer op pad. De laatste wandeling van ons verblijf. 

Vandaag stond er een lus van 16k rond Corbion gepland. Die startte in Poupehan zoals dinsdag met eenzelfde forse klim van 195 naar 392 meter. Hier en daar een hellingsgraad van rond de 35°. Deze keer diende er helemaal tot boven gestapt te worden naar het punt waar Corbion volgens de landkaart lag. Corbion ligt op een steenworp van de grens met Frankrijk. Aan een mooi dorpsfonteintje kon er even uitgerust worden van de klim. Den Hugo maakte van de gelegenheid vlug gebruik om een winkeltje binnen te springen.  Hij had te groten dorst onze maat. 

Corbion-sur-Semois ligt op de hoogtes, op 7 km van Bouillon, en is omgeven door bossen. De 70km aan sjieke bewegwijzerde wandelingen brengen je naar diverse magnifieke uitzichtpunten. Le "Rocher du Pendu", de "Moulin de l'Epine", de "Pic du Diable", "l'Ecaillère", "Clernot et Augustins" zijn enkele van die beroemde spots. Rustbankjes zijn er onderweg genoeg. Zelfs picnickplaatsen met  barbecueplaatsen onderweg bieden je onderweg al wat er nodig is om je natuurwandeling te kleuren en te pimpen naar een hoger niveau van wandelpret of ontspanning. 
Dit charmant en typisch Ardens dorpje heeft trouwens de eer gehad van aan enkele befaamde gasten onderdak te hebben mogen bieden. Met name Paul Verlaine en Sébastien de Corbion alias Sébastien "Pistolet" (1520) de uitvinder van het pistool. De voorliefde voor wapens zit in de cultuur van onze Waalse landgenoten ingebakken. Kijk maar eens naar hun Fabrique National de Herstal en verder mag je geen Waalse woonkamer binnenkomen of er hangt wel een sabel, floret of een musket tegen de muur. Althans dat merkte ik op in de woonsten bij familiebezoeken langs de zijde van mijn Waalse echtgenote. Aangeboren denk ik, het is volgens mij louter een kwestie van smaak die door de wetten der genetica wordt aangestuurd.  Maar evengoed laten deze wetten zich gelden voor hun gastvrijheid, oprechtheid en hartelijkheid. Vergeleken met de Vlaamse volksaard zijn deze kwaliteiten zichtbaar meer aanwezig bij onze Waalse landgenoten.  Dat is mijn indruk toch. 

Ô triste, triste était mon âme 
A cause, à cause d'une femme. 

Je ne me suis pas consolé 
Bien que mon coeur s'en soit allé, 

Bien que mon coeur, bien que mon âme
Eussent fui loin de cette femme. 

Je ne me suis pas consolé, 
Bien que mon coeur s'en soit allé. 

Et mon coeur, mon coeur trop sensible 
Dit à mon âme : Est-il possible, 

Est-il possible, - le fût-il, 
Ce fier exil, ce triste exil ? 

Mon âme dit à mon coeur : Sais-je, 
Moi-même, que nous veut ce piège 

D'être présents bien qu'exilés 
Encore que loin en allés ? 

Paul Verlaine  


Je hoeft niets te zoeken achter mijn keuze voor dit Frans stukje poézie. Het is louter toeval. Ik  citeer enkel Paul Verlaine, die net zoals Rimbaud , Baudelaire, Victor Hugo en Apolinaire tot de orde van Grootmeesters in de Franse Poézie worden gerekend. Deze Franse taalvirtuoos besloot in 1885 in Corbion te gaan wonen. De overblijfselen van het "Maison des Couleuvres" zijn zichtbaar op de plaats genaamd "Le Bojaban" dicht bij het beekje "Joly" dat de grens tussen België en Frankrijk bepaalt.  
Corbion huisvest ook een tabaksmuseum met een authentieke werkplaats. Dit atelier bevindt zich onder de winkel van de tabakszaak. Het museum is dagelijks geopend op afspraak behalve op dinsdag. In het museum dat tevens dienst doet als kleine fabriek kom je van alles te weten over de geschiedenis van de tabaksteelt in de Ardennen. Het was dus gesloten want zonder afspraak toen we er voorbijwandelden. 
De afdaling naar de Semois verliep niet zo steil. Zachtjesaan dus. Eureka, opnieuw viel er prachtige natuur te bewonderen daar in die bossen. Geen geluid, geheel omringd door groen, het zijn deze wandelingetjes waar onze Marc wil voor tekenen met zijn bloed. De fotokes hieronder deze blogpost geven perfect de indruk weer van de omgeving. 


Bij deze toer moest er in totaal 4 keer de Semois overgestoken worden. Oversteek nr. 1 was een brug en nog 3 waadplaatsen zouden volgen.  Aan waadplaats nr. 2, Gue du Moulin de l'Epine, was er een prachtige picknickplaats met barbecue te vinden.  Bij aankomst daar stond er juist een groepje wandelaars op. Ze vertrokken dus plaats vrij voor ons. Sit down lads .... de boterhammekes smaakten weeral. Deze gue en ook de waadplaats nr. 3 hebben we kunnen omzeilen met helemaal rond de meander van de Semois te stappen. Veel omweg was het niet. Op deze omweg hebben we een gezelschap wildkampeerders gespot op de oever. Ze hielden er als het ware een openluchtconcert. Boenkeboenke uit de luidsprekers.  Dit getuigt van weinig of geen respect te willen tonen voor je omgeving. Je jaagt er verdorie alle dieren mee op stang. En niet alleen de dieren. 
Waadplaats nr. 4,  Gue du Loquet, waar ik op dag 2 verstek gaf  was niet te vermijden.  Het werd 100m waden door de Semois. Marc, Hugo en de Ronny hadden deze oversteek dus al gemaakt maar dan vanop de tegenovergestelde oever. Toen belanden ze te midden een kampplaats voor de scouts. Hiermee overtraden ze onbewust de coronaregels die gelden voor scoutskampen. Er wordt geen bezoek toegelaten.  Een bordje met een vermelding aan deze oversteek had dit kunnen verhelpen. Dus deze keer vertrokken we op een plaats vlak naast het kamp, vandaar het iets langere waadtraject. Kort na onze oversteek was het de beurt aan een groep ruiters die wilden oversteken. Hun paarden staken met veel gracieuze schwung en wiebelende staarten over. Veel rapper dan wij het deden, we hadden het nakijken !
We splitsten hier in 2. Den Hugo en de Marc vervolgden mijn uitgetekende spoor. Ik was in de overtuiging dat, indien we hen zouden volgen, er weer langs het ladderpad diende gestapt te worden. Daarom kozen ik en de Ronny een gemakkelijkere weg. Dit om zijne Catsjoe wat te sparen. Ik moet den Hugo nu wel gelijk geven toen hij beweerde dat het spoor niet langs het ladderpad liep.  We kwamen op 5 minuutjes na gelijk aan op de camping.  

Na het eerder vermeldde en uitgestelde stortbaddeke vlogen we aan het aperitief. Tegelijkertijd konden we de mise en place voor het souper voorbereiden. In team gingen we de groenten kuisen. Het zou een stoofpot worden ! Een stew met allerlei groenten en vlees. Zalig kokkerellen is dat. En 'overheerlijk' zou den Hollander zeggen.  De Ronny had eerder al wat gesocialised met een stel Hollanders die wat verderop met, nee geen sleurhut zoals je van hen gewend bent, maar met hun 'kèmper' daar stonden.  De dame in kwestie had eerder al bij de Ronny de status van vriendin bereikt. Er was van hunnentwege wel wat nieuwsgierigheid te bekennen naar ons reilen en zeilen. De verwondering was dus troef bij deze Noorderburen want volgens hen slagen die Belzen er onmogelijk in om hun Bourgondische inborst te verbergen.  Geef ons maar eens ongelijk. Een zak 'patat - mayo' met een gehaktbal uit het muurtje of een klodder pindakaas op je boterham ontlokken bij mij  weinig tot geen lyrische ontboezemingen. 
Ons stapavontuurtje liep stilletjesaan ten einde. Als waardige afsluiter dronken we met ons gevieren nog een pintje op het terras van de campingkantine. Het werden er 2. We klonken ondanks het coronagedoe op een geslaagde uitstap. Dat mag zeker vermeld worden. Hopelijk gaat het met dit corona-ongemak terug de goede kant op. Onbewust ervaar je de hele rompslomp errond toch als beperkend in je doen en laten. Maar de onfortuinlijken indachtig bij deze crisis hebben we in dit verhaal niet het minste recht tot klagen. Weeral een toffe ervaring rijker zie ! Ik voel aan dat we dit zeker nog eens overdoen.

Vrijdag 24/07/20 : Terug naar huis. 

Wel opruimen en afbreken gaat veel vlugger dan opbouwen. Op een goed uurtje was alles ingeladen en rond 9 uur wuifden we een 'au revoir' naar Camping Le Prahay.  Zo een vaste uitvalsplek hebben om van daaruit je tochtjes te starten lijkt me een heel goede formule. Eerst had onze maat de Ronny nog geopperd dat er misschien mogelijkheid was om een langer tochtje te maken en ergens anders onderweg een slaapplaatsje te zoeken. De Michel, weliswaar door omstandigheden afwezig, stond hier een beetje weigerachtig tegenover.  Ik ook wel. Het is natuurlijk doenbaar maar in gezelschap zit je toch wel eens graag gezellig rond een tafeltje om te kletsen. Als je elke keer je rommel moet opstellen en terug afbreken dan steek je daar veel te veel tijd in. Als je alleen bent en een lange afstand loopt is dit helemaal geen probleem en is deze vorm van trekken voor mij veruit te verkiezen want het houdt je bezig en je komt er mee in een vast ritme. In groep boet je dan weer veel aan quality time met elkaar in en zo gaat er veel tijd die je aan de camaraderie kan besteden verloren.  Nu ik er nog even aan denk ... ik zou m'n nieuwe stapschoenen inlopen. Er staan dus nog geen frontstrepen op. Ik had ze bij maar het is er niet van gekomen ... teveel hellingen, nieuw en bijgevolg wat bang van bleinen. Na de graad van broekschijter nog deze van een watje neem ik er maar bij😊😊😊. Daarentegen : 'Going on is the spirit', dat krijtte m'n dochter zojuist op het boodschappenbord in de keuken. Het joenk heeft overschot van gelijk ! 
Laat het  niet-inlopen van m'n nieuwe stapschoenen dan even het excuus bij uitstek zijn om nog eventjes met de stapmania verder te doen. 

xxx Hugo, Jan, Ronny, Marc --- een aftiteling gerangschikt naar jaren wijsheid 😜.


vrijdag 3 juli 2020

De Brusselse Zuidrand


Om kwart na 10 gold er afspraak in het stationneke van Groenendaal met de Marc, zijnde de initiatiefnemer van deze trip, en zijn zwager Michel.  Onze stapmaat had hier of daar een track van een stationsstapper op de kop  getikt en die moest onder handen genomen worden. De Michel had eveneens een goeie reden om mee van start te gaan.  Zijn nieuwe stapschoenen, nog steeds in 'rodage' zijnde, moesten verder ingelopen worden. Zijn vorige kloefen, ook nieuwe trouwens, zorgden voor allerlei ongemak gaande van voze benen en tenen naar vapeurekes, het pootje en slapeloosheid.  De oorzaak hiervan was een raadsel voor zowel het winkelpersoneel van AS als voor hemzelf. Na een grondige expertise van het schoeisel door de fabrikant werden deze dan probleemloos omgewisseld. Mag ook wel volgens mij, de prijs ervan is niet mis en valt bijgevolg ver buiten deze van een paar kemelharen sloefen. 

De Marc en de Michel liep ik al tegen het lijf in de "Nord"en samen konden we verder sporen naar Groenendaal. Tijdens de ganse reis was de magere bezetting van de treinstellen heel opmerkelijk. Een overvloed aan lege zitbanken trof je in de stellen aan. Kaartjes werden niet geknipt maar enkel getoond. En de reizigers, allen van een mondkapje voorzien, het éne al wat modieuzer dan het andere ... ze zaten er uitdrukkingsloos en gelaten bij ... het deed Orwelliaans en bizar aan.    Na een voorspoedige treinreis, dat mag ook gezegd, stapten we af in Groenendaal. Het stationnetje had zichtbaar betere tijden gekend  maar hoera, eindelijk was ik verlost van dat kapje. Wat een verademing zeg !  Beklagen doe ik de madammen die bij een boerka zweren en aanklagen doe ik hen die menen de dracht hiervan aan anderen te verplichten. 
Van hieruit zou er tot in  Halle gestapt worden. Goed voor een kleine 23 paaltjes. Een puzzeltje van verschillende stukjes GR  zoals de GR12,  de 512 en 612 alsook wat losse sprokkelingen van de streek GR  die 'de Groene Gordel' wordt genoemd zouden deze stationstapper gestalte geven. In het eerste deel van deze wandeling in de Brusselse zuidrand doorkruis je het bekendste woud van België: het Zoniënwoud. Ik heb me altijd afgevraagd wat die 'Zoniën" betekenen.  Als we 'Le Forêt des Soignes' zoals dat in de taal van Molière klinkt, letterlijk vertalen dan zou dit het Woud der Zorgen betekenen. Ik zie geen enkel verband  maar goed ! De huizen, lees paleizen, die in deze rand gebouwd werden doen je niet direct aan miserie denken. Maar, 'de Beukenkathedraal' als toenaam voor dit prachtige bos lijkt me toepasselijker. De statige torenhoge beuken die het ganse woud bevolken hebben hier debet aan . 


Het was bij het monument van de in WO1 gesneuvelde houtvesters dat mijn spreekwoordelijke Belgische Frank viel. Of Euro, om het even.  Hier ben ik ooit al eens geweest ! Een minireplica van Stonehenge, een hunnebed met daarrond een dozijn menhirs staan hier in het bos. De namen van de gesneuvelde Forestiers  staan in de menhirs gebeiteld. De Michel begon spontaan een rondje zakdoekleggen te lopen. Jawel, het begon stilletjesaan te dagen in mijn memorie. Deze wandeling heb ik al eens eerder gemaakt. Meer bepaald in oktober 2014, dan ben ik hier al eens gepasseerd met de Ronny en de Catsjoe. Amai, dat is al 6 jaar geleden zeg ! Wat gaat het toch snel. Tempus Fugit schreef onze andere stapmaat den Hugo. Achteraf nu blijkt dat het toen gevolgde parcours toch iets afweek van de officiële treinstapper.  Kijk maar : De Vlaamsche Rand . Aan de fotokes van toen te oordelen  kwamen we zo te zien precies iets meer kroegjes tegen.  

Ik hoef de mooie natuur van het Zoniënwoud en haar charme hier niet meer te bejubelen. Het ernaar verwijzende linkje  dat ik hierboven heb vermeld kan deze klus wel klaren.  Er liep daar, de vakantieperiode in acht genomen, maar weinig volk rond in dat woud. Met de crisis wordt er veel minder naar het buitenland uitgeweken voor de vakantie en dan zou je denken dat er meer interesse zou zijn in het aanbod dat er hier in  België wordt voorgeschoteld. Maar het was nog vroeg in de voormiddag dus ik kan me vergissen. Aan de rand van dit immense bos hebben we het schaft gehouden. Ook was het raar om vast te stellen dat ten gevolge van die coronacrisis er collectief een aanzet werd gegeven om het wat soberder te houden. Althans volgens mijn toch niet zo bescheiden mening. Ongewild wordt deze stoïcijnse lifestyle je opgedrongen tijdens zo een lockdownperiode en impacteert ze onbewust de leukere kantjes van je sociale leven. En dat zet zich nog wel eventjes door. Geen aperitiefke, noch hapje of knabbeltje. Een fleske wijn, evenmin. Deze geneugten des levens zijn uiteraard geen must maar het fleurt en kleurt het samenzijn met vrienden nog wat meer op. Een levensbedreigend gemis was dit op het moment niet want daar zouden we dan wel binnen de kortste keren een mouw aan passen. 


Eens dat bos uit belandden we in Linkebeek en van daaruit ging het richting Alsemberg uit. Prachtig heuvelend stukje aan wandelpaden langs glooiende weilanden afgewisseld met  gouden graan- en tarwe-akkers.  De velden met lijnzaadgewas - de Marc wees ons het verband met vlas aan - met de geheimzinnige gifgroene kleur zorgden voor een schitterende mélange in het panorama. Ondanks de nabijheid van de grootstad Brussel is het hier verrassend groen. Kleinschalige natuurgebieden in beekvalleien, bossen met holle wegen en weidse vergezichten volgden elkaar op. De Marc zorgde met zijn botanische kennis voor het groene accentje. Hij maakte ons opmerkzaam voor de prachtige vlinderstruiken. Deze stonden nu in volle bloei en daar had je het zilverblad waarvan hij het ontstaan van de benaming verklaarde. Kijk, dit is de stinkende gouw met de gele bloemekes zo ging hij eventjes verder. Het sap in de stengel verteerd wratten en inderdaad bij het breken van de stengel kwam er een geel-oranjekleurig sap tevoorschijn.  
Maar de rode draad die zich aftekende tijdens onze conversaties gedurende de ganse tocht situeerde zich toch in hoofdzaak bij ieders wedervaringen tijdens de lockdownperiode. Grollen en grappen sausden het wandelplezier.  Ze ontbraken er evenmin. 

Zo, aangekomen in Alsemberg informeerden we naar een cafeetje. Dat bleek volgens een lokale schone een moeilijk te beantwoorden vraag te zijn. Althans na interpretatie van haar niets verhullende mimiek. Het cultureel centrum waar we voor stonden bleek gesloten maar ze verwees ons door naar een terrasje aan een broodjeszaak. Deze hint zou misschien wat soelaas kunnen brengen. Afgewogen aan de afwezigheid van dorpskroegjes in het dorpsbeeld vond ik de gelijkenis met een gereformeerd Hollands dorpsaanzicht uiterst treffend. Geen lol, het loven van de Heer centraal en verder is alle genot of de daaruit spruitende geneugten zondig. Daar luidt het adagio 'Memento Mori',  gedenk dat je zult sterven. ! En rekenschap voor je daden zult moeten afleggen ! Dit laatste wordt er niet bijverteld.  Jazeker maar dan toch liever na een plezant aards verblijf ! Een zwijgzame getuige van deze terechtwijzende boodschap was de prachtige Onze Lieve Vrouwe kerk in het dorpscentrum. Dit betoog van me trekt er eigenlijk niet op hé ? Kant noch wal raakt het , waar haal ik het toch weeral uit 😊? Maar we gaven het niet op daar in Alsemberg. We zetten de zoektocht verder. In een straatje trok een mooie Santiago de Compostela wandtegel met pelgrim en schelp onze aandacht. Jaja, Santiago Matamoros, de Morendoder eerder bekend als St. Jacobus de Meerdere en tevens onze beschermheilige gaf met deze tegel een teken van leven. Zodoende kwam deze heilige man ter hulp aan 3 dorstige ex-pelgrims. Deze mooie tegel sierde de gevel van de 'Pastorij', een koket brasserie-restaurant niet zo ver van de kerk. Ook de herbergen in Spanje hebben vaak zo een tegel. We dachten dan ook dat we hier met een herberg te maken hadden. Bij navraag gebaarde het personeel van krommenaas. De kelner had nog nooit van een pelgrim gehoord volgens mij. Maar hier konden we gezeten in een gezellige tuin terecht voor een Beerselse Tripel. 9.5° alstublieft. Dat smaakte en bijgevolg volgde er een tweede want op 1 been kan je moeilijk blijven staan.
Na het smaken van dit genoegen stapten we verder richting Dworp en de R0 snelweg. Het einde van het toerke kwam daardoor in zicht en tegelijkertijd zwelde ook de  geluidsspollutie van het verkeer aan.  In alle gemoedelijkheid werden de laatste loodjes gelegd. Rond 7u konden we de terugweg aanvatten. Nog een snoepje in de vorm van een Westmalle op een terrasje vlakbij de statie in afwachting van de trein als afsluiter mocht niet ontbreken. Het was ondertussen aangenaam warm geworden wat het tevreden gevoel nog wat aanscherpte wanneer er teruggeblikt werd op een fijne dag. 's Morgens leek het er nog op dat het niet droog zou blijven maar dat was een misrekening.  Kan gebeuren. Dit was weeral een topdag !