zaterdag 31 oktober 2026

Van Kessel naar Lier.

Hallo zeg, dat is weeral even geleden dat er in deze blog nog eens beweging kwam. Het werd een op maat geschreven solotrippeke in Pallieterland, Lierke Plezierke met andere woorden. 16km is op mijn ouderdom (😔) genoeg in de herfst en winterperiode. Als het zo vlug donker wordt heb je aan een lange trip immers erg weinig lol. Initieel zou de Ronny nog eens meetenen en dit onder voorbehoud dat den Izzy geen last meer had van haar kwetsuur. 't Beestje werd in 't begin van de week gebeten door een Beagle in een dispuut over de eigendomsrechten van een gevonden dood konijn. Het herstel ging de goede kant uit dus zij kon meewandelen. Een griepspuit strooide vooralsnog roet in 't eten en ditmaal bij de Ronny  want hij voelde zich na die spuit in een vergelijkbare ontbindende toestand zoals dat hier daarnet vernoemd konijn.  Alleen dus op wandel.

Om 11 uur stapte ik van de trein in Kessel. Het werd een gok kwa uitgestippeld traject waarvan ik achteraf moet zeggen dat deze wandeling een grote onderscheiding waard was.  Zonder het te weten werden er stukken van de streek GR Netevalleien in opgenomen. Prachtig ! Ik ben zelfs van plan deze nieuwe streek GR helemaal uit te lopen. 


De ochtend zelf was wat aan de frisse kant en mistig. De eerste kilometers in Kessel gingen in de richting van Kessel fort. Een stukje langs haar brede gracht leverde prachtige natuurbeelden op. Ook de bebossing er rond sprak tot de verbeelding. Het fort ligt dan ook in een prachtig gemeentelijk domein. Ooit vlogen hier de kanjers van obussen van de Dikke Bertha je rond de oren maar nu is het een oase van rust. Het fort zelf is een gedroomde habitat voor vleermuizen en fauna en flora laten zich hier zeker op hun mooiste manier gelden. De geschiedenis van het oude fort zelf is interessant genoeg om er zich eens even in te verdiepen. Moest het je interesseren : Het Fort van Kessel

Ik pik uit de link even een weetje : Op de plaats van het fort werden enkele belangrijke paleontologische vondsten gevonden, zoals tanden van haaien en andere zeevissen. Deze vondsten bewijzen dat vroeger een deel van de zee tot Kessel kwam. Schooljongens die in de heide en aan het station woonden hadden bijna elke dag vistanden bij zich die ze in de grond hadden gevonden. De tanden werden in de school van Kessel, nabij het fort, gebruikt om de griffels aan te scherpen. De goeien ouwen tijd ! 😊.

Een volgend agendapuntje zou de Kesselse heide worden. Na het oversteken van de spoorweg belandde ik in het Hoogbos. Het bos is deel van het gemeentelijk domein en biedt een gevarieerd landschap aan met loof- en naaldbossen, struikheide, zandvlaktes en waterpartijen. Het gebied staat bekend als een rijke biotoop voor diverse planten- en diersoorten. Dit prachtige oord ligt  met haar noordkant als een buffer tussen de het fort en de heide. Ondertussen verschenen er al wat vegen blauw tussen het grijsgrauwe uitspansel. Een beloftevol teken ! En Laura zou me vandaag niet terleurstellen.

Voilà, daarzie de heide. Eén groot stiltegebied op het eigenste moment. Mooie bepijlde wandelpaden wisselden zich af met voetbrede paadjes. Ik wandelde er tussen kniehoog ericakruid, verdampte vennen met op de achtergrond het panorama van grillige loofbomen en sparrenbos. Mooi verdorie ! De Halloweensfeer was ook op de heide aanwezig. Een informatiebordje wekte mijn interesse. Deze heide was of is ??? een speeltuin voor heksen. Het bordje vermelde het verhaal van een stropersduo dat tot 3 keer toe op een haas schoot waarop deze telkens spoorloos verdween. Bij een 3de poging, 'k schiet hem de dermen uit z'n lijf',  werd dat beest blijkbaar geraakt . Er lag bloed maar de haas was weer pleite. 's Anderendaags liep er in het dorp een van hekserij verdacht oud vrouwtje met een bebloede hand rond. Dat voedde natuurlijk het bijgeloof bij de mensen.  Er rust dan ook een volksvloek op deze heide ! Er werd geloofd dat op de 31ste van de maand de zielen van de heksen hun lichaam verlieten. Ze trekken in een gouden koets naar de Kesselse Heide en de nabijgelegen kerken om daar in mysterieuze kringen te dansen. Wie zich die avond op de heide begaf of begeeft, werd of wordt getroffen door ongeluk. Ik heb geluk gehad dat het nog maar de 30ste oktober was want ..... ik mag er niet aan denken 😓😓😓

In de aanloop naar Lier ruilde ik dat hekesengebied in voor de Steenbeemden. Een uitgestrekt gebied onderaan de zuidelijke oever van de Kleine Nete. Het gebied huisvest de Elsbeek, de Krekelbeek en de Wolfsbeek. Ze stromen door het ganse gebied dat hierdoor een gevarieerde mozaiek van plassen, waterloopjes en broekbos mag genoemd worden. Op vele plaatsen in dat gebied is Natuur en Bos actief aan het werk om aan natuurherstel te werken. Op vele plaatsen gebeuren er afgravingen tot op de zandlaag met het doel om het aldaar verloren gegane heidegebied te herstellen. Schapen zorgen na herstel voor begrazing. Goed bezig die mannen ! 

Het was al ver het middaguur voorbij en den beer begon te grollen. Op een verlaten hondenweide iets voorbij het punt waar de Kleine Nete en het Netekanaal samenkomen en van plaats verwisselen, stonden enkele picknickbanken. Ondertussen was de zon doorgebroken en had met haar gouden stralen de laatste flarden mist en nevel weggebrand. De omgeving baadde nu volop in de zonnestralen. Een perfect moment om tot bezinning te komen bij een boke. Daar aan die picknicktafel kwam dan ook  m'n laatste camino in gedachten. Zulke stille momenten moet je koesteren. En zeker wanneer de natuur rondom je heen de juiste omkadering levert. Zen in 't kwadraat.

Ik kraste daar op en vervolgde m'n pad langs de oever van het Netekanaal, stak weer door naar de Kleine Nete aan de spoorweg, passeerde de mooie plek waar de Koninklijke Netezonen hun mooie stek hadden naast het Bernardijnenbos om uiteindelijk via de afleidingsvaart van de Nete aan de stadsvesten van Lier te komen.  Vanaf hier wordt er gesproken over de Binnennete. Ongetwijfeld staat het volgen van het pad langs de stadsvesten van de Binnennete in de top 10 van de meest pittoreske wandelingen op het Vlaamse grondgebied. Dit pad biedt trouwens de perfecte uitvalsbasis voor bezoekjes aan het historische centrum van de schapenstad. De Zimmertoren, het Begijnhof, de Godshuizen, de Grote Markt en ontelbare kapelletjes en kerkjes om er maar enkele uit het gigantische stedelijk decor te vernoemen. Het mooie weer lokte veel volk naar de vele gezellige terrasjes. Die zaten stampensvol. Awel, deze wandeling deed me plezier. Ik meende nog een pinttje te gaan pakken bij zuster Agnes op de stadsvesten maar bedacht me dat ik nog met de auto wegmoest .... een volgende keer dan maar. Deze wandeling doe ik nog eens over en dan moet de Marc, de stapmaat, maar eens meetenen. Ik laat hem daar op zo een gezellig terraske kennismaken met de Lierse Vlaaikes. Misschien zweert hij vanaf dan zijn frangipannekes wel af ? 😋😋😋