Pagina's

donderdag 12 juli 2018

Het mooie Hageland. Van Wezemaal naar Leuven





Afgelopen dinsdag heb ik m'n geloofsbrief aangevraagd bij het genootschap voor m'n op stapel staande tocht naar SdC. Zonder geloofsbrief en stempelboekje wordt het moeilijk om gebruik te maken van de pelgrimsherbergen. Maar ook aan het einde van je tocht kun je enkel aanspraak maken op je pelgrimsdiploma wanneer je je stempelboekje kan voorleggen. Op de site van het genootschap spreekt men van minstens 4 weken op voorhand daar werk van te maken. Groot was mijn verbazing dan ook dat op woensdag het boekje en de geloofsbrief al in de bus zaten. Ja, de man binnen het genootschap die daarvoor zorgt, Chris Cardinael, heeft in '15 met mij een stukje Via de la Plata gelopen. Toen heeft hij ook voor m'n documenten gezorgd. We kenden elkaar van haar noch pluim en hebben mekaar op de Weg ontmoet. Jammer genoeg heeft Chris, geplaagd door een maag-darm infectie z'n tocht toen moeten onderbreken. Bij mijn schrijven voor de aanvraag deze keer had ik een extra groetje voor hem bijgevoegd. Een hartelijk mailtje werd er teruggestuurd. Nee deze keer zouden we elkaar niet treffen. Een off-jaar voor hem. Na onze ontmoeting heeft hij nog gepelgrimmerd tussen Porto en SdC. Van Samos  naar SdC heeft hij verleden jaar met z'n dochter gestapt. Het was leuk vast te stellen dat hij nog steeds de geloofsbrieven opstelt. Zo kon ik vernemen hoe het met hem was vergaan sinds onze ontmoeting op de Zilverroute. 


Wat valt er nog te vermelden ? Oh ja natuurlijk ! Het etentje bij onze stapmaat den Hugo. Ik zou het verdorie nog vergeten.  Een waar barbecuefestijn waarvan de regie in handen lag van zoonlief Evert. Gezellig, de wijn vloeide rijkelijk, het eten was van een exclusief niveau en de tafelgesprekken aangenaam en onderhoudend. Uiteraard bepaalden de verhalen rond onze wandelexploten de teneur van de gesprekstof. Plezant, je voelde je welkom. Prachtige omkadering ook want onze maat en zijn echtgenote Agnes hun Engelse tuin zorgde voor een passend decor bij dit culinair onderonsje. Een volgende keer zal het mijn beurt zijn om iets op poten te zetten. Maar zoiets is leuk. Het versterkt de vriendschap en de waardering voor elkaar. Ik moet nog een datum pinnen hiervoor. In de vakantieperiode zal dit wel puzzelen worden. 

Stappen, maar waar naartoe deze keer ? Net zoals er verleden week een remake uit de bus viel met dat Schelderondje over 3 veerpontjes, was dit deze week ook het geval. Het Hagelland bezit zo'n overweldigende schoonheid dat het indruk op me heeft nagelaten. 
Kijk,  het wandelingetje in oktober verleden jaar was daar getuige van. 


Laat ons nog eerst maar eens vertrekken ! Afspraak met de Ronny en de Catsjoe in het station van Berchem. Van daaruit sporen naar Wezemaal. Vlotte treinreis, een pluim voor de NMBS deze keer voor het stipte vervoer. Rond 11 uur stonden we in Wezemaal. Een huisje naast de statie trok even onze aandacht. Op FB gaat er een schrijven rond van een dame die haar wanhoop aankaart in een zaak betreffende de onteigening van haar huisje door Infrabel, de zustermaatschappij van de NMBS uit de NMBS-groep. Het betrof het huisje van Gerda de pedagoge die we op onze vorige wandeling in het Hagelland ontmoet hadden.  Ik wist nog dat ze vlakbij de statie woonde. Ja het was helemaal geen zoeken. De op papier gedrukte noodkreten aan het raam lieten geen twijfel meer over. Aanbellen of niet ? De Ronny hakte de knoop door en belde aan. Ja Gerda was thuis, deed open en was blij verrast ons terug te zien. Dit was natuurlijk wederzijds want Gerda is een toffe madam. Kom maar binnen en bij een drankje vertelde ze over haar calvarietocht tegen Infrabel die haar huisje onteigent om op die plaats er een parking uit te bouwen. Een verhaal van onmacht, onzekerheid maar vooral één van een gevecht met ongelijke wapens. Vooral wanneer het je aan voldoende financiële slagkracht ontbreekt om de advokaten te bekostigen in een lange juridische strijd tegen een gigant. Een gigant die horden advokaten in loondienst heeft om zijn belangen te laten primeren. Begin er maar aan ! Het is om kotsmisselijk te worden.  
Hier wordt de oorzaak van haar woede je duidelijk : Woede om de machteloosheid

Toch werd het een heel fijn weerzien met Gerda. We legden onze plannen uit voor het tochtje naar Leuven. Helaas, zij zou ook naar Leuven fietsen in de middag ... er zou misschien wel een terrasje in zitten ... het zou echter voor haar te laat worden wanneer we daar aankwamen. Ze moest nog haar koffers pakken voor een 3 daagse cursus boogschieten in Nederland. Daar zou ze met haar dochter naar toe trekken. Met stappen en wandelen ontmoet je mensen, zo zou je kunnen zeggen, niet ? Tot een volgende Gerda en hopelijk komt er heel vlug een bevredigende oplossing uit de bus voor jou.  

Aan de hierboven vernoemde schoonheid van dit stukje Hagelland is het vooral de Wijngaardberg die hier haar steentje toe bijdraagt. Zij het wel met meerdere steentjes dankzij de in 1814 gebouwde wijngaardmuur. Deze Wijngaardmuur opgebouwd uit schollen van ijzerzandsteen is wel anderhalve kilometer lang en werd aangelegd bovenop de heuvel. Deze muur moest waarschijnlijk de gevoelige wijnranken beschermen tegen de noordenwind of tegen de grazende schapen. De berg zelf maakte deel uit van een bosrijk gebied, afgewisseld met heideveldjes. Een aantal diepe holle wegen en voormalige ijzerzandsteengroeves doorsnijden de heuvel. Sinds enkele jaren wordt er weer aan wijnbouw gedaan.  Op de zuidelijke flanken waar de terrasvormen van weleer nog duidelijk te herkennen vallen staan er nu de mooi opgelijnde wijnranken. Het deed me denken aan de wijngaarden van de Rioja in Spanje en deze van de Bordeauxstreek in Frankrijk. 

Talrijke archeologische vondsten tonen aan dat de mens ook al in de steentijd daar aanwezig was op die berg. Deze heuvels waren verblijfplaatsen voor jagers die foerageerden door de wildrijke streek. IJzerslakken die her en der aangetroffen kunnen worden, tonen aan dat de ijzerzandsteen in de ijzertijd in primitieve smeltoventjes terecht kwam. 
Ook het Agentschap Natuur en Bos is volop aktief in deze regio. Het naar Vlaamse normen opvallende reliëf met een uitgesproken zuid- en noordhelling biedt volop kansen aan inheemse bomen. Hun biotoop wordt hier gevrijwaard van opdringerige Amerikaanse eiken. Door selectieve begrazing worden er ook open plekken gecreëerd ten behoeve van heide en de bosbes. Het gebied heeft duidelijk alle toeristische troeven in handen. Het is er dan ook zalig wandelen. 

We zaten al dicht in de geburen van Leuven. Daar waar de wieg van de Stella Artois staat. Dit in gedachten had de Ronny enkele 'Stellakes' meegebracht. Gewikkeld in zijn trui en zo in zijn rugzak gestoken waren deze flesjes nog behoorlijk fris bij het schaft. We kwamen onderweg bankjes in overvloed tegen maar eigenaardig genoeg hield dit op naarmate het schaftuur in zicht kwam. Een verhoogd bruggetje kon evengoed als bankje dienen. Dat smaakte wel zo een Stella bij je boterhammetje. Raar, ik drink thuis nooit een Stella of beter gezegd, ik zal er nooit expliciet naar vragen. Maar daar gezeten aan de bosrand op dat bruggetje smaakte die pint verdomd goed. Zou het dan toch waar zijn ? Je kan van een reisje wat flessen wijn meebrengen die o zo lekker waren op je vakantiebestemming. Eens thuis valt de smaak ervan dan dik tegen. Dat moet met zo een Stella juist hetzelfde zijn denk ik. Hier krijg ik er koppijn van als ik er nog maar éne drink. Trouwens, ik krijg er hier amper een pint van door mijn keelgat gegoten. Helemaal geen last van gehad daar in het Leuvense en ik vond best dat ze smaakten. 

Na een doortochtje van een korenveld tussen hoog opgeschoten beemdgras, een machete zou weer dienst gedaan kunnen hebben,  kreeg de Ronny een kerel in het vizier die iets verderop zijn haag aan het scheren was. 'Je kan beter dat hier eens komen kortzetten' riep hij hem toe. 'Hier doe het maar zelf' was zijn antwoord en spontaan stelde hij z'n haagschaar ter beschikking. Een kort lontje zou je denken. De man was in eerste instantie niet helemaal gediend met mijne maat zijn opmerking. Te begrijpen achteraf. Ook een onteigeningskwestie. Hij moest een lap grond afgeven omdat de gemeente besliste dat dit een wandelweg moest worden. 'Ze hebben het lelijk mis als ik die weg ook nog eens ga onderhouden', zo luidde zijn opinie. De mens was al vrij vlug tot bedaren gekomen. We konden hem in zijn wrevel geen ongelijk geven. 

In het Kartuizersbos aangekomen was het tijd voor het vieruurtje. Een jong koppeltje zat er aan een picknicktafeltje vlak naast een stenen boshut. Marlon was leraar wiskunde en scheikunde in het middelbaar, Caroline tekende met potlood bladeren. Ik geloof dat ze studies deed in een grafische richting. Ik krijg aan al die studierichtingen kop noch staart. Maar goed, er ontspon zich een tof gesprek. Caroline haar droom was een tattookunstenares te worden. Dat moet zeker lukken want de bladeren die ze op het papier vorm gaf waren van een subtiele schoonheid. Marlon en Caroline waren ook stappers. Enige ervaring kwa staptochten was zeker aanwezig. Marlon wees een glaasje rode wijn beleefd af vanwege te nemen medicatie maar Caroline stemde schuchter in met het aanbod. Na enkele slokjes zat het al lichtjes in haar hoofd. Hoe het stappen mensen tot elkaar brengt. Het blijft een persoonlijke verrijking. 

Hop nu ! Naar de abdij van Vlierbeek. Tot hiertoe mochten we al van een verrukkelijke wandeling spreken. Prachtige boswegeltjes, holle wegen, fantastisch weer, schitterende panoramas, ik moet in herhaling vallen maar het overweldigt je steeds opnieuw. Ik vraag me soms af wat de mensen gaan zoeken in exotische oorden terwijl je zo dicht bij huis een ongekende rijkdom aantreft. Aan het abdijdomein aangekomen troffen we een kleurrijke dame aan die veel weg had van een paardenfluisteraarster. Schrijf dat eens van de eerste keer zonder fouten ! Nu ik het zie, er ontbreekt nog een 's'. Judith, zo heette ze, was een Amerikaanse uit Arizona. Ze stond aan de omheining van een paardenweide. Enkele nobele dieren in haar nabijheid zachtjes woordjes toevertrouwend, zo leek het ons. Bij ons in Arizona zie je niets anders vertelde ze. Ook weeral een toffe ontmoeting. Judith studeerde Nederlands aan de KUL waar haar man ook een bepaalde studierichting volgde, ik ben vergeten de welke. Hij werkte aan een thesis en zij maakte een uitstapje met haar fiets. Ook zij en haar man waren stappers. En is het weeral een toeval of niet ... ? Ook zij zou met haar man de camino lopen in september. Wie weet kom ik haar tegen ginderachter. Dat zou pas tof zijn. Ja ze was erg nieuwsgierig naar tips. Ze zouden de Noordelijke Route volgen, haar man was er meer van op de hoogte. De wijnfontein in Irache sprak al tot haar verbeelding. Wat voor een lieve mensen komen wij toch allemaal niet tegen ! Leg daar maar eens pap op !

Het provinciedomein Kessel Lo werd de voorlaatste schakel in de wandeluitstap. Een prachtig domein in de rand van het Leuvense. Prachtige waterpartijen en plantsoenen. Heel schoon om hiermee je wandeling te kunnen afronden. Of toch bijna. Het was nog vrij warm en we moesten nog tot aan de statie lopen. Een Stellake zou er nog wel af kunnen. Ja zeg, gene krot daar op het Martelarenplein. 3€ voor een pintje. Wel een 33'er. Maar het was gezellig. We werden bediend door een vriendelijke kelner die ons op Ronnies verzoek overvloedig van borrelnootjes voorzag. Op 't laatst bracht hij ons de volle emmer :-). Zo'n gast verdiende wel een fooi. 

Het zat er op voor deze dag. 23 bornes van genieten, kletspraat verkopen, diepe gesprekken voeren en weeral bijleren. Volgende week zal het rustiger zijn. Ik verwacht de geboorte van mijn kleindochtertje. Ik kijk halsreikend uit naar dat wichtje. Ik moet dan zeker thuis zijn. Wat een vooruitzicht zeg !


                                                   Touch of Class - The Story



17914 - Created with flickr slideshow.

donderdag 5 juli 2018

Een Schelderondje met Els

De laatste weken draaien de wandelradertjes van mezelf en deze van de stapmaten niet zo vlot rond. Nee hoor, sleet op staphonger is er niet, wel zijn het de onderlinge synchronisatieproblemen die de regelmaat soms verstoren. Vakanties, medische akkevietjes en het mooie zomerweer heeft daar ook wel wat debet aan. In de familiale sfeer worden er dan meer activiteiten gepland en als je nog werkende bent zoals den Angelo en onze Marc is de impact op je vrije tijd nog beduidend groot.

Geen erg echter. Mijn beste stapvriendin Els is me deze week komen opzoeken. Of ik soms deze week geen wandelingetje in petto had ? Ja dat wel maar het wandelplannetje voor deze week had ik al opgeborgen. Marc en Angelo moesten werken en hadden zojuist een Ardennenoffensief achter de rug, den Hugo was nog herstellende van een kleine ingreep en de Ronny, juist terug uit de Algarve, zag zijn agenda uit haar voegen barsten van de bezigheden en verplichtingen. Op een uitnodiging voor een BBQ-etentje onder stapvrienden op zaterdag kon bezwaarlijk nee gezegd worden. Zeker als het van den Hugo komt. De Ronny en de Catsjoe zijn dan gaan schuiven in hun agenda en zo viel een uitstap uiteindendelijk in het water. Om de spreekwoordelijke kerk wat in het midden te houden, kwestie van een gezonde balans te behouden tussen pleziertjes en familiale verplichtingen, diende hij deze keer zichzelf de wekelijkse wandeluitstap te ontzeggen.


Maar Els kwam onverwachts op de proppen. Zij had een weekje klusverlof genomen om haar tuintje op orde te brengen. Het zou, gezien het uitzonderlijk mooie weer, zonde geweest zijn om daar geen dagje af te pitsen en deze op te vullen met een mooie uitstap met ons getweetjes. Er viel immers nog veel bij te praten. Van een leuke verrassing gesproken zeg ! ✨✨
Om 8 uur stond ze al op mijn 'stoep'. Smile van oor tot oor 😊. Een goed uurtje bollen vanuit Dordrecht zat er voor haar al op. Ze had al ontbeten dus hoefden we enkel nog een schoofzakske te maken vooraleer de 'hort' op te kunnen gaan. Het werd een gepimpte remake van de uitstap van vorig jaar naar Wintam. Toen stapte Maddy, de schoonmoeder van de Ronny zijn zoon, mee, samen met haar kleinzoontje Thomas → Bazel - Wintam. Toch een mooi toertje ... Bazel, Rupelmonde, Hingene, Wintam, Schelle, Hemiksem en terug naar Bazel. Een mooi gevulde korf.


Met de auto tot aan het kasteel Wissekerke in Bazel en van daar uit stappend door het krekengebied tot in Rupelmonde. Dit is een uitgelezen wandelgebied dat je nooit verveeld en waarop je niet uitgekeken raakt. Deels door het moerasgebied, deels langs het scheldejaagpad gingen we richting Rupelmonde. De Graventoren kwam al in zicht. Deze stond in zijn aan verre ontbinding grenzende staat nog steeds recht. Behorend tot ons cultuurpatrimonium staat hij er maar onderkomen en verweesd bij.  Els had nog nooit van Mercator gehoord. In de 16de eeuw en bij toeval geboren in Rupelmonde legde deze Gerardus Mercator Rupelmundanus (gedoopt Gerard de Kremer) de grondvesten van de moderne kartografie. Hij introduceerde voor het eerst het woord 'atlas' en paste eveneens als eerste de hoekgetrouwe kaartprojectie toe. Deze laatste techniek werd naar hem de mercatorprojectie genoemd en op deze inzichten voortbouwend werd ons alomgekend  GPS plaatsbepalingssysteem ontwikkeld. Wel diezelfde Mercator heeft in die toren in den bak gezeten op verdenking van ketterij.  Hij bracht het er heelhuids af. Zijn maten, lutheranen, hadden minder geluk. Naar keuze de kop af of op de brandstapel. Antonia van Roesmalen had die keuze niet, zij werd levend begraven. De Vaderlandse Geschiedenis wordt in Nederland wellicht anders te boek gesteld dan hier maar wat zou het je deren ? Toch boeiend die weetjes. 

Cafeetje 'De Loze Visser' rechtover die Graventoren is een gezellig kroegje-eethuisje dat uitgebaat wordt door een sympathiek Rotterdams koppel. Daar wilde ik met onze Els wel even binnen wippen voor een koffietje. Een bordje op het terras met de vermelding 'Hier koffie en appelgebak' overtuigde haar dat de uitbaters loepzuivere Hollanders waren. Alhoewel het zeker en vast geen regel is valt er toch te vermelden dat Dordrecht en Rotterdam niet altijd in de beste verstandhouding tot elkaar staan. Niet alleen Dordrecht want meerdere Nederlanders die buiten de grootsteden Rotterdam of Amsterdam wonen klagen het hautaine gedrag van sommigen onder deze grootstedelingen aan. Zij ondervinden een eerder minachtende houding naar hen toe. Toen ik verleden jaar in het hoge noorden daar zat kwam dit ook ter sprake. Hier in België vind je her en der ook wel die minachtende houding van sommige stedelingen ten opzichte van buursteden, dorpen of regios. Kijk maar naar Antwerpen en haar parking, de grappen over Limburgers, de vete tussen Dendermonde en Aalst en ach, ongetwijfeld zijn er nog andere voorbeelden. Gelukkig leven deze ideeën bij correcte mensen in de sfeer van de humor. Ik verkneukelde me dan ook een beetje in het vooruitzicht op een aflevering 'ouwehoer geklep' tussen Els uit Dordt en de Rotterdamse uitbaters. Jammer, café De Loze Visser bleek op donderdag haar vrije dag te hebben. Dan stappen we maar verder.
Aan het veerpontje van Rupelmonde hebben we een kwartiertje moeten wachten op het bootje. Knopje drukken op de wal, een zwaailicht beaamde vervolgens je verzoek. Een flottielje kolganzen hield ons gezelschap daar onderaan de aanlegsteiger. Schone beestjes maar zie daar zie, daar kwam hij al aangevaren. Een heel vriendelijke  veerman begroette ons. Ook een wandelliefhebber die als gepensionneerde wat bijkluste in de zomerperiode. Zijn voorkeur ging uit naar meerdaagse wandelingen zoals de Escapardenne en de Eifelsteig. Hij was benieuwd naar ons nog af te leggen parcours. "Oh, jullie moeten naar het veer in Wintam ?", dan bel ik vlug even naar mijn collega. Dan komt hij jullie wel direct ophalen. Bedankt beste man maar dat is helemaal niet nodig. We lopen langs Hingene om en we komen er wel.
En zo geschiedde. Langs mooie wandelwegen laveerden we over Hingene naar Wintam met daarbij het obligate ommetje langs het nette kasteel van Ursel. Iets verderop op een terrasje, tijd voor een beetje quality time. Latte Machiato voor mijn beste vriendin en onze Jan stelde zich best tevreden met een tripel Bornem. Het werden er van elk twee. Er viel immers zoveel bij te praten. Toch moest er een beetje op het uur gelet worden. Ik had 22 paaltjes voorzien, bijna halfweg en er moest nog geschoofd worden. Op weg dan maar naar veerpontje nummer 2, dit van Schelle - Wintam. Ook weeral over lieflijke natuurpaadjes in de natuur en sfeervolle straatjes in vredig ogende Scheldedorpjes.
Aan het zeekanaal Brussel - Schelde werd het een beetje puzzelen bij de keuze waar de sasbrug overgestoken moest worden. Maar dat lukte ons ook.

Het overzetje in Wintam zat afgeladen vol met fietsfanaten en -toeristen. We konden meteen aan boord gaan en oversteken. Ik herinnerde me nog een picknicktafeltje vlakbij aan de overkant. Een uitgelezen plekje. Nu kwam Els haar fietstocht Sevilla - SdC - Sevilla ter sprake. Olala, een hele onderneming was dit. Zeer zwaar maar erg bevredigend. Ook haar fietsmaatje viel mee, godzijdank want daarvoor was ik wel wat bevreesd. Nu spreekt ze al van de Camino del Sur Est te fietsen. Boeiende dame onze Els.

Het schaft zat er op. Nu ging het richting Hemiksem uit voor onze 3de overzet, deze terug naar Bazel. Bij aankomst vaarde hij voor onze neus juist af. Geen zin om al koekeloerend een half uur lang op de volgende afvaart te wachten, besloten we een laatste terrasje te versieren. Café de Veertoren, vlak aan kade bood hiervoor gelegenheid. Eens terug op de linkeroever van de Schelde restten er nog amper 2 kilometertjes te stappen. Die werden er vlug doorgedraaid en rond 5 uur waren we thuis. Prachtige dag, prachtig weer, prachtige wandeling, prachtige stapvriend .... zoiets moet je deftig kunnen afronden. Het duurde dan ook niet lang of er stond iets te smoren in de tuin. Een forelleke en een stukske vlees op de 'braai' zoals ze in Zuid Afrika plegen te zeggen. Een crèmegelaske dat vertaald moest worden naar een ijsje ... en daarmee zat de mooie dag er weeral grotendeels op. 

Tot een volgende keer Els,  life swings ! 


                                          Touch of Class - Amigos para Siempre



17796 Created with flickr slideshow.

vrijdag 15 juni 2018

Van Beernem naar Aalter.

Bij deze wandeling had ik me eerlijk gezegd heel weinig voorgesteld.  Hiervoor had ik vlug een traceetje uitgetekend op de Open Street Mapkaart, daarbij willekeurig mikkend op wat groen. Het resultaat was een lijnwandelingetje van rond de 25km tussen Beernem in West-Vlaanderen en Aalter in Oost-Vlaanderen gelegen. Eventueel zou Maria-Aalter ook als eindpunt kunnen dienen.  Een zoveelste evenwichtsoefeningetje op de provinciegrens waarbij we wel zouden zien wat er uit de bus kwam. 

Vlotte treinreis ware het niet dat we wat te vroeg uitstapten. We moesten in Gent St. Pieters overstappen maar stapten reeds in Dampoort af. Onze frank viel maar eerst toen we al buiten stonden. Gelukkig volgde er kort een boemeltreintje om ons naar St. Pieters te brengen en rond halftien stonden we op Beernems grondgebied en konden we van start gaan. We, deze keer ik, de Ronny en de Catsjoe.



Deze wandeling, waar ik dus niet al te veel van verwachtte, werd er één van de mooiste. Ze mag gerust in mijn top 5 zetelen.  Van iets buiten Beernem tot aan de grens met Aalter werd het één grote paternoster van bossen waar het éne bos al een meer merkwaardige naam droeg dan het andere. Maar stuk voor stuk waren het schitterende pareltjes in ons natuurbeheer. 
Iets voorbij de psychiatrische verpleeginstelling van Beernem sloegen we linksaf het Vagevuurbos in. In tegenstelling tot wat de onheilspellende naam doet vermoeden, is dit bosdomein een tuin van Eden voor fauna en flora maar even goed voor de wandelaar. Samen met het nabijgelegen Lippensgoed-Bulskampveld vormt het met 540 hectare het grootste boscomplex van West-Vlaanderen.  Je vindt er heide en poelen. Dennen- en sparrenbos versieren het landschap. Verschillende dieren, van amfibieën tot vogels en zoogdieren vinden hun weg naar deze groene long. Het is een waar plezier om op de op natuurlijke wijze ontstane bospaadjes te wandelen en de lekker geurende boslucht op te snuiven.  Daar mag je gerust enkele uren voor uittrekken want het is verdorie een heel uitgestrekt bos.  Je laveert er tussen loof- en naaldbomen die soms naadloos op elkaar aansluiten. Er zijn ook verschillende paden voor paarden, mountainbikers, lopers en wandelaars. Via de wandelknooppunten, kan je zelf ook een route uitstippelen. Voor iedereen is er wel iets te ontdekken. 

Tijd voor een aperitiefje met als decor het landschap rond het zendstation van Wingene. Het is een heideschraal grasland met honderden bijzondere planten. Je vindt er de gevlekte orchis, de ronde en kleine zonnedauw, het maanvarentje en stijve ogentroost. In het najaar verdwijnt de plantenrijkdom en maakt plaats voor een breed scala van wasplaten. Die kleurrijke verschijningen worden ook wel de orchideeën onder de paddenstoelen genoemd. In de geburen van die zendmasten staat er een gebouwtje van Natuurbeheer. Enkele houten losse bankjes stonden er te uitnodigend bij om eraan voorbij te lopen. De Ronny had een flesje lekkere rosé bij die uitstekend te combineren viel met een stukje manchego-kaas en saucisse van het patta negra varkentje. Topproducten uit Spanje zijn dat ! Puur genieten was dat daar op dat houten bankje.  Het schaft zou later volgen, daar was het nog iets te vroeg voor. Hiervoor moesten we in het Blekkerbos zijn maar eerst dienden nog de Gulke Putten doorkruist te worden en het gehuchtje Doomkerk met haar magnifiek aangelegd parklandschap 'Het Disveld'.  Hier in de Gulke Putten tref je natte en droge heide, poelen en veldvijvers, en ook die heideschrale graslanden aan. Er is begrazing met schapen zodat er plaatselijk mozaïekpatronen in de heidegrond ontstaan. Er zouden gallowayrunderen grazen. We hebben ze echter niet gezien. Deze beesten zijn winterhard en kunnen dus het hele jaar door op het terrein blijven. Ze hebben weinig zorg nodig en kunnen zelfstandig kalveren in de vrije natuur. De Gulke Putten is ook één van de laatste plaatsen in Vlaanderen waar de aardbeivlinder voorkomt. Onze maat de Ronny heeft er zo ééntje op de pelicule van zijn appareilke kunnen vastleggen. 

Afbeeldingsresultaat voor aardbeivlinderDat Disveld bood een ideale picknickplaats maar werkmannen waren met bosmaaiers aan het wieden. Met het kabaal dat er uit die machines komt kan je bezwaarlijk van een rustige picknick spreken. Daarom trokken we verder het Galatosbos door om vervolgens in het Blekkerbos onze picknickplaats op te gaan zoeken. Je leest goed ... één en al bos wat de klok sloeg. Die picknickplaats bleek een prachtig plekje te zijn. Twee mooie massieve tafels met banken aan een sfeervol poeltje waarin het wemelde van de oekedoelekes (Waaslands dialect voor kikkervisjes). Het poeltje mooi omzoomd met struikgewas en hier en daar zorgden wat overhangende takken over leliebedden voor de idyllisch noot. Dat smaakte weeral zie. Deze keer geen culinaire acrobatieën maar simpele bokes met beleg en tea for two. Maar we moesten verder naar de Vorte Bossen om de laatste resterende kilometers van ons tripje af te werken. 

Ook weeral een mooie plek om in te vertoeven. In deze Vorte Bossen vind je naast droge arme bossen ook natte valleibossen, vandaar de naam ‘Vorte’ bossen. Voor zover ik me de betekenis van 'Vort' uit het Westvlaamse dialect van m'n ex-collega's kan herinneren bedoelden ze daar 'rot en bedorven' mee. In dit bos tref je geen naaldbomen aan maar vooral oude essen, elzen, populieren en een indrukwekkende bloemenweelde in het voorjaar. 

Natuurbeheer Natuurpunt probeert het gebied tot een gevarieerd en soortenrijk bos te herstellen. Op sommige plaatsen mag de natuur zijn gang gaan. Omgevallen bomen blijven gewoon liggen. Talloze insecten en paddestoelen leven immers in en op het dode hout. Op andere plaatsen wordt het oude hakhoutbeheer in stand gehouden, want na het hakken gaan de meeste bomen niet dood maar krijgen ze nieuwe scheuten. Door enkele bomen te hakken schijnt de zon weer op de bosbodem, zodat vele wilde bloemen verschijnen waar allerlei insecten zoals vlinders en zweefvliegen ervan kunnen profiteren. 

Het stappen in deze natuurrijke en aangename omgeving vlotte goed. Niet dat er daarom gevraagd werd maar ook de terugreis met de trein vroeg haar tijd. De kilometertjes schoven dus voorbij onder onze zolen en Aalter kwam in zicht. Een terrasje op het marktplein als afsluiter begint stilaan traditie te worden. Waarom niet ? Een 'Omertjen' gleed feilloos naar binnen. En aangezien je op één been niet staan kunt .... Ook weeral interessante babbels gehad daar op dat terrasje. Onder er een daar aanwezig fietsgezelschap was er zelfs een dame die SdC had gelopen. Nu verkoos ze de fiets boven de benen. Haar ouderdom liet het niet meer toe zo verklaarde ze. Dat zou gekund hebben maar een klein rekensommetje makend bij haar uitleg leerde me dat ze even oud was als ik. Ze zou er nog eens over nadenken. Haar man was alleszins geen liefhebber van het wandelen dus zou ze het nog eens alleen moeten avonturen. Tja, waarom niet was haar conclusie. 

Voilà, dit was het weeral. Mooie wandeling, dito natuur, lekker aperitiefje en picknick, zonnig weertje, goed gezelschap, een smakelijk pintje als afsluiter ... Je hoeft niet in Frankrijk te wonen om er te leven als God. Dat lukt hier bij ons even goed zijn we van oordeel. Geef ons maar eens ongelijk. De Ronny wil deze wandeling nog eens overdoen. Hewel, hij heeft gelijk. Dit was een topwandeling en die zullen we zeker overdoen met de andere stapmaten erbij. Bij leven en welzijn welteverstaan. 


                                         The Levellers -  What a beautifull day



17506 Created with flickr slideshow.

vrijdag 8 juni 2018

Van Asse naar Aalst, de heimat van de Ajuinen


Het is telkens weer een uitdaging geworden om een origineel wandelingetje uit de toverhoed tevoorschijn te halen. Ondertussen zitten we met onze stapvrienden al een heel stuk boven de 150 wandelingetjes. Reken maar aan 20km per wandelingetje en we zitten met een 3000km aan nat gewogen paaltjes. Een heel eindje als je het me vraagt.  Toch lukt het iedere keer opnieuw om een fijn toertje ineen te knutselen. Deze keer lopen we, ttz ik, de Ronny en de Catsjoe van Asse naar Aalst. Den Hugo is aan zijn laatste caminokilometers bezig en nu maandag gaan we hem opwachten in Zaventem en thuisbrengen. Onze andere maten dan, de Marc neemt de honneurs waar bij de opening van de Brennerpas. Daar in Zwitserland zijn er plaatsen waar nog 4m sneeuw ligt zo laat hij weten. En den Angelo ocharme die moest godbetert werken. 

Asse, daar hebben we in het begin van het jaar al geweest met een bezoekje aan de hopduivel, Aalst daarentegen, daar ben ik om te wandelen nog niet geweest. Het débâcle van verleden week met die Gouden Carolussen en het daaruitvloeiende goede voornemen indachtig zouden we het deze keer sober houden. Althans wat betreft het dorstlessende luik van de trip. En om het nog wat spannender te maken daagden we de hierboven aangehaalde hopduvel uit. Wie zouden we daar voor meebrengen ?  
'Oilsjt ajoin en bier mè schoim', voor de Nederlandse vrienden : 'Aalst ajuin (ui) en bier met schuim' is de benaming voor een gloednieuwe bierwandeling in Aalst. Een wandeling die de toerist kennis laat maken met het bierbrouwersverleden van die Aalsterse 'ajoinen' en naar wat hen onderling bindt. We zullen daar ter plaatse er stoïcijns notie van nemen en ons verder beperken tot een kleine degustatie. Die hopduvel uit Asse zal ons zeker niet in verleiding brengen 😋. 

Asse-Aalst, goed voor 22 paaltjes, we komen er aan. "Peasants of Alost, bring us to your townleader for we shall drink ale with him !  ". Eventjes plagiaat plegen : De voorgaande uitspraak komt van mijn overmoedige piepjonge kameraad en ex-collega Yuri, alias The Woodsman. Yuri hebben we een tijdje geleden tevergeefs proberen op te pikken op de GR 16. De Yuri - Olloy Viroin. Nee, no ale, we zouden proberen ons woord te houden. Soberheid troef, dat was het voornemen. Sober dan toch ook wat de picknick betrof. Ik zou voor "Goesack" zorgen, een 16de eeuwse armemensenschotel uit Antwerpen. Een gerechtje dat ten tijde van de Spaanse overheersing een rijkelijke dis was voor de arme poorters. Een schoteltje moest het worden met een knipoogje naar de Ajuinen of Aalstenaren die dit gerechtje zeker zouden appreciëren. Te weten de hoofdingrediënten : Ajuinen, rozijnen, gember uit de toen pas ontdekte overzeese gebieden, pensen, nog wat zoete kruiden en een homp brood. Bij verplicht gebrek aan iets beter, doorspoelen met water. Dit tot slot 😐😐😐. De oorsprong van de spotnaam "ajuinen" ligt in de 19e eeuw, toen in Aalst en omstreken de uien- en hopteelt enorm floreerde. Naast de grote hopmarkt bestond er vroeger te Aalst ook een vermaarde uienmarkt. Enkele varianten van de spotnaam die men vooral vroeger gebruikte zijn: ajuinpelders, ajuinboeren en ajuinfretters. 
  

Afspraak rond 10u in Berchemstatie. De Ronny en de Catsjoe hadden al een flinke onweersbui op hun schrobber gekregen. Ikzelf heb het droog kunnen houden alhoewel de hemel in het Land van Waas er toch erg dreigend uitzag. Op een mals buitje in de vooravond na, zou het de ganse dag droog blijven op onze wandeling. Droog en drukkend warm. Koffieke aangeschaft bij onze Australische barrista en hop de trein op naar Asse. 

Deze keer een heel vlotte treinreis en rond 11 zijn we van wal gestoken in Asse. Nauwelijks 300 meter gestapt daar op Asse's  grondgebied en we zaten al in het Waalborrepark. Hier waren we dus al eens eerder geweest. Den Hugo was er nog bij toen. Dit park heeft voor Asse een grote historische, artistieke en wetenschappelijke waarde. Het bezit een open karakter en herbergt een unieke bomencollectie en heel mooie parkgebouwen. Ook een zeldzame collectie houtige gewassen kan je er aan treffen waardoor het bij Ministerieel Besluit beschermd werd als dorpsgezicht. Vierentwintig bomen werden afzonderlijk beschermd als monument. Het park werd aangelegd in een romantische stijl inclusief een lusttuin bestaande uit een grote open vlakte. Een gordel van dichte beplantingen met een pad werd rond deze vlakte aangelegd. Bomen struiken, bloemenperken erg mooi allemaal en het is leuk wanneer je je wandelingen met een parkbezoek weet te verfraaien. 

Langs landwegeltjes tussen velden en de heuvelende gras- en korenvelden door gingen we verder westwaarts richting het Abdijlandschap Afflighem. Een korte stop aan een bankje voor het aperitief en een slok kwamen er even aan te pas. Iets later nog een korte stop in een cafeetje in Afflighem voor een dorstlesser. 't Kaffeetje, want zo heette het etablissement werd beheerd door een Chiwawa. 'Bliksem' was de naam van het beestje en een foto van Bliksem getooid met de Belgische Driekleur en opgehangen in het interieur moest er ons op wijzen dat die chiwawa een Belgische kampioenentitel droeg. Jawadde zeg ! Maar Bliksem had duidelijk een functie in die kroeg want hij hield alles goed in 't oog. Neergevleid in zijn luxueuze hondemand, geïnstalleerd op de hoek van de toog, overschouwde hij zijn werkterrein. De cafébazin had de Catsjoe bij het binnenkomen niet opgemerkt en daardoor was ze even uit haar lood geslagen omdat haren Bliksem zich ineens zo onrustig gedroeg. Van links naar rechts laveerde hij tussen de pinten door over de ganse toog. Duidelijk dat Bliksem het troetelkindje van de uitbaters was. Hij kreeg alle aandacht van klandizie, en misschien was dit wel voorwaarde om bediend te kunnen worden. Maar we moesten verder stappen. Sjuus Bliksem en tot een volgende kennismaking. 

We zaten nog steeds in Vlaams Brabant. Dus ook hier prachtige partijen natuur die beheerd worden door natuurpunt. Golvende landschappen, tussen de 20 en 100 niveaumeters schat ik en prachtige bospartijen waarvan ik denk dat het de restanten zijn van het grote kolenwoud. Met wat extra verbeelding kon je je hier in Toscane wanen. We maakten onderweg naar onze picknickplaats kennis met Steven. Steven is Medewerker Educatief Natuurbeheer bij Natuurpunt. We liepen hem tegen het lijf op weg naar onze picknick. Je leert altijd bij tijdens zo'n ontmoeting. In een bakje dat hij meedroeg zat volgens ons een Blauwe Libel  opgeborgen. Mis, het was een waterjuffer. We kregen een deskundige uitleg van hoe een libel van een waterjuffer te onderscheiden. Libel in rust rechtstaande vleugeltjes en bij een waterjuffer liggen ze plat. Ook een hele interessante uitleg over de salamanders en de inspanningen die natuurpunt levert om die diertjes optimaal te kunnen beschermen in hun broze biotoop. Steven wees ons nog de picknickplaats aan. Het is er nu wel volle zon, voegde hij er nog aan toe. Toffe gast, zulke ontmoetingen blijven je bij. Tot ziens Steven, nog veel genoegdoening en succes bij jouw bezieling voor natuur en dier !

Volle zon inderdaad. Het kwik ... ik ben zeker dat het richting 30°C uitging. Potten en pannen bovengehaald, ajuinsaus opgewarmd en de pensen gebakken. Een fris glazeke wite wijn erbij. Alhoewel we met wat betreft de uitdaging met vuur speelden, mocht dit wel vonden we. Na een dik uurtje gepauzeerd en wat gegeten te hebben in het gezelschap van een bronstige stier en zijn harem koetjes werd het tijd om op te krassen. We waren immers nog maar halfweg. Het was ongenadig warm geweest op onze picknickplaats. En drukkend zwoel op de koop toe.  
Steven mag gerust zijn ... we hebben het er netjes gehouden. Doen we altijd, de natuur verdient alle respect.  Het is soms zielig om vast te stellen hoe er in de bossen zwerfvuil slingert. Ondanks alle inspanningen van de bevoegde instanties blijft het sensibiliseren van hardleerse recreanten bedroevende resultaten opleveren. 
Terug op weg dus. Stevig doorgestapt want het werd al avond. Nog iets voor de provinciegrens met Oost Vlaanderen werd er nog even de verkoeling van een drankje op een terraske opgezocht. In de 'Achterdeer' gezellige zaak met sympathieke klanten. We kregen er een consumptie aangeboden van enkele terrasklanten. Hierbij konden we het wel schudden met onze goede voornemens. De hopduivel mocht bij deze als overwinnaar van onze uitdaging uit de bus komen.


We gingen richting Aalst uit nu. Aalst is de carnavalstad met stip en de beelden op televisie over die begankenis met al die halfdronken feestende stedelingen moeten bij mij op een onverklaarbare manier een onterechte connotatie gelegd hebben. Ongewild roept het uiterlijk van een Aalstenaar bij mij de beeltenis op van een mens met een lelijk gezicht. Deze bekentenis stoelt uiteraard op een kwakkel van formaat en bijgevolg volledig van de pot gerukt. Maar goed, ik zit of zat daar nu mee. Nu bij het binnenlopen van Aalst stelde ik de Ronny op de hoogte van dit hersenspinsel. De juiste bewoordingen waarin ik zo een gezicht trachtte te omschrijven ga ik hier niet neerpennen maar alleszins moet ik niet stilletjes gesproken hebben. Ik hield er dan ook geen rekening mee dat de muren soms oren hebben. Ook in Aalst klaarblijkelijk. "Ge zetter wer van Antwaarpe zekers ?". Deze door een vrouwenstem gedragen opmerking schalde uit een winkelportaaltje achter ons. Ik had die dame helemaal niet gezien wanneer ik mijn kant nog wal rakend betoog ten beste gaf. En maar lachen dat die madam deed ! Gelukkig mag ik wel zeggen. Ik en de Ronny, awel we lagen ook in 2 deuken. 

Puur genieten in het stadspark van Aalst.Als laatste stuk wilden we nog het stadspark en het osbroek aanlopen. Het was echter te laat geworden en met maar elk uur een trein zou dit te ver uitlopen kwa thuiskomst. Het stadspark dat zich uitstrekt over 11 hectare vormt samen met Het Osbroek de groene long van Aalst. Het park heeft 2 mooie vijvers, een ballonvijver en een spiegelvijver. Naast de vele vogelsoorten die op en naast de vijvers te bewonderen zijn, kan je in het park ook enkele merkwaardige bomen terugvinden. De oorspronkelijke constructies van het park (een melkhuisje, een kaarthuisje, een brug,…), ademen nog steeds de typische sfeer van weleer uit. Het Osbroek dat we uit tijdsgebrek ook links hebben moeten laten liggen bestaat dan weer uit lager gelegen moerasbossen, die amper boven het peil van de Dender uitkomen. Hoger gelegen vind je een wildernis waar Gallowayrunderen en Konikpaarden grazen. Vanwege het moerassig karakter kunnen de paden er behoorlijk drassig bijliggen. Zo dicht bij de stad reeën, vossen en tal van broedvogels vinden, dat moet zeker eens verkend worden. Het zal voor een volgende keer zijn. Voor vandaag was het goed geweest !     


                                      Billy Jo Spears - Good old fashioned song



17400 Created with flickr slideshow.

donderdag 31 mei 2018

Van St. Katelijne Waver naar Mechelen

Op het eerste zicht oogde dit een mooie wandeling te worden. 22 paaltjes op het gemakje, dat had zelfs gekund met de beide wijsvingers in de neus. Een ritje naar St. Katelijne Waver en van daaruit in een grote westelijke boog naar Mechelen pikkelen. Afspraak rond halftien in Berchem met de Ronny en de Catsjoe, den Angelo zou ineens naar St. Katelijne sporen, zo luidde de opzet. Een mooi weerbericht zat al op zak, de bestemming was niet te ver en onze kameraad Angelo kon eindelijk nog eens mee want dat was weeral even geleden. De dag lachte ons tegemoet 😁😁😁. Al haar tanden bloot !

De vrolijke spoorwegdame in Beveren die ik daar regelmatig aantref aan het loket nam donderdagmorgen nog eens de dienst waar als chef statie. Altijd een fijne ervaring wanneer je te woord gestaan wordt door goedgemutst grappend personeel. Ik ben blij dat ik dat lelijk hemd met die oranje streep mag thuislaten vertelde ze me na een opmerking van mij over haar nieuw tenueke. En nu zeker met die warmte van de laatste dagen, zo ging ze verder. Ze stak in een nieuw T-shirtje met een geweldige letter B daar waar er een borstzakje hoort te zitten. Ik doe een poging om niet al te expliciet uit de hoek te komen met mijn lokatiebeschrijving maar het stond haar goed. Ze wist niet dat het geoorloofd was om loketdienst te doen in deze outfit maar had dit gehoord van collega's tijdens een opleiding. Spoorreglementen zijn zelfs voor het personeel niet altijd transparant. De laatste giller komt van de Ronny. Een kaartjesknipper vertelde dat er voor een hond een speciale kaart kon gekocht worden waar er telkens een gaatje in geknipt werd bij een rit. Toen hij daar in een station naar vroeg gebaarde men daar dat ze er nog nooit van gehoord hadden ! Maar als je je hond in een doos, een zak of mand steekt betaal je niks. Ook al weegt hij 30 kilo. Dat weten ze dan weer wel 😏! De Ronny zou het eens willen proberen met de Catsjoe. Dat wordt lachen geblazen. Goed ik had mijn spoorkaartje en verder was er nog geen vuiltje aan de lucht te bespeuren. Dit geruststellend gevoel was echter van korte duur want ik stond nog geen minuut op het perron en de luidsprekers staken daar al van wal met het gekende spoorweg-gerelateerd onheil te orakelen. Vertragingen tgv defect rollend materieel maar ook overstromingen her en der staken wat stokken in de wielen van de locomotieven. Het zou een halfuurtje vertraging opleveren, meer niet. Er zijn ergere dingen, niet ? Den Angelo was al present. Boven op de brug in Katelijne zwaaide hij ons al toe. In zijn korte broek ! Hij zou het bezuren ! 

Om zoveel mogelijk groen te scoren op de wandeling had ik dit toertje minutieus uitgestippeld langs de spoorweg naar het fort van Duffel toe, vervolgens richting Nete uit via het Goorbos. Het Goorbos is nog een overblijfsel van het vroegere immense Waverwoud. In de vroege Middeleeuwen strekte het woud zich uit tussen Nete en Dijle. Het bestond uit venen, bossen en open, heideachtige stukken. Wat nu nog rest van het woud, ademt nog steeds de magie van weleer uit. Het huidige Waverwoud, met een oppervlakte van 114 ha, werd in december 2014 erkend als natuurgebied. Verschillende natuurgebieden  maken nu onderdeel uit van het Waverwoud. Dat groen scoren gebeurde in de overtreffende trap want de eerste 2 kilometers naar dat fort toe waren een tegenvaller. Het pad was overwoekerd met metershoog onkruid dat er mestnat bij lag door de slagregens van de nacht.  Zwiepende takken van de uitgroei van struiken en brandnetels kregen we er gratis bij. Die staken door je broek door en aangezien den Angelo in een korte broek liep kreeg die er dubbel van langs. We hebben fotokes getrokken van zijn geteisterde billen. Jammer maar we moesten terugkeren op onze stappen. Het was geen doen zonder een machete. Zo een junglemes kan je nu toch bezwaarlijk mee op pad nemen veronderstel ik. Er wordt al eens gezegd dat dat getengel door brandnetels een prima remedie is tegen het rheumatis. Zo zie je dat er toch ook nog een positief kantje zit aan iets minder prettigs. Soit, de eerstvolgende uren leek het alsof er een zwerm bromvliegen in je benen rondvlogen. Zo'n tintelingen van al dat getengel.  Na de 1ste wereldoorlog werden er rond de vestinggracht van het fort acacia's en elsen aangeplant. Het werd onmogelijk om te boenken naar een begaanbare weg door zo'n dichte begroeiing. Bovendien verhinderde de Goorbosbeek nog de doorgang. Ze leek ons iets te breed om erover te springen. Terug naar af bijgevolg en met wat bijsturing zijn we dan toch aan de Nete geraakt. We zouden ineens aperitieven en picknicken. De noen was ondertussen aangebroken. 

Jongens of meisjes, dit werd een zoveelste hoogmis van de picknick. De Ronny had thuis asperges in 't groen gemaakt, dit de vulling zijnde voor wat wraps die hij met zijn branderke in een pan zou opwarmen. Alhoewel zo groen als gras betitelde hij zijn culinaire creatie als het 'Witte Goud'. Angelo had voor een fleske wijn gezorgd. Feest dus weeral in openlucht aan den 'Stroom van Pallieter', onze volksheld uit Lier. Superlekker had de Ronnie die asperges bereid met wat vis, kip, spinazie, lava, keizerskruid enz ... ik vergeet er maar op zuring na was deze identiek aan de saus voor de paling in't groen.



We kregen nog wat klap van enkele werkmannen die aan een waterschot op de Nete een afwateringspomp naar een spaarbekken aan het installeren waren. Maar aan de picknicktafel werd het stilletjesaan tijd om op te krassen. Er moesten nog wat kilometertjes doorgedraaid worden. 


De voormalige abdijsite van Roosendael was het volgende agendapunt. Het is een uitzonderlijk domein. Het is een natuurgebied en beschermd landschap met prachtig gerestaureerde historische gebouwen, waaronder het 16de -eeuwse Pesthuis en een Poortgebouw en Koetshuis uit de 18de eeuw. Het eeuwenoude samenspel van natuur, landschapsinrichting en bouwkunst, maakt Roosendael vandaag tot een fascinerende belevenis. En dat was het ook. Heel de natuur staat nu mooi in blad en je kunt je ogen volop de kost geven. In de geburen van het Battenbroek werd er een viswedstrijd gehouden. Een stuk of 10 sportvissers hadden plaatsgevat, de hengel in de aanslag, aan de waterkant. Iets verder was hun clublokaal met uitzicht op de waterpartij. Daar zijn we eens gaan proeven van de Gouden Carolus, een Mechels kwaliteitsbiertje. De asperges moesten immers wat kunnen zwemmen. Ook daar weer een plezante babbel gehad met leuke mensen. De Ronny probeerde de wedstrijdorganisator wijs te maken dat hij een deelnemer had gespot met een zak vol vis onder zijn trui. Helemaal vooraan aan de visvijver, uit het zicht, maar hij trapte er niet in. Het reilen en zeilen van het vissersclubje inclusief de wedstrijdreglementen werden hier vakkundig uitgelegd. Nog wat verder stappen nu want de klok tikte verder. Je houdt het uur niet in't oog en voor je het beseft is de middag al voorbij. 

We moesten nog de Dijle over en zo verder wandelen naar het Zennegat waar er een sfeervol kroegje te vinden viel. Ooit kronkelden de Dijle en de Zenne door het landschap tussen Mechelen en Rumst. Even verder komt de Nete erbij en wordt de rivier de Rupel. Vanaf de 10de eeuw begon de mens onder invloed van kloosters de rivier in te dijken. De polders die zo ontstonden werden honderden jaren kleinschalig beheerd door plaatselijke landbouwers. Gras was de voornaamste teelt, want dat was de brandstof voor paarden, de auto avant la lettre. Het land was nat en water werd maar moeilijk afgevoerd. Langzaam aan werd de eb- en vloedwerking sterker. Door de rivier recht te trekken en dijken aan te leggen, werd dat proces versterkt. De dijken moesten alsmaar hoger en breder, tot het eigenlijk niet meer ging. 

Hier aan dat Zennegatcafeetje werd het verder verloop van de wandeling eigenlijk beklonken. Binnen in het piepkleine cafeetje,  dat door een Hollander wordt uitgebaat, zat het stampvol. De heemkundige kring van Heffen hield er een diavoorstelling over het volksleven in lang vervlogen tijden. Dan maar het terras op waar we kennis gemaakt hebben met de 'Mil', die eigenlijk Jan heette. Een metser van beroep die zijn truweel al jarenlang aan de haak had gehangen wegens pensioengerechtigd. Beminnelijke mens, we mochten plaats nemen aan zijn tafeltje op voorwaarde dat we niet zouden 'vichten' en kregen er spontaan een Carolus van aangeboden. Op het terras lag er een dame te slapen die naar de naam Leni luisterde. Ook zij kwam na haar dutje mee aan het terrastafeltje zitten voor een klapke. Mil bleek een wereldreiziger te zijn geworden na zijn opruststelling. Kenia, Zuid Afrika, Latijns Amerika ... de hele wereld rond. Altijd boeiend om naar zo iemand te kunnen luisteren. De tijd vliegt daarbij en de Caroluskes die nog volgden joegen de laatste bromvliegen uit ons benen om er vervolgens een kwak lood in de plaats te kunnen inkappen. Van wandelen is niet veel meer in huis gekomen.  We zijn nog tot in Heffen geraakt waar Lieve, de Ronny zijn vrouw,  ons is komen oppikken met de auto. Amper 16km op de teller, een echte schande eigenlijk. 

Het Vrijbroekpark, een provinciaal juweeltje aan de rand van de stad Mechelen gelegen hebben we niet meer kunnen aanlopen. Jammer, maar dat hadden we aan onszelf te danken.  We zullen net als dat vissersclubke een wandelreglement moeten opmaken om orde op zaken te blijven houden. Een goei pint drinken mag maar een kroegentocht van een wandeling maken mag echt niet onze bedoeling worden. Maar het moet alleszins wel eens kunnen en ook daarover zijn we het allen mee eens. 



                                       Billy Jo Spears - Blankets on the ground


17320 Created with flickr slideshow.