zaterdag 14 maart 2026

Naar het Visserskapelletje in Bredene

Voor vandaag zouden we een maritiem accentje aan de wandeling toevoegen.  Oostende, koningin de badsteden, daar brandde de lamp ! Maar, aangezien het een vrijdag de 13de betrof deed ik beroep op Zeus, Heerser over de Hemel met de bede om voor wat treffelijk weer te zorgen. Onweer en bliksem blijken trouwens ook tot zijn bevoegdheden te behoren. Deze Griekse Oppergod stelde ik bijgevolg persoonlijk aansprakelijk indien er op deze zogezegde onheilsdag een klimatologische haar in de boter zou zitten. De orakels van onze traditionele weermannen en -vrouwen voorspelden immers weinig goeds. Bakken regen met andere woorden want een actieve regenzone zou vanuit het westen langzaam oostwaarts over het land kruipen. Zeus hield zijn woord, dit na kennis te hebben genomen van ons wandeltoerke aldaar maar ook na enige ruggenspraak gehouden te hebben met de Posseidon, z'n broer. Die had in z'n hoedanigheid van Heerser over de Wereldzeeën  ook hier een vinger in de pap te brokken.  Het bleef droog daar aan de kust terwijl striemende regen het binnenland teisterde ! Toffe gasten zijn dat die Twee, txs om het droog te houden !

Rond den 10'en kwam de trein daar in Oostende aan. Ik, den Hugo en de Ronny met zijn hondeke Izzy. Michel en de Marc bleken verhinderd. Het beroemde kroegske in Oostende zou nog niet open zijn voor het traditionele kommeke koffie dus besloten we naar het ons ook bekende café St. Pieters in de gelijknamige straat te trekken. Ik en den Hugo maakten 2 palmen soldaat, de Ronny een koffietje kwestie van met het voornoemd geschrevene niet als een beuzelaar beschouwd te worden. 

De eerste stappen stonden in de  richting van het pontje aan de visserskaai. De Raveel, het overzetbootje, zou ons naar de oosteroever brengen. Telkens ik daar aankom en Lange Nelle, de vuurtoren, zie herinner ik me de heisa die daar een tijdje geleden ontstond. Enkele rijke appartementsbewoners klaagden over de lichtpollutie die Lange Nelle veroorzaakte in hun leefruimten. Tja, die toren staat er al van in 1949 ... ga er dan niet wonen hé en klaagt beter over ergere dingen. Om die zeveraars tegemoet te komen moest Lange Nelle ooglappen opzetten aan landszijde zodat ze haar lichtstralenbundel niet meer op hun appartementsblok zou kunnen richten. Ze haalden nadien gelukkig bakzeil met hun grieven en Lange Nelle werd verlost van haar ooglappen. De gordijnwinkels zagen nadien hun omzet stijgen. 

Eens aan de overkant besloten we over het strand te stappen richting Bredene uit. Daar in Bredene had ik een belofte waar te maken, straks iets meer daarover. Dat strandlopen stapte erg zwaar want de bottienen zakten bijna tot de enkels in de zandbodem. Tja, ter hoogte van het Thermae Palace daar in Oostende zakte begin februari dit jaar nog een 79-jarige dame weg in het drijfzand. De pompiers moesten haar komen bevrijden. Drijfzand kan onvoorspelbaar zijn. Het ontstaat door waterstromingen en zandverplaatsingen. Het strand lag er weliswaar vredig bij maar toch zag je dat het ruwe weer van de voorbije dagen lelijk had huisgehouden op deze zandstroken. Dit akkevietje stemt je toch een beetje tot nadenken op zo'n godvergeten strand. We waren daar om het zeggen alleen. Den Hugo trok er zich niet al te veel van aan,  de Ronny nog veel minder en liet den Izzy de vrije loop. Het beestje had het zichtbaar naar haar zin. De zeemeeuwen en kraaien iets minder want die konden het enthousiasme waarmee den Izzy hen achternajoeg iets minder appreciëren. Zo halverwege het strandtrajectje naar Bredene maakten we ommetje via de duinen. Verdorie toch m'n stramme knoken en spieren. Zo die metershoge duinen opklefferen ... het ging vroeger toch een stuk gemakkelijker. Ik zou nu even geen langeafstandswandeling aandurven. Voorlopig toch nog niet. Ik wijt die 'aftakeling van lijf en leden' liever aan het gebrek aan wandelroutine en stel het volste vertrouwen in het herstel van de conditie door het heropbouwen van de wandelroutine. 


Voila zie, ik bereikte stilletjesaan m'n doel. Daar in Bredene staat er een authentiek visserskapelletje. Het werd gebouwd in het jaar 1736. Ik ben er al meerdere keren geweest met de stapmaten en stapdames en m'n bedoeling was om er een kaars te gaan branden voor de Willy, een ex-collega. Willy overleed verleden jaar in oktober en op zijn uitvaartplechtigheid vernam ik dat hij een passie had voor de zee en dit in al haar facetten. Zwemmen, duiken, strandwandelingen, kortom de voeling met de natuurelementen die de zee eigen zijn boeide hem mateloos. Hij was trouwens na z'n pensionering aan de zee gaan wonen. Een berichtje van z'n echtgenote Martine, enkele dagen geleden, verraste me aangenaam toen ze me schreef dat het haar verheugde dat ik m'n wandelingen terug was opgestart. Ik wist niet eens dat Willy interesse had in m'n wandelperikelen en daardoor m'n blog las.  In hetzelfde berichtje vroeg ze me om een kaarsje te branden voor de Willy aan het één of ander kapelletje tijdens een wandelingetje. Het aansteken van een bougieke is een universeel gebaar om te laten weten "Ik denk aan je". De fysieke afstand wordt hiermee even overbrugd. Dat ik dit met alle plezier zou doen, en niet in het minst voor zo een toffe kerel die de Willy was en idem voor Martine, daar hoef ik geen tekeningetje bij te maken. De zee die de Willy zo passionneerde was dan ook een dankbare bestemming om tegemoet te komen aan Martine's suggestie.  Vandaar m'n keuze. Daar in Bredene aan Zee in het visserkapelletje brandt er nu een noveenkaars voor de Willy. 

Dat kapelletje was het keerpunt in de wandeling. We stapten iets verder op de terugweg het immense campingcomplex van Bredene-Bad in. Wie daar z'n vakantie doorbrengt wens ik buiten een zalige rust veel succes toe. Een sardien in een blikje geniet volgens mij van meer comfort. Maar goed, misschien primeert op zo'n camping het sociale contact. Wie weet ? 
Nog een toertje rond de spuikom met als teaser voor de Ronny een bezoekje aan de oesterput moest eraf kunnen. Ik en den Hugo houden niet van deze beesten maar de Ronny is er verzot op. Nu maakten we dit ommetje om hem een beetje te doen watertanden. De kostprijs van deze Ostendaise oesters echter deden hem uiteindelijk met beide voeten terug op de grond belanden. Tussen de 1 en 2 euro voor een schelp met in mijn ogen een klodder 'snot' is een beetje te veel. Toch deelt niet iedereen mijn mening en dat is maar goed ook want die oesters moeten volgens kenners een echte delicatesse zijn. De befaamde oesters 'Royal d’Ostende' werden reeds 300 jaar geleden geëxporteerd naar Frankrijk, Rusland, de Balkanstaten en de Duitse en Oostenrijkse gebieden. Deze Belgische ‘Ostendaisen’ mochten in deze periode onder geen beding ontbreken op de menu’s van de Europese upper class. Het is een goede zaak dat de uitbaters van de oesterput als enigen in België hun kennis en kunde gebruiken om de oesterkweek van deze Oostendse delicatesse gaande te houden. 

Nog even duikelden we het Maria-Hendrika Park in om de laatste stappen van deze wandeling te verzilveren. Dit park wordt daar in de volksmond 't Bosje genoemd. Voor de aanleg liet Koning Leopold ll zich inspireren op het beroemde Parijse Bois de Boulogne.  Wulpse deernes ben ik daar nochthans niet tegengekomen.
Het zat er op. Een laatste stop nog in het café St. Pieters mocht niet ontbreken. Even debriefen bij een pint daar en hop naar de treinstatie voor de terugvlucht. Die verliep smetteloos. Ondanks het grijze weer werd het een mooie stapdag. Er gaan er nog volgen want nu is het een kwestie om terug het ritme te vinden. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Plaats een reactie als je wil.