woensdag 14 september 2016

* Langs de oevers van de Zenne.

De spoeling wordt dunner met het uitzoeken van een tof wandelpad in ons pajottenlandje wanneer je al zovele wandelingen op je palmares hebt staan. Vele factoren spelen immers een rol bij de keuze. Een wandeling in het zoniënwoud is zalig maar je moet het lawaai van de omringende autowegen er bijnemen. Om ergens te geraken zonder eindeloos in de files te staan en dan maar voor de trein kiezen opteren heeft ook haar beperkingen. Stations zijn er wel maar doorgaans liggen die op verkeersassen waar industrie of stedelijk gebied de keuzes beperken. Bossen en natuurparken zijn er in overvloed maar de verkavelingskoortst in ons landje heeft reeds haar tol geëist en bijgevolg vinden we deze oases van rust maar her en der kleinschalig verspreid tussen industrie, autostrades en steden. Het zijn karige spotjes in het lappendeken van ons dichtbevolkt landje. Maar goed, met wat fantazie vind je hier en daar toch nog een stukje dat de moeite loont om zich te laten verkennen. Voor deze week stonden de Makkegemse bossen op het programma, een bosrijk gebied in de omgeving van Merelbeke ten zuiden van de keizerstede Gent. Nadeel in deze keuze was wel het gebrek aan etablissementen waar lavenis te vinden viel bij het voorspelde tropische weer. Afstrepen dus en uitkijken naar een andere bestemming. Een tiental kilometer ten zuiden van Mechelen viel er nog ietsje uit de bus. Een luske van een kleine 20km te starten in Weerde, Vlaams Brabant en zo over de provinciegrens met Antwerpen naar Hombeek.



De Marc en de Ronny met de Catsjoe zouden tot in Weerde sporen, den Hugo heeft me met zijnen auto thuis opgepikt en van hieruit zijn we ook richting Weerde vertrokken. Daar zouden we elkaar ontmoeten.
De Ronny en de Marc zaten al aan een picknicktafeltje van een cafeetje vlak over de statie van Weerde. Het was nog niet open. De moeder van de uitbater was nog aan het opkuisen maar maakte geen bezwaar dat we er plaatsnamen. Aan de Catsjoe werd er al een kommeke water gepresenteerd. 

Ik had er eerst geen erg in maar blijkbaar hadden mijn stapmaten iets voor me in petto. De Ronny haalde een kado te voorschijn en den Hugo een fles echte champagne. Tja, het begon te dagen .... de Marc, Hugo, Angelo, de Ronny en de Catsjoe hadden een kado voor mijn pasgeboren kleinzoontje Stafke meegebracht. Helemaal in lijn met onze gezamenlijke voorliefde voor het stapwerk en uitermate origineel hadden ze voor hem een heuse backpack in mini-uitvoering gekozen. Stafke kan al mee op stap zie ! Magnifiek en nog een mooie cent erbij voor het kereltje zijn spaarpotteke. Een fijne geste van de stapvrienden. Met de sjampieter van den Hugo werd het moment beklonken en ik had nog een fleske meegebracht om aansluitend op onze heilsdronk deze ook nog soldaat te maken. We hadden nog geen meter gestapt.

Hop, de lege flessen mochten we aan de kant zetten van de vrouw des huizes en weg waren we. Het was al behoorlijk warm en het was nog maar amper 10 uur in de morgend. De Weerdse visvijver lag op amper een halfuurtje stappen van het station. Het zou een idyllisch plekje kunnen zijn maar hoe het mogelijk is, ik kan er niet bij. Mooie tafeltjes en bankjes aan de oeverkant werden ontsierd door hopen afval dat achtergelaten werd door passanten. Dat respectloze voor de weinige mooie stukjes natuur die ons nog resten ontgaat me helemaal. Peuken, plastic zakken, petflessen, verbrande houtskool, papier en allerhande andere rommel lagen daar achteloos weggeworpen in de natuur. Zware boetes hiervoor zouden op mijn begrip kunnen rekenen. Maar ja, het mensdom hé ? Het dierenrijk daarentegen, wel de Catsjoe liet het zich niet ongelegen vallen en opteerde voor een frisse plons in het water.

De loop van de Zenne volgen tot in Hombeek was het volgende puntje op onze agenda. De Zenne, een rivier met een stinkende geschiedenis. In haar stroomgebied wonen anderhalf miljoen mensen en in de verstedelijkte gebieden van Zinnik, Halle, Brussel en Mechelen krijgt de rivier zowel industrieel als huishoudelijk afvalwater te slikken. Ze wordt dan ook aansprakelijk gesteld voor de grootste inbreng aan vervuiling van de Schelde. De rivier die over een groot deel van haar loop gekanaliseerd en onbevaarbaar is, stroomt door de drie Belgische gewesten die elk een verschillend beleid voeren op het vlak van waterzuivering.

Het water van de Zenne is ooit dermate vervuild geweest dat het wateroppervlak brandde : Begin jaren 90 vatte de Zenne tussen Brussel en Vilvoorde vlam en er was een interventie van de brandweer nodig om ze te blussen.  Sindsdien is er hard gewerkt aan het bouwen van verschillende zuiveringsinstallaties om van de Zenne, die voorbij Brussel tot voor enkele jaren een open riool was, opnieuw een leefbare waterloop te maken. In 2000 is het zuiveringsstation Brussel-Zuid in gebruik genomen. Het huishoudelijk afvalwater van de stad, dat anderhalve eeuw lang ongezuiverd in de rivier geloosd werd, wordt sedert maart 2007 behandeld in de nieuwe installatie Brussel-Noord nabij de Budabrug.

De kwaliteit van het rivierwater is dankzij de ingebruikname van de waterzuiveringsinstallaties duidelijk verbeterd, in die mate dat eind augustus 2007 voor het eerst in zeventig jaar weer vis in de Zenne werd waargenomen. Het ging om driedoornige stekelbaars, blauwbandgrondel en riviergrondel in Drogenbos en Lembeek (beide stroomopwaarts van Brussel gelegen) en paling te Leest (stroomafwaarts van Brussel). Inderdaad, op de grauwe verkankerde dode oevers van weleer treft men opnieuw een groene vegetatie aan en het water heeft petroleumkleurtje meer. Het gaat met de Zenne de betere kant uit nu.


Lachend en grappend hebben we voortgestapt. De Marc, onze Dodoens après la lettre, zorgde voor een inkijk in het vlinderrijk. Het dagpauwoogje, koolwitje, het kleine vosje ... er fladderden er vele van rond. Ondertussen scheen het zonneke ongenadig op ons bolleke. Warm, het was puffen. Een vergelijk met de hitte in de Extramadura op de Via de la Plata in Spanje is niet te maken. Daar was het nog 10 graden heter maar de geringere vochtigheidsgraad zorgde ervoor dat het plakkerige gevoel op je lijf achterwege bleef. In deze contreien verdampt je zweet amper en dat maakt dat je dampt zoals een natiepaard waardoor je meer last ondervindt van de hoge temperatuur. Toch is het zalig stappen met zo een strakblauwe hemel boven je kop.

Aan de Eglegemvijver, een kunstmatige waterplas tgv de zandwinning bij de aanleg van de E19 zouden we een picknicktafeltje treffen. Helaas, het stond in de vlakke zon. Dan maar doorstappen tot aan de sportvelden van Hombeek. Daar zou beslist nog wel hier of daar een bankje aan te treffen vallen. De voorspelling klopte en bij het ontkurken van een nieuwe fles bubbels werden de bokes en het gerookte varkensoor voor de Catsjoe naar binnen gespeeld. We zaten niet ver van de dorpskern af en een cafeetje kon eventueel ingelast worden in het parcours. Zo gedacht, zo gedaan. Alle cafés waren gesloten maar een eethuizeke bood soelaas. Volgens de lokale kalandizie kon je er de beste mosselen van het land verkrijgen. Daar was het nu ietske te warm voor zodat een fris pintje de voorkeur kreeg. De uitbater, een Bengaal begot, zorgde voor de goudblonde versnapering. Een tweede volgde nog en dan werd het tijd om op te krassen.

Langs verharde wegen en weidepaadjes ging het richting eindpunt, de statie van Weerde. Echt dorstig weer was het. De Catsjoe struikelde bijna over haar tong ocharme. Ik wist niet dat een hond zo een lange tong kon hebben. Nog een stop onderweg aan de rand van Weerde voor een glazen boterhammeke en een bakje water voor het beestje was onvermijdelijk. We zaten nog op 1800 meter van de finish. Aangekomen aan ''De Rut'', het statiecafeeke van eerder op de dag, bleek de moeder van de uitbater nu de zaak te runnen. Die luierik zat op zijn krent. Waar moeders goed voor zijn !!!

Het zat er op. Het werd eens te meer een fijne dag met veel gebabbel. Zo bracht de Ronny ons zijn plannen ten berde waarmee hij Kreta van noord naar zuid zoekt te doorkruisen. Te voet wordt dat volgens mij meer een regelrechte survivaltocht. Nergens slaapplaats of bevoorradingsmogelijkheden, good luck Ronny ! Nu zaterdag is hij pleite. Den Hugo dan weer bezorgde me nog onschatbare informatie over zijn Romereis. M'n toekomstige onderneming dienaangaande krijgt daarbij weeral zoveel meer slaagkans. Ik laat het hierbij.

God has blessed this day once more.  
    
  

dinsdag 30 augustus 2016

Naar Tongeren, de oudste stad van België

Met z'n vieren zijn we er nog eens op uit getrokken. Ik en den Hugo, de Ronny en de Catsjoe. Het zalige zomerweer zou voor de perfecte omkadering zorgen ! Daar paste natuurlijk een uitgekiend wandelparcourstje bij. Wat dacht je van Tongeren ? In 'de' Limburg om er een geografisch kanttekeningetje bij te plaatsen.
In het zuiden van de provincie Limburg, de groene long van ons landje, daar vind je Belgiës oudste stad Tongeren. In deze hoedanigheid kent de stad in hoofdzaak twee soorten toerisme. Enerzijds is er het cultuurtoerisme en anderzijds kan je er terecht voor het plattelandstoerisme. Meer dan 500.000 toeristen per jaar bezoeken er het Gallo Romeinse museum en de antiekmarkt. Het zijn er de belangrijkste trekpleisters. Maar mede door het toenemend plattelandstoerisme ondernomen door fietsers en wandelaars werd dit deel van het Limburgse Haspengouw al gauw een absolute topper. 
Nog voor Julius Caesar er in de 1ste eeuw voor Christus zijn Romeinse legioenen inkwartierde werd de streek bewoond door de Eburonen. Ze werden er echter verdreven door deze doorluchtige krijgsheer waarna de Tungri, ondertussen onderworpen Galliërs, het recht verkregen zich te vestigen in de nederzetting Atuatuca Tungrorum. Tongeren groeide uit tot een municipum, een hoofdstad in het Romeinse Rijk. De sporen uit deze Romeinse periode beslaan een aaneengesloten terrein van ongeveer twee vierkante kilometer. Ze vormen daarmee het grootste archeologisch complex van de Lage Landen.  Als "oudste stad van België" gebruikt Tongeren zijn Romeinse verleden dan ook volop als een toeristische troef.



Voilà, Tongeren werd bijgevolg het doel van onze wandeling. Vroeg eruit want het zouden een kleine 3 uurtjes sporen worden. Den Hugo opgepikt en om 8 uur den trein op in Sint Niklaas. Afstappen in Berchem om aan te pikken bij de Ronny en een kommeke koffie bij het ons ondertussen vertrouwde koffieshoppeke uitgebaat door een Iraans madammeke. De Ronny had zichzelf voorgenomen om wat te sleutelen aan zijn verbale vaardigheden omtrent het maken van contacten met de medemensen. Een groepeke van 4 vrolijke dames met shoppingintenties in Brussel stapte op in Heist op den Berg. Prima didactisch materiaal om doelgroep te wezen in zijn aspiraties daaromtrent. Naar gewoonte leende de De Catsjoe zich tot springplank voor de nakende conversatie. Het gesprek kreeg desalniettemin een dramatische wending. Eén van de dames maakte gewag van een bijtaccidentje met een Rottweiler waarbij één harer vriendinnen hare neus was kwijtgespeeld op een muziekfestival. Droevige story waarbij van naaldje tot draadje de operatieve ingrepen uit de doeken werd gedaan om er bij de vriendin in kwestie een nieuwe neus aan te breien. Geen enkel element uit de medische wetenschap werd daarbij over het hoofd gezien. In Aarschot kwam aan de conversatie een bruusk einde want daar moesten we overstappen. De Ronny zijn proefkonijnen spoorden verder door naar Leuven. Rond halfelf zaten we in Tongeren na een voorspoedige treinreis zonder in- noch accidenten. Ze gaan er op vooruit met hunnen ijzeren weg me dunkt.
Start met een kort stukje in de voorstad om via de middeleeuwse omwalling richting stadsrand te tenen om van daaruit de wandellus aan te vatten. Overal wapperden de banieren van de kroningsfeesten aan de huisgevels. Tongeren is immers tevens de bakermat van het Christendom in de Lage Landen. Als oudste Maria-oord aan deze zijde van de Alpen werden er hier reeds in de Middeleeuwen heiligdomsvaarten georganiseerd. Toen in 1890 het beeld van Onze Lieve Vrouw 'Oorzaak Onzer Blijdschap' gekroond werd besloten de Tongenaren de heiligdomsvaarten uit te bouwen tot zeven-jaarlijkse Kroningsfeesten. Dit feest, ondertussen een traditie en erkend als immaterieel cultureel erfgoed, werd onlangs in juli gehouden. 3000 Tongenaren namen deel aan de processie. Met avondspelen, pontificale eucharistievieringen, concerten en optredens maar ook met hallucinante straatversieringen houdt Tongeren deze zevenjaarlijkse traditie hoog. 
't Was nog vroeg in de morgen maar een pintje zou wel al gesmaakt hebben. Zinnens om een sfeervol kroegje binnen te wippen op die middeleeuwse wal kregen we van de buitenstaande uitbaatster te horen dat het haar sluitingsdag was. Voortstappen dan maar. Immers, er moesten nog 20 kilometertjes afgemaald worden.
Jongens, wat is de omgeving daar mooi. Glooiende landschappen, donkere bossen, frisgroene weiden, mooie boerderijen en afspanningen, netjes onderhouden wegen en paadjes. Fruitgaarden van appelen en peren, je zit immers in Haspengouw de fruitstreek. Ik heb trouwens een paar kilootjes peren opgeraapt en meegebracht naar huis zodat ons Annick er confituur kan van maken. Je waant je ginds in één groot park. Overal vind je rustbanken en tafeltjes. Proper en uitnodigend. Nergens valt er een wanklank te bespeuren in de omgeving.  Prachtige harmonie tussen natuur en woongebied. Vriendelijk volk ook. Na een goed uurtje besloten we even halt te houden aan het picknicktafeltje daar waar het natuurlijk stroomgebied van de Jeker werd hersteld. Fleske wijn van de Jan en een sauciske, den Hugo had frikadellebollekes en gepickelde ajuintjes op grootmoeders wijze bij, de Ronny wat kaas en een extra sauciske, de Catsjoe had haar gedroogde kiekepoten bij alhoewel deze mee in de Ronny zijne rugzak zaten. Een voorbijganger kwam spontaan een babbeltje slaan. Hij bewierrookte de inspanningen van de natuurdienst in Tongeren. Een beetje uitleg over het herstelplan waarbij de oude loop van de Jeker werd hersteld moest ons overtuigen om de oevers dezer tijdens onze wandeling te blijven volgen. Dat hebben we deels gedaan en daarvan hadden we achteraf geenszins spijt. Zo sjiek daar. Holle wegen en beemden ... de Ronny had nog maar eens de foto-appareille van wijlen Nonkel Joseph zaliger meegenomen. Ik denk dat hij tegen de 200 foto's heeft getrokken. De bijlage aan foto's in onderstaande slideshows mag dan ook lijvig genoemd worden. Voor de verandering zet ik er 2 op. Eerst de mijne en in afwachting een volgende met een selectie uit deze van de Ronny. In het licht van den Hugo zijn pelgrimsreis naar Rome heeft hij daar een prachtige foto getrokken met den Hugo aan het einde van een holle weg badend in het zonlicht. 't Zou zo als cover kunnen dienen voor een boek over pelgrimeren. Onderweg kwam den Hugo zijn tocht uitvoerig aan bod. Ik haalde de pieren uit zijne neus want in 2018 zoek ik, bij leven en welzijn uiteraard, er ook aan te beginnen. De Via Francigena, het doet me terzijde denken aan franchipannekes, startend aan de kathedraal van Canterburry in Engeland tot in Rome, de Pauselijke Stad. Ik ga trouwens een nieuwe blog starten met de voorbereidingen. Die voorbereiding is voor mij al de helft van het plezier. Eén dezer dagen vermeld ik wel de link daar naartoe.
We stapten nog wat door. Dorstig weer was het en we waren onderweg geen enkel kroegje meer tegengekomen. Op 5 km van het eindpunt werd er een pauzeke ingelast onder de schaduw van een een iep. Op een bankske weliswaar. Een 'local' kwam er aangewandeld. Ook deze mens sprak ons vriendelijk aan. Met de vraag of we ergens in de geburen een terrasje konden strikken kwamen we te weten dat we er op een haar na voorbijgewandeld waren. Maar, en hij wees naar een huizeke enkele honderden meters verderop, dat huis met die witte gevel daar, daar woon ik. Ik kan jullie daar wel een pintje aanbieden. Die brave man vertelde van zijn voettocht naar Scherpenheuvel. Hij had daarvan geleerd dat hij zeker niet mocht gaan zitten onderweg. Op zijn eerste tocht had hij dat wel gedaan en zo bleek; hij kon niet meer bewegen eens hij rechtop was gaan staan.

Een kroegje hebben we toch nog gevonden maar daarvoor moesten we eerst nog doorstappen tot in Tongeren centrum op de grote markt. Een sfeervol terrasje vlak aan het standbeeld van Ambiorix nodigde uit tot plaats te nemen. Bij dat standbeeld herinnerde ik mij m'n motortochtje van vele jaren geleden. Meta, een vriendin die toen meereed maakte toen de opmerking dat dienen Ambiorix nogal klein geschapen was. Ze zal er nu wel niet wakker van liggen maar ik kan haar melden dat zijn fysieke toestand ongewijzigd is gebleven na al die jaren. Den Hugo laafde zich op dat terraske aan een authentieke gueuze, voor mij een Maredsous blond en de Ronny, die meer van hoppige bieren houdt, bestelde een Paljas. Voor de Catsjou een bakske water dat we afhandig maakten van een schoothondje liggend aan een aanpalend terrastafeltje. De eigenaars van dit beestje, franssprekende toeristen, maakten helemaal geen bezwaar. Een mooie afsluiter weeral van een knappe wandeling.
Tot aan de statie was het nog een kleine kilometer lopen via de winkelwandelstraat. Er kon aan het station nog een laatste heildronk soldaat gemaakt worden want er moest nog even gewacht worden op de trein. In de gauwte dan maar. In het statiecafé kregen we het gezelschap van een straalbezopen dame. Jongens, die madam was lazarus. Ze dronk witte wijn, al een geluk want moest het rode geweest zijn ... ze morste meer op haar kleren dan dat ze in haar keelgat goot. Haar portemonnée had ze eerder al leeggeschud op de vloer. Die centjes heb ik nog voor haar opgeraapt. Nochtans was het een vriendelijk mens. De Catsjoe deelde in haar gentilesse en moest het bekopen met oeverloos geflodder. Zelf zou ze graag een hond gehad hebben maar haar vriend maakte bezwaar. Althans dat konden we opmaken uit haar gewauwel. Ach, ik oordeel niet, men kent immers de oorzaak niet waarbij men voor de drankroes kiest. Tijd om naar huis te gaan. Moeder roept ! Oefening baart kunst. Op de trein huiswaarts herinnerde de Ronny zich opeens zijn voornemen terug om zijn communicatieskills naar een hoger niveau te brengen. Deze keer was het een sympathieke roodharige jonge dame die in de prijzen deelde en opnieuw was het de Catsjoe die voor het bindmiddel zorgde. Het is toch verbazingwekkend hoe zo een beestje de sociale contacten bevordert. Onze wandeling zat er ondertussen bovenarms op. 
Wel, dit mocht weeral een zoveelste geslaagde dag genoemd worden. Om halftwaalf was ik pas thuis.