zondag 9 augustus 2026

Bezoek aan les Ch'tis met een Picon. Naar Bray-Dunes.

 

Stilgezeten heb ik de laatste weken niet maar de dagelijkse wandelroutine daarentegen, die heb ik niet meer nauwlettend gevolgd. Enerzijds het gevolg van de aanhoudend hoge temperaturen en anderzijds waren er wat synchronisatieproblemen met de vakantie-agenda van de kleinkinderen. Korte wandelingetjes hier rond de kerk van een 10-tal paaltjes en enkele losse flodders in de Bunt en Hamme niet te na gesproken. Ondermeer de Ronny met den Izzy en de andere opa van de kleinkinderen wandelden mee. Alle beetjes helpen om de tanende conditie wat bij te plamuren.

Het is te wijten aan m'n voortschrijdend inzicht dat ik nu van oordeel ben dat de Mozarabe een iets te lange periode in beslag neemt. Helaas weliswaar maar de rede moet voorop gesteld worden en daardoor heb ik m'n plannen moeten wijzigen. In september kan het nog pokkeheet zijn daar in El Andalus en temperaturen van tegen de 40°C in september zijn daar niet uitzonderlijk. Een kennismaking met die hitte in de voorbije dagen hier in 't vaderland is mede oorzaak van m'n besluit. Een andere reden is dat een afwezigheid van huis van 2 maanden lang op de Mozarabe voor ongerustheid heeft gezorgd bij de wederhelft. Kinderopvang en haar mindere mobiliteit droeg aan die ongerustheid bij. Uiteraard kan er gerekend worden op m'n kinderen en kennissen maar toch ... Ik ga nu de Camino vanuit Porto opstarten indien de kaarten gunstig liggen. Ik neem de kustroute en brei er de spirituele variante aan. Deze door het binnenland heb ik al gelopen in 2019. Ik reken dat de kustroute een 14-tal dagen in beslag zal nemen. Indien nodig kan ik terug huiswaarts keren indien de zorgen op het thuisfront dit vereisen. Indien verder alles naar wens zal blijken te verlopen neem ik vanuit Santiago de bus naar Oviedo en start van daaruit de Primitivo. Goed voor eveneens een 15-tal dagen maar ook hier maak ik het nederige voorbehoud voor een slaagkans. Die Primitivo is dan ook een kanjer van formaat kwa hoogtemeters. Met meer dan 1000 hoogtemeters op sommige trajecten en lopend over het Cantabrisch gebergte is dit geen sinecure.  Met de motor en mijne maat den Theo zaliger heb ik daar nog rond de Picos d'Europe getoerd. Overweldigend mooi dat gebergte maar te voet zal het andere kak zijn. Het fijne hier aan de oversteek van dit gebergte is de klimaatwijziging die je voelbaar ondergaat. Je klimt naar boven in een Atlantisch klimaat. De wolken, doorgaans flink van wat water voorzien, botsen er tegen de bergflanken die deze tegenhouden. Eens de top voorbij zit je in een droog landklimaat dat een heel stuk warmer aanvoelt. Ik geniet er nu al van ! Que sera sera en ondertussen staat m'n vlucht naar Porto geboekt op 8 september, staan er 2 overnachtingen geboekt in het Passenger Hostal gelegen in het wondermooie Sao Bento treinstation en tot slot liggen er ook nog 2 credencials klaar voor de tochten. Ik kan alvast voorbereid vertrekken en nu maar hopen dat er geen stokken in de wielen worden gestoken maar toch hou ik er rekening mee. 

Terug naar het wandelmoment van vrijdag nu. Enkele dagen terug polste ik of er kandidaten waren voor een toereke op vrijdag. De Ronny had verplichtingen, die ging z'n pyromane culinaire kennis ten dienste stellen van moeder's rusthuis met daar voor een barbecue te zorgen. Onze Michel houdt een sabat en zijn gezelschap moeten we helaas voor onbepaalde tijd missen. Zijn zwager de Marc zoekt een 5-daagse verpozing met de fiets en trekt vanuit thuis naar Duitsland, bolt onder Keulen richting Frankfurt maar buigt op tijd af naar Luxemburg. Van daaruit fietst hij via La Wallonie terug naar huis. Eveneens gene kak ! Alleen den Hugo zou deze keer kunnen meetenen. Ik sugereerde een toerke met een glazeke Picon vlak over de schreve, dans Le Pays des Ch'tis en hij hapte toe. 

Om kwart na 7 zaten we op de trein naar de Panne. De kleine 2 uur sporen verliepen zonder zorgen en rond 9 uur wandelden we al samen met een horde Plopsalandbezoekers richting het pretpark. In de verte hoorde ik de Geert Verhulst zijn kassa rinkelen.  Eens voorbij het tot de verbeelding sprekende Plopsahotel teenden we richting het waterwinningsgebied van de Westhoek. Dit is een duinengordel die gespaard is gebleven van de bouwwoede van vastgoedmakelaars. Nieuw was dit niet voor mij want ik herkende voor een groot stuk delen van de SGR Kust die ik eerder liep. (Etappe 1 De Panne - Oostduinkerke

Moeilijk stappen, dat herinnerde ik me levendig. In dat kurkdroge duinzand trap je jezelf voorbij. Veel energie gaat er verloren in het verplaatsen van zand bij het zetten van een voetstap die telkens een stuk inkort wanneer je je voeten neerploft. Onderweg troffen we een onfortuinlijke fietser aan op het pad. De brave man, een Gentenaar, beschikte over een prachtig electrisch toervehikel en maakte daar een meerdaags toerke mee. Compleet uitgerust met de nodige GPS-apparatuur, een draagrek voor zijn hondeke, een poedel begot, en bagagetassen. Het geheel was speciaal op maat gemaakt en hield serieus wat gewicht in. Helaas de man had zich  kwa moeilijkheidsgraad een beetje misrekend en kreeg door het mulle zandpad in de duinen zijn fiets nauwelijks vooruit. Hij was bekaf. Bovendien, zo bekende hij, was hij hartlijder. Den Hugo bood zijn diensten aan waar de  arme man dankbaar van gebruik maakte. Hij duwde de fiets mee tot aan de meest dichtbijzijnde verharde weg. Daar aangekomen kwam er een man met een aangelijnde hond aangewandeld. De hond van onze gestrande fietser wilde even kennismaken met de aankomende viervoeter maar dat was duidelijk  niet naar die zijn zin. "Ni zievere hé Pruts" riep hij bekaf z'n hond toe en tegelijkertijd drukte hij zijn dankbaarheid uit voor de geboden hulp. Allez hop, die man kon verder fietsen. Den Hugo had bij deze zijn goede daad voor de dag dus volbracht.  Iets verderop konden we de omgeving vanop een panoramisch uitkijkpunt overschouwen. Prachtig en eigenaardig genoeg stond de ganse omgeving nog mooi in't groen. Misschien is het onderaardse waterwinningsgebied hier wel de oorzaak van. Verdorie wat was het een aangenaam weertje. Een flauw zuchtje wind en een graad of 23.  Het zwerk kleurde daarbij prachtig blauw en heel hoog in de lucht plakten er vegen schapenwolkjes tegen het blauwe plafond. Cirrocumulus-wolken maw,  sta me toe nog eens geleerd uit de hoek te komen 😉. 

De zee kwam in zicht wanneer we aan het oude vissersdorp passeerden. Een mooie verzameling typische vissershuizekes die nu onderdeel zijn van een tot recreatieoord omgebouwd terrein. Toch zit er wat verhaal achter deze nederzetting die de Sint Pieterswijk wordt genoemd ! De Panne zelf ontstond een 100-tal jaar geleden in haar omgeving. Waarschijnlijk ontleende die wijk haar naam aan Sint Petrus, oorspronkelijk zelf een visser van stiel en daardoor logischerwijs de schutspatroon voor vissers en nettenmakers. De bewoners van die Sint Pieterswijk waren vissers die het vertikten om op het platteland voor de boeren te gaan werken. Zij vestigden zich daar in Kerkepanne later kortweg De Panne genoemd. De Panne omvatte dan het geheel van St. Pieterswijk en Kerkepanne. Deze lui leefden uitsluitend van de visvangst. In het jaar 1903 was De Panne al uitgegroeid tot een specifiek vissersdorp. Het beschikte over de belangrijkste vissersvloot van de Belgische kust na Oostende. Door de bloei van de visserij groeide de bevolking. De zelfstandige Sint-Pietersparochie in De Panne telde in 1909 al 2.684 inwoners, de moederparochie Adinkerke telde er op dat moment maar 1469. 


Voila, daar lag de zee, het strand en de zeedijk voor onze ogen. Wat een prachtig zicht !  Een breed zandstrand waar je naar hartelust kunt ontspannen, vliegeren of sporten zoals zeilwagenracen en beach volley. Een uitgelezen plaats voor strandgenot.  Aan de dijk vind je diverse terrasjes en op het strand en in de duinen stuit je op historische bunkers uit de Tweede Wereldoorlog.  Het was er vrij rustig. Keek je richting Frankrijk zag je een ongerept duinengebied tot in Bray-Dunes, richting België een maagomkerend panorama van wanstaltige apartementsblokken. Bovendien wordt er daar uit elke centimeter kust geld geklopt. Uit de toerist zijn zakken uiteraard. Raak je auto er maar eens kwijt zonder diep in je zak te moeten schieten ! Eens in Frankrijk was die gemeentelijke geldhonger precies gestild. Geen betalende parkeerzones meer te zien. 

We draaiden onze neus dus in de richting van Bray-Dunes. Het was afgaande tij dus waarom niet de zaligheid opzoeken met over het strand tot daar te pikkelen ? Eens de Schreve voorbij zaten we in Frankrijk. De skyline van Bray-Dunes zag je in de verte. Bray-Dunes is de meest noordelijke badplaats van Frankrijk. Ook hier op haar grondgebied tref je uitgestrekte zandstranden en indrukwekkende duinreservaten aan. La Dune du Perroquet en la Dune Marchand met hun bunkers uit de Tweede Wereldoorlog en een gezellige zeedijk met restaurants zijn er de bezienswaardigheden.  La Dune du Perroquet is een enorm ruig duingebied van 565 hectare. Het sluit aan op het Belgische natuurreservaat De Westhoek, het waterwinningsgebied waar we doorwandelden. In la Dune Marchand wandel je dan weer door een beschermd natuurgebied voorzien van een rijke flora en fauna. Bij laag water krijg je er vanop een hoge duin soms zicht op oude scheepswrakken. Maar we verkozen het strand. Eens aangespoeld in Bray-Dunes was het schafttijd. Een bankje op de zeedijk met magnifiek uitzicht op La Mer du Nord bood ons daarvoor het perfecte decor. We waren helemaal niet gehaast en genoten van het moment. De rust van de zonnebadende badgasten werkte erg aanstekelijk ... Zen in 't kwadraat. De bokes waren op, nog een beetje nagepraat, stapten vervolgens op en iets verder draaiden we een straatje in waar er een marktje stond. Even poolshoogte nemen daar en dan richting het winkelcentrum om dit te verkennen. We duikelden er een volkstempel - Bar / Tabac / Tiercé / Resto - binnen om onze picon te consumeren. Het was er een gezellige bedoening. 16 € voor een pot mosselen alstublieft ! En ze zagen er nog lekker uit ook. Geen wonder dat het er vol volk zat. Een aangename ongedwongen sfeer onder simpele volksmensen. Mijne meug dus. In Knokke zal je dat zeker niet vinden en bovendien betaal je er in een restaurant voor dezelfde pot 34 €. En dan mag je je best niet storen aan de gouden ringen, braceletten en de  'Tu m'as vu ?' mentaliteit van de andere eetgasten of je mosselen smaken niet meer. Die prijs van 34 € heb ik nagecheckt met AI ! Elk restaurant daar in Bray - Dunes etaleert op haar menukaart een prijs die nooit hoger is dan 20 €. Soit het bleef daar bij een bière- picon in dat etablissement. We hadden onze schoofzak beter thuisgelaten en ons hier van een potteke mosselen voorzien. Een volgende keer wellicht. 

Via de Avenue Charles de Gaule in Bray-Dunes bereikten we het Frans-Vlaamse Ghyvelde. Onderweg In dat dorpje wordt er aangeraden om je pint te gaan drinken in L' Estaminet des Dunes. Een goeie verstaander heeft maar een half woord nodig dus deze dranktempel was vast een bezoekje waard. Dit oervlaamse staminee ademt door haar traditioneel oude stijl karakter een warme en gezellige sfeer uit. De uitbaatster gaf me zelfs een rondleiding , en Français naturellement, van haar zaak. On sent le parfum d'autrefois vertrouwde ze me toe. Gezellige eethoekjes, een sfeeriek tuintje en overal tref je er muurschilderingen aan van de lokale duinen, Vlaamse leeuwen, hopvelden en het wapenschild van Ghyvelde. In de kroeg zelf waren de muren met honderden bierkaartjes versierd en zelfs de terrastafeltjes waren voorzien van Vlaamse leeuwkes. Vriendelijke bediening met tot gevolg dat den Hugo van zijnen Orval genoot en ik bij uitzondering een Kasteelbier. Relax ..

Me er helemaal niet van bewust zijnde dat ik in het land van de Ch'tis zat wandelde ik onderweg voorbij een gebouw met de naam 'Chez Danny Boon' en toen viel maar eerst mijn Belgische frank. 'Les Ch'tis' is de spotnaam voor de bewoners die in de noordelijke departementen van West-Frankrijk leven.  Het gebouw moet naar alle waarschijnlijkheid een moderne schouwburg zijn gezien de activiteiten van deze Danny Boon. In het jaar 2008 regisseerde hij de cultfilm 'Bienvenue chez les Ch'tis'. De naam Danny Boon zegde den Hugo niets maar de film  'Bienvenue chez les Ch'tis' des te meer. Hij had hem al 3 keer gezien.  Een echte feel good film waarbij je je constant in een deuk lacht. In't kort : De directeur van een postkantoor wil met zijn vrouw naar de Côte d'Azur verhuizen. Hij wil zich laten overplaatsen en zegt dat hij invalide is. Hij valt echter door de mand en wordt naar het noorden gestuurd. Danny Boon werd door deze film wereldberoemd vanwege zijn band met de Ch'ti-cultuur. 'Bienvenue chez les Ch'tis' werd een megahit. Het dialect en de regio uit Noord-Frankrijk vormen de rode draad in veel van zijn producties. Dit even terzijde. 

Na het kroegje brachten we een bezoekje aan de Sint Vincentiuskerk van Ghyvelde. Een traditie die den Hugo koestert. In deze kerk wordt er eerbied betuigd aan pater Frédéric Janssoone. De 'Goede Vader Frédéric' was een uit Ghyvelde afkomstige franciscaan die bekend werd als missionaris in het Heilige Land en Canada. Tijdens zijn zendelingenwerk in Canada wilde de katholieke gemeenschap daar een nieuwe kerk bouwen, maar de benodigde stenen lagen aan de overkant van de Sint-Laurensrivier. De rivier vroor die winter maar niet dicht, waardoor het transport onmogelijk was. Pater Frédéric Janssoone riep op tot het intensief bidden van de rozenkrans voor het bekomen van een ijsbrug. Midden in de nacht van 16 maart trok hij samen met de lokale pastoor en een groep moedige parochianen de rivier op om een spoor te banen tussen de drijvende ijsschotsen. Ze goten water over de ijsschotsen zodat deze aan elkaar vroren. Er ontstond een smalle, flinterdunne ijsbrug van amper dertig centimeter dik. Hierdoor konden de zware paardensleden vol bouwstenen dagenlang veilig over de gevaarlijke rivier glijden. Vlak nadat de laatste steen aan de overkant was, stortte het ijs volledig in. Nu jij ! In 1988 werd Fréderic Janssoone zalig verklaard. Ik vond dat deze kerk de ideale plek was om een bougieke aan te steken bij de beeltenis van de straffe gast die Pater Fréderic was. Een bougieke voor m'n dit jaar geboren kleindochterke Rosalietje. Een bougieke voor voorspoed en geluk. Dat paterke en die ijsbrug gaven me hiervoor de inspiratie. Een voorlaatste horde diende nog genomen te worden. Deze aan het kanaal Passendaele - Duinkerke. Helaas er was geen jaagpad te bespeuren en we zochten zo vlug mogelijk terug aansluiting op het door ons eerder bewandelde pad. 

Dat vonden we vlak aan de grens en alle geluk zat deze keer aan onze kant. We kwamen op onze sluipweg nog een zeer beroemde kroeg tegen ! Café 'Au Retour de la Chasse' is een echt volkscafé op de grens van Adinkerke en Frankrijk, dat bekend werd door televisiemaker Arnout Hauben. Den Hugo herkende het meteen aan de verschillende kalenders die er de muren versieren. Arnout Hauben bezocht dit bruine café in zijn programma 'Dwars door de Lage Landen' en dronk er de lokale drank, huisgemaakte picon. Het is een warm en typisch ouderwets bruin volkscafé. De kroegbaas won de prijs uit 1000 deelnemers voor de beste huisgemaakte picon. Een kom soep kunt ge er ook nog krijgen. Den Hugo hoorde zijn voornaam en het woord 'Dodentocht Bornem' vallen bij een gezelschap verderop aan een tafeltje en zette zich erbij. Er volgde nog een leuke babbel met deze mensen. Een dame verklapte me, op de juiste verhoudingen na, de geheimen om een goeie Picon te maken. Deze aperitiefmix bekom je door Picon als basis te mengen met een droge witte wijn zo beweerde ze. Bij voorkeur een Chardonnay.  Een scheutje Cointreau of Grand Marnier worden de smaakmakers. Tot slot nog een tikkeltje citroen- of grenadinesiroop en afwerken met een schijfje appelsien. Voila zie ! We zegden vaarwel aan het sympathieke gezelschap en stapten op. Echter zonder van de kroegbaas zijn kampioenenpicon geproefd te hebben maar ik onthoud dat een pintje er maar 1.70 € kostte. Ik kom er nog wel eens terug. 

Het zat er bijna op. Op de terugweg naar de statie kwamen we nog een heus tentenkamp van de scouts tegen. 200 scouts uit Dilbeek hadden daar hun bivak opgeslagen. Immens, ze hadden zelf zonnepanelen bij om in stroom te voorzien. Den Hugo telde 24 bivaktenten, een mega keuken- en fouragetent. Het kamp was verlaten, de scouts zaten allen op Plopsaland. Als oud scoutsleider had den Hugo al direct in 't snuitje dat er iets niet klopte aan de tenten. Er ontbraken de greppels rond de tenten zo constateerde hij. Met enkel een grondzeil liggen ze bij een regenbui allemaal in't water, zo verzekerde hij me. Ik dacht dat het kamp op z'n einde liep gezien de wanorde op het terrein. Herkenbaar voor mij als voormalig kookouder van een scoutsgroep. 
We stapten verder. Een bezoekje aan de militaire begraafplaats in Adinkerke zou ons laatste agendapunt worden. Het kerkhof is in het begin van WO I ontstaan, als uitbreiding van het bestaande kerkhof. In de periode 14-18 bevond het militaire hospitaal Cabour zich in Adinkerke. Vandaar dat heel wat soldaten die in dit hospitaal overleden, hier begraven werden, waaronder heel wat militairen van speciale diensten. Dit toont aan dat het front tijdens de oorlog een heel eind van de kust lag. Je vindt op deze begraafplaats nu zo'n 1650 Belgische graven terug. Imposant, allemaal afgebroken jonge levens die daar hun laatste rustplaats kregen. En de mensheid raakt maar niet geleerd. Nog steeds sterven er mensen in een waanzin die oorlog wordt genoemd. Niet zelden gevoerd in de naam van een God. 

Het zat er op nu. De trein naar Antwerpen stond al klaar. We waren iets te vroeg en konden al plaatsnemen. Gelukkig maar want wat later stormden de vrachten Plopsabezoekers binnen.
Dit werd een uitgelezen dag. Vooral het weer was een treffer. Den Hugo dacht er ook zo over en was tevreden. 23 paaltjes plakten er onder de bottienen, ik zou er goed door kunnen slapen. Toffe dag, toffe compagnie, ik ben tevreden. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Plaats een reactie als je wil.