woensdag 9 september 2015

Een stukje Meetjesland, het Mauritzpad en het eigenzinnige Assenede

Een weekendbezoekje bij onze vrienden Luc en Maria op hun boerderijtje in Leisele op de Franse grens in de westhoek was een aangename verpozing in de aanloop naar mijn pelgrimstocht. Gezellig aperitieven, lekker eten, wat bijpraten over kroost en gezin in een relakssfeertje ... hemels ! Op zaterdag wipten we even de grens over naar Hondschote in Frans Vlaanderen. Daar was het jaarmarkt. In de 17de eeuw behoorde gans Frans Vlaanderen en ook Romaans Vlaanderen nog bij het Graafschap Vlaanderen maar het ganse gebied werd toen kado gedaan aan het Franse koninkrijk. Opmerkelijke geschiedenis en wat de streek zo boeiend maakt is dat je begot in Frankrijk zit en dat de mensen daar nog het Oud Vlaams kunnen spreken. Als je een beetje vertrouwd bent met het Westvlaams kan je het zeer goed verstaan. Een pelgrimsstandje van de 'Association des Amis du Westhoek' op de jaarmarkt was even een bezoekje waard. Pèlerins du westhoek
Uit sympathie met hun inzet voor de pelgrims heb ik er een sleutelhangertje als aandenken gekocht. Op zondag werd er gewandeld op de rommelmarkt in Kemmel. Vermoeiend, wel 10 km aan standjes met exposanten maar echt de moeite waard. Ik overdrijf niet. Zeker 5 uur hebben we er over gedaan om die ganse rommelmarkt af te struinen. Terug op het boerderijtje was de gastvrijheid van gastheer en gastvrouw weer troef. Een geweldig weekend kortom. Fijn zulke vrienden te hebben. 
Woensdagavond werd ik dan vereerd met een bezoekje van Hugo Peregrinus. Ter memorie, Hugo stapte onlangs de Camino vanuit ons buurdorp Temse. Nog even de wedervaringen oprakelen en ja, de goesting om meteen de rugzak op je bult te heisen en te vertrekken wordt alleen maar aangescherpt. Nog 5 dagen en Halleluja, we zoeken eventjes een volledig andere leefwereld op, eentje waar je jezelf nog eens kunt tegenkomen. 

Ziedaar, het laatste wandeltochtje voor de grote start eraan komt ! Mijne stapmaat, de Ronny, heeft tussen zijn werkzaamheden door nog een gaatje gevonden om er nog eens een dagje mee op uit te trekken. Deze keer werd de kaart getrokken van het Meetjesland en met wat geïmproviseer kon er een stukje Prins Mauritzroute bijgehaspeld worden.
De Mauritzroute, in hoofdzaak een fietsroute, ontleent haar naam aan Prins Mauritz die in 1588 een gans bolwerk in het achterland van Terneuzen  oprichtte. Oude forten, linies en schansen zijn er nog aan te treffen. Hopelijk zouden we die tegenkomen op de 8 km wandelweg die de fietsroute deels overlapt. 



Een wandeling door het Meetjeslandse krekengebied ontbrak dus nog in de voorbereiding. Deze streek was vroeger zee. Volgens heemkundige geschriften hebben ze 1000 jaar geleden de zee met hun inpolderingen bedwongen. Dit zou de specifieke mentaliteit van de Assenedenaars kunnen verklaren. Weliswaar een hypothese. Aan de dorpelingen aldaar wordt een zekere verwaandheid en zelfingenomenheid verweten. Het zou kunnen dat hun specifieke dialect mee aan de basis ligt van deze vooringenomenheid. In de buurgemeenten van Assenede wordt hun dialect reeds als moeilijk verstaanbaar bestempeld. In de rest van Oost Vlaanderen zelfs onverstaanbaar. Wat moet dat dan worden met mijn dialect van 'den basseng ' (de Antwerpse dokken) ? M'n curiositeit is alvast geprikkeld.
In het noorden van het gebied vind je polderland met vruchtbare kleigrond (oei, de bottienen zouden zwaar kunnen gaan wegen)  en in 't zuiden voornamelijk droge zandgrond. Let's Go, en we nemen voor de fun nen tikkenhaan mee want we wandelen voor een groot stuk pal op de grens met Nederland. Eens checken naar welk land z'n ei rolt ! 8 meter niveauverschil blijkt er te zitten tussen de kleigrond in 't noorden en de zandgrond in 't zuiden.
De Ronny en de Catsjoe stonden om 9 uur reeds aan de deur. Het beloofde een mooie dag te worden met prachtig weer. Nog vlug een taske koffie en weg ermee. Rond 10 uur stonden we al in Assenede, het mosseldorp van weleer. Nu heeft Assenede die titel moeten afgeven aan de Philippine, haar Nederlandse buurgemeente. Startplaats van het wandelexploot was even de hoofdstraat uit aan het pleintje waar we bij terugkeer een enthousiaste schare pensionnés gaaibollers zouden aantreffen. Een wandeling starten doe je in stijl vind ik. Nog wat aperitiefhapjes, sprot en chorizo opgediend voor ons gedrieën en we konden vertrekken. Het eerste deel van de wandeling was rustig langs mooi aangelegde baantjes maar jammer genoeg waren deze grotendeels verhard. Prachtige zichten op polderdijken, kreekjes en geulen, allemaal getuigen uit een ver verleden waar de strijd met de zee een nimmer aflatende bezigheid was. Een strak en fris windje onder een wolkenloos hemelspan liet je weten dat we de laatste zomerdagen aan het opsouperen waren. Bordjes met de benamingen van de verschillende polders troffen we regelmatig aan op de wandeling. De verwijzing onderaan het bordje naar een eeuw ver in het verleden deed bij mij het vermoeden rijzen dat de Assenedenaars hun verleden van dijkbouwers levend hebben willen houden. Ook veel straten en gehuchtjes tot zelfs standbeelden  verwijzen naar hun veroveringen op en rampspoed met de zee. Onder meer het plekje de ‘bodemloze put’ dankte zijn naam aan een stormvloed in 1808 die de zeedijken verwoestte en vervolgens de polderdijken teisterde waarbij het kolkende water een immense ronde put in de aarde boorde. Wandelend op de grens met Nederland en aangekomen aan de ‘bodemloze put’  hebben we nog maar eens onze openluchtkeuken geïnstalleerd. In de voortuin van een feeëriek boerderijtje stond een antiek picknicktafeltje met dito stoeltjes. Stijlvol gedecoreerd met aardewerk, bloempotjes en andere curiosa. Gezellig stulpje. De bewoonster van het boerderijtje, een sympathieke Nederlandse dame, bood ons direct koffie aan toen we vroegen of we haar antieke tuinmeubeltjes even mochten bezigen om even onze openluchtkeuken te mogen installeren. Tot grote ergernis van de Ronny sloeg ik het aanbod af. De valse bescheidenheid van den Belz stak nog maar eens bij mij de kop op. Dat was lang geleden die openluchtkeuken !  Het werd een onvervalst hamburgerkraam. Onderweg had de Ronny nog een ajuin gevonden, best bruikbaar voor de komende dis. Een fles rode bourgogne, een cadeau van de Ronny zijn vroegere baas, leek ons uiterst geschikt om het hamburgerfestijn wat luister te geven. Gezellig weeral en de Catsjoe heeft meegeceest want 4 hamburgers heeft ze soldaat gemaakt. Aan het einde van het dineeke kwam Patsy, want zo heette de bewoonster nog een praatje maken. Op Google Earth kon je haar stekje terugvinden. Iemand, waarschijnlijk ook onder de indruk van haar charmant huizeke, had er een foto op geplaatst met de naam ‘Heaven on Earth’ . Ook bezat ze een bootje waarmee je toertjes op de bodemloze put en omliggende slootjes en kreekjes kon maken. Prachtig. Het aansluitende deel van de wandeling was op onverharde weg tussen bossen door en langs de ontelbare kreekjes. Over mooi begroeide dijken, boswegeltjes en noem maar op met wat je een natuurliefhebber kan bekoren en je trof het eraan. Paddenstoelen zo groot als een strandbal had ik nog nooit gezien, ontelbare roofvogels op zoek naar een hapje fladderden in het zwerk, boerenzwaluwen met dozijnen vlogen hun zwanenvlucht, vossenholen, watervogels noem maar op. De wandeling liep met 27 paaltjes bijna ten einde. Nog een versnaperingeske in Assenededorp op een terrasje was onontwijkbaar. Hier zouden we te weten komen of het karakter van de Assenedenaren wel klopte. Niks van aan, gezellige mensen zijn het. Op het terras zat een schare klanten hun pintje te drinken. Een bont gezelschap van een kunstenaar in Sherlock Holmeskostuum inclusief de pijp, een lokale zwerver die zijn sleutelbeen had gebroken maar toch eens naar Santiago wilde tenen binnen enkele dagen en wat toevallige passanten. De dorpskerk stond helemaal in de steigers. Een roekeloze puber was helemaal tot in het topje van de stellingen gekropen om zo bleek later, wat fotootjes te nemen. Ik zou niet graag getuige geweest zijn van een wanhoopsdaad. De terrasklanten waren er enigszins gerust in. Enigszins benieuwd naar het vakgebied van de kunstenaar stelde de Ronny hem de vraag. Dada was zijn antwoord. Het Dadaïsme met andere woorden. Om dat te verduidelijken gaf hij een voorbeeld aan de Ronny. Zijn laatste creatie was een omgekeerde schoendoos bovenop een paal …. Soit, hij gaf eerstdaags een vernissage en we kregen een uitnodigingskaart. Erg vriendelijk maar ik heb een ander idee over kunst. Na wat uitleg mijnentwege had de zwerver zich een Santiagotochtje dan toch enigszins anders voorgesteld maar hij bleef bij zijn besluit. Een later toegekomen dame aan het tafeltje voerde nog een amicaal debatje met Sherlock over haar interpretatie van zijn kunst. Gezellig. Nog een colake en weg. Om onze Dadaïst te plezieren zijn we met een ommetje naar de auto teruggewandeld. Hij woonde in een kasteel, daar zijn we nog even gepasseerd voor een fotootje.


Dit was het laatste tripje voor de grote reis. De kriebels zijn nog nauwelijks onder controle te houden.


Een bedankje en mijn appreciatie voor de tot nu toe getoonde interesse in mijn blog.


Pelgrimsgroet,
Jan.


Naar foto-album : Album Assenede

woensdag 2 september 2015

Sightseeing in de Antwerpse Zuiderkempen : Het Molse Merenpad




Nog 14 dagen en het is zover, dan kan ik vertrekken. Ik ben er ondanks de rare buikkriebels toch enigszins gerust in. Nog een paar belangrijke akkevietjes moesten gedaan worden. Nieuw paspoort regelen ... done. Afsluiten van een reisverzekering ... done. Nieuwe vibramzolen en hakken op de stapschoenen ... done. 43€ ereloon voor de schoenlapper. In tegenstelling met het lidgeld voor een wandelclub trek ik niets terug van de ziekenkas. Maar goed, m'n bottienen kunnen weer een 1500 paaltjes mee.

Voor een testje met dataroaming op de GSM kwam een zeiltochtje op het Hollandse Veerse Meer in 't weekend erg gelegen. Prachtig weer maar veel te weinig wind om de zeilen bol te kunnen zetten. Picknick op een eilandje in 't meer, spelevaren, een verfrissende duik in 't water, restaurantje als afsluiter ... een topdag. Ik ben fier op mijne zoon kapitein. Samen met scoutsvrienden slaagden ze erin om de Défi om te toveren van een schrootschuit naar een prachtige zeilboot. Jarenlang heeft hij er aan gewerkt.
Goed, m'n Gsmmeke werkt in het buitenland. Dat is dus getest. 4Mb aan dataload voor een blog bericht door te sturen. Een abonnementsuitbreiding van 300Mb/maand/buitenland aan 21€ en een sjiek  zal volstaan om dagelijks een berichtje op mijn blog te posten. 

Ondertussen lopen de eerste stortingen voor het project Novastoshnah al binnen. Althans volgens de beheerder van de sponsorrekening. Ikzelf heb daar geen zicht op omdat ik dat zo heb gewild. Maar een bedankje zeggen tegen de milde schenkers, dat wil ik natuurlijk wel.

Nu er voorspeld werd dat de temperaturen in vrije val zitten heb ik eventjes gecheckt waar het woensdag nog het warmste zou worden. Dat bleek in de Kempen te zijn. Een tochtje aan de Molse meren lag nog in de solden en dat heb ik er dan maar uitgepikt. We wagen het er nog eens op om den IJzeren weg als vervoermiddel te kiezen.
Het was eerst nog niet zeker dat de Ronny en de Catsjoe present konden zijn. Als je met verbouwingen bezig bent en rekening moet houden met onbekende leveringsdata van je bouwmateriaal dan wordt het moeilijk om op voorhand je vrije tijd te bepalen. Soit, 't is in orde gekomen en om 8 uur spoorden we richting Mol uit. Mol, de heimat van de sopweikers. Al van in 1300 graasden er tienduizenden schapen op de Molse weiden. Die zorgden voor wol voor de kledingsnijverheid. Dit tot grote ergernis van de grote steden die hun nijverheid bedreigd zagen door de beterkope concurrentie. De Mollenaars kwamen aan hun bijnaam 'de sopweikers' omdat ze de bergen vuile geklitte scheerwol, afkomstig van het achterlijf van de schapen, lieten weken en spoelen in de rustig kabbelende Nete. Dat de wolindustrie gedragen werd door arme mensen blijkt uit het feit dat om te kunnen overleven er 50 tot 90% van het dagloon van een spinner werd besteed voor de aanschaf van 450 gram roggebrood en 1,4 kg aardappelen. 

Een mooie dag is het geworden, magnifiek. Om 9 uur stapten we al af op het perron in Mol. GPSke ingesteld en dat vertelde ons dat het een tripke van tegen de 30km zou worden. Peanuts met die nieuwe zolen. De Catsjou was direct in haar nopjes. Rennen, snuffelen en verder de roedel bijeenhouden. Dat beestje beleeft in 1 dag waar vele honden een heel jaar of langer over moeten doen. Mijne maat heeft er alleszins heel veel plezier aan. Hij steekt er veel tijd in maar het resultaat is een beestje waar je met plezier mee naar buiten komt. Geen getrek, geblaf naar andere honden, gehoorzamen op de knip. Zo hoort het te zijn. 

Een mooi stuk heide lag op de eerste 5km van het trajectje. Stappen door het mulle zand gaat niet zo vlot maar dat geeft niet. Je komt vooruit en ondertussen kan je volop de natuur bewonderen. Is het niet prachtig hoe struikhei met haar bloemen een immens purperen tapijt voor je ogen ontrold ? Binnenkort komt de herfst er weeral aan en vallen de bladeren. Niet veel later is het gedaan en trekt de natuur haar winterkleed aan. 

Onderweg naar het Miramarmeer lijnde de Ronny de Catsjoe vlug aan. Hij dacht een boswachter gespot te hebben. 80€ boete als je hond niet aangelijnd is, 120€ bij een 2de overtreding en 200€ geloof ik bij een 3de. Veel geld dat eigenlijk niet in verhouding staat met het misdrijf. Als je al van een misdrijf kunt spreken. Niks te boswachter, 't was de lokale rattenvanger die zijn vallen ging inspecteren. Een goede rattenvanger laat er altijd enkele leven zodat hij niet zonder werk valt. Zo dacht ik althans. De ratten waren allemaal verdwenen wist hij me te vertellen maar nu waren het bevers die voor overlast zorgden voor de boeren. Het vooruitzicht om deze dieren mogelijk te moeten likwideren stemde hem wat somber. Een vriendelijke mens die de Ronny met raad bijstond over het bij wet verboden gebruik van vallen met springveren en allerlei vergiftige spullen. 

Onderweg zijn we nog een visser tegengekomen die een paar lijntjes had uitgeworpen. Hij viste op de zwartbekgrondel. Nog nooit van gehoord zei ik en prompt haalde hij uit zijn visbak een foto van dit specimen. Meegekomen met water uit de schepen hun balasttanks. Een beetje speurwerk op internet leert me dat men deze vis de Oostblok Pirana noemt. Een roofvis uit het Oostblok die de inheemse soorten op het Albertkanaal en de Nete verdringt. Vissers krijgen geen andere vissen meer aan hun lijn en vrezen dat het gedaan is met hun sportvisserij net zoals het de sportvissers op de Moezel verging. Tijdens zijn uitleg kreeg hij begot beet van zo'n zwartbekgrondel. Eens op het droge trok die vis de aandacht van de Catsjoe. Ze betrouwde het niet al te veel zo'n spartelende vis. 

De sas 4 toren is een imposante metalen constructie aan het kanalenkruispunt Bocholt-Herentals en Dessel-Kwaadmechelen. Na 217 treden zit je 34 meter hoog en heb je een prachtig panoramazicht over het ganse merencomplex daar in Mol. Op het platform boven op de toren stond een windroos opgesteld met de afstanden tot de wereldsteden. Peking, Parijs, Johannesburg. Een verrekijker opgesteld op het platform moest de illusie wekken dat je tot in China kon kijken :-). De arme Catsjoe kon niet mee naar boven omdat er aan de metalen antisliptreden scherpe randjes zaten waaraan ze haar pootjes zou verwonden. Geduldig wachtte het beestje onderaan de trappen tot we terug beneden waren. Aan een picknicktafeltje hebben we de boterhammetjes aangesproken. Fleske rode wijn erbij voor de gezelligheid en klaar. Begon dat daar toch niet te regenen zeker. Een schuilhutje bracht enig soelaas maar het was verdorie flink afgekoeld. Een thermometer in de buurt wees amper 15°C aan. We hebben de Catsjoe ondergestopt met een trui. Ze kon het verdragen.

Wel, de resterende kilometertjes waren zeker ook de moeite. Erg mooie zichten op de verschillende meren. Het Rauwse Meer, het Zilvermeer, het Kanaalmeer kwamen allemaal aan bod. Deze meren op zich worden verbonden met gezellige wandelpaadjes tussen de bossen. Echt magnifiek en geen mens in't rond te bespeuren. De traditionele stop voor een lekker biertje ontbrak nog. In de jachthaven Port Aventura, een naam die klinkt als een scheepsbel, was er wel een gelegenheid te vinden om dit mankement te verhelpen. Gezeten op het terraske van het jachtclubcafé smaakte de Hopus naar meer. Gebrouwen met maar liefst 5 hopsoorten alstublieft. Er volgde een 2de en voor de Ronny een Molder. Het streekbier uit Mol.

Op de terugweg naar de statie hebben we het de laatste 500 meter nog op een spurtje moeten zetten om de trein te halen. Hij reed voor onze neus de statie binnen. We hebben hem gehaald zodat we nog op een treffelijk uur thuis geraakten.  

Loopt er hier nog juist een mailtje binnen zie van de Freddy, een fijne excollega die me komt uitwaaien in Sevilla. Ik ga hem morgen antwoorden. Een beetje finetunen voor het treffen daar. 't Zou erg jammer zijn moesten we elkaar mislopen. Ik zie ernaar uit.

En voila zie, al 30 km sleet op mijn nieuwe zolen, dat is met de regel van 3 ... 1500km @ 43€ ... 30km ... uitgerekend voor 0,86€ rubber dat er nu aan de Molse bodem plakt. Nog altijd goedkoper dan De Lijn. 't Leven is ontzettend duur :-)
Volgende week de laatste uitstap bij leven en welzijn en dan begin ik aan mijne rugzak. 't Begint te korten hoor ! 

dinsdag 25 augustus 2015

Schellebelle, het scheldedorp met de mooiste plaatsnaam van Vlaanderen

Het boek van mijne maat ‘Over de Via de la Plata naar Santiago’, geschreven door zijn kozijn Ed van der Aa heb ik ondertussen al geheel uitgelezen. Ed had eerder ook al een Camino gelopen. Helemaal vanuit Roermond en ik heb er veel herkenningspunten en tips in gevonden. Ook hij ergerde zich blauw aan de foefelaars die stukken met het openbaar vervoer of taxis afleggen en er bijgevolg voor zorgen dat in de vroege namiddag de albergues al volzet zijn. Andere heikele punten die zo herkenbaar waren zijn de vroeg vertrekkende pelgrims die met plastic zakjes scharrelen en je uit je slaap halen. Gewiekste dorpsbewoners-herberguitbaters die de wegmarkeringen aanpassen zodat je langs hen passeert, is nog zoiets. Vrienden onder elkaar die een pelgrimstocht beginnen maar onderweg in onmin uit elkaar gaan ... 't lijkt wel een wetmatigheid en ik ken het ondertussen wel. Verder schreef hij een hele berg proza bijeen over de ontvangst in de albergues. In Galicië zijn deze het best georganiseerd terwijl hij elders onderweg toch enkele minder prettige ervaringen kon boeken. In Galicië houdt de Xunta er immers een oogje in't zeil. Prachtige foto’s ook in zijn boek. Kortom een zeer mooi en verzorgd werkje. De schrijver had naar mijn gevoel wel een geheel andere instelling met zijn tocht. Kritisch tot bij wijlen negatief naar de omgeving toe, meer in zichzelf gekeerd en waar mogelijk werden contacten met andere pelgrims vermeden. Ik verlang eerder naar de ontmoetingen met andere mensen en in tegenstelling tot Ed, die geheelonthouder is, mag er voor mij af en toe wel eens een pintje aan te pas komen. ’t Mogen er zelfs een paar meer zijn ;-). Al bij al een mooie dubbelprestatie van de schrijver. Zowel de tocht als het boek.


We gingen eens wandelen in Schellebelle. Een toerke van een kleine 25km. Bruinbergen, Wichelen, Uitbergen, Overmere, Donk de oevers van het Donkmeer volgend  en vervolgens via het veer de Schelde over naar Schellebelle. Althans dat zouden de bedoelingen worden. Schellebelle mag zich in Vlaanderen het dorp noemen met de mooiste plaatsnaam. Dit afgekeken van de Hollanders die in 2005 een internetpoll hadden georganiseerd met de vraag om het dorpje met de mooist klinkende naam te benoemen. Soms ontbreekt het ons al wel eens aan wat originaliteit en gaan we afkijken bij de buren.
In Nederland viel die eer te beurt aan het gehuchtje Doodstil, helemaal bovenaan in de provincie Groningen. Amper 102 inwoners rijk maar ze zijn er allen springlevend. De 2de en 3de plaats gingen naar het Zeeuws-Vlaamse Waterlandkerkje en  naar het dorpje Muggenbeet in Overijssel. Als je achternaam dan nog eens 'Olifant' luidt zit je in dit laatste dorpje gesetteld. Het zou me in het geheel niet verwonderen met al die knotsgekke achternamen daar bij onze Noorderburen :-). Na wat opzoekingswerk terzake blijken er 129 mensen deze familienaam daar te hebben. 
Over de oorsprong van Schellebelle haar naam zijn de meningen erg verdeeld. Gaande van het verhaal over een schelklinkende bel waarmee men de veerboot kon roepen en waarrond er zich een dorpsgemeenschap heeft gevestigd tot een afleiding uit ‘belle’ van het Gallo-Romeinse baculiolum wat palissade betekent. Een afsluiting aan de Schelde met andere woorden. Romantici verwijzen dan weer naar de Franse kooplui die eeuwen geleden met hun vrachtschuiten op de Schelde voeren en bij het in zicht komen van het dorpje ‘Quelle Belle’ uitriepen. Hier ook ieder zijn meug.




We zijn vertrokken. Vroeg uit de bedstee voor een schoofzakske te maken. Het stapuniform lag al klaar aan de vooravond zodat ik op tijd zou zijn tegen negenen want dan zouden de Ronny en de Catsjoe aan de deur staan. Nog een taske koffie en we konden vertrekken. Vrij vlug stonden we in Schellebelle. De Ronny had van de rit verschrikkelijke dorst gekregen en na een Duveltje in de afspanning 'Driekoningen' konden we in de startblokken schieten. 
Een weinig vrolijke kerel bediende het veer daar in Schellebelle. Oorzaak aan zijn depressieve bui was het feit dat de groene coalitie in zijn gemeente weigerde een toilet te plaatsen voor hem op de oever. De Ronny vond dat een uitstekende situatie. Het zou de veerman een geldig excuus verschaffen om af en toe een cafeetje op te zoeken tijdens het werk. Het personeel de mogelijkheid geven om de natuurlijke behoeften te kunnen doen is ook mijn inziens een punt dat op elke syndicale agenda terug te vinden is. De trieste veerman in kwestie kon er echter helemaal niet mee lachen. Eens het veerbootje uit zaten we al vlug te midden van enorme graafwerken. Ook hier worden er massaal overstromingsgebieden aangelegd volgens het Sigmaplan. Grote dijken worden er opgeworpen en tja ... op een terreinkaart zie je deze werken niet dus het werd onverwachts klauteren tussen bulldozers en graafmachines door. Het uitgestippelde traject oogde wel prima maar helaas, eens het klauterwerk achter de rug bleek heel het gebied rond de recreatievijvers van Overmere Donk met hekken afgesloten en moesten we overschakelen op plan B. Een plan dat we niet hadden :-)
Om toch maar aan die vijvers te geraken hebben we ons zelfs een paar keer aan een jungleparcours gewaagd. Tevergeefs, we zaten langs alle kanten ingesloten. Misschien brachten jagerspaadjes wel een uitweg ? Dwars door een bosgebied vol brandnetels en distels. Soms viel er niet te kiezen. Om de lelijke brandwonden van de bereklauw te ontwijken koos je sowieso voor een ommetje langs doornige struiken en hoogopgeschoten brandnetels. De benen getengeld door de brandnetels, de Ronny zijn armen hier en daar tot bloedens toe opengereten aan de doornen, awel er zijn plezanter wegeltjes. Uit arrenmoede hebben we dan maar ons trajectje wat aangepast. Teruggekeerd op de passen werd het een zalig wandelingetje langs de scheldeboorden. Lekker weertje, stevige wind en heel even een paar dikke druppels regen. Ideaal stapweer. Aan het 'riekend rustpunt', vanwaar de benaming kwam had ik voorlopig nog geen idee maar een bankje aldaar opgesteld was ideaal voor de bokes aan te spreken. Een duo krasse senioren op sportfietsen kwamen aangereden met pak en zak. Ik meende een Sint Jacobsschelp te herkennen op hun bagage. Dit was bij nader inzien niet het geval maar ik had hen al nageroepen. Nee ze waren niet op weg naar Santiago maar maakten een fietstoer door België. In Friesland waren ze vertrokken en dagelijks fietsten ze 100km. Nu kwamen ze uit Doornik en waren op weg naar Gent. Van hen hoorde ik dat er naast het Floris V-pad en het Pieterpad er ook een Friese Woudentocht bestaat. Daar ga ik me eens in verdiepen. Te laat dacht ik eraan hen te vragen of ze Doodstil waren gepasseerd. Nog een goeie en veilige reis beste Friezen ! 
Na in een lus rond een overstromingsgebied te zijn gestapt vonden we een net gebouwtje dat eveneens het 'riekend rustpunt' heette. Maar even binnengaan om te verkennen. Een beermuseum begot, waar gaan we het schrijven ? Wat ik niet wist is dat de streek waarin we wandelden voorheen een streek was waar met beer de kost werd verdiend. Een plaat met opschrift 'Van stadstront naar zandgrond' sierde het interieur. De link naar het 'riekend rustpunt' was gelegd. Langs de Schelde vind je daar nog de restanten van beerputten waar schepen vroeger jaren de beer losten die ze in de steden gingen ophalen. Deze beer werd voor veel geld verkocht aan de boeren die er hun arme zandgrond mee trachtten te verrijken. Dat beermuseumke was even de moeite toch. Beerschoppen, mestkarren en ander specifiek alaam ontworpen voor de beerstiel kon je daar aantreffen. Een druk op een knopje en een audiobandje werd afgespeeld waarmee de ganse beergeschiedenis van de streek uit de doeken werd gedaan. Nog even flink doorstappen langs de scheldeboord naar de auto toe en het stapavontuurtje zat er weeral op. Beetje teleurgesteld dat we het traceetje dat we voor ogen hadden niet hebben kunnen uitlopen maar 21 paaltjes hebben we toch nog achterover gedrukt. Nog een frisse afsluiter op een terras aan de veerpont vergezeld van een klapke met de lokale klandizie en hop we konden huiswaarts keren. 
Eens thuis wachtte er me nog een leuke verrassing. Er stak een kaartje in de bus. Lorelyne, de jonge Parisienne waarmee ik in 2012 drie dagen in Frankrijk heb opgetrokken heeft me dit opgestuurd vanuit Santiago de Compostela. Ze heeft er 3 zomervakanties aan besteed om in Santiago te geraken. Op het kaartje stond vermeld : "Je garde de notre rencontre un souvenir mémorable. Au plaisir, merci encore d'avoir été sur ma route". Ik kreeg er even de tranen van in mijn ogen. Uit het oog maar niet uit het hart. Een magische band, leg dat maar eens uit ? Wat een mooie dag weeral ! 

woensdag 19 augustus 2015

Op bezoek bij de Noorderburen in Zeeland : Oostkappele, Domburg en Breezand.




Precies een maand verder en ik zal er al mijn eerste tocht hebben opzitten. Het aftellen kan nu echt gaan beginnen.  De onrust begint daarbij op te steken en ook de twijfels. Deze laatsten tesamen met de kriebels. Allemaal erg herkenbaar voor me. Vandaag zat mijn credencial in de brievenbus en ook mijn stempelboekje. De enveloppe was geheel verkreukeld en sinds er slakken in de brievenbus huizen moet ik vlug zijn want ze vreten al mijn correspondentie op. Een stukje van de postzegel op de enveloppe was reeds wijlen. Dus credencial en boekske nog juist op tijd gered en bijgevolg weeral een zorg minder.

Er was nog een beetje werk aan het updaten van de geplande dagtrips. Met wat tips uit het boek dat de Luc me heeft bezorgd en wat raadgevingen van Fabienne uit Bretagne die ik via Skype rijker ben geworden heb ik de route een klein beetje bijgewerkt. Albergues die niet meer bestonden, werken aan een autoweg en nog zo wat van die akkevietjes maakten dat nodig. Deze dagtrips heb ik allemaal mooi in een tabelletje gestoken. Afstand, hoogtemeters, aantal meters afdaling en eveneens een link per trip waarmee je de GPS van de desbetreffende etappe kan downloaden. ’t Is natuurlijk allemaal theorie want echt minutieus plannen kan je toch nooit. ‘t Is alleszins een mooie leidraad voor m’n tocht. Zo ’n tabel geeft je tegelijkertijd wel wat inkijk in het evenement. In die 1200 km zitten er zo bvb een 16500-tal hoogtemeters. Dat is verdorie bijna 2 keer de Mount Everest. Ach ’t is appelen met peren vergelijken en ochgot, zo een tabelleke is immers maar wat spielerei. Je kan het terugvinden in de pagina’s hiernaast in het linkerkolommeke. 



Het voorstel van de Ronny om eens in Zeeland te gaan stappen vond ik uitstekend. Zelf had hij deze toer al eens gestapt en er klonk wat enthousiasme in zijn betoog. Hij was er wel 9 herten tegengekomen. Maatjesharingen en mosselen nog tot daar aan toe maar een Zeelands hert ... nog nooit van gehoord. Vroeg uit de veren deze keer want wegens de jaarmarkt hier in’t dorp wordt je na 7u gegijzeld en geraak je met de auto je eigen straat niet meer uit. Een oranje T-shirtje aangetrokken voor de gelegenheid en hop, dressed to hike en nu vliegen we er in zoals een brieschende leeuw.
Na het kommeke koffie en een koekske thuis bij mijne stapmaat konden we vertrekken en al rond een uur of 10 reden we gezwind de parking op aan het strand van Breezand. De Catsjoe zat weer ergens in de bergen op een klimkamp in Frankrijk en die moesten we bijgevolg missen en was er dus niet bij. De koelte van de ochtend was al geheel verdwenen en de Ronny zette zich al voor de helft in zijn adamskostuum. Er is geen vergelijk mogelijk met onze Belgische kust. Geen torenhoge mottige appartementsgebouwen, schreeuwerige strandshops met emmerkes, schupjes, vliegers en strandballen, aftandse go-carts die de sokkel onder je uit rijden, nee een heel rustig ogend strandlandschap. Ze kennen er wat van die Zeeuwen. Mooi aangelegde kluppelpaden over het strand zorgen voor kilometers lange wandelpaden. Een jobstudent vaagde het al proper met een bezemmachientje.  Een breed strand waar je hier en daar een zonneklopper aantreft. Af en toe tref je er wel eens éne aan in zijn adamskostuum, ditmaal niet voor de helft maar so what ? Maar wat een verschil met onze badsteden ! De vloedlijn hebben we gevolgd tot in Oostkapelle en daar zijn we het achterliggend natuurreservaat ingeduikeld. 't Is daar dat de Ronny de herten had gespot. We zijn er de ganse dag geen enkel tegengekomen. Het reservaat is enkel toegankelijk met toestemming van de natuurbeheerders. Mooie wandel en fietspaden liggen er wel rond getraceerd en dit in een mooie bosomgeving maar een kaartje aan 3€ heb je wel nodig om er binnen te mogen. Begrijpelijk wil men in het onderhoud van het reservaat kunnen voorzien. 
Bankjes en picknicktafeltjes in overvloed zodat we niet al te lang moesten zoeken om onze schafttijd te kunnen houden. De fles Delirium Tremens die we in Ninove kado hadden gekregen werd vakkundig soldaat gemaakt op zo'n picknickplaatsje. Bokes binnen en hop naar Domburg. Daar heerste er de gekende toeristische drukte. Terrasjes, viskraampjes (de kibbelingetjes waren heerlijk) en slenterende vakantiegangers met hun kroost. Gepakt en gezakt met buggies, frigoboxen en materiaal om het zeezand te bewerken. Nog even in Domburg een Affligem opgesoupeerd op een strandterrasje om die kibbelingen wat zwemwater te geven en daarna voort. Onze Belgische biertjes maken furore daar en met deze geruststellende gedachte konden we stilletjes de terugweg plannen. Een 14tal kilometerkes waren er al verstapt en het ging nu rechtsomkeer richting Breezand uit. De vuurtoren van Domburg markeerde het keerpunt. Het ontoegankelijke natuurreservaat zorgde ervoor dat we hetzelfde spoor terug moesten volgen.
Ter hoogte van Oostkapelle een heel stuk door het mulle strandzand gestapt wat behoorlijk vermoeiend loopt. Dit zeker als je er al 20 paaltjes hebt opzitten. Het stappen verloopt prima en ik voel aan dat ik zo goed als klaar ben om binnenkort m'n tocht te starten. Geen blaren en bleinen, geen dips met vermoeide benen en na afloop het gevoel dat je er nog gerust een stuk of 10, 15 zou kunnen bijlappen. Alles naar wens dus. Zo onderweg hebben we toch dikwijls de opmerking gemaakt dat die Hollanders toch stukken voor liggen wat betreft ruimtelijke ordening. Hun stranden kunnen wedijveren met onze De Panne maar daarbovenop verstaan ze de kunst om het bijbehorende duinengebied respecteren. Gebouwen met een recreatief karakter worden in harmonie met de omgeving ingepland. Zorgvuldig aangelegde wandelwegen en schitterende fietspaden zorgen voor uren wandel- en fietsgenot. Horecazaken zijn natuurlijk aanwezig maar liggen verspreid en storen de omgeving niet. Ons duinengebied en de natuur er rond werd grotendeels naar de vaantjes geholpen door het her en der inpoten van schreeuwlelijke villa's en residentiële appartementen waarbij de hun toegekende potsierlijke Franse benamingen de grandeur van onze kust en haar vakantiebewoners moest belichamen. Tot in 1976 reikte de gemeente Koksijde zelfs premies uit aan eigenaars om een Vlaamse naam te geven aan hun littoraal stulpje. Niet te geloven , 't is om te bleiten. 't Kwaad is echter al lang geleden geschied.

Tijdens de laatste kilometertjes langs de vloedlijn viel er een madammeke op die gekleed in een Romeinse tuniek van zichzelf selfies stond te trekken in de branding. Raar zicht, ik denk wel dat ze urenlang het water in en uit is opgesprongen om de perfecte selfie te verkrijgen. Toen de wandeling afgelopen was ze nog steeds bezig. 
Te hard gestoeft over het kunnen van onze Noorderburen. Dat moest zich wreken. Ik maakte nog de schampere opmerking ... 'Weet ge wat Ronny ?'. We stapten net de duintrap af naar zijn geparkeerde auto. 'Bij ons moet ge verdorie betalen om je auto te mogen parkeren aan de kust'. 'Das waar' repliceerde hij. Een hagelwit bonnetje tussen de ruitenwisser bracht de ontnuchtering. Een bonnetje van 60€ straatwaarde alstublieft omdat we de parkeerautomaat waren voorbijgelopen. Ik beuzel 59,9€ om precies te zijn. Commerce, even gaf dat je het gevoel dat parkeerboetes in Nederland ook de solden volgden. Echt niet gezien die parkeerautomaat. De bordjes die er naar verwezen moest ge echt gaan zoeken. 't Zijn lepe mannen die Hollanders, 't mag ook worden gezegd :-).
En ook deze dag was er weer éne om van te snoepen. 28km wandelplezier in een wondermooie streek. Ik kom er nog wel eens terug.

woensdag 12 augustus 2015

Bergen - Mons : De Europese Cultuurhoofdstad



Het ritje Schoonaarde - Schellebelle zal voor een volgende keer worden. Met goedkeuring van mijne stapmaat kwam Mons uit de bus als wandelbestemming. Dat deze stad anno 2015 zich mag kronen met de titel 'Culturele Hoofdstad van Europa' maakt de keuze nog een beetje volwaardiger. Zelf ben ik er, althans niet dat ik het me kan herinneren, nog nooit geweest. Dus, Bergen  heren we come ! Deze keer werd het deels een stads wandeling, deels een verkenningstocht voorbij de stadsrand. Een beetje curiositeit naar het meer 'Le Grand Large' heeft ook wat meegespeeld bij het uitstippelen van het een goeie 20 paaltjes tellend trajectje. Met een treinritje van 2 uur sta je in Bergen, de biotoop van onze vroegere 1ste minister, den Elio di Rupo. Geen schoofzakje deze keer want ik vermoedde dat er wel iets in de stad te verhapscharen zou vallen. Afspraak om 8 uur met de Ronny en de Catsjoe in Berchem statie. Van daaruit naar Brussel Zuid en dan de trein naar Quiévrain. We hadden evengoed met de duiven kunnen meerijden, die worden daar in Quiévrain immers gelost. De kleine halve fond en op weduwschap :-). Deze keer eens geen problemen met de trein. Alle treinen netjes op tijd. Op het perron in Brussel Zuid, de Midi zoals ze genoemd wordt, stond er een kleine horde West-Vlaamse dames op leeftijd eveneens de trein naar Bergen op te wachten. We zouden ze nog tegenkomen. Bij het buitenkomen van de statie in Mons was het al prijs. En ook nu weer was het de Catsjoe die voor de lijm zorgt bij ontmoetingen. De  Catsjoe trok meteen de aandacht van het vrolijk kwetterende stel West-Vlaamse nimfen . ‘Je gaat zien’ maakte de Ronny hen wijs, 'we gaan jullie stalken' . In Mons was ik dus nog nooit geweest en ik moet bekennen, het heeft me aangenaam verrast. Het is een nette stad geworden met veel bezienswaardigheden. Uiteraard zal het stadsbestuur, hun titel van Europese Cultuurhoofdstad indachtig, wel extra inspanningen geleverd hebben. Rustig begonnen met een klim naar het hoogste punt van Mons, het mooie en imposante belfort. Verschillende kinderanimaties en kraampjes stonden daar opgesteld. Vanop die heuvel aan het belfort had je een prachtig zicht over de stad. De stad omfloerst met een lichte nevelsluier moest nog ontwaken. Na een klein toertje met vele trapjes rond het belfort ging het richting Le Grand Large uit. Een groot meer ten Noorden van Mons. De weg er naartoe was minder mooi en nergens op mijn wandelingen heb ik zoveel zwerfvuil aangetroffen als buiten de Bergense stadsrand. Het leek er wel op dat bij de oppoetsbeurt van Mons al het vuil onder de mat van de buurgemeenten werd gevaagd. Een schril contrast met de netheid in de stad en de megalomane bouwprojecten die aan de stadsrand worden uitgevoerd. Een pad overwoekerd met onkruid, brandnetels, doornstruiken leidde ons naar dat meer. De Ronny vond het wijs om benen en armen in te smeren met Deet, dat insectenwerend spul dat door de Amerikanen werd ontwikkeld tijdens de Viëtnamoorlog. Teken zijn immers gevaarlijke beestjes. Het meer oogde rustig onder een strakblauwe hemel. Enkele zeilbootjes zeilden baantjes aan de overkant van het meer maar ook vele plezierbootjes lagen er werkloos afgemeerd aan de kade van de jachthaven. De jachthaven ! Een uitgelezen stop.  Op het terras aan de jachthaven hebben we de bokes, die eerder op een bankje naar binnen werden gespeeld, doorgespoeld met een lekker Chouffeke. Vervolgens terug de weg op en verder. Het was verdorie al erg warm geworden daar in de volle zon. Enkele honderden meters verder werd het meer omzoomd met een afgrijselijke omheining. Volgens mij had die geen enkel nut meer want op verschillende plaatsen was ze vernield. Het is niet te verstaan dat men wat zo een mooie wandelweg zou kunnen zijn laat verkommeren naar een staat, een ghettosteeg waardig. Ook de wandelpaadjes waren verdwenen wat ons een serieuze omweg bezorgde tot aan de spoorwegbrug over het Canal du Centre. Door het verdwijnen van die wandelpaadjes moesten we op een bepaald moment zelfs over een hoge spoorwegberm klauteren om terug naar de stad te kunnen lopen. Foei, dat is strafbaar, maar nood breekt wet! Vooraleer op de grote markt te belanden hebben we nog wat door allerhande straatjes geslenterd. Eén van die straatjes herbergde het stulpje van den Elio. Een bescheiden herenwoning in een volkswijk. Je zou anders verwacht hebben. Na wat omzwervingen belandden we op de grote markt van Bergen. Een prachtig stadhuis vind je daar met een schitterende tuin. Alle deuren staan er open voor bezoekers.
Het aapje van Bergen, het lokale Manneke Pis van deze hoofdstad kreeg veel aandacht van de toeristen. De traditie wil dat wanneer je naar geluk zoekt, je op het koppeke van dat bronzen beestje moet wrijven en een wens doen. Het bronzen beeldje siert al van in het begin van de 17de eeuw de inkom aan het stadhuis. Rondomrond mooie statige gebouwen en op de markt zelf heerste er een heel gezellige vakantiesfeer. Veel animatie op het plein, boordevolle terrasjes met dagjestoeristen en ook, maar jammer genoeg en dit voor henzelf, een schare junkies, bedelaars en marginalen. Op het terrasje kwam er zo een verloren kost om een euro bedelen om een hamburger te kopen. Niet verstoken van enig altruïsme stopten we hem die euro toe. Een mens moet eten nietwaar ? 5 minuutjes later had hij zijn vloeibare hamburger in blik aangeschaft en kon hij toasten op onze domheid.  Iets later dan weer een junk die we al eens hadden aangetroffen in de tuin van het stadhuis. Duidelijk in andere sferen vertoevend verzocht hij ons om wat sigaretten. Iets verder van het terrasje hield een verwaaide bedelaar, zo stoned als een gepelde garnaal, de pet open voor een aalmoes. Zijn hond, zichtbaar helemaal onder de vlooien, hield hem mee op de been. Nee, het aanzicht op de keerzijde van onze samenleving werd in Bergen niet uit het straatbeeld geweerd. 
Het keurige gezelschap aan dames uit West Vlaanderen daarentegen was nog niet uitgeraasd. Ze zaten op het terras van het buurcafé en de Catsjoe lag bijna onder hun tafeltje. Ze hadden nog veel te doen vandaag. Uit hun opmerking 'Hauw, zolange 't nog ni kloare is, gon widder deure' kon ik opmaken dat ze het komende nachtje nog wilden doorzakken en maar eerst naar 't Zeitje' weerkeren bij daglicht. Het zwakke geslacht ? Ja banane ! De kwak smaakte heerlijk op dat terraske. Plezante babbel, lekker pintje, vakantiestemming ... Echte toeristen dat we waren ! Nog een klein stukje naar de statie en we konden weeral naar huis. Van de vooropgestelde 20 paaltjes hebben we er toch nog een 16 gestapt wat ik eigenlijk wel best vond voor een stadstripje. Een erg mooie dag hebben we weeral mogen opschrijven en tot besluit mag ik stellen dat Mons beslist nog een bezoekje waard is. Met de wederhelft dan, dit welteverstaan.