Een mooie wandeling, weliswaar niet op vaderlandse bodem, verdient zeker een plaatsje op mijn blog. Een paar jaar geleden heb ik eens een tochje ondernomen van Haasdonk tot in Lelystad in Flevoland boven Alkmaar. Een deel van het traject liep over het Floris V pad. Dat is een ongeveer 250 km lange afstandswandeling tussen Amsterdam en Bergen op Zoom. In de Ablasserwaard in Zuid-Holland heb ik er toen vanuit Dordrecht op aangepikt. Een prachtig trajectje maar helaas het stukje naar Kinderdijk zou me te veel uit de richting hebben laten lopen. Ter hoogte van Bergambacht moest ik al afdraaien richting Noorden. De tijd besteed aan de vele omleidingen over kanaaltjes, veren en rivieren zouden m'n wandelschema te veel in de war gestuurd hebben. Dit weekend waren we op uitnodiging te gast bij Els en Rien, vrienden in Dordrecht. Hen heb ik halverwege Frankrijk leren kennen toen ik naar Santiago de Compostela wandelde. Tijdens m'n tochtje naar Lelystad tussen Dordrecht en Bergambacht waren zij er ook bij om me te vergezellen. Het was dan ook een schitterend idee van hen om dat ontbrekende stukje wandelroute naar Kinderdijk in de Floris V puzzel in te passen.
Kinderdijk is bij uitstek het visitekaartje van Nederland. In elk toeristisch plaatsje, waar ook in Nederland, vindt men wel een ansichtkaartje met een afbeelding van de klapwiekende molens. Kinderdijk is één gigantisch openluchtmuseum met 19 molens die symbool staan voor de respect afdwingende vakkennis waarmee de Hollanders hun strijd tegen het water aanpakten. De eerste molens die gebouwd werden om het water af te voeren dateren uit de 15de eeuw maar de huidige molens die bewaard zijn gebleven, werden gebouwd in de 1ste helft van de 18de eeuw. Ze werden gebouwd met als doel de ontpoldering van het gebied. Het water uit de lagergelegen polders moesten ze boven de dijken omhoog pompen in de rivieren. De molenwieken dreven een systeem aan dat een scheprad in beweging zette om het water tot wel bijna een anderhalve meter op te voeren. Een indrukwekkend staaltje van waterbeheer dat ook de aandacht trok van de Unesco. Het ganse molenpark aan de Kinderdijk werd hierdoor, alsook door haar unieke karakter, terecht op de prestigieuze Unesco werelderfgoedlijst geplaatst.
Het mooie weer was een meevaller. Rond 10 uur plaatste Els haar auto aan het rustieke restaurantje 'De kat in de wilg'. Na afloop van het wandelingetje zouden we daar gaan lunchen. Rien zette zijn karretje aan het eindpunt om samen te kunnen terugkeren. Het werd een sublieme wandeling over tiendwegen middenin het ontpolderde landschap. Een echt stiltegebied waar je totaal mee kon opgaan in de rust die het landschap uitstraalde. Talrijke vogelsoorten kan je er in dit decor spotten. Het is een rare belevenis. Soms krijg je de indruk dat je op het water wandelt. De tiendwegen zijn zo nauw dat je goed moet opletten waar je je voeten zet of je belandt in de sloot. Die bevinden zich vaak aan beide kanten van het paadje. Een fantastische trip in de weidse natuur. Na een kleine 8 kilometertjes waarbij we regelmatig over een hek dienden te klauteren, naderden we het molenpark. Volgens onze Nederlandse vrienden is het hier in de zomermaanden over de koppen lopen. Busvrachten Japanners strijken hier neer om kiekjes te nemen. Nu waren er nog niet zoveel maar een Japanees met zijn camera in de aanslag beantwoordt ook hier aan het stereotiepe beeld. Grappig hoe ze met hun camera gemonteerd op een verlengstok en deze voor zich uit dragend, onverstoord selfies trekken met de omgeving als achtergrond. Aan het eind van de wandeling werden we nog getrakteerd op een ambachtelijke voorstelling. Op de kade aan het gemaal konden we even kennismaken met de ambachten die er door de eeuwen heen ontstonden. Een touwslager maakte er springtouwen voor de aanwezige kinderen. Die mochten aan de zwengel draaien en zo hun eigen springtouw maken. Een mandenvlechter was ook present. Kennelijk een warmbloedige Hollander want in korte broek en onderhemdeke stond hij blootsvoets zijn eendenkorven te vlechten. Geen idee of het nu wilgentakken of rietbiezen waren. Wat verder gaf een fuikenmaker zijn beste kunnen ten tonele. Ook de visbakkers met hun ouderwetse toestelletjes waren present. Deze laatste had ik nog nooit gezien. Een mooie afsluiter van de wandeling. Na de lunch in 'De kat in de wilg' hadden onze vrienden nog een bezoekje aan de jeneverstokerij 'Rutte' in Dordrecht voorzien. Ook dat werd een opsteker. Deze stokerij vulde haar eerste flessen in 1872. Ook dit werd een zeer gezellig tijdverdrijf. Ik en Annick zaten er als enige Belgen tussen 38 Nederlandse proevers. Een lieve onthaaldame legde ons het reilen en zeilen uit van de Familie Rutte, grondleggers van het bedrijfje. Tijdens een rondwandelingetje in de stokerij probeerde ze ons de kunst van het jeneverstoken duidelijk te maken. Fotootjes van de koperen stookketel en de opslagruimte met vaten mochten genomen worden. Om de familiegeheimen en de recepturen van hun brouwsels veilig te stellen was dit enkel op deze plaatsen toegelaten. Daarna kwam de proeverij aan de beurt. Verschillende brouwsels mochten er geproefd worden. Ze kennen er wat van die Hollanders van het neutstoken ! Ook hier kwam het vakmanschap bovendrijven. Weeral wat bijgeleerd. Kortom, het werd een dag vol fijne ervaringen in gezelschap van 2 toffe mensen. Er mogen nog zo'n dagen volgen :-)
Er vroeg uit vandaag. Halfzes, nog even omdraaien in de slaapstee en dan eruit voor de wekelijkse afspraak met de staptrawanten. Op het duizendste gemakske heel stillekes wakker worden, eerst de éne en dan de andere oog opendoen, een stortbaddeke nemen (wat een zalig oeroud Antwerps woord dat refereert naar de stedelijke badvoorzieningen van weleer voor Jan met de pet en gezin), aanpelsen, nog wat boterhammekes smeren, een paar fleskes wijn selecteren, rugzakske operationeel maken en here we go. Naar het Oost-Vlaamse Ronse. Tegen 7 uur verwachtte den Hugo me voor een taske koffie. In pyama kwam hij voor mij de deur opendoen. 'Toch niet ziek ?' was mijn vraag maar den Hugo verzekerde me dat dat niet het geval was en dat er nog tijd genoeg was. Hij had al zijn gazet gelezen in afwachting van mijn komst. Ik herken de modus operandi van een mens die zijn pensioenstatus ernstig neemt. Tijd genoeg dus voor nog een kommeke koffie en rond halfacht, den Hugo was ondertussen al helemaal opgetuigd, konden we in Temse de trein opspringen richting onze bestemming. In Sint Niklaas konden we den Angelo, de Catsjoe, de Marc en de Ronny vervoegen. Hiermee was het gezelschap compleet. Goedgemutst samen op de trein, grappend en zwanzend op weg naar Ronse. Een groot verschil met de minderbedeelde medereizigers kwa vrijheid die hun dagelijkse brood moesten gaan verdienen. Het is geen wonder dat het vooruitzicht op een slopende werkdag hen minder vrolijk stemt. Omstreeks 10 uur stapten we af in het stationneke van Ronse. Dit stationneke meet zich de titel aan het oudste station van West Europa te zijn. 150 jaar geleden werd het steen voor steen afgebroken in Brugge en terug opgebouwd in Ronse. Het beloofde een mooie dag te worden.
En, wat een prachtige dag is het geworden zeg !!! Het weer zat mee ondanks de soms loodgrijze regenwolken die met regen dreigend de hemel ontsierden. Toch viel er hier en daar wat blauw in het uitspansel te bespeuren en af en toe konden enkele prille zonnestralen je wat warmte bezorgen. Ronse, in het Frans Renaix, is een stad en eveneens faciliteitengemeente in het Zuid-Vlaamse heuvelland. Ze is beslist een bezoekje waard. Ik was er voor zover ik het me kan herinneren nog nooit geweest. Een stad, balancerend op de taalgrens en badend in een fascinerend groen landschap. Rotnace, zo werd Ronse voor het eerst vermeld in geschriften die dateren uit de 9de eeuw. Het achtervoegsel 'acum - ace' zou wijzen op een vestiging van Keltische oorsprong. Nabij de Ronne gelegen, een rivier, zou de oorsprong van de benaming Ronse geduid kunnen worden als 'Vestiging aan de Ronne'. De eeuwen daaropvolgend voorzag de geschiedenis Ronse van een rijk en woelig bestaan. Platbranden, revoluties, beeldenstormers, calvinistisch bolwerk, tirranie en noem maar op. In een recentere geschiedenis zou Ronse uitgroeien tot een toonaangevende stad in de textielnijverheid. In een grote lus vertrekkend vanuit het station en wandelend in tegenwijzerzin zou de wandeling na een kort stadsgedeelte ons doen aanbelanden in het Muziekbos. Vele mythen en sagen vinden hun ontstaan aan de raadselachtige sfeer waarin dit bos zich nog tot op heden hult. Het bos heeft trouwens niks met muziek te maken. Het stukje 'Muz' in haar omschrijving betekent in het Keltisch een moerassig stuk grond dat tussen vijvertjes ingebed ligt. Een bezoekje aan de lokale ambachtelijke brouwerij 'Keun' enkele kilometertjes voorbij de start viel in het water wegens gesloten. Dan maar een beetje verder trekken richting Muziekbos. Het uitzicht op het heuvelend landschap was adembenemend en al vlug werd werden we het gewaar in onze benen. De klim naar de Muziekberg was de moeite. Door de overvloedige regen van de laatste dagen waren de wandelpaadjes er naartoe herschapen in glibberige slijkbaantjes. Den Hugo was hierop voorzien en had zijn nieuwe wandelstokken meegebracht. Die bewezen hem een goede dienst. Dat hadden we beter allemaal gedaan want het was één aaneenrijging van uitschuivers op die slijkerige klimpaadjes. Onderweg naar boven werd er geweldig genoten van de ons omringende indrukwekkende panaromas. Een magistrale plek is het daar in dat bos. Boven en rondom de top werden er destijds 17 grafheuvels of tumili uit de Bronstijd ontdekt. Dat wijst er dus op dat in de periode van 2100 tot 1200 voor Christus er al sprake was van een permanente nederzetting. In 2 tumili werden er zelfs in urnen crematieresten aangetroffen. Op de top kom je daar ook de geuzentoren tegen. In de 2de helft van de 19de eeuw was het 'Bon Ton' dat gefortuneerde stedelingen zich folietjes verschaften in de aard van het neerzetten van bizarre romantische bijgebouwtjes rond de stad. Deze toren werd gebouwd door M. Scribe, destijds een succesvol bouwheer. De toren werd een ontmoetingsplaats voor kunstenaars van allerlei slag. Op deze toren verkreeg de streek haar doopnaam 'De Vlaamse Ardennen'. In 1888 stonden hier op de toren Omer Wattez en zijne maat de dichter Pol de Mont te genieten van de prachtige omgeving. Hier zou Pol uitgeroepen hebben 'Maar dat, dat zijn de Vlaamse Ardennen' en sindsdien kreeg de regio dit troetelnaampje toebedeeld. Dat wist ik nog niet. We reizen daarom om te leren. In ons geval betreft dit het wandelen. Dat bos biedt echt een schouwspel voor de natuurliefhebber. Maar in de maanden april en mei zou het bos op haar mooist zijn. Blauwe kousjes of boshyacinten zouden dan op de hellingen voor een betoverend blauw tapijt zorgen. Jammer, hiervoor waren we nog iets te vroeg op het jaar. Maar we kunnen er nog altijd terugkomen. De klim naar boven was nog enigszins te doen maar het afdalen werd al iets riskanter. Glad, glibberig en steil. Je zou bij de geringste onachtzaamheid zo op je smoelwerk belanden. Gelukkig waren er hier en daar de neerwaartse paadjes voorzien van rampen en loopvloertjes. Dat scheelde zonder twijfel enkele valpartijen. De honger begon ondertussen al wat te knagen. Iets eerder hadden we aan die geuzentoren onze zinnen gezet op een picknick maar de hardnekkige wind deed ons anders beslissen. Op de IJsmolenhoeve, onderaan de berg, mochten we gebruik maken van haar picknickplaats om onze bokes binnen te spelen. De sympathieke uitbater zorgde op ons verzoek voor het nodige spoelwater. Het streekbiertje 'De Quintine' werd door hem aangeprezen. Een sympathiek fleske met een stenen kantelstop en een etiket waarop een toverkol op haar bezem prijkte deed de nieuwsgierigheid naar smaak en ambachtelijke brouwkunst enkel maar toenemen. Lekker spul en den Angelo had ervoor gezorgd dat de aperitief niet zou ontbreken ! Kaas en bierworstjes ... een complete verwenning. We gaan nog niet naar huis bijlange ni, belange ni ... Wel zijn we nog even in de gezellige onthaalblokhut binnengesprongen om even op te warmen. Even begon het te miezeren en dat bezorgde ons iets te veel afkoeling tijdens het stilzitten bij de picknick. Nog een 12 tal kilometertjes vielen er te ondernemen. Onderweg lag de paalcamping van het Muziekbos op het parcours. Mijn rugzakske heb ik daar wat lichter gemaakt en 2 fleskes witte wijn moesten eraan geloven om ook de 'digestif' zijn plaats te geven. Den Hugo had in een lekkere chokoladecake als dessertje voorzien." Super gezellig ! 't Leven is een kinderhemdje, kort en bescheten " is een zegswijze die we tijdens onze wandeluitstapjes graag alle geweld aandoen. Op nog enkele modderpaadjes na konden we nu over betrekkelijk goed begaanbare wegeltjes lopen. Langs weiden en bospartijen, mooie hoevetjes en weidse vergezichten werd er verder gekuierd tot aan de stadsrand van Ronse. Een stop onderweg werd er noodgedwongen nog ingelast om een 'Ename Triple' te degusteren. 't Werd al tegen de klok van 4 uur aan. De uitbaatster was enigszins verbaasd en moet ons ongetwijfeld zot verklaard hebben dat we deze lekkernij op het terras wilden degusteren. Met zo een graad of 4°C buiten moet haar vermoeden dicht bij de waarheid aangeleund hebben. Ze was blij dat we de bestelling opschreven en deze haar binnen bezorgden. Dat bespaarde haar de kou en tegelijkertijd kon ze naar de koers Parijs - Nice blijven kijken op haar TV. De koerswereld zit er ingebakken bij die Vlamingen daar. Flandriens in hart en nieren. Wie neemt er hen dat kwalijk ? En wat vervolgens die Ename betreft, die mag zich gerust een zoveelste mirakel van de brouwkunst noemen. Verder naar de stad nu. Ik had de trip zo uitgestippeld dat we de Sint Hermescrypte zouden voorbijlopen. Deze crypte beroemd er zich op de mooiste crypte van West Europa te zijn. Jammer genoeg was ze op dit uur reeds gesloten. Sint Hermes is de patroonheilige van de stad en deze kerel wordt aanroepen voor de genezing van zenuw- en geesteszieken. Onze voorkeur om terrasjes te doen bij kwasi vrieskou zou bij een bezoekje aan deze vrome man misschien wel verdwijnen. Nog even langs de Grote Markt gepasseerd en de statie kwam al terug in zicht. Het liep ondertussen al tegen 7 uur aan. Met een laatste pintje in een cafeetje aan de overkant van de statie, dit in afwachting van de trein, kon de wandeldag beklonken worden. Prachtige belevenis weeral in een tof gezelschap. Veel humor en verfijnd afgemeten doch niet ondermaatse spotternijen zorgden ervoor dat er weer heel wat werd afgelachen. Het zou zo alle dagen moeten zijn. Maar helaas, niet alleen plezier en leut maken verdienen hun plaats in ons vergankelijk aardse bestaan. Ook andere zaken eisen hierin hun plaats op. Terecht trouwens. Tijdens de terugrit naar huis werd het wedervaren van de dag nog eens teruggespoeld. Deze verdiende een positieve evaluatie. Bedankt mannen voor deze geweldige dag. Er moeten er daar nog meer van komen. Daarom kunnen we weeral plannen maken. Ik heb nog een wandeling in 't vet liggen onderaan Eeklo. Een wandeling in de vallei van de Oude Kale straalt alleszins veel mystiek uit. We zien nog wel. Et voici ma chère copine pèlerine Arlette, je tiens ma promesse.
Het wandelaanbod was niet spectaculair groot verleden week zondag. Hooguit 4 wandelingen stonden er geprogrammeerd waarvan er 3 in het Walenland hun beloop zouden kennen. De 4de was in Hofstade en het Blosodomein. Die hadden we voor kort reeds gelopen. Deze zondag was het aanbod iets gevarieerder en het was in Kessel, een dorpje in de zuiderkempen waar de lamp zou aangestoken worden en branden. Weinig opkomst deze keer van mijn vrienden zondagsstappers. Sommigen vreesden een kater vanwege een feestje daags voordien, een ander stel lag in het zonnetje op Tenerife en enkele anderen die zouden komen opdagen heb ik, totaal verrast als ze waren om 10u uit hun bed gebeld. Veel te laat dus om nog werk van een wandeling te maken. De Walter, de enige dappere stapper, die was wel op tijd aan het appel. Helaas, hij was zijn stapschoenen thuis vergeten en moest rechtsomkeer maken. 30 km voor niets gereden. Dan maar alleen er op uit en van de nood een deugd makend kon ik de naar gewoonte te stappen afstand van 12km bij deze ietske langer maken. Het werden er dubbel zoveel. Prachtige trip. Mijn compliment gaat dit keer uit naar de Merksemse Wandelclub. Mooi bepijld met weinig 'Goudron', veel natuur en prima rustposten.
Er kon gekozen worden tussen 6,10,15,21,24 en 31 paaltjes. Deze van 24 sprak me het meeste aan. Kesselse Heide, Stukje Kessel Fort, het jaagpad aan de Grote Nete, het Elzenbos en het Soldatenbos werden daarin aangelopen. Bij de inschrijving liep ik nog een ex-collega op rust tegen het lijf. De Ludo godbetert. Hij verzorgde de inschrijvingen. Een job die volgens mij op zijn lijf geschreven stond. In zijn beroepsleven was hij hoofdmagazijnier. De beroepsernst waarmee hij destijds zo secuur te werk ging in aanmerking genomen, en deze ondertussen niet is verleerd, dan ben ik er zeker van dat de Merksemse wandelclub een waardevol clublid onder zijn vrijwillige medewerkers telt. De start werd gegeven aan het parochielokaal van Kessel Statie. Van hieruit ging het richting Kesselse Hei. Een provinciaal domein van 43 hectare groot. Het ligt deels met heide-veen op de grens van de Kempen en deels op de alluviale gronden van de Kleine Netevallei. Er worden schapen op uitgezet om ongewenste gewassen en grassen op natuurlijke wijze te elimineren. Een waardevol natuurgebied met poelen, vennen en heide. Oorspronkelijk bestond de bebossing uit berk en eik maar door houtkap en afbranding verdween dit bos stelselmatig en ontstonden er grote stukken schrale grond, een ideale voorwaarde voor het ontstaan van heidegrond. Je treft er de ronde zonnedauw aan, zandzegge en het pijpenstrootje. Met de afwerking van de fortengordel rond Antwerpen voor de 1ste wereldoorlog werden opnieuw alle bomen gekapt om het zicht tussen de forten Kessel en Broechem te vrijwaren. Slechts één boom mocht er blijven staan om de grens tussen Kessel en Nijlen aan te geven. In 1920 werd opnieuw met de bebossing van wal gestoken maar in de 2de wereldoorlog moest het bos er opnieuw aan geloven. De reden hiervoor was de brandstofvoorziening voor de verwarming van soldaten en bevolking. Ook die éne boom werd toen ontzien. Nu bestaat het geboomte hoofdzakelijk uit grove den. Over het Fort van Kessel, dat nadien aan de beurt kwam in de wandeling, heb ik al eens wat verteld in het relaas van 8 januari '15 op deze blog. Altijd indrukwekkend zo'n militair bouwwerk. Nu doet het dienst als recreatieoord voor de hengelende medemens. Voor mij liep er al geruime tijd een kerel, ik schat zo rond de 70 jaar oud, die eerder een vriendschappelijk klapke was begonnen met een toevallig passerende dame. Het volume van dat klapke was dermate hoog dat ik zijn betoog van naaldje tot draadje kon volgen op wel 25 meter afstand. Toen een wandelend koppel op hun beurt hen voorbijstaken met een hondeke kreeg het gesprek een hele andere wending. Dat beestje luisterde geen fluit. Dat bracht hem ineens ertoe om zijnen hond tot gespreksonderwerp te maken. Amusant hoe hij de kwaliteiten van zijn viervoeter, een Duitse herder, aanprees bij zijn tijdelijke wandelgezelle. 'Drij dinge moet hum kunne en da leer ek hum alle doage'. 'Direct luistere, speure en bijte verdoeme'. Om dit laatste kunnen van zijnen bobbie alsook de woorden wat kracht bij te zetten greep hij die madam bij haar arm vast. 'Bijte, zo zie, bijte op den apache' ... 'Voelde da madammeke ?' en daarbij neep hij in dat mens haren arm nog wat harder totdat ze een schrik pakte. Ik heb zelden iemand zo rap van tred zien veranderen. Enigszins beduusd staarde hij het mens achterna. Blijkbaar viel zijn manier van converseren niet in goede aarde bij haar. Het klapke was ineens afgelopen. Ik heb de dame in kwestie niet meer teruggezien. Ook niet op de rustpost waar ik ondertussen aanbeland was om mijn schoofzakske aan te spreken. Lang heb ik er niet gezeten vanwege het gebrek aan compagnie. Eens dat mijne Westmalle Trippel en mijn bokes opgesoupeerd waren ben ik vlug terug vertrokken. Het Elzenbos was het volgende bos in de planning. Hier heeft de afdeling Wielewaal van Natuurpunt weer prachtig werk geleverd. Door de aanplanting van exoten zoals Canada's en Italiaanse populieren en het ontbreken van een efficiënt natuurbeheer verruwde het omliggende landschap met de jaren. De afgevallen bladeren van deze bomen bedekten de eens zo faunarijke poelen en veranderden deze in stinkende waterplassen. De sliblaag verstikte het water en de bloemrijke graslanden rondomrond. Met vele vrijwilligers werden de poelen uitgebaggerd, de oevers met het overwoekerende struikgewas gekapt en een deel van de exoten verwijderd. Men spreekt van een verbluffend resultaat omdat er nu terug een populatie van waterjuffers, libellen, vlinders en amfibiëen aan te treffen valt. Proficiat voor deze vrijwilligers hun inzet. Dit maakt het nog een beetje prachtiger wandelen hier in Kessel. Daarom, degenen die vanmorgen ontbraken op het wandelappel hadden wreed ongelijk. Daar waar het op de 1ste lus in de Kesselse Heide bijna een overrompeling werd van de wandelaars was het op de 2de lus, 21 km en meer, langs het jaagpad van de Nete en zo naar het Soldatenbos verrassend rustig. Bijna geen wandelaars meer en dat doet me vermoeden dat de meeste wandelaars toch voor de kortere tripjes kiezen. Geef ze maar eens ongelijk ! Rustig aan blijft de boodschap. En vooral genieten van de natuur, de wolken bestuderen die grillige figuren afdrukken in het zwerk, de geuren opsnuiven van het bos, de beestjes beloeren in de natuur. Alles gratis voor niets. Op die langere stukken steekt er af en toe wel eens zo een laagvlieger voorbij maar daar moet ik hartelijk om lachen. Ik vraag me telkens af wat hun bezieling is om zulke mooie wandelingen in sneltreintempo af te haspelen. Alsof het een marathon is. Binnenkort is het de Legend's Trail. Daar zouden ze zeker hun hart kunnen ophalen. 250 km non-stop in het zuiden van België, af te haspelen in 60 uur met maar 5 rustposten en waarbij je 40 uur in de duisternis van de Ardeense wouden loopt. Niks voor mij trouwens .... Het soldatenbos nu !Dit voormalig militair domein, 19 ha groot, werd aangekocht door het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Enkel de wandelpaden worden er onderhouden maar er zullen verder geen bomen gekapt worden om open ruimten te scheppen. Ook recreatievoorzieningen blijven er uit den boze. Het zal een vrijloopbos blijven waar je tevens je hond onaaangelijnd mag in laten loslopen. De stelregel geldt hier dat de natuur hier vrijelijk haar gang mag gaan. Dat moet af en toe ook al eens kunnen. Tegen een een uur of 4 was de zaak rond. Nog enkele kilometertjes via het achterland van Kessel en aangekomen aan mijn autoke kon ik mijn slijkbottinnekes opzij zetten. Weeral een mooie dag ! Kwa georganiseerde wandeling was dit beslist al de mooiste. En, op enkele stevige maar korte buitjes na was het een ideaal stapweertje. Op naar de volgende .... dat wordt Ronse in de Vlaamse Ardennen. En deze keer zijn we voltallig ! Met 6, ikke, de Ronny, den Angelo, de Catsjoe, de Marc en den Hugo. Den Hugo had nog eens zin en voelde het kriebelen. Met z'n tocht naar Rome in 't vooruitzicht wordt deze toer in heuvelend Vlaanderen een hele goeie oefening.