Tja, de hemel kleurde één en al oranje met een sportief gouden randje de afgelopen dagen. Laat me dit maar eens even uitleggen. Verleden weekend viel ons nogmaals het plezier te beurt om Els en Rien uit Dordrecht als gasten te mogen ontvangen. Een fijn stel mensen die ik op mijn camino in 2012 heb leren kennen. Rien zou met zijn fiets op vrijdag komen, Els 's avonds met de wagen en zij zou haar racefiets meebrengen om er op zondag mee terug naar Dordrecht te keren. Een koersvelo zeggen ze hier maar daarmee zou ik de waarheid geweld aan doen. Het betrof bij beide tweewielers om hightech machines die in een zilverkastje thuishoren, eerder dan in een ordinair fietsenrek. Ik was van oordeel dat de rit een 8 tal uurtjes in beslag zou nemen maar ne mens kan zich soms van tijd vergissen. In een kleine 4 uur tijds werd de afstand overbrugd. Ik moest even gaan zitten want dit zou ik geenszins kunnen nadoen. Soit, voor zaterdag had ik voor mijn lieve gasten een zeiltochtje op het Veerse Meer in het programma voorzien.
/>
Zoon Kristof, mijnen oudste en schipper van dienst, wachtte ons op aan de jachthaven van Wolphaartsdijk aan het Veerse meer in Nederland. Nog enkele fokkematen uit de scoutsleiding waren eveneens present. Met den Défi, een open tweemast jacht met 30 vierkante meter aan zeiloppervlak, is het zalig spelevaren. Jarenlang heeft zoonlief met enkele scoutsvrienden aan die schuit gewerkt. Een subliem resultaat werd er geboekt na afloop van de job. 't Moet gezegd weze !Prachtig zeilweer, af en toe een strak windje tot 4 Bft en een schitterend zonnetje waren van de partij. Na de welkomstdrink met wat bubbels werd het oploeven aan de wind tot aan het eilandje voor Stroodorp waar we een korte picknick versierden met z'n allen. Een Vlaamse klassieker, kriekskes met frikadellebollen (gehaktballen) stonden er op het menu. Dit om de op vrijdagavond gecomsumeerde Nederlandse Zeeuwse Mosselen te compenseren. Ongekend die cullinaire combinatie bij onze Nederlandse vrienden, net zoals het gebruik om selder te gebruiken bij het klaarstomen van de mosseltjes. Bij ons is dan weer het gebruik van bier in de bereiding niet bekend. Het is tof om elkaars gebruiken te leren kennen en ook om deze naar waarde te willen schatten. Een prachtig weekend werd dit weeral in compagnie van fijne lui. Fortuin heeft geen enkele waarde als je deze vriendschappen tot je ware rijkdom kan verheffen. Zo zie ik het althans. Kortom, het werd een weekendje om op te schrijven waar ik met graagte gevolg aan geef. Tot hier het eerste hoofdstukje Nederland. Op zondag kwam reeds het vervolg. Een bbq bij dochterlief in Hulst op Nederlandse bodem. Een bbq-tje als bedankje voor degenen die hulp hadden geboden bij haar verhuis. Leuk en lekker zeggen ze daar in Holland.
Het derde kapittel schrijven we eveneens op Nederlandse bodem. Brouwershaven aan het Grevelingenmeer in Zeeland werd door de scoustskes gekozen als kampstek anno 2016. Afspraak om 10 uur aan het sluisplateau in Wemeldinge. Van daaruit zouden een 30 tal gastjes van tussen de 10 en 12 met de fiets en onder begeleiding van m'n scoutsvrienden naar Brouwershaven fietsen. Een kleine 50 km langs de fietsknooppunten. Waarom zou ik dat niet eens te poot doen ? Die Zeelandbrug van 5 km lang over de Oosterschelde intrigeerde me wel. Vlug even de kortste route uitgetekend, wat tussen Wemeldinge en Brouwershaven toch nog vlug een kleine 40 paaltjes aan stapwerk vertegenwoordigde, en klaar was Kees. Om 6u30 uur 's morgens vloog de rugzak al op mijnen bult en stappen maar. Wemeldinge lag er op dat vroege uur nog vredig ingedommeld bij. Je hoeft je echt niet af te vragen waar je bent aanbeland wanneer je geblinddoekt ergens ter wereld wordt gedropt. Bespeur je een windmolen dan is de kans zeer groot dat je in Nederland zit. Molens vallen in het Nederlandse landschap meer te bespeuren dan dat er cafeetjes in Vlaanderen zijn volgens mij. De toon werd dan ook al bij de eerste kilometers gezet bij het verlaten van Wemeldinge met het aanzicht op 2 mooie windmolens. Verder wandelend langs de dijk van de Oosterschelde viel er dan te genieten van de prachtige uitzichten op de stroom en haar oevers. Het was lage tij en in de modderbanken deden de scholeksters volop hun best om pieren te zoeken. Ik verstoorde hun bezigheid klaarblijkelijk want af en toe kwamen ze luid krijsend over mijne kop gevlogen met een kras-op boodschap. Mooie beesten met die knalrode bek, dat wel. Zo vroeg in de morgen was er al een hele horde sportduikers aan de oevers op het appel. Ik vraag me af of die daar in dat modderige brakke water wel een steek kunnen zien. De duiksport is echter onbekende materie voor me. Zo halverwege op weg naar de Zeelandbrug hoorde ik achter me een dame al zingend roepen "Welkom in Zeeland, goeiemorgen meneer". Als was ze de vriendelijkheid zelve, zo kwam ze voorbijgefietst met haar zoontje. Althans haar zoon, zo zou later blijken want aan de brug zelve kwam ik haar opnieuw tegen. Ik moest kennismaken met haar. Rina was de naam en haar zoontje heette Robert-Jan. Een kereltje van rond de 12 met een joekel van een bel bengelend aan zijn oor. Rina tutterde aan een fles sterke drank alsof de algehele drooglegging in Nederland nakende was. Het scheelde niet veel of ze had daarbij haar ganse leven uit de doeken gedaan. Bij het voorstellen van hare Robert-Jan vertrouwde ze me toe dat ze nog zeven andere kinderen had. Even maakte ik me de bedenking of er geen verwarring in 't spel was met die dubbele voornamen. Nee hoor, degelijk 8 stuks, hare Robert-Jan inbegrepen. Het was Robert-Jan zijn levensdroom geweest om eens over en weer over de Zeelandbrug te fietsen. Alzo kwam er wat klaarheid omtrent de reden van hun gezamenlijke fietstochtje. Of ze het gehaald heeft weet ik niet want terloops vroeg ze me of er geen laadpunt voor haar elektrische fiets in de geburen was. Hoe zou ik dat nu in godsnaam kunnen weten beaamde ik. "Laat God daar maar buiten, Die kan ik missen als kiespijn" klonk haar weemoedige antwoord. Een lief maar arm mens, ik kreeg er begot medelijden mee. Ze moet betere tijden gekend hebben. En nu, haar zoontje's droom waarmaken met de fles moonshine als gezel. "Ga in vrede" riep ze me nog na toen ik in aan mijn Zeelandbrug begon. Als enige voetganger op die kilometers lange brug baande ik me een weg naar het einde ervan. Honderden fietsers raasden me voorbij in snelvaart. Er kwam precies geen eind aan die brug. 5 kilometer non stop beton. De ganse weg trouwens wat zich aan het einde in Brouwershaven vertaalde in zware voeten. Maar wat een idyllisch plaatje kreeg je daar hoog boven de zee. Een vlakke waterspiegel onder een schitterend zonnetje. De meeuwen die bewegingsloos naast je meezweefden, zeilbootjes die hun baantjes onder je door trokken, de oever aan het andere eind van de brug die onbereikbaar leek. De moeite om er eens over te kuieren. Maar er moest nog een heel eind verder gestapt worden. Noord Beveland lag achter de rug, nu was Schouwen Duiveland aan de beurt. Dat moest, om tot in Brouwershaven te geraken nog helemaal van zuid naar noord doorkruist worden. Eerst kwam Zierikzee aan de beurt. Dat heb ik gans doorkruist. Prachtig stadje. Mooi dooraderd met weidse kanalen en vaarten. Honderden plezierbootjes, platbodems, tjalken, de één al antieker dan de andere sierden daar het straatbeeld. Niet te vergeten natuurlijk, hier en daar een sierlijke molen die voor het onbetwistbare Hollandse accent zorgde. Oude panden en pakhuizen die verwijzen naar de visnijverheid tref je er eveneens aan. Ik vond er ook de gereformeerde kerkgebouwtjes waar op dat moment vele vrome kerkgangers binnenschuifelden om den Here Allemachtig te loven en alzo hun zondagsplicht te vervullen. Veel Duitse toeristen heb ik daar in Zierikzee aangetroffen. Die liepen er ook vrolijk rond. En maar verder stappen over de ontelbare dijken langs de kanalen en groene weiden. Vlak, het is daar verdorie vlak dat landschap. Eindeloze verten, langs alle kanten, naast, voor en achter je, zie je de horizon. Wat een contrast met een heuvellandschap maar evengoed geweldig mooi. Rond halfvier kwam ik ter bestemming op de kampplaats. Een vrij zwaar parcours, dat moet ik wel kwijt. Niet zozeer de afstand maar wel het asfalt en het beton waren hier oorzaak aan. Dat voel je na 40 kilometertjes wel. Mooie timing ook, dat moet eveneens vermeld worden want dat jong fietsgeweld kwam tegelijkertijd met mij aan op de kampplaats. Ze waren flink moe en moesten hun tenten nog opstellen. Een heus kampement werd het. Shelters, slaaptenten, een eettent en een heuse keukentent die naar het schijnt nog tijdens de oorlog in Korea heeft gediend. Een afdanker weliswaar maar prima materiaal om de keuken te dienen tijdens zo een kamp. In afwachting van het avondeten ben ik met de vrienden nog even gaan aperitieven in Brouwershaven. Daarna samen nog aanschuiven aan de kampkookpot wat ik een mooie bezegeling vond voor een zoveelste gezegende dag. Voor de terugtocht naar Wemeldingen kon ik met een auto meerijden waar ik overigens niet om treurde. 't Was middernacht toen ik de ogen sloot. Moe, maar ik wist waarvan !
Even spectaculair als het verhaal van Jules Verne waarin professor Lidenbrock aan de hand van een gedecodeerde IJslandse runentekst op zoek gaat naar het middelpunt van de aardbol zou ons tripke van vandaag alleszins niet worden. Desalniettemin waren enkele elementen uit het verhaal toch aanwezig bij ons tochtje waarbij we het geografische middelpunt van Vlaanderen zouden passeren. Stortbuien, gedonder en bliksem werden ons deel. In plaats van af te reizen naar de krater van de slapende vulkaan de Snæfellsjökull in IJsland kon het iets bescheidener blijven en startten we met ons gedrieën aan het Sint Stefanuskerkje in Lippelo. Wij, daarmee bedoeld : ik, de Marc en onze gezond en wel teruggekeerde Romepelgrim den Hugo. Den Angelo huldigde deze dag de dubieuze leuze 'Arbeit Macht Frei' en de Ronny en de Catsjoe moesten zich prepareren voor hun op til staande reisje naar Zuid Afrika. Rond 10 uur pikten den Hugo en ik, de Marc op aan de statie in Puurs en reden met mijn karreke verder door naar Lippelo. 10 minuutjes later vonden we er een rustig plaatsje om de auto te stallen aan het eerder vernoemde kerkje.
Een asgrauwe hemel verwees geenszins naar een fraaie weersverwachting. We waren nog geen 10 minuutjes op stap en we konden al gaan schuilen voor een Stortbui die je gerust met een hoofdletter mag optekenen. De hemelsluizen werden wagenwijd opengetrokken en bakken water vielen er naar beneden. We liepen net voorbij een dodenakker waar het aldaar aangetroffen afdak een prima beschutting bood voor de neergutsende regen. Onder dat afdak bezorgde den Hugo ons in geuren en kleuren reeds het eerste uurs nieuws van zijn Romereis. Je zou er jaloers van worden ! Na een tiental minuutjes konden we verder. Over paadjes en plassen, door beemden en dreven, langs weiden en bosranden werd er met een omweg in een grote lus rond de dorpskern van Lippelo in de richting van het Lippelobos gestapt. Voor de eerste keer op al mijn wandelingetjes had ik ne paraplu meegesleurd. Ik moet toegeven dat zo een paraplu bij regenweer zonder al te veel wind ideaal is. Den Hugo deelde deze mening eveneens. Iets na twaalven konden we de bokes aanspreken. Een lege paardestal bood een prima beschutting. Een dak boven je kop... beschut voor de regen... héwel, bij zo 'n weer neem je nog weinig aanstoot aan het vloertapijt bestaande uit een laag stro. Een Smyrnofftapijt naturel, hier en daar gegarneerd met dikke opgedroogde keutels en drollen. Temidden van dat keutelpaleis toverde den Hugo daar toch een fles echte sjampieter uit zijne rugzak zeker ! Waar moeten we dat gaan schrijven ? Gezondheid en proficiat Hugo. We hieven, of is het 'heften' een romerke bubbels op zijn succesvolle Romereis. Paardekeutels en champagne, wat een geweldige metafoor om een pelgrimstocht te belichamen.
Hop nu, naar het Lippelobos ! Lippelobos ligt op het drie provinciënpunt waar Oost Vlaanderen, Antwerpen en Vlaams Brabant aan elkaar grenzen. Het bos strekt zich uit over de Antwerpse gemeente Lippelo (een deelgemeente van Sint-Amands) en de Londerzeelse deelgemeente Malderen in Vlaams-Brabant. In het westen grenst het bos aan de gemeente Buggenhout, wat dan weer Oost-Vlaams grondgebied is. Het 60 hectare grote bos is gegroeid rond het kasteel 'Hof te Melis', dat private eigendom is met uitzondering van enkele hectaren. De eigenlijke bebossing van Lippelobos startte pas aan het eind van de 18de eeuw. De architecturale opbouw van het parkbos dateert tevens uit die tijd. Een aantal beuken uit de majestueuze dreven zijn toen temidden van het oorspronkelijke heidelandschap aangeplant. Aan het begin van de 20ste eeuw werden de percelen tussen de dreven bebost en ontstond het huidige boslandschap. Het Lippelobos dankt zijn natuurwaarde aan de landschappenvariatie : Het elzenbroek, het gemengd beuken-eikenbos, waterpartijen en landbouwgronden. In het najaar spreidt het domein ook een enorme waaier aan paddenstoelsoorten ten toon. Er zijn tal van bezienswaardigheden in het bos waaronder het Hof te Melis zelf, waar er echter een bordje 'verboden toegang' het verhinderde om een kijkje te nemen. Het monument dat het Middelpunt van Vlaanderen situeert er zich alsook de vleermuizenkelder van Natuurpunt. Na nog enkele fikse regenbuien in de namiddag verschenen er hier en daar wat flardjes blauw aan het hemelspan. De temperatuur klom wat naar boven. Truitjes uit en stappen maar. Af en toe eens te ver gelopen uit onoplettendheid en het te zeer gefocust zijnde op den Hugo zijn voettocht of de Marc zijn botanische kennis. Deze keer kwamen de zaadbollen van de aardappelplant, het Sint Janskruid met de helende kracht uit haar paarse sap, de distel en de genezende eigenschappen van de smeerwortel aan de orde. Dat middelpunt van Vlaanderen was een mottig monument. Met eensgezindheid kwamen we tot dat besluit. Dat ook hier een professor ten tonele werd gevoerd zoals bij de story van Jules Vernes story is naar mijn inzien louter toeval. Een zeker professor Theodoor Van der Waeteren viel de eer te beurt dit middelpunt te berekenen en bloot te leggen. Samen met de hulp van 4 studenten burgelijk ingenieur van de KU Leuven en hun coach slaagde hij er in om in 1999 deze klus te klaren. Het lukt me niet om ook maar enigszins de moeilijkheidsgraad hiervan in te schatten. Een fleske rode wijn zou daarbij kunnen helpen ! Onder een uitklarende hemel en op een gezellig bankje moest dat fleske soldaat gemaakt worden om de laatste kilometertjes op een vrolijke manier af te kunnen wikkelen. Voor dat fleske, daar had onze Marc dan weer voor gezorgd. Die laatste kilometertjes waren zo om en met nog een frisse afdronk in het retrocafé van Puurs kon dit natte wandelingetje bezegeld worden. Een fijne dag is het weeral geworden zie ! Veel gebabbel en camaraderie, samen de natuur voelen, ruiken, ontwaren en instappen ... het is ontspanning op een voor menigeen onbekend en ongekend niveau. En, het zal de laatste dag nog niet zijn. Bij leven en welzijn welteverstaan. Dit gezegd zijnde ;-)
Zo, we kunnen opnieuw wat regelmaat brengen in de wandelingen. De Ronny met de Catsjoe en ook de Marc gaven opnieuw present op het appel. Lang geleden, dat wel ! Den Angelo daarentegen, ocharme toch ! Die diende nog steeds als gevolg van een ongelukkige beet in de paradijselijke appel destijds, zijn boterhammen te gaan verdienen. In het zweet zijns aanschijns dan nog godbetert. De keuze van de week viel deze keer op Bousval, een plattelandsdorpje gesitueerd in een prachtig heuvelachtig decor. Eveneens viel de keuze op de NMBS om de afstand tot in Bousval te overbruggen. Vergeef me de uitdrukking maar vanaf nu noem ik onze spoorwegmaatschappij het Nationaal Mossel Bedrijf der Spoorwegen. Een greep uit hun beruchte, en vandaag weer vastgestelde fontonten : Afgeschafte lijnen, kapotte automaten, stroompannes op bepaalde delen van het net, een defect tractiestel ... ik verzwijg er bewust nog enkele om geen kankeraar genoemd te worden. Kortgezegd, je houdt het niet meer voor mogelijk. Een uurke later dan gepland waren we ter bestemming.
In de IX eeuw was Bousval de eigendom van de abdij van Lobbes, onder de naam "Vallis Bosonis", vertaald uit het Latijn : "Het dal van Boson". Destijds maakte het deel uit van een rits aan kleine nederzettingen zoals La Baillerie, La Motte, Bordeau, Wez, Le Sclage, Laloux en Basse-Laloux. Nu maakt Bousval deel uit van het grondgebied van de grootgemeente Genappe. De streek verschilt in weinig kwa uitzicht van deze in de Voerstreek weze het wel dat in Bousval de toeristische kaart niet uitgespeeld wordt. Een kasteel, enkele 18de eeuwse kastelen, een kerkje met enkele kostbare historische schatten en als hoogtepunt de jaarlijkse Sint Bartholomeus processie op de laatste zondag van augustus waar dan twee Brabantse trekpaarden een 17de eeuwse karos voorttrekken met daarop het standbeeld van de heilige in kwestie. Buiten de prachtige natuur valt er niet veel meer te ontdekken. Maar 't is de natuur die ons moest bekoren. Onder een grijze hemel werd er aan begonnen, en na een halfuurtje, zelfs nog niet, moesten we al gaan schuilen voor de regen. Café "Sans Peur" het enige etablissement op de ganse wandeling kon een schuilplaats bieden, die naam waardig. De Catsjoe zag al uit naar haar gerookt varkensoor. Helaas, de Ronny had er maar ééntje bij en dat was voor later op de dag. Waarschijnlijk besparingen vanwege de uit de pan swingende kosten bij de verbouwingen aan zijn kot. 't Leven is zowaar erg duur geworden. De "Sans Peur" bleek een gezellige bruine kroeg te zijn waar er begot nog Vieux Temps op de bierkaart prijkte ! Stel je voor ! Een stamgast duikelde binnen en zag de Catsjoe aan voor een Bengaalse tijger. Vriendelijke mens die in enkele tellen tijds een paar Jupilers soldaat maakte. Waarschijnlijk verklaarde deze dorstigheid zijn troebele zicht. Zolang de regen aanhield hebben we er maar ineens van geprofiteerd om de bokes aan te spreken. De cafébazin, in voorschoot en voorkomen volledig assorti met het antieke interieur van haar kroeg maakte hierom geen enkel bezwaar. Op stap dan maar, het was ondertussen opgehouden met die ellendige regen. Het zou verder op de dag nog betrekkelijk mooi weer worden. Zelfs aangenaam warm. Hoera hiervoor ! De toon werd onmiddellijk gezet. De bospaadjes waren één aansluitende slijkbaan. Wilde je niet onderuit gaan in deze modderbaden moest je je verdorie aan de bomen vastklampen om enkele meters vooruitgang te boeken. Gelukkig was dit niet het geval voor het ganse traject. Na de eerste 3 kilometers was de zandgrond, op enkele baggerstukjes na, best begaanbaar. Voornamelijk zandgrond tref je daar aan. We zitten daar immers in een vallei geconfronteerd met de alluviale zandafzettingen van de Dijle. Dit uit lang vervlogen tijden weliswaar. Het 23 km lange en 450 hoogtemeters tellende toerke slingerde zich door bossen en impressionante holle wegen. Tussen de bomen door schilderden de groen beboste heuvelruggen stylistische pareltjes voor het oog. De Catsjoe was ondertussen gemuteerd van een Bengaalse tijger naar een modderzwijntje. Hier en daar moest er tegen de holle wanden opgeklauterd worden om een slijkbad te ontwijken. De Catsjoe daarentegen zocht haar heil bij de grondbeginselen van de elementaire meetkunde waar een axioma onomwonden stelt dat de kortste afstand tussen 2 punten a en b een rechte moet zijn en bijgevolg hopla, dwars door de modder. Dat het in de afgelopen maand flink heeft geregend bleek niet alleen uit de talrijke modderpoelen maar ook uit het serieus opgewassen onkruid in paadjes en beemden. Een gedroomde biotoop voor teken. De Ronny moest er bij de Catsjoe eentje elimineren. Tijd om een fleske wijn te kraken. We hadden al zeker drie kwart van de lus afgelegd. Een bankje onder een lindeboom leek ons ideaal om deze taak te volbrengen. Zalig in het zonneke, een verdiende pauze mag je wel zeggen. Na afloop van deze wandeling hebben we nog een uurtje moeten wachten op de trein, die reed omzeggens op 5 minuutjes na aan onze neus voorbij. Tijd om nog wat te babbelen, de voetjes inspecteren en de Catsjoe te ontmodderen. De Ronny had een blaar gescoord en een paar open wondjes. Rust roest luidt het gezegde. Deze keer was de trein op tijd en was er voorlopig geen reden tot kritiek. In Ottignies was het niettegenstaande de hoopvolle vooruitzichten weeral koekenbak. De trein naar Brussel was vertraagd door een breuk van de bovenleiding in Eigenbrakel. Niets aan de hand, we worden het ondertussen al wel gewoon. Op TV krijg je soms, in de vroege uurtjes, idyllische beelden voorgeschoteld van een op een rijdende locomotief geïnstalleerde camera. Ik hoop dat deze locomotief nooit op de Belgische sporen verdwaalt tussen Ottignies en Brussel. Smerige bermen met onkruid overwoekerd, afgebrokkelde betonresten, puin, zwerfvuil, noem maar op. De meest schrijnende aanblik op dit traject zijn de monstrueuze opeengestapelde betonnen bloembakken die de spoorwegberm een frisse look zouden moeten bezorgen. Kilometers lang. Je zou er een oog bij uitbleiten. Anders valt het niet te omschrijven. Vormloos, vol mos, slierten onkruid kilometers lang en de hele constructie blijkt jarenlang van enig onderhoud onthouden. Dit gedrocht werd, volgens een medereiziger, er neergepoot als extra aanvullende Waalse compensatie op de bouw van het station van Luik Guillemins om de uitgaven voor de ondertunneling van het Antwerpse Centraal station te evenenaren. Een graai in de nationale schatkist en de zoveelste zinloze verspilling van ons belastinggeld. Ben ik dan toch een kankeraar ? Ik hoop het echt niet. Daarvoor bezorgde deze dag met de stapmaten me te veel geneugten die op hun beurt deze ongemakken overklasten. En ook, de heugnis was groot deze morgen toen den Hugo, onze Romepelgrim, me een mailtje liet met z'n aankomst in de Heilige Stad. Proficiat maat en hoed af !!! Volgende week trekken we er opnieuw op uit. Misschien kan hij al meetenen. Wie weet ?
Er komt maar moeizaam schot in de wandelzaak. Verleden week donderdag had ik een uitstapje gepland maar dat is in het water gevallen. Letterlijk want het was geen weer. Bakken hemelwater zeikten gestaag naar beneden. Nu nog trekt het weer op geen fluit en de voorspellingen beloven weinig fraais. Je zou haast gaan geloven dat het herfst is. De dagen zijn ondertussen al aan het korten en in dezelfde mate de vooruitzichten op iets wat men zomer mag noemen. Een jaarlijks uitstapje met de vrienden, dit jaar in de Voerstreek, kon dit weerkundig manco enigszins aanvullen. Organisator van dienst, de Swa, had enkele miniwandelingetjes voorzien in zijn arrangement. Het is er bij ééntje gebleven. Weeral speelde het weer de boosdoener met roet in het eten te strooien. Jammer want de Voerstreek is een prachtig landsgedeelte. Een streek die in 't geheel niet doet vermoeden dat er enkele jaren geleden nog een bitse taalstrijd woedde die tot knokkens toe werd uitgevochten. Zet Happareke oep eu karreke en rijd er mee nor ... Gelukkig behoort dit tot nu het verleden. Honderden voorgekauwde wandelingen kleuren er de toeristische foldertjes. Netjes afgepijld en gemarkeerd met wandelknooppuntbordjes kan je er zo aan de slag gaan. Wat zou er je tegenhouden ? De dassenwandeling, de grenspadroute, de Slenaken Gulp Valleiroute en niet te vergeten de Bronnenwandeling zijn maar een grabbel uit het ruime aanbod. Deze laatste wandeling werd als de mooiste in Vlaanderen betiteld door het tv-programma Vlaanderen Vakantieland. Jammer, deze route paste niet in de Swa zijn programma. Ze was ietske te lang voor de ongeoefende benen van ons gezelschap. De Slenaken Gulp Vallei daarentegen wel en die was beslist ook als zeer mooi te beschouwen. Hop de bottienen aan en op stap.
Gelogeerd op de camping Natuurlijk Limburg in Remersdael was het een kleine 7 km stappen tot in Slenaken, dat trouwens juist over de grens in Nederland ligt. De vrienden zouden dat met de wagen doen om het aantal kilometers een beetje beperkt te houden. De lus zelf daar in de Gulpvallei was een goeie 6 km te rekenen vanaf 't Brugske juist buiten de dorpskern. Loodgrijze wolken en af en toe zo wat mottig gedruppel waren eveneens van de partij. Dat belette niet om oog te houden voor het prachtige landschap. Golvende dalen, wijngaarden, frisgroene weidegronden, hier en daar een klimpartijtje tussen de bossen. Dat klimwerk zorgde wel voor het nodige gepuf en gehijg bij de vrienden. Ik kon het me goed inbeelden dat ze dit een beetje zouden onderschatten. Dit vraagt immers om wat oefening. Ook al waren het maar een luttele 150 hoogtemeters, het zorgde hier en daar bij de vrienden voor wat respiratoire ongemakjes. Op drie kwart van de wandeling, laten we zeggen na een goeie 4km waren de vrienden aan rust toe. Afspanning 'De Zegelskoël', de Zegelskuil in aanvaardbaar Nederlands, in Heyenrath kwam tegemoet aan het collectieve dorstgevoel ten gevolge van de 'uitputtende' wandeling. Een blonde Grimbergen smaakte voortreffelijk en liep bijgevolg vlotjes binnen.
Nog een piepklein stukje tot het startpunt en het wandelingetje zat er op. Voor de vrienden wel te verstaan. Die reden met de wagen terug. Ik verkoos de terugkeer met de benentram te maken. Op mijn eentje, en wat een genade zeg ! De impressies van het landschap op je lijf en gemoed worden eens zo intens. Je 'voelt' de omgeving in haar pracht en glorie. Niets dat je afleidt, een oogstrelend draaiboek enkel en alleen voor jou wordt er gratis doorbladerd. Enkel een paar ogen in je kop komen er aan te pas. Zelfs de wolkbreuk die me onderweg te beurt viel kon me bekoren. Bulderend gedonder boven het gitzwarte wolkendek, sloten water die van daaruit naar beneden op je lijf en leden werden gekieperd ... doorweekt tot op je onderbroek, en toch op zo'n momenten voel je dat je leeft. Een immense netjes binnen de lijntjes gekleurde regenboog aan het hemelspan, dit na afloop van de helse bui zorgde voor de epiloog aan het draaiboek. Fantastische indrukken. Verklaar me zot, daar maak ik geenszins een probleem van. Een gelukkige zot dan wel te verstaan, dat mag er gerust bijvermeld worden en desnoods nog in 't vet en met hoofdletters. 's Anderendaags, de zondag heb ik er nog in de gauwte een klein toerke aangebreid samen met Fientje, den hond van de Frans, de Frans zelf en twee vriendinnen. Op 't gemakske door de frisgeregende bossen. Gans het gebied in de Voerstreek is rijkelijk voorzien aan hotels, B&B's, kamers, châlets en ga zo maar verder. Ik vermoed dat de horeca dit jaar een zwart seizoen tegemoet gaat en reeds nu al tegen de rode cijfers aankijkt. De Swa zijn schema kon vanwege het mindere weer maar jammer genoeg voor de helft afgewerkt worden. 't Is echt zonde van zijn voorbereidend werk. Een partijtje boerengolf, een bezoek aan het Drielandenpunt, een tweede toeristische wandeling in Holset .... allemaal moeten cancellen vanwege het regenweer. Toch bleef er nog genoeg te doen. Een ritje met de huifkar getrokken door een overjaarse tractor, een bezoekje aan het Hijgend Hert dat er zich op beroemd de enige berghut van Nederland te zijn, een bezoekje aan de interregionale markt in Aubel, een pintje ergens onderweg, een bbq in de 'Zotte Lambiek' voorafgegaan door een bierproeverij, af en toe een kubb-spelleke, de match tegen Hongarije op de tv van de campingherberg .... 't Was geslaagd. De Swa heeft dat piekfijn ineengestoken. Een hele opdracht als je het me vraagt. Begin er maar eens aan om een 3-daags scenario ineen te knutselen naar maat en wens van een 22 koppige bende of is 22 koppen tellende bende misschien een juistere omschrijving ?
Het is weeral een heel tijdje geleden dat er nog eens petatten werden geschild, ik bedoel dat er nog eens een stapke werd gedaan. 'Op die tijd komen de piotten af' is een zegswijze die hier niet misplaatst bij klinkt. Allerlei prutsen droegen hiertoe bij. De maten die zich genoopt zagen om wat spaarzamer met hun resterende verlofdagen om te springen, een ontsteking in de schouder waardoor ik met een voze arm zat, het miserabele weer en dan tot slot nog de huiselijke akkevietjes tussendoor. De vooruitzichten kwa weer worden er, dit tussen haakjes vermeld, niet beter op. De weerman op de radio sprak van de astronomische zomer die morgen begint. Hij had zijn gordijnen dichtgetrokken want hij durfde het niet meer om naar buiten te kijken. Geef hem maar eens ongelijk ! Depressie hier, onweer daar, lage drukzone over de Noordzee ... zoveel liters hemelvocht nog te verwachten. Pfffft klimatologische droefnis alom. Nu donderdag valt het er nog even op te wagen en dan rits ik er sowieso tussenuit. Naar waar ? Weet ik nog niet dus dat laat ik dan maar aan het toeval over. Er is keuze genoeg. Gisteren zondag werd er in Belgische De Klinge een wandeltochtje georganiseerd door Aktivia. Een schare moedigen uit de vriendenkring zouden meestappen. Het obligate toerke van een 12-tal kilometertjes moest volstaan om de indruk te wekken van gestapt te hebben. Rond een uur of 11 zijn we vertrokken aan de polyvalente zaal De Klingenaar richting Nederland. De Clingse bossen in om meer precies te zijn. Een intrigerend standbeeld van een smokkelaar aan de ingang van het compleks moest het gekleurde verleden van smokkelaars en hun rivalen, de Nederlandse grenswachters, in deze contreien in herinnering brengen. Iets verder aan de grensovergang met Nederland staat er nog zo een historische grensmarkering: De dodendraad. Een oorlogsgrens bestaande uit gespannen draden onder 2000 Volt hoogspanning. Deze grens tussen België en Nederland werd tijdens de eerste wereldoorlog door de Duitsers opgericht om het smokkelen een halt toe te roepen. De opgetekende annalen hieromtrent werden nooit vermeld in de Nederlandse geschiedenisboeken maar voor de Belgen daarentegen blijven deze annalen een pijnlijke herinnering aan de gruwel die hen destijds te beurt viel. De Nederlandse grenswachters waren immers plichtsbewuste ambtenaren en dit tot grote frustratie van de smokkelaars. De Nederlandse overheid met haar neutraal beleid tijdens die 1ste wereldoorlog was omstreden en stootte tegen de borst van de onder de oorlog lijdende Belgen. De Belgische smokkelaar zag dan ook de verpersoonlijking van dit Nederlands beleid in de Nederlandse grenswachten. Die Nederlandse grenswachten waren niet zachtzinnig en kenden geen genade voor de smokkelaar die hun vijand nummer één was. Deze vergeten oorlogsgrens was in 3,5 jaar tijd moorddadiger dan de Berlijnse muur. 1000 mensen vonden bij het oversteken van de grens de dood door het aanraken van de draad. Aan de Berlijnse muur daarentegen vielen er 'slechts' 136 slachtoffers in 28 jaar tijds. Nu rinkelt er een belletje als je de draden aanraakt. Op een bordje wordt er je voorgesteld om je door de draad proberen te wriemelen zonder het belletje te laten rinkelen. Ik heb het niet geprobeerd. Een knappe studie van Steven van Waesberghe geeft een klare kijk op het smokkelaarsmilieu begin 20ste eeuw. Aan de hand van gevelde vonnissen heeft hij haarfijn een profiel kunnen schetsen van de smokkelaars die opereerden in het Land van Waas. Doorgaans bleek een smokkelaar tussen de 15 en 45 jaar te zijn. Het merendeel was er rond de 20. Ze woonden meestal in de grensgemeenten op Belgische bodem waarbij De Klinge er de meesten telde. De helft van het gros aan smokkelaars liep daar in De Klinge tegen de lamp. Petroleum was de smokkelwaar bij uitstek maar ook tarwemeel, bloem en tarwe zelf waren gegeerd. De smokkelaar stond onderaan de maatschappelijke ladder en was over het algemeen een gewone arbeider. De aan smokkelen gekoppelde boete bedroeg 5 tot 10 gulden en wanneer deze niet kon betaald worden mocht je 3 tot 10 dagen in den bak logeren. De bevolking zag de smokkelaar graag komen, maar hij was zeker niet geliefd. Men was dankbaar dat er smokkelaars waren omdat die er voor zorgden dat de tekorten in het land werden opgevuld. De smokkelaar werd gehaat voor zijn misselijke daden maar evenzeer bewonderd voor zijn durf en sluwheid. Het volk koos inderdaad partij voor de smokkelaar. Niet omdat hij de held was maar hij kreeg de bevolking op zijn hand omdat zijn tegenstander de gehate Duitse bezetter was. En evenzeer zijn andere tegenstander, het ‘neutrale’ Nederland, dat bij de Belgische bevolking uit de gratie was gevallen. Tot daar wat smokkelwetenschap en tot hier dan ook reeds een knap stukje bos met mooie wandelpaadjes achter de rug. Een nostalgisch blik op het verleden valt er ook te spotten aan het douanekantoortje en het treinstationnetje pal op de grens. Zelfs een watervullingsstation voor de stoomlocomotieven ontbreekt niet. Je vindt het er nog allemaal. De spoorwegbedding van weleer is nu veranderd in een aangenaam wandelpad. Zeer mooi trouwens. In Wallonië worden die paden de Ravels genoemd (R)éseau (A)utonome des (V)oies (Lentes) of kortweg RAVeL. Het was aan dit stationnetje dat we ons vergist hadden en ongewild op het lusje van 5 kilometer terechtkwamen. Gevolg was dat we al na een goed uurtje terug op het startpunt stonden. Geen erg, bij deze vergissing kwam een stop met een frisse Klingse Kalsei bij de pistoleekes op het terras van de sportzaal geenszins ongelegen. 2 dames uit het gezelschap hielden de wandeling voor bekeken en verkozen om na de reeds geleverde inspanning verder uit te rusten op het eerder vernoemde terras. Er restte de overgeblevenen niets anders dan de toer opnieuw te beginnen. Geen erg, dat eerste stukje tot aan de begane vergissing, sjieke metafoor wel, was de moeite om het over te doen. Vervolgens in rechte lijn over een rustige landweg tot aan Het Kalf waar de 2de Kalsei zijn opwachting hield. Deze weg liep langs het stropersbos in Stekene. Het stropersbos, een oude bekende tijdens een eerdere wandeling met de Ronny en de Catsjoe. De groene kleuren van de natuur zijn betoverend mooi in deze tijd van het jaar. De maïs in de velden schiet al door. Bosanemoontjes schitteren in de bermen en de weilanden liggen er ongerept bij. Dat het maar vlug mooier weer wordt dan komt deze natuurpracht nog meer tot zijn recht. Onderweg stond er een huis in aanbouw. Het werd opgetrokken uit stro en leem. Het dak was een tapijt mosplantjes. Kwa geringheid aan impact op het milieu kan dit tellen. Ik heb geen idee of dat dak groeit en dat je bijgevolg met maaier het dak op moet. Alternatief bouwen, het moet kunnen ! Ongeloofelijk maar waar, vlak ernaast stond een huis volledig in zink. Dak en al. Aartslelijk en een vloek voor het oog zo naast dat lemen huis in aanbouw. Ik hoop van harte dat de eigenaar van dit laatste zich de keuze van zijn bouwgrond nooit hoeft te beklagen. Ik zou verdomme verhuizen moest er zulk een gedrocht in de geburen komen staan. Laat staan dan nog pal naast je ecologisch stulpje. Na die 2de Kalsei zagen we in de verte het varkentje met de lange snuit staan. Nog een colaatje in afspanning 'De Rotonde' onderweg en terug naar af. Een kort wandelingetje langs de smokkelwegeltjes van weleer was weeral eens iets anders. Ik ben weeral voor 100% tevreden zie ! Tot donderdag.