vrijdag 17 januari 2020

Schoonaarde - Dendermonde

Een dubbelslag zou het worden met andere woorden. Beide lokaties zijn gelegen in Oost Vlaanderen waar we zowel het Scheldeland als de Denderstreek als betrokken partij konden aanduiden. Het zou een gezapig wandelingetje worden. Met z'n tweetjes, ik en den Angelo. De andere stapmaten hadden hun verplichtingen. Geen erg want het is nog vroeg in het jaar waardoor we nog niet op volle toeren draaien. Niet afgeschrikt door de minder gunstige weervoorspelling gaf enkel de Michel alias Angelo present. Voor de grap stuurde ik een mailtje naar de thuisblijvers met de highlights die ze door hun afwezigheid zouden moeten missen. Brunch bij kennissen in Schoonaarde, aperobuffet met champagne halverwege in Appels, borrelkraam ergens op een braderij, bongobon voor een dineetje voor 5 man in een sterrenrestaurant in Dendermonde. Dit na afloop van het toertje. Onderweg zouden we wel nog 3 hongerigen vinden om ons te vergezellen. Ja toch wel, ik vermoed dat m'n gestoffeerd leugentje verf pakte. Zoniet werd er dan toch ernstig getwijfeld😃😃. Ach, een simpel schoofzakje zou ook wel gaan zeker ? Niet te veel franjes aan de wandeling, we laten het traceetje gewoon op ons afkomen en staan open voor alle nieuwe ontdekkingen.  Hoe klein of nietszeggend deze ook mogen zijn ! Verwondering is wat mij betreft steeds m'n deel. 




De Michel stond al paraat in Dendermonde. Nog een klein kwartiertje sporen tot in Schoonaarde en we konden starten. Schoonaarde ... Schone Aard, een verklaring voor deze benaming zou zijn dat er in dit dorp een mooie aanlegplaats voor schepen te vinden was. Lang geleden uiteraard, in de tijd dat de mensen nog geloofden in draken en toverheksen. Ik had het niet opgenomen in onze wandeling maar Schoonaarde herbergt een hele hoop aan bezienswaardige hoeves. De oudste hoeve is met zekerheid de vroeger volledig omwalde hoeve Wierinck in de Langestraat. Deze hoeve Wierinck staat vermeld als "Kieveney" in de Ferrarisatlas en op de kaarten van Sanderus. Waarschijnlijk is dit verkeerd overgenomen van de oudere kaart van Jacques Horenhault van het Land van Aalst uit 1596, waar Kiemeney (cheminée, chimney) staat vermeld, het Oudnederlandse Kemenade, de naam voor een kasteelhoeve met een grote haardstede.
Vanuit de statie was het maar enkele honderden meters lopen tot aan de Scheldebrug. Die staken we zonder kleerscheuren over en in een grote boog lopend over Wichelens grondgebied langs de Paardeweide en de Broekse Vaart ging het richting Berlare uit. Dit onder een vaalgrijs hemelzwerk en wat licht gedruppel. Na een uurtje hield het al op en bleef het verder de ganse dag droog. 


Onderweg hielden we halt aan een memoriekruis uit 1754, dat ondertussen beschermd erfgoed werd. Het betrof hier een fraai blauw hardstenen kruis met gelobde armen met zowel aan de voor- als achterzijde inscripties met dezelfde tekst. Het opschrift aan de achterzijde is in sierlijke letters in dieptereliëf uitgehouwen wat doet vermoeden dat het eertijds van inlegwerk was voorzien. Mogelijk werd de tekst aan de voorzijde hernomen nadat het inlegwerk verdwenen was en/of het opschrift slecht leesbaar was geworden. De tekst luidt :


"HIER/ IS/ GESTORVEN/ SR SEBASTIAEN VAN HAVERMAET" 
"FS/ GILLIS DEN 6 FEBR. 1754/ OUD 6(?) JAEREN/ RIP". 

De woorden "BIDT/ VOOR DE ZIELE" en een doodshoofd met twee gekruiste beenderen zijn nog toegevoegd aan de achterzijde van het kruis. Archivalisch onderzoek wees uit dat de overledene burgemeester van Berlare was en onverwachts overleed tijdens een overtocht van de Schelde op 62 of 63-jarige leeftijd. De volgende dag werd hij met de "hoogste dienst" in de kerk van Berlare begraven. 

Enkele binnenschepen passeerden ons daar aan dat kruis op den Scheldestroom. Een scenario dat daar al eeuwen aan de gang was en  zich nog steeds herhaalt in deze contreien. Berlare Broek kwam in zicht. Aangezien het woord broek niet enkel verwijst naar een kledingstuk maar ook naar een moerassig gebied konden we met de regenval van de laatste dagen een modderig avontuurtje verwachten. Onze maat Michel had juist spiksplinternieuwe wandelbottienen gekregen en het zou zonde zijn om die met een slijkbad te ontgroenen. Ze waren nog niet eens ingelopen. We maakten rechtsomkeer en verkozen toch maar de verharde wegen in plaats van die slijkbanen. Het ging richting het Kasteel van Berlare uit. 


Dit kasteel werd het volgende agendapunt. Het huidige bouwwerk dateert uit de 18e eeuw en werd in opdracht van Aloysius vanden Meersche, de toenmalige heer van Berlare, gebouwd. Het kasteel wordt omgeven door een grote tuin in landschappelijke stijl met dreven, een bos en vijverpartijen. Veel reliëf was er in het park aangebracht. Jammer van het sombere weer. De weerslag ervan op zo een prachtige omgeving laat maar een mistroostige indruk na. Sinds 2012 is het kasteelpark toegankelijk voor wandelaars en fietsers. Na een kort ommetje door het kasteelpark van Berlare kwam de dorst opzetten. Voor de verandering kozen we voor een parochiezaal. Het is zo eens iets anders. 2 Brugse Zotten liepen daar vlotjes door het keelgat. Een beetje spraakwater voor onderweg. Oh jawel, het was al een heel tijdje geleden dat onze maat nog eens kon meewandelen dus moest er veel bijgeklapt worden. Uiteraard kreeg zijn aanstaande pelgrimstocht op de Via Podiënsis de nodige aandacht. Het zal er weeral rap zijn. 
Na een goed halfuurtje hielden we het daar in die parochiezaal voor bekeken. Erg veel ambiance was daar trouwens niet te bespeuren. We wandelden terug in de richting van het Broek. De paadjes lagen er ondertussen stukken properder bij en iets verderop aan een picknicktafeltje  konden we schoven. Ook daar hebben we niet lang gezeten. We vervolgden on ritje tot aan het veer in Appels. Wachtend op het veerbootje maakten we kennis met een wandelaar die daar al zat te wachten. Deze brave man kreeg enkele jaren geleden te horen dat zijn knieën finaal kapot waren. Vergevorderde artrose was de diagnose. Er zaten zelfs gaten in zijn kniegewrichten. Er moesten prothesen gestoken worden maar dat vond hij iets te drastisch. Stelselmatig was hij dan zijn beenspieren beginnen te oefenen en door deze aan te sterken kon hij zijn knieën minder belasten. Met succes, hij liep nu wekelijks op vrijdag zijn 20km. Knap van die man ! Hij was zelfs zinnens om de Stevensonroute in de Auxerre te lopen. Dat klonk mij en de Michel bekend in de oren. Tijdens onze vulkanenroute in het Centraal Massief van Frankrijk hebben we deels dit pad belopen. Onvoorstelbaar prachtig ! 
De wandeling zat er bijna op. We volgden de Oude Dender tot aan de waters van de Brusselse Forten van Dendermonde. Daar trokken we de Ros Beiaardstad in. Daar langs die Oude Dender klaarde de hemel bijna helemaal uit. De weergoden waren onverwacht in een milde stemming gebleven vandaag. Wat een treffer zeg ! De voorspellingen waren nogthans van een heel ander kaliber. Het zou immers de ganse dag geregend hebben. Niet dus ! Daar kwam de statie van Dendermonde al in zicht. Nog vlug een Chouffeke in een statiekroeg en het was tijd om afscheid te nemen van onze maat. Het was 16u30 ! Goed doorgestapt, we zouden vroeg thuiskomen. Michel zou zelfs nog ruim op tijd thuiskomen om zijn biljartavondje te kunnen consumeren. 


Het werd een zeer aangenaam  uitstapje. Mentaal weeral een boost maar fysiek was het voor de Michel wat wennen aan zijn nieuwe bottienen. Die moesten zich nog wat zetten want een blaar op zijn enkel diende zich aan. Ik gaf hem de raad om zijn bottienen aan te houden in bed. Daar zal hij zeker baat bij hebben want naar goede raad moet je luisteren. Dat is onze maat zijn credo ! En maar best want eens hij op zijn Podiënsis daar in Frankrijk begint te swingen geldt het Franse gezegde : "Petit bobo au debut grand bobo à la fin".  En zere voeten op een lang afstandspad kan je missen als kiespijn. Volgende week leggen we weer een ander plaatje op. Ben benieuwd wat er uit de kast zal vallen. 


vrijdag 10 januari 2020

Here we go again ! Naar Herentals vanuit Bouwel

Bij de start van een nieuw jaar hoort het, bijna clichématig weliswaar, dat er wensen worden geformuleerd. Gezondheid en geluk staan uiteraard vooraan in het rijtje. Dat wens ik toe aan alle mensen met een goed hart. Wanneer een flinke dosis lol en plezier daartoe iets kunnen bijdragen, wel vooruit dan maar. Ook goede voornemens nemen een belangrijk plaatsje in bij een nieuwe jaarwisseling. Voor ons stapploegske wil ik aangaande deze edele voornemens even de plannen toelichten. Ik zou dit jaar graag op de Camino del Norte pelgrimeren. Liefst nog bij leven en welzijn. In september zou ik er aan willen beginnen. De startblokken staan daarvoor opgesteld in Hendaye, Frankrijk. Dit kuststadje aan de Golf van Biskaje ligt tegen de grens aan met Spanje. Dit pelgrimspad volgt een 500km de Costa Verde (de pispot van Spanje genaamd) tot in Ribadeo waar het richting Zuid-West landinwaarts buigt om in Arzua op de Camino Frances aan te sluiten. Een 100km voor Ribadeo, in Oviedo, zou ik eventueel af kunnen slaan op de Camino Primitivo die door het Cantabrisch gebergte en het natuurreservaat 'de Covadonga' naar Santiago leidt. In dat reservaat zitten er zelfs nog beren. Adembenemende panoramas naar hartelust. Lang geleden ben ik met de motor daar nog door gesjeesd. Te voet moet het een overweldigend mooi pad zijn. Het is een 5 sterren parcours volgens de kenners. Den Hugo spreekt dan weer van de Camino Cantabrica plat te walsen. Helemaal zeker is hij daar nog nie van. Deze loopt eveneens van Oost naar West parallel aan de Camino del Norte en dus ook aan de Camino Frances maar loopt  er pal tussenin. Slingerend over de pieken van het ganse Cantabrisch gebergte en bijgevolg ook dwars door de Covadonga.  Machtig wandelingetje met als toplokatie de Picos d'Europe, een bergketen waar de hoogste top, de Torre de Cerredo, met zijn 2648m hoogte het landschap domineert. Let op, aan de kust vanop zeeniveau bekeken is dat wel hoog. 


In Fuente Dé vind je een kabelbaan die in één overspanning zonder tussenliggende ondersteuning 600 meter hoog stijgt. Uniek in Europa. De Ronny zoekt ook de Camino del Norte te lopen zij het iets vroeger veronderstel ik. De Marc en Angelo zullen starten in de Puy en Velay en zo naar Santiago stappen. Ook een toptocht waarbij je door het land van de Katharen kan struinen. Die gasten zijn ondertussen ook al niet meer aan hun proefstuk toe. Marc geniet nu van zijn pensioen, Michel-Angelo moet nog enkele maanden wachten. De lintmeter hangt trouwens al in zijn Proximus-klakske. Die lintmeter herinnert me ineens aan m'n legerdienst zie ! Tot in  den treure hoorde ik van de anciens : 'Combien demain matin Mataffe ?' Mataffe ... matelot ... hoeveel dagen nog na morgen matroos ? ... stamnummer 74/17263. De dagen tot je afzwaai werden toen geteld en elke dag knipte je een centimetertje af van je lintmeter die je in je kepie had weggemoffeld. Het moment dat onze maat Michel in het rijk de nimmerrusthebbenden mag binnentreden zal er vlug zijn !

Onze Els dan weer vertrekt op 12 maart naar Namibië met haar trekkingfiets. Vandaag zaterdag heeft ze haar vliegtickets op Windhoek verzilverd. Dit is allemaal vlugger gegaan dan ik verwachtte. Het reisschema werd enigszins gepimpt.  Zij zoekt daar Bas onze wereldfietser op en fietst met hem verder naar Zuid Afrika waarna hij waarschijnlijk opnieuw een break zal inlassen. Olala, wat heeft ze  het druk gehad met al die voorbereidingen. Visa regelen, fiets grondig nazien, aanschaf duurzaam kampeergerei, nieuwe camera, spuitjes tegen tropische ziekten enz. enz. Het is allemaal bijna rond. Ze zit echt op hete kolen nu. Enig probleem dat nog rest is opvang zoeken voor Jochem, hare rosse kater. 
Onze gezamenlijke bijdrage, ttz deze van mij en Els, voor het Nederlands pelgrimstijdschrift  'De Jacobsstaf' werd mee gepubliceerd in hun kersteditie. Het betrof een inzending over internationale ontmoetingen tijdens een pelgrimstocht die na afloop hiervan tot een blijvende vriendschap hebben geleid. Het Nederlandse Genootschap zond me een exemplaar voor m'n verdienste. Ik heb de ingezonden tekst al eens in een eerdere post weergegeven - Kijk maar : Bijdrage voor de Jacobsstaf

Juist voor de Kerst kreeg ik nog een 2de boek toegestuurd vanuit Frankrijk. De journaliste en tevens mijn toffe Bretoense pelgrimsvriendin Fabienne Bodan heeft opnieuw een omvangrijk boekwerk ineengestoken. Deze keer heeft zij alle pelgrimswegen in Europa opgelijst en er een prachtig boek mee samengesteld. Het is opnieuw zo een turf van tegen de 600 bladzijden dik. Moest den Hugo dan toch een ander traject overwegen dan zijn Camino Cantabrica, dan laat ik hem wel eens in haar boek bladeren. Keuze in overvloed. Natuurlijk voel ik me vereerd met het boek dat ze me kado deed en toestuurde. Enkele van mijn foto's werden er immers in opgenomen. Ook de publicatie van mijn bijdrage in de Nederlandse Jacobsstaf was onderwerp van m'n ijdel genoegen. 

Nu gaan we nog wat stappen zie ! Het is verdorie al bijna een maand geleden. Om 10 uur stapten we af in Bouwel. Ik, Marc, Ronny en de Catsjoe. Herentals, de parel der Kempen,  was het doel. Tja, hier in ons Belgenland vind je geen poesta of steppe waar je eens in kan ronddwalen. Het zou zo eens iets anders zijn dan de Ardennen,  de Condroz of pakweg de IJzervlakte. Bijgevolg stellen we ons tevreden met onze Kempen. En daar is het best toeven ! 



Het station en haar omgeving lagen er met die miezerregen wat troosteloos bij. Het grijze wolkendek bracht daar al evenmin wat kleur in en in het Zuiden vanwaar de opklaringen dienden verwacht te worden zag het hemelspan er vervaarlijk donker uit. Het bleef voorlopig bij wat gemiezer. GPS ingeschakeld waarnij ik tot de vaststelling kwam dat het inzoomknoppeke het begeven had.  Na bijna 8 jaar trouwe dienst is hij stilaan aan vervanging toe.  Ik probeer toch nog een herstelpoging. Als het me dan niet meer lukt zal er een nieuwe GPS op het lijstje van m'n verjaardagskadootjes prijken.
Na een kilometertje of 2, op een parkje na overigens bijna hoofdzakelijk in de bebouwde kom, werd het koffietijd. Den Eik, een volkskroeg aan de rand van Bouwel met het Albertkanaal en uitgebaat door een Westvlaamse neringdoenster was al open. Een schare op rust gestelde senioren was daar al op post en deden een poging om tussen pot en pint de wereld te verbeteren. Er was duidelijk geen haast bij deze vruchteloze intentie. Jawadde zeg, bijna 100 Bfr voor een kommeke koffie met een speculazeke. Voor een volkskroeg is dat ook goed doorgerekend als je het mij vraagt.  Na 2 kommekes zijn we daar opgestapt. 
De eerste horden inclusief cafeïneshot van het nieuwe jaar 2020 waren genomen en nu kwam het mooiere stuk eraan.  Hop het Albertkanaal over en Grobbendonk binnen. 

Iets voorbij het kanaal troffen we een kapelleke aan van Onze Lieve Vrouw van Lourdes. Prima plekje om onder een dak de bokes aan te spreken. Bokes niet alleen, de Marc had een fles bubbels bij voor op het nieuwe jaar te klinken ! Ja dat moet kunnen ! Een pastoor maakt immers ook geen bezwaar om in de kerk zijn kelk wijn binnen te kieperen. Zij het  dan wel in een iets andere kontekst maar goed. Vermeld dient te worden dat de Ronny in dat kapelletje een spontane aanval kreeg van devotie. Hij zette zich aan het werk om een aureooltje te fabriceren. Dit was zijn specialiteit zo vertrouwde hij ons toe. Vervolgens diende dit religieus intermezzo vereeuwigd te worden met een kiekje. Jezuske zal het ons niet kwalijk nemen denk ik 😊. 
Nu ging het de richting uit waar de Grobbendonkse watermolen staat. De Marc opperde het idee om het traject iets aan te passen en van hieruit de oever van de Kleine Nete te blijven volgen. Dit bleek een goed idee te zijn.  Ikzelf had het parcours iets voorbij Grobbendonk en door Vorselaar iets verkeerd ingeschat kwa onverharde paden. Op deze manier zouden we op een onverhard pad kunnen blijven en een prachtig stukje Kleine Nete kunnen verkennen. 
Op Grobbendonks grondgebied bij de samenvloeiïng van Kleine Nete en de Aa staat nog een eeuwenoude aktieve watermolen. Heel de omgeving rond deze molen doet erg archaïsch aan en wanneer tijdens de winter de Nete buiten haar oevers treedt, is de omgeving meer dan een bezoekje waard. De watermolen van Grobbendonk is een van de mooiste slagmolens van de Kempen. Hij draait nog steeds dagelijks op de kracht van water, er wordt haver en gerst voor paarden geplet. Molen- en aanverwante producten zijn te koop in het aanpalende winkeltje. De watermolen behoorde in de dertiende eeuw toe aan de Heren van Grobbendonk. De watermolen, die door de eeuwen heen driemaal werd verwoest, en het schilderachtige natuurkader zijn sinds 1962 beschermd.  Om iets meer te weten te komen over de rijke geschiedenis van dit historisch kunstwerkje ... hier is er een linkje naartoe :  De watermolen van Grobbendonk 
We liepen er haast voorbij ! Iets verder voorbij deze watermolen staat de oude kasteelhoeve van het kasteel d'Ursel. Een bruggetje over de Kleine Nete gevolgd door een glibberig paadje leidde naar de binnenkoer van de kasteelhoeve het 'Neerhof' genaamd. Tot voor enkele jaren terug was deze kasteelhoeve gedoemd tot verval. Tussen de weilanden strekt zich het 14 hectare tellende kasteeldomein d’Ursel uit. Van het kasteel zelf bleef niets overeind, enkel de kasteelhoeve bleef gespaard. Hier staat sinds de zomer van 2017 Bartel van Riet achter de toog met zijn kersverse echtgenote Dorien Van de Water. Naast leraar lichamelijke opvoeding, landschapsarchitect, TV-presentator en klusjesman is Bartel duidelijk ook een herbergier met ridderlijke inborst. Als kind had hij een enorm ontzag voor kastelen. Dat hij samen met zijn vrouw in deze hoeve een cafeetje mochten openhouden kwam als een geschenk uit de hemel vallen. Ze wilden een cafeetje van honderd jaar oud creëren met streekgebonden herinneringen. De familiefoto’s die er hangen, komen van overal. Je ziet de oude boswachter, maar even goed een Grobben­don­kenaar die het duivenkampioenschap won. Het verhaal van het kasteel en bij uitbreiding deze van Grob­ben­donk en haar bewoners wordt daar in die kroeg erg tastbaar. Ik ben blij dat we dit juweeltje, zij het bij toeval, ontdekt hebben.  In alle geval hebben Bart en Dorien met hun kroeg Grobbendonk nog meer op de toeristische kaart gezet. In de zomer, zo vertelde Dorien, zaten er op het binnenhof wel een 300-tal recreanten. Als je het mij vraagt is de herbestemming van dit Neerhof een groot succes. 
De eerste totter van het jaar is ondertussen een feit. Uitgeschoven over een spekglad modderlaagje maakte ik nogal hardhandig kennis met Moeder Aarde. Gelukkig zonder al te veel narigheid. Met het slijk van jas en broek af te kuisen was de kous al af. Van de morgen stelde ik dan toch vast dat een paar gekneusde ribben het diep ademhalen nogal moeilijk maakte. Binnen een paar dagen is daar weeral niks meer van te merken. Onze maat de Ronny daarentegen is van de ontsteking aan zijn achillespees nog niet genezen. Hij overweegt dan uiteindelijk toch om maar eens naar een doktoor te gaan. Ik heb zo de indruk dat hoe ouder je wordt, hoe langer een reparatie aan je lijf duurt.  


Met die Kleine Nete te volgen werd ons wandelingetje met een 4km ingekort. We kwamen dan ook iets vroeger dan voorzien in Herentals aan. Dit gaf ons de gelegenheid om af te sluiten met een tripeltje in een cafeetje vlakbij de statie. Hier liet Bas, onze wereldfietser, de Ronny zijn gsm rinkelen. Hij stuurde een fotootje vanuit Luanda - Angola door. Hij gaf op het moment een Power Point presentatie van zijn reis aan locals . Op het white screen achter hem een gebeemde slide met onze koppen er op. Het was een foto genomen bij onze eerste ontmoeting met Bas. Het is straf, ons stapclubke internationaal onder de aandacht en onze schrijfsels gepubliceerd  in de buitenlandse pers ... Je zou er zowaar nog capsones van krijgen. Dat laten we niet gebeuren hoor ! Zo de eerste stapdag van het jaar zat er weer eens op.  Ik heb nog wandelingetjes in overvloed die vragen om gestapt te worden. We houden er dus nog niet mee op. 



              

vrijdag 13 december 2019

Singing in the Rain / Brugge - Oostende



Het plannen van onze weekse wandeling werd deze keer overschaduwd door enige twijfel. Nee, niet zozeer omdat het een vrijdag de 13de betrof maar het was eerder het voorspelde hondenweer dat mijn twijfel voedde. Regen zoals vorige week zou ons deel worden. Met bakken zou het eruit vallen volgens Sabine. Klagen gaan we hierover echt niet doen want we konden tijdens onze vorige uitstappen bijna telkens van mooi zonnig weer genieten. Het mag dan wel eens regenen, niet soms ? Die nattigheid namen we er maar bij.

Iets vóór 10u stapten ik, de Ronny en de Catsjoe af in Brugge voor een luswandelingetje in de omgeving.  Breuhhe die Scone, ahow zeg, widder kome eran veur eu toertsje. We laveerden langs de Bouverievest door het park richting het afleidingskanaal en de Sint Pieterswijk. Tot 2 uur in de middag zou het constant oude wijven blijven regenen. Dit volgens de buienradar. Geen mooi vooruitzicht dus. Op een eenzame jogster na was het park aan de Bouverievest volledig verlaten. De aalscholvers, rustend op gevelde boomstronken in het water beloerden ons met een triestige blik. Wie loopt er nu ook door zo een weer ? Regenbroek en poncho kwamen dan ook goed van pas. Voor de Ronny wordt zo een outfit onlosmakelijk aangevuld met een flapperhoed.

Al een ganse tijd lagen we op vinkenslag om ergens onderweg ons kommeke koffie te kunnen consumeren. Prachtige trapgevelwoningen, sommige meer dan 350 jaar oud kwamen we in overvloed tegen. Brugge staat er vol van. De Japanezen kunnen er maar niet genoeg van krijgen en poseren smilend voor zo een trapgeveltje ... voor de selfie natuurlijk. Netjes zoomden deze gevels de brede lanen rond het park af. Hier ga je geen Veritas of een Wibra tegenkomen opperde mijne stapmaat. Net zo min als een kroegje voor onze koffie was mijn conclusie. Dat was er evenmin te bespeuren. Net toen de regen naar een versnellingetje hoger schakelde en met gieten begon, botsten we op het Café du Gaz. Een mooie zaak, dat wel, maar de typische Westvlaamse op argwaan stoelende terughoudendheid van uitbater en kalandizie tegenover vreemden was hier voelbaar troef. Die onsympathieke sfeer werd nog versterkt door het feit dat de uitbater weinig moeite deed om zijn kalandizie vriendelijk te bedienen.
Het gure weer scherpte een ietsiepietsie de honger aan en allhoewel het hier een eet- en praatcafé betrof wilde de uitbater vóór 12u geen telloorke met snacks of hapjes voorschotelen. Oh nee want zoiets was het werk van de kok en die kwam maar eerst op de middag af. Bah, dat weinig sympathiek gedoe porde het voorgevoel wat aan dat deze wandeling geen topper zou worden.  Ach, m'n subjectief oordeel over de Westvlaming spreekt hier. Het zijn immers onverdund hard wroetende landgenoten die het ' Le Plat Pays' bevolken. 'Qui est le mien', voegde den Brel er al zingend nog aan toe, alhoewel hij daar volgens mij meer de Westhoek mee bedoelde. Zijn Marieke woonde immers daar. Jacques Brel's verdiensten lagen dan ook te rapen op de planken van de buhne, eerder dan op de met loodgrijze wolken overschaduwde West-Vlaamsche akkers waar de ontelbare kerktorens de skyline bepalen.
Soms is het wel terecht en menen de Westvlamingen, en zij niet alleen trouwens, dat de Antwerpse Sinjoren naast hun schoenen lopen van pretentie. Ik ga hen niet tegenspreken maar het is me wat 🙂 ! Komaan zeg Jan : Vrede op aarde want de kerst staat voor de deur. Vrede aan alle mensen. Uiteraard aan die van goede wil.

We hielden het daar na de koffie en 2 Omerkes voor bekeken en stapten op wanneer vervolgens de regen wat minderde. Het schof hielden we aan een bushalte. Hier zat je met je boterhammen tenminste droog. Iets eerder zagen we een fietser schoven op een bank onder een dakgoot. Op zijn gemakje speelde hij ongestoord zijn 'stutjes" naar binnen in de drup van die goot. Volgens mijne maat was dit geen idee dat excelleerde in spitsvondigheid. De man in kwestie bleek er evenwel weinig tot geen last van te hebben en at, de regen trotserend smakelijk voort onder zijn lekkende dakgoot.

Tijdens hetzelfde schof werd er besloten om onze bijna 20 paaltjes tellende wandeling iets in te korten. Dat vond ik een briljante zet. Het idee kwam op daar in dat buskotje. De regen maakte het verder stappen immers ver van aangenaam. De geplande toer rond de Brugse Sint Pieterplas zouden we laten voor wat die waard was en via de Lange Rei en het kanaal Gent - Brugge liepen we zo verder door tot aan Brugge statie.  Daar konden we terug op een trein springen om nog even naar Oostende te sporen. Even een kort wandelingetje op de 'zeidik' mocht er nog wel bij. Het was immers nog vroeg op de dag.

Daar in de koninginnebadstad aangekomen was de aanblik van het straatbeeld zelfs nog troostelozer. Met regenen was het dan wel ondertussen opgehouden maar een 10 Beaufort aan wind kregen we ervoor in de plaats. Gisteren werd er zelfs 12 Beaufort opgemeten volgens een Oostendse autochtone inwoner. Op de zeedijk striemde het door de wind opgejaagde zand in je gezicht. Iets verder werden er tegen gevels, taluds en dorpels zandheuveltjes gevormd. De huilende wind liet alles wat een beetje los zat aan gevels of paaltjes er vrolijk op los rammelen. Onstuimige golven spatten wild op tegen de golfbrekers en bezorgden onze Noordzee een woeste en dreigende aanblik. Meeuwen vlogen tegen de wind in maar kwamen geen millimeter vooruit, ze krijsten zelfs niet eens. Verder zag je geen mens op straat. Her en der slingerden steps rond op het voetpad, geen toeristen, overal spookterrassen, geen go-karretjes, geen vliegers, strandballen of jokari's (zie je die eigenlijk in de zomer nog wel ?). Wel hebben we enkele rare vogeltjes gespot. Ik had ze nog nooit gezien. Het bleken steenlopertjes te zijn. Het zijn vogeltjes die op doortrek zijn of op logies als wintergast. Ze zaten aan de rand van de havengeul hun pluimpjes te schikken. Veel bracht het niet op met die straffe wind.  Het moeten dan toch geen onbekenden zijn aan onze kusten maar ik, ik had ze nog nooit gezien.

Lang hebben we daar op die zeedijk niet rondgelopen. Te guur, we waaiden er omver. We besloten onze trip af te ronden in het eetcafeetje de Pica Pica op het mijnplein en tevens de stamkroeg van den Theo een excollega . Deze kroeg werd door de één of andere gazet verkozen tot  de beste kroeg van Oostende. Althans zo vermeldde een goed zichtbare oorkonde, op ooghoogte ingekaderd boven de pisbakjes in het toilet. Den Theo was er echter niet. Op het kasbonnetje lieten we na betaling een boodschap achter voor onze maat. De kroegbaas zou hem deze boodschap bezorgen met onze complimenten : "Beste Theo. Sorry maar we zaten zonder geld. Wil jijj voor ons deze rekening eventjes vereffenen ? Waarvoor onze wegemeende dank. Neem er trouwens ook ééntje en laat hem je smaken. Amicale groeten, Jan en Ronny". Voor een onschuldig grapje zijn we dus altijd wel te vinden. Dat moet kunnen, we leven al te veel in een verzuurde maatschappij. Om 10 na 5 vertrok in Oostende de trein terug naar huis. Nee het was zeker geen topdag vandaag maar thuis zitten zou nog een mindere optie geweest zijn. 

Met de eindejaarsperikelen wordt het wandelen nu even on hold gezet. In het nieuwe jaar kunnen we nog genoeg wandelingetjes maken. Die zijn er in overvloed.  Altijd vind je hier of daar wel een nieuw toertje. Zo, ik laat het hier bij. In opwachting van het nieuwe stapjaar, heb je mijn bescheiden groet. Prettige eindejaarsfeesten alvast !




vrijdag 6 december 2019

Kempervennen NL en van Willebroek naar Temse

Vandaag vond ik opnieuw de tijd terug om met de stapmaten Hugo, Ronny en Catsjoe een wandelingetje te doen. Dit tussen al het gehannes met Sinterklazen en Zwarte Pieten door die momenteel in overvloed het dagelijks beeld kleuren. Verleden week zat een wandelingetje er helemaal niet in. Ronny zat aan de zee met z'n vriendenkring, Hugo ... ik kan het waarom me niet meer herinneren maar waarschijnlijk was het een dineetje hier of daar. De Marc en Angelo moesten nog wat oefenen voor hun zwanezang op het werk. Binnenkort zwaaien ze af. Ze worden 'op rust gesteld'. Laat me schrijven 'pensioen' want dit oogt in hun geval iets beter. 'Op rust' ligt wel een klein beetje in het verlengde van hun huidige beroepsmatige bezigheden. Graptje M & A ! 😛, 't is voor te lachen jongens !  

Laat me beginnen met de Kempervennen. Daar huist er een resort van Centerparks waar ik een weekendje geboekt had met kroost, aangewaaiden en nageslacht. Kempervennen ligt vlakbij Valkenswaard, dichtbij Eindhoven. Men spreekt daar van de Brabantse Kempen. Een erg mooie streek ! Tussenin het familieonderonsje ben ik even op verkenning gegaan. Een hele dag solo gaan wandelen zou misplaatst geweest zijn dus had ik daar voor mezelf een klein toerke uitgestippeld rond het grote MalpievenWat een prachtige streek is me dat daar zeg !  'Malpie': Deze raar klinkende naam werd waarschijnlijk ontleend aan het Franse 'Mal Pays' ten tijde van de Franse bezetting. Een andere theorie, die waarschijnlijk de juiste is, is dat het woord een afgeleide is van het oud-Nederlandse 'maal pee'. Maal betekende toen grenspaal en pee betekende een zandrug, of zandpad. Dus een plaats waar paden op een zandrug naar een grenspaal leiden. 



Het Natuurreservaat De Malpie gelegen rond het Groot Malpieven is een uitgestrekt heidegebied met vele grote en kleinere vennen. De grote vennen zijn het Molenven, het Wasven, het Pastoorsven en de Vaarvennen. Sommige vennen, met name het Molenven en het Pastoorsven, zijn vermoedelijk aangelegd of gebruikt als visvijvers.  Het heidegebied is een van de laatst overgebleven oorspronkelijke Brabantse heidegebieden. De Dommel stroomt dwars door het gebied, tussen de heide en de beemden. Aan de oostzijde van de Dommel liggen de Malpiebeemden, die bestaan uit kleine veldjes grasland, moerasbosjes en moerassen. Het beekdal, waarin de meest zanderige bodem afwisselt met venige en lemige plekken, vormt een mooie, vloeiende overgang naar de laaggelegen dekzanden van de eigenlijke Malpie. Ik trof daar een zalig wandelgebied aan.  







-------

Den Hugo moest vandaag op tijd thuis zijn dus moest er een wandelingetje afgepitst worden dat niet te ver van huis lag en garantie bood op een tijdige thuiskomst voor hem. Ik heb dan gekozen voor het trajectje Willebroek - Temse. 



Sporen tot in Willebroek en terugkeren naar Temse met de voettram. Het voordeel van dat laatste vervoermiddel is dat dit nooit vertraging heeft tenzij je uitschuift over een bananenschil en daarbij een been breekt of zoiets in die aard. Alleszins hoef je geen rekening te houden met eventuele opstoppingen, files of motorpech. Dit gezegd zijnde staken we rond 9u van wal in Willebroek aan het station. Goed voorzien van regenkledij weliswaar want het zou de ganse dag druppelen. Een grijsgrauwe hemel sloot twijfel hieromtrent uit en bevestigde hiermee deze voorspelling. Gewapend met een paraplu, volgens onze Ronny een attribuut voor stappers-losers, begaven we ons richting A12. Bij regenweer opteert en zweert onze Ronny bij een hoed en een poncho met de looks van een overjaarse krop sla. Een onderweg tegengekomen mediotheek met scootmobielen in de vitrine zette de Ronny aan tot de mijmering dat wanneer het stappen ons niet meer zou lukken we beroep zouden kunnen doen op zo een elektrisch karretje. Dit zou ongetwijfeld een oplossing kunnen bieden. Hij moet zich volgens mij hierin al eerder verdiept hebben want volgens hem waren er al zelf uitvoeringen met rupsbanden voor recreatieve activiteiten in een bos. De volgende stap zal er één zijn op hoovercraft-technologie volgens mij.  Wacht maar, waarom niet ? Na de brug over de A12 kwamen we zo aan in het Hof ter Zielbeek. Een mooi parkdomein in Ruisbroek en dat zou teruggaan tot het jaar 1232. De historie hieraan verbonden is wel interessant om te lezen : Hof ter Zielbeek . Met de aanhoudende regen kwam de schoonheid van het park niet geheel tot haar volste recht. Maar goed, we pikkelden verder.  Een mooi vlonderpad liep tot aan de spoorweg die gevolgd werd tot in Sauvegarde. Een stop in café Prado sprak voor zichzelf. De koffie met andere woorden. Café Prado, niet te verwarren met 'Het Prado', het vermaarde Madrileense museum ! Dit Prado was een stijlvol dorpskroegje met een schat van een uitbaatster.  Het zegt veel over het sympathiegehalte van de uitbating wanneer je hond wordt aangehaald met een bakske water en een snoepje. In dit Prado was dit alleszins het geval. In Madrid zou je nog zelfs niet voorbij de ingang geraken met je viervoeter. 


Het valt nog moeilijk te bevatten dat 43 jaar geleden een ramp ons wandelgebied trof. Een bres in de Rupel teisterde de woonkernen Hingene, Eikevliet en Ruisbroek. Het was niet de eerste keer. Er werden er door de eeuwen heen verschillende genoteerd. Het dijkonderhoud en de getijdenwerking op de Rupel speelden Ruisbroek dus meermaals parten. In Ruisbroek was de dijkbreuk van 3 januari 1976 de meest indrukwekkende. Vooral omdat de bres slechts op 10 april 1976 gedicht kon worden. De getijdenwerking in het stroomgat was veel te sterk om de bres sneller te dichten. Nadien begon de schoonmaak en was de openbare verontwaardiging en politieke druk groot genoeg om werk te maken van een Vlaams Deltaplan: het Sigmaplain 1976. Ze zijn er nog mee bezig. 

We volgden een stukje de Vliet tot in Eikevliet waar we een picknicktafeltje wilden scoren. Jammer genoeg leenden de klimaatomstandigheden zich hier niet voor en stapten we door tot in Wintam. Onderweg stopten we aan een kapelletje om een bougieke aan te steken. Aangezien een theelichtje van 0,50€ niet in verhouding stond tot het beoogde doel werd het een noveenkaars van 3,50€. Noveen ..., afgeleid van het Franse woord neuf, negen ... die brandt 9 dagen aan één stuk en dat kan toch wel tellen. Het doel, namelijk de voorspraak bekomen voor een behouden fietstocht van Bas. Zijn exploot om rondomrond de ganse wereldbol te fietsen mag dit wel hebben. Het is een prestatie die al kan tellen ! Vandaar ook dat iets lijvigere bougieke. Hij rijdt nu met zijn velo op het eiland Sao Tomé, pal op de evenaar. Eveneens brandt dat bougieke voor m'n soulmate Els die Bas zal gaan vergezellen wanneer hij iets meer zuidelijker in Botswana zal toeren. Dat het haar gegund weze. Een fietstocht in Afrika, daar droomt ze al zo lang van ! Het ongewisse avontuur waarin je je als vrouw zijnde stort zonder een betrouwbare fietsgezel te vinden legde een loodzware hypotheek op het verwezenlijken van haar droom. Fingers crossed, laat haar droom alstublieft uitkomen ! Bijgaande foto werd via Whatsapp doorgestuurd. Bas kon ons gebaar ten zeerste op prijs stellen.  Voor wie het nu niet even kan vatten : Onze ontmoeting met Bas. Verder geeft deze bijdrage ook iets meer licht :  Floris V pad. Samen met Els op Bas' s uiteenzetting in Eindhoven

In een eet en praatcafé daar in Wintam was het niet toegelaten om onze bokes binnen te spelen. Begrijpelijk maar de uitbaatster stuurde ons vriendelijk door naar café 'Het Vredesoord'. De sympathieke uitbater maakte helemaal geen bezwaar. Tripeltje, koffie, Palmke, al dan niet schuimend, het smaakt altijd bij een boterhammetje. Vrouwelijke kalandizie was er in het Vredesoord niet te bespeuren. Ik vermoed dat de 'Quote van de dag' die in sierlijke krijtletters op een bord was aangebracht hier voor iets tussen zat. 😜. De gehanteerde slogan bleek helemaal niet vrouwvriendelijk te zijn. Voor de rest was het een zeer gezellig kroegje. En het mag, nee het moet  vermeld : De Sint was genadig geweest voor den Hugo. Deze morgen vond hij bij het opstaan een hele hoop lekkers op zijn nachtkastje. Hij deelde gul zijn verdiensten ten gevolge van zijn status zijnde een 'Brave Jongen' met ons.  Met mandarijntjes, marsepein en, voor de overzeese lezers, Belgian Chocolates had de Sint hem bedacht 😂. 


Na het schof ging het richting Buitenland uit. Het regende nog steeds. Eigenaardig genoeg vind je dat op de duur zelfs niet meer eens onaangenaam.  Even schuilen nog met een laatste stop in de Sinte Vadde vooraleer we langs het stort van Buitenland naar Temse wandelden. Hugo merkte op dat je niet wil weten wat er daar allemaal onder de grond verborgen ligt. Daar was de scheldebrug al zie ! Vanop de scheldebrug gezien biedt de kaai van Temse wel een sfeervolle aanblik. Althans volgens mijn oordeel. De lichtjes van de talloze cafeetjes en restaurantjes bepalen hier de skyline. Ja, en eens op die brug terechtgekomen was ons liedje uitgezongen. Hugo was op tijd in zijn heimat, ik en Ronny spoorden verder naar huis. Een geweldige dag weeral.