Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht wezemaal. Sorteren op datum Alle posts tonen
Posts gesorteerd op relevantie tonen voor zoekopdracht wezemaal. Sorteren op datum Alle posts tonen

donderdag 19 oktober 2017

De Hagelandse Heuvels tussen Wezemaal en Kortrijk-Dutsel

Het mooie stapavontuurtje in de Ardennen was nog maar nauwelijks verteerd of het Santiagogenootschap kwam aansluitend met een herfstwandelingetje voor de dag. Afspraak met de Ronny op zondag om 10u in Kruibeke in Café 'Ons Huis' achter de kerk. De Catsjoe bleef thuis. De opzet van de organisatoren, stuk voor stuk vrijwilligers van het genootschap, was om tijdens een wandelingetje informatie te verschaffen aan eventuele kandidaat pelgrims. Een 30-tal leden meldden zich present. Pelgrims in spé waren er echter niet te bespeuren. Maar goed, het mooie weer zorgde voor een ontspannen sfeertje tijdens de wandeling. Een simpel rondewandelingetje langs de overstromingsbekkens van Kruibeke en de Scheldepolder. Een waterval stond ook op het programma maar die treedt enkel maar in werking bij giertij. En zo kon je ook eens naar de verhalen van andere Santiagogangers luisteren. Toch markant dat het begrip 'toeval' steeds komt bovendrijven in die verhalen. Leo, een meestappend genootschapslid, vertelde dat hij op een bepaalde plaats in Frankrijk een keuze moest maken omtrent de te volgen weg op een tweesprong. Nergens een aanduiding te vinden dus de kans was fifty/fifty om een verkeerde weg in te slaan. Hij besloot het pad te volgen dat een fluitend vogeltje hem leek aan te wijzen. Dat vogeltje bleef nog een hele tijd kwinkelerend kleine stukjes voor hem uit vliegen alsof het hem wou gidsen. Het bleek achteraf de juiste weg geweest te zijn. Enkele jaren later leest hij met verstomming een pelgrimsgetuigenis in het één of ander pelgrimstijdschrift. Daarin leest hij dat op krak dezelfde plaats daar in Frankrijk de schrijver van de bijdrage identiek dezelfde ervaring heeft gehad. Tja, opdat moment maak je dan toch de bedenking of je dit allemaal niet gedroomd hebt !


Met de intrede van de herfst komt de inspiratie voor het componeren van wandelingetjes ineens terug naar boven. Ineens heb ik er een tiental uit mijn toverhoed kunnen halen. Het Hageland is er eentje van. Ik ben er al wel eens in de geburen geweest, maar nog niet er midden in. Landschappelijk heeft het Hageland veel gemeen met Toscane in Italië wat ook geldt voor het aangrenzende Droog Haspengouw. Deze interpretatie komt niet van mij, ik heb het gelezen. Het Hageland wordt in het zuiden begrensd door de heuvelrug van de Pellenberg en in het zuidoosten door de loop van de Velpe. De oostgrens van het Hageland wordt gevormd door de Gete en de noordgrens door de vallei van de Demer. 
Het dorp Wezemaal, startplaats van onze wandeling, groeide uit tot een bedevaartsoord in de XVde eeuw. Sint Job moest de verzuchtingen van de pelgrims daar incasseren. Job, een welgesteld en gezegend man, tevens zeer Godvrezend werd door Hemzelve ten gronde gericht. Het resultaat was dat hij alles kwijtspeelde. Fortuin, gezin, gezondheid en geluk. Als een arme sukkelaar moest hij de geschiedenis instappen. Een folieke van God, zogezegd om hem op de proef te stellen. De Alwetende, hoe leg je het allemaal uit, moet dan toch zijn twijfels gehad hebben. Om die klus te klaren deed hij beroep op de hand en spandiensten van de Satan ... pfffft, wat hebben ze ons toch allemaal wijsgemaakt ??? Mensenlief toch,  het is een vette kluif voor theologen. 


Soit, Wezemaal werd het belangrijkste bedevaartsoord van Sint Job in de Nederlanden. Tussen 1496 en 1520 werd een recordaantal aan pelgrims opgetekend. Dit als gevolg van de grote syfilisepidemie die Europa vanaf 1496 teisterde. Rond 1515 trokken minstens 23.000 bedevaarders naar Wezemaal. Van de duizenden metalen pelgrimsinsignes die in de kerk aan pelgrims werden verkocht zijn er exemplaren teruggevonden in Nederland en in Canterbury in Engeland. Business as usual. 

Goed, ik heb nog geen stap gezet tot nu toe. Een lus van 23 km met een 300-tal hoogtemeterkes middenin het Hageland was de opzet.  Na een vlotte treinreis, waar zullen we het schrijven, stapten we rond 11u af in het station van Wezemaal.




Den Angelo stond ons al op te wachten, Ttz ik, den Hugo, de Ronny en de Catsjoe. Here we go, een rondje met de klok mee, het kompas gedraaid richting de Wijngaardberg. Opletten Janneman met dat Angelsaksisch taal'mis'bruik. Onze Nederlandse taal is mooi genoeg om het met andere woorden te beschrijven. We waren dus de 'pist in'. Na nog geen kilometertje zaten we al buiten de bebouwing en aan de rand van die Wijngaardberg. Een venijnig klimmetje naar boven en ik werd al direct gewaar dat dit een mooie trip zou worden. Inderdaad na afloop van deze wandeling mag deze zich met stip nestelen in mijn top 5 van de dagstappers. Het was onvoorstelbaar mooi weer voor half oktober. Na een uurtje stapten we al in korte mouwtjes. Met recht en reden mocht er geklapt worden van een 'Indian Summer'. Lap, weeral zo een Engels woord dat er tussenkruipt. Vele schoolkinderen liepen daar in het bos op de heuvelflanken. Het was dan ook een uitgelezen dagje voor de leerkrachten, goeiemorgen juffrouw, om een educatieve klasuitstap met het bos als thema op de schoolagenda te plaatsen. Links en rechts vonden we mapjes opgehangen aan de bomen waarin tekst en uitleg werd gegeven van de te ontdekken wetenswaardigheden. Holle wegen bijvoorbeeld waar de regen gezorgd heeft voor de vorming ervan in de heuvelflanken. Getuigenheuvels die je een authentieke blik geven op het landschap zoals het er in de oertijd uitzag. Een boeiende les natuurkennis zo midden in het bos. Groot gelijk geef ik die juffrouwen en meesters met op die manier les te geven. De opgedane leerstof blijft dan beter hangen bij die jonge gastjes. Ik kan me uit de lessen natuurkennis destijds enkel nog de dissectie van een konijn herinneren en een les over de voortplanting. Hoofdactoren in deze laatste waren een kieken en een ei. Het feit dat mijn lagere school een college was en dientengevolge gerund werd door pastoors zal dan ook wel niet vreemd in de oren klinken.

De Wijngaardberg is één van de laatste onaangetaste getuigenheuvels van het Hageland. Ze hebben de tand des tijds doorstaan. De heuvel is 72 m hoog en werd tijdens het Tertiair gevormd door de Diestiaanzee. Het ijzerzandsteen dat in de berg wordt aangetroffen vindt men terug in het onderste deel van de toren en de zijbeuken van de Sint-Martinuskerk in Wezemaal. Tijdens de eerste helft van de 19e eeuw werd op de zuidelijke flank van de berg aan wijnbouw gedaan.  De in 1995 geklasseerde wijngaardmuur moest de wijnranken beschermen tegen de noordenwind. Tussen al de wijngaarden op de flank staat er nu nog 1 wijngaard waar de druiven geteeld worden net zoals ten tijde van de middeleeuwen. 
Op de flank van die Wijngaardberg, pal onder een appelboom, werd de picknick in gang gezet. Een gammele picknicktafel, een stralend zonnetje, een betoverend uitzicht op het glooiende landschap met wijngaarden ... zet daar enkele goeie flesjes wijn bij, het Ardeense hammetje uit Rochefort van verleden week, een Camenbertkazeke, wat sausiskes, een zakje met noten, een paar maatjesharingen en wat goed belegde bokes en je waant je weeral in de hemel. Enige rustverstoorder van dienst was een hond die gedurig blafte achter een naburig hek. Hij stelde onze aanwezigheid duidelijk niet op prijs. Het werkte danig op de Ronny zijn zenuwen. Met kennis van zaken en een sauciske bracht hij deze viervoeter tot bedaren die daarop afdroop. De staart tussen zijn achterpoten gekruld. 
Den Angelo klopte bij wijze van afscheid aan deze paradijselijke picknick nog wat appelen uit den boom voor den Hugo. We konden weeral verder ! Volgende stappen voerden ons naar het Kasteel van Horst, we zaten halverwege de wandeling. Onderweg daar naar toe kon de Ronny het niet laten om in een badkuip te kruipen met het verzoek om dit op de pelicule vast te leggen. Een badkuip dienst doende als drinkbak voor de koeien in de wei. De Catsjoe vond het maar niks en joeg al blaffend de koeien weg die uit curiositeit hun drinkbak met daarin de Ronny kwamen inspecteren.  Een plezante noot in de aanloop naar dat kasteel. Daar stond er een schreeuwlelijke kunstverzameling opgesteld.   Ik vermoed dat het thema 'baksteen' was. Een verzameling paletten met bakstenen stond er tegenover het kasteel geposteerd. Het contrast was afschuwelijk maar misschien was dit wel de opzet van deze tentoonstelling. Iets eerder stond er op een betonnen sokkel een bakstenen bouwsel vol spleten. Ik denk dat het een gemetselde muur moest voorstellen. Daarbovenop een betonnen afdak. Kunst moest dat voorstellen. Als het al een functie had dan was het die om daar ter plaatse mensen samen te brengen om dan gezamelijk de afschuwelijkheid ervan ter sprake te brengen. Zo maakten we daar kennis met Gerda die onze mening deelde aangaande dat 'kunstwerk'. Een toffe madam die tot onze verbazing spontaan inging op het aanbod om samen iets te gaan drinken wat verderop aan het kasteel. Leuke babbel weeral bij een lekkere tripel van Horst. Wat betreft dat mottig kunstwerk vol spleten kwamen we tot de slotsom dat men dit het best als 'De Klaagmuur' kon omschrijven. Spleten genoeg om er papiertjes in te stoppen. Wandelen brengt mensen tesamen. Met een auto ga je dat moeilijk kunnen verwezenlijken. Gerda was pedagoge en daar op dat terras ontspon er zich een leerrijke babbel. Ze woonde in Wezemaal maar was afkomstig uit Antwerpen. Blijven plakken na haar studies in Leuven.  Het gebeurt wel eens meer. We namen afscheid van Gerda die ons nog een tegenaanbod presenteerde om even langs te komen in Wezemaal. Ze had echter nog maar 1 pintje in huis en die avond moest ze nog naar de ukelele-lessen. Nee dankjevriendelijk, we moesten dringend opstappen. Onzen Angelo werd wat ongeduldig gezien het late uur en de onbetrouwbare stiptheid van den ijzeren weg om nog thuis te geraken. Tot ziens beste Gerda ! Ik kreeg bij het afscheid nog een knuffel begot. 
Het was dus ongemerkt vrij laat geworden. Rond 5 uur begonnen we aan de terugtocht. Het zou al vlug beginnen donkeren. De laatste zonnestralen schilderden het glooiende landschap in magnifieke kleuren. Daarenboven waren we getuige van een magistrale zonsondergang.  Sjieke dinges ! De terugweg vlotte verbazend snel. Iets moeten inkorten op het laatste om nog samen een pintje te kunnen pakken in een kroegje. De deur van Café het Sportlokaal stond vanwege de warme buitentemperatuur nog uitnodigend open. Vooruit dan maar, een pintje kan er nog wel bij. Den Angelo vroeg om  wat nootjes aan de cafébaas. Bij een pintje smaakt dat wel. Eerst beweerde die vent dat hij geen nootjes bezat. Een stamgast aan de toog deed zijn beklag door te beweren dat in de 20 jaren dat hij klant was van het Sportlokaal, hij nog nooit een nootje had gekregen van de kroegbaas. Die gast was dan ook verrast dat er 2 telloorkes vol apennoten op ons tafeltje belandden. Die cafébaas zal vanaf nu zijn klanten ook wat meer van nootjes moeten voorzien. 
Dit is weeral een uitgelezen dag geworden. Een mooie afsluiter voor de zoveelste keer. Nog de trein op en naar moeder de vrouw. Het was mooi geweest.     



12292 Created with flickr slideshow.

maandag 1 juni 2026

Rotselaar in het Hageland

 

Kwestie van de gezondheid en de fysiek wat op peil te houden hou ik mezelf eraan om dagelijks een staptochtje van om en bij de 10 km te ondernemen. Bedoeling is om min of meer in vorm te blijven voor het deftigere werk. Erg graag zou ik nog in september een camino lopen vanuit Malaga, de Camino Mozarabe, en dan hoop ik er niet van uit te moeten gaan dat m'n corpus er een andere mening op zal nahouden. Een camino in 2025 moest ik op m'n bil schrijven. Voorjaar 2025 deed m'n kleindochterke Leonie haar 1ste communie. Dat wilde ik niet missen maar ook perikelen met de wederhelft haar gezondheid, zowel in het voor- als najaar strooiden helaas roet in het eten. Dit voorjaar werd dan m'n kleindochtertje Rosalie geboren en ook hier zou het niet gepast geweest zijn om afwezig te geven. Bovendien was er zo tussen al die plooien door die peesplaatontsteking die voor de nodige ellende zorgde. Ik hou even hout vast, in dit geval m'n eigen kop, in de hoop dat ik in september naar Malaga kan afreizen. Enige angst voor het moeten afblazen van dit feestje is me niet vreemd aangezien de jaren aantikken en er geen garantie meer wordt gegeven op de bedrijfszekerheid van lijf en leden. Maar goed, indien dit zou opspelen, laat ik alleszins het gezond verstand primeren en leg me bij de situatie neer. Alleszins geen zotte kuren begaan. Maar we zien wel, que sera sera, whatever will be will be ...  ! Tot die vaststelling kwam zelfs Doris Day in 1956 toen ze in de film The Man Who Knew Too Much van Alfred Hitchcock speelde. 't Is van alle tijden !

Nu die toerekes rond de kerk hier in het dorp zijn wel wreed aangenaam doch als je dit kan combineren met het wekelijkse wandelingetje met de stapmaten of solo met een muziekje in de oren  ergens op een andere leuke lokatie wordt er voor wat afwisseling gezorgd. Zo las ik in de wandelkalender dat er op zondag 31/5 in het Hageland een wandeling werd ineengestoken door wandelclub 'De Bollekens'. Deze club telt 222 leden en is gevestigd in Rotselaar. Waarom zou ik het daar eens niet gaan verkennen ? Ik nam de trein en rond 9u stapte ik af in Wezemaal. Aan dit station heb ik nog herinneringen ! Gerda Van de Moortel, een vormingswerkster - therapeute en een erg sympathieke madam leerden we kennen in 2017 tijdens een wandelingetje in Wezemaal. Kijk : Wezemaal - Hageland en de Wijngaardberg.  Haar huizeke vlak bij de statie van Wezemaal zou door de spoorwegmaatschappij onteigend worden en dat had toentertijd vele vuile voeten in de aarde. De ganse procedure van de onteigening zou haar geweldig benadelen waardoor ze zich genoodzaakt voelde om haar belangen te verdedigen via onder meer de sociale media. Welnu,  het station van Wezemaal is nu een immense bouwwerf. De overweg met slagbomen is weg en men is bezig met een tunnel aan te leggen onder de sporen. Het huizeke van Gerda is ondertussen gesloopt want het moest plaats maken voor een parking. Niks is eeuwig. Nu heeft Gerda haar praktijk in Ham en uit haar posts op FB kan ik opmaken dat ze het goed stelt. Fijn voor haar zo !

Over naar de wandeling nu. Deze keer werden er wandelingen tussen de 5 en de 30 km uitgetekend ten noorden van de spoorweg Leuven - Hasselt. De start lag op een goeie 2km van de statie, meer bepaald in het Montfortcollege van Rotselaar. Na het inschrijven nog vlug een kommeke koffie slurpen en weg. Ik koos voor de 16 km. Met het stukje op en af naar de startplaats zouden het er 20 worden. Dat moet niet meer zijn. De eerste kilometers gingen in de richting van het natuurgebied 'De Gevel', een oude Dijlemeander net over de grens met Rotselaar. Het gebied heette oorspronkelijk Gever, afgeleid van het Germaanse 'gabra', wat moeras betekent. Waterdichte schoeisel is er aangeraden ondanks de vele knuppelpaden. Onlangs was er veel wateroverlast in het Vlaamse Brabant en dat had zichtbaar sporen nagelaten. De planken van de kluppelpaden waren doorweekt en glad. Veel slijk was er ook en dus werd het opletten op de paden. Veel paden waren aangelegd met dwars naast elkaar neergelegde boomstammen. Daar moest je ook goed op uitkijken van waar je voeten neer te zetten. Alleszins werd dit een mooi stukje wandelen in een omgeving van rietkragen en nat bos. Het was een voorproevertje van het 'Weduwebroek' dat vervolgens aangesneden werd. Een broek was oorspronkelijk een moerassig gebied langs een rivier. Dit gebied werd in de middeleeuwen omgezet in grasland. Vooral langs de rivieren Demer en Winge tref je deze broeken aan. Het Weduwebroek, of kortweg 'de Weduwe', lag ten westen van de Winge.  De omschrijving ‘Weduwe’ heeft hier niets te maken met het huidige woord. De oudste gekende vormen zijn ‘wedau’ (1381) en ‘wedu’ (1393). Het Middelnederlandse woord ‘wedauwe’ is samengesteld uit ‘wede’, wat wilg betekent, en ‘ouwe' (auwe), waterrijk laagland. Weduwe betekent dus: een met wilgen begroeid waterrijk terrein. En zo zag deze weduwe er ook uit. Deze informatie heb ik gepikt bij Dr. Bart Minnen, historicus verbonden aan de KU Leuven. Ere wie ere toekomt !

En voila, dat weten we ook weeral. Volgend kapelleke betrof een bezoekje aan het domein 'Ter Heide', in de volksmond als 'De Plas' uitgesproken. Deze plas ontstond in 1975 na de zandwinning voor de aanleg van de E314. Het domein is 23 ha groot en opgedeeld in verschillende zones, met elk een eigen toegangsweg en specifieke recreatiemogelijkheden ttz zwemmen, surfen, peddelen en vissen.  Ik maakte er al rond wandelend een vergelijking met het recreatiedomein 'De Ster' in Sint Niklaas. Daar in Sint Niklaas kampt men tegenwoordig met overlast van allochtone jeugdige bezoekers uit de hoofdstedelijke regionen. Die maken het er volgens de media dermate bont dat de lokale bevolking er met hun kroost niet meer durft te komen. Hier aan die plas was het nog peis en vree maar voor hoe lang nog ? Amokmakers weren ? Dan zoeken deze niksnutten wel andere oorden op om hun crapuleuze capriolen bot te kunnen vieren. Halverwege de rondgang om die plas werd het pad verlegd naar het centrum van Heikant. In de parochiezaal was er een rustpunt voorzien en het mag gezegd worden dat die wandelclub kwa catering alles voortreffelijk georganiseerd had. Ook de bepijling van het parcours was tip top in orde met duidelijke aanwijzingen voor de te volgen afstanden en splitsingen. Bravo, het feit dat er 1330 wandelaars werden genoteerd voor deze trip getuigt van een succes. Enkel met een kwalitatief hoogstaande organisatie kan je een zulk succes betrachten. Op dat rustpunt hield ik m'n schaft en na een kwartiertje kon de wandeling vervolgd worden.

Na enkele minuutjes kreeg ik het gezelschap van Jean, een Diestenaar en ex-pelgrim. Ik wandel doorgaans op m'n gemakske en op mijne 'ralenti' aan een gemiddelde van 4,6km/u. Ik schat dat die Jean me tegen de 6km/u voorbij sjeesde. Dat is de snelheid waarmee de soldaten van Napoleon indertijd naar Rusland opmarcheerden. Ik merkte bij het voorbijsteken de badge op met de St. Jacobsschelp. Die was op zijn rugzak genaaid. Nou moe ! Niet verlegen om een klapke riep ik hem na. "Hey ! Ik zie de St. Jacobsschelp op je rugzak. Ben je dan naar Santiago geweest ?". Awel, dat waren de laatste woorden die ik uitgesproken heb vooraleer de eindmeet te bereiken. Ik kreeg geen speld tussen zijn zondvloed aan verhalen die hij opdiste aangaande zijn camino's. Albergues, steden, tussenstops in dorpkes, namen van andere pelgrims, hij kende ze allemaal nog van buiten en ze passeerden de revue in één grote woordenstroom. Eén van z'n stapmaten was een Spanjaard en die heette Jezus. Van Jezus wist hij te vertellen dat hij stokdoof was. Jezus droeg echter hoorapparaatjes. 's Avonds nam hij die uit z'n oren en volgens Jean hoorde hij dan geen snars meer. Ik vermoed echter dat de Jezus z'n doofheid een beetje fakete om een beetje tot rust te kunnen komen na een gehele dag de spraakwaterval van de Jean getrotseerd te hebben. Alsof ik aan zijn retoriek zou durven te twijfelen smukte hij z'n verhalen op met ontelbare foto's die hij op z'n gsm had verzameld. Ach, het was een vriendelijke mens die Jean maar ergens was ik blij dat ik de eindmeet had bereikt en Jean gewag maakte om er nog een extra toerke aan te breien. Ook hij zou de trein terug in Wezemaal moeten nemen en waarschijnlijk hadden m'n oren het begeven of kon ik geen heirkracht inroepen vanwege doofheid. 

Zo het zat er op. Nog een klein anderhalf uurtje sporen en dan de fiets op. Iets later was ik terug thuis. Ik mag zeggen dat het een mooie wandeling werd. Niet alleen het gevarieerde parcours en het sjieke weer weze geprezen maar ook de wandelclub De Bollekens voor hun mooie inzet. Zij mogen delen in mijn hulde 😏😏😏. Tot een volgende dan maar weer.


donderdag 12 juli 2018

* Het mooie Hageland. Van Wezemaal naar Leuven





Afgelopen dinsdag heb ik m'n geloofsbrief aangevraagd bij het genootschap voor m'n op stapel staande tocht naar SdC. Zonder geloofsbrief en stempelboekje wordt het moeilijk om gebruik te maken van de pelgrimsherbergen. Maar ook aan het einde van je tocht kun je enkel aanspraak maken op je pelgrimsdiploma wanneer je je stempelboekje kan voorleggen. Op de site van het genootschap spreekt men van minstens 4 weken op voorhand daar werk van te maken. Groot was mijn verbazing dan ook dat op woensdag het boekje en de geloofsbrief al in de bus zaten. Ja, de man binnen het genootschap die daarvoor zorgt, Chris Cardinael, heeft in '15 met mij een stukje Via de la Plata gelopen. Toen heeft hij ook voor m'n documenten gezorgd. We kenden elkaar van haar noch pluim en hebben mekaar op de Weg ontmoet. Jammer genoeg heeft Chris, geplaagd door een maag-darm infectie z'n tocht toen moeten onderbreken. Bij mijn schrijven voor de aanvraag deze keer had ik een extra groetje voor hem bijgevoegd. Een hartelijk mailtje werd er teruggestuurd. Nee deze keer zouden we elkaar niet treffen. Een off-jaar voor hem. Na onze ontmoeting heeft hij nog gepelgrimmerd tussen Porto en SdC. Van Samos  naar SdC heeft hij verleden jaar met z'n dochter gestapt. Het was leuk vast te stellen dat hij nog steeds de geloofsbrieven opstelt. Zo kon ik vernemen hoe het met hem was vergaan sinds onze ontmoeting op de Zilverroute. 


Wat valt er nog te vermelden ? Oh ja natuurlijk ! Het etentje bij onze stapmaat den Hugo. Ik zou het verdorie nog vergeten.  Een waar barbecuefestijn waarvan de regie in handen lag van zoonlief Evert. Gezellig, de wijn vloeide rijkelijk, het eten was van een exclusief niveau en de tafelgesprekken aangenaam en onderhoudend. Uiteraard bepaalden de verhalen rond onze wandelexploten de teneur van de gesprekstof. Plezant, je voelde je welkom. Prachtige omkadering ook want onze maat en zijn echtgenote Agnes hun Engelse tuin zorgde voor een passend decor bij dit culinair onderonsje. Een volgende keer zal het mijn beurt zijn om iets op poten te zetten. Maar zoiets is leuk. Het versterkt de vriendschap en de waardering voor elkaar. Ik moet nog een datum pinnen hiervoor. In de vakantieperiode zal dit wel puzzelen worden. 

Stappen, maar waar naartoe deze keer ? Net zoals er verleden week een remake uit de bus viel met dat Schelderondje over 3 veerpontjes, was dit deze week ook het geval. Het Hagelland bezit zo'n overweldigende schoonheid dat het indruk op me heeft nagelaten. 
Kijk,  het wandelingetje in oktober verleden jaar was daar getuige van. 


Laat ons nog eerst maar eens vertrekken ! Afspraak met de Ronny en de Catsjoe in het station van Berchem. Van daaruit sporen naar Wezemaal. Vlotte treinreis, een pluim voor de NMBS deze keer voor het stipte vervoer. Rond 11 uur stonden we in Wezemaal. Een huisje naast de statie trok even onze aandacht. Op FB gaat er een schrijven rond van een dame die haar wanhoop aankaart in een zaak betreffende de onteigening van haar huisje door Infrabel, de zustermaatschappij van de NMBS uit de NMBS-groep. Het betrof het huisje van Gerda de pedagoge die we op onze vorige wandeling in het Hagelland ontmoet hadden.  Ik wist nog dat ze vlakbij de statie woonde. Ja het was helemaal geen zoeken. De op papier gedrukte noodkreten aan het raam lieten geen twijfel meer over. Aanbellen of niet ? De Ronny hakte de knoop door en belde aan. Ja Gerda was thuis, deed open en was blij verrast ons terug te zien. Dit was natuurlijk wederzijds want Gerda is een toffe madam. Kom maar binnen en bij een drankje vertelde ze over haar calvarietocht tegen Infrabel die haar huisje onteigent om op die plaats er een parking uit te bouwen. Een verhaal van onmacht, onzekerheid maar vooral één van een gevecht met ongelijke wapens. Vooral wanneer het je aan voldoende financiële slagkracht ontbreekt om de advokaten te bekostigen in een lange juridische strijd tegen een gigant. Een gigant die horden advokaten in loondienst heeft om zijn belangen te laten primeren. Begin er maar aan ! Het is om kotsmisselijk te worden.  
Hier wordt de oorzaak van haar woede je duidelijk : Woede om de machteloosheid

Toch werd het een heel fijn weerzien met Gerda. We legden onze plannen uit voor het tochtje naar Leuven. Helaas, zij zou ook naar Leuven fietsen in de middag ... er zou misschien wel een terrasje in zitten ... het zou echter voor haar te laat worden wanneer we daar aankwamen. Ze moest nog haar koffers pakken voor een 3 daagse cursus boogschieten in Nederland. Daar zou ze met haar dochter naar toe trekken. Met stappen en wandelen ontmoet je mensen, zo zou je kunnen zeggen, niet ? Tot een volgende Gerda en hopelijk komt er heel vlug een bevredigende oplossing uit de bus voor jou.  

Aan de hierboven vernoemde schoonheid van dit stukje Hagelland is het vooral de Wijngaardberg die hier haar steentje toe bijdraagt. Zij het wel met meerdere steentjes dankzij de in 1814 gebouwde wijngaardmuur. Deze Wijngaardmuur opgebouwd uit schollen van ijzerzandsteen is wel anderhalve kilometer lang en werd aangelegd bovenop de heuvel. Deze muur moest waarschijnlijk de gevoelige wijnranken beschermen tegen de noordenwind of tegen de grazende schapen. De berg zelf maakte deel uit van een bosrijk gebied, afgewisseld met heideveldjes. Een aantal diepe holle wegen en voormalige ijzerzandsteengroeves doorsnijden de heuvel. Sinds enkele jaren wordt er weer aan wijnbouw gedaan.  Op de zuidelijke flanken waar de terrasvormen van weleer nog duidelijk te herkennen vallen staan er nu de mooi opgelijnde wijnranken. Het deed me denken aan de wijngaarden van de Rioja in Spanje en deze van de Bordeauxstreek in Frankrijk. 

Talrijke archeologische vondsten tonen aan dat de mens ook al in de steentijd daar aanwezig was op die berg. Deze heuvels waren verblijfplaatsen voor jagers die foerageerden door de wildrijke streek. IJzerslakken die her en der aangetroffen kunnen worden, tonen aan dat de ijzerzandsteen in de ijzertijd in primitieve smeltoventjes terecht kwam. 
Ook het Agentschap Natuur en Bos is volop aktief in deze regio. Het naar Vlaamse normen opvallende reliëf met een uitgesproken zuid- en noordhelling biedt volop kansen aan inheemse bomen. Hun biotoop wordt hier gevrijwaard van opdringerige Amerikaanse eiken. Door selectieve begrazing worden er ook open plekken gecreëerd ten behoeve van heide en de bosbes. Het gebied heeft duidelijk alle toeristische troeven in handen. Het is er dan ook zalig wandelen. 

We zaten al dicht in de geburen van Leuven. Daar waar de wieg van de Stella Artois staat. Dit in gedachten had de Ronny enkele 'Stellakes' meegebracht. Gewikkeld in zijn trui en zo in zijn rugzak gestoken waren deze flesjes nog behoorlijk fris bij het schaft. We kwamen onderweg bankjes in overvloed tegen maar eigenaardig genoeg hield dit op naarmate het schaftuur in zicht kwam. Een verhoogd bruggetje kon evengoed als bankje dienen. Dat smaakte wel zo een Stella bij je boterhammetje. Raar, ik drink thuis nooit een Stella of beter gezegd, ik zal er nooit expliciet naar vragen. Maar daar gezeten aan de bosrand op dat bruggetje smaakte die pint verdomd goed. Zou het dan toch waar zijn ? Je kan van een reisje wat flessen wijn meebrengen die o zo lekker waren op je vakantiebestemming. Eens thuis valt de smaak ervan dan dik tegen. Dat moet met zo een Stella juist hetzelfde zijn denk ik. Hier krijg ik er koppijn van als ik er nog maar éne drink. Trouwens, ik krijg er hier amper een pint van door mijn keelgat gegoten. Helemaal geen last van gehad daar in het Leuvense en ik vond best dat ze smaakten. 

Na een doortochtje van een korenveld tussen hoog opgeschoten beemdgras, een machete zou weer dienst gedaan kunnen hebben,  kreeg de Ronny een kerel in het vizier die iets verderop zijn haag aan het scheren was. 'Je kan beter dat hier eens komen kortzetten' riep hij hem toe. 'Hier doe het maar zelf' was zijn antwoord en spontaan stelde hij z'n haagschaar ter beschikking. Een kort lontje zou je denken. De man was in eerste instantie niet helemaal gediend met mijne maat zijn opmerking. Te begrijpen achteraf. Ook een onteigeningskwestie. Hij moest een lap grond afgeven omdat de gemeente besliste dat dit een wandelweg moest worden. 'Ze hebben het lelijk mis als ik die weg ook nog eens ga onderhouden', zo luidde zijn opinie. De mens was al vrij vlug tot bedaren gekomen. We konden hem in zijn wrevel geen ongelijk geven. 

In het Kartuizersbos aangekomen was het tijd voor het vieruurtje. Een jong koppeltje zat er aan een picknicktafeltje vlak naast een stenen boshut. Marlon was leraar wiskunde en scheikunde in het middelbaar, Caroline tekende met potlood bladeren. Ik geloof dat ze studies deed in een grafische richting. Ik krijg aan al die studierichtingen kop noch staart. Maar goed, er ontspon zich een tof gesprek. Caroline haar droom was een tattookunstenares te worden. Dat moet zeker lukken want de bladeren die ze op het papier vorm gaf waren van een subtiele schoonheid. Marlon en Caroline waren ook stappers. Enige ervaring kwa staptochten was zeker aanwezig. Marlon wees een glaasje rode wijn beleefd af vanwege te nemen medicatie maar Caroline stemde schuchter in met het aanbod. Na enkele slokjes zat het al lichtjes in haar hoofd. Hoe het stappen mensen tot elkaar brengt. Het blijft een persoonlijke verrijking. 

Hop nu ! Naar de abdij van Vlierbeek. Tot hiertoe mochten we al van een verrukkelijke wandeling spreken. Prachtige boswegeltjes, holle wegen, fantastisch weer, schitterende panoramas, ik moet in herhaling vallen maar het overweldigt je steeds opnieuw. Ik vraag me soms af wat de mensen gaan zoeken in exotische oorden terwijl je zo dicht bij huis een ongekende rijkdom aantreft. Aan het abdijdomein aangekomen troffen we een kleurrijke dame aan die veel weg had van een paardenfluisteraarster. Schrijf dat eens van de eerste keer zonder fouten ! Nu ik het zie, er ontbreekt nog een 's'. Judith, zo heette ze, was een Amerikaanse uit Arizona. Ze stond aan de omheining van een paardenweide. Enkele nobele dieren in haar nabijheid zachtjes woordjes toevertrouwend, zo leek het ons. Bij ons in Arizona zie je niets anders vertelde ze. Ook weeral een toffe ontmoeting. Judith studeerde Nederlands aan de KUL waar haar man ook een bepaalde studierichting volgde, ik ben vergeten de welke. Hij werkte aan een thesis en zij maakte een uitstapje met haar fiets. Ook zij en haar man waren stappers. En is het weeral een toeval of niet ... ? Ook zij zou met haar man de camino lopen in september. Wie weet kom ik haar tegen ginderachter. Dat zou pas tof zijn. Ja ze was erg nieuwsgierig naar tips. Ze zouden de Noordelijke Route volgen, haar man was er meer van op de hoogte. De wijnfontein in Irache sprak al tot haar verbeelding. Wat voor een lieve mensen komen wij toch allemaal niet tegen ! Leg daar maar eens pap op !

Het provinciedomein Kessel Lo werd de voorlaatste schakel in de wandeluitstap. Een prachtig domein in de rand van het Leuvense. Prachtige waterpartijen en plantsoenen. Heel schoon om hiermee je wandeling te kunnen afronden. Of toch bijna. Het was nog vrij warm en we moesten nog tot aan de statie lopen. Een Stellake zou er nog wel af kunnen. Ja zeg, gene krot daar op het Martelarenplein. 3€ voor een pintje. Wel een 33'er. Maar het was gezellig. We werden bediend door een vriendelijke kelner die ons op Ronnies verzoek overvloedig van borrelnootjes voorzag. Op 't laatst bracht hij ons de volle emmer :-). Zo'n gast verdiende wel een fooi. 

Het zat er op voor deze dag. 23 bornes van genieten, kletspraat verkopen, diepe gesprekken voeren en weeral bijleren. Volgende week zal het rustiger zijn. Ik verwacht de geboorte van mijn kleindochtertje. Ik kijk halsreikend uit naar dat wichtje. Ik moet dan zeker thuis zijn. Wat een vooruitzicht zeg !

vrijdag 13 april 2018

* Langdorp in het gezelschap van Greet !


Ne marche pas derrière moi, je ne te guiderai peut'être pas. 
 Ne marche pas devant moi, je ne suivrais peut'être pas. 
 Marche juste à côté de moi et sois mon ami.

Onze stapmaat de Ronny zijn tocht zit er weeral bijna op. Momenteel stapt hij in Galicië en volgt de noordergrens van Portugal. Dit is de Camino Sanabrés. Heel lange en zware etappes waren dat. Ik herinner het me nog heel levendig. Op één van deze etappes, bijna 40km naar Ourense, zat ik er na afloop volledig door. Me toen kompleet mentaal en fysiek de vernieling in gestapt.  Nog een kleine 100 km schat ik en het vat is af voor hem. Nu maandag zal hij na zijn 1000 paaltjes Santiago de Compostela binnenwalsen. Proficiat alvast mateke ! Ik ben benieuwd naar zijn verhalen. Hij heeft het heel zwaar gehad. "Eerst afzien en daarna is het kermis". Met die woorden stak onze andere doorwinterde stapmaat en pelgrim, den Hugo Peregrinus hem een hart onder riem. Een oud gezegde met veel grond van waarheid op een camino. Ik geef hem groot gelijk. De korte Whatsapp berichtjes van de Ronny die ik in een blog bundelde geven maar een summiere indruk van zijn wedervaren. De rode lijn in zijn relaas is jammer genoeg het barslechte weer waarin hij moest stappen. Op het ganse traject, tot nu een 900km, heeft hij maar enkele dagen droog weer gehad. Dat is balen en dan verlang je naar de eindmeet. Enorm slecht weer, heel uitzonderlijk naar het schijnt. De plaatselijke bevolking daar in Spanje krijgt evenmin kop noch staart aan de heersende weersomstandigheden. En ondanks dat rotweer zal na afloop blijken dat het een heel schone en verrijkende Camino was. Dit lees ik een beetje tussen de regeltjes door. Als hij terug mee gaat wandelen binnenkort zal er in alle geval wel genoeg stof zijn om er enkele wandeldagen mee op te vrolijken. We kijken uit naar zijn terugkeer. 


De éne rondt zijn camino nu af terwijl de andere vertrekt. Els is aan de beurt. Haar fiets staat helemaal klaar. Nu zondag vertrekt ze naar Sevilla voor haar pelgrimsfietstocht naar SdC en terug. Buen Camino beste Els ! Een dikke 2000km op de ATB. Ik hoop dat het weer beter wordt. Het ooggetuigeverslag van de Ronny ter plaatse indachtig heeft ze in extremis nog haar regenkledij mee ingepakt. Het is de eerste keer dat ik op mijn fiets regenkledij meesjouw vertelde ze me op de Skype. Het fietst voor geen meter zo een regenbroek en je zweet je er op de koop toe een breuk in. Zal ook zo wel zijn. Om te stappen zit het na een tijdje al zo ongemakkelijk, laat staan fietsen ! 

Nu wat andere koek ! Het is weeral een heel tijdje geleden dat ik nog samen heb gestapt met Greet. Altijd fijn om m'n toffe ex-collega terug te mogen ontmoeten. In het arbeidscircuit van Jan met de Pet is het niet aan iedereen gegund om een directiesecretaresse uit de topklasse als kameraad te hebben. Als die vriendschap dan mag blijven na het vertrek uit het bedrijf ... zou je dan niet een beetje jaloers worden ? Dat mag en zelfs zonder enige rancune van mijnentwege want het is uniek. 
De andere stapvrienden, Marc en den Angelo, werden nog even herinnerd aan hun erfzonde en gaven forfait. Voor den Hugo was het eerst niet duidelijk of hij mee zou gaan maar uiteindelijk moest hij op tijd thuis zijn voor een bezoekje aan oude buren. En dat is natuurlijk ook heel plezant. Er komen nog gelegenheden met hopen. 

Voor deze gelegenheid kwam Langdorp er uit als favoriet. Niet ver van Herselt-Blauberg waar Greet woont en tevens een mooi  grensdorp tussen de Kempen en het Hageland. De mooie wandeling indachtig in Wezemaal, eveneens in het Hageland, leek me dit het ideale plekje om eens bij te praten bij een stevig tripje. De Demer stroomt door Langdorp, die zou voor het idyllisch accentje zorgen, en den IJzeren Weg heeft er bovendien een station. Dat is ook weeral meegenomen. Afspraak bijgevolg aan het station met ons Greet voor een toerke van een goeie 20 km. Een grillige lus werd het, gemaakt uit wat bijeengesprokkelde puzzelstukjes van de Groene Demerland- en de Laak- en Neteroute. 

Toch ook wat hoogtemetertjes vielen er te rapen. 656m omhoog om precies te zijn. En aangezien start en aankomst op hetzelfde punt liggen, evenveel naar omlaag. Voor het gemak nam ik deze keer mijn wandelstokken mee. Greet had er ondertussen ook al aangekocht. Als je wat zwaar beladen bent of er komt wat klimwerk aan de orde dan kan je die stokken echt goed gebruiken. 



Afspraak om 10u30 aan de statie van Langdorp. Op Greet was het nog even wachten, ze vond de statie niet. Deze keer had ik een toffe opdracht meegekregen. In Langdorp huwde er in de eerste helft van de 18de eeuw een voorvader van Leo, een vriend-dorpsgenoot. En of er enkele fotootjes konden getrokken worden van dit stukje vaderland ? Een stukje bodem waar er ooit een loot zijner stamboom wortel geschoten moet hebben. Misschien dat daar nog wel enkele sporen uit het voorgeslacht te bespeuren vielen. Wie weet ? 

Alleszins moet deze brave voorvader de Heimolen in Langdorp aanschouwd hebben. Misschien heeft hij er wel zijn tarwe en rogge naar toegebracht om het daar bij 'den mulder' te laten malen. De Heimolen dateert van 1662 en is één van de laatste 130 houten en tevens oudste windmolens die Vlaanderen nog telt. Wat hem bijzonder maakt is dat hij van sinds zijn oprichting steeds op de zelfde plaats is blijven staan en dat hij nooit vernield is geweest door brand of door oorlogen.
Meer dan waarschijnlijk werd het huwelijk toen voltrokken in de nu waardevolle Sint Pieterskerk met het ommuurde kerkhof. Het viergelui van de bruidsklokken moeten hij en zijn bruid bij deze nog gehoord hebben. Eeuwenlang bleef het verstomd want het was verdwenen. Het zou me niet verwonderen dat Napoleon Bonaparte indertijd die klokken scheefgeslagen en gesmolten heeft om er een koppel kanonnen mee te kunnen gieten voor zijn oorlogen. In de loop der jaren werd het gemis dan maar ingeruild voor een tweegelui. Uiteindelijk werden er in 2008 dan 2 klokken bijgegoten en zo kon de original sound van het klokkengebeier van weleer opnieuw over Langdorp galmen. De voor het huwelijk nodige voorafgaandelijke formaliteiten daarentegen zullen niet in de pastorij met bijhorende tuin plaats gehad hebben. Deze ondertussen geklasseerde pastorij dateert van 1791, en dat was een halve eeuw later.  We gaan dat daar allemaal eens aflopen zie ! Plezant en dat in goeie compagnie.





Waar was ik weeral gebleven ? Juist, ik wachtte nog even op mijne stapmaat aan de statie ! Om even wat fotootjes te kunnen trekken op het kerkhof was ik wel wat vroeger in Langdorp. Een geluk dat ik een treintje vroeger nam. Alle volgende treinen zouden vertraging oplopen. De trein waar ik op zat moest in Heist op den Berg halt houden en wachten op een ambulance. Een student op weg naar Leuven was in een coma verzeild na een nachtje stappen. Ja zoiets gebeurt al wel eens. Op zo'n momenten apprecieer je wel eens het treinpersoneel dat hier de nodige aandacht aan wil geven. 

Weldra zou mijne stapmaat aankomen. Voilà zie, daar kwam ze al aangebold ! We waren vlug vertrokken. Een obligaat bezoekje aan de Sint Pieterskerk vlak aan de Demer en het kerkhof zat er vlug op. Erg jammer dat de kerk gesloten was. Het daar aanwezige orgel moet een unicum zijn. Dit kort bezoekje werd gevolgd door een sanitair stopje in het Wolfcafé. Koffieke voor mijne maat en voor mij een Vliegend Varken. Een nieuw lokaal brouwsel op punt gesteld door de nieuw leven ingeblazen brouwerij De Wolf. Een Aarschotse brouwerij. Nogal bitter in de afdronk, daar moet je van houden, maar toegegeven ... een hele originele naam. Achter het café zaten we volop in de Demervallei. Even de verkeerde oever gekozen maar dat werd vrij vlug gecorrigeerd. Prachtig stukje, ik had de indruk dat ik daar eerder al eens de andere kant was opgegaan. Moet nog niet zo lang geleden zijn. Richting Aarschot maw. Nu ging het richting Testelt uit.  
Van het weer had ik me meer voorgesteld. Er werd een blauwe hemel voorspeld. Niet veel van gemerkt maar wat voor ons wel belangrijker bleek, het bleef droog. Dat maakte het stappen op de heuvelende bospaadjes van zandgrond makkelijk.  
Heel mooie wandelpaden maar ook verschillende MTB paadjes die kriskras door het bos sneden. Een paradijs voor deze sporters maar ik vermoed dat je daar in die magnifieke bossen op zater- of zondagen geen rustig wandelingetje moet organiseren. 
Na een kort bezoekje aan de heimolen duikelden we de heide in. Deze heimolen was eveneens gesloten voor bezoekers. Greet wist me te vertellen dat een kennis van haar er molenaar was. Ook authentiek zoiets ! Jammer. 

Hier en daar moest er een stukje afgesneden worden van het uitgestippelde parcours. De bospaadjes lagen soms zo dicht op mekaar dat vergissingen onvermijdelijk waren. Dit niet alleen want klappen en breien gaan niet samen. Er moest veel bijgeklapt worden na een jaar mekaar niet meer gezien te hebben. Dan loop je al vlug een geplande afslag voorbij. Ook niet erg want alle wegen leiden naar Rome wordt er gezegd. Ja er was heus  wel wat gesprekstof na die lange afwezigheid. De recente ontwikkelingen in de professionele sfeer, de veestapel en het landbouwbedrijf van haar man, mijn en haar kinderen, de vakantieplannen, de Literatuur van Willem Elsschot die in zijn jeugd als de kleine Alfons de Ridder tijdens de zomervakanties vaak zijn oom in het landelijke Blauberg, de thuishaven van Greet, ging bezoeken. Hij ging er graag wandelen in het gebied 'Helschot', tussen Blauberg en Veerle, en ontleende later zijn schrijversnaam aan deze plaats. Kortom, les choses de la vie ...  En gelukkig niets anders dan overwegend goed nieuws gehoord. Dat dit mag aanhouden. In augustus komen we nog eens tesamen voor een wandelingetje. Dan kan er weer bijgeklapt worden. 
Maar vandaag werd het een zoveelste prachtige dag. Gratis voor niets topontspanning. We hebben na afloop in de gauwte nog éne gaan snoepen in het Wolfcafé. 18km werd er bijeengestapt in een mooie omgeving en goed gezelschap. Meer hoefde echt niet voor mij. In Aarschot zette Greet me af aan de Statie. Nu nog naar huis sporen .... een volmaakte dag !