donderdag 16 april 2026

Kallo en de olievlek

Fiets, waterbus en bottienen zouden de transportmiddelen worden om op vrijdag 10 april een wandeling in de Waaslandpolders tot een goed einde te brengen. Afspraak was om de waterbus van 10u richting Noord te nemen. Alle 4 waren we op de afspraak, den Hugo, de Ronny, den Yzzy en ikzelf. De Ronny had den Yzzy zijn halsband voorzien van een bel. Een kwestie van te horen wanneer beestjelief niet aangelijnd zijnde zinnens zou zijn om het hazenpad te kiezen. Die bel zorgde wel voor wat animositeit met de andere passagiers aan boord. Met de waterbus zouden we naar het Scheldedok van Demé in Zwijndrecht varen en vandaaruit een wandelingetje doen via het polderdorp Kallo naar het Fort Liefkenshoek. Een kleurrijke mix van verborgen natuurpareltjes in schril contrast met de omgeving die eigen is aan een havengebied. Kranen, industrieterreinen en fabrieken, gastanks, chemische plants, schepen, hoogspanningspylonen en ga zo nog maar even door. 

Met de waterbus zouden we vanuit Fort Liefkenshoek terugkeren. Helaas was het een pechdag. Een olievlek ontstaan in het Deurganckdok gooide stokken in het vaarwater. Tijdens een bunkeroperatie vroeg in de morgen in het dok liep het fout. De vervuiling verspreidde zich verder richting Schelde waardoor de waterbus niet voorbij het Deurganckdok kon varen en daardoor niet kon aanmeren aan de aanlegsteigers van Fort Liefkenshoek en Lillo. Het moet een kostelijke grap geweest zijn.  21 uitgaande, 24 inkomende en 3 verhalende zeeschepen werden geïmpacteerd. Het opruimwerk aan het Scheldewateroppervlak, de oevers en scheepsrompen door de brandweer zal ook wel een prijskaartje gehad hebben. Soit, het wandelen zou onderwerp van improviseren worden. Om 11 uur wandelden we al richting Fort Saint Marie, een voormalige marinekazerne. Ik herinner me een vorig bezoek waarbij de verlaten kazerne onderdak verschafte aan een contingent vluchtelingen. Een poging om door het bosschage van Fort Sint Marie de kazerne te bereiken mislukte maar leverde wel een mooi stukje natuur op. Die ontwaakt uit haar winterslaap. Veel bomen en struiken dragen al blad zoniet staan ze al stevig in de knop. 

Geen doorgang betekent rechtsomkeer en iets verderop negeerden we niet moedwillig maar eerder onopgemerkt een verbodsbord aan de ingang van de kazerne. Waarschijnlijk werden we al door cameras opgemerkt want toen we de ingangspoort naderden werden we door inmiddels toegesnelde security patsers luidkeels teruggefloten. Respectvol kunnen communiceren behoort nu éénmaal niet tot de primaire vaardigheden die nodig zijn voor deze job. Dat het terrein rond de kazerne nu niet meer toegankelijk is zal waarschijnlijk de toekomstige heringebruikname tot reden hebben. We wandelden dan maar verder in de richting van de Bazeput. Daar waar de Watergang van Kallo in de Bazeput uitmondt hielden we ons schaft op een bankje. Een erg rustig plekje ... en den Yzzy was ineens verdwenen. Zelfs de bel liet verstek gaan. Blijkbaar had hij genoeg van de toegeworpen brokjes foccacia met spek en eieren en koos hij voor een solotripje. Dus die bel deugde volgens mij niet op het moment. Yzzy was opeens nergens meer te bespeuren. Zijn laatste verschijning was aan de waterkant van die Bazeput. Enigszins benieuwd waar ze uithing was de verwondering des te groter toen ze in de verte kwam aangehold. Nu was het wel die bel die haar komst verried en konden we verder.  We staken het bruggetje over aan de Watergang en daar liep het opnieuw mis met den Yzzy. Die struikelde over haar eigen pootjes en duikelde de Watergang in. Het kostte haar wel enige moeite met geploeter om door het oevergewas op het droge te geraken. Goed uitschudden en verder maar. 

Daar waar de Watergang in de bazeput stroomt stopt ook de Melkader. Beide doodlopende parallelle waterpartijen lopen tot in Kallodorp. Iets verderop splitsen ze op en lopen dood. De Melkader aan de R2, de ander aan de spoorweg. We wandelden op de kade verder in een grote boog rond het golfterrein van Beveren. Een regeltje daar gebiedt dat hondenbezitters hun lijn niet langer dan 1,5 meter mag zijn. Regeltjes om de regeltjes en tegelijkertijd wordt er kilometers in het rond de natuur geteisterd door de industrie van de Waaslandhaven. 't Zal zo moeten zeker ? Aan de Kallosluis kozen we richting dorpskern Kallo. De Fabriekstraat zou ons daar naartoe leiden. Onderweg daar naartoe kwamen we een merkwaardig gedenkteken tegen. Een boerke met melkstopen en onderaan zijn pied de stalleke een grote tang. Den Hugo kon die tang even niet thuisbrengen, keek ernaar met een scheef oog, en knikte instemmend na mijn suggestie dat het een bietentang was. Het moet de voorbijganger er aan herinneringen dat Kallo een verleden heeft in de suikerindustrie. Wie graag weet hoe de inwoners van Kallo aan hun scheldnaam 'De Bietkoppen' kwamen : Polderblues - Kallo - suikerfabriek.html ... de website waarnaar deze link verwijst legt het haarfijn uit. 

Over Calloo bestond er in de 12de eeuw al berichtgeving met melding van een dorp in het Land van Waas. In 1316 werd Calloo platgebrand op bevel van Willem III van Holland en daarna onder water gezet. Het Fort van Liefkenshoek, ons eigenlijke wandeldoel, werd in 1582 gebouwd om zich te beschermen tegen 'Den Spanjool'. Echter in 1583 beval de Hertog van Parma opnieuw een onderwaterzetting. Die duurde 70 dagen waarna de Spanjaarden het Fort veroverden. In 1584 tijdens het beleg van Antwerpen liet Alexander Farnese, zoonlief van de Hertogin van Parma, de landvoogdes der Nederlanden,  een 800 meter lange schipbrug over de Schelde bouwen. Door deze blokkade viel de Koekestad op 15 augustus in Spaanse handen. Ook de inmiddels verdwenen Parmavaart werd door deze blauwbloedige knakker aangelegd. De huidige Melkader maakt er nu nog deel van uit. Dit even terzijde. 

De paadjes naast die Melkader waren verrassend aangenaam om te verkennen. Je zou je niet in een industriegebied gewaand hebben. Rondomrond goed voor een kleine 3 km aan mooi wandelpad. Eens terug in de Fabriekstraat lonkte café 'de Poldervriend'. Volgens zoonlief een kroeg die continue gefrekwenteerd wordt door de dokwerkers. 1 Bevers tripeltje smaakte naar nog zodat er nog een 2de naar binnen werd gegoten. De bel van den Yzzy zorgde nu wel voor de nodige hilariteit bij de kroegkalandizie. Telkenmale zij haar pels schudde, nog jeuk vanwege die waterplons vermoed ik, werd in de kroeg ervan uitgegaan dat er een tournée génerale op komst was.  Leg dat nu maar eens uit aan een dokwerker ! Op de terugweg naar de Waterbus passeerden we nog café 'het Polderzicht'. Deze keer een bruine kroeg pur sang en volgens mij ééntje die gouden tijden tegemoet gaat. Dit gezien de plannen van defensie om de marinekazerne in Fort St. Marie, enkele honderden meters verderop, terug operationeel te maken.  Gezellig interieur met muren die proppendevol prullaria hangen en opschriften met Kung Fu spreuken die de kijk op het leven vanuit een andere optiek benadert. Een stamgast vol tattoos aan de toog, een andere klant met een aangelijnde Engelse Bulldog eveneens op een barkruk gezeten. Geen gewone bulldog naar verluidt zijn uitleg maar een English Bulldog Old School. Volgens mij kwam dat beest rechtstreeks uit een tekenfilm van Tom en Jerry. Je weet wel zo een bullebakbeest met een kluif ter grootte van een halve koe. Braaf beest weliswaar en voorzichtiggewijs maatjes met den Yzzy.  De leefwereld in die kroeg, kort geschetst deze van fantasten en toogfilosofen. De Ronny had al direct wat klap met de cafébazin gezien hun gezamelijke interesse voor blaffende viervoeters. Een vriendelijke dame. 

Het werd stilaan tijd om op te kramen en via de Scheldedijk stapten we terug naar de Waterbus. Die kwam er juist aan zie ! Eens aan boord leek het mij dat de deckboy die de kaartjes controleerde niet overliep van arbeidsvreugde. Den Hugo had wat honger, pakte een boterhammeke uit z'n rugzak en dat zinde deze stoere zoetwatermatroos niet. De manier waarop hij den Hugo daarover aansprak getuigde niet van tact ten opzichte van de klant/reiziger. Maar goed .... Een klein uurtje  waterbusvaren en ik stond al terug in Kruibeke, samen met den Hugo. Van daar terug de vélo op en naar huis. De Ronny vaarde nog een halteke verder tot in Hemiksem. Dit mag een mooie dag genoemd worden. Een tegenvaller wat betreft die olievlek maar we mogen spreken van een meevaller kwa wandelweg. Noodgedwongen werden we immers verplicht om paadjes op te zoeken die we nooit verkend zouden hebben. Ainsi soit-il ! Tot een volgende dan maar !


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Plaats een reactie als je wil.