donderdag 14 december 2017

* Op bezoek bij Tijl Uilenspiegel in Damme

Wel wel wel, de Catsjoe in het wapenschild van Damme ! Onderaan de kiekjes vind je een uitleg als het je moest interesseren. 

Een tijdje terug is de Ronny eventjes bij me thuis binnengewipt om zijn etappes van de Camino de la Plata op GPS te kunnen zetten. In maart zoekt hij er al aan te beginnen. 't Zal er rap zijn. Terloops liet hij zich ontvallen dat hij graag nog eens Brugge zou aanlopen. Wel, ik heb dat onthouden en deze terloopse vermelding zou een prima bestemming voor vandaag opleveren. Bleek naderhand dat hij in 't weekend al naar Brugge was geweest met Lieve, zijn wederhelft. Het weze gezegd dat het een culinair tripke betrof. Een platte lus in achtvorm zodat ten allen tijde kon ingekort worden moest het trajectje vanwege de weersomstandigheden iets te grellig worden. Brugge - Damme - Brugge goed voor een 20-tal bornes met afstanden gelijkmatig verdeeld over stedelijk en plattelandsgebied. We konden er aan beginnen. Met maar 1 overstap voor de Ronny en den Hugo zou de treinrit niet al te veel tijd in beslag nemen. 
Met de rechtstreekse trein vanuit Antwerpen naar Oostende waar de Ronny in Berchem opsprong, ik in Beveren en den Hugo in Temse, stapten we om 10u30 af in Bruhhe die Scone. De enige stad in België volgens mij die van haar middeleeuws stadscentrum de toeristische troef bij uitstek heeft gemaakt en haar reputatie van het Venetië van het Noorden te zijn dan ook ten volle uitbaat. Een beetje informatie over deze stad heb ik al eens neergeschreven in deze blog : Wandelblog Beernem - Brugge

  

Vanaf het midden van de 11e eeuw verzandde de waddenzee voor Brugge geleidelijk, maar in de eerste helft van de 12e eeuw kreeg Brugge nogmaals een directe verbinding met de Noordzee.  Overstromingen hadden een diepe en brede geul achtergelaten, het Zwin. Aan het Zwin ontstond de haven van Letterswerve. Op het einde van de vaargeul werd later ter beveiliging van het hinterland door Filips van de Elzas een dwarsdam gebouwd in het jaar 1168. Achter de dam ontstond een nieuwe haven, Damme in 1180. Damme behoort hiermee tot de reeks van de havensteden die door de Vlaamse graven Diederik van de Elzas en Filips van de Elzas ter bevordering van het economische leven langs de Noordzeekust gesticht werden. In plaats van getijdevaart konden de grotere schepen, vooral de kogge, nu tot dicht bij Brugge varen. Met hun cargo over te laden in Damme op binnenschepen was Brugge nog steeds bereikbaar.

Zo we waren dus gestart de neus in de richting van Damme. Eerst langs het minnewater want de Catsjoe moest dringend een plaske doen. Verder zijn we dan langs kanaaltjes, beter gekend als de Brugse reien, richting stadcentrum gewandeld. Geen natuurwandeling voor het ogenblik maar wel ééntje door de pittoreske straatjes van onze Westvlaamse hoofdstad. Op dit uur van de dag waren er nagenoeg geen toeristen te vinden en dat deed wel wat vreemd aan. Gewoonlijk, en zeker in de zomermaanden, lopen ze in horden door de smalle straatjes. Het zorgde voor een heel ander straatbeeld. De blik op de oeroude huisjes met de trapgeveltjes werd niet verstoord door de stroom aan toeristen die er langs laveren. Hetzelfde gold voor de gasthuizen, de begijnhoven, de beluiken, het belfort en de ontelbare historische gebouwen. Na een kilometertje of 4 zaten we al aan het kanaal Gent - Brugge - Oostende. Om ons bij wijze van spreken wat moed in te drinken om dit kanaal over te steken zijn we in een haastje een gezellig kroegje binnengewipt. Brugge bezoeken en op tijd geen Straffe Hendrik achterover kieperen kan als een doodzonde worden beschouwd. 

Goed, na de oversteek diende er een tijdje de Damse Vaart gevolgd te worden tot in Koolkerke. Daar ligt nog de deels gerestaureerde aarden omwalling van het Fort van Beieren. Het fort werd in 1705 aangelegd in het kader van de Spaanse successieoorlog. Het is nu een natuurgebied. Een welgekomen afwisseling na al die verharde gaanpaden. Rond halftwee  zaten we in Damme. Het eerste het beste café maakte geen bezwaar dat we onze bokes daar zouden opeten. Sympathieke uitbaatster ! 

4 hijsende drinkebroers in volle actie een tafeltje verder waren enigszins verbaasd dat mannen van 'Antwerpen' in hun kroeg aanmeerden. Hoow, mo vent toch ! Wor gun widder da schrivve ? Doorgaans worden mensen uit Antwerpen door Westvlamingen met de nodige scepsis bejegend. We zouden allemaal naast onze schoenen lopen van pretentie. Dat was hier niet het geval want we werden uitbundig begroet. De focus, eerst gericht op de schuimkraag van hun glazen boterham, verschoof naar de Catsjoe. Catsjoe was meteen weer onderwerp van conversatie. 't Is een heel braaf beest en dat zorgt meteen voor een babbeltje. De decibels gingen langsom meer de hoogte in. Westvlamingen kunnen moeilijk stil klappen. Bijzondere aandacht ging er uit naar wat er tussen de Ronny zijn 'stutten' lag. Daar hoorde een verklaring bij. Begin daar maar eens aan in 't Westvlaams. Een woordenboekje Westvlaams - AN kan hier handig zijn. Kubusken en karoten, sjecons en pennepisse, zeem, angzjoens en prette ... ik ben benieuwd met wat je buiten komt als je hier thuis in de eerste de beste winkel daar naar vraagt. Het was een gezellig gezelschap. Ene dezer drinkebroers was ooit in een Antwerps café geweest. En of we het niet kenden ?  Het café was gelegen naast een kledingswinkel en je moest binnenkomen via een gordijn. Ik meende nog café ' 't Floeren Gaatje' in zijn schaarse beschrijving te herkennen maar dat kon ik onmogelijk naar het Westvlaams vertaald krijgen. Eén kerel uit het gezelschap had familierelaties in Temse en polste bij den Hugo of er bij hem geen belletje rinkelde bij het vernoemen van de naam. Ja toch wel en den Hugo bezorgde hem weerwoord. Ik kreeg toch de indruk dat de Hugo moeite deed om zijn woorden te wikken en te wegen. Blijkbaar was de reputatie van die relaties niet voor uitvoerige publicatie geschikt.
Goed, we moesten verder. 

Damme is een heel klein dorpje dat hoofdzakelijk draait op de horeca. Aan stijlvolle restaurants is er geen gebrek. Ook de verhalen rond de folkloristische figuur van Tijl Uilenspiegel heeft het dorp een eigen cachet gegeven waardoor het veel toeristen aantrekt.  

Even een tussendoortje : "Te Damme, in Vlaanderen, toen de meimaand de bloesems aan de hagedoorns opende, werd Uilenspiegel, de zoon van Klaas geboren". Zo vangt Charles De Coster in 1867 zijn meesterlijke legende aan in de roman 'La Légende d’Ulenspiegel'. Onder zijn pen wordt Uilenspiegel het symbool van de Vlaamse volksziel. Samen met Nele en Lamme Goedzak zwerft de ontembare geus en fratsenmaker doorheen Vlaamse velden en beemden.

De oorspronkelijke Uilenspiegel, Dil Ulenspiegel, ontstond omstreeks 1500 in het brein van de Nederduitse stadsschrijver Hermann Bote. Deze Ulenspiegel is echter een brutale schurk, die de regels van de opkomende burgerij opzettelijk met de voeten treedt en de wereld op zijn kop zet. Met deze figuur wou Bote een waarschuwende spiegel voorhouden : Neem aan Tijl Uilenspiegel geen voorbeeld ! Zijn werk raakt vanuit Straatsburg via Antwerpen verspreid over heel Europa. Het werk kent een geweldig succes en wordt vrijwel ononderbroken herdrukt. De scherpe kantjes van de duivelse schalk worden afgevlakt tot de schelmenstreken van een guitige grappenmaker. Tijl wordt geschetst als de rebellerende opposant van de fanatieke Spaanse koning Filips II en hij duikt op in de frontlinie van de Nederlandse opstand. Hij wordt zowel een kritische individualist als een strijdend proletariër. Een ware verzetsheld. In kinder- en jeugdverhalen blijft hij boeien. Als hoofdpersonage wordt hij opgevoerd in stripverhalen en in films vereerd als held. Ontelbare theaterstukken, musicals, oratoria en liederen hebben Tijl Uilenspiegel in de spotlights gezet. Telkens hij verschijnt, gebeurt er iets. Hij zet de boel op stelten, draait de wereld op haar kop en toont ons in zijn spiegel ons ware doen en laten.

Voilà, genoeg over den Uilenspiegel. Voor de terugweg vanuit Damme naar Brugge zouden we niet langs de Damse vaart stappen maar een goeie 6 km door het veld. We hadden al genoeg verhard gezien. We hebben moeten passen. De paadjes door de velden waren niet begaanbaar vanwege overstroomd. Een beetje jammer dat we terug langs die vaart moesten terugkeren. Weliswaar aan de overkant maar het blijft ééntonig. Gelukkig hadden we er weer een topdag kwa weer uitgekozen. Bij wijlen stralende zon, beetje fris en een stevig briesje af en toe en maar eerst in de avond, we waren al terug in Brugge beland, vielen er eventjes enkele miserabele druppeltjes regen naar beneden. 
Wat voor de Straffe Hendrik geldt als reden tot consumatie geldt eveneens voor de Brugse Zot. Nog vlug eentje gaan proeven vooraleer we terug naar huis zouden sporen. In Brugge zijn er heel weinig cafeetjes. We moesten er bijna tot aan de statie voor lopen. Restaurants daarentegen zijn er in overvloed. Ik denk dat dit meer een kwestie is van het beperken van de uitbatingsvergunningen. Hoe minder cafés, hoe minder de kans op openbare rustverstoring door dronkemannen. Het toerisme zou daar teveel nadeel van ondervinden. 't Is maar een vermoeden van me.  
Tijd om naar huis te gaan. Het was een speciaal dagje vandaag. Weinig natuur, dat wel maar dat zorgt soms ook wel voor wat variatie in de wekelijkse wandelexploten. 




Het wapenschild van Damme is keel (rood), een faas (dwarsbalk) van zilver, geladen met een springende hond van sabel (zwart). Je moet het maar weten maar in de heraldiek worden er andere bewoordingen gebruikt voor de kleuren die wij kennen. De vlag en het wapenschild van de stad vinden hun oorsprong in een legende. Damme heette vroeger Hondsdamme, dat eigenlijk van "honte" komt. Honte is een oud woord voor een modderig gebied aan een monding. Aan de verbastering tot "hond" werd achteraf een legende gehangen. De duivel zelf zou in de gedaante van een hond in Damme heel wat schrik aangejaagd hebben bij de bewoners. Na drie dagen vol gehuil ontstond er een storm die een bres in de dijk veroorzaakte. De dijkbouwers joegen op de hond, maakten hem af en stopten de bres dicht met het duivelse dier. De duivel en het oprukkende water waren verslagen, Damme was gered.



maandag 11 december 2017

Een minisneeuwtrippeke in Haasdonk





Kijk eens naar omhoog en kijk de lucht is grijs en zit vol vlokken.
'k Wou dat dit kon blijven duren, dat het nooit meer zou stoppen.
'k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw.
'k Voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw.

                                                                                                                                                                                                Jan De Wilde



Wow, er is vandaag een serieus pak sneeuw uit de lucht gevallen. Dat was weeral enkele jaren geleden dat het Kindeke Jezus zijn beddeke nog eens had uitgeschud. Alles wit bijgevolg en dat zorgt voor het ultieme contrast in de seizoenen.  Het moet gesneeuwd hebben om van een winter te kunnen spreken. Seizoenen moeten herkenbaar zijn. Althans zo oordeel ik erover. Langs de andere kant brengt zo'n weer nu ook weeral niet iedereen in een feeststemming. Daar hoeft geen tekeningetje bij gemaakt te worden. Verkeersellende, valpartijen, schuifpartijen, oude mensen die geïmmobiliseerd raken ... een pak miserie voor velen. Kinderen daarentegen beleven dan weer de tijd van hun leven. Sneeuwbalgevechten, ijsbaantjes maken op de speelplaats, voze oren, blozende kaakskes, tintelende pollen, blauwe lippen ... waar is de tijd heen ? En, tussen haakjes vermeld : Dat allemaal nog in een korte broek ! Maar goed, de kinderen hebben zich zondag dan toch nog eens op een ouderwetse manier kunnen amuseren.

En natuurlijk, je kan dat mooie sneeuwtapijt van achter je venster bewonderen, tenminste als je op het platteland woont, maar met even een wandelingetje in de natuur te maken krijg je iets meer voeling met het seizoen. 
Muts op, bottienen aan en op weg voor een klein toerke en wat kiekjes in het dorp en aan het fort. De voetpaden en paadjes lagen er nog maagdelijk wit bij. Hier en daar zag je in een voortuintje een sneeuwman. Weliswaar reeds in staat van ontbinding want gisteren trad er na de flinke sneeuwval van in de morgen dooi op in de namiddag. Sneeuwvrouwen waren er niet te bespeuren. De emancipatie is hen voorbijgelopen. 

Toch is het wat moeilijk stappen in de sneeuw. Te vergelijken een beetje met stappen in het mulle zand. Sneeuw knispert en kraakt onder je voeten. De sporen van de ribbeltjes onder je schoeisel staan mooi afgelijnd in de witte vacht. Toch zou het mijns inziens overdreven zijn om met langlaufski's of sneeuwschoenen uit te pakken. Laat staan een span met sledehonden. Maar je komt ze soms toch tegen die plattelandschapslanglaufers. 't Heeft eigenlijk geen zicht. 

Plezant wandelen. Af en toe een gure windstoot die een lading sneeuwvlokken in je gezicht blaast. De muts nog wat verder over de oren trekken en vooruit maar want het leven rondom je vertraagt zienderogen. De weinige auto's die je in de verte ziet rijden doen dat stapvoets. Automobilisten hebben nu andere zorgen rond hun oren.  Ik niet, klinkt wat egoïstisch maar het is zo. Even een frisse neus halen en onderweg wat fotootjes trekken van het betoverende landschap. Dat was voor mij aan de dagorde.  Ik hou het kort, ik moet nog met de sneeuwschop aan de gang. Donderdag trekken we er nog eens op uit. De Ronny en den Hugo hebben zich al aangemeld. Ik moet nog een passend toerke zoeken  rekening houdend met een eventuele klimatologische haar in de spreekwoordelijke boter. 

 

13950 Created with flickr slideshow.

zondag 10 december 2017

Een gedichtje tussendoor voor 60 plussers.



Ik ben nog fit van lijf en verstand 

Wel wat artrose in mijn heup en mijn knie. 
Als ik me buk, is het net of ik sterretjes zie.  
Mijn pols is iets te snel, mijn bloeddruk wat te hoog. 
Maar ik ben nog fantastisch goed ... zo op 't oog. 

Met de steunzolen die ik heb gekregen, 
loop ik weer langs 's Heerens wegen, 
Kom ik in de winkels en ook weer op het plein. 
Wat heerlijk zo gezond te mogen zijn. 
Wel gebruik ik een tabletje om in slaap te komen 
en over vroeger te kunnen dromen. 
Mijn geheugen is ook niet meer zoals het was 
en ik ben weer vergeten wat ik gisteren nog las. 
Ook heb ik wat last met mijn ogen 
en mijn rug raakt meer en meer gebogen. 
De adem is wat korter, mijn keel vaak erg droog. 
Maar ik ben nog fantastisch ... zo op 't oog. 

Is het leven niet mooi, het gaat zo snel voorbij, 
als ik kijk naar de foto's, over vroeger van mij. 
Dan denk ik terug aan mijn jeugdige jaren. 
Wilde ik een jas, dan moest ik heel lang sparen. 
Ik ging fietsen en wandelen, overal heen, 
en ik kende geen moeheid, zo het scheen. 
Nu ik ouder word, draag ik vaak blauw, grijs of zwart  
en ik loop heel langzaam, vanwege mijn hart. 
Doe het maar op uw gemak, zei de cardioloog. 
U bent nog fantastisch ... zo op 't oog. 

De ouderdom is goud, ja begrijp me wel. 
Als ik niet kan slapen en dan tot honderd tel. 
Dan twijfel ik, denk ik of dat wel waar is 
en of dat beeld van goud niet een beetje raar is. 
Mijn tanden liggen in een glas, 
mijn bril op tafel, gehoorapparaat in mijn tas 
Mijn steunzolen naast het bed op de stoel. 
U weet dus wat ik met die twijfel bedoel. 
Trek niets in twijfel, zei de pedagoog. 
U bent nog fantastisch goed ... zo op 't oog. 

En 's morgens als ik ben opgestaan 
en eerst de afwas heb gedaan, 
lees ik het laatste nieuws in de krant. 
Ik wil toch bijblijven en naderhand 
 doe ik van alles, eerst geef ik de planten water, 
 de kamer stoffen doe ik later. 
Wel gaat alles wat traag 
en heb na 't eten wat last van mijn maag. 
Maar ik wil niet zeuren, want 't mag, 
dat is heel gewoon op je oude dag.
Aanvaard het rustig zei de psycholoog. 
U bent nog fantastisch goed ... zo op 't oog.

Annie M.G. Schmidt



maandag 4 december 2017

Van Bouwel naar Heist op den Berg


Het is weeral eventjes geleden dat er nog eens gewandeld werd. Huishoudelijke taken vragen bij wijle om prioriteit en dan moeten de leukere dingen even wijken. En dat moest gerecupereerd worden. Ach nee, 'moeten', dat staat al een tijdje niet meer in mijne Larousse maar een beetje die regelmaat onderbreken bezorgt me toch enigszins wat ongemak. Laat me het beter omschrijven met enige onrust. Ik heb dan maar een klodder zalf gesmeerd op dat ongemakje. Met een ferme neep op dat tubeke zalf te geven spoot er een stationstapperke van Bouwel naar Heist op den Berg uit. Een dikke 20 paaltjes, nat gewogen. 

Berchem station was de rendez-vous plaats met de Ronny, Catsjoe en de Marc. De Marc kwam iets na mij toe maar op de Ronny moesten we nog even wachten. Die zijn trein was afgeschaft en zou een halfuurtje later komen. Een mooi excuus om een koffietje te gaan slurpen bij onze Australische barrista waarvan reeds melding gemaakt werd in een eerder bericht. 

Als je moet wachten in een treinstation is reizigers spotten een verstrooiïnggevende bezigheid. Zeker 's morgens wanneer je de mensen hun haast en stress bijna lijfelijk aanvoelt. Stralend lachende gezichten zijn in de minderheid. Zo je ze al aantreft zijn ze doorgaans in groep waarbij je, afgaand op het vertoonde enthousiasme, vermoedt dat er voor hen een snoepreisje werd georganiseerd.  De aanwezige politie in de stationshal maakte hierop geen uitzondering. Met z'n zessen, gewapend tot de tanden met mitrailletten en ander schiettuig, hielden ze een rustig onderonsje. Af en toe botsen er reizigers opeen waarbij er éne de benen van onder zijn gat probeert uit te lopen in de hoop zijn trein nog te halen. De meesten lopen gehaast, daarbij elk contact vermijdend en met de blik op oneindig, hun werkdag binnen. Rare snuiters kom je ook al eens tegen. Deze morgen liep er ineens een kerel het station buiten ... "ik ben het strontmuug" ... 'IK BEN HET STRONTMUUG", keelde hij de wereld in (muug = moe en stront = poep, ter verduidelijking voor onze Nederlandse buren). Daarna begon hij wat te morrelen aan een fiets buiten in het rek. Misschien wel dat zijn eigen zoveelste fiets weeral was gejat en dat hij voor dezelfde modus operandi opteerde daar aan dat fietsenrek. Die mens was duidelijk over zijn toeren en had wat last van stress denk ik. En dan heb je nog de schare addicts die aan hun smartphone-baxter hangen en dankzij een schermpje van 10 bij 6 cm vat op het leven proberen te houden. Met een finger swipe over dat schermpje vagen ze de wereld rondom hen en zichzelf het isolement in. Ben ik weeral aan het zagen ? 

Ja ? Daar kwam de Ronny met zijne Catsjoe aan zie. Nog een koffieke alstublieft voor onze maat ? We konden zo naar Bouwel sporen. Tegen een uur of 10 stapten we uit en konden we onze wandeling in het Neteland beginnen. Onderweg werd er in de trein door de Ronny al een borrel aangeboden. Een Elexir d'Anvers. De drank die aan paarden gegeven wordt als ze last hebben van kolieken. Toverdrank met een uiterst geheime receptuur. Ook zeer aanbevolen bij dames met pijnlijke maandstonden. Hoogstwaarschijnlijk was die borrel bedoeld als opkikker voor het te trotseren koude weer. Maar het was helemaal niet koud, beetje mistig en fris in de morgen, dat wel, maar de ganse dag was het prachtig weer. Hier en daar zelfs een flardje blauw en maar eerst tegen de avond trok de hemel haar grijs pak aan. Geen spatje regen en dat was een meevaller.

22 paaltjes .... het hadden er best wel iets meer mogen zijn maar de korte dagen worden enigszins spelbrekers. Met een kleine 6 km te verlengen zouden we langs het kasteel 'Bouwelhof' en het vakantieverblijf 'Minnekepoes' van Felix Timmermans kunnen wandelen. 'Minnekepoes' één van zijn literaire œuvres werd daar ten velde geschreven. Aansluitend daarop zouden we nog het Cis Drijbooms wandelpad kunnen verkennen maar helaas, het zal voor een andere keer zijn. Deze Cis was een uniek kenner van het landschappelijk, architecturaal en cultureel erfgoed en hij heeft geijverd om een laatste stukje oorspronkelijk heidelandschap te behouden voor de volgende generaties. Deze brave mens is ondertussen al het aardse gepasseerd maar in een merkwaardig testament liet hij een groene erfenis achter : De Kerkeheide. Het is een domein van 8,5 hectare groot dat nu in handen is van Natuurpunt. Zij zal trachten via boomkap de heide te herstellen. 



Voilà, de stap er in. Al vlug laveerden we over mooie landwegels richting bos. Tussendoor de savooien en paardenweiden in met af en toe wat malse grasvelden midden in het bos. De bospaden lagen er vanaf hier wel erg modderig bij zodat een misstapje je sowieso zware slijkbottienen opleverden maar dat deerde geenszins op zulk een prachtige wandeling. Onze positie situeerde zich al tussen Echelpoel en Langenheuvel. Ik moet toegeven, het is een prachtig bosgebied en bij een aperitiefhapje annex glazeke wijn konden we dat eens rustig overschouwen. De Marc had voor deze gelegenheid speciaal een lekkere speculaas gebakken. Mooie bruintinten in de natuur vielen er te spotten. Zeker de varens waren in een warme roestbruine herfstkleur getooid. Bij de Kruiskensberg aangekomen was het schafttijd. Een boshut "Heiderust" gedoopt leverde hiervoor de nodige accomodatie. Een electrische fietstoerist had er al plaatsgevat en bladerde er in zijn gazetje. Hij was vrijgezel en op maandag bezocht hij steeds deze stek. Vlotte kerel die zich over van alles en nog wat verbaasde. Ook dat hij tijdig zijn fietsbatterij moest opladen want regelmatig overschatte hij de actieradius van zijn vehikel.

De hut stond open wat me enigszins verwonderde want er stond toch het één en 't ander binnen dat er zo uit gejat kon worden. Een mooie nieuwe houtstoof bvb. Eventjes 3 stoelen en een tafeltje die hut buitensjouwd en we waren gesteld. We konden schoven. Lang hebben we er niet gezeten want er stonden nog 13km in de wachtrij. Nog wat verder stappen bijgevolg. Niet veel echter want boscafé 't Schipke had iets te veel aantrekkingskracht. Dat etablissement lag pal aan de Grote Nete. Enkele smakelijke Nethetrippels daar netjes geconsumeerd. De batterijperikelen van onze fietsmaat indachtig was dit enkel een kwestie van niet zonder brandstof te vallen onderweg naar Heist od Berg. 

We stapten verder zuidwaarts de Grote Nete volgend op het halfverharde jaagpad in een oostelijk boogje rond Itegem. De Grote Nete wringt zich hier in ontelbare bochten door het landschap. Verbazend wel dat het vrijwel een maagdelijk landschap is. Geen boerderijen of bebouwing in de weidse omtrek te bespeuren maar wel uitgestrekte weilanden afgewisseld met flinke bospartijen. Een stevige tred werd er in gehouden en tegen 4 uur kwam de toren van de St. Lambertuskerk van Heist op den Berg al in zicht.

Heist op den Berg dankt zijn naam aan de “Heistse Berg”, een getuigenheuvel die centraal in de gemeente ligt. Op de 48 m hoge top ligt het historische centrum van de gemeente met onder andere het oude vredegerecht uit 1867, het gemeentehuis, de Sint-Lambertuskerk uit de 14de eeuw en de pastorie uit 1769. Het is het tweede hoogste natuurlijke punt van de provincie Antwerpen.  Enkel de Beerzelberg in Beerzel is met 51,60 m net ietsje hoger.
Geschriften uit de 17de en 18de eeuw spreken over het "Land ende Vrijheid van Heist". Kenmerkend voor een Vrijheid was dat het autonoom bestuurd werd, over een eigen rechtbank beschikte en privilèges genoot. Maar Heist op den Berg moet als Vrijheid al veel langer bestaan hebben.  Een eerste aanwijzing is het symbool van de gemeente: een zwaan. De Heistse schepenen gebruikten dit beest reeds in 1565 op hun ambtszegel. Aan het zegel van de toenmalige Heer van Heist komt geen zwaan te pas, wat dus wijst op een zekere graad van zelfbeschikking. Wanneer het ingelijfd werd bij de Eerste Franse Republiek in 1795 verloor Heist op den Berg al haar rechten en privileges.

Via Hallaar wandelden we Heist od Berg binnen. Aangekomen in het stadcentrum zou het zonde geweest zijn om niet eens even de berg op te kruipen. Naar boven dus langs een smal trappensteegje. Jammer dat het al donker was want het schijnt dat je daarboven een mooi uitzicht hebt over de streek.  Maar het pleintje daarboven op die berg oogde best ook gezellig. De wandeling liep ten einde want de statie van Heist was vanaf hier niet ver meer. Nog een klein stukje langs de hoofdwinkelstraat viel er te stappen. Deze was al compleet in de kerstsfeer gedompeld. Lichtbogen en kerstbomen smukten al het straatbeeld op. Goed voor de commerce.

Weeral mooi getimed zie. Bij aankomst hoefden we maar enkele minuutjes te wachten en de trein kwam er al aangereden. Pijnlijk momentje voor de Catsjoe ... een dame stapte in het gangpad op het beest haar staart. Een gekajiet dat de hele treinwagon deed opschrikken. Het mens was er duidelijk van aangeslagen. Helemaal van haar melk excuseerde ze zich meermaals. Een halfuurtje later stapte ik en de Ronny af in Berchem. Dag Marc, tot een volgende ! Hij spoorde nog verder tot in het Centraal Station. Een zoveelste fijne trip werd het. Tof gezelschap, mooi weer, lekkere pint onderweg, gezellige klap en dit alles in een prachtig decor. De volle onderscheiding voor deze dag !  Naar een vervolg kunnen we weeral uitzien.





13608 Created with flickr slideshow.