woensdag 8 april 2020

Langs de Trage wegen van Haasdonk (01)


----

----

Ik voel het aan mn voeten. Na bijna een maand het advies 'Blijf in uw kot' te hebben gerespecteerd wilde ik vandaag dan toch maar eens de benen strekken. Een kleine 15km stapperderij  en het moesten er echt niet meer zijn want er zouden bleinen uitgedeeld worden. Het is toch straf dat op enkele weken tijd je voeten zo degenereren. Ik zal er iets meer moeten op uit trekken om de voeten in conditie te houden. Niet alleen de voeten maar ook het waarschuwingslampje van mijn BMI begint al te flikkeren. Het is een irritant rood lampje.

Ik had helemaal niks uitgetekend, gewoon de neus achterna en ik rekende hiermee een goed uurtje met wandelen op te vullen. Onderweg kwam ik op het simpele idee om elke trage weg die ik tegen zou komen te verkennen. Het werd een aangenaam toerke. Na de afklop was ik verbaasd dat ik 15 paaltjes en een kleine 4u had gestapt. Stralend lenteweer, tegen het zomerse aan en dan blijf je maar stappen. En stappen moet je in dit geval doen op het gemakske zodat je voor jezelf de tijd kunt nemen om het mooie van fauna en flora om je heen  tot je door te laten dringen. Bovendien heerste er een nooit geziene rust in veld en beemden vanwege de coronarestricties. Het viel op, de wereld stond precies stil. De wegen zo goed als verlaten, geen vliegtuigen in het wijde zwerk en enkel de vogeltjes zorgden voor wat lawaai. Aangenaam lawaai welteverstaan. Hier en daar zag je een fietsend koppeltje, een jogger, een wandelaar.

Moeder Natuur heeft behoefte aan een break en dit beschouw ik wel als positief aan heel dat COVID 19 verhaal. Bovendien zijn er nu veel mensen ongewild verplicht hun drukke leventje een beetje te temperen waardoor je hier en daar  al stemmen hoort opgaan die laten vermoeden dat er opnieuw oog komt voor de meest simpele dingen des levens. En daar zie ik toch wel een paar raakvlakken met een lange pelgrimstocht. Tijdens zo een tocht krijg je opnieuw oog voor die essentiële dingen. Dit essentiële wordt in onze materialistisch ingestelde maatschappij volledig overschaduwd. Men weet zelfs niet meer dat het bestaat. Psychologen, mind-fulness, yoga, Ki-workshops ... ga het rijtje maar af, zijn de wonderremedies die je er aan moeten herinneren om je zo weerbaarder te maken in onze dolgedraaide maatschappij. Een pelgrimstocht biedt mijn inziens meer soelaas. En het is raar maar deze periode van gedwongen retraite bevalt me wel. Ze zet de factor tijd in een ander perspectief en dit leidt voor mij tot bezinning. En natuurlijk, de keerzijde van de medaille, is het erg jammer van het immense verdriet en de miserie waaronder vele mensen nu moeten lijden maar beterschap, die komt wel. En hopelijk worden er ogen geopend zodat er inzicht volgt. Het zal weliswaar wishfull thinking blijken maar ik hoop toch dat er over het mondiale neoliberale gedachtengoed eens een grondige polemiek gevoerd wordt. Zo vlug mogelijk als het kan. 

Het in kaart brengen en markeren van die trage wegen vind ik een prachtig initiatief van de gemeente.  Hopelijk heeft dit initiatief nu enkele mensen de natuur doen herontdekken. Ik ben er wel een stuk of 5 tegengekomen op m'n tripje. Een heel mooi stukje was de verlaten spoorwegbedding tussen de Kruisstraat en de Dennenlaan. Ik vermoed dat dit een vroegere aanvoerlijn was voor het Fort Westakkers. Prachtig stukje naast een verwilderde sloot. Ook heel knap is het stukje tussen de Bankstraat , langszij het fort van Haasdonk tot aan de St. Amalbergakapel in de Luiseekstraat. Het is een stukje traject uit de Groene Halten Route van Temse. Subliem en morgen zall ik het in tegenoverstelde zin stappen. Die bleinen wil ik geen kans geven. Nu hetgeen ik wel gemist heb is m'n tripeltje, m'n vloeibare medicamenten voor onderweg. Nog meer gemist was het gezelschap van de stapmaten, dat moet ik bekennen. Geen kroegje dus en bijgevolg heb ik dit euvel omzeild met mezelf te voorzien van een troostprijs. Hierzie : Een Tripel Karmeliet !!! Schol vanonder de olijfboom in m'n bescheiden hofke.  De foto was wel van gisteren maar bij het ter redactie stellen van deze blogpost was m'n glas juist leeg 😊😊😊






vrijdag 13 maart 2020

Limburg Lage Kempen van Zolder naar Leopoldsburg



Geen al te grote opkomst voor het wekelijkse uitstapje vandaag. Niet alleen voor het uitstapje  maar ook op weg naar mijn bestemming was het erg stilletjes en het leek me wel of onze bevolking gedecimeerd was. Een voorbode van de apocalyps ? Onderweg naar de statie viel er weinig verkeer te bespeuren en de stations van Berchem en Beveren leken wel verlaten. Op de treinen, hetzelfde scenario, die waren zo goed als leeg. Weinig werk dus voor de kaartjesknipper maar ook die leek wel opgelost in het niets te zijn. Onze kaartjes bleven zowel op de heen- als terugreis maagdelijk blank. 

Wat het stapploegske betrof meldden enkel de Ronny en de Catsjoe zich present. Tussen Zolder en Leopoldsburg had ik het wandelpad uitgetekend. Een slordige 22 kilometer tussen de aldaar gelegen treinstations. De Lage Kempen bieden een prachtig en gevarieerd wandelgebied. Geen enkele wandeling daar in Limburg heeft me al ooit teleurgesteld en deze keer zou het niet anders worden. Jammer is het wel dat het even sporen is maar het loont alleszins de moeite. Het is daar een prachtige streek en deze keer was het hopen dat er geen F-16's de zalige rust, die de natuur ginder uitstraalt, zouden verstoren met hun brullende motoren. Het militaire vliegveld van Kleine Brogel lag daar immers op amper 15km van ons wandelpad. Onze bede werd verhoord. Min of meer toch, op enkele flying ace-pilots na die daarboven in het hemelzwerk wat happen uit  het defensiebudget opsoupeerden. Verder bleven we gespaard van dat verschrikkelijke lawaai . 


Om 10 uur hadden we de verharde baantjes van Zolder al verlaten en bevonden we ons aan de voet van de mijnterril van Heusden Zolder; een stille getuige van het steenkoolverleden van de streek. Terrils ontstonden door het storten van stenen die bij de steenkoolwinning mee naar de oppervlakte waren gebracht. Met kipwagens en smalspoortreintjes werd dit overtollig materiaal vanuit de kolenwasserij in de mijngebouwen naar de terril vervoerd. Deze terril is sinds 1997 een Vlaams natuurreservaat. Schapen zorgen er door hun graasgedrag voor een stevige grasmat. Ik ben er echter geen enkel schaap tegengekomen maar soit, in de zomer zullen die daar wel rondhangen. Deze beesten verhinderen met hun gegraas de groei van bomen daar op het terrein. Hiermee tracht natuurbeheer het bijzondere milieu, dat vergelijkbaar is met dit van Midden-Frankrijk, te handhaven.  De silhouetten in de verte van de terrils van Waterschei, Winterslag, Beringen deden me dan ook een beetje denken aan de Auvergne, het gebied met de uitgedoofde vulkanen in Midden Frankrijk.  Voor het begrazingsproject werd het noordelijk gedeelte van de mijnterril en de aangrenzende heidegebieden afgerasterd. Dit hadden ik en de Ronny eerder moeten weten want na 2500 meter stappen en klauteren op deze 155m hoge terril konden we er verdorie niet meer af. We zouden helemaal tot aan de ingang hebben moeten terugkeren. Hierover seffens iets meer. 
Via mooi aangelegde paden en trappen op de steile stukken konden we van een wondermooi panorama genieten.  Helemaal boven op deze terril hadden we een uitzicht op het militair domein “Kamp Beverlo”, dat zo op het eerste zicht een oefenterrein is. Ook de gemeentelijke boscomplexen “Koerselse Heide” , het natuurreservaat “Vallei van de Zwarte Beek” en het brongebied van de Helderbeek waren bovenop die terril goed zichtbaar. 

Een trailloper die ons al enkele malen was voorbijgesjeesd met zijn loopstokken spraken we aan omdat het ganse terrein bovenaan de terril was afgespannen en we hem om raad naar een uitweg vroegen. We hadden er daarboven al eventjes rondgetoerd maar zagen geen uitweg. Mijn uitgetekend pad was afgesloten. Toch wees hij naar dit versperde pad en dat we daar maar over de draad moesten kruipen. Het zou een steil pad naar beneden worden en volgens deze sportieve knakker was dit pad nogal 'vettig'. Opletten bij het afdalen zou de boodschap worden Dit laatste woord sprak hij uit met het kenmerkend  zangerige Limburgse accent. Helemaal terug naar de terrilingang lopen zou ons een stevige omweg bezorgen dus waagden we het erop. Ik miste wandelstokken bij het afdalen van dat pad want ik moet toegeven dat ik met het ouder worden niet zo zelfzeker meer ben op kwakkele paadjes. Misschien betrouw ik niet meer zo op mijn gezichtsvermogen ? Alleszins hoed ik me om bij een val te hard met mijn kop te botsen met het risico van m'n oognetvlies terug te beschadigen. Het zal een combinatie zijn van deze factoren waarbij nieuwe stapschoenen of nieuwe zolen ook vermeld mogen worden.  Regelmatig verloor ik dus de grip op dat 'vettig hellingske'. Geen haast echter, ik kwam er wel. Eens beneden wachtte er ons een andere verrassing. Ook beneden was er een afrastering en een beek die ons afsloot van de toegang tot een gaanpad. Pech komt nooit alleen. Er was boven die afrastering nog een extra hoogspanningsdraad aangebracht. De sjaal van de Ronny kon dienst doen om die onder spanning staande draad op te tillen. De Catsjoe werd als eerste tussen de afrastering en de onder elektrische spanning staande draad geloodst. Gelukkig dat het beest zich kalm hield. Daarna volgde de Ronny en ik als laatste. Nog een klein sprongetje over de beek en we konden  verder. 

Het Vlaams bezoekercentrum 'De Watersnip' was de volgende halte. Ondertussen waren we in de vallei van de Zwarte Beek aanbeland. Een vallei die zich van Diest tot in Hechtel Eksel uitstrekt. De Watersnip is een natuurcentrum, vrij toegankelijk maar het Coronavirus strooide roet in het eten. De deur bleef gesloten. Wel konden we er een picknicktafel versieren, het was ondertussen al ver na het middaguur.  


Het was aan deze picknicktafel dat de Ronny een videoclip werd toegestuurd door Bas onze wereldfietser. Een kort clipje met m'n soulmate Els op de achtergrond. Die was enkele uren eerder geland op de luchthaven van Windhoek-Namibïe. Zij was daar aangekomen na een vlucht van 14uur. Bas reed met z'n fiets haar tegemoet vanuit Windhoek om haar te verwelkomen en op te vangen. Uit het clipje kon ik opmaken dat ze goed was aangekomen. 
Zij meldde me ondertussen al dat het vliegtuig dat vanuit Frankfurt naar Namibïe vloog, bijna leeg was. Ze zat er nagenoeg alleen op. Een gevolg van de Coronaperikelen dat alle geledingen van de maatschappij aantast. Samen met Bas fietst Els nu naar Kaapstad in Zuid-Afrika. Ik heb even gevreesd dat haar vlucht zou gecancelled worden vanwege dat Coronagedoe.  Gelukkig was dit niet het geval. Maar moest ze 2 dagen later zijn vertrokken  dan zou haar droomreis in het water gevallen zijn. Het geluksbrengertje en het hangertje met de H. Christoffel die ik haar kado deed voor deze reis hebben nu al hun nut bewezen. Ze draagt deze mee vooraan op haar fietstas. Goeie reis beste Els !  Geniet van je Afrikatrip. 

Na de picknick schoven we verder langs een mooi wandelpad, 'Het Prikkelpad' genaamd. Iets verder bevond zich het café 'Het Fonteintje' en daar zou onze tripel kunnen geconsumeerd worden. Ocharme toch ! De uitbater en zijn vrouw zaten in zak in as. Om middernacht moest hun etablissement sluiten. Ze wisten het even niet meer. In vergoedingen geloofden ze niet meer. De varkenspest had er jaren geleden in de regio gewoed, de beesten werden afgemaakt en de beloofde centen konden ze destijds met hun ellebogen aanpakken. Nougabolle dus. Een ijssalon iets verder maakte dezelfde bedenking. Daar wipten we ook even binnen en raakten er aan de praat met enkele fietsfanaten. Het werd vrij laat zonder dat we er erg in hadden en moesten opkrassen. Het resterende deel was een aaneenschakeling van mooie zandpaden afgewisseld met hier en daar een bospad. Bovendien zaten we nog altijd in die vallei van De Zwarte Beek. Deze is meer dan een beek alleen. Op de flanken en in de vallei liggen nog veel authentieke landschappen. Je begint boven op een droge heuveltop 'De Venusberg' genaamd. Deze is bedekt met heide en bossen. Op de flanken zie je kleurrijke weiden, akkers, knoteiken en houtkanten. Beneden in de natte vallei, vind je hooilanden, moerasbossen en veel venige moerassen met turfputten en trilvenen. Dit veen is een eeuwenoude reuzenspons die verschillende meters dik is. Het veen maakt dit landschap uniek in Vlaanderen. De laatste kilometers kregen we nog een regenbuitje kado en moest de poncho opgediept worden. Voor deze laatste loodjes moesten we afwijken van het bospad. Het was inmiddels te donker geworden en de regen had de paadjes tot glijbaantjes omgetoverd.  Onze wandeling zat er op, de 22 paaltjes tot aan het station van Leopoldsburg zaten in de pocket.  Een stemmig stationsbuffet fleurde het wachten op onze trein wat op. Die kwam er een 10-tal minuutjes later al aan. Eens op de trein naar huis konden we nog wat debriefen. Mooie dag, mooi pad, overwegend mooi maar fris weer bijgevolg was er geen reden tot klagen. Tot een volgende dan maar weer. 


vrijdag 6 maart 2020

De Brabantse Kempen : Hambos - Boortmeerbeek

Met z'n 3'en zouden we vandaag het wekelijkse wandelingetje uitrollen. Ik, de Ronny en den Hugo. De andere stapmaten Marc en Michel moesten verstek geven. De Marc zou eerst meegaan maar meldde in extremis dat hij in zijnen hof moest werken. Waarschijnlijk bonen of spruiten plukken, we hebben het niet nagevraagd. Onze Michel machte irgendwo in Deutschland einen langen Spaziergang in seiner Leder-Tilroler-Hose und  neuen Schrittschuhen. Eveneens een veronderstelling van mij want de bottienen die hij enkele weken geleden in Schoonaarde moest inlopen deugden niet. Op een slechte leest gestaan waarschijnlijk want hij hield na elke wandeling er een pijnlijke enkel aan over. Hij zou van de winkel er nieuwe krijgen. Ik ben benieuwd naar het resultaat. Binnenkort moeten zijn bottienen de Via Podiënsis bedwingen. 

Ter zake nu ! Er stond immers een lijnwandelingetje gepland tussen Hambos en Hever ergens halverwege de spoorlijn Mechelen - Leuven. Iets voor 10u stapten we van de trein af in Hambos. Hambos is een dorpje dat in de schaduw ligt van Haacht en beter bekend van de Primus Pils die daar gebrouwen wordt. Triestig weertje, grijs en helemaal overtrokken. Onzen Hugo had zich zelfs voorzien van een paraplu. De straten en paden lagen vol plassen. De beken overvol, tegen het overstromen aan en grote delen van weiden stonden onder water. Het geheel bood een desolate indruk. Volgens mij klopte er iets niet en zat er een klimatologische haar in de boter want verderop in Wakkerzeel stonden er al kerselaars in bloei. We laveerden richting Werchter op zoek naar een kroegje voor onze koffie. Al laverend passeerden we zo het terrein waar jaarlijks het vermaarde rockfestival  plaatsvindt. Het lag er dan wel netjes maar toch enigszins verzopen bij. Eens de Dijle overgestoken konden we ons focussen op een drankgelegenheid. Een kroegje situeert zich meestal recht over een dorpskerk. Ook in Werchter zou het cafeetje Oud Werchter deze regel respecteren ware het niet dat het gesloten was. We moesten 750m verder het dorp intrekken richting Betekom. Café 'De Glazen Boterham' kon evenmin soelaas bieden want evengoed gesloten maar in de 'Wissel' vloeide er al vocht uit de tapkraan. Een halfuurtje hebben we daar verpoosd. Een man die van z'n pintje genoot aan de toog bleek ook een stapper te zijn. Binnenkort zou hij een toerke gaan doen in Slovenië. Een week stappen in groep met gids, vlieger, hotels en arrangement ... all in voor 700€. Je kan dat gerust zeer schappelijk in prijs noemen. Voor veel mensen zal deze formule een mooie wandelvakantie bieden. Als tussendoortje zou ik dit ook wel kunnen pruimen. En toch verkies ik de afzondering  van de kudde, de onafhankelijkheid die een tent, herberg of hostal je biedt, het ongewisse waar je je te slapen zal leggen, de aanspraak die je krijgt als je alleen op weg bent. Niet iedereen zal deze vorm van recreatie toejuichen en daar breng ik begrip voor op. Ieder diertje zijn pleziertje blijft nog steeds het adagio. 

Goed na het intermezzo in 'De Wissel' moesten we op onze passen terugkeren om het uitgestippelde pad terug op te vissen. De Dijle, waar er een sterke stroming op stond, werd vervolgens gevolgd tot in Ninde, een dorp van Tremelo.  Daar bevindt zich het geboortehuis van Jozef de Veuster. Als Pater Damiaan zette deze wereldberoemde picpuspater zich in voor het lot van de melaatsen op het eiland Molokaï. Naar dit eiland werden destijds de leprozen van Hawaï  verbannen. Dit geboortehuis, een bakstenen hoeve, werd omgebouwd tot het Pater Damiaanmuseum. In de voorhof stonden bankjes en daar konden we dankbaar gebruik van maken om onze picknick aan te spreken. Hugo zorgde voor het glazeke wijn. Dat smaakte bij het boterhammetje. Pater Damiaan, op een bronzen sokkel met een buste vereeuwigd in dat zelfde voorhofke, zag dat het goed was. Jawel, dit plaatsje stemde je tot nederigheid.  Voor degenen die nooit van deze Pater Damiaan hebben gehoord .... Pater_Damiaan

In de plavuizen van het gaanpad van dat hofke lag er een rond ijzeren deksel verankerd. Daarop werd met een pijl de richting aangegeven waar naast Leuven en Parijs, Molokaï zich zou bevinden. Alhoewel niemand in ons staptrio  een bolleboos in de aardrijkskunde kan genoemd worden hadden we toch onze bedenkingen bij de aangegeven richting.  Het zou ons ten zeerste verwonderd hebben moesten er op Groenland  exotische schoonheden rondgelopen hebben met bloemenkransen rond hun hals en dat Parijs op de lokatie lag waar Columbus 528 jaar geleden zijn Indiën ontdekte. 

Het begon stilletjesaan te regenen wanneer we richting Rijmenam kozen. Daar zouden we ergens traditiegetrouw de boterhammetjes kunnen doorspoelen met een, wat mij alleszins betreft, een tripeltje. Dat gebeurde in het 'Hoekske'. Een volslanke dame verzorgde de bediening en het liep daar een beetje uit. We zouden niet tijdig meer in Hever geraken en besloten dan maar om tot in Boortmeerbeek te stappen. Toch wel een beetje jammer van dit laatste omdat het traject Rijmenam - Boortmeerbeek over de grote baan moest afgehaspeld worden. Nu, we hadden deze vertraging louter aan onszelf te danken en daar moet ik in het vervolg toch wat op letten. Ik heb al mooier wandelingen gedaan maar goed, we hebben ons desalniettemin toch goed geamuseerd. Soms heb je aan goed gezelschap genoeg. Tot een volgende. 

vrijdag 28 februari 2020

Het Hekselienpad en de Prinsenroute. Van Retie naar Geel

Na een zorgenvrij trein- en busritje stapten ik, de Ronny en de Catsjoe af van de Lijnbus  in het Kempendorp Retie. In Mol waren we daar opgestapt. De klok op de bakstenen kerktoren aan de Grote Markt wees stipt 10 uur aan. 10 uur, zowat tussen de terts en de sext in om eventjes naar de liturgische getijden te verwijzen en wat mij betreft een goddelijk moment om een fikse wandeling aan te vatten. Vandaag zouden we van Retie naar Geel stappen. Iets rond de 20 paaltjes. En het zou droog blijven tot in de namiddag dus konden we er maar beter aan beginnen. Onder de gerechtslinde van Retie, een boom die er al bijna 700 jaar zou staan en waar in lang vervlogen tijden recht onder gesproken werd was het even zoeken welke richting het zou uitgaan. Café Amélie wees hierbij de weg.  Het viel ons op dat daar,  het vroege uur in acht genomen,  al zo veel volk in die kroeg zat. Amélie haar zaakjes liepen gesmeerd. Na het obligate kommeke zwarte brandstof werd het ook hier vlug opkrassen. En avant !

Het kasteel van Retie was een ommetje waard. Het ligt iets ten westen van de dorpskom maar helaas konden we niet op het kasteeldomein komen. Met tierlantijnen versierde torentjes en enkele statige lantaarnpalen schraagden het stalen hekwerk dat ons de toegang tot het domein versperde.  Dit kasteel werd gebouwd in 1906 in neogotische stijl naar een ontwerp van de Leuvense architect Langerock in opdracht van François du Four, die destijds burgemeester van Turnhout en eigenaar van de drukkerij Brepols was. In dit 'nederig stulpje' kon de Swa zijn vakantie in peis en vree doorbrengen. Schiep God niet de rangen en standen ? 😉 Ola Jan, opletten met wat te veel van die de religieuze accenten in je schrijfsels te leggen. Je moet dit jaar je lot weer leggen in de handen van het Heilig Jaakske en die kan soms aardig uit de hoek komen. 

Al vlug zaten we in een prachtig stukje natuur. Een bordje bracht ons in kennis dat we ons op de Prinsenroute bevonden. Halverwege de 19de eeuw kocht de Belgische koninklijke familie 4900 hectare grond aan in Retie. Koningen, prinsen en andere met blauw bloed gezegende heerschappen en freules kwamen hier graag de adelijke beentjes strekken. Deze prinsenroute zou ons naar het Prinsenpark brengen maar vooraleer in dit park te belanden kregen we nog eerst een avontuurlijke stukje kluppelpad te verwerken. Wow, dat beloofde spannend te worden. Een kluppelpad dat eveneens onderdeel zou blijken van een kinderwandeling die Hekselientje in de kijker brengt. Hekselientje is het geesteskind van An Melis. Zij is de auteur en illustratrice van prachtige kinderboeken met Hekselientje en Belle Beer als hoofdpersonages. Met deze personages en haar verteltheater trekt An door het ganse Vlaamse land. Het is jammer dat ik dit niet eerder wist. Als 'voorleesgrootvader'  in de papklas van Stafke de kleinzoon, had dit voor mij een uitgelezen verhalenbron kunnen zijn waaruit geput kon worden. Bovendien zijn het meesterwerkjes van eigen bodem ! Kijk : An Melis.

Het eerder vermelde kluppelpad is haast 2 km lang en nauwelijks 60cm breed. Het slingert zich door het gebied dat zich de vallei van de Witte Nete noemt. Een zeer avontuurlijk stukje met halverwege dit pad een panoramisch uitzicht op de vallei. Avontuurlijk alleszins en dat beloofde. Aan weerszijden bevonden zich sprookjesachtige moerassen en waterpartijen. Een watergeest zou zo tevoorschijn kunnen komen in dit mysterieuze landschap. Een misstap kon je je hier niet veroorloven wilde je er geen nat pak aan overhouden. Het pad en haar omgeving bood dan ook het ideale decor voor draken- en heksenverhaaltjes. Je kwam er zelfs een heus heksenhuisje tegen. Gelukkig was dit kluppelpad bespannen met kippengaas om het uitschuiven erop te vermijden. Op grote stukken van dit met bankirai plankjes aangelegde kluppelpad lag er nog sneeuw en dat maakte het extra glibberig. Hier en daar wiebelde dat pad stevig over en weer en begon je je toch vragen te stellen over de stabiliteit. En zekers wanneer je hier en daar een doortrapte plank tegenkwam. Helemaal hachelijk zou het worden met tegenliggers in zicht. En die kwamen er ook !


Aangezien het wat deze tegenliggers betrof er dames met een kroost in het spel kwamen gebood de hoffelijkheid me om naast het pad aan een boom te gaan hangen en te trachten om daarbij de bottienen droog te houden. De Ronny echter koos resoluut voor de 'trek tegen m'n gilet-methode' en nam met dame na dame opeenvolgend de danshouding aan. Vervolgens etaleerde hij daar een pirouette die kon tellen. Vanuit mijn oerang-oetang positie sloeg ik het spektakel met  bezorgdheid en verwondering gade.  Geen paniek echter, deze manoeuvres verliepen vlekkeloos en zonder een nat pak konden we onze weg vervolgen. Ik geef toe, ik vreesde hier en daar toch voor een plonspartijtje. De dames wisten ons nog mee te geven dat er nog pittige stukjes geklauter aan te pas zouden komen. Gelijk hadden ze maar met aan de watermolen van Retie te belanden was het spannende intermezzo afgelopen. 
We wandelden voort tot aan het prinsenpark. Alhoewel het krokusverlof was of is zijn er verbluffend weinig mensen die met hun koters de natuur in trekken.  Op menig informatiebordje werden er fotootjes getoond uit lang vervlogen jaren. Er werden kinderen getoond die in het bos speelden. Zelfs fotootjes van jonge kereltjes die met zelfgemaakte vislijntjes in de Nete hun plezier zochten. Ja wat wil je ? Al het vertier van weleer wordt nu zo goed als verboden. Zet nu een telg uit je kroost met een vislijntje aan de oever van het één of ander vijvertje en  je krijgt het aan de stok met natuurbeheer. Maar goed ... tempora mutantur nos et mutamur in illis. 


Aangekomen in Prinsenpark bood een schuilhutje de ideale plek tot picknickken. Gezellig maar zoals ik al vermeldde, weinig volk dat voor wat animo kon zorgen. Het Prinsenpark zelf is een prachtig domein van 215 ha groot. Het is een groene oase met bossen, weilanden en waterpartijen. De heidegebiedjes herinneren aan de tijd toen de boeren hier hun schapen lieten grazen. Het park beschikt over enkele vijvers, die een unieke meerwaarde aan het domein geven. Deze worden door een grachtensysteem gevoed met kalkrijk water uit het Kempens kanaal. De waterstand wordt zo geregeld dat er tijdens de vogeltrekperioden hier en daar slikplaatsen ontstaan waar je talrijke vogels kan waarnemen. Naast deze vijvers zorgen de weiden aan de rand van het domein voor enkele mooie vergezichten. 
Het stukje wandelweg dat volgde na het prinsenpark was een paternoster van diepe plassen in brede zandpaden. Wandelstokken hadden hier goed van pas kunnen komen om het evenwicht te kunnen bewaren bij het laveren tussen de talrijke waterplassen. Dit kon best intensief wandelen genoemd worden. Zorgen dat je niet uitschuift of in een plas water belandt. We hebben dan nog een stuk door verboden terrein gestapt. Na een goeie kilometer stappen op een rechte weg verscheen er ineens een bordje dat aangaf dat je niet verder mocht. Terugkeren zou ons een uur omweg kosten. Bovendien waren we iets eerder een boer tegengekomen en waarom kon die ons niet verwittigd hebben ? Hup de draad onderdoor en verder gebaren van krommenaas. We kregen er zowaar dorst van want dit akkevietje moest doorgespoeld worden. In Ten Aard, een gehucht op weg naar Geel en vlak voor het kanaal Bocholt - Herentals zijn we café 'De Welkom' binnengeduikeld. Een streekgebonden tripeltje mocht mijn inziens niet ontbreken. Een 'Vliet' kon aan deze verzuchting tegemoetkomen. 'Overheerlijk' zou een Hollander dit vocht betitelen.  Een heerschap met z'n wederhelft had plaats genomen naast ons tafeltje. Er ontspon een gesprek over fietsen en wandelen maar de wederzijdse interesse in elkaars verhaal maakte bij de tegenpartij al gauw  plaats voor zelfingenomen arrogantie. Salut, we waren weg ... iets verder was er nog een kroegje waar we binnenduikelden. Daar werden we bediend door een sympathiek jong madammeke  met een felblauw gekleurde haarbos. Dat moet kunnen niet ? Een stuk aangenamer vertoeven was het hier. En ja, de voorspelde regen had zich ingezet. Eerst stilletjes, daarna werden het bakken hemelwater die geloosd werden. We moesten nog een kilometertje of 5 stappen. Poncho aan en komaan, op weg naar de statie. Je houdt het gewoon niet droog met zulke plensbuien. Een ervaring die ik en de Ronny al langer deelden. Aan de statie van Geel toegekomen moesten we nog bijna een uur wachten op een trein naar huis. In afwachting van de trein konden we ons best een beetje gaan opwarmen bij een koffie in de eerste de beste statiekroeg.  Met deze koffie werd het einde van ons staptochtje beklonken.  Het was met deze prachtige wandeling gewoon mooi geweest. Een korte maar correcte indruk. Meer kan ik niet zeggen. Tot een volgende keer dan maar weer.