Waar zullen we het schrijven ? De Ronny haakte nog eens aan bij de wekelijkse wandelingetjes ! De laatste keer dat hij nog eens mee ging wandelen dateert van januari godbetert. En hij was vandaag niet alleen. Ook den Yzzy, zijn nieuw hondeke maakte zijn entree. Aangezien onze maat nog niet al te gerust is omtrent de perikelen met zijn hielspoor hielden we het simpel. Met de waterbus zouden we vanuit Hemiksem naar St. Anna op de Linkeroever dobberen en vervolgens een bescheiden toerke van 12 km daar door de natuur maken.
Met de velo reed ik naar de veerpont in Bazel. Nam het veer om 10u10, dat lag al aangemeerd en zou zo vertrekken. In Hemiksem stond de Ronny en de Michel me al op te wachten. De Michel tekende deze keer ook nog eens present. Om halfelf vertrok de waterbus in Hemiksem en om 11u stonden we op 't Sint Anneke. Den Yzzy had ondertussen tijdens de vaart al het rubberen waterproofdopje van de knop voor het neerlaten van de gangway kapotgeknabbeld. Het werd niet opgemerkt en een herstelling zou zo gebeurd zijn.
Het weer was veelbelovend met al volop slierten blauw in het zwerk en ergens verschool het zonnetje zich achter een wolkenveeg. Een zachte temperatuur en het geheel aan indrukken zoals de aanblik van het Sint Annastrand, den Yzzy die vrolijk en speels ronddartelde, de leuke compagnie .... dit alles bracht ons het ritueel van aperitieven terug in 't geheugen. Het Minervacafé op de wandeldijk was open en bood hiervoor gelegenheid. Ik ontmoette er na 40 jaar op het terras de Leo. Ik kon er moeilijk naastkijken want Leo was en is nog altijd een boom van een vent en toentertijd een Zwaan bij de bereden politie. Ik woonde toen daar op het Sint Anneke in één van die kartonnen blokken. Ondertussen 76 jaar oud trachtte hij me in herinnering te brengen. Na een tijdje flikkerden de lichten op bij de ex-buurman en konden we even bijpraten.
M'n toerke zou naar de Blokkkersdijk uit gaan maar dat bleek bij navraag bij de Leo onmogelijk. Heel die Linkeroever is herschapen in een gigantische werf om de werken aan de Oosterweelverbinding aan te pakken. Maar ik had me er op voorbereid dat er ons obstakels te wachten stonden. Uit voorzorg had ik een B-plan dat ons via het Galgenweel naar de voetgangerstunnel kon brengen. Het te volgen parcours werd dus wat bijgestuurd.
Eens dat Minervacafé buiten trokken we ons in gang op weg naar het St. Annabos. Den Yzzy kreeg vrij spel en het lukte al vrij goed om zonder leiband los te lopen. Ze reageerde al vlot op het fluitje wanneer ze teruggeroepen werd, maar tja het beestje is nog maar 9 maanden en dus is er nog wat werk aan volgens de Ronny. In alle geval beleeft onze maat er veel plezier aan.
Ook de Michel was al direct goede maatjes met dat beestje. Heel zijn broek droeg er de sporen van 😊 !
In het St. Annabos vonden we een picknicktafeltje. De tijd voor het schaft was eigenlijk al voorbij. Onze Michel trok een flesje wijn open. Schol en op de kameraadschap. Het was vrij rustig in het bos. Zo af en toe een wandelaar die door Yzzy ietwat te uitbundig zou begroet worden moest de Ronny het beestje niet in toom gehouden hebben. Iemand aankomend met wandelstokken was iets nieuw en de curiositeit was te overweldigend om braaf te blijven zitten. Hetzelfde gold voor een aankomend jogger. Diens broek kreeg een zelfde behandeling als die van de Michel. Ik spotte daar aan die picknickbank zelfs een koppel fietsers die begeleid werden door een drone. Dat machientje vloog tussen de bomen door mooi achter hen aan. 't Is weer eens iets nieuws !
Er worden daar in het bos grote werkzaamheden uitgevoerd. Het bos, nu nog 52.3 ha groot, blijft grotendeels staan tijdens de werken aan de Oosterweelverbinding. Tijdelijk verdwijnt er wel ongeveer 14.4 hectare van het Sint-Annabos zodat de nieuwe Scheldetunnel kan gebouwd worden. Ook wordt er ter hoogte van de Scheldeoever 20.3 hectare in gereedheid gebracht voor de bouw van een nieuwe en hogere Scheldedijk. De ondergrond van de huidige Scheldedijk is immers te onstabiel om het gewicht te kunnen dragen van een hogere dijk. Deze dijk komt meer landinwaarts en de daardoor vrijgekomen ruimte aan de kant van de Schelde zal gebruikt worden voor de aanleg van een nieuw 18 hectare groot slikken- en schorrengebied en een 6 hectare groot overstromingsbos. Tijdens de wandeling maakten we ons toch de bedenking hoe het mogelijk is geweest om het budget met een slordige 3 miljard € te laag te ramen. Das verdorie 50% meer en dan vraag ik me af waar de projectontwikkelaars hun diploma's hebben behaald. Maar goed, het zal er mooi worden want na de aanleg van de Scheldetunnel worden er nieuwe bomen en groen aangeplant.
Met het elimineren van de Charles De Costerlaan die vroeger jaren het verkeer uit het Waasland naar de konijnenpijp of Waaslandtunnel bracht zal er één groot divers natuurgebied ontstaan dat het Sint-Annabos met de Blokkersdijk, de Middenvijver en Het Vliet samenbrengt. Ik hoop deze verwezenlijkingen nog te mogen 'aanschouwen'.
Die Charles De Costerlaan lag er nu zwaar gehavend bij. Helemaal opgebroken. Die moesten we oversteken en zo belandden we in een stukje St. Annabos dat tot over onze landsgrenzen heen in gespecialiseerde 'vakliteratuur' gepromoot wordt als de ontmoetingsplek bij uitstek voor onze homofiele medemens. Deze woorden schreef ik exact 7 jaar geleden in : Blogpost 2 Nov 2017 - Een solotrippeke op het Sint Anneke.
Vervolgens kwam het Rot aan de beurt. Ook hier werfketens en hekkens troef maar we vonden desondanks een doorgang via de middenvijver en de festivalweide. Daar in een hoekje van die festivalweide bevindt zich het prefabdorp voor de mensen die de oorlog in Oekraïne zijn ontvlucht.
Met de Blancefloerlaan over te steken en het Galgenweel in te duikelen konden we onze wandeling zo goed als afgerond beschouwen. Ook daar werd er een groot deel van het gebied ingepalmd door werfketens en afsluithekkens. En in de uithoek van het weel daar trof ik een waterskipiste aan. Die zou er al van in 2018 staan, pffft zo lang al en nooit heb ik dat geweten. Een clubhuis annex kantine was publiekelijk toegankelijk vanaf 3 uur. Het was nog iets te vroeg maar de jeugdige uitbater liet ons er al in. Het was de laatste dag dat er gesport kon worden en zo konden we naar die waterskiërs kijken terwijl die ettelijke rondjes draaiden bengelend aan een kabelbaantrapeze. Dat had ik nog nooit gezien. Een motorboot kwam er niet meer aan te pas. Een vriendelijk meisje diende de tripeltjes op. Op het terras daar aan die waterrand was het nog eventjes genieten van het voortreffelijke weer. Een zalige dag was het. We trokken verder langs het weel en gingen finaal afronden met een tochtje door de voetgangerstunnel. Die is ondertussen al erkend als beschermd erfgoed, of toch tenminste de roltrap. Het zat er op en op het St. Jansvliet kon het terras van café 't Chauffeurke als wachtlokaal fungeren bij het wachten op de waterbus richting Hemiksem. 4 contente zielen, een uitgelezen wandeluitstap, veel bijgepraat, lol beleefd aan den Yzzy ... het was goed geweest. De zorgen gemaakt omtrent de Ronny zijn hielspoor bleken dan toch wat af te zwakken. Pijn was weg maar het gevoel dat het al helemaal terug in orde was bleek nog niet het geval. Nog wat geduld bij deze. Dat gaat dus stillekesaan de goede kant uit. Hij kan dus terug met gemak elke week mee ! 😖😉😈.
Nog een allerlaatste consumatie daar in het Chauffeurke kon er af waarna we konden afzakken naar de pont van de waterbus aan het Steen. Nog een halfuurtje debriefen onder elkaar tijdens de vaart naar Hemiksem en de dag zat er op. In Hemiksem terug de fiets op en naar huis voor een kleine 10 km. Het was verdorie al pikkendonker.
Afgaande op de weerberichten zou je gezworen hebben dat er momenteel een Indian Summer in 't verschiet zou gelegen hebben. Verleden week nog stelde onze toffe weermuze Jacotte met een brede smile een hoop stralende dagen in 't vooruitzicht met als hoogtepunt een zomerse dag op donderdag. Zonde zou het dan wel geweest zijn om die zomaar te verprutsen gezeten in de één of andere zetel of op een barkruk hangende aan de één of andere toog. Ideaal weer dus om er op uit te trekken. Zwakke wind, hooguit 3 beaufort uit het zuidoosten en haaks op ons parcours, een azuurblauw hemelzwerk en Laura die het kwik naar de 20 °C zou toveren. Magnifiek weer dus om te wandelen.
Deze keer werd het geen solotrip want den Hugo, Leen, Liliane en Greet zouden mee in de wandelpret delen.
In een eerdere blogpost meldde ik het bestaan van het pittoreske cafeetje het ' Kroegske' en haar legendarische uitbater Iwein in Oostende. Dit intrigeerde Liliane dermate dat ze toch erg graag eens een bezoekje aan zijn etablissement had gebracht. Dat zou ik wel ff regelen en zo kon ik 2 vliegen in 1 klap slaan : Primo, een gezellig weerzien met de dames, een bromvlieg kwam aan haar eind in dit geval en secundo kon ik voortbreien aan mijn streek GR Kust, dat was in alle bescheidenheid maar een ééndagsvliegske.
Rond 9 uur zouden we elkaar treffen in Oostende. Alhoewel er telkens een poging wordt ondernomen om ergens op tijd te geraken heeft het geen zin meer om op voorhand sluitende afspraken te maken kwa uur wanneer er beroep op de NMBS moet gedaan worden. In Gent St. Pieters zouden we volgens de aankondigingen ruimschoots de tijd gehad hebben om op de trein te stappen van m'n stapvriendinnen. Zij spoorden vanuit Leuven naar Oostende, weliswaar een hele onderneming ! Helaas, een goederentrein eiste in Sint Niklaas zijn voorrang op en daar moest onze trein tot in Gent achteraanmodderen zodat ik en den Hugo een kwartier later dan voorzien daar in Gent aankwamen. Saluut trein naar Oostende. Met een half uur vertraging kwamen we aan in Oostende. De dames (hoe formeel zeg en dat schrijft zo raar), hadden in afwachting van onze aankomst voor een kroegje gekozen en ze zouden ons daar opwachten. Ze kwamen ons echter tegemoet want café Sammy's waartoe ze toevlucht hadden gezocht nodigde niet uit tot een 2de consumptie. Een kraan in het toilet waar geen water uitkwam, lippenstift op de koffiekommekes en er waren nog redenen maar die ontgaan me nu even.
Het werd een leuk weerzien met de dames. Ik stelde den Hugo voor. Het werd een onderlinge kennismaking en ik vermoed dat een wederzijdse match kwa sympathiekerigheid wel klopte. Vooruit nu maar naar Blankenberge want dat was de bestemming.
We teenden naar de visstrap waar het overzetbootje de 'Raveel' ons naar de oosteroever van het visserijdok zou brengen. Een vleugje lollige scepsis kon ik bemerken wanneer het mislukte avontuurtje met de waterbus van enkele weken geleden in herinnering werd gebracht. Eens aangemeerd liepen we verder langs de strekdam en de Spinoladijk. Het was laag water en her en der vielen er strandjutters te spotten. Een uitgestrekt strand met strandgapers en zeemeeuwen op de golfbrekers, de blauwe zee ... je kreeg er gratis een vakantiegevoel voorgeschoteld. Het werd maar een kort stukje wandeldijk want iets voor surfclub Twins kozen we voor het duinpad. Nu werden het afwisselend stukjes duinpad en strand. Het zou nog een uur ebben volgens onzen Hugo zodat we gemakkelijk de vloedlijn konden volgen. Dat maakt het stappen op een zandstrand stukken gemakkelijker. Gekomen aan de Vosseslag en daar te kiezen voor het bospad was een prachtige zet. Je zou je niet aan zee wanen want ook hier heeft de herfst haar verfdoos tevoorschijn getoverd. Met zachte warme herfsttinten worden hier in het duinbos de prachtigste doeken geschilderd waarmee ik durf beweren dat ze de hedendaagse kunst ruim in de schaduw zet. Geef je ogen de kost in de natuur en verwonder jezelf eraan want het brengt je tot rust ... een boodschap die jammer genoeg niet meer gehoord wordt in een wereld waar tijds- en prestatiedruk de bovenhand halen. Die overweging maakte ik al meermaals en daar op een bankje in dat bos borrelde ze weer op en kwam te voorschijn. Liliane was ook onder de indruk van al het uitgestalde natuurschoon en maakte mooie foto's van de omgeving. Het picknickuurtje was ondertussen aangebroken, de bokes werden aangesproken en vervolgens stapten we verder naar Bredene. Ik koos voor een bezoekje aan het visserskapelletje boven dit van het Bredense naaktstrand. Veel adepten van de Freie Körper Kultur zou je er nu in het najaar niet meer aangetroffen hebben. Het bezoekje aan dit kapelletje viel wel in de smaak van onze wandelvriendinnen. Enige twijfel rees wel bij de beeweg wat betreft het aantal staties. Zijn het er 14, 16 of 18 ? Ook den Hugo, ooit respectabel misdienaar, bleef het antwoord schuldig. En zelfs mijn Gewijde Geschiedenis liet me in de steek. Voor den Hugo werd het bezoek aan dit kapelletje nog maar eens de gelegenheid om zijn arsenaal aan noveenkaarsen te spekken.
Op 19 jan 2019 schreef ik : Schafttijd diende zich aan en hiervoor kozen we het visserkapelletje OLV ter Duinen van Bredene uit. Waar nu de Kapelstraat is, bevond zich 250 jaar geleden slechts een eenzame zandweg die de enige verkeersmogelijkheid bood achter de onveilige en weinig toegankelijke duinen. Tussen 1710 en 1715 werd een O.L.Vrouwebeeld in een kapelletje op een staak geplaatst. Met het geld van de offerblok werd een kleine schuilplaats gebouwd om het beeld te beschutten. In 1717 werd een houten kapel gebouwd die echter door weer en wind en een aantal inbraken aftakelde en uiteindelijk in 1736 vervangen werd door de huidige stenen kapel. De kapel was een geliefde bedevaartsplaats van de Vlaamse vissers. Er hangen naast vele ex-voto's, foto's van sloepen, dikwijls gedocumenteerd met de namen en foto's van de bemanning en de datum van de scheepsramp. Nu overheersen er bloemen en kaarsjes. In de gemetselde grot naast de kapel worden jaarlijks talloze kaarsen gebrand. Er is ook een altaar voor het houden van openluchtmissen en op de laatste zondag van mei vindt er daar in Bredene een bedevaart plaats met eucharistieviering aan de kapel.
Geïnspireerd door het boek 'De ogen van de muskusos' van Paul de Marez waarin hij zijn Heilige Olav's pelgrimstocht beschrijft vanuit Vlaanderen naar Trondheim werd er door ons een kaars aangestoken voor onze nakende pelgrimstochten. In 't bijzonder voor den Hugo en de Ronny die de Heilige Olav's route binnenkort zullen stappen tussen Oslo en Trondheim in Noorwegen. In de bougiekesautomaat daar ter plaatse vonden we er verdorie eentje van Sint Isidoor. In het grotje hebben we zijn bougieke naast die van het Heilig Trezeke geplaatst. Dan heeft hij wat gezelschap. Wel, in dat boek spiegelt de schrijver de hagiografie van Sint Isidoor aan deze van de Heilige Olav. Olaf II Haraldsson (ca. 995 - Stiklestad, 29 juli 1030) was koning van Noorwegen. Aanvankelijk nam hij deel aan de beruchte vikingentochten en sloeg hij menig vermeende opposant de hersenpan en zo het walhalla in. De contrasten die bij die afspiegeling tevoorschijn komen bevestigen dan weer de feiten dat de uitwassen van het katholieke geloof in de donkere eeuwen niet moesten onderdoen voor deze die we nu in extremistische moslimmiddens terugvinden. Helaas.
Op 20 dec 2022 schreef ik dan weer : Het spreekt je wel even aan wanneer je de daar opgehangen foto's bekijkt van de vissers en zeelui die het leven lieten op zee. Veel jonge mannen waren slachtoffer-drenkelingen en dat maakt de aanblik nog vele malen triestiger. Vermist of vergaan met man en muis. De zee geeft, de zee neemt is een opschrift dat het kapelletje siert. Het is maar een magere troost voor de nabestaanden. Maar goed, ze worden niet vergeten en men blijft ze eer brengen.
Het boterhammeke smaakte. In lijn met de lokatie waren deze belegd met zwarte heilbot. Om het diner daar af te sluiten kocht den Hugo gewoontegetrouw er nog enkele noveenkaarsen.
Tot daar m'n indrukken uit eerdere bezoeken aan dit mooie kapelletje. Tot besluit wil ik even onderstrepen dat dit kapelletje een blik biedt binnenin de ziel van onze zeelui.
En verder ging de tocht. Nu naar De Haan. Een prachtig kustdorp, misschien wel het mooiste van onze kust. Die Belle - Epoque huizen, het park La Potinière, oh oui on parlait le Français à Le Coq, herinneren ons aan vergane glorie en grand-chic. Gelukkig hield men het patrimonium in ere en kun je nu nog steeds de stijlvolle gebouwen bewonderen. Geheel in lijn met de habitudes van le beau monde installeerden we ons op het terras van de sjieke Brasserie Beaufort voor een break annex tripeltje. Het vakantiegevoel kreeg hier nog maar eens een boost. Het relaxe gedoe op dat terras moet de oorzaak geweest zijn van deze gewaarwording. Den Hugo trakteerde maar spijtig genoeg bemerkte ik dat hij nog niet terug in den haak moest geweest zijn vanwege z'n recentelijk corona-avontuur. Hij bestelde een 'Theeke' terwijl er nochthans Orval in grote letters op de bierkaart prijkte. Dat zou hij nooit aan zich laten voorbijgaan. Tenzij ...
We stapten verder door naar het Park La Potinière. Hier liep er veel volk rond. Via de villawijk De Concessie struinden we naar de Duinbossen en vervolgens na het oversteken van de Zwarte Kiezel, een paadje dat naar de zee leidde, belandden we in de Zandpanne. Opnieuw een prachtig gebied, we zaten al in Wenduine en na een kleine klim naar het duinenpaviljoentje de Spioenkop besloten we om terug naar Oostende te keren. Blankenberge was niet meer haalbaar. Het bezoekje aan 't Kroegsken en nog een hap in het één of ander restaurant mochten immers niet ontbreken.
Na 16km zochten we bijgevolg een halte van de kusttram op . Blankenberge zal dan wellicht het doel van een volgend uitstapje worden. Die tramhalte werd vlug gevonden maar weer botsten we op de kuren van ons openbaar vervoer. Elk kwartier zou er een tram bollen maar je zou evengoed alle duivels uit de hel kunnen gevloekt hebben want ze reden niet vanwege een staking. Ja Jan, leg daar maar eens pap op en steek dan maar eens iets ineen ! Nu ja, de mensen zullen wel reden hebben tot staken maar de vraag blijft naar wie te wijzen om het ongenoegen te kennen te geven ?
Na een halfuurtje kwam die tram er dan toch aangebold. Je ziet, een oplossing biedt er zich altijd aan. Een alternatief zou geweest zijn om naar Blankenberge verder te pikkelen en daar een trein te nemen. Niet nodig geweest, geen paniek.
Tijdens de rit naar Oostende waren we nog getuige van de performance van een raskomediant eerste klas. Een kindje verloor het evenwicht bij het vertrekken van de tram en viel tegen het been van haar opa, tenminste dat dacht ik toch dat het haar opa was. Niks erg, geen bloed of rondslingerende darmen, zichtbaar alleszins niet ! Die man bracht hangende aan de nokbeugel van de tram een performance ten berde van onoverkoombaar lijden. Z'n been leek er wel met een kanonschot onderuit gehaald te zijn en hij pikkelde meelijwekkend verder op zijn andere poot. De vrouw die hem vergezelde was zichtbaar gegeneerd door zijn gedoe maar ocharme toch dat schaapke, oorzaak zijnde van zijn smart, stond er maar beteuterd bij. Moest ik dichterbij gestaan hebben ik had misschien wel voorgesteld om de MUG voor hem te laten aanrukken. Greet, Leen en Liliane zaten dichter bij dat onfortuinlijk slachtoffer, zij konden alles beter zien en waren dezelfde mening toegedaan.
In Oostende aangekomen nam den Hugo afscheid. Fijn dat onzen Hugo er bij was, ik meen te mogen stellen dat dit ook de mening was van de rest van het gezelschap. Zoals voorzien werd er in Oostende nog een hap gescoord. Bistro Chopin op de Visserskaai bleek democratische prijzen te hanteren dus daar wipten we binnen. Bovendien serveerden ze steppegras met de echte steppegrassaus, waarvan de uitbaatster de enige licentiehouder is voor Oostende. Leen vond het erg lekker maar nogal royaal opgeschept. Beter zo dan te weinig. Oostendse garnaalkroketten werd het deel voor Liliane. Gelijk had ze met onze nationale 'cuisine' eer aan te doen. Ik en Greet hielden het bij een vispanneke. Greet meende oud-collega's te herkennen daar in de patio van de Chopin en ging even polsen of haar indruk waarheid inhield. Ik twijfelde maar verdorie toch ... ik liep er gewoon voorbij. Het bleek Karin en Ghislain te zijn. Fijn hen toch nog op de valreep herkend te hebben, dankzij Greet weliswaar. Ik moest van hen de groeten overbrengen aan stapmaat Marc, alias Smetje ! De wereld is klein. Ghislain, 72 ondertussen beriep er zich op, en met reden, nog een mooie vrouw te kunnen behagen. En hij had gelijk. Ook hij had een wandeling met Karin gemaakt vanuit Middelkerke naar Oostende. Beide ex-collegae droegen destijds hun steentje bij in de studie van het telefonienetwerk van de RTT, later Belgacom. Het deed me plezier hen nog op tijd te mogen herkennen !
't Kroegske was de voorlaatste stap alvorens de trein naar huis te nemen. Liliane haar wens ging daar in 't Kroegske in vervulling en alhoewel het haar zwaar op de maag lag ... ik heb den Hugo niet terug kunnen trakteren was haar beklag. Verder waren alle dames diep onder de indruk van het extravagante van deze keet.
Maar nu ga ik uitbollen. De trein nog op en schluss ! Wat een fijne dag werd dit zeg ! Liliane stuurde nog een videoke ... met een prachtige exposé : 'En we walsten ons weer door de dag'. Mooi en beklijvend ! Dankjewel medestappers voor deze mooie dag weeral.
Nog maar eens een solotripke waarbij ik deze keer een beetje gepoterd heb. Een 3de etappe zou in De Haan eindigen, een goeie 25 paaltjes, maar ik ben gestopt in Oostende na 16km. Reden hiervoor is dat ik met de volgende uitstap op deze Streek GR mogelijk tot in Blankenberge pikkel met het groepje stapdames. Vandaag was het vroeg dag. Om kwart voor 8 zat ik al in Oostende aan het 'Zeitje'. Het werd dus een vroege en vlotte treinreis waarbij ik de melding kan maken dat de treinbegeleidster haar belofte niet nakwam om me een ticket te schrijven tot in Oostende. Iets voor Sint Niklaas kwam ze controleren. Ze zou terugkomen maar ze stuurde haar kat. Txs NMBS voor de kado ! Een beetje leedvermaak mag wel ter compensatie van de ontelbare keren vertragingen of afschaffingen die me al te beurt vielen. De kusttram bracht me vervolgens tot aan het casinocursaal van Middelkerke. Van hieruit was het enkele honderden meters stappen om aansluiting te krijgen op het eindpunt van m'n vorige etappe.
Ik startte met pech want aangekomen op dat punt liep het te vervolgen pad door het Nordmanpark van Middelkerke. Ik kon het park niet in, ik stond daar voor een gesloten hek. Ik meende nog te bellen naar burgervader Jean Marie om iemand met de sleutel te sturen maar ik geef toe, ik was te lui om zijn nummer op te zoeken. Er zat niets anders op dan rechtsomkeer te maken en terug naar af. En toch moest ik op de terugweg m'n gsm nemen en bellen ! Een loslopende Mechelse Herder in de Nordmanstraat maakte het iets te bont op straat. Kinderen op weg naar school durfden er niet voorbij te lopen. Het beest zag scheel van de honger volgens mij. Op z'n hongertocht had het beest een ravage aangericht door alle vuilzakken in de straat te plunderen op zoek naar een hapje. Een voorbijganger hield me staande. 'Heb jij een GSM bij om de politie te bellen ? De mijne ben ik vergeten thuis' vroeg hij me. Met het 112 appje dat een sneloproep naar de wetsdienaren voorziet was ik de man ter wille en meldde het gebeuren. Hij was me dankbaar. Nu ik er aan terugdenk had ik even goed van de situatie gebruik kunnen maken en te vragen of ze de sleutel van het park wilden meebrengen 😊.
Terugbeland aan het casino diende er iets verderop een stukje van de wandeldijk gevolgd te worden. Met een zachte temperatuur en een matige wind in de rug kon de de 3de etappe van start gaan. Ideaal stapweer en het zou de ganse dag droog blijven. Opnieuw werd ik tegengehouden op straat en dit keer door een oudere dame. Ze vroeg me de weg naar het postkantoor. Ze moest daar zijn om ticketten te kopen voor een optreden van onze Vlaamschen Nachtegaal, de Willy Sommers. Men had het mens op haar zoektocht al van de 1 naar de 9 gestuurd maar het postkantoor bleef voor haar onvindbaar. Google Maps maakte me diets dat het postkantoor zich een 200 meter achter de hoek bevond. Ik bemerkte haar zoveelste twijfels en ben dan maar even meegelopen tot aan het Bpostkantoor. Ja dat tikt aan : Al 2 goede daden gescoord voor deze dag !
En nu van start, ik had er zin in. Ik volgde een 500-tal metertjes de kustlijn die er vredig bij lag en dook dan de duinen in. Een paar 100 meters geploeter door het mulle zand en verder liep het pad over vlonderpaden en verharde paden door dit natuurgebied, de 'Schapenweide' genoemd. Dit ruig duinengebied maakt deel uit van een smalle gordel kalkrijke duinen tussen Oostende en Middelkerke. Het grootste deel is begroeid met duindoornstruweel. De plekken, ooit begroeid met helmgras, zijn nu geëvolueerd tot stuif- en mosduin. Hoe dichter naar de plas toe, die plas lag in het midden van het duingebied, hoe meer het struweel gemengd raakt met andere struiken, zoals sleedoorn, vlier en populier.
Als je wandelend vanuit Middelkerke in de richting van Raversyde op de hoogste duinen een blik landinwaarts richt krijg je zicht op een kolossale camping. Gemillimeterd staan er volgens mij wel honderden stacaravans in het gelid. Ik schat de afstand tussen 2 caravans hooguit 3 meter. Ik versta me er niet aan hoe mensen daarin hun verlof of weekends willen doorbrengen. Het is net een vluchtelingenkamp. Maar goed, iedereen mag daar zonder discussie een eigen mening over hebben. De mijne klinkt alleszins niet lovend.
Het openluchtmuseum Atlantikwall Raversyde kwam in zicht. Een horde schoolkinderen trof ik aan bij de ingang van het museum. Ze hadden hier vandaag een klasuitstap gepland. Atlantikwall Raversyde is een van de best bewaarde delen van de Duitse verdedigingslinie 'Saltzwedel-neu' genaamd. Ze werd gebouwd tijdens de 2de Wereldoorlog. Met meer dan zestig bunkers, open en ondergrondse gangen, observatieposten en geschutstellingen ben je enkele uren zoet tijdens je bezoek. Je vindt er ook de best bewaarde Duitse kustbatterij uit de Eerste Wereldoorlog, de 'Batterij Aachen'. Dit uniek bunkercomplex uit WO I ligt in een glooiend duinengebied met uitzicht op zee. Een bezoek moet erg interessant zijn en ik plan hier beslist nog wel eens een toerke. Den Hugo gaat dit zeker niet afslaan, die heeft interesse in oorlogsgeschiedenis.
Dat wordt dus een bezoekje bij een volgende keer maar nu wandelde ik verder door het Natuurpark 'Provinciaal Domein Raversyde'. Het is de voortuin van het openluchtmuseum. In dit Natuurpark vind je vele fotos met taferelen uit de WOII. Ze staan er levensgroot opgesteld langs de wandelwegen. Het betreft voornamelijk foto's van de Canadese bevrijders na de landing op onze kust. De thema's in dit natuurpark sluiten mooi aan bij het museum. Ik kwam er zo te weten dat het V-teken van Belgische makelij is. Op 14 januari 1941 riep verslaggever Laveleye in zijn radioprogramma alle Belgen op om de letter 'V' te gebruiken als teken van verzet. De 'V' stond voor "victoire" in het Frans en voor "vrijheid, verzet en victorie" in het Nederlands. Binnen enkele weken begonnen er V's te verschijnen op muren over heel België, Nederland en Noord-Frankrijk. Weeral iets bijgeleerd.
Nog een klein stukje viel er te wandelen langs de kust van Raversijde alvorens nog in een laatste duinengebied te duikelen. Als afsluiter aan die paternoster van duingebieden bracht ik een bezoekje aan het duinenkerkje - OLV Ter Duinen. In de volksmond wordt dat daar ook wel het Ensorkerkje genoemd. James Ensor, de befaamde Oostendse kunstenaar, heeft heeft hier voor zijn laatste rustplaats gekozen. Het kerkje werd tussen 1350 en 1400 gebouwd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog braken de Duitsers de toren af omdat die te goed zichtbaar was van op zee. Tussen 1929 en 1931 werd de kerk gerestaureerd en werd er een nieuwe beuk aangebouwd door stadsarchitect Gustaaf Vandamme. Het kerkhof is sinds 1975 beschermd als landschap. Via een houten brugje over de omwalling bereik je de bewaarde muur en tuin van de 16de-eeuwse pastorie. De tuinmuur biedt nu bescherming aan enkele moestuintjes. James Ensor hield van het Duinenkerkje. Hij schilderde het meermaals en op het einde van de 19de eeuw zette hij zich in voor het behoud van het kerkje en de duinen. Het is onder andere dankzij Ensor dat we hier vandaag van een prachtig stuk natuur kunnen genieten. (bron : Oostende Stad aan Zee).
Ik stak er een kaarsje aan en schafte me vervolgens nog een noveenkaars aan. Adios James Ensor en ik volgde opnieuw de zeedijk tot aan de Drie Gapers van Oostende.
De Drie Gapers is, komende van de Koninginnelaan, als het ware de poort naar het strand van Oostende. Aan de ene kant, richting Wellingtonrenbaan, bevinden zich de Koninklijke Gaanderijen, het oude stedelijk overdekt openluchtzwembad en het kunstencentrum KAAP. Aan de andere kant, de overdekte bogengaanderij met erboven de grote Koninklijke Villa, oorspronkelijk gebouwd in 1873 in opdracht van Leopold II. De Drie Gapers zijn een soort brugconstructie die de Koninklijke Villa verbindt met het dak van de Koninklijke Gaanderijen. Er waren oorspronkelijk drie immense doorgangen. De middelste werd dichtgemaakt om er het ruiterstandbeeld van Leopold II tegenaan te bouwen. Vandaar dat men in de Oostendse volksmond zegt : "De derde gaper dat ben jij". Er stonden vandaag veel gapers aan dat standbeeld. Ik trof er een stadsgids aan die er voor een klas studenten predikte. Ik kon het echt niet laten en sprak één van de leerlingen, een tienermeisje, aan met een boodschap voor hun gids : Goed luisteren ... als hij beweert dat die koninklijke hoogheid daar op zijn paard 'nen brave mens' was, dan moogt ge van mij gerust zeggen dat het nen dikke leugenaar is en zijn geschiedenis moet leren. Dat schaapke hoorde het in Keulen donderen en bezag me maar met een verwarde uitdrukking op haar gezichtje.
Ik stapte wat voort en iets verder botste ik op het Thermae Palace van Oostende. Het uithangbord par excellence destijds van de Koningin der Badsteden. Een groter contrast in de maatschappijstanden op slechts enkele honderden vierkante meters heb ik nog nooit gezien. Er zijn volop renovatiewerken aan de gang maar het aanzicht blijft voorlopig nog triest in 't kwadraat. De vloeren onder de galerijbogen liggen er vol duivenstront en het galerijdak worden gestut met wanstaltelijke palen. Ik liep er onder door. Eenzame zwervers liggen er op de muurbanken hun roes uit te slapen. Heel hun hebben en houden op de grond gedrapeerd. Wat vodden in plastic zakken waarvan er ééntje als kopkussen moet dienen en een kartonnen doos met God weet wat erin zit. Zij die niet slapen bekijken je, gezeten tussen een verzameling lege bierblikjes, met bloeddoorlopen ogen alsof je van een andere planeet komt. Welkom voel je je alleszins niet. Uitzichtloosheid lijkt het enige panorama te zijn waar mensen die aan de zelfkant van de maatschappij leven op kunnen uitkijken.
Iets verder botste ik dan op het Thermae Palace Hotel en de Brasserie Albert dat er juist naast ligt. Het contrast is immens. Een blik door de ramen en je wordt verblind door de decadente opsmuk van de eetsalons. Weelderig gedekte tafels, kroonluchters kristal, kaarsen, zilverbestek, bloemboeketten ... noem maar op. Obers lijken gedrilde lakeien wanneer ze met hun somptueuze buffetten tussen de rijkelui laveren. Het contrast met geblutste lege bierblikjes kan niet groter zijn. In het station van Oostende trof ik die sukkelaars ook aan. Allen spraken ze Frans en er heerste zelfs een zichtbare solidariteit onder elkaar. Ik vermoed dat het uitgeweken zwervers zijn die verjaagd werden aan het Brusselse Zuidstation.
Nu kwam er landinwaarts nog een mooi stukje wandelpad. Via de Koninginnelaan kwam ik terecht in het Maria Hendrikapark. Oostendenaars noemen het steevast ’t Bosje, maar de officiële naam van deze groene long is Maria-Hendrikapark. Koning Leopold II was de grote bezieler van de aanleg van het park dat hij Bois de Boulogne wou noemen, net als het bekende landschapspark aan de rand van Parijs. Het Maria-Hendrikapark werd aangelegd op de plaats van een verwilderd stuk bos buiten de omwallingen van de stad, in de buurt van de kazerne. De Duitse landschapsarchitect Eduard Keilig tekende de eerste plannen in 1876. Pas in 1886 wilde de Belgische regering, op aandringen van Leopold II, 27 hectare gronden afstaan aan de stad Oostende voor de aanleg van het openbaar stadspark. Zo dat weten we dan ook weeral. Een brug over 1 van de vijvers van het park was beschadigd door de storm. Er volgde een omleiding en zo kwam ik ineens uit aan de Mercator, een driemaster anno 1932 die ooit het opleidingsschip voor de koopvardij was en nu als museum afgemeerd ligt in de jachthaven van Oostende. Daar wip ik ook nog wel eens binnen met den Hugo.
Zo, de trip zat er op. Ik was terug in Oostende en langs de markt liep ik naar de statie. De trein stond al aan het perron.
Nu, 50 jaar later na het doen van mijn legerdienst daar in Oostende maak ik toch een bedenking. Als snotaap matroos-milicien met stamnummer 74/17263 bleek mijn interesse in Oostende en omgeving zich te beperken tot de statie, de kazerne Bootsman Jonsen, mijnen boot een kustmijneveger, café de Klokke, de Langestraat en de Kapellestraat. Onwetendheid was troef toen en gelijk heeft men als men stelt dat het verstand niet voor de jaren komt. Hoe ne mens kan veranderen hé. Niet ? 😊😊😊.
Nu donderdag begin ik aan etappe nummer 4 met de stapdames. Het zal dan ook vroeg dag worden want rond 9 uur klinkt daar in Oostende het startschot voor een sjieke wandeling. Een obligaat agendapunt wordt 'Het Kroegske' van Iwein en Renée op het Pauluspleintje. Het zal de afsluiter worden, ik zie er naar uit ! (72150)