dinsdag 20 april 2021

Het Heidebos in Moerbeke


Even if - MercyMe

Pluk de dag is een Vlaams gezegde dat ik vanaf vandaag meer in de praktijk ga brengen. De laatste tijd heb ik genoeg getobd en gepiekerd, het is wel geweest en nu moet het stilletjesaan gaan ophouden. Ik wachtte min of meer op een mirakel dat die smeulende neerslachtigheid zou doorbreken. Het is niet makkelijk om die muizenissen te verjagen maar vandaag is het me uiteindelijk toch gelukt en kan ik deze achter me laten. Alle sores, kopbrekens en zorgen staan eindelijk op een rijtje, sommige staan nog wel even in  wachtstand maar so what ? Ik ga me terug wat meer focussen op positiviteit. De neerwaartse spiraal waarin je dreigt af te glijden naar een grijs muizenbestaan ligt op de loer en dit wil ik kost wat kost vermijden.  

Het heldere moment waarin deze beslissing genomen werd viel rond een uur of 6 uur in de morgen. Ik probeerde mijn onplezierige gedachten wat te ordenen terwijl ik ondertussen al een uur lag te draaien en te woelen in de slaapstede. Eerder, bij het prille ochtendgloren werd ik door de haan van enkele huizen verder al klaar wakker gekraaid. En maar van zijn paretten geven dat beest. Zelfs de gedachten om die haan kaal te gaan plukken of om zijne nek om te wringen passeerden de revue in mijn hersenpan. 'Wees goed jegens de dieren !' : Dit werd me reeds van jongsafaan ingelepeld dus verkoos ik om dat beest met rust te laten en dat ik in plaats van hem maar beter de dag kon plukken. Hiermee zou ik mijn geweten minder bezwaren. Een Carpe Diem - wandelingetje van 20 paaltjes borrelde in gedachten op, het kon al voor een aanzet zorgen. Een aanzet bij mijn voornemen om voortaan de focus te richten op positiviteit. 


Een mooi oranje ochtendzonnetje weliswaar nog een beetje mistig omfloerst,  probeerde de dag open te breken. Uitnodigend om van de aangebroken dag te gaan proeven pierden haar straaltjes door het vensterraam.  "Komaan Jan, 't is nu de moment verdorie, het is wel geweest en hoog tijd om wat verandering in de saaie keet te brengen.  Opeens kreeg ik veel sympathie voor die gevederde lawaaimaker. Die haan met zijn gekraai gaf me de aanzet om niet die grijze muis te worden. Ik sprong m'n bed uit, pelste me gauw gauw aan, maakte een schoofzak klaar, pakte m'n rugzak en ribbedebie de plein over. Naar het Heidebos in Moerbeke. Daar wilde ik verleden week al naartoe maar op de valreep wijzigden daarvoor de plannen. Iets te enthousiast was ik mijn dag begonnen want aangekomen op de carpoolparking van Moerbeke merkte ik dat ik m'n bottienen en gsm vergeten was. Die gsm kon me weinig bommen maar met die bottienen was dat niet het geval. Die kon ik niet missen. Terug even naar huis dus en rond 10 uur kon ik dan daar aan die carpooling terug van start gaan. Wat het hoofd vergeet moeten de benen bekopen. In dit geval waren het dan wel wielen, maar goed : Ik was helemaal klaar voor de start ! . Eerst nog eens diep ademhalen, vervolgens even de omgeving in me opnemen en dan vooruit, gaan met de banaan. Wat een stralende dag zou dit worden zeg ! De velden, zover je kon zien, waren netjes omgeploegd. De vruchten van hard landbouwerslabeur lagen hier uitgestald. Hier en daar was er nog een tractor aan het werk met het rooien van aardappelen.  Nevelflarden versluierden nog lichtjes de weiden en akkers. Een uitgebreid palet aan bruintinten werd er onder die sluiers vandaan getoverd. Een mozaïek aan kleuren gaande van de lichtbeige kleur van zandgrond tot de  donkerbruine aarde die de poldergrond kenmerkt kwam tevoorschijn. Geen zuchtje wind viel er te bespeuren en het ragfijne hemelsblauw gaf daarbij een mooi contrast met het ontluikende groen aan de bomen die deze akkers omkaderden. Het licht van de zon bedekte het landschap met een fluwelen glans. Wat was dit prachtig, een ware lust voor het oog. Het zou een topwandeling worden vandaag. Ik voelde het aan met heel mijn lijf. 

Eerst moest er een klein stukje beton naast de expressweg gevolgd worden om tot bij dat heidebos te geraken. Een bordje maakte me attent op het feit dat ik me in het Heidebos bevond maar ook dat deze grond van grote historische waarde was. De Tachtigjarige Oorlog is één van de zwaarste conflicten die ooit in Vlaanderen en Nederland gewoed heeft. Het was een strijd tussen de Nederlanden en de Spanjaarden die zijn aanvang had in 1568 en pas in 1648 met de ondertekening van de Vrede van Münster een einde kende. Door heel Vlaanderen en Nederland zijn sporen te vinden zijn van deze woelige periode. De bekendste van die sporen zijn de Staats Spaanse linies, de militaire verdedigingswerken die opgetrokken werden om de vijand buiten te houden. Nergens zijn die Staats Spaanse linies markanter dan in het Waasland. Doorheen het hele Waasland is een hele batterij aan verdedigingsforten opgetrokken die meer dan 400 jaar na datum nog steeds sterk staan. Het zijn bouwwerken die een bepaalde grandeur uitstralen en opengesteld zijn voor het publiek. 3 voormalige fortlokaties kwam ik tegen : Fort Francypany, Fort Papenmutsen en Fort West. De grove contouren van de omwallingen tekenen zich nog duidelijk af in het bos. Sommige forten zijn bewaard gebleven. 
Het zijn bouwwerken die vandaag de dag trekpleisters geworden zijn voor een dagje uit of voor het volgen van de fortenroute die doorheen de streek loopt. Ook de GR122 loopt door dit bos. Deze laat je kennis maken met die fortengordel. Men had precies de markering vernieuwd. Deze GR, de Scheldelandroute genaamd,  loopt over een afstand van 145km van Hulst in Nederland tot in het Franse Quièvrain. Daar worden trouwens ook de reisduiven gelost. 

Dat bos was ronduit prachtig. Ik heb er toch wat fotootjes bijeengesprokkeld. Grote open heidevlakten omzoomd met bospartijen waar kronkelende paadjes zich doorheen slingerden. En ik liep helemaal alleen, uren in het rond was er geen kat te bespeuren. Wel waren er veel naaldbomen waardoor ik de indruk kreeg dat ik me in de Franse Landes bevond. Daar was het wel iets warmer. Zeg maar gerust verzengend heet. Deze indruk ontstond doordat grote delen van de bosbodem met een metersdik tapijt aan adelaarsvaren bedekt was. Grotendeels waren deze varens al afgestorven want ze worden bestreden door het natuurbeheer om de diversiteit aan inheemse soorten in het bos terug een kans te geven. Een klein minpuntje aan dit bos was toch dat je op bepaalde plaatsen het verkeer van de  express weg kon horen. Misschien dat wanneer alle bomen in blad staan dat dit minder hoorbaar wordt. Maar kijk, of beter luister naar de vogeltjes die hun mooiste deuntjes voor je ten beste geven. Dit stemt je meteen vrolijk. 

Zeker 80% van deze wandeling was op onverharde paden. Zalig en niet sletig voor de bottienen.  Een stukje stapte ik langs de bewoonde rand van Moerbeke. De plannen om daar een verkeerslus rond Moerbeke te maken valt niet in goede aarde bij de bewoners. Om de 50 meter staat er een groot wit bord met protestslogans in de voortuin van de bewoners. Jawel, hoe erg ook voor de mensen maar de vooruitgang vraagt nu éénmaal offers.  Plezant is het alleszins niet. Ik had werk met het lezen van al die borden. Een opgesteld bordje in een voortuin bracht een heel andere boodschap. Hier werd aangekondigd dat het huis ooit gebouwd werd door Anton van Wilderode, de priester dichter. En zo belandde ik pardoes op een literair parcours. Dat was niet geweten maar wel meegenomen. De eindmeet kwam in zicht. Nog een klein stukje beton viel er te verwerken. 

Wat zou de drijfveer zijn van mensen die een naam of tekstje willen vereeuwigen door dit toe te vertrouwen aan de bast van een boom ? Ik heb een sterk vermoeden. Zo kwam ik hier in het Heidebos een boom tegen waarin iemand in het jaar 1986 een amoureuze boodschap had gekrast. De  ingekerfde letters waren met de jaren meegegroeid. Zit hier symboliek in ? Jazeker ! En was het toeval dat ik dit moest opmerken want op het laatste stukje van m'n wandeling, het was een smal betonbaantje, stapte ik met m'n bottienen bijna op de inscriptie 'ELS'. 

Ook die letters werden daar ooit door mensenhanden in het nog vloeibare beton aangebracht. In koud en hard beton werden ze aan de eeuwigheid toevertrouwd. In tegenstelling tot deze die in een prachtige boom werden gekrast zouden ze nooit kunnen meegroeien met de jaren. Els is toevallig de naam van een pelgrimsvriendin. Ik leerde haar en haar toenmalige man Rien in Frankrijk kennen op m'n eerste tocht naar Santiago de Compostela. Dat was in 2012 en sindsdien was er regelmatig contact.  
Waarom stond er niet de naam Marie, Jozefien of Jeanneke in het beton ? Was het toeval dat ik eerder stilstond bij die bekraste boomschors ? Ik meen van niet. Alles is voorbestemd en toeval bestaat niet. Daar word je van overtuigd wanneer je een lange pelgrimstocht onderneemt. Nu met de Coronamaatregelen zijn de contacten met Els sterk verminderd. Eigenlijk zijn ze zo goed als verdwenen. Helaas, ik vind dit erg jammer want zo zie je dat ook vriendschappen door dat klotevirus lelijk getroffen worden. Ita Sit - het zij zo. 
Maar hoe dan ook, toeval, voorbestemming of zou het mijn op hol slaande verbeelding zijn ... ook al is het dan een vermeende boodschap waarin ik een tanende vriendschap zie die me verdriet, ze zal me niet verhinderen om positief te blijven denken. 😄😄😄. 

Daarzie, de eindmeet komt weeral in zicht ! Het zat er dus op. Dit was nog maar eens een topwandeling. Eén klein minpuntje ... ik ben geen enkel kroegje tegengekomen voor een tripeltje. Het positieve is dan weer dat ik me kan troosten met het feit dat, moesten er geweest zijn, ze toch niet open zouden geweest zijn vanwege dat coronagedoe. Geen gemis dus. Mijn focus wordt gerichter met de minuut zie.

😇😇😇 

Al zeg ik het zelf : Ik ben heel goed bezig !


donderdag 15 april 2021

Sint Pauwels, een stukje Waasland

Neeje, ik kan voor het moment nog niet zeggen dat de wekelijkse routine betreffende de staptoerekes al op punt staat. Het gaat letterlijk en figuurlijk met horten en stoten.  Deze keer riep ik het mindere weer in als degene die de spreekwoordelijke stokken in de wielen stak. Maar dat niet alleen, met al die beperkingen en aanpassingen die corona met zich meebrengt, zakt de moed je dikwijls in de schoenen om iets, hoe onbenullig het ook moge zijn, te ondernemen. Ik hoed me ervoor om te beginnen klagen, dat maakt het je dubbel ongemakkelijk. We zijn er  allen voorlopig nog vrij goed aan toe. In tegenstelling tot het aantal wandelingen die op een laag pitje staan groeit het aantal wandelingen dat er in de pijplijn komen te zitten gestaag. Ja ik heb er tussendoor nog vele zitten uitstippelen. In kilometers samengeteld zijn ze goed om er zeker de levensduur van 2 paar wandelbottienen aan te spenderen. 
De Ronny zou deze keer nog eens meewandelen. Dat was weeral een tijdje geleden. Den Hugo moest naar een vergadering en excuseerde zich, de 2 andere maten Michel en Marc wachten eerst nog geduldig hun coronaspuitje af vooraleer er terug in te vliegen. 

Ik had een wandelingetje gepland in het Heidebos. Dit bos is gelegen tussen Moerbeke en Wachtebeke in het Waasland. Een prachtig natuurgebied maar helaas, deels niet toegankelijk voor viervoeters. Ik had het trackje al doorgestuurd naar mijn maat maar bemerkte dit te laat. De Ronny wou zijne Catsjoe wel thuis laten aangezien het beestje ook al van haar ouderdom begint te weten maar met een korter toerke wat dichterbij kon ze wat mij betreft gerust nog eens meewandelen. De Ronny vreest dat tegen de winter het wandelverhaaltje voor haar ten einde zal lopen. Jammer is het wel maar de tripjes met zijn mobilhome, in mijn ogen een zigeunerkar, die nog in het verschiet liggen zullen dit wel ruim compenseren. 
De één of andere wandelclub had een trackje achtergelaten op Routeyou en daar maakte ik handig gebruik van om nog een onverkend gebied in mijn omliggende contreien te verkennen. Met de titel '17K Coronawandeling Sint Pauwels' blokletterde deze wandelvereniging de aankondiging van haar wandeling. Het zag er nu wel zo geen 'Wow' wandeling uit vanwege de vele verharde paden maar toch, deze keer was het opnieuw de klap en zever tussen gelijkgezinden waar het mij om gold. En de Catsjoe kon mee ! Sint Pauwels dus. 


Sinds 1977 vormen Sint-Gillis-Waas, Meerdonk, Sint-Pauwels en De Klinge samen de gemeente Sint-Gillis-Waas. Over de oorsprong van de nederzetting Sint-Pauwels is niets bekend. In 1236 was de bewoningskern rond ‘de Dries’ alleszins al voldoende groot om een eigen parochie te bezitten. Dat jaar vinden we immers voor het eerst een vermelding terug van de parochie Sint-Pauwels. De naam is afgeleid van de heilige Paulus. Ge kent hem wel, Paulus de Romeinse legioensoldaat die van zijn paard werd gebliksemd. De bewoningskern evolueerde en het bevolkingsaantal steeg. 

Doorheen de geschiedenis ontwikkelden er zich enkele belangrijke heerlijkheden, waaronder het Hof ter Voorde. Het oorspronkelijk kasteel werd in 1263 gebouwd. Het werd daarna enkele keren vernield en heropgebouwd tot het huidige gebouw van 1930. Een tweede belangrijke heerlijkheid is het Grauwesteen waarop van 1298 tot 1743 een kasteel stond. Sint Pauwels kende doorheen de eeuwen heel wat leed en oorlogsgeweld. Zo vernielden protestanten de kerk van Sint-Pauwels tijdens de Beeldenstorm en maakte de builenpest heel wat slachtoffers. Onder de noemer van bezienswaardigheden vallen de gotische Sint-Pauluskerk waarvan het koor en de toren dateren uit 1494 en de beschermde Roomanmolen uit 1847 die in 1997 werd gerestaureerd en terug maalvaardig werd gemaakt.

Aan de voornoemde kerk werd afspraak gemaakt om 9u30. De Ronny vreesde niet op tijd te zijn. Als je met een zo goed als lege naftbak vertrekt kan dit je al eens overkomen. Resoluut wees hij naar zijn teerbeminde echtgenote als oorzaak aan dit euvel. Maar goed, we konden vertrekken. Tegen de klok in vertrokken we zuidwaarts en in een boog afbuigend zo naar Sint Niklaas.  We waren nog niet goed vertrokken of we konden al kennismaken met een onfortuinlijke jogger. Al wandelend zagen we iets verderop een jonge gast op de grond zitten in het bijzijn van een oudere man met zijn hond. En maar kermen en jeremiëren. Eens dichterbij zagen we dat er een metalen schrapnel zich dwars door zijn sportsloef tot in zijn tenen had geboord. Echt geen situatie om beginnen te jodelen van vreugde, tenzij het van de zeer zou zijn. Het moet die onfortuinlijke jongen aan elementaire kennis van de menselijke anatomie ontbroken hebben want toen de Ronny voorstelde om die schrapnel er in 1 ruk uit te trekken beweerde hij dat er in zijn voet slagaders zaten en dat die dan er mee uitgetrokken zouden worden. Zo zou hij dan kunnen doodbloeden. Tja, het was dan een geluk dat er iets verder in de straat kennissen woonden waar we konden aanbellen om hem verdere hulp te kunnen bieden. In alle geval, ik zou het ook niet graag tegenkomen dat ik in iets trap. Ik bedoel hiermee een metalen pin of spijker of iets dergelijks scherp.  Dan nog liever een smeuige .... ik moet hier geen tekeningetje bij maken, nee toch ?

En we stapten voort. Een tweede catastrofe zou zich weldra aandienen. We werden aangesproken door een jong meisje, ik schat een jaar of 14-15 oud. Ze vroeg ons of we even zouden kunnen uitkijken naar 2 jongens met een voetbal. Ze zouden 10 jaar zijn.   Nee nog niet gezien juffrouw ! Ze barstte in snikken uit ocharme. Ik kon me haar wanhoop en bezorgdheid duidelijk inbeelden. Mijne maat probeerde haar nog wat te troosten maar dat had duidelijk geen effect. Tja, veel meer beloven dat je mee zult opletten kan je niet doen. Met de verzekering dat ze wel zouden opduiken hoopten we toch van haar enigszins gerust te stellen. 

Aangezien het vrij mooi weer maar vrij fris zou worden had ik in een warme picknick voorzien. Aan een picknicktafeltje in een park warmden we met een branderke onze pot Sauerkraut mit Wurst und Schinken op. Und mit einem Glas Wein schmeckte es uns köstlich. Op de vriendschap en schol. Over vriendschappen kan er al eens gepalaverd worden. Vriendschap was dan ook het thema waar er iets dieper op ingegaan werd tijdens ons somptueus picknickdineetje. Je maakt daarbij kennis met andere standpunten. Verrijkend, dat wel.  
Zie, daar had je dat meisje weer dat op zoek was naar die 2 ventjes. Het bleken haar broer en zijn maatje te zijn en nog steeds had ze hen niet teruggevonden. Nogmaals werd er een poging ondernomen om haar gerust te stellen. Het bracht echter niet veel op en dat kon ik wel begrijpen. Iets later zagen we haar in de verte met een fiets rijden en had ze de 2 belhamels uiteindelijk gevonden. Ik vrees dat er voor die 2 gastjes, eens terug thuis, wel een standje in petto zal gelegen hebben.  Aan onze rijkelijk gevulde picknicktafel sprak onze maat een voorbijwandelende dame aan. Even vreesde ik dat die dame ons zou gaan aangeven bij de flikken. De Ronny had haar al zeverend verteld dat we restauranthouders waren die uit protest tegen de coronaregels een terras openden in het park. Aan haar gezichtsuitdrukking kon ik merken dat ze er zo direct niet mee kon lachen en even vreesde ik dat ze er vlug van door wilde gaan om ons te gaan verklikken. Nog tijdig kon onze maat verbaal ingrijpen en zag ze zijne zwans in zodat ze er toch nog mee kon lachen. Stel je dat voor zeg ! 

Na het etentje ging het noordwaarts richting Sint Gillis Waas uit. Buiten weidse velden en enkele onverharde paden viel er niet veel spectaculairs te melden. Een mooie dreef, een waterplas, paarden in de wei, geitjes ... het zijn ondertussen gekende beelden. Veel getater kwam er voor in de plaats en dan gaat de tijd vlug vooruit. Plezant.  We bogen terug af naar Sint Pauwels. De eindmeet aan de kerk kwam terug in zicht. Als afsluiter nog een klapke op het kerkplein met een tuinman die voor ons wat lokale kerksgeschiedenis uit de doeken deed. Het zat er op. Een uurtje later stuurde onze maat al wat fotootjes door. Het was me ontgaan, hij heeft dan toch nog tijdig een benzinestation gevonden om bij te tanken. Ik denk dat er in Hemiksem ook een standje in wording rijpte. 


maandag 29 maart 2021

Het voorhofke van Brussel


Vandaag zou het volop lente worden en dus bijgevolg ideaal wandelweer. Ik had nog een toerke liggen in het voorhofke van Brussel. Vanuit Wolvertem diende ik hiervoor te starten om vervolgens de contreien van Meusegem, Oppem, Brussegem, Ossel, Vijlst, Imde en tot slot nog een vleugje Merchtem te gaan verkennen. 't Kon precies niet op vandaag. 

Op een parkingske aan den Dries in Wolvertem ben ik in alle stilte gestart. Naast een frietkot. De friturist was al volop bezig met zijn petatjes te schillen. Na een flinke wandeling nog vlug een frietje steken hebben we al meer gedaan. Een mooie afsluiter is dit wel na een stevig toerke stappen. Een pakske frieten, dat smaakt altijd. Jammer voor de Catsjoe, een boelet voor dat beest zou er na afloop van het tripje ongetwijfeld af gekund hebben. Helaas, de laatste berichten van onze stapmaat Ronny geven geen positief nieuws. Het beest haar bobijntje loopt stillekesaan ten einde. Toch zeker wat de langere wandelingen betreft krijgt ze het moeilijk. Ik heb hem al gesuggereerd om een karretje voor de Catsjoe te maken. Zo kan dat beestje dan toch nog wat wandelgenot proeven in haar ouwe dag. 

Op de parking aan dat frietkot stonk het wreed naar de solfer. Er was precies een beerkar ontploft. De schuld hieraan lag vermoedelijk bij de Kleine Molenbeek die iets verderop stroomde. Ik had geen idee wie of wat de oorzaak mocht zijn. Vroeger is deze beek al enkele malen onderwerp geweest van grondige vervuiling. Ooit was de beek bedekt met een vieze grijze smurriefilm. Daar was nu niets meer van te merken. Al goed.  Na de start moest ik even de beek volgen die langs de achterzijde van een huizenrij stroomde. De stank hield na een goeie 250m stappen op. Ik merkte wel op dat er verschillende afvoerbuizen uit de huizen naar de beek stroomde. Misschien dat er ergens een beerput naar zo een afvoerbuis lekte ? Zou alvast wel eens kunnen. 





Deze Kleine Molenbeek speelt een voorname rol in de regio. Ze ontspringt in de provincie Vlaams-Brabant tussen Brussegem en Oppem. Ze mondt uit in de Vliet in de provincie Antwerpen, ten noordoosten van Puurs. Ze behoort tot het Beneden-Scheldebekken, wat een deel is van het stroomgebied van de Schelde. Deze waterloop stroomt parallel aan de Grote Molenbeek van zuid naar noord. Ten noorden van Londerzeel zijn beide amper 1 à 2 kilometer van elkaar verwijderd. Ze heeft een stroomgebied met een oppervlakte van 30,86 km2. 

Een groot deel van mijn wandeling bleef ik in de geburen van deze beek. 
Op sommige plaatsen in het landschap zorgde ze voor schilderachtige tafereeltjes. Ook kleinere beekjes kwamen aan bod waarvan er velen naar die Kleine Molenbeek afvloeiden. De Meuzegemsebeek, de Brasbeek, de Slotengracht, de Moorhoekbeek, de Loop, de Lombeek, de Vierbundersloop en de Dorpsloop mogen allemaal delen in die hydrografische eer. Verleden week pikkelde ik door Londerzeel - Sint Jozef waar ik de Koevoetmolen tegenkwam. Die draaide eveneens rond op die Kleine Molenbeek.   Tot rond de middag stond er nog een stevig windje maar die zwakte in de namiddag af. Het werd prettig warm in het zonnetje. Wat een luxe toch. Zalig, helemaal alleen tussen de uitgestrekte velden laveren. Weidse uitzichten waarbij op het grondgebied van Meise het atomium in de verte lag te blinken in de zon. Eens uit de wind, ik zat ondertussen al in het Foeksenbos,  werd het verdorie warm en speelde rap een trui uit. Warm genoeg in dat bos zonder dat zuchtje wind. Zonder het te weten zat ik daar in dat bos ineens op de GR128. Deze LAW loopt tussen Aken en Wissant. Ik moet bekennen dat de lust me bekroop om m'n rugzak te maken wanneer ik die GR-wegwijzers zag staan met die verre bestemmingen. Zou het nog voor dit jaar lukken ? Ik vrees van niet. Dus nog wat geduld Jan !!! Kom we stappen ondertussen nog wat verder !

 'Zijt ge uwe weg kwijt maat ?', vroeg ik aan een fietser. Die tokkelde nogal paniekerig op zijn GSM en gunde me nauwelijks een blik. Ik bemerkte immers in het voorbijwandelen dat er een landkaart op zijn scherm werd weergegeven. Hij keek toch nog even verbaasd op maar zijn vrouw die iets verderop wachtte nam kordaat het woord en riep me toe dat ze aan het geocachen waren. 'En', vroeg ik, 'heb je uwe cache al gevonden ?'. 'Jaja, mijn Robert vindt ze allemaal. Hij weet van geen ophouden. Ne godganse dag moet ik achter hem aan rijden. In den beginne was het nog plezant maar nu begin ik het wat muug te worden. Komt ge bijna Robert, hoe zit het ? Ik rijd al stillekes door'. Hare Robert trok bij deze woorden zijne mond in een veelzeggende grijns terwijl z'n ogen boos in hun kassen ronddraaiden. 'Mag ik tenminste mijne cache nog loggen madam ? Het is mijne laatste voor vandaag, zijt ge nu content ? '. Onmin dus troef in het geocachende koppel. Daar zat blijkbaar een serieuze haar in de boter, mischien wel een hele pruik. Ze reden door maar een goeie 500 meter verder zag ik de Robert terug. Op zijn tenen staande graaide hij met zijn handen in de rand van een verkeersbord op zoek naar zijn zoveelste geocache. Tevergeefs, maar hij gaf niet op. Zijn laatste +1 voor deze dag moest daar ergens zitten. Zijn teerbeminde echtgenote was echter nergens meer te bespeuren. Die zal het spuugzat zijn geweest om telkenmale te horen te krijgen dat het zijn 'laatste voor vandaag' was. De Robert was, tegen dat ik hem passeerde, al vierklauws tegen de verkeerspaal omhoog geklommen in een volgende verwoede poging zijn onvindbare schat bloot te leggen.  Ook tevergeefs volgens mijn bescheiden mening.  Ik liet de Robert maar betijen. Dat hij met zijn geocache zijn plan maar trekt en ik wandelde rustig door. Salut maat, nog veel geocachpret gewenst en dit uiteraard in peis en vree met de lieftallige echtgenote. 

De boskapel naast de A12, ik was daar al eens geweest, gunde ik in een haastje nog een bezoekje waarna m'n kompas richting eindmeet werd gedraaid. Het laatste stukje van de wandeling was een waar juweeltje. Ik belandde in de Wolvertemse Beemden. Deze beemden bestaan uit een waardevol elzen- en wilgenbroekbos en vochtig grasland. De Beemden liggen ten noorden van Wolvertem aan de samenvloeiing van de Molenbeek en de Meuzegemse beek. Wanneer er veel regen valt, treden de beekjes uit hun oevers en staan delen van de Beemden soms wekenlang onder water. Je kan er regelmatig watervogels spotten. In de knotwilgen, populieren of in de omliggende moerasbossen hoor je steenuilen roepen en zie je boomklevers op zoek naar voedsel. In de poelen bruist het van het leven en op de graslanden kan je gallowayrunderen van Natuurpunt tegenkomen. In de graslanden groeien steeds meer wilde bloemen: echte koekoeksbloem, heelblaadjes, moesdistel enz. De omliggende bossen herbergen een rijke voorjaarsflora met eenbes, daslook, sleutelbloem, salomonszegel en bosanemoon. Ik volgde het wandelpad en het verraste me dat er zoveel informatie over de omgeving voorhanden was. Weliswaar op bordjes aangebracht maar het loont de moeite om er kennis van te nemen. Wat m'n aandacht even trok was een veldje waar 4 groen-gele paaltjes een vierkant markeerden. Een vierkant ongeveer ter grote van een olympisch zwembad. Om de 2 uur verdwijnt er in Vlaanderen een dergelijke oppervlakte onder het beton. Tegen dit tempo zou in het jaar 2050 de helft van Vlaanderens oppervlakte onder het beton verdwijnen. Dit stemt tot nadenken. Iets verder werd er aan het wandelpad een eikje geplant om hulde te brengen aan de zorgwerkers voor hun getroostte inspanningen in deze coronatijd. Maar ook ter nagedachtenis aan de velen die aan corana bezweken. Helaas de miserie is nog steeds niet voorbij. De bedoeling, zo meldt een bordje, is dat de aanplanting deze pandemie in de herinnering houdt. Zelfs na 100 jaar moet de herinnering levendig blijven zo vermeldt het opschrift. Statistisch gezien vindt er alle 100 jaar zo een pandemie plaats. Tja, dat eikenboompje van nu zal dan al wel een serieuze woudreus zijn geworden ... in Pierenland vertoevend zal ik er alvast niet meer langs kunnen wandelen. Zo, de reuk van een frituur werd waargenomen. Die maskeerde de eerder in de morgen waargenomen solfergeur. Dat betekende dat de eindmeet er aan kwam. Schluss, fini voor vandaag. Uit deze wandeling heb ik heel veel plezier gehaald. Tot een volgende dan maar weeral.



zondag 21 maart 2021

Lippelo - St. Jozef - Malderen

Zaterdag 20 maart, officieel de laatste winterdag, zou het prachtig weer worden. Zo werd er immers voorspeld. Het orakel waar de weermannen en -vrouwen hun mosterd halen zat er niet naast. Het was nog wat fris weliswaar maar het stralend zonneke deed volop haar best in een staalblauwe hemel. De fijne condensslierten van de vliegers, getekend met een scherpe pen, doorkrasten het ruime hemelzwerk. Mooi om zien. Nagenoeg geen wind, ideaal weer dus om de benen te strekken. Den deze kon je nog moeilijk binnenhouden dus hop met de bottienen en de plein over !

De spoeling in het beschikbare aanbod aan door mij onbewandelde paden in Vlaanderen wordt allengs dunner. Er zijn er weliswaar nog vele maar ik zoek op de kaart naar plekjes waar ik nog nooit geweest ben of zelfs nog niet in de geburen. Nu Vlaanderen  is niet onmetelijk groot en vanmorgen las ik in de krant dat gans Vlaanderen nog maar met 10% van haar totale oppervlakte met bos bedekt is. In het jaar 2000 werden er beloften gemaakt onder de noemer van doelstellingen. Vlaanderen zou tegen het jaar 2020 zo een 10.000 hectaren bos rijker zijn. Er is tot nu nog niks van in huis gekomen. Veel beloven en weinig geven doet de zotten in vreugde leven wordt beweerd. Ik denk dat er veel mensen al die politieke prietpraat, lees zieltjesgewin, stillekesaan beginnen te doorzien. Uiteindelijk viel mijn keuze op een lapje grond gelegen tussen Lippelo, St. Jozef en Malderen. Een toerke rond de 20 kilometer. 

Vanaf de Sint Stephanuskerk in Lippelo stapte ik richting het 's Gravenkasteel. Dit kasteel dankt zijn benaming aan de adellijke familie van de graven van Salm, dewelke het kasteel zo'n 80 jaren bewoonden tijdens de 18de eeuw. In de loop der jaren veranderde het kasteel meermaals van eigenaar.  Madame Mathilde Maria Moretus De Bouchout - Geelhand,  speekt het maar in mijn klak als je het niet uitgesproken krijgt, liet als laatste eigenaar het kasteel in 1902 volledig renoveren. In 1914 werd het kasteel, dat toen al deels vernieuwd was, beschoten vanuit het fort van Bornem. Het kasteel raakte zwaar beschadigd en werd vanaf 1916 heropgebouwd. Toentertijd kwam het kasteel in beheer van een NV die er een kippenkwekerij oprichtte. En in 1963 werd het kasteel verhuurd en later verkocht aan de familie De Maegd. Deze bood tijdens de eerste jaren onderdak en verzorging aan 32 bejaarden in de kamers van het kasteel. In 1968 werd gestart met de bouw van een verpleegtehuis in de tuin van het kasteel. In 2010 begon een grondige verbouwing met als doel het geheel tot een woonzorgcentrum te maken. Het WZC 'Gravenkasteel' telt zo een 200 kamers. Jammer genoeg vonden er ondertussen al 3 corona-uitbraken plaats die voor een drieste tol aan levens verantwoordelijk kunnen gehouden worden.  

Ik wandelde door de mooie kasteeldreef in de richting van de Lombeek. In deze beek valt er nog een werkende watermolen te bezichtigen. Ik bevond me ondertussen al op het gebied van Londerzeel - St. Jozef. Vermoedelijk werd deze watermolen, de Koevoetmolen genaamd, omstreeks 1390 gebouwd. Dit volgens een vermelding in de wilsbeschikking van Jan van Marselaer op 10 januari 1391, die deze molen te "Coevoirde" gebouwd had. De benaming Koevoet verschijnt voor het eerst in een handschrift van het jaar 1329 als "Covorde". Dit even terzijde. Het was daar rustig wandelen. Weinig verkeer en ook weinig volk op de baan. Ik had het rijk voor mij alleen. Echter mijn uitgestippelde paadje zat vol hindernissen. Op het hele traject ben ik wel 3 keer moeten terugkeren op mijn stappen en 2 keer heb ik noodgedwongen moeten inkorten. Telkenmale was het pad vanaf een bepaald punt afgesloten of onbegaanbaar. Ik heb zo een sterk vermoeden dat vele bewoners het niet zo nauw nemen met de grenzen van hun eigendom en dan maar aangrenzende paadjes inpalmen of ontoegankelijk maken met afsluitingen. Wat je ook veelvuldig tegenkomt zijn paadjes die gewoon mee geannexeerd werden bij het omploegen van aanpalende akkers. Volgens mij doen ze dit om ongewenste passage van wandelaars kort te sluiten. Rond het kasteel 'Groenhoven' ligt er een groene gordel aan bos met verschillende wandelwegen. Dat kasteel ligt er trouwens maar verfrommeld bij. Helemaal in verval trof ik het aan. Triestig maar gelet op enkele paletten aan bouwmateriaal die er afgezet werden had ik de indruk dat er toch herstellingswerken in de maak waren. Maar goed, aan dat kasteel sloeg ik zo een boswegel in en na een halfuur moest ik rechtsomkeer maken want een met hangsloten en kettingen versierd hek sloot mijn pad af. Door deze fratsen moest ik de lus rond St. Jozef opgeven en los door de bebouwde kom stappen. Het viel al bij al nog mee want er was nauwelijks verkeer te bemerken. 

Met de laatste kilometertjes tot aan het eindpunt kwam er nog een stukje Lippelobos aan bod. Dit 60 hectare grote bos in het gelijknamige dorpje Lippelo ligt op het drie provinciënpunt en dankt zijn natuurwaarde aan een enorme variatie in landschappen. Je vindt er het elzenbroek, een gemengd beuken-eikenbos, waterpartijen en talloze paddenstoelen in de herfst. Aan de rand van het bos staat het prachtige Hof te Melis, dat je echter niet kan bezoeken. Ik las wel op een bordje bij de ingang dat er in de zomer geleide bezoeken met een gids worden georganiseerd. Ik werd daar nog aangesproken door een madammeke die er met haar jonge labrador een wandelingetje had gemaakt. Ze rustte even uit op een bank want ze was zichtbaar doodop. 'Hij luistert geen fluit' beweerde ze en daarbij zag ze vermanend naar haar viervoeter. 'Hij trekt me mee van hot naar her en fret alle vogels op die hij kan vangen'. Op zijn beurt was hondlief niet erg onder de indruk van haar verzuchtingen en keek haar maar met een scheve smoel aan. Het was haar 3de labrador en met deze had ze duidelijk haar handen vol. Maar ze had nog geduld zo zei ze. Het was immers nog een heel jonge beest. Toffe madam eigenlijk en spijtig dat corona zoveel beperkingen met zich meebrengt. Ik voelde aan dat er zich een leuk gesprek zou ontspinnen moest ik me even mee op de bank had kunnen zetten. Na dit bos zat m'n toerke er op. Het was een mooie en erg rustige wandeling. Met uitzondering van de verharde doorsteek in St. Jozef liep de wandeling voornamelijk langs uitgestrekte weiden. Weliswaar hier en daar een dreef van waaruit ik rechtsomkeer moest maken. Maar niet geklaagd, ik heb toch een paar mooie fotokes van de weidse uitzichten kunnen trekken. Alleen is maar alleen, ik begin de compagnie van de stapmaten wat te missen. Het valt bijna niet te rijmen. Het is raar want bij honderden kilometers aan een stuk stappen gaat m'n voorkeur uit naar het alleen zijn. Op kortere stukjes is het toch leuker om wat klap te hebben. Hopelijk is heel die corona-ellende vlug voorbij en kunnen we weer samen op stap. En niet alleen die klap wordt gemist maar ook het rituele kommeke koffie en de tripel als afsluiter. Heel dat virusgedoe begint stilletjesaan op mijn water te werken 😄😄😄.  En toch schijnt de zon ... maar nog ver van hier 😋😋😋.