vrijdag 8 maart 2024

Visé en de Voerstreek

 Op zondag 3 maart had ik afspraak met m'n kleinzoon Staf om een door Walking in Belgium georganiseerd wandelingetje te maken.  Het is altijd plezant voor zo een ventje om eens met de trein op uitstap te gaan. Wandelclub 'De Nacht in Vlaanderen' organiseerde haar 40ste Verloren Kosttocht. Een zwerftocht door het Houtland, het Provinciedomein d'Aertrycke en het Verloren Kostdomein. Place to be : Torhout. Rond 10 uur meldden we ons aan op het startpunt en we kozen voor de 10 km. Helaas het weer ! Al met de treinreis heen zagen we dat de Westvlaamse velden herschapen waren in een modderbrij met her en der immense plassen. Soit, meer water en slijk dan vaste grond. Daar aan de start zag ik al enkele terugkerende wandellustigen stappen met klodders slijk aan hun bottienen. We kozen om het proper te houden en hielden het op 5km. Ook daar moest ik soms aanpassingen doen om niet in de modder terecht te komen.  De Staf gaf aan dat zijn mama had gezegd dat hij zorg moest dragen voor zijn goeie bottienen en dat hij niet in plassen en slijk mocht lopen. Een enorme opgave. Na een kleine 2 uurtjes zat het wandelingetje er al op en keerden we terug met de trein. Al bij al toch weeral een dag die we samen konden invullen. Zijn bottienen bleven proper. Hopelijk komen er nog dergelijke uitstapjes.

Met enige droefheid doe ik melding van het heengaan van de Catsjoe, onze 6de stapmaat. De Catsjoe was een gewaardeerd en heel braaf beestje. Het is wel jammer voor hondenliefhebbers dat deze trouwe viervoeters geen langer leven beschoren wordt.  De ouderdom eiste haar fysieke tol en onze maat de Ronny zag zich gedwongen haar te laten inslapen. Het is een humane daad die het dierlijk lijden kortsluit en het einde van een vriendschap op een waardige wijze kan bezegelen. De Catsjoe heeft een fantastisch hondenleven gehad. Eéntje waar menige Blackies, Mollies en Pekkies, moesten ze het kunnen, voor zouden hebben willen tekenen. Nu rust ze in peis en vree in het hondennirvana. Het gemis voor onze maat de Ronny is dermate groot dat er weldra  een nieuw beestje zijn of haar intrede zal doen. We zijn benieuwd. 

Onzen Hugo had vergadering, de Ronny kampte met hielspoor en bij de Michel kwam dan weer de schouwveger langs. Alleen de Marc had opportuniteiten. Opnieuw vroeg er uit want Visé en enkele sprokkels uit het wandelknooppuntennet onder Maastricht stonden op de agenda. Het sjieke weer dat beloofd werd bracht een extra boost om het ochtendlijke manoeuvre van heel vroeg op te staan gezwind te laten verlopen. Door al dit enthousiasme vergat ik verdorie m’n i-phone thuis. Ik realiseerde het me maar eerst in de statie van St. Niklaas. Te laat om terug te keren, ik zou de trein missen en de afspraak met de Marc mislopen. Dat leverde een probleem op om nog fine te kunnen tunen met het treffen van mekaar. Maar het kwam goed, ik trof z’n eega aan op de trein naar Leuven waar ik ondertussen in Berchem was opgestapt. Zij spoorde ook naar Leuven en zo kon ik via haar dan toch nog de Marc bereiken voor verder af te spreken. Marc was immers in Antwerpen op een andere trein gewipt richting Luik. Een caminowijsheid werd nog eens in de verf gezet : Alles komt goed, er valt steeds een oplossing uit de bus. Anderzijds moet ik tot m’n grote ergernis weer vaststellen dat de afhankelijkheid van dat I-phonegedoe angstwekkende vormen heeft aangenomen. Het is klote dat ne mens zich ongemakkelijk moet voelen als dat gsmmeke niet ter beschikking staat. Enige reflectie hieromtrent wordt nodig want maatschappelijke storingen op sociaal vlak zijn al volop aan de orde. 

In Leuven trof ik de Marc aan en we namen afscheid van Monique zijn echtgenote ... with a kiss  btw 😏. Onderweg naar Luik viel er veel mist te bespeuren over de velden. Als die opklaarde zou het ongetwijfeld magnifiek weer worden. Rond 9u stonden we in Visé. Even uitkijken welke richting we moesten nemen en weg. We verkozen het start en eindpunt om te keren zodat met de eerste kilometers het klimwerk te verteren viel en vervolgens de laatste kilometers langs de Maasoever met de vingers in de neus konden uitgewandeld worden. Het pad liep al direct een hondertal meters de hoogte in. Vooraleer we de prachtige natuurlandschappen konden aansnijden vielen er toch wel een 3-tal kilometertjes agglomeratie te doorkruisen. Daar heb je niet veel aan. Hooguit vallen er dan de kroegjes te inventariseren voor een borrel ter afsluiting van de trip. Maar dit was geen erg, hetgeen er zou volgen was meer dan de moeite. 

Eens de bebouwing voorbij kwam het zicht op de meest weids glooiende landschappen van het vaderland, met name de Voerstreek. De temperatuur was al wat gestegen, er kon een laagje kleding minder. Toch stond er een fris windje op de plateaus. De Marc zijn botanische kennis borrelde weer op ! Speenkruid hier, daar zie maartse viooltjes en sneeuwklokjes, meidoornhagen, een prunus die in bloei stond, sleedoorn, perengaarden - ik stel me de vraag hoe je zo een boom herkent zonder er 1 peer op aan te treffen - idem voor een haag van kruisbessen - het bezit van zulke kennis maakt me wreed jaloers. Pracht en schoonheid alom. Er fladderde zelfs al een vlinder voor ons uit ! Ik dacht een vlindervosje. Dat is wel heel vroeg. Als de fruitgaarden hier in bloei staan moet het uitzicht adembenemend zijn. We waren er ietsje te vroeg in het jaar eigenlijk. Maar we kunnen nog altijd eens terugkomen niet ? Ja toch ! 

We waren goed op tred gekomen. We zaten nu volop in de velden. We passeerden Mons- Mombaye, een gehucht van Visé, daarna kwam het dorp Berneau aan de beurt waarbij we de spoorlijn naar Aken moesten oversteken.  Verderop in Auw Ling aan de St. Jozefskapel ging het resoluut richting 's Gravenvoeren uit. Wat een mooi dorpje ! Keurig net afgeborsteld. Je waant jezelf in een miniatuurlandschap van modeltreintjes waarvan de foto afgebeeld staat op de verpakkingsdoos. De Marc herinnerde zich een etentje aldaar met zijn wederhelft in het sfeervolle restaurant 'De Zwaan '. Oergezellig moet dat geweest zijn. 
Hier in 's Gravenvoeren maakten we kennis met de Voer. En die zou ons met regelmatige tussenpauzes gezelschap houden. Mooie bruggetjes, snelstromend helder water, molentjes ... het leverde idyllische prentjes op.  De Voer is een zijrivier van de Maas die in het Voerdal door het oosten van België en door het uiterste zuiden van Nederlands Limburg  stroomt. Zowel de Voerstreek, de gemeente Voeren alsmede de daarin gelegen plaatsen 's-Gravenvoeren, Sint-Martens-Voeren en Sint-Pieters-Voeren hebben hun naam aan deze beek te danken. Bij de Commanderij van Sint-Pieters-Voeren ligt de bron van het riviertje. De Marc stoefte over de schoonheid van de omgeving rond deze bron. Met een debiet van 4000 liter per minuut ontspringt deze bron aan de oppervlakte.  (Bron Wiki).  Een wandeldoel voor in de toekomst.  

Met naar de uitkijktoren van de Mescherheide van Schelberg te tenen hadden we de grens met Nederland voorbijgewandeld. Ik vroeg aan de grens aan de Marc om te poseren aan de grenspaal voor een fotootje. Geslaagde kiek ! Na even het landschap bewonderd te hebben daarboven op die uitkijktoren zouden we de picknicktafel opzoeken onderaan de toren. Het waaide echter iets te hard om er gezellig te picknicken en we wandelden verder in een grote boog door naar Mesch. We troffen in de verte een grote kolonie witte reigers, de Marc schatte een 50-tal, hield daar een rustpauze.  Bij het overvliegen van een Boeing schrokken ze  en vlogen ze even op. Ik wist niet dat witte reigers trekvogels waren en het verwonderde ons dat ze een open weidegebied als rustplaats kozen in plaats van een kreek of ven. 

Dit was een mooi intermezzo, dat was weeral meegenomen. Iets verderop konden we schoven aan een picknicktafel onder het waakzaam oog van een lijdende Jezus aan het kruis. Die kruisen kwamen we regelmatig tegen onderweg. Na het schof maakten we kennis met 2 wandelaars op leeftijd. Dan toch wel van een zekere leeftijd, ik schatte 80 jaren. Al vind ik het raar dit neer te pennen als je godbetert zelf de 70 nadert 😏. Maar goed, deze heren hielden zich onledig met het laatste traject Amsterdam - Visé te stappen. De man die het woord voerde was een doorwinterde wandelaar. Verschillende kokardes ter herinnering aan zijn wandelexploten waaronder deze van de  4daagse van Nijmegem sierden zijn  wandelvest. Alle grote marsen in Nederland had hij gelopen maar sinds hij een herseninfarct had gehad kon de linkerhelft van zijn lijf niet meer zo goed mee. Het Pelgrimspad Amsterdam - Visé is maar liefst 450 kilometer lang en loopt in twee delen van Amsterdam naar Visé in België. Je krijgt onderweg heel veel verschillende landschappen te zien : De binnenstad van Amsterdam vlak na de start, tot het open rivierenlandschap halverwege en het heuvelrijke Limburg aan het slot van het pad.  Chapeau van mijnentwege heren ! Ik hoop in jullie voetsporen te kunnen treden. We vervolgden ons pad maar weer.

Het verblijf op Nederlands grondgebied was maar van korte duur. Over de grens wandelden we nog door een stukje van het natuurgebied van de Berwijn. Na Moelingen en de ondertunneling van de A2 gepasseerd te hebben zaten we in de Maasvlakte van Caaster Beemde. Het begon te korten. Aan het sluizencomplex  van de barrage van Lixhe, de stuw van Lieze in 't Vlaams, staken we de Maas over. Die barrage is indrukwekkend. Je vraagt je af hoe mensen zoiets kunnen ineensteken. Aan deze stuw is een hydro-elektrische centrale gekoppeld die in 1979 in gebruik werd gesteld. De centrale heeft vier turbines met een nominaal vermogen van 5.300 kW en levert jaarlijks gemiddeld 60 miljoen kWh. De stuw heeft tevens een belangrijke functie in het reguleren van het waterpeil in het Kanaal van Ternaaien en het Albertkanaal. Het hoogteverschil bij de stuw is 6,7 meter. Aan de oostkant van de stuw is een vistrap en naast de stuw ligt er een verkeersbrug. Zo, dat heb ik dan ook weeral eens gezien. 

Eens over de stuw  was het zaak om verder door te wandelen langs de Maas tot aan de brug met de oversteek naar Visé. Hierbij passeerden we een mooie kroeg La Capitainerie genaamd . Deze lag aan de jachthaven waar het kanaal Hacourt - Visé in de Maas uitmondt. De Marc stelde voor om een pintstop in te lassen. Ik paste. Te moe in de benen en moest ik gaan zitten hebben, ik zou niet meer recht hebben kunnen staan en er moest nog een stukje afgedweild worden. Ik overdrijf nu wel maar toch, dat eerder klimwerk had aan de kuiten  gebeten. Ook bij de Marc.  Zo daar was de brug al.  Nog een laatste fotoke van de Maas richting Maastricht en we wandelden even verder het centrum in en op een terraske in het zonneke trakteerden we onszelf op een Val Dieu. Het zat er op, de trein stond klaar in Visé statie om ons naar huis te voeren. Dit was weer een geweldige stapdag.  Het was net zoals verleden week een verre lokatie maar de verplaatsing woog niet op tegen het opgedane wandelplezier. Tot een volgende. (63148)

vrijdag 1 maart 2024

De stuwdam op de Vesder - Ost Hertogenwald

29 Februari 2024 een schrikkeldag. Dat maak je niet al te dikwijls mee in een mensenleven. Edoch, deze dag was niet 'schrikkel' genoeg om me ervan te weerhouden een toerke te stappen. Ik had m'n zinnen gezet op een wandelingetje in Eupen. Ondertussen was het al  bijna 10 jaar geleden dat ik me bij een eerdere keer in deze regionen waagde.  Te zegge en schrijven 30 dec 2014 : Een toereke rond de Vesdervallei . De opkomst van de stapmaten was eerder gering, enkel onzen Hugo tekende in voor de uitstap. Eupen ligt nu niet achter het hoekje van de straat dus was het zaak om vroeg uit de veren te stappen en op te krassen. Wederom om 5u26 de bus op en om 6u42 de trein naar Leuven. Wat is het nog stil op straat rond deze uren !  Om 6u50 zag ik den Hugo op de trein wippen in Temse en om 9u45 zaten we in Eupen. Moet je weten dat we in Leuven op de verkeerde trein waren gestapt en dat onze reis al eindigde in Welkenraedt op een 8- tal kilometer voor Eupen. Geen paniek, een kwartiertje later kwam deze voor Eupen er aangebold en konden we ons reisje voortzetten. 

Na die 10 jaar was de stationsomgeving zo veranderd dat ik het niet meer herkende. Maar goed, we vertrokken richting Heidbergpark en verder door het gehucht Nispert. In Nispert trok een raar bouwwerkje de aandacht. Een open waterput begot en aanvankelijk dachten we dat het een bron was maar het bleek gewoonweg een kunstwerk opgericht om de architect van het Nispert Haus eer te verlenen. Dit kunstwerk op de Haasbach, een snelstromend beekje, werd opgericht naast dit vermaarde huis. Het huis werd in 1747 volgens de plannen van architect Johann Joseph Couven in opdracht van lakenhandelaar Erich Adolph Goertz gebouwd. In het huis is vandaag nog steeds een muziekkamer met Mechelse tapijten te zien. In een andere kamer heeft een kunstenaar uit dezelfde periode een kopie gemaakt van een beroemd schilderij, dat het bijbelse verhaal van Esther uitbeeldt. Naast het patriciërshuis en het aantrekkelijke park staat de Johannes Onthoofding kapel in rococo uit het jaar 1748. 

Maar we stapten verder. ! We volgden nog even de Schonerfeldweg tot buiten de dorpskom en aan de Koninklijke Militaire school duikelden we het Osthertogenwald binnen. Het beloofde een pittige kennismaking te worden gezien de klauterpartijtjes waar we ons zo op het eerste zicht konden aan verwachten. Om te beginnen bevonden we ons op het tracé van een kinderwandeling. Het kabouterpad over een lengte van 3km werd er aangelegd om kinderen op een speelse en educatieve manier de leerstof over bos en natuur bij te brengen. Maar we bleven niet op dat kabouterpad en trokken dieper het woud in door de gebieden Diebach en Hasenell. Verdorie het was koud. 4°C showde de thermometer maar met een gevoelstemperatuur van 2°C trek je al vlug nog een laagje kleding bij aan. Tevens stond er een erg gure wind daarboven op het plateau. Prachtige wandelgebieden door het leefgebied van houtvesters en inheemse fauna spreidden zich voor ons uit. De houtkap is er duidelijk zichtbaar. Gevelde boomstammen liggen mooi gealigneerd langs de wandelwegen en diep in de bossen zie je houtvesters bezig met tractoren om de gerooide stammen te verslepen. 

We waren zinnens om het tracé van 18km te volgen maar we botsten op een wegsperring. Deze werd aangebracht om het daar fouragerende wild in alle rust hun gang te laten gaan. Dat moet gerespecteerd worden en vervroegd gingen we richting het stuwmeer uit. Op weg daar naar toe konden we aan een picknicktafeltje ons schof aanspreken. Een horde OKRA adepten banjerde ons voorbij en we meenden dat ze Nederlands praatten. Ik ging me bij hen informeren ... 'Het zijn de mannen van den OKRA Hugo !" riep ik onze maat toe. Daarmee werd zijn vermoeden bevestigd en zijn nieuwsgierigheid bevredigd. Achteraan die drom wandelende Okralieten bengelden er een heel eind achterop hun druk taterende wederhelften. Eén van hen riep me toe dat er ook 'Vrouwen van den OKRA' bestaan. Ja man, heel dat OKRA gegeven gaf wel gespreksvoer tijdens onze picknick. Een fleske wijn onderbouwde onze gelijklopende meningen aangaande deze vorm van groepsvermaak. Het is knap dat er voor gepensioneerde senioren dergelijke initiatieven worden genomen. Zo worden de mensen bewogen om niet in huis in de zetel te blijven zitten. Alle hulde dus aan de initiatiefnemers en de leden. Maar helaas ik zou niet kunnen aarden in de kudde. Ik neem liever zelf het iniatief dan dit aan anderen over te laten en tot op een bepaald punt bepaal ik liever zelf waarin of waarmee ik me wil engageren in plaats van me verplicht te voelen. Hetzelfde geldt eveneens voor de keuze in het gezelschap waarin ik me wil begeven. Ik koester nog altijd het adagio : Het zijn enkel degenen die een spiegelbeeld zijn van je ziel waartoe je je aangetrokken voelt. Voilà, zo denk ik erover maar tegelijkertijd met alle respect voor de mening van een ander ! Ik denk dat onze pelgrimsaard oorzaak is aan deze kijk op een dergelijk verenigingsleven (*). 

Na de picknick ging het dus richting stuwmeer uit. Daar aangekomen botsten we op een reuzeparking waar er enkele touringcars geparkeerd stonden. In de Weserthalsperre, kwa horeca een immense brasserie restaurant en bijgevolg de toeristische trekpleister bij uitstek voor groepen, hadden die OKRA-leden hun bijeenkomst en naar alle waarschijnlijkheid zal er daar wel hun groepsdineetje plaats gevonden hebben. Dat het hen gesmaakt moge hebben maar wij stapten naar de stuwdam voor enkele fotootjes. Het blijft een indrukwekkend bouwsel die dam. Gegevens hierover maakte ik 10 jaar geleden al kond in m'n blog. Onderaan de dam spoot het water er met een enorme kracht uit in een spaarbekken waarin de vloed enerzijds werd opgespitst naar een waterzuiveringsinstallatie en anderzijds naar de wedergeboorte van de door het stuwmeer onderbroken Vesder. Die zocht, klaterend van geluk vanwege de bevrijding, zijn weg verder naar lager geleden gebieden. Voorbij de stuwdam volgden we nog steeds in het Hertogenwald de andere oever van de Vesder. Ook hier en daar waren er onderbrekingen in het parcours en het was niet altijd even duidelijk of de opgestelde borden of barelen nog relevant waren om gehandhaafd te blijven. Het resulteerde in het regelmatig bijsturen van de te volgen route. Het laatste stukje woud hield nog een venijnige klim in naar een blokhut. Even rust dus in die blokhut waarmee tevens het geschikte moment was aangebroken om de rest van het fleske wijn soldaat te maken. Na uitgepuft te zijn ging het nu terug in de richting van Eupen stad. Stilletjesaan ging het vanaf dan in dalende orde. 

Na de diverse aanpassingen kwa de te volgen wandelweg konden we in het Ostpark eindelijk terug aanpikken op het oorspronkelijke trackje. Aan de St. Lambertuskapel namen we nog een korte stop om het slijk van onze bottienen te schrobben. Aangezien den Hugo voorstelde om in de 'Ratskeller' nog iets te gaan drinken kon deze schrobbeurt geen overbodige inspanning genoemd worden. Die Ratskeller was een sjiek etablissement en geheel in stijl bestelden we er een Eupener Pilser. Die smaakte naar nog ééntje maar de trein riep en niet enkel dit maar de prijzen voor een pintje waren van die aard dat nippen van je pint in plaats van te heisen je behoedde voor een gepeperde rekening. In Leuven zouden we nog even een loepzuivere Stella gaan degusteren in een typische stationskroeg alvorens het thuisfront op te zoeken.  Rond de klok van 21u was de hereniging met het thuisfront een feit. Een mooie dag weeral met den Hugo.

(*) PS: .
1- Ik wil helemaal geen asociale indruk wekken, dat dicht ik mezelf niet toe en misschien moet ik later deze mening zelfs herbekijken maar voorlopig is dat voor mij nog niet aan de orde. 😏😏😏
2- Reeds 63000 hits op deze blog op 1 mrt 2024


vrijdag 16 februari 2024

SGR Haspengouw - Et 4 / Heers - St. Truiden

 

Het was vroeg dag gisteren. Al om 5u20 wipte ik op de bus om me naar Heers in Limburg te begeven. Een solowandeling nog eens een keer. Solo dus en bijgevolg was het een ideaal moment om nog eens een stukje SGR op te souperen. De SGR Haspengouw werd al eerder aangesneden en wachtte al geruime tijd op een vervolg. Een stukje tussen Heers en St. Truiden zou het worden, goed voor 23km. Heers ligt tussen Tongeren en St. Truiden en om daar te geraken met het openbaar vervoer wordt je wel eventjes zoet gehouden. Het duurt even. Alhoewel, ... met het drukke verkeer van tegenwoordig denk ik dat je het best mag veralgemenen naar het automobielvervoer toe. Met de bus naar St. Niklaas, 2 treinen - naar Berchem en dan naar Hasselt - en tot slot een bus ter afronding tot in Heers.  Een gesmeerde verplaatsing, het mag gezegd. In St. Niklaas moest ik de trein halen van 6u. 6u dat is veel te vroeg om op te lijnen met de stapmaten dus even solo gaan was de boodschap. Wel vond ik het een beetje eigenaardig dat er op de displays in het station waarop de vertrektijden vermeld worden deze trein er 2 keer op voorkwam. Een eerste keer werd aangegeven dat hij niet reed - waarom ? - God weet ! - en daaronder stond hij terug vermeld met het normale vertrekuur. Bij navraag bij de loketbediende of de trein al dan niet reed bleef een zinnige uitleg achterwege. Maar de trein reed dus wel degelijk.  

Okee dus en om 9 uur stapte ik af aan het kruispunt van de baan naar Waremme met de Steenweg N30. Er was daar op het eerste zicht zo niets spectaculairs te zien. De SGR bevond zich immers een kilometertje verder. Even de hoek om gestapt en hopla ... daar op de steenweg wuifde er in het voorbijstappen al direct een knappe dame me vanuit haar venster een goeiemorgen toe. Niet één maar nog 2 andere dames iets verderop betoonden me dezelfde gentilesse in het voorbijwandelen. Daar had ik me helemaal niet aan verwacht.  Iets te laat, ik was al een eindje verder, realiseerde ik me dat het raammadelieven waren. Ja zeg die begonnen wel heel vroeg aan hun shift ! Extra uren, precies of er was sprake van verlies aan omzet geweest dat vlug goedgemaakt moest worden. Indien zo zie ik een verband met 14 februari en Valentijn. Hun vast cliënteel liet waarschijnlijk daags te voren verstek vanwege de obligaat te vervullen amoureuze verplichtingen. Moest je het me vragen om dewelke, volgens mij zijn dit verplichtingen zowel op financieel als op fysiek vlak. 
Na nog een 3-tal cabardouchkes gepasseerd te hebben, dit keer met enkel een lege stoel in de vitrine, was het na 500 meter afgelopen op die liefdesboulevard. Ik kreeg nu aansluiting op een wandelpad waardoor ik opeens volop in de natuur zat. Het landschap zag er schitterend uit. Een glooiend terrein waardoor er een weids uitzicht ontstond over het ganse gebied. Omgeploegde akkers en weilanden in veelvoud ontplooiden hun maagdelijkheid. Die maagdelijkheid viel moeilijk vast te stellen bij mijn ontmoetingen ietsje eerder op de dag. Het pad ging richting Gelinden uit en toen het dorp in zicht kwam kon je niet meer ontkennen dat je in Haspengouw zat. Het is dan ook De Fruitstreek van ons landeke. Let op de hoofdletters ! De boompjes stonden er nog kaal bij in de fruitgaarden maar hier en daar viel er al bedrijvigheid te noteren van tuinders die met het snoeiwerk bezig waren. Als al die fruitbomen in bloei staan zijn er geen woorden om die pracht te beschrijven. Het was dus nu eigenlijk de periode niet om daar een wandeling ineen te steken maar goed, ik stapte voort. Ik kom nog wel eens terug naar deze regionen. 

Het volgende dorp, een 5km verder, betrof Mielen boven Aalst.  'Mielen boven Aalst', what' s in a name ? -  ligt op de landkaart eigenaardig genoeg onder het Limburgse Aalst. Je moet Limburger zijn om dit te kunnen verklaren. De omgeving langs de weg ernaartoe leek op een gigantisch golfveld. Eén kolossale vlakte aan omgeploegde akkers en grasland. Een biljartlaken bijna. De vele kerktorens in de verte van de omringende dorpjes markeerden de holes. Een betere metafoor kan ik me zo direct niet bedenken. Zalig stappen was dit ondanks de stevige wind die er op die vlaktes stond. De temperatuur was ook al opgelopen en er kon een laagje kleding minder. Het viel me op hoe stil het in die dorpjes is. Je zag er geen mens op straat. 

Na dit 'Mielen' ging het richting Kerkom uit. Het landschap werd nu eerder gekenmerkt door enorme holle wegen. Ik schat wel wanden tot 4 meters hoog en meer. Hoewel imponerend mooi gaf het geheel bij wijlen een akelige beklemmende indruk. En bij momenten lag het er ook nog erg slijkerig bij. Jammer genoeg was dit tot ergernis van mijn nieuwe bottienen. Verdorie toch, ik begon het in mijn benen te voelen. Op het eerste zicht zou ik gewaagd hebben van een vals plat maar dit wandelingetje hield toch een slordige 350 hoogtemeters in.  Je zou het niet zeggen maar des te meer wel voelen wanneer je dat stijgen en dalen een tijdje niet meer gewoon bent.  Het werd ondertussen stilletjesaan tijd om de boterhammetjes aan te spreken. Een bankje onderweg naar Kerkom bood hiertoe mogelijkheid. Ik was content dat ik me even kon neerzetten. 


Een volgend hoofdstukje in dit stukje SGR was het Cicindria wandelpad. Ik bevond er me op zonder het te weten. Wist ik veel dat de mooi kronkelende beek waarlangs ik liep de Cicindriabeek is. Deze beek was de hoofdactor in het ontstaan van St. Truiden. St. Truiden is ontstaan aan de vruchtbare oevers van deze beek. Den Trudo, de stichter van de stad, kwam uit een landgoed in Straeten. Dit gehucht lag op een belangrijk kruispunt van Romeinse wegen. In deze vallei, Val St-Trudon, stond er tot in de 13de eeuw een klooster van de  benedictinessen. In 1986 werden er langs de Romeinse weg belangrijke archeologische vondsten opgegraven. Deze zijn nu te bewonderen in het stadhuis op de Grote Markt. De Cicindriawandeling op zich waarvan ik maar een klein stukje gelopen heb bestaat uit 3 lussen. Wil je meer weten ? Lees het hier : De Cicindriawandeling.

Tussen Kerkom en Sint Truiden ligt het vliegveld van Brustem. Dit vliegveld werd door de Duitse bezetter tijdens de WO2 in bezit genomen. De piloten werden ondergebracht in de omliggende kastelen en konden in luxe en weelde baden ter compensatie van de risico's die ze namen op hun gevaarlijke missies. Tot wel tien toestellen per nacht hingen in de lucht. Hun opdracht bestond erin om Britse bommenwerpers die‘s nachts richting Duitsland vlogen om daar steden en militaire installaties met een bommentapijt te bestoken te onderscheppen en uit de lucht te schieten. Een Duitse piloot, Heinz Schnauffer genaamd was wel bijzonder doeltreffend, zo bleek. Hij haalde 121 geallieerde kisten neer. Deze nachtjachtbasis van de Luftwaffe was dan voor de geallieerde jagers ook een belangrijk en strategisch doelwit. Vooral tijdens de voorbereiding van de landing van Normandië werd het meermaals door bommen van Britse en Amerikaanse toestellen geraakt. Hierbij vielen aan Duitse kant 158 piloten, bemanningsleden en grondpersoneel. Ze werden eerst begraven tegen een muur op het stedelijk kerkhof van Sint-Truiden. Later werden de lichamen opgegraven en opnieuw ter aarde besteld in een bos op het kasteeldomein van Brustem. Maar na de oorlog, meer bepaald in mei 1948, werden de stoffelijke resten naar hun laatste rustplaats gebracht zijnde het Duits kerkhof op Kattenbos in Lommel. De dodentol onder de geallieerde vliegtuigbemanningen was ruim drie keer groter. Liefst 512 lieten er hun leven. Ze werden door de Duitsers met militaire eer begraven op het vliegveld van Brustem. Moest het je enigszins interesseren, dan bevat dit PDF document erg  interessante informatie omtrent de afwikkelingen rond deze vliegbasis tijdens de oorlog : Verslag Duitse Nachtjagers Brustem . 

Er ontstond ook een mysterieus verhaal in die tijd over een spookvlieger. Het sprak en spreekt de Truiense bevolking nog steeds zodanig tot de verbeelding dat er niet alleen een bier naar 'De Spookvlieger' werd genoemd maar dat er ook een straat naar dit spook werd genoemd, namelijk de 'Spookvliegerlaan'. In de oorlogstijd werden bepaalde tactieken gebruikt door zowel Duitse als geallieerde piloten om op een listige wijze achter de vijand aan te gaan. De Spookvlieger van Brustem viel elke nacht met een mysterieus vliegtuig de luchtmachtbasis van Brustem aan toen die in Duitse handen was gevallen. De Truiense piloot nam deel aan aanvallen op Duitse doelwitten en stierf bij een crash op 2 januari 1944 na een aanval op Berlijn. Deze mysterieuze strijder des vaderland gaf tijdens en na de Tweede Wereldoorlog heel wat aanleiding tot mythevorming. Een niet onbelangrijke rol speelde daarin de novelle ‘De Spookvlieger van Brustem’, uitgegeven in 1952, door E.P. Aurelius Mertens.”

Zo, deze exposé heeft niet veel gemeen met wandelen maar het vernoemen ervan onderlijnt toch maar even de stelling dat we reizen, weliswaar te voet in mijn geval, om te leren.
Na het gehuchtje Bevingen gepasseerd te hebben stond ik aan de stadsrand van St. Truiden en er restten me nog 1500 meter te overbruggen tot aan de statie. Mijn pijp was eerlijk gezegd uit. In het stationsbuffet kon ik nog even op de trein wachten. Tijd genoeg om een beloning op te halen. Alhoewel ik graag zo een spookvlieger had geproefd moest ik me tevreden stellen met  een smakelijke Leffe. Die had ik verdiend. Het draaide goed daar in dat stationsbuffet. Veel volk en een gedienstige stamineebaas al moet ik erbij vermelden dat een groot deel van zijn klanten, er zoniet afgevallen dan wel niet al te hoog op de sociale ladder stond - maw, ik voelde me er min of meer thuis 😊😊😊.  En wat betreft die SGR Haspengouw : Nog 2 tracks, misschien wel 3 schieten er over. 2 al zeker en 3 als ik er nog ééntje opsplits. Die plakt dan ook onder m'n bottienen. En het zijn er zoals geweten nieuwe. Er kunnen er bijgevolg nog veel bijgeplakt worden. Tot een volgende dan maar weer. Hopelijk met de stapmaten. 



dinsdag 6 februari 2024

Een handjevol uitstappen


Zondag 4 februari 2023


De stad Gent pakte na 3 jaar weer uit met haar lichtfestival. Het hoge bezoekersaantal tijdens de vorige happenings zorgde voor erg veel opstoppingen. Om een dergelijke volkstoeloop beter te spreiden werd er gekozen voor een langer parcours. Samen met de 2 zonen Kristof en Frederik wiens partner Bea ook van de partij was vertrokken we aan de Gent Dampoort voor een avondwandeling door de Gentse binnenstad. Een kleine 8km aan slentersnelheid werd het. 23000 duizend stappen telde m'n stappenteller. Dat zijn grosso mode 800000 cm te delen door 23000. Dat levert een paslengte op van 35cm daar waar een normale paslengte tussen de 70 en 75cm ligt . Dat werd dus schuifelen over de ganse lengte van het parcours. Daar wordt je pas moe van in de benen. Alles oogde fascinerend mooi verlicht met veel dynamiek. Een merkbare focus was gericht op de indrukwekkende historische gebouwen, de kade en de dokken, de vrijdagmarkt enzoverder om nog te zwijgen over de knusse straatjes met de gezellige kroegjes. Het mag gezegd worden : Gent is een erg mooie stad en als Sinjoor ... euh pagadder want geboren buiten de stadswal van de koekestad, zal het me zeker kwalijk genomen worden dat ik kwa schoonheid de stad Gent de ereplaats gun. Moest het jou interesseren dan geef ik hier even de link mee met een overzicht van de opgestelde kunstwerken. Het bespaart me de moeilijkheid om de gepaste woorden te vinden en tegelijkertijd een volledig overzicht te schetsen. Hierzie :  Lichtfestival Stad Gent.

Een link naar de getrokken fotootjes : Fotos lichtfestival

Nog een beetje animatie : 





Maandag 5 februari 2023

Vandaag werden de goede voornemens nog eens in herinnering gebracht. Bacchus moet iets meer wandelen gestuurd worden, dat is er al ééntje van. Een beetje tegemoetkomen aan de wetten van de fysica aangaande de zwaartekracht wordt ook een betrachting. Dat is nummer 2. Vetrolletjes zijn ook aan dit natuurkundig verschijnsel onderhevig en bepalen mee het overtollige lichaamsgewicht. Alhoewel Newton dit niet vermelde in zijn Philosophiae Naturalis Principia Mathematica hoef je geen dokter in de geleerdheid te zijn om te kunnen stellen dat het gewicht van enkele kilootjes minder of meer buikvet invloed heeft op knoken en gewrichten.  Dat moet wat naar beneden. En tot slot, nummerke 3 : Rust roest en naar mijn oordeel zou een dagelijks wandelingetje terug voor de nodige beweging kunnen zorgen. De jaren tikken aan en bewegen wordt zo stilletjesaan een must. 10 à 12 km zijn nu echt geen moordende ondernemingen, dat is wel doenbaar. Proberen maar !

Voor vandaag opteerde ik voor een lijnwandelingetje tussen Waasmunster en Lokeren.  Een auto is bij momenten onmisbaar maar minder en minder voel ik me geroepen om me hiermee te verplaatsen. En meer en meer begin ik te opteren voor het openbaar vervoer, de velo of een verplaatsing per pedes apostolorum. Men is dan wel eventjes langer onderweg om op bestemming te geraken maar het went en je komt er wonderwel ook. Tijd wordt tastbaar want een verplaatsing van A naar B vraagt enige moeite. Beetje rekenwerk met vertrektijden, beetje googlen in maps en met de hulp van enkele appjes wordt dit kinderspel zodat je gezwind de bus op springt. Als je niet meer werken gaat heeft tijd, lees stiptheid, weinig of geen belang meer. Het begrip ‘Je tijd nemen voor’ krijgt opnieuw enige betekenis. Ik stelde bij mezelf vast dat ik iets te vlug en eerder routinematig voor het gebruik van de wagen koos. Waarschijnlijk ben ik daarin niet de enige en mag men wel spreken van collectieve gemakzucht. Ik denk er niet ver naast te zitten. De voordelen van het gebruik van het OV daarenboven zijn legio. Geen gesakker bij files en omleidingen, geen parkeerproblemen, geen verkeersboetes, geen geërger aan roekeloze weggebruikers, snelheidsduivels en bumperklevers die je opjagen, de ratrace om ter snelste gaat aan je voorbij en bovendien ontbreekt het gevoel een melkkoe te zijn van de staat, … maw zen in't kwadraat ! Het openbare vervoer is voor mij als het ware een herontdekking.

Ik wipte op d
e bus rond 11u30 en om 12u15 stond ik in Waasmunster. Ik vergiste me van halte in Waasmunster, helemaal geen erg, en reed iets verder dan voorzien. Had ik het geweten dan zou ik ́de weg door het park van het kasteel Blauwendaal hebben uitgestippeld. In oktober 2021 ben ik daar ook gepasseerd. Maar goed, het was rustig stappen door de bebouwde kom van Waasmunster. Eens daar uit zat ik volop in de natuur. De zandweg Damsakkers genaamd lag naast het domein van kasteel Roos. Rechts weidse velden, links op het domein een halfgerooid en verfomfaaid bos met rottende boomstammen her en der verspreid. Dat kasteel Roos moet ooit betere tijden gekend hebben. Het staat nu te koop voor 2 miljoen. Na het faillissement van het West-Vlaamse oplichters duo Laurent Demey en zijn ex-vrouw Daisy Ragole wil de gedupeerde Deutsche Bank het imposante kasteel te gelde maken. Soit, vergane glorie en nu laat het enkel nog een desolate indruk na. 

Ik stapte verder door, de brug van de E17 onderdoor en volgde de Neerstraat tot aan de Hamputten die samen met het Molsbroek, de Durmemeersen en de Buylaers het Groot Molsbroek vormen. Het is een, naar Vlaamse normen, vrij groot natuurreservaat (122 hectare) met optimale toegankelijkheid. De wandeldijk biedt een mooi zicht op de diverse natuur: een uitgestrekte moerasvlakte met talrijke watervogels, elzenbroeken, rivierduinen, rietvelden en vochtige graslanden. Op de wandeldijk vind je 8 infoborden, 3 gratis te gebruiken vaste verrekijkers, een 24/7 infopunt, kijkkast met stereodia's, een insectentuin met blote voetenpad en in de winter een kijkwand bij de wintervoederplaats.

Maar ik stond aan de ingang van de Hamputten, een zandwinningsgebied. Aan de ingang van het pad vond ik een hilarische tekst op een bordje. 'Zwemmen in de Hamputten wordt niet toegelaten en daarom wordt uit voorzorg de wandelweg afgesloten. Lap ! Ik had geen zwembroek bij aangezien ik niet de intentie had om daar in het ijskoude water te duikelen dus stoorde ik me niet aan het verbod en ging gewoon door. Het is een heel mooi stukje te vergelijken met de talrijke tiendwegen in Zuid-Holland die ik tegenkwam toen ik het Floris V pad liep. Het smalle onverharde pad loopt dwars door de enorme watervlakte waarover deze Hamputten zich uitstrekken. Links en rechts word je op stapafstand door het water omringd. Het water stond erg hoog en overspoelde op sommige plaatsen het pad. Het Molsbroek liet ik links liggen nadat dit pad ten einde liep en zocht het jaagpad langst de Durme op. De laatste kilometerkes naar Lokeren werden afgebonjourd langs de prachtige durmeboorden. Mission completed. 11km op de kop. Geen tripel, geen apero … just walking and wandering. Het werd een mooie wandeling, Het weer was iets minder. Een met grijs overtrokken hemel en veel wind. Die zorgde dan weer voor bakken verse hapklare lucht. “Elk nadeel hep ze voordeel” zei Johan Cruiyff zaliger. En zo zie je maar.