zaterdag 4 mei 2024

Kapittelwandeling - Parken van Brasschaat.

 

De wandelclub WK Noordergouw organiseerde deze donderdag de kapitteltocht in de Brasschaatse regio. De Marc die daar in de geburen zijn domicilie heeft stapte mee. Rond 10u pikte hij me op aan de statie in Kapellen en reden we naar de Ruiterhal waar het startpunt van de tocht was. Echtgenote en dochter reden verder met de auto huiswaarts.  Inschrijven, poolshoogte nemen,  taske koffie en weg. Het viel me op dat er maar weinig volk was komen opdagen. Waarschijnlijk was een verlengd weekend met de 1 meiviering hier wel oorzaak aan. Nochthans was het het ideale wandelweer. 23°C en een lauwwarm briesje. Jas en trui uit en in de korte mouwen. Dat was ondertussen een eeuwigheid geleden ! Gaan met de banaan, op stap ! We gaan de natuur rond Brasschaat in kaart brengen. 

Het Kasteeldomein van Brasschaat werd de proloog van onze wandeling . Wat een prachtige omgeving is me dit en wat uitstraling betreft ... quelle grandeur. Het kasteel, een imposant gebouw, troont daar temidden van immense grasvelden - zeg maar gemillimeterde peloesen -, bos- en waterpartijen. Alles netjes onderhouden. Het geheel aan flora is doorvlochten met metersbrede wandelgangen. Er werd hier een vakkundige balans gecreëerd tussen ruimte, architectuur en natuurschoon. De geschiedenis van het kasteeldomein van Brasschaat is ontstaan in de 18de eeuw, toen de Helhoeve, de voorloper van het kasteel, omgebouwd werd tot een hof van plaisantie. Als Armand Reusens, in 1872, burgemeester van Brasschaat wordt, laat hij een nieuw prachtig kasteel bouwen naar Frans model en wordt de Helhoeve afgebroken. Hij verwierf het domein van zijn vader. Onder Reusens vergrootte het domein aanzienlijk en wordt het kasteel uitgebreid met twee zijvleugels en verkreeg het zijn huidig uitzicht. Na zijn overlijden komt het domein in handen van zijn neef Albert-Octave ’t Serclaes de Wommersom. In 1906 gaat het eigendomsrecht over naar de NV Anvers-Extensio. De voorzitter van de vennootschap, Eduard Thys, woont tot 1914 in het kasteel. In 1923 verkoopt de NV het kasteel aan Anne-Rose Gremmingen, weduwe van de Antwerpse zakenman Georges Born, die in Argentinië een fortuin had vergaard. In 1949 werd het kasteel en domein van bijna 170 ha aangekocht door de Gemeente Brasschaat. De gronden langs de Bredabaan werden verkaveld om de aankooplast te verlichten. Sinds 1978 wordt het domein voor een deel beheerd door Bos en Groen. Het kasteel werd omgevormd tot hotel-restaurant inclusief feest- en tentoonstellinszalen. 



Dat het thema ‘Bos en Park’ vetjes in de verf zou gezet worden werd me duidelijk tijdens de kennismaking met de ‘Bossen De Inslag’. Hier troffen we een mooi wandelbos aan met rechte paden die goed toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers en buggiekes. De Marc maakt hier regelmatig lange wandelingen met zijn bejaarde moeder. Ongetwijfeld zal mevrouw hier erg veel van genieten. Chapeau Smetje, dat siert jou als mens ! De laatste jaren zijn de eentonige naaldhoutbossen daar omgevormd naar een gevarieerd gemengd bos. Exoten maakten plaats voor inheemse bomen en struiken als lijsterbes, spork, hulst, hazelaar en taxus. Omgevallen en dode bomen blijven behouden en veranderen zo in een minibiotoop vol leven. Hier broeden de zwarte specht, sperwer, buizerd en bosuil. Het Antitankkanaal loopt dwars door het domein. Rond het Antitankkanaal leven menig oever- en watervogels en met wat geluk kan je de prachtige ijsvogel en blauwe reiger ontdekken. Die laatste tref ik de laatste tijden wel heel regelmatig aan. De grachten in het grasland vormen dan weer een schitterend leefgebied voor waterplanten, libellen, kikkers, padden en salamanders. Het is een ware lust om hier als wandelaar op ontdekkingstocht te gaan. 

Na de inslag trokken we verder naar het Mikpark. Dit 35ha grote park is gelegen tussen de villawijken van Maria-ter-Heide, de bossen van De Inslag en Sanatorium de Mick. Het park vormt een deel van het domein Mikhof, rond 1785 aangelegd midden in de 'Brasschaetse heye'. Tijdens de Franse overheersing aan het einde van de 18e eeuw vluchtte de eigenaar naar de Verenigde Staten, om enkele jaren later terug te keren met in zijn bagage zaden en loten van verschillende exotische boomsoorten. Later werd het park heringericht in romantische Engelse stijl, met een grote vijver en een sprookjesachtige poorttoren. Op een bankje aan de immense vijver konden we schoven. De Marc maakte me opmerkzaam op een nestelende reigerkolonie hoog in de bomen aan de overkant van de vijver. Het zou me niet opgevallen zijn 

We trokken verder naar de kinderboerderij voor een traktatie. Dat hoort er nu éénmaal bij. En het bleef niet bij 1 tripeltje. Iets verderop botsten we op het rustpunt dat de wandelclub daar had voorzien. Volgens de Marc was dat rustpunt ondergebracht in het paviljoentje waar de locals een kaartje kunnen trekken. De clubleden-vrijwilligers zaten rustig op hun stoeltjes buiten wat te keuvelen. Duidelijk bezig met de tijd te doden. "Waar zijn hier die masseuses ?" vroeg ik eens daar aangekomen. Deze niet alledaagse vraag zorgde voor wat hilariteit binnen het gezelschap waarna me de weg naar binnen werd gewezen voor een massagebeurt. Het ijs was gebroken en er ontstond een fijne babbel.  Met 6 of 7 clubleden die er de vrijwilligersdienst uitmaakten en de rustpost bemanden waren er geen handen tekort. De opkomst aan wandelaars was gering. Voor de wandelclub en haar vrijwilligers was dit teleurstellend. Ook bracht dit een zeker financieel verlies voor de club teweeg. Immers de te hoog ingeschatte drankvoorraad en de huur van de lokalen moest betaald worden. Een volgende keer meer geluk. Na dat gezellig klapke en een tripel Westmalle trappist wensten we die vrijwilligers daar nog een fijne dag. 

De wandeling liep naar haar einde toe. We troffen nog een dame aan die zich tegoed deed aan bloemen. Regelmatig bukte ze zich, plukte een bloem van de kamilleplant en speelde die naar binnen. Goed voor de rheumatis zo beweerde ze. De Marc, ervaringsdeskundige op het vlak van lokale flora maakte, gelet op de vele honden die hier rondsnuffelden, hierbij z’n bedenkingen. In Brasschaat centrum aangekomen zat de wandeling erop. Ik zou een lijnbus naar huis opzoeken en de Marc stesselde verder te voet naar huis. Amper een 5-tal paaltjes zo verzekerde hij me. 

Ik ga nu eens lelijk valsspelen zie ! Hetgeen volgt heb ik niet zelf geschreven. Ik vroeg namelijk aan mijne mechanieke maat de AI robot om een tekstje te maken over een mooie wandeling in de bossen en parken van Brasschaat. Ziehier wat die ijzeren fantast uit zijn digitale kraam sloeg : 

Terwijl ik door de kronkelende paden liep, werd ik omringd door het levendige groen van nieuwe bladeren, dansend in de zachte bries. De lucht was gevuld met het gezoem van bijen, ijverig op zoek naar nectar in de bloeiende bloemen die het landschap een mozaïek van kleur gaven. De zon wierp haar warme gloed over het park, waardoor de dauwdruppels op het gras schitterden als kleine diamanten. Het gezang van vogels vormde een melodieuze symfonie, die hoog boven me uitsteeg en samensmolt met het ritselen van de bladeren. De geur van vochtige aarde en verse bloesem prikkelde m’n zintuigen, en ik voelde een gevoel van rust over me heen komen terwijl ik verder liep, diep ademhalend in de zuivere, lente-lucht. Elke stap bracht een nieuw tafereel van natuurlijke schoonheid, van zwanen die gracieus over het wateroppervlak gleden tot eekhoorns die speels van boom tot boom sprongen. Het park leek een eigen leven te leiden, een stille getuige van de cyclus van het leven die zich elk seizoen weer ontvouwt. Deze wandeling in 'De Inslag' was niet zomaar een wandeling; het was een moment van verbinding met de natuur, een herinnering aan de eenvoudige schoonheid die ons elke dag omringt, wachtend om opgemerkt te worden.

Ja lap ! Niet slecht vind ik ! Dat robotteke valt niet te onderschatten. Maar goed, ik was op weg naar huis. De bus deed er wel een uur over tussen Brasschaat en Antwerpen Rooseveltplaats. Nog een treintje naar Sint Niklaas en een bus naar huis en m’n tochtje zat er op. Geweldig mooie dag en kwa mooi weer een voltreffer. Tot een volgende maar weeral. Tussen haakjes : Het Peerdsbos in Brasschaat moet ook nog een kans krijgen 😉


zondag 28 april 2024

Enkele thuisrondjes en een uitstapje naar Genk.


Op een druilerige ochtend, zo grijs en nat, 
Sta ik daar met mijn paraplu, als een verzopen rat. 
De regen klettert neer, zonder enige berouw, 
En ik vraag me af: “Waarom, oh waarom, hemel, waarom toch zo koud?” 

De wolken hangen laag, als een sombere deken, 
En mijn humeur zakt dieper dan de diepste krochten in de beken. 
De straten zijn spiegelglad, mijn schoenen soppen, 
En ik mompel: “Dit weer is om te janken, ik wil stoppen.” 

De wind huilt door de bomen, als een opgejaagd spook, 
En ik verlang naar zonnestralen, naar warmte, naar een stukje hoop. 
Maar nee, het blijft maar regenen, zonder enig pardon, 
En ik denk: “Is dit mijn straf? 

Heb ik iets misdaan, o regen, o donderwolk, o zondvloed, 
Ik staar uit het raam, mijn koffie koud, mijn sokken nat,
En ik fluister: “Lieve lente, waar ben je? 
Kom terug, kom terug!” 

Maar de regen lacht me uit, met iedere druppel, 
En ik zing mijn regenlied, het is een klaagzang.

Mei is in aantocht en het lenteweer is nog ver weg. Dat hypothekeert natuurlijk de wekelijkse tochtjes. Van mooie wandelingen of staptochtjes valt er bijgevolg enkel maar te dromen. Enkele korte uitstapjes, rond de 10 à 12 paaltjes, vielen er wel te versieren waarbij ik dankbaar gebruik maakte van het openbaar vervoer. 't Is te zeggen de autobussen van De Lijn. Met het verbeterde aanbod (althans toch wat het Waasland betreft) vergroten ook de mogelijkheden. Alle lokaties in het Waasland zijn nu beter en frekwenter bereikbaar terwijl er vroeger meer kon geklapt worden van alle uren ne lepel. Zo kwam ik de afgelopen dagen naast een koppel lokale lussen terecht in Waasmunster, Hamme, Kallo, Sint Anneke, Sint Niklaas, Bornem en de Groenplaats in de Koekestad. Solo slim, voor die korte stukjes val ik de stapmaten niet lastig. Wat er bij deze uitstapjes de boventoon voerde waren de nokvolle beken, weiden die in poelen waren veranderd en paden die eruit zagen alsof er horden wilde varkens er van een modderbad zijn komen genieten. Regelmatig werd het rechtsomkeer maken geblazen en drogere stukjes opzoeken. Bij de wandeling in Hamme waren m'n bottienen zelfs zo doorweekt dat de zolen loskwamen. Ik hield er van de nattigheid een blaar aan over. Gelukkig hadden ze hun dienst al bewezen en waren ze sowieso end of time. No problem, ik had me er al nieuwe aangeschaft. 

Maar er is goed nieuws vanuit een onverwachte hoek ! We kunnen terug spreken van een 6de stapmaat. Doordat de Catsjoe nu met z'n engelenvleugeltjes in het hondenparadijs rondfladdert en daarmee de definitieve scheiding van onze 6de stapmaat een feit werd en is, werd het gemis voor de Ronny dermate groot dat hij op zoek ging naar een nieuwe kameraad. Hij is dat beestje in Duitsland gaan halen begot ! Nu zijn we terug voltallig met den Izzy, nen Irisch Terrier.  Nog een pupke en dus zal er nog wat geduld aan te pas komen eer zij mee op stap kan. Volgens kenners is het een plezant beestje : De Ierse Terrier
We zijn content dat onze maat terug een hondeke heeft en zien uit naar de wandelingetjes die nog komen gaan. 

Off the record even en dit nu met een link naar de pelgrimswereld. Deze week kreeg ik een smske uit Melbourne - down under in Australië. In september stapt Tiziana Cor Mio de Frances. Na afloop zoekt ze me hier in België een bezoekje te brengen. Ik zie uit naar haar komst. Met Tiziana liep ik de Portuguèse tussen Lissabon en Porto. Tiziana is daar in Melbourne een politie-agente. Een harde tante naar haar verhalen te horen maar toch een lieve dame. Ik trok graag met haar op. Helaas, in Porto hield de pret op. Tegenslag met m'n ogen waardoor ik moest afhaken. Misschien zit ze nu wel daar bij die Aussies in de recherche, dat ambieerde ze. Dat kon ik toen opmaken uit onze parlées. Tof, ik zie er naar uit om wat bij te praten. 

En dan nu het toerke naar Genk. Ook deze keer geen compagnons om mee te stappen maar dat kon gecompenseerd worden met het gezelschap van m'n nichtje Marleen. Zij woont in Zutendaal en met de fiets is het maar een goed kwartierke fietsen tot in Genk. Een wandelingetje zou haar plezier doen.  
Rond 10u stapte ik uit in Genk. M'n nichtje was daar al. Ik kon m'n oren niet geloven wanneer ze zei dat het van 2019 geleden was dat we er samen een wandelingetje deden. Pfft, wat gaat het leven vooruit met een reuzevaart. 5 jaar verdorie. Er viel dus veel  bij te tateren met nichtjelief. We stapten over de brede stationsboulevard richting Molenvijverpark uit. Deze Molenvijver was oorspronkelijk een zeer nat moerasgebied, dooraderd door de Dorpsbeek. Deze Dorpsbeek zorgde voor de afwatering van het gebied dwars door het centrum van Genk en voedde vroeger een watermolen, vandaag gekend als restaurant ‘de Molen’. In 1967 werd het stadspark ingericht. De moerassen werden gedempt met aanvulgrond en de natte beemden werden gedraineerd. De Molenvijver werd behouden en uitgediept, een tweede vijver, de kweek vijver, werd aangelegd. De Dorpsbeek kreeg een vaste bedding door afboording. Ze diende om vers water aan te voeren voor de visvijver. Verder naar het oosten toe werd de grote grasvlakte gedraineerd en hersteld. Het is een prachtig park, bomen en struiken stonden al volop in het blad. Jammer van het loodgrijze weer, de prachtige groentinten die zouden schitteren bij een stralend zonnetje moesten we missen. Het Heempark sloot aan op het Molenvijverpark en vervolgens  doken we het recreatiegebied Kattevennen in. Prachtige wandelpaden en waar ik een beetje voor vreesde werd niet bewaarheid. Na de overvloedige regenval van de laatste dagen verwachtte ik me eveneens aan een modderige bedoening maar dat viel best mee. De Kattevennen puilen uit van de wandelroutes. Het domein wordt gekenmerkt door zijn bosrijke omgeving. Het zijn voornamelijk naaldhoutbestanden met enkele heiderelicten. Als je goed zoekt, vindt je er her en der enkele jeneverbesstruwelen. In het noordelijk gedeelte van het gebied situeert zich het beekvalleitje van de Dorpsbeek, een zijbeek van de Stiemerbeek. Het domein is vandaag vooral bekend omwille van het aanwezige Europlanetarium, één van de zes actieve Vlaamse volkssterrenwachten. Het is vandaag ook een belangrijk recreatieoord met talrijke toeristische, sportieve en educatieve attracties. De benaming Kattevennen herinnert aan het Engelse “cattle”, dat vee betekent, en aan de vroegere vennen die in het gebied voorkwamen waarin heel wat typische planten en dieren konden gedijen. De vennen, de typerende heide en de schaapsherder met zijn schapen zijn helaas vandaag zo goed als verdwenen en dat wil Limburgs Landschap vzw in de mate van het mogelijke herstellen. 

Limburg is kwa natuur volgens mij ronduit de mooiste provincie van ons land. Alhoewel het een hele tijd sporen is om in Genk te geraken is het beslist de moeite waard om deze regio een bezoek te brengen. Een natuurliefhebber zal hier nooit teleurgesteld worden. Het was me dan ook een genoegen om met m'n nichtje hier een leuk toereke te wandelen. Rond 16u30 kon ik daar de aftocht blazen. Een dikke knuffel voor Marleen waarna ze op haar fiets wipte en naar huis reed. Ik nam de bus naar Hasselt.  Op een trein moest ik daar nog een uur wachten. De aansluitingen in Hasselt en Berchem verliepen vlot, om  19u was ik thuis. 
En nu mag het weer stilaan gaan veranderen.  Ik denk dat ik niet de enige ben die daar zo over denkt.  

zondag 14 april 2024

Bloesemwandeling in St. Truiden

Al verleden week stonden bij onze stapmaat Michel de zinnen op een wandelingetje in de fruitstreek. Als al die fruitbomen daar in bloei komen is dat een prachtige lokatie om er een toerke te organiseren. Maar wat een weer was me dat die laatste dagen?  Aprilse grillen in 't meervoud. Het wispelturige karakter van de weersvoorspellingen zorgde voor een go/no go situatie. Ook was er gezien het koudere weer geen zekerheid dat er al volop bloesem kon aangetroffen worden. Bijgevolg leidde dit telkens tot uitstel maar donderdag jongsleden  kwam het er dan toch van. Den Hugo en de Michel tekenden present en iets na 11 uur stapten we van de trein in St. Truiden. Het kommeke koffie werd al in Leuven gedegusteerd. Brasserie 'Den Ouden Tijd' een bruine stationskroeg recht tegenover de statie is ondertussen een vaste waarde geworden bij een stop in Leuven. Eigenaardig detailke in die kroeg is dat de klok daar een kwartier achter loopt. Leep gezien van de stamineebazin want als je je op die klok verlaat speel je telkens je trein kwijt en zo blijf je nog eventjes 'hangen'. Ik vermoed, afgaande op de verlebberde tattoo op haar arm, dat de bazin Sonja heet. Niettegenstaande haar zware doorrookte stem je doet vermoeden dat ze geen poezeke is om zonder handschoenen aan te pakken is ze de vriendelijkheid zelve. 

Maar goed, we zaten in St. Truiden. Het was droog maar zwaarbewolkt en dat had ik liever anders gezien. Een staalblauwe hemel is immers het ideale decor voor een dergelijk schouwspel van natuurpracht. April is de bloesemmaand bij uitstek. Bij een vroege lente, kunnen de bloemetjes er al snel zijn. Wanneer de nachttemperatuur langer laag blijft, wachten de bloesems liever met bloeien. Daarnaast verschijnen niet alle bloesems tegelijk. Grofweg gezegd staan de vroege kersenbomen als eerste in bloei, gevolgd door de peren- en uiteindelijk de appelbomen. De latere kersenbomen kunnen daar nog na volgen. Zo kan je normaal toch tien tot twaalf dagen van de bloesems genieten. Volgens de Bloesemmeter stonden de kersen volop in de bloei, de peren waren juist uit de startblokken geschoten en voor de appelen moest er nog wat geduld geoefend worden. 

Al vlug zaten we midden in de fruitgaarden. Een kleine 20km zou beslist volstaan om een indruk te krijgen van al dat bloesemgeweld. Aangezien het vrij laat was bij aankomst moesten we al vlug uitkijken naar een picknickplaatsje. Eens we dit gevonden hadden strooide een opkomend regenbuitje roet  in 't eten. Maar kijk, 10 meter verder konden we onder het afdak van een school paljas (paillasse - strozak) par terre schoven. Een fotoke van mij en den Hugo al schovende,  getrokken door de Michel en door mij op FB geplaatst, leverde verbazing op aan het andere eind van de wereld. 't Is te zeggen in Colorado ! Lynn schreef : I love that picture ! En ik moet toegeven dat dit  simpel fotoke en gelet op het detail, veelzeggend in haar eenvoud  is. Fleske wijn, chokolade, manchego met kersensiroop - dus afgestemd op de lokale flora, chorizo, pepersalami, feta met een muntmarinade .... I love that way of having diner. Moest de Marc er nog bijgeweest zijn zouden er nog wat rijstvlaaikes bij liggen.  Een sterrenrestaurant zou hier de duimen moeten leggen. Maar om even terug naar het fotoke te kijken : Het zou evengoed de sjieke Baskenklak van den Hugo kunnen geweest zijn die voor Lynn de eyecatcher was. Nog wat stappen nu. Op het gemakske, geen haast. Een kleine 20 paaltjes loop je zo uit. Wat kan de natuur toch mooi zijn ! Het golvende terrein deed je soms vermoeden dat je in de Vlaamse Ardennen zat. Prachtig zicht op  die duizenden bomen die in bloei staan.  Mooie brede wandel- en fietswegen tussen die fruitgaarden. Breed, geen slijk toestanden, het werd prachtig wandelen. Goed gezelschap, leuke babbel en een schitterende omgeving. Jammer van de grijze wolken, dat wel. Het verwonderde me enigszins dat er vroeger hier in deze regionen ook bokkerijders rondwaarden. Ik verwachtte eerder dat deze bokkerijders opereerden in de contreien van de grenstreek met Duitsland , Nederlands en Belgisch Limburg. Een informatiepaneel op de wandelroute maakte me daar opmerkzaam op. 
Francis Martens (alias Suske de Poup) en zijn kompaan, de Bretoense deserteur Jan Baptist Petit (het Voorvelleke) leefden in de bewogen laatste decennia van de achttiende eeuw. Ze woonden in de achtergestelde buurt 'De Hel' achter de Sint-Gangulfuskerk. De twee vrijbuiters en handlangers van de Bokkenrijders werden beticht van brandstichting en gearresteerd. Ze bekenden na foltering de feiten, werden veroordeeld en stierven in juli 1784 een gruwelijke dood op de brandstapel op de Grote Markt. Het verhaal van Suske De Poup ( uitspraak: poep ) en het Voorvelleke zit verankerd in de Truiense volkse overlevering. De twee helden kregen in de stad een monument. Aan de gebrande winning op de Zepperenweg herinnert een steen met jaartal 1784 aan de brandstichting en in volkse verhalen en vertellingen worden hun leven en dood bezongen en verheerlijkt. Romancier Hendrik Prijs beschreef hen in een van zijn verhalen als vrijheidsstrijders. 'Suske de Poup was een geliefde volksjongen uit de armste buurt van de stad en een rebel, die zich tegen de macht van de rijken verzette. Francis Martens lag goed bij de vrouwen en omringde zich met mooi vrouwvolk. Aan zijn innemende verschijning dankte hij zijn bijnaam: de poepchique jongen met het mooie poepke. Zijn rechterhand Petit droeg een voorvelleke, een lederen schortje. Suske de Poup wordt in de volksverhalen gedoodverfd als een vrijheidsstrijder, maar dat beeld klopt niet helemaal. De realiteit is genuanceerder. De twee Hel-bewoners behoorden tot de grootste schurkenfamilie van de stad. Suske De Poup was geen Robin Hood. Suske, zijn broer Machiel en diens zoon Lamme hadden in 1774 al in de cel gezeten. In 1785 belandde Anastasia Kaky, de vrouw van Martens, aan de wurgpaal. Petit junior had zelfs zijn eigen vader verklikt. De straffen voor rebellerende volksmensen was onmenselijk, maar voor die tijd gewoon. In Sint-Truiden vonden in de jaren 1780 de zwaarste gerechtelijke vervolgingen ooit plaats. Er werd afgerekend met het Ancien Regime en de Luikse revolutie van 1789 kwam eraan', vertelt Frank Decat, die pas zijn boek 'Sint-Truiden 1784. Criminele histories in een Luikse stad' publiceerde. (Bron Het Nieuwsblad). 
Voilà, dat was even een geschiedkundig tussendoortje betreffende het criminele reilen en zeilen in Sint Truiden in de 18de eeuw. De wandeldag afsluiten deden we met stijl in een mooi etablissement 'De Bron' genaamd, gelegen op de Naamse Vest. Een tripeltje zou smaken na dit uitstapje. Met nog een 800m te gaan stonden we in St. Truiden aan de statie. Deze dag kunnen we weeral inkaderen zie !  Top !


donderdag 21 maart 2024

Van Visé naar Maastricht

Alhoewel ik het me niet erg aantrek werd ik vandaag voor een 2de keer op korte tijd geconfronteerd met de uiterlijke aftakeling die het ouder worden met zich meebrengt.  Ik ging namelijk naar de begrafenisplechtigheid van een overleden buurvrouw en zou daarvoor de lijnbus nemen. Aangekomen aan het buskotje kreeg ik het bekijks van een lieftallige dame die spontaan opstond om me haar zitplaats aan te bieden. Erg lief, dat wel maar ik voelde me net een hulpeloze bejaarde temeer omdat ik gisteren met een gelijkaardig voorval ook al met m'n neus op de feiten werd gedrukt ! Toen ik gisteren in het station mijn biljetje aankocht voor de treinreis naar Maastricht kreeg ik al even spontaan een seniorticket voor de terugreis toegestopt. Naar mijn ouderdom werd er zelfs niet meer gevraagd. Dat ik 65-plusser ben kon waarschijnlijk van mijnen teut afgelezen worden. Het zal me stilaan meer en meer duidelijk gemaakt worden dat het onbarmhartige voorttikken van de klok gevolgen heeft voor m'n fysiek voorkomen.  Maar zoals eerder vermeld, het zal me worst wezen, ik trek het me niet aan. Er zijn immers veel ergere dingen. M'n buurvrouw was amper 61 ... Dit jaar al de 2de dame die ik kende en die op een onaanvaardbare leeftijd haar strijd tegen kanker verloor. 

Het werd opnieuw een solotrip vandaag en daarvoor wipte ik nog eens extra vroeg uit de veren en vervolgens op de bus. Die was er om 5u26 en om 5u42 zat ik al op de trein richting het oosten van ons land. Daar lag er in de Maasvallei een 25 paaltjes tellend staptochtje onaangeroerd op me te wachten. Voor de lange treinreis naar Visé had ik me voorzien van een goed boek zodat er wat te doen viel in plaats van door het treinraampje de bomen te tellen. Die rit tot in Visé verliep erg vlot. En in Luik had ik zelfs even de tijd om buiten een wandelingetje te maken. Jongens toch ! Het volk dat je daar in en rond de statie aantreft neem je niet voor waar aan.  Je begeeft jezelf daar letterlijk in de rand van de maatschappij. Lallende dronkaards trekken de aandacht en doen je gedegouteerd de andere kant opkijken. Je botst er wanneer je niet uitkijkt  op haveloos tuig, stoned als een garnaal  door de speed of xtc. Ze staren je aan met hun lege wezenloze blik waarbij het lijkt of jezelf schuld treft aan hun miserie. Dakloze zwervers slapend onder een karton liggen er buiten tegen de stationsgevel. Kansarme moeders dwalen er rond, de meegezeulde buggies beladen met plastiek zakken en afgedragen kleren voor zich uit duwend. Tussen die lompen en zakken, ocharme toch, hun kroost onverzorgde kindjes meesleurend.  De littekens van de armoede staan reeds in hun kindergezichtjes gebeiteld. Waarom erger ik me daaraan en draai ik toch steeds m'n gezicht van hen weg ?   Waarom toch ? Ik ben nog steeds op zoek naar een antwoord. 

Halfnegen was het toen ik in Visé de brug over de Maas overstak. De Maas lag aan haar rimpeloze waterspiegel te oordelen er heel vredig bij. Het weer maakte een groot verschil met dit van daags te voren. Tegen de 20°C aan was dat en dat zorgde voor een leuk voorsmaakje van de komende lente. Maar nu, nu stond er een gure wind en de lucht was grijs overtrokken en mistig. Het zou zo nagenoeg de ganse dag niet meer uitklaren. Opletten wordt het dan zodat dat sombere weer je moraal niet aantast. Gelukkig is er de opgewektheid van de vele voorbijgangers die je tegenkomt onderweg. Niemand loopt je voorbij zonder je een goeie dag toe te wensen. En door een glimlach vergezeld welteverstaan ! Het is een eigenschap die onze Waalse landgenoten kenmerkt en bij velen hier in Vlaanderen ontbreekt. Jammer is het dat we thuis die prettige omgang met mekaar moeten missen. Het kost nochthans geen geld die vriendelijkheid. De eerste kilometers bracht ik wandelend door in het gezelschap van de ontelbare ganzen die daar aan die Maasboord hunnen draai vinden. Tot in de jachthaven tref je hen aan. Ze zijn vrij kalm en verdraagzaam en bedreigen je daar niet met hun doorgaans agressieve territoriumnijd.  

De brug over het Albertkanaal in Lixhe was een volgende stap. Daarmee belandde ik in Loën een klein dorpje dat enigszins ontsierd werd door de haar omringende industrie. Daarop volgde er een minder plezierig stukje langs de N671. Veel verkeer en bovendien liep dat stuk meer dan een 1 km vrij steil omhoog met een hellingspercentage tussen de 8 en de 16%. Zelfs een voet- of fietspad ontbrak. Die klim bracht me naar de Côte d'Halembaye. En daar boven werd het landschap betoverend mooi ! Ik maakte daar boven op het plateau een ommetje naar het panoramapunt van de Mont St. Pierre. Daarvoor moest ik via een primitief trapje naast de heuvelwand een 30-tal meter afdalen. Het weids uitzicht op de omgeving was impressionant. Ik vond het een beetje spijtig dat mist de natuur enigszins omfloerste maar het was alleszins de moeite geweest om dat ommetje te maken. 

Over een afstand van ongeveer een 3-tal km wandelde ik in de sporen  van tractoren doorheen een licht heuvelend landbouwgebied 'Le Trou du Loup - Het gat van de Wolf' genaamd. Buiten het gekrijs van een jagende buizerd zo af en toe heerste daar op dat plateau de absolute stilte. Aan de rand van dit plateau gekomen kon de afdaling naar Eben Emael ingezet worden. Even volgde ik het riviertje 'Le Geer' die iets verderop door Eben Emael stroomt. 

Een klein bezoekje aan het dorp kon er af, daarna ging het richting Fort Eben Emael. De informatieborden aan de ingang van het fort liegen er niet om. Dit fort werd gebouwd met de bedoeling om de Duitsers te verhinderen om de Maas over te steken. Het was het meest ingenieuze fort ter wereld. Enorm in omvang en gevechtscapaciteit. 5km aan wandelgangen rijk. Het werd volledig uitgehouwen in de mergel en werd als oninneembaar beschouwd. Maar dat was buiten de genialiteit van den Duits gerekend. Met zweefvliegtuigen landden ze op 10 mei 1940 boven op het fort en via de openingen in de geschutskoepels brachten ze holle ladingen binnenin het fort tot ontploffing. Al na 1 dag moest er gecapituleerd worden. Interesse ? : Wikipedia - Fort Eben Emael 

Ik klom bovenop het fort om een indruk te krijgen van de landingsplaats van die zweefvliegtuigen. Dat was ff steil omhoog. Een paar fotootjes en dan terug naar het kronkelende padje naast 'Le Geer'.  Het was adembenemend mooi met al die kleine watervalletjes, her en der een watermolen  en wat pittoreske bruggetjes. Deze 'Le Geer' stroomt op Waals grondgebied en mondt iets verder uit in het Albertkanaal. Aan de overkant van het kanaal in Kanne, Vlaams grondgebied, spreekt men niet meer van 'Le Geer' maar van de 'Jeker'.  Dat kanaal stak ik daar in Kanne over via de kanaalbrug. Aan de voet van die brug vond ik een sjiek picknickplaatsje.  Het halfuurtje pauze zou erg gelegen komen maar met zo stil te zitten aan dat water werd het wat frisjes. Na een kwartiertje kraamde ik daar al op.  

Stapmaat Marc, zijn echtgenote Monique en dochter Jolien hielden in Riemst een midweekbreak in B&B 'De Zwarte Stok'. Riemst ligt op een boogscheut van Kanne en op voorhand hadden we reeds afgesproken om mekaar ergens onderweg te treffen. Dat zou leuk meegenomen zijn en in Chalet de Bergrust op Maastrichts grondgebied zouden we mekaar kunnen treffen. Ik koos voor die chalet omdat ik daar samen met den Hugo in 2017 onze Pieterpaddiploma's ben gaan ophalen. Na de picknick ging het dus die richting uit. 

Ik passeerde het onvoorstelbaar mooie natuurgebied van de  St Pietersberg. Indrukwekkende holen in de loodrechte mergelwanden typeren hier de streek. Bij de ondergrond daar in de streek, zo wordt er gezegd, moet je je een gigantische gatenkaas voorstellen. Mergelgrotten en mergelgroeven tref je hier dan ook in veelvoud aan. Met mijn tocht op het Pieterpad was ik hier reeds getuige van en nu opnieuw kwam ik van die grootsheid onder de indruk.

Aan het Pieterbergfort kwam de Marc me tegemoet gelopen. Samen liepen we door naar Chalet 'De Bergrust' waar ik onze maat z'n echtgenote en dochter kon begroeten. En net zoals 14 dagen geleden ... with a kiss 😉. Een 'La Trappe Isidoor' waarmee ik klinkte met den Hugo in 2017 op de goede afloop van het Pieterpad stond niet meer op de kaart. Die werd afgevoerd maar geen nood, er was ander kostbaar vocht voorradig. Mijne maat de Marc en Monique stonden er op me vrij te houden. Een mooie geste en bij een lekker pintje zorgde dit voor een sympathieke afsluiter van de wandeldag.  Vervolgens gingen we nog samen naar het treinstation van Maastricht en namen we daar afscheid. Ik ging richting trein, de Marc en zijn gezelschap gingen nog even het centrum van Maastricht opzoeken. Wat een mooie en gedenkwaardige dag is dit weeral geworden zeg ! Eén van de al zo velen 🙂 ! Die kan er nog gerust bij, er is nog veel plaats over. (63618/304) 


vrijdag 15 maart 2024

Hambos - Boortmeerbeek.

Het kost me deze keer weinig moeite om verslag uit te brengen van onze uitstap. Ik verwijs daarvoor naar m'n blogpagina van 6 maart 2020. En ik stel bij het herlezen ervan vast dat omstandigheden kwa klimaat en terrein eigenlijk terug van toepassing waren. Den Hugo en de Michel waren deze keer present. De Ronny zal enkele maanden out of the running zijn. Hielspoor en bijkomend zal hij zich dienen te ontfermen over zijn nieuw hondeke. Dat beestje gaat hij ergens in Duitsland halen. Een Irish Terrier godbetert ! Hiervoor dient hij 650km  te rijden. Bijkomend gegeven is dat hij overweegt om z'n mobilhome daar in Duitsland een geruime tijd te stationeren. Het beestje moet 15 of 16 weken oud om over de grens met België te mogen. Hondsdolheid, daar zijn regels rond. Volgens onze maat gaat er zodoende een cruciale periode voorbij waarin er het meeste succes kan geboekt worden voor het aanleren van sociale vaardigheden. Het beestje is nu 7 weken oud denk ik. Je moet er als hondenliefhebber wat voor over hebben.  Goed zo, de Marc moest dringend zijnen hof op orde brengen. Het weer was daarvoor te uitnodigend. Nu ligt mijn hofke er ook bij alsof het ergens in de frontlijn van een oorlog lag maar voor mij is er geen hoogdringendheid in 't spel. Dat hofke gaat niet lopen. 

De dag voor mij begon al bewogen. Bij het afstappen aan het busperron in St. Niklaas waren er enkele nieuwe Belgen bezig met een meningsverschil uit te klaren met de vuisten. Er is nog geen geweld genoeg in de wereld. Toch had ik geen zin om met te mengen in het gevecht. Zichtbaar was er immers nog geen bloed gevloeid.
In het station was het een drukte van jewelste. De geest van den Heilige Chrysostomos zweefde daar rond tegen de zoldering van de stationhall.  Vrolijk uitgedoste middelbaar eindejaarsstudenten hadden deze hall als startlokatie gekozen om hun feestelijkheden op gang te trekken. Om de oorsprong van de benaming “Chrysostomos” of  "de 100 dagen" te achterhalen, moeten we terug gaan naar het einde van de vierde eeuw. Toen leefde er een aartsbisschop die Johannes Chrysostomus heette. Die kerel was de patroonheilige van de redenaars. In het radioprogramma "Goeiemorgen morgen!" van de VRT zit er een audiofragment dat  over de oorsprong en traditie  rond deze studentikoze happening een heldere uitleg geeft.
Dat het er luidruchtig aan toe ging behoeft geen tekeningetje. Ik moest een teut maken met de handen voor mijn mond om me bij de loketbediende verstaanbaar te maken. 

In Temse stapte den Hugo op, in Willebroek de Michel en rond halftien stonden we in Hambos. We hadden al vlug door dat het een slijkerige bedoening zou worden. Maar het prachtige weer dat aangekondigd werd zorgde er voor dat dit euvel in het niets zou verdwijnen. Al vlug werden er lagen kledij uitgespeeld. De velden rond Wakkerzele zagen er niet uit. Ze waren herschapen in swamps. De Everglades in Belgium 😊😊😊. Tot in Werchter viel het nog betrekkelijk mee en trof je hier en daar op de paden al eens een slijkerig stukje. Met Werchter uit te lopen zaten we middenin  het stroomgebied van de Dijle en werd bodem en weide met elke stap meer en meer drassig. 

De Dijle volgden we tot in Ninde, een gehucht van Tremelo. Tremelo is  het geboortedorp van onze Grootste Belg, Pater Damiaan alias Jozef de Veuster. Met een beetje wetenswaardigheden over deze beroemde landgenoot berichtte ik al in m'n voornoemde Blogpost 6 maart 2020.  Aan de Damiaanbrug over de Dijle troffen we een picknicktafel aan. Die kwam van pas aangezien het middaguur reeds voorbij was. We namen al onze tijd om te schoven.  De fles wijn en ander lekkers kwamen uit de rugzakken ... het werd voor een zoveelste keer ezeltje strek je, tafeltje dek je. Zonder ezel, die was in geen uren te bekennen. We hadden aan die picknick uitzicht op de Dijle waarbij aan de overkant van de brug het houten standbeeld van Pater Damiaan stond. Roerloos hield hij de omgeving in 't oog. In die Dijle zat er behoorlijk wat stroming. Die kronkelde door het landschap alsof het een lieve lust was.  We stapten iets verderop het Zegbroek in. Helaas moesten we op onze stappen terugkeren, er was geen doorkomen aan. Tot op kniehoogte in 't water. Zelfs het kluppelpad stond onder water. Wat Jezus indertijd presteerde met over het water te lopen werd hier overgedaan door onzen Hugo. Gelukkig waren zijn botienen waterdicht en de planken van het kluppelpad niet rot. Het zou bij een misstap wel een erg kletsnatte bedoening geworden zijn. We moesten op onze stappen terugkeren en een andere weg zoeken. Op zich geen probleem, het weer was er te mooi voor om te sakkeren.

In Keerbergen aangekomen zochten we een kroegje op. Dat werd tijd. Café 't Hoekske daar bood ons onderdak . Ook daar namen we onze tijd om op het gemakje  te verpozen met een goed pintje. Op het volgende stuk naar Hever toe moesten we opnieuw rechtsomkeer maken. De paden waren helemaal oververzadigd van het water. Een omweg zoeken rond het pad was onbegonnen werk. Zelf bungalowtjes en stallen in de open stukken bos leken de allures van een rivierendorp te hebben. Volledig omringd door water stonden ze daar.  Door rechtsomkeer te maken en wederom een alternatieve weg te zoeken zagen we ons verplicht om ons einddoel Hever niet meer aan te houden en in Boortmeerbeek onze wandeling te beëindigen. Evengoed kwamen we aan onze 22 paaltjes op deze manier. De trein kwam er vrijwel onmiddelijk aan en daar maakte den Hugo dankbaar gebruik van. Hij moest er 's anderendaags erg vroeg uit voor een gegidst bezoekje aan het parlement in Brussel. Interessant alleszins maar je moest je wel tevreden stellen met de Franse of Engelse taal. Leg daar maar eens pap op ! Het zat er op de wandeling. Ik en de Michel zochten nog even een kroegje op om rustig de wandeling af te ronden. Een uurtje later zaten we ook op de trein. We kregen er nog het gezelschap van een ouder koppel Bornemnaars. Meneer was de medebezieler en -oprichter van de Bornemse dodentocht. Hij had al de grote tochten samen met zijn vrouw gelopen. Nijmegen, de 4-daagse van de IJzer waren hun favorieten.  Nu hield hij het meer op fietstochten. De ouderdom  gaf hij aan als reden om het wat kalmer aan te doen met het stappen. Aan alles komt er een einde. Hou ouder je wordt hoe dieper die eindigheid doordringt Allez, we hebben nog een gezellig babbeltje gehad op weg naar huis. Zo het zit er nog maar eens op. Tot een volgende.  (63314)