donderdag 26 februari 2015

Diest en omstreken. Flaneren tussen het Hageland en de Kempen.

Zekerheden in't leven ? Ze bestaan gewoonweg niet ! Een stevig rondje stappen in Vlaams Brabant met een grabbel aan hoogtemeters erbij wat de oorspronkelijke bedoeling was maar enigszins anders uitdraaide. Halve waarheden bestaan dan weer wel, in mijn geval was dat dus een half toerke. 




Mijne stapmaat was hersteld van zijn griep en samen met zijne Catsjoe zijn we er terug op uit getrokken om nog een paar kilometerkes te lanterfanten langs Vlaanderens wegeltjes. Het KMI voorspelde een droge dag dus hadden we chance om juist deze dag er uit te mogen plukken. De dag begon eerst nog redelijk mistig maar in de voormiddag ruimde de mist vlug baan voor wat meer open weer. Altijd plezanter dan in de regen te ploeteren. Diest was de bestemming en daar aan het station aangekomen was het al behoorlijk stemmig stapweer. 
Als voormalig graafschap van het Karolingische rijk lag Diest niet enkel aan de Demer maar ook op de handelsweg  Brugge - Keulen. Over stadsrechten beschikte deze Demerstad al in 1229 en in de 13de, 14de en 15de eeuw kende de stad grote welstand dankzij de graan, landbouw  en veemarkten. Vooral het Diestse laken bezorgde deze Demerstad een paar middeleeuwse Michelinsterren.
De verslagen van de vele belegeringen bij de vorming van Europa, en dit door haar lange geschiedenis heen, getuigen van het economisch belang die deze stad tot een gegeerde twistappel maakte. Een serieuze verflaag Oranje kleurt nog steeds de stad en de Nederlandse koning Willem Alexander mag er nog steeds de titel van 'Baron' voeren. 
Eens de trein uit zijn we er aan begonnen met een slordige 25 km in't vooruitzicht. Het terrein begon al redelijk heuvelend. Prima om de toon te zetten. Een heel stuk langs de Demer gelopen tot aan de Maagdentoren in Zichem. Mooi stukje met aan de rechterzijde van de Demervallei enkele mooie huizen die tegen de berghelling aan werden gebouwd. Onderweg een merkwaardig kruiswegkapelleke tegengekomen : 'Ons Lieve Vrouwke met het Kinneke Jezus en Zijne Voetbal'. Echt proper oogde de Demer niet. Nogal een bruin rivierke die me terug deed denken aan de Gironde in Bordeaux. Zei het wel op een iets bescheidenere schaal.

De Maagdentoren in Zichem was de volgende stop. Veel heb ik er niet van gezien want hij was helemaal ingepakt vanwege de restauratiewerken. Zaten daar vroeger jaren allemaal jonge maagdekijns opgesloten ? Wachtende op hun prins met zijn wit paard ? Intrigerend die benaming ! Ik heb het dan maar eens opgezocht. De toren wordt ook al eens de Demertoren, Markentoren, Mariëntoren, Lanteerntoren maar ook Het Vat van Zichem genoemd. De legende van de vermaarde veldheer Don Juan, landvoogd van de Nederlanden die hier zijn oranjekasteel betrok vindt hier haar voetnoten. Rosita, zijn enige dochter en prinses moest de hoge, door haar vader in haar gestelde verwachtingen inlossen. Zijn dochter was voorbestemd om een machtige ridder tot echtgenote te worden. Zijn roem en eer zouden er dan ook wel bij varen. De zoon van een simpele wapenhandelaar kwam echter wat roet in Don Juan zijn eten strooien door Prinses Rosita hare kop zot van hem te maken. Hoe kwader don Juan werd, hoe verliefder de prinses werd op hare proletariër. Ze smeedden zelfs plannen om te trouwen.
De twee nonnekes die garant moesten staan voor Rosita's deugdelijke opvoeding kregen de opdracht om haar op andere gedachten te brengen. Dat was allemaal niks gekort en Don Juan werd daardoor zo kwaad dat hij zijn Rosita met haar nonnekes en al opsloot in de donkere toren. Ze mochten er alleen terug uitkomen als ze haar trouwplannen had opgeborgen. Allemaal boter aan de galg moet het geweest zijn : Prinses Rosita en haar horige Jan met de Pet voelden zich nu éénmaal tot elkaar voorbestemd. Dit tot de grootste wanhoop van Don Juan. 
Op een morgen echter werden er 3 vrouwen aan elkaar samengebonden aangetroffen op de oevers van de Demer. Een plons die gevolgd werd door hulpkreten. Onheil ! Ook voor Don Juan kwam het allemaal te laat. Hij werd waanzinnig toen hij steeds maar weer de smeekbeden van zijn dochter hoorde. 
De toren zelf is een uitzonderlijk exemplaar van laat-middeleeuwse militaire architectuur. Het is een grenstoren van het hertogdom Brabant. Onderaan zijn de muren 4,2 meter dik en bovenaan 1,8 meter. Uitstekend geschikt om destijds de zware beschietingen te kunnen weerstaan.

Van beschietingen moesten we niet weten maar picknicken aan de maagdentoren was wel de moeite. Gebakken petatjes met vol au vent. Het klassiek branderke deed weeral zijn werk. Heerlijk en binnen de kortste keren hadden we al wat klap van een voorbijgangster met haar 2 Yorkshire murmeltjes luisterend naar de stoere namen Jules en Jef. Catsjoe was uitgelaten met hun bezoekje. Ook al was de dame in kwestie na de leuke kennismaking reeds lange tijd vertrokken, Jules of was het nu Jef verkoos echter om bij ons te blijven. Eerst nadat zijn bazinneke al 500 meter verder was, viel zijn hondenfrank. 
Het is niet mooi om met iemand's fysiek voorkomen te grapjassen. Ik weet het maar toch valt het soms al wel eens moeilijk om zich hier niet schuldig aan te maken. Eens terug op stap viel er in de verte een manneke op dat onze richting uitpikkelde. Volgens mijne maat moest er een serieus steentje in zijne schoen gezeten hebben. De manier waarop hij liep was op zijn minst merkwaardig. Zijn stap had veel weg van een mengeling tussen hiphoppen en hinkstapspringen. Hij teende op ons af. Leuke ontmoeting weeral met dit kereltje. Met 'Bet hem ?' en daarmee duidelijk op de Catsjoe doelend opende hij de conversatie. 'Nor wor heddet ?' was zijn volgende vraag. Scherpenheuvel lag als antwoord voor de hand. We vroegen hem of hij daar in Scherpenheuvel geen stemmig kroegje wist. Alsof hij de inspiratie vanonder zijn klakske moest uithalen, deze over en weer over zijn bolleke schuivend, raadde hij ons het cafeetje over het kerkhof aan. Waar het juist lag kon hij echter niet vanonder zijn klakske halen maar het kerkhof, daar moesten we zijn en daar zouden we 'Boenk eroep' zitten. Met bijkomend advies raadde hij ons de 'Averbode' aan als streekbiertje. Proberen te onthouden !
Onderweg naar Scherpenheuvel nog eens een staaltje van onverantwoord rijgedrag ondervonden van een bestuurster. We liepen op de rijweg aan de linkerkant. Geen voetpad nada. Komt daar een witte auto aan en 'k ga niet beweren in volle snelheid maar toch. Achter ons aan kwam er ook een wagen aan, die we niet zagen naderen. In plaats van vaart te minderen en ons, de voetgangers naast de baan, tijd te geven om zich wat veilig op te stellen ... neen, met luid getoeter eiste ze haar doorgang en plaats op op de baan. Mijne maat moest wegspringen waarbij hij een tik met zijn hand tegen haar portier niet kon vermijden. 't Mens stopte wat verder en die was gewoon histerisch. Niks aan aan dat portier en 'Dat gaat ge betalen !'. Gewoon buiten haar zinnen. Vloeken en schelden, doorrijden en daarna nog eens terugdraaien om ons blijven te volgen zodat ze telkens weer opnieuw haar gal kon spuwen. Toen we een landweg indraaiden, waar ze ons niet meer kon volgen, moest haar frustratie op zijn toppunt geweest zijn. Ze ontplofte bijna. Waarschijnlijk had dat mens nog nooit gehoord van zwakke weggebruikers en oordeelde ze dat voetgangers maar moesten wegspringen als ze eraan kwam gereden. Ach wat zijn er toch domme domme mensen. In alle geval heeft ze met haar vertoon een mooi staaltje van verkeersopvoeding gegeven aan hare kleine, ik denk een manneke van een jaar of 6, die zonder gordel naast haar zat op de passagierszetel. Trien verdomme !
Tijdens onze picknick had de Ronny een ontmoeting geregeld met een lieve ex-collega Rita. Nu we toch in de geburen waren schoot het initiatief om haar eens op te bellen onverwacht bij hem te binnen. De basiliek van Scherpenheuvel konden we niet links laten liggen. Santiago de Compostela in een miniversie. Maar eens we daar aan de basiliek zaten, zou Rita even langskomen voor een bonjourke. We moesten maar laten weten waar ze naartoe moest komen. De restaurantjes, cafeetjes en winkeltjes daar aan die basiliek zorgen wel voor wat sfeer. Café 'De Pelgrim' leek me dan ook op het lijf geschreven om elkaar na zovele jaren nog eens te ontmoeten. Geweldig weerzien, en 't ging haar goed ! Veel gebabbeld en gelachen, de dwaze stoten van vroeger terug opgehaald en doorgespoeld met de getipte Averbode. Van nog terug verder te stappen naar de eindmeet kwam niks meer in huis. Afgeklokt op een 12 à 13 kilometertjes was het stapavontuur afgesloten voor deze dag. 't Werd zelfs zo laat dat Rita ons voorstelde om ons terug naar de statie in Aarschot te voeren. Ja, waarom niet ? Als we dan toch in Aarschot zouden belanden, waarom dan niet ineens nog rap een restaurantje binnenduikelen ? 
Onderweg naar Aarschot heeft ze nog een ommetje gereden om het huizeke van de Jeroen Meus in Schoonderbuken te tonen. Wat een lap zeg ! 
En de verwondering bleef nog even niet uit. Op het marktpleintje in Aarschot loop ik daar de Michel tegen het lijf. Ook een ex-collega en bovenstebeste kerel, weliswaar tientallen jaartjes jonger maar toch een vent waar ik enkele jaren hartelijk mee heb mogen samen werken. Hij was frieten gaan halen aan het kraampje op de marktplaats. Wat een fijne verrassing zeg en wat is de wereld toch klein hé ? Als ik ooit nog eens meespeel in de één of andere highlandgames mag ik hem zeker niet vergeten te vragen om eens een airke te komen blazen op zijn doedelzak. De bagpipes maken nu zijn leven uit. Deed me echt plezier om die toffe gast terug te kunnen zien. Jammer dat hij zijn frieten al had gaan halen anders hadden we hem mee kunnen tronen naar het restaurantje. Iets verder was er er eentje open. In de verste verte niet kunnen vermoeden dat we op het marktje daar in Aarschot een Egyptenaar zouden gaan opeten :-).
De mooie dag zat er weeral bijna op zie. Hop naar de statie. Nog een laatste afsluiter met Rita in het stationsbuffet en nu kunnen we weeral uitzien naar de volgende wandeling.




woensdag 18 februari 2015

Tussen de Aisne en de Ourthe : Barveaux en Durbuy

Nu wil ik onze Vlaamse Ardennen niet in de schaduw stellen maar de echte Ardennen bij onze Waalse compatriotten bieden bij wijlen toch ietske meer. Zeker als het op gebied van recreatie en culinaire aangelegenheden aankomt, zit je daar gesetteld. Dat gewiekste vakantiepromotoren hier geld hebben geroken hoeft geen betoog. Echter, een rugzak, een paar goei bottienen, een paar wandelstokken en je ogen volstaan om jezelf een dagje te verwennen zonder dat het je een rooie duit kost. Om volop van de natuur te kunnen genieten moet je dat dus te poot doen, zoveel is zeker. Met de motor, wat natuurlijk ook heel plezant is,  heb ik er al dikwijls rondgetoerd maar je zintuigen heb je dan volop nodig voor andere zaken. En, de mooiste stukjes zoals het jaagpad in de meanderende Outhevallei of een rotsdoorgang .... vergeet het maar met zo een machien !
En avant ! Vroeg de trein genomen, al om 06u26 in het vertrouwde stationneke van Beveren-Waas om zo over Gent naar Luik en dan richting Marloie te sporen. Afstappen in Barvaux en hop. Met het uitstippelen er vooral op gelet dat Durbuy, het kleinste stadje van België, mee betrokken werd in de wandelpartij. Een toerke van 25 km met ongeveer 600 hoogtemeters heb ik gefabriceerd uit flarden voorgekauwde wandelroutes en stukjes Grande Randonnée. Prima trajectje dus voor de conditie op peil te houden tegen dat de trip naar Sevilla er aankomt. 





Prima treinrit deze keer. Geen enkele vertraging en bijgevolg geen enkele aansluiting gemist. 't Is altijd gokken als je een treinritje van bijna 4 uur inplant. Mijne stapmaat de Ronny had deze keer in plaats van zijn hondeke zijn kat gestuurd. Geveld door de griep was hij nog herstellende. Volgende week zal hij wel genezen zijn en kunnen we weer samen er op uit trekken. 
Onderweg naar de bestemming bleek bij het aanbreken van de dag het ochtendgloren plaats geruimd te hebben voor een dik pak mist. Hier en daar onderweg in heel dichte flarden maar het zou mooi weer worden. Het zonneke moest nog met haar werk beginnen. 
Afgestapt in Barvaux en op't gemakske naar de dorpskern gewandeld waar er de wekelijkse markt werd gehouden. Een verleidelijk braadworstenkraam heb ik kunnen weerstaan. Ik sta versteld van mezelf. Vlak aan dat marktje kan je een mooie wandelweg volgen {voor de zondagstappers :-) }. Een verzorgd betonnen jaagpad met vele rustbankjes naast de Ourthe brengt je na een 7 tal kilometertjes in Durbuy.  Dit stukje weg kwam me hoe langer hoe meer enigszins bekend voor. Na wat elementair denkwerk bleek dit stuk een deel te zijn van de GR57 (Angleur in Luik naar Diekirch in Luxemburg) die ik enkele jaren ervoor had gelopen. Enig verschil was de massa toeristen die toen daar die contreien frekwenteerde en dat het er nu vrij rustig was. Vandaar dat mijn déjà vu - gevoel min of meer vertroebeld werd. Prachtig stukje weg en alleen zo op stap met de vogeltjes die zich al flink laten horen, 't is gewoon zalig. Tussen de rotswanden door de Ourthe volgend die op de brede stukken blijkt stil te staan maar dan weer op de nauwe doorgangen snel stroomt en in zijn verval schuimkopjes op het oppervlakte tovert.

De Ourthe en de Aisne, de twee rivieren die charmant door het landschap slingeren en gevoed worden door honderden beekjes, kenmerken wel een heel speciaal landschap. De rotsen die over de valleien hangen geven haar een specifiek karakter. Deze landstreek slaagt er in de 3 geografische streken, de Condroz - de Famenne en de Ardennen met elkaar te laten harmoniëren. De stad Durbuy, centraal gelegen in deze natuurpracht, heeft de taak op zich genomen om deze streek te promoten en er op toe te zien dat het toerisme en de daarbijhorende commerce geen stokken in de wielen steken van een doorgedreven natuurbeleid. Ik hoop me daarin niet te vergissen.
Durbuy, het kleinste stadje ter wereld, is bijzonder pittoresk. De begrippen gastronomie en erfgoed liggen daar in de bovenste schuiven van het stadhuis. Nauwe en bochtige straatjes, stenen huizekes uit de 17de en de 18de eeuw, het voormalige Franciskanerklooster, een kasteel. Een bezoekje waard.
Met de lus in achtvorm uit te stippelen ben ik er 2 keer doorgewandeld. Een eerste keer richting Le Palange helemaal bovenaan de Ourthevallei en een tweede keer op de terugweg naar het station om er een pint te pakken. Op een luxe terraske jawel ! Terraskacheltjes, dekentjes ter beschikking van de verkleumde toeristen die kost wat kost een terrasje willen doen. Kost wat kost ? Jawadde, de prijzen zijn er behoorlijk aangedikt. 4,90€ voor een simpel Grimbergske. 'k Moet bekennen dat je er zuinig aan nipt dan. Eigenlijk smaakte deze pint helemaal niet, het je een gevoel gevend dat je eigenlijk geript wordt. Zelfs de bijgeleverde olijfjes in een sjiek potteke konden dat gevoel niet onderdrukken. Maar goed .... leven en laten leven. 
De terugweg van Durbuy naar Barvaux was even puffen. Echt in vogelvlucht een weggetje uitgestippeld zonder rekening te houden met het terrein. De oorspronkelijke 7 km waren er nog maar 3. Voor wat hoort wat ! Iets opzij van de dorpskern, sorry stadskern loopt er een in de rotswand uitgehouwen trappenpaadje helemaal naar boven. Een trappenklim van rond de 150m steil omhoog. Even puffen was toch niet te vermijden. Ook deze keer weer een prachtig panorama over het stadje. Eens boven, 3km in dalende lijn en rechtuit naar Barvaux. Je stapt rap bergaf maar geloof het of niet, het is zoveel keer meer belastend voor je corpus dan bergop. Niettemin ik heb er weeral mijn plezier aan gehad.
Ik kan er dus weeral even tegen. Volgende keer als de Ronny genezen is ga ik samen met hem en de Catsjoe eens Diest verkennen. Diest, op de scheidingslijn van de Kempen en het Hageland. Ook de moeite en in het passeren van Scherpenheuvel ..... een fotoke van 'De Ram' voor Leo, een dorpsgenoot ;-) . Nu zaterdag staat de pelgrimsmis en de pelgrimszegen in de St. Rombouts van Mechelen op het programma. Ik ben benieuwd. Ik krijg het gezelschap van Hugo, een pelgrim uit Temse die in het voorjaar vanuit Temse naar Santiago de Compostela zal stappen. Nu al een Buen Camino Hugo ! 
Ik mag zeker mijn fototoestelleke niet vergeten ....

zondag 8 februari 2015

Geraardsbergen en uit "Vlaanderens Mooiste" - De Muur en de Bosberg.

Met de klok mee wandelen of er tegen in ? Dat is altijd het afwegen waard wanneer je een luswandeling plant in de Vlaamse Ardennen. In dit geval maak je de afweging tussen enerzijds naar boven stappen aan stijgingspercentages van 16% en anderzijds geleidelijk aan naar boven slefferen. Dank dus aan Google Earth waarmee je dat allemaal in een muisklik kunt te weten komen !



Op een hoogteprofiel wordt dat direct wat duidelijker. De keus viel op tegen de klok in. De moeilijkste en steilste stukken eerst. 't Is te zeggen De Muur in Geeraardsbergen en de Bosberg in Galmaarden. Daarna stillekes uitbollen, lees op 't gemakske stappen, tot helemaal terug aan het startpunt.




Maar ik was bijlange na nog niet op m'n bestemming. Verdorie onze Nationale Spoorwegmaatschappij, ze verdient eigenlijk niet om nog met hoofdletters geschreven te worden, kent er wat van zene ! Zonder hoop dat het ooit nog zal verbeteren met de vertragingen en afschaffingen denk ik dat je er maar beter mee leert leven. Kwa het pluimen van reizigers krijgen ze van mij ook de gele trui. Mijne maat moest 7€ bovenop de 4.6€ opleggen voor zijn hondeke omdat hij zijn couponneke op de trein moest nemen vanwege de opstap in een onbemande statie. Nieuwe reglementen meneer ! Lang leve de mobiliteit en het promoten van het openbaar vervoer. Ga maar eens naar de zee met je 4 koppig gezinnetje inclusief de kroost en je kunt daar 100 € afdokken. Klopt toch niet meer volgens mij ? Dan ben je toch goedkoper af als je de wagen neemt ? Maar ik ben aan het zagen.
Geraardsbergen, het enigste stadje in Vlaanderen in het bezit van een berg oogde direct sympathiek bij het verlaten van het station. Met 'De Muur' en hun mattetaartjes als uithangbord hebben ze zich wel op de provinciale kaart weten de zetten. 
" 't Gaat hier in die straatjes nogal steil op en af hé madame ?", een vraag zoals een ander. "A ge ziet hie in Giesbaargen hé joengne" riposteerde de Geeraardsbergenaarster, ondertussen ijverig bezig met haar scheef stoepke te bezemen. Een leuke stadskern alleszins daar in Geraardsbergen en met vriendelijke bewoners. 
Een klein ommetje langs de Dender was nodig om zo aan 'De Muur' de wandeling te kunnen starten . Ik dacht dat het erger zou zijn. Een steile klim rond de 16% schrikte me wel een beetje af maar het was eigenlijk peanuts omdat je niet hoger dan de 100 meter klimt. Althans peanuts als je het vergelijkt met de O'Cebreiro in Spanje waar je naar 1350 meter klautert. Maar het is volgens mij appelen met peren vergelijken. De Muur met haar kasseien is er immers voor de wielrenners en niet voor de hikers. De scherpe ijskoude wind gaf een pittig accentje aan de wandeling. Zeker boven op de heuvels was ik blij om een muts bij te hebben. Je 'hersens' kunnen immers bevriezen, de raad van ons moemoe zaliger indachtig.
Het uitgestippeld parcours-tje was een pareltje. Stukken GR en paadjes door de velden, over de glooiende heuvels en dwars door het Raspaillebos via de bosberg ... om van te genieten en tegelijkertijd je gedachten even terug te flitsen naar het verre verleden. Het Raspaillebos maakte in de ijzertijd samen met het Zoniënwoud deel uit van het immense Grote Kolenwoud. Een intrigerende benaming die je fantazie aanzet tot het verzinnen van taferelen bestaande uit met knotsen en slingers bewapende oermensen op jacht naar beren en everzwijnen. Op hun beurt op de hielen gevolgd door horden hongerige wolven. Ik zie het zo gebeuren. 
Het Oud Vlaamse 'raspe' wat schaven betekent verwijst naar het traditionele houthakbeheer in dit bos. Om de 12 tot 18 jaar worden oude stronken van bomen en struiken gekapt tot aan de grond. Hier schieten nieuwe loten uit die doorgroeien tot aan de volgend raspbeurt. Daar waar dit rooibeheer in stand gehouden wordt groeien zeldzame planten zoals de eenbes, bosorchis en de grote keverorchis. In het bos zelf ontspringen er op de hellingen tal van bronnetjes.
Jammer genoeg was het niet het seizoen om dit alles te aanschouwen en de bospaadjes waren grotendeels bevrozen en doorkerfd met hobbelige groeven van mountainbikers. Die mountainbikers zijn we niet tegengekomen maar in de weekends zullen die zeker de vreedzame natuur hier komen teisteren. De sporen die ze nalaten op de bospaadjes leveren dan weer uitstekend materiaal voor een prima oefening. De bevrozen hobbelige ondergrond is ideaal om de zijwaartse spieren in je voeten aan te sterken. Met het oog op het voorkomen van enkelverzwichtingen moet je daar zeker wat op oefenen. Daar waar deze bospaadjes niet bevrozen waren zakte je dan weer voluit weg in de modder. Je moet er maar van houden hoor ik er al velen zeggen :-) . 
Met zulk een ijzig koud weertje zit je nogal vlug terug op je honger. De vorige keer stonden er zuurkool en worstjes op het menu, deze keer had mijne stapmaat een lekkere spaghetti carbonara getoverd. Juist voor de klim naar het toppeke van de bosberg neergeplofd op een scheef bankske en onzen diner opgewarmd op het ondertussen vertrouwd gasbranderke. Catsjoe was weeral in de wolken met de overschot uit het volumineuze rantsoen en een gerookt varkensoor als toetje. Tussen haakjes, mijne maat vind het nogal genant om die oren aan te kopen in de petshop. 'Hebde gij varkensoren madam ? ' Een toch niet alledaagse vraag die je stelt aan een winkeljuffrouwtje. Het dineetje smaakte verrukkelijk bij zo een vriestemperatuurtje en het werd nog verfijnd met een fleske Pinot Gricio op de koop toe. Een fleske dat je op het gemakske soldaat kon maken. Een plezant intermezzootje  tijdens den diner was het toen we werden opgebeld door een ex-collega, de Michel, die op dat moment naarstig bezig was zijn dagelijks brood te verdienen. Even wat nieuwigheden rond het dagelijks bestaan uitgewisseld .... Fijn toch dat die interactie met je vroegere werkmakkers blijft bestaan, niet ?  
Hop de bosberg op. Terzijde gelaten dat de Bosberg een stevige kuitenbijter is en geroemd wordt in wielermiddens is het eveneens samen met de beboste hellingen tussen de Mark en de Dender een richtpunt voor talloze trekvogels op weg naar het zuiden. Een rijke populatie aan roofvogels zoals buizerd, torenvalk, wespendief, havik en steenuil getuigen van een gezonde voedselpiramide in het bos. Ik ben er van die pluimbeesten niet éne tegengekomen. 
Eens over de helft van de wandellus, zo langs de zuidrand van de dorpen Zandbergen, Idegem en Schendelbeke kan je de oever van de snelststromende rivier in Vlaanderen volgen. Een mooi jaagpad leidt je hier langs het statige bochtenwerk van de Dender. Mooi kronkelend parcours tot ver voorbij het provinciaal domein 'de Gavers' in Onkerzele. Prachtige natuur weeral, een waterpartij vol ijswakken en hier en daar een reiger die je angstvallig in't oog houdt, wat eendjes, een hemel die stilletjes zijn avondrood begint te schilderen, een kabbelend beekje .... mooi mooi mooi. Het is een verrijking voor jezelf als je oog kunt hebben voor het schitterende in ons Vlaamse landschap. Ik zou bijna durven stellen dat het een voorwaarde moet zijn om de eigen natuur te leren waarderen vooraleer je je vertoef gaat zoeken in 'den vreemde'. Ieder zijn ding nochthans, je mag aan niemand iets opdringen. Dat is ook een belangrijke leefregel. 
Na een 25 kilometertjes was het lusje rond. Vooraleer we Geraardsbergen binnen stapten moest er onder een abdijpoortgebouw doorgelopen worden. Een paar jonge gasten hadden er postgevat om daar als tijdverdrijf wat rond te hangen. 't Was duidelijk dat die gasten daar serieus aan't blowen waren. Jongens toch, die wietreuk kun je zo herkennen. Zouden de paterkes in de abdij daar weet van hebben ? Misschien hebben ze er zelf wel wat plantjes :-) ?
Alleszins kregen we toch vriendelijk ne goeienavond van die blowende knakkers. 't Werd nu toch stillekesaan tijd om den toer af te ronden. 
Niettegenstaande we vanwege de opgelopen vertragingen met de trein en de misleidende boodschappen in de NMBS stations toch 2 uur later dan gepland aan ons toerke waren begonnen, waren we nog iets te vroeg terug op het eindpunt aangekomen. Een studentencafé vlak over de statie kwam ons ter hulp. Nog rap wat het slijk van de bottienen geveegd en hupsa naar binnen. De traditionele afsluiter : een "La Chouffe van de kabouterkes" ging dan ook weeral smakelijk naar binnen.

woensdag 21 januari 2015

Stekene : Het Stropersbos met een vleugke Holland

Lang kan je niet blijven stilzitten als er een wandelmicrobe in je lijf huishoudt. Uitgerukt dan maar om dat beestje te kalmeren. En het hoeft niet altijd ver van huis te zijn om een schoon stukske Vlaanderen te exploreren en dat beestje wat tot rust te brengen. Mijne maat was designer van dienst om een stevig toerke van rond de 25km uit te tekenen in het Waasland. 'Wat denk je van het Stropersbos ?', was zijn suggestie. Prima keuze en hop de hort op !



Nu roept de benaming 'Stroperbos' wel een zeer negatief beeld op maar deze naam heeft het niet te danken aan een schare vrijbuiters die het stropen tot hun dagelijkse bezigheden rekenden. Neenee, het stroperbos behoorde al in de vroege middeleeuwen tot een groot stuk van het Koningsforeest. Toen werd het nog De Stroopers genoemd naar een familie die daar behoorlijke lappen van dat bos bezat. Het Koningsforeest was één van de grootste wouden in Vlaanderen dat nog onontgonnen terrein was. Het bedekte een groot deel van het huidige Waasland. Het is dit woud dat het decor vormde in het Reynaertverhaal. De vos Reynaert verstopte zijn schat in het Hulsterbos, de noordelijke uitloper van het woud en te situeren nu in Nieuw Namen in Nederland.  Iets later dan de periode van het Reynaertverhaal werd het vooral ontgonnen door monniken die centjes roken in de boomkap. Zo ontstonden er woeste graasgronden waarop de landadel zich amuseerde met het organiseren van jachten. De gronden werden tegen de 16de eeuw herschapen in cultuurland en het ganse Stroperbos werd gerooid achtergelaten en stilletjesaan verwerd het tot arm akkerland. We schrijven eind 19de eeuw.



In 1880 werd er door de vraag vanuit de mijnindustrie naar hout, het bos massaal heraangelegd. Echter met de aanleg van naaldhout voor de mijnen werd de oorspronkelijke boombegroeiing niet gerespecteerd. De natte ondergrond was tevens minder geschikt voor dennen zodat er greppels moesten gegraven worden tussen de bomenrijen. De grondbegroeiing werd er behoorlijk door verstoord. Gelukkig wordt het tij gekeerd nu door het milieubeheer. De helft van het bos is nu in handen van de Vlaamse Overheid en sinds 2007 ondergaat het bos onder de vleugels van het Europese Life project een grondige verandering. De bedoeling is om een meer gevarieerd bos te verkrijgen. Men gaat de ontwateringsgreppels aanpakken waardoor er terug elzenbroekbos en heidewastines ontstaan. Het mooiklinkende woord wastine omschrijft een landschap dat bestaat uit een vlekkenpatroon van weide met vaak doornig struweel zoals meidoorn, sleedoorn en hondsroos. Binnen de struwelen kunnen er dan weer bomen groeien omdat ze er tegen begrazing beschermd zijn. Tegelijkertijd moeten ook de donkere dennenbossen wijken en plaats maken voor de inheemse soorten. Werk aan de winkel dus voor de natuurvrienden.

Maar nu wordt het stilaan tijd om eens de vorderingen in ogenschouw te nemen in de vorm van een wandelingeske.
De voordeur van ons toerke stond vandaag in de koestraat in Stekene. Stekene, een landelijk dorp in het Land van Waas waar de uitgaande jeugd uit Dezekes tijd spraken van 'Moe, gef me m'n pree en me mes ik ga vanavond een pintje drinken'. 

Deze keer geen perikelen met de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen. We hebben, voor de verandering, eens de auto genomen. Rond een uur of elf werd dit vervoermiddel netjes gestald aan de Boshoeve in de ontwakende koestraat in Stekene. In de rugzak zat het schoofzakske bestaande uit zuurkool, rookworst, spek en wat worstjes uit Frankfurt mooi opgeborgen. Bij mijne maat, een fles Averbode abdijbier, de Catsjoe zijn pezen en gerookte varkensoren en een minifleske calvados. Goed voorzien van leeftocht zou het einde van de dag met gemak kunnen gehaald worden. Op stap nu. Een eerste stukske, pakweg een uurke stappen, stelde iets minder voor. Veel asfalt, dat stapt niet zo prettig. Voordeel van asfalt en dus bebouwd terrein is wel dat je geheel onverwachts al eens iemand kunt tegenkomen. Nog geen uurtje na het vertrek komt er daar ineens een dametje uit haar huizeke en wat blijkt ? Een erg lieve ex-collega C. lijkt dat huizeke te bewonen. Zo'n tof en al even onverwachts weerzien doet je plezier. Een voorstel om even binnen een koffietje te komen slurpen werd eerst beleefd afgewezen. Ik had er onmiddelijk spijt van maar een 2de uitnodiging kon ik en mijne maat niet weerstaan. Leuke babbel gehad, lekkere koffie ook. De excuses voor het even ontbreken van een koekje hoefden helemaal niet maar het stuk chokolade dat ik meekreeg moest dat vermeend mankementje rechtzetten. Tof, een echt fijne verrassing om C. tegen het lijf te lopen. Mijn dag kon al niet meer stuk. Dankjewel C. het was een echt genoegen !
Het tochtje liep verder tussen slijkerige bospaadjes waar er tussen de bomen in het bos toch ontzettend veel weekendhuisjes te zien waren. Veel van die weekendhuisjes geven jammer genoeg een verwaarloosde indruk. De lawaaihinder van het verkeer op de Expressweg, enkele kilometers verder, moet je er even bijnemen. Er zijn veel ergere dingen om je druk in te maken. 
Altijd leuk om een hondeke bij te hebben tijdens de wandeling. Het geeft direct klap met andere wandelaars-hondofielen. Kwamen we daar 2 madammen tegen die met hun 2 puppies een toerke aan het wandelen waren. 6 maand oud ocharme en al een heel stuk groter dan de Catsjoe. Een hele exposé over de herkomst van hun beestjes. Waar gaan de mensen het in godsnaam allemaal zoeken ? De Kaukasus begot ! Rechtstreeks ingevoerd vanuit Rusland na een tijdje in quarantaine. Nooit van gehoord : De owcharka of kaukasische herder. 't Zagen er nu nog schattige beestjes uit maar naar de uitleg van die madammen waren of zijn dat honden die gebruikt werden voor de berenjacht. Komt zo een beest tegen in den donkere. Ze hadden ze aangekocht met het oog op de bewaking van hun 2ha grote hof. In de boekskes hadden ze gelezen dat zo een beest minstens over 20ha moet kunnen beschikken om zich happy te voelen. Eens dat deze bobbiekes 75kg wegen zal ik zeker niet onaangekondigd op die dames hun 2ha hof komen. Je moet maar facteur zijn van beroep.
Toch straf dat er zo weinig zitbankjes te bespeuren zijn op onze Vlaamse natuurpaden. Ik geloof dat we al bijna zo een 15 km gestapt hadden voor we het eerste bankje tegenkwamen. Jawel 't waren er ineens 4 en we kunnen er een voorbeeld aan nemen .... ze stonden op Nederlandse bodem een hondertal meters voorbij de grenspaal. De zuurkoolpicknick annex worstjes en spek smaakte heerlijk met dat abdijbierke. Zeker als de vrieskou komt opzetten zijt ge blij dat ge een vuurke bij hebt om een potje warm te stoken. Gezellig, zo in openlucht in een 1000 sterren restaurant te zitten. Tenminste, wat fantasie hoort erbij. Bij open weer en een nachtelijk hemelgewelf vol schitterende sterretjes. Na de dis heeft Catsjoe zich nog kostelijk geamuseerd met een jong jachthondeke dat er een wandelingeske aan het maken was. Achter elkaar hollen lijk zot, ravotten, grommen, opspringen. Plezant om dat af te zien.
In het stropersbos aangekomen zag je nog goed de met water gevulde greppels en de rabatten waarop de nu verfomfaaide naaldbomen schots en scheef gewaaid, hun zwanenzang uitzingen. Maar 't werd al donker en stilletjesaan werd het tijd om terug te keren. Jawadde, een stukje pad liep door een met een afsluiting omheind terrein. Er stonden poortjes die je als wandelaar doorgang verleenden. Zo'n afsluiting wordt er natuurlijk niet gezet om de muggen tegen te houden. Nee, er grazen daar wilde paarden en gallowayrunderen die een beetje bijeen moeten gehouden worden. Staat daar toch zo geen paard voor zo een poortje zeker ! En niet weg willen gaan. Mijne maat had het beest al eens diervriendelijk op zijn kont geklopt maar dat sorteerde geen enkel effect. Bles bleef gewoon staan. Dan maar terug naar af en via een omwegje kon het toertje afgerond worden. 't Was weer eens iets anders vandaag. Mooi weer, prachtige wandeling, fijne mensen tegengekomen. Met andere woorden, weeral een prachtige dag waarop stijlvol en op de traditionele manier in de Boshoeve kon geklonken worden. 


vrijdag 16 januari 2015

De landstreek Fagne Famenne van Zuid naar Noord - Mariembourg / Philippeville

Een beetje afgaand op de weersvoorspelling, wat natuurlijk de nodige risico's inhoudt, zou het op vrijdag een regenvrije dag worden. Een risico dat je graag neemt wanneer je de beentjes nog eens wil strekken in het één of ander mooi landschap dat ons nationaal grondgebied rijk is. Waarom niet eens de Fagne-Famenne ? Me vergeefs trachtend de lessen aardrijkskunde voor de geest te brengen lukte het me maar niet om de veelzijdigheid aan landschappen dat ons klein landje rijk is te herinneren, laat staan te benoemen. Ik heb het dan maar eens opgezocht. Gemakshalve klasseerde ik de lap Waalse grond die iets zuidelijker van onze taalgrens lag, onder de brede noemer 'Dardennen'. Fout dus, de destijdse inspanningen van onze leraar aardrijkskunde Meneer De Wilde alias 'De Kerstboom' ten spijt was mijn geografische kennis over het vaderland herleid tot vage herinneringen aan een landkaart van België die opgerold in een hoekje van de klas stond. Bij deze m'n excuses beste meester. 't Spijt me oprecht dat ik niet beter heb opgelet bij uw lessen. 



De Fagne-Famenne ligt geprangd tussen de Condroz en de Calestienne, een kalksteenformatie die de noordelijke rand van de Ardennen afboordt. De Fagne-Famenne wordt nogal eens opgesplitst in haar benaming. De Fagne ten westen van de Maasvallei, de Famenne ten oosten. Prachtige streek, heuvelend met hoogteverschillen tussen de 150 en 300 meter en op enkele plaatsen maar enkele kilometers breed. Voornamelijk een ondergrond van schistgesteente die hier en daar nog dooraderd wordt door rode en grijze marmer. 't Is echter geen marmer, 't lijkt er wel sterk op maar het is fel dooraderde kalksteen. 

Den tikkenhaan was er vroeg bij deze morgen. 5 uur meer bepaald. Het was dan ook een heel stukje sporen tot in Mariembourg, nog een heel eind Charleroi voorbij. De ondertussen legendarische vertragingen voor lief nemend was de aankomst in Mariembourg rond een uur of 10 een feit. Ik had er al een uur vroeger kunnen staan. Niks van aantrekken blijft nog altijd het parool !

Een mooi stukje uitgestippeld tussen Mariembourg en Philippeville en daarbij het prachtig dorpje Roly niet vergetend. Een dorpje waarvan de huizekes nog helemaal zijn opgetrokken uit de aldaar ontgonnen natuursteen. Prachtig stukje patrimonium tussen eiken en glooiende kalksteenheuvels. Op het stukje traject tussen de statie en het spoorwegmuseum werden we uitbundig begroet door een plaatselijke bewoner. In zijn onderbroek en marcelleke en op zijn sloefen stond hij aan zijn voordeur. Niet geheel in lijn met zijn kleding droeg hij een wintermuts. Een kwestie van geen valling op te scharrelen volgens mij. 't Zijn vriendelijke mensen onze zuiderburen. Iets wat me ook te binnen schoot bij latere contacten op de dag is dat we het beeld van onze buren dringend moeten bijstellen. Ze doen allemaal vreselijk hun best om de taal van Vondel te praten. Zoiets was tot voor enkele jaren terug gewoonweg ondenkbaar. Ook aan hun menselijke warmte kunnen we ons nauwelijks spiegelen. Steeds een goeiedag ... Ca va ? .... Bonjour les marcheurs ... en toch, deze mensen ken je van haar noch pluim. Chapeau, we kunnen er nu iets van leren.
In het spoorwegmuseum stonden enkele pareltjes aan stoomlocomotieven en oude passagierswagons. Knap hoor ! Het spoorwegdeel in deze streek is nog niet geëlectrificeerd waardoor de aanblik van deze stalen krachtpatsers in hun habitat een serieuze brok nostalgie doet oproepen.
Verder stappen over de RAVeL naar Roly. Bij het uitstippelen van de route vroeg ik me af wat de betekenis is van Ravel en of het wel begaanbare wegen waren. Op een wandelkaart is dat niet onmiddelijk duidelijk. Een gans netwerk van deze Ravel's, honderden kilometers lang wel, doorkruisen Wallonië. RAVel : Réseau Autonome de Voies Lentes. Trage wegen dus vrij vertaald. Het biedt de fietser en backpacker een waaier aan routes aan waar je U mag tegen zeggen. Voornamelijk werden ze aangelegd op verlaten spoorwegbeddingen en jaagpaadjes. Klein minpuntje op deze mooie routes, althans het stukje dat ik voor ogen had,  is wel het gebrek aan zitbankjes of schuilhutjes waar je je boterhammekes kunt opeten. In de zomer is dat geen probleem maar bij regenweer heb je het toch liever anders. 
Zo ook nu moesten we onze diner bestaande uit Cassoulet au Canard Confit improviseren op een stoeltje bestemd voor de drijfjachtjagers. Om deze jachtpost te bereiken moest je wel een stukje door het bos lopen. Een eikenbos waarvan de bodem volledig bedekt werd met het mooiste mosgroen dat je je maar kunt inbeelden. Een prachtig naturel tapijtje, gratis voor niks.
Nu liep het parcours niet helemaal over die ravels. Hier en daar er wat stukken GR aangenaaid en die liepen gewoon door moddersporen.  Maar het was verdorie mooi. Hier en daar zag je een enkele witte reiger geposteerd in het weiland aan een klaterend watervalletje. Nog nooit gezien, tot hier toe had ik nog maar enkel de blauwe reiger eens gespot. Verder nog weidse uitzichten over glooiende weiden, eikenbossen, veenmoerassen en noem maar op. Verrassend mooie streek. Toch ook een beetje jammer dat we onderweg geen everzwijnen of herten hebben kunnen spotten. 't Zou het plaatje compleet gemaakt hebben. 
Aan klap geen gebrek tijdens de tochtjes. Als je zo in gezelschap stapt komen er nogal talrijke onderwerpen aan bod weet je ? Van de politiek naar de sport, dan weer de vrienden en zo verder naar de perikelen wat betreft kroost en gezin. En ga maar door. Met het hoofdstukje ruimtelijke ordening en daarin je fantasie de vrije loop latend met renovatieplannen aan onderweg tegengekomen koterijen en bouwsels ben je ook uren zoet. Haha, we wanen ons allemaal wereldverbeteraars.
De laatste kilometers wandelen naar Philippeville toe was het echter één modderbad dat de klok sloeg. Tegelijkertijd maakten ik en mijne maat de bedenking ... 'Stel je voor dat je hier op turnsloefkes moet doorbaggeren !'. 't Is een extra inspanning bij het stapavontuur zo met je botinnekes vol slijk. 
Aangekomen aan de statie van Philippeville na een goeie 20km bleek het nog veel te vroeg om op de trein te springen. De traditionele afsluiter met een gerookt varkensoor voor de Catsjou en een streekbiertje mocht niet ontbreken. Nog een kilometertje verder het stadje ingetrokken alwaar een Chimay deze voorwaarde tot een geslaagd wandelingeske moest onderschrijven. Een gezellig bistrootje, uitgebaat door een overvriendelijk madammeke, aan de Place d'Armes in Philippeville voldeed aan de doelstellingen. 't Werden er uiteindelijk 2 van die blonde Chimay's. Lang leve onze Waalse brouwkunst. Te gek :-)