Om het lichte gebrek aan kilometertjes ter voorbereiding van mijn Pieterpad wat te compenseren ben ik er nog maar eens op uit getrokken. De start voor het zomerkamp van de scoutskes lag dit jaar in Wouw in Noord Brabant. Van daaruit reden ze met hun veloke naar Numansdorp op de scheiding van het Haringvliet en het Hollands Diep. Een tochtje van rond de 50km langs fietsknooppunten. Enkele van m'n scoutsvrienden hadden getekend voor hun begeleiding. Eigenlijk een strak plan om zo een kamp met een stevig fietstochtje te beginnen. Gewoonlijk zijn die gastjes op hun eerste kampdag zo energiek dat het hen te slapen leggen 's avonds doorgaans een heuse klus wordt voor de leiding. Ik heb het zelf ondervonden de tientallen keren dat ik meeging als kookouder. Zo een fietstochtje tempert wel een beetje de ontlading op de eerste kampdag.
Net zoals verleden jaar had ik zin om dat stukje te stappen. Een kleine 30km maar ik zou sporen tot in Roosendaal en van daaruit naar Numansdorp tenen. Vlotte treinverbinding, om 8u11 stond ik al op het perron in Roosendaal. Verdorie, ik raakte dat station niet buiten. Wist ik veel dat er op je treinticket een code staat waarmee je via een optische scanner de poortjes kunt openen om buiten te geraken. Gewoonlijk gooi ik dat biljet al weg bij het uitstappen van de trein. Nadat ik dit door had was het ondertussen al halfnegen begot. Ik had al een goeie kilometer verder kunnen zijn.
Voor dit trajectje was er weinig keuze in alternatieven ten einde de openbare weg te vermijden. Daar in Zeeland kun je het nauwelijks riskeren buiten die fietspaden te treden om je weg een beetje aangenaam te maken. Sloten en beken langs alle kanten maken dat je vlug je voornemen moet bijsturen. Na een halfuurke richting Noorden was ik de rand van Roosendaal en de gemeente Halderberge voorbij en zat ik volop in het landschap. Zo plat als een dubbeltje zeggen ze daar. De weg werd iets of wat ééntonig. Weilanden, hier en daar een groot boerenhof of een hoeve en voor de rest smetteloos onderhouden wegen waarlangs je je over het asfalt of beton voortbeweegt. Erg slopend voor je voeten trouwens maar goed. In Oud Gastel lette ik niet goed op het te volgen spoor met als gevolg dat ik voor een keuze kwam te staan. Terug ofwel enkele honderden meters om lopen via de dorpskern. Ik verkoos het laatste. Alleszins een heel stuk prettiger als je de ogen ook iets wil gunnen.
Na een goeie 9 km stak ik de Dintel over en smste ik dat naar Els mijne stapmaat. Ook zij loopt binnenkort enkele dagen mee op het Pieterpad en wilde even haar conditie voor het wandelwerk controleren. Enigszins verbaasd stelde ik me daar vragen bij. Die moest toch opperbest zijn aangezien zij er haar hand niet voor omdraait om eventjes 200km aan één stuk te fietsen ? Onlangs nog Zwijndrecht (B) - Zwijndrecht (NL) heen en terug. In tegenstelling met het fietsen worden er bij het stappen een heel ander stel spieren aangesproken, wist ze me te vertellen. Naar een kenner moet je luisteren.
Els was vanuit Dordrecht naar Numansdorp gereden met de auto en zou me tegemoet stappen. Zij had op dat moment al 8,5 km op haar tellerke staan en was juist Helwijk gepasseerd. Prachtige timing, we zouden elkaar pal in het midden van de route tegenkomen. Dat was ook het geval. Op de Heijningsedijk in het gehuchtje Driehoek was het zover. Zwierend met de armen kwam ze er al lachend aangewaaid, het weerzien was weer hartelijk en dat kon best beklonken worden met een gezellig picknickske in het malse gras tegen de dijkhelling aan. We zaten dus juist in de helft van het trajectje. Voor Els betekende dat terugkeren en voor mij verder door naar het eindpunt.
Dat betekende nog een heel stuk baan vooraleer we de bruggen over het Hollands Diep bereikten. Wat een drukte op die verkeersader ! Daarom had ik liever de weg over Willemstad uitgestippeld vanwaar we het veer naar Numansdorp konden nemen. De prijs voor een overzetje, 7 euro namelijk en daarbij blozen die mannen ginder niet, vond ik echter bij zijn haar getrokken. Dan maar gewoon stappen. Eens die brug over konden we aansluiten op een stukje Floris V pad. Dit is een ander welbekende LAW in Nederland. Etappe 8, lopende van Dordrecht naar Numansdorp en deze loopt langs de oever van het Hollands Diep. Els heeft al voorgesteld om dat stukje Florispad binnen enkele dagen eens volledig te lopen. Prima idee. Maar hiermee was de wandeling ten einde en wees de klok kwart voor drie aan. Op het eindpunt troffen we de Marcel aan. Die had de taak van bezemwagen toebedeeld gekregen en wachtte op de fietsertjes die nog moesten toekomen. Els keerde terug naar huis en iets later kwamen die gastjes er aan. Na het aanschuiven voor de kampkost kon ik een lift tot in Berchem versieren. Daar de trein naar Sint Niklaas op en om 10 uur was ik thuis. Dit was weeral een goed gevulde dag. Goed gestapt, genoten van het fijne stapgezelschap en de scoutsvrienden. En vooral niet te vergeten ... de pret en het enthousiasme proeven van de kinderen die weeral een reuzetof kamp tegemoet zien.
Bijna compleet vandaag met het stapvriendenclubje. Den Angelo heeft verlofdagen tekort om al zijn ontsnappingsplannen aan het dagelijkse werk iets of wat vorm te geven maar hij liet zich vervangen door Maddy, de schoonmama van de Ronny zijn zoon. Ook een piepjong stapperke was erbij, den Thomas, Maddy's kleinzoontje over wie ze nog de zorg had. Een tof gezelschap weeral en de afspraak voor de start lag aan het kasteel Wissekerke in Bazel. Een hartelijk weerzien was het met den Hugo die trouwens nog volop aan het acclimatiseren is van zijn Polentocht. De kleine Thomas zette het tochtje in. Gelukkig was er een buggieke voorzien want die 4 jaar jonge kleine beentjes zouden helemaal nog niet opgewassen zijn tegen een toerke van rond de 20 kilometer. Na eeuwenlang in het bezit te zijn geweest van adelijke families, erfde Philippe Vilain XIIII (1778-1856) het kasteel Wissekerke en de bijhorende gronden in 1779. Onder zijn kasteelheerschappij werden heel wat renovatiewerken uitgevoerd. Rond 1803 werd de parkvijver uitgegraven en een nieuwe ingang gebouwd door de toenmalige Antwerpse stadsarchitect François Verly. De smeedijzeren hangbrug werd in 1824 gemaakt door ingenieur Vifquain (1789-1854).
In 1989 verkocht Jean Vilain XIIII, de laatste bewoner uit het roemrijke geslacht Vilain XIIII, het kasteel aan de gemeente Kruibeke. Sindsdien werden er heel wat verfraaiingswerken uitgevoerd en werd ook de historische hangbrug, de oudste in haar soort in Europa, gerestaureerd. Dit laatste werd eveneens geopperd door onze wandelende encyclopedie, den Hugo. Een sjieke omgeving is dat daar rond het kasteel. Eerst een kleine 3 kilometertjes stappen binnendoor over de vernieuwde dijken naar Rupelmonde. Een fietsparadijselijke omgeving is dat daar aan de oeverkant. In Rupelmonde loodste den Hugo ons eerst nog een artisanale botenwerf binnen gevolgd door tekst en uitleg over de daar ter plaatse uitgeoefende stiel, zijnde de ambachtelijke scheepsbouwkunst. Daarna was het nog een klein stukje verder wandelen tot aan het toeristische veer In Rupelmonde. Bij aankomst lag het veerbootje aan de overkant van de Schelde in Wintam. Na een kwartiertje meerde dat schuitje aan aan de steiger in Rupelmonde. De overzet was voor die kleine Thomas een heel avontuur maar de Catsjoe was er helemaal niet gerust in want haar hele lijf bibberde op maat met de trillingen van de scheepsmotor. De schipper van dienst was een heel joviale tiep. Hij bracht een bakje water voor de Catsjoe om haar schrik weg te nemen. Tevergeefs, het mocht niet baten. Beesten drinken of eten niet als ze schrik hebben wist de Ronny te verklaren. Delen van het door ons gekozen parcours daar in Wintam-Hingene zijn enorm populair bij wandelrecreanten. Deze wandelroute, beter gekend als het parcours Bornem - Hingene leidt je langs twee prachtige gebouwen. Het Kasteel d’Ursel van Hingene en het Paviljoen De Notelaer. Een jachtpaviljoen van het hertogelijk geslacht d'Ursel. Dit laatste is opengesteld voor bezoekers. Je wandelt door bossen, langs de Schelde en weilanden. Zowat een derde van de wandeling komt door een ‘stiltegebied’. Een plek waar je normaal geen auto’s hoort en alleen bent met de geluiden van de natuur. Aan het standbeeld van de Dijkgravin, enkele honderden meters voor het paviljoen de Notelaer staat er een picknicktafeltje. Daar werd de schoofzak bovengehaald en een koppel fleskes wijn voor het aperitief. De kleine Thomas kon hier na zijn bokes met choco zijn aas ophalen en naar hartelust rennen op de dijkhellingen. Doch er moest nog een heel eind verder gestapt worden. Echter tegen de verwachting in niet veel. Achteraan het paviljoen De Notelaer lag er een voor mij onbekend prachtig stukje wandelpad. Ik kwam er voor het eerst die trendy boomhutten tegen. Grote ballen, hangende op een zekere hoogte aan een boomstam waarin je kunt kamperen. Een laddertje moet je helpen om naar boven en erin te klauteren. Het zogezegde 'pitkamperen'. is geweldig in opmars. Mensen die eens de vogel willen uithangen vinden daar ongetwijfeld hun gerief. Een kort wandelingetje dus na onze eerste stop want het terras van De Notelaer lag er iets te uitnodigend bij. Een eerste Bornemse tripel was het onvermijdelijke gevolg. Onze Ronny trakteerde ! Een volgend agendapunt op de wandeltrip betrof het kasteel d'Ursel. Een knap gebouw weliswaar maar bij aanblik vond ik dat de kleur van de geschilderde gevels niet harmonieerde met de omgeving. Iets voorbij De Notelaer leidt de Kasteeldreef naar de toegangspoort van het domein van dit kasteel. In de dreef werd langs weerszijden een rij jonge Hollandse linden aangeplant. Ter hoogte van de kasteelpoort sluit de lindendreef aan bij twee welkomstlindes die de toegang tot het domein markeren. Het kasteeldomein baadt in de luxueuze weelde van een Franse tuin en is aan de noord- en westzijde afgeboord door een dreef. Het is een dreef die op traditionele wijze werd aangeplant met opgaande zomereiken en die alvast in de zomer een lommerrijke passage garandeert. Het is in die dreef dat de Ronny kennismaakte met Fien, een elegante dame op wandel met haar hondeke Flor. Het kon ook omgekeerd zijn want ik was een vijftigtal meter achterop. Of was het de Catsjoe en Flor die voor de kennismaking zorgde ? Ik laat de ware toedracht in't midden. In alle geval, eens aangekomen stelde Fien voor om samen in ons gezelschap een bezoekje te brengen aan de Blauwe Koe, een welgekend etablissement onder dorstige zielen. Ze stond er op om ons te trakteren ... van altruïsme gesproken ! De voorgenomen wandeling werd hierdoor fors ingekort maar niemand had hier enig bezwaar tegen. Uiteindelijk werd er toch nog een kleine 16km afgelegd, inclusief de overtochtjes met het veer. Ter compensatie van het gedorven stukje stappen en ook een beetje de voorbereiding op mijn Pieterpad heb ik dan maar de kleine Thomas op mijn bult gezet. 18kg woog dat ventje, een perfect alternatief voor de zware rugzakgewenning. In die Blauwe koe werd het voor Fien een wit wijntje, enkele orvals voor de maten, een colake en een tonic voor Maddy en het venteke. Een trampoline op het tuinterras trok onmiddelijk zijn aandacht. Een heel onderhoudende dame die Fien, een vrolijk mens wier grootste plezier er volgens haar uit bestond in leuk gezelschap te vertoeven. Ze was met ons aan het juiste adres. Met al dat terrasjesgedoe was de Ronny zijn klok uit het oog verloren. Hij moest om 5 uur zijn vrouw oppikken en het was al 10 voor 5. Eventjes paniek bij onze maat maar een telefoontje met zijn wederhelft bracht hem terug tot kalmte. Een gevolg van zijn pas gelopen camino volgens mij waarbij je geen rekening dient te houden met tijd, kalender en dwingende afspraken. Toch was het tijd om op te krassen. Den Hugo zou vanuit de Blauwe Koe direct naar huis stappen, wij moesten terug in Bazel geraken. Een kleine 5 km in omgekeerde zin met daartussen de overzet Wintam - Rupelmonde. De Catsjoe was nu meer op haar gemak temeer daar de schipper, nog steeds dezelfde als eerder op de dag, haar overvloedig op koekjes trakteerde. Ik vermoed dat hij over een enorme voorraad koekjes moet beschikken want hij klopte lange dagen. Van 7 uur 's morgens tot 21 uur 's avonds. Het laatste stukje op de dijk naar Bazel heb ik nog een erg verrijkende babbel met Maddy kunnen voeren. Het is verbazingwekkend hoe sommige mensen zich dag in dag uit belangenloos inzetten voor anderen zonder uitzicht op enige return en dit ten koste van hun eigen verzuchtingen en welzijn. Een waardevol wandelgesprek met een gouden hart. Dankjewel Maddy en kleine Thomas alsook de stapmaten natuurlijk. Het werd weeral een prachtig samenzijn op een zonovergoten dag ! Zaterdag loop ik nog een stukje ter voorbereiding van mijn Pieterpad. Van Roosendaal naar Numansdorp. Daar begint het scoutskamp van de kleinsten. M'n scoutsmaten begeleiden die mannekes op de fiets vanuit Wouw naar Numansdorp. Ik verkies de voettram ! Tot een volgende maar weeral.
Vandaag alleen op stap. De Marc zit ergens in Zwitserland te jodelen op de één of andere berg, de Ronny had plannen met Lieve, den Hugo kon zijn voeten onder tafel schuiven bij een bruiloft en de Michel ocharme .... in 't zweet des aanschijns moest hij weeral de kost gaan verdienen. Dienen beet in den appel destijds heeft godbetert toch heel zware gevolgen gehad voor onze maat ! Ik trek naar Turnhout. Een stad die zichzelf op de affiche plaatst zijnde de hoofdstad van de Kempen. Eerst was ik zinnens vanuit Baarle Hertog naar Turnhout te stappen maar dat was 20km in rechte lijn langs de baan. Om daar nog iets interessants van te maken zou ik al vlug boven de 30km uitkomen. Iets te veel met dit warme weer. En toch scheelde het niet veel vandaag. Het werden er een dikke 25. Een goeie 4km extra vanwege bepaalde bospaden in de Liereman die afgesloten waren wegens het brandgevaar.
Een vlotte treinreis en een supervriendelijk kaartjesknipsterke. "Als je graag rustig wil zitten meneer, dan ga je best in de voorste wagon plaatsnemen !" Een smile tot achter haar oren. Erg attent van dat schaapke maar zie ik er dan al zo oud uit dat men veronderstelt dat ik bijgevolg de rust koester ? Tja, verleden week ben ik nog maar eens verjaard en misschien deed dat me de das om. Tuurlijk is het erg leuk om de vele felicitaties en kaartjes in ontvangst te nemen maar verjaren in de herfst van je leven ... het confronteert je toch maar telkens met de tand des tijds die aan je lijf blijft knabbelen. Een tand die zelfs zonder poetsen parelwit blijft schitteren en hiermee zijn achteloze slachtoffers meedogenloos verblindt.
Rond halfelf stapte ik af in Turnhout. Direct al een kilometerke of 5 voetpad en beton tot voorbij Oud Turnhout vooraleer ik in de volle natuur zat. Eerst nog wel het kasteel van de Hertogen van Brabant meegepikt. Het kasteel kende tijdens de negen eeuwen van zijn bestaan evenveel levens. Oorspronkelijk was het een jachtverblijf van de eerste hertog van Brabant. Daarna werd het impressionante bouwwerk ondermeer omgedoopt tot gevangenis, stadsmagazijn, pompiershuis en weversschool. Nu is er het gerechtshof in ondergebracht. Nog even langs de Grote Markt om te kijken of er iets te zien viel ... 't was nog te vroeg op de dag maar de flanerende mensen waren duidelijk in een vakantiestemming en de terrasjes zaten zo vroeg op de dag al goed vol. Ben benieuwd of ik dit Bourgondisch accent ook op mijn Pieterpad ga tegenkomen. Drukkend warm was het daar in de Kempen. Altijd een paar graadjes warmer dan in het binnenland. De warme boslucht walmde zo je neusgaten binnen. Het was net of je stond in een strijksalon waar de geur van de gebruikte wasverzachter uit het linnen werd gestoomd. De warmte van de zon op de gevallen dennenaalden in de bospaden zorgde er voor dat hun etherische oliëen verdampten. En maar puffen. Raar is dat wel want in de Extramadura op de la Plata in Spanje liep het kwik tijdens het stappen op tot boven de 40°C maar daar was dat gevoelsmatig gesproken meer draaglijk dan hier. Niet zagen Janneman. Iets na de noen heb ik de bokes aangesproken. Bovenin een hoge toren voor het observeren van vogels, onder afdak, beschut voor de wind en daarbovenop een geweldig uitzicht op de omgeving leek me de ideale schaftplek. Ik viel er na de hap en slok haast in slaap. Wie zou het me kwalijk genomen hebben ? Maar er moest nog verder gestapt worden. Na een goeie 15 km te midden van die magnifieke bossen gelopen te hebben langs die ontelbare boswegels kwam het kanaal Schoten - Dessel in zicht. Een rustige waterweg en ik vermoed weinig beroepsvaart heden ten dage. De bouw van het kanaal werd gestart in 1844 en twee jaar later was het traject Dessel - Turnhout afgewerkt. De verbinding tussen Turnhout en Schoten werd gestart in 1854 maar het zou tot 1875 duren vooraleer het kanaal over de volledige lengte klaar was. Een mooi jaagpad kon ik volgen tot in Turnhout. Zowat halverwege het trajectje langs het kanaal stonden er borden opgesteld met een aanwijzing dat er een prachtig terras te ontdekken viel op de camping van de Baalse Hei. Op amper 200 meterkes zo vermeldden die borden telkens weer. Ik denk dat ze daar in de Kempen aparte lengtematen hanteren ofwel dat de fabrikant van die borden maar over 2 letterzettingen beschikte. Een 2 en een 0. Zeker een kilometer heb ik moeten lopen om een tempeliersbiertje op dat terras te kunnen verschalken. Ik zat er temidden van de campingklandizie. Leuk om te observeren. Een hond luisterend naar de naam Lady die ter orde moest geroepen worden omdat zij in onmin lag met een straatkeffer enkele terrastafels verder, enkele Nederlanders die zich te goed deden aan de ter plekke in de hemel geprezen Brusselse wafels met fruit en ze bovendien nog ongemeen lekker vonden ook, een verstrooide kelner die me een Corsendonck bracht in plaats van die tempelier, ietske later zijn vergissing inzag en hem uit mijn pollen griste toen ik er van wou nippen, een stel grootouders de depressie nabij omdat ze met een resem belhamels van kleinkinderen hunne congé moesten zien uit te zingen, een kleine die de kolère van zijn grootmoeder liet oplaaien omdat hij zijn broer een mep op zijn oog verkocht vanwege een onterecht toegeëigende frisko. Onmiddelijk 1:1 die oma haalde uit met een rechtse hoek naar die kleine. Het leven zoals het is. Je verveelt je nooit op een campingterras als je geen vooroordelen hebt. Het was er gezellig ! Nog een paar kilometertjes tot aan de statie. Een beetje door de achterbuurten van Turnhout. Het viel me op dat de allochtone bevolking van Turnhout daar voornamelijk vertegenwoordigd wordt door mensen van Afrikaanse origine met een zwarte huidskleur. Ook in die achterbuurten waren ze in grote getale aanwezig. En toch zagen die achterbuurten er niet rommelig of verwaarloosd uit. Netjes zelf. Oude werkmanshuisjes waren piekfijn gerestaureerd en voorzien van het metalen plaatje 'Beschermd erfgoed'. Ze werden zonder onderscheid ook harmonieus gedeeld met onze zwarte medemensen. Zo kan het dus ook ! 't Zat er op. En zoals al zo dikwijls is voorgevallen reed de trein juist de statie uit toen ik er aan kwam. Met een fris palmke op een terraske kon de tijd naar een volgend treintje nuttig geledigd worden. 't Was een heel goeie oefening in het vooruitzicht van het Pieterpad binnenkort. Daar zitten er toch ook enkele tegen de 35km aan. Dat draaien we er wel door. Jongens ik zie er naar uit ! Het jeukt enorm ! En dan moet ge krabben hé !
Het was weeral een poosje geleden dat er nog iets gepresteerd werd op het wandelvlak. Nu de Ronny terug is van zijn tocht, de Marc en de Michel een dagje vrij hadden konden we met z'n vijven een toerke doen. De Catsjoe was ook present. Onzen Hugo daarentegen, jammer genoeg was die er niet bij want hij is zijn bedevaart in Polen nog aan het afronden. Eergisteren heeft hij zijn Zwarte Madonna kunnen aanschouwen en ondertussen heeft hij ook aan Auschwitz een bezoekje afgelegd. Die is dus op de terugweg naar het thuisfront. Proficiat Hugo, dat heb je weeral knap afgehaspeld ! Op de Marc zijn prachtig initiatief zijn we naar Kapellen afgezakt. Kapellen, een groene gemeente ten noorden van Antwerpen en tevens zijn biotoop. Een mooie omgeving alleszins. In 1759 werd er een kasseiweg aangelegd tussen Merksem en Kapellen. Tegenwoordig kennen we deze baan als de Kapelsesteenweg (op het grondgebied van Ekeren en Brasschaat] of Antwerpsesteenweg (op het grondgebied van Kapellen]. In 1853 werd de spoorlijn Antwerpen-Rotterdam aangelegd. Daarmee kon de eerste stoomtrein in 1854 door Kapellen rijden. Door de goede spoorverbinding gingen veel rijke Antwerpenaren villa's in de gemeente bouwen. De buurtspoorwegen bereikten Kapellen Station op 31 juli 1927 en de tram werd op 1 december 1928 doorgetrokken naar de grens bij Putte. Bij een wandeling doorheen de omgeving van Kapellen krijg je dan ook steevast de indruk dat het hier een pleisterplaats is voor de beter begoede burgers van het land. Regelmatig speelde tijdens de wandeling dan ook het liedje 'Witte Wijn Wijven' als mind twister door mijne kop ☺☺☺.
Rond 10 uur pikte de Marc ons op aan het station om iets later verzamelen te blazen onder zijnen notenboom in zijnen hof. Gezellig en het mooie weer zorgde voor een extra troefkaart. Z'n lieve wederhelft Monique had verdorie voor een ontbijt gezorgd. Koffiekoekskes en koffie, super ! De dag kon al niet meer stuk. Een halfuurke later trokken we ons in gang en na enkele minuutjes zaten we al volop in de natuur. Het beloofde een interessant tripje te worden.
De Marc loodste ons eerst langs het domein 'Mishagen'. Een domein van 8 ha bestaande uit een park van 7 ha en 1 ha bouwgrond met hoeve en bijhorend koetshuis. Dit gerenoveerd kasteeltje met prachtige tuin en kasteelmuur werd terug in zijn oude glorie hersteld. Heel Kapellen is door bossen omgeven en baadt in het groen. In die bossen kon je door het warme weer van de voorbije dagen nog zo de zwoele geur van het boshyacinthenparfum ruiken. Een gratis extraatje voor de zintuigen, in dit geval de neus. Het ging er rustig aan toe want het was iets te warm om er vaart achter te zetten. De Ronny voorzag de Marc en de Michel uitvoerig van verhaal aangaande zijn Compostelatocht. De exposé over zijn stapexploot zorgde voor de nodige inspiratie bij de andere stapvrienden. Bij wie niet ? De Marc is ondertussen al overtuigd en hij wacht nog op het juiste moment om te vertrekken. Onze Michel heeft nog een beetje zijn twijfels. De lange duur van de tocht ligt hem nog een beetje dwars. Na de Mishagen zaten we volop in het bos, eigenlijk meer een park dat luistert naar de naam 'De Uitlegger'. Het is een park op de grens van Kapellen en Brasschaat. Het domein is ongeveer 88 hectare groot waarvan 71 hectare op het grondgebied van de gemeente Kapellen liggen. Het park kenmerkt zich door de talloze grachten en vijvers die omzoomd zijn met rododendrons. Het park kent een vaste eendenpopulatie en tevens grazen er ook paarden. Talloze wandelpaden en routes doorkruisen het gebied en op verschillende plaatsen zijn er bankjes voorzien om rustig te genieten van de natuur. Vaak zijn er in de buurt van die bankjes borden met daarop extra uitleg over de fauna en flora in het park. De Marc gaf uitvoerig uitleg over de vele in het domein verspreidde ingegraven bunkers. Het zorgde bij de Ronny voor wat humoreske scepsis. 'Als ze dan toch ingegraven werden waarom waren er dan vensteropeningen in voorzien ? '. Tja ... om op de vensterbanken bloempotten te kunnen zetten waarschijnlijk. Het zorgde voor wat komische hilariteit onder het gezelschap. Deze bunkers stammen af uit het begin van de 20ste eeuw. Ze liggen rijkelijk verspreid over het domein en liggen dus begraven onder de vele heuvels die het domein kenmerkt. Slingerend door het domein werden er een aantal paaltjes gestapt. Aan de rand van de antitankgracht ter hoogte van het Fort van Brasschaat werden de boterhammekes bovengehaald. In de lommerte ! Zalig op de kont in de beemd. De Marc had dat slim gezien bij het uitstippelen van het parkoers. Stappen bij zulk een tropisch hitte is geweldig zwaar. Dan zorg je best dat je in de schaduw of tussen de lommer van de bomen kunt wandelen. De Catsjoe die er dus ook terug bij was kon het zich gemakkelijk veroorloven om de koelte op te zoeken door geregeld een duik te maken in de grachten. Een pintje drong zich op in de Paddock. Volgens de Marc kon je in dat café met je paard binnenwandelen om er iets te drinken. Onder een parasolleke op het terras werden de dorstige kelen gesmeerd. De Ronny zijn exposé was bijlange nog niet uitgezongen waardoor we een beetje de tijd uit het oog verloren en we moesten nog naar het vliegveld van Brasschaat tenen voor een volgende pi'n'tstop in de voormalige officiersmess van het leger aldaar gelegen. Na een goed uurtje kwamen we ook daaraan. Eventjes kennismaken daar met de Marc zijn jongste dochter die er verblijft .... wat een lieve schat van een meid ! Eigenlijk was het veel te warm om nog verder te wandelen. We hebben ons daar dan maar op een terras gezet. De Ronny was nog altijd niet uitgezongen en de Tripel 'Oude Kaart' smaakte er voortreffelijk. Bijgevolg werd de klok helemaal ontzien en bovendien dreigde er nog een hevig onweer los te barsten dus moesten we beroep doen op een bezemwagen om terug ten huize Marc te geraken. Monique pikte ons daar op en éénmaal terug thuis had ze nog een avondmenuke voor ons in petto. De totale verwenning. Wat een uitgelezen dag is dit toch weeral geworden ! Iedereen dus oppertevreden. Enne, dankjewel Monique en Jolien voor jullie sympathieke bijdrage hieraan.
100 jaar na de Grote wereldbrand van '14-'18 worden er in onze Westhoek massaal evenementen op poten gezet om deze verschrikkelijke periode uit onze Vaderlandse Geschiedenis te herdenken. Enerzijds nieuwsgierig naar al deze luister en anderzijds een interesse in literatuur dienaangaande, die zowel ik als m'n stap- en pelgrimsvriendin Els delen, bracht ons naar Ieper. Ieper, de stad die op het Godshuis na volledig plat werd gelegd in deze oorlog. De indringende verhalen schuilend in de boeken 'Oorlog en Terpentijn' van Stefan Hertmans en de 'Witte Veer' van John Boyne gaven de aanzet om daar met ons tweetjes in Ieper een educatief wandelingetje op poten te zetten.
Een bezoekje aan het Flanders Fields Museum gevolgd door twee korte luswandelingetjes zouden moeten volstaan om een impressie te kunnen krijgen van het vroegere oorlogsgebeuren. Eén wandelingetje op de vestingwallen van Ieper en ééntje op het oostelijke instappunt van de Ypres Salient, de Ieperboog, vlakbij het kasteel D'hooghe. Het zou lukken.
Dat dit een welgevulde stapdag ging worden stond buiten kijf en Els zou daarvoor erg vroeg van onder de veren moeten uitkruipen. Helemaal vanuit Dordrecht gekomen stond ze al om 7u aan onze deur. Ik was nog de prut uit mijn ogen aan het wrijven toen de bel ging. Zie, daar is ze al ! Dat was weeral een blij weerzien, ook al was het door prutogen bekeken. Samen ontbijten, een schoofzakje maken, een stappenplan overlopen ... we gingen precies op schoolreis ... en hop richting de Westhoek. Het regende bakken water maar gelukkig waren de weersvoorspellingen gunstig. Rond 10u30 waren we in Ieper, de voormalige kattenstad en nu sinds het bezoek van de paus, enkele jaren geleden, omgedoopt tot Vredestad. Het weer was helemaal omgeslagen. En ten goede. Blauwe wolkenhemel en een strak windje, helemaal niet koud. We begonnen onze staptocht aan de Menen Poort. Het kolossaal monument opgericht ter herinnering van de honderdduizenden soldaten van de Commonwealth die er tijdens de WO1 het leven lieten.
Een tijdje geleden heb ik op FB een buurmeisje uit mijn jeugd ontmoet. Na haar huwelijk emigreerde ze naar Australië. Begin februari postte ze op FB het bericht van het overlijden van de 92 jarige klaroenblazer Antoon Verschoot. 60 jaar lang had hij de Last Post geblazen onder de Menenpoort. 15000 keer naar verluidt. Een partituur zal deze brave man niet meer nodig gehad hebben. In een reactie op haar bericht meldde een Australische FB-kennis haar dat een met naam genoemde grootnonkel daar in Ieper waarschijnlijk ook wel een graf zou hebben. Ik heb de naam opgezocht in het register van de gesneuvelden en jawel, hij staat er bij. Misschien doet een fotootje van zijn in de Menenpoort gebeitelde naam haar ginds down under wel een plezier ? Na enig zoekwerk konden we zijn naam terugvinden. Gelukkig stond de naam van deze held onderaan gebeiteld op de muur en konden we er een fotootje van nemen. Stap 1 van het plan werd alzo genomen. Stap 2 ging richting 'Flanders Field Museum' uit. Daar hebben we wel bijna 3 uur in rondgewandeld inclusief een klimpartijtje tot boven op de belforttoren. Is dat nu weeral toeval of niet ... daarboven op het belfort kwamen we een Australische dame tegen. Ze droeg het blauwe Santiago T-shirt met de gele schelp. Ze had ook een stukje Camino gelopen. One hundred and ten K !!!, verklaarde ze fier. Terecht ook hoor en het herinnerde me er aan, niet dat ik het vergeten was, dat mijne stapmaat de Ronny vandaag zou terugkomen van zijn pelgrimstocht. One thousand and eight hundred K en nog wat losse flodderpaaltjes ☺☺. Ik ben ondertussen de tel kwijt. Dat museum is beslist de moeite waard. Ronduit prachtig en het laat je een diepe indruk na van het uitzichtloze soldatenbestaan van destijds. Ronselpanelen, videogetuigenissen, dagboeken, foto's, oorlogstuigen, obussen, bommen en noem maar verder op. Arme stakkers waren het langs beide zijden van het front. Helden zijn het zeker maar deze erebenaming werd hen maar eerst toegekend achteraf ... gemaakt ergens in een kantoortje achter een comfortabel bureau. Zo, dat museum was erg leerzaam. Vervolgens stap 3, een wandelingetje langs de vestingwal rond Ieper. Een vesting nog ontworpen door de Franse vestingbouwkundige Vauban in opdracht van de Franse zonnekoning Louis XIV. De Nederlandse vestingbouwkundige Willem Lobrij gaf er tussen 1815 en 1830 definitief vorm aan. Heel mooi miniwandelingetje door parken geschraagd met waterpartijen. Uniek decor voor een openluchtpicknick vonden zowel ik als Els en bijgevolg vond de schoofzak daar aan een picknicktafeltje zijn finale bestemming. Bij stap 4 stonden we op de parking van het pretpark Bellewaerde. Daar vlakbij staat het Hooge Crater Museum. Goed voor een pintje, een 'Omertje' in het aanpalende café na de hier geplande wandeling. Een hotelier vlak naast het museum heeft hier op zijn domein een authentiek stukje oorlogsgrond met loopgrachten, een bunker en wat curiosa uit deze periode bewaard voor het nageslacht. Vrije toegang. De vijver die later ontstaan is bij de ontploffing van een grondmijn is prachtig. In de zomer van 1915 kwamen de Britse troepen hier in de problemen omdat de Duitsers hun frontlijn tot aan het Hooge hadden weten uit te breiden en van hieruit een onbelemmerd uitzicht hadden op de Britse frontlijn. Met een beperkte maar doelgerichte aanval probeerden de Britten deze Duitse stelling te likwideren. Op 19 juli 1915 brachten de gespecialiseerde Tunneling Companies van de Royal Engineers 1700 kg springstof tot ontploffing onder hun stellingen waarna de geallieerden de ontstane krater bestormden. Deze plek kreeg van toen af haar naam de Hooge Crater en is tegelijkertijd nu één van de oostelijke instappunten van de Ieperboog. Onderaan mijn fotokes staat er wat uitleg over de Ieperboog. Een wandelingeske van een 10 tal kilometertjes pal op de frontlijn, herkenbaar afgebakend met herdenkingsbomen, leidde ons naar enkele militaire begraafplaatsen. Kraaknette dodenakkers met gemilimeterde grasvelden en opgelijnde grafzerken. Het Franse militaire kerkhof St. Charles de Potyze met meer dan 4000 graven is indrukwekkend. Met hier en daar verspreid een sierlijke grafzerk van een soldaat-moslim aan te treffen zet dit je toch wel even aan het denken. Na het toerke dat Omertje dus. Els trakteerde maar het kostte haar als Nederlandse toch enige moeite om het Westvlaams van de kelner te vatten. Er heerste duidelijk taalverwarring, zowel bij de bestelling als bij de afrekening. Van het woordje 'Weuk ?' had ze nog nooit gehoord. Ik had het haar vooraf moeten aanleren. 't Zou de conversatie vergemakkelijkt hebben ! Els had het moeilijk om zich een loopgraaf in te beelden. Stap 5 : De Yorkshire Trench & Dug Out site zou daar duidelijkheid in brengen. Op een 8 tal kilometer gelegen buiten Ieper Centrum middenin een industriezone en vrij toegankelijk. Het was eventjes zoeken ernaar maar toch gevonden. Vooral de Dug Out sprak tot onze verbeelding. Twee trappen, gegraven vanuit de loopgraaf, van 20 meter lang onder een hoek van 45° tot op een diepte van 10 meter leidde naar een twaalftal ondergrondse vertrekken van hooguit ne kuub of 16 schat ik. Deze moesten de soldaten bescherming bieden tegen de bommenregen. Het is gewoon onvoorstelbaar hoe de sukkelaars daarin moesten zien te overleven. Het bezoekje aan deze site was beslist de moeite. Ook deze onderdompeling in het oorlogsverleden was erg leerzaam. Terug naar Ieper nu want ondertussen was het al na zessen. Nog een klein en lekker dineetje op de Grote Markt van Ieper moest de opgekomen honger stillen vooraleer stap 6 aan de orde kwam. Om 8 uur stipt was het verzamelen geblazen voor de Last Post ceremonie. Een cohorte Britse onderdanen, gekomen met autobussen, waren er al vroeg present. Heel de poort stond vol volk en een delegatie van de British Royal Guardsmen in strak galatenue en voorzien van wapperende regimentsvaandels moesten deze Last Post van de nodige militaire omlijsting voorzien. Een Brits zangkoor was er eveneens aanwezig en onder hun gezang werden er bloemenkransen aangedragen en neergelegd door Britten die daar hun gesneuvelde voorvaderen kwamen eren. Het klaroengeschal van de Last Post werd gebracht door vrijwilligers van de Ieperse brandweer. Een prachtig moment waarmee we onze wandeling stijlvol konden afronden.
Het is aandoenlijk dat er na 100 jaar nog zoveel aandacht wordt geschonken aan de gesneuvelden. Het is de heroïek volgens mij die de drijfveer is van deze aandacht. Voor Ieper is het een bron van inkomsten en de commerce doet er gouden zaken. Het gebrachte offer van zovele onschuldige en onwetende sukkelaars zou als motief voor deze handel een onderwerp van discussie kunnen zijn. Zo we waren rond. Ondanks het minder opwekkende onderwerp zijnde dood, vernieling en waanzin werd het toch een memorabele en leuke uitstap. De vrolijke compagnie van ons Els zal daar zeker wel debet aan gehad hebben. Ik ben er eigenlijk zeker van !
Tijdens de volledige duur van de Eerste wereldoorlog was de stad aan drie zijden omringd door Duitse troepen. Door de Britse verdedigers werd deze boog in het front de 'Ypres Salient' genoemd. Bij de Franse stad Verdun, verder naar het zuidoosten, deed er zich eenzelfde situatie voor. De Duitsers slaagden er echter nooit in de stad te veroveren. De Duitse cavalerie had nog voor de gevechten begonnen rond Ieper, de stad kunnen binnendringen en doortrekken. Deze veldtocht duurde maar enkele dagen. Ondanks een aantal groots opgezette veldslagen die aan 500.000 soldaten het leven kostten, bleef Ieper uit handen van de Duitsers. Eerste Slag om Ieper : Op 21 oktober 1914 begon de Eerste Slag om Ieper. Het 26ste Duitse reservekorps stond tegenover Franse en Britse troepen. Om zes uur vielen de Duitsers aan, maar ze verloren al gauw de strijd. De Duitse soldaten probeerden het later nog twee maal, maar zonder succes. Op 22 november 1914 besloot het Duitse Oppercommando het offensief te staken. Tweede Slag om Ieper : De Tweede Slag om Ieper begon op 14 april 1915 rond Hill 60. Het waren opnieuw de Duitsers die het opnamen tegen de Fransen en Britten. Deze slag staat vooral bekend omdat er voor het eerst chloorgas werd gebruikt nabij Ieper. De Duitsers maakten gebruik van gifgas op 22 april 1915. Later is door de Duitsers ook mosterdgas gebruikt. Het kreeg zo de benaming yperiet omdat het hier voor het eerst op grote schaal werd ingezet. Derde Slag om Ieper : Op 31 juli 1917 begon de Derde Slag om Ieper. De Britse veldmaarschalk Douglas Haig wilde de Duitsers de genadestoot toebrengen. De slag zelf werd gestreden op 10 november 1917. Men noemt de slag ook wel de Slag om Passendale, naar het dorpje nabij Zonnebeke. Dit dorp werd geheel verwoest. Vierde Slag om Ieper : Op 18 maart 1918 werd de Vierde en laatste Slag om Ieper gestreden. Na deze laatste slag was de stad Ieper geheel verwoest. Op 28 september 1918 verlieten de Duitsers Langemark. Ruim zes weken later, op 11 november 1918 om elf uur in de ochtend was de oorlog officieel afgelopen. Het duurde nog 50 jaar vooraleer de stad helemaal opnieuw was opgebouwd. De Britten hadden hierover gemengde gevoelens. Ze wilden de ruïnes van de stad eerder in zijn geheel bewaren als oorlogsmonument.