zondag 8 november 2020

Kallo Natuurwandeling


Erg groot is de keuze niet wat betreft vrijetijdsbesteding tijdens een lockdown. Maar een wandelingetje kan nog wel, het ontsnapt nog juist aan de viruscensuur. Het mooie weer in acht genomen zou een klein toerke in Kallo tot de mogelijkheden kunnen behoren. Op Routeyou nog vlug een trackje gepikt en weg ! Autoke aan de kerk daar gedropt en stappen maar ! Een klein parkje met een vijver diende als opwarmer. Kallo is niet groot wat betreft bewoonde oppervlakte en eens je de brug van de Melkader over bent beland je al in het natuurdomein de Lisdodde. 

Heel dit natuurterrein dat als een smalle repel aanleunt tegen de Melkader zag er maar verfomfaaid uit. Veel dood hout en ontwortelde bomen. Een beetje het decor voor een doodsprentje. De paadjes gaven er met al het opgeschoten onkruid ook al geen frisse indruk. Enkele kluppelpaadjes leiden naar het ernaast gelegen golfterrein van Kallo. Dat lag er wel iets mooier bij. Ondanks het coronaverbod dat geldt voor een georganiseerde outdoorsport konden enkele groepjes golfspelers er toch in alle rust tegen een balleke meppen. Waarschijnlijk werd er bij uitzondering een toelating verleend door het gemeentebestuur. Zo werd hiermee aan het verbod een mouw gepast. Geef nu toe : Staat de golfsport op de elitaire ladder niet enkele sporten hoger dan een wipschieting op de achterkoer van een boerencafé ? 

Na de Lisdodde liep het pad voorbij de voormalige zeemachtkazerne Fort St. Marie en zo verder naar het Groot Rietveld. Dit immens ruige natuurterrein ligt tussen de Kwarikweg en de vlakte van Zwijndrecht. Deze vlakte grenst aan de Schelde waar ze afgezoomd wordt door chemische bedrijven. Het zou een mooi gebied zijn ware het niet dat talrijke hoogspanningsmasten en een rookbrakende industrie als skyline, danig hun best doen om dit Groot Rietveld te ontsieren. Maar goed, een wandeling daar verkies ik toch boven een slentermars op de Meir. Aan de immense hopen paardenkeutels te oordelen moesten hier ook paarden rondlopen. Ik ben er 2 tegengekomen. Konikpaarden, ze zaten in de rui. Ze stonden op een paadje te grazen en trokken zich van mijn aanwezigheid en mijn passage niet al te veel aan. Gelukkig was het droog weer want ik vermoed een zompige bodem bij felle regenval.

Samen met de rietmoerassen aan de overkant van de Kwarikweg wordt er hier een 80ha groot natuurgebied gevormd. Het is de bedoeling dat dit immense gebied helemaal vol rietkragen zal groeien. Voor een bezoek aan het rietmoeras zelf moest ik dus de Kwarikweg oversteken. Een kleine klim bergop naar een berm van een meter of 15 hoog brengt je op een hoogte van waarop je het hele moeras kan overzien. Op deze berm wandel je zo het ganse moeras af langs de zijde van de Keetberglaan. Prachtig decor maar denk daarbij dan even de masten en fabrieksschouwen weg die het landschap domineren. Het nieuw aangeplante riet heeft hier veel te lijden gehad onder de foeragerende ganzen, dus voorlopig is er nog redelijk veel open water. Op sommige plaatsen, zoals o.a. aan de houten pontons zijn de rietkragen echter al mooi opgeschoten. In de plassen zelf groeien er ook rietkragen, maar dit is het riet dat vroeger in de grachten aan de randen van de akker- en weidenpercelen stond en nu terug is uitgegroeid. Al redelijk wat vogels vinden de bescheiden rietkragen erg aantrekkelijk. Er komt af en toe een bruine kiekendief over de rietkragen foerageren, de kleine karrekieten en rietgorzen vinden er eveneens hun gading en de meerkoeten, knobbelzwanen en eenden kunnen er in schuilen en broeden. Steltlopers zoals de grutto, de scholekster en de witgat komen in de ondiepe plassen hun kostje bij elkaar scharrelen. Deze info heb ik natuurlijk opgezocht want veel gevederde specimen ben daar ik niet tegengekomen. Ik denk dat ze vanwege lawaaihinder allemaal rustiger oorden hadden opgezocht.

Boven op die berm werd je geteisterd door een oorverdovend motorengebrul van racemotoren. Op de Steenlandlaan werden er straatraces gehouden. Leve de rust die de natuur je biedt 😊😊😊. Constant trokken die machines op met brullende motoren. Niet zelden op één wiel. Vanaf het rondpunt met de Keetberglaan vanwaar ze optrokken joegen ze hun motocyclette in het hoge toerental waarbij je dacht dat die steevast zou ontploffen. Op dat rondpunt had juist een idioot al rondjes rijdend in rodeostijl zijn patserkar aan frennen gereden. Al een geruime tijd hoorde ik het lawaai van gierende banden in de verte. Iets voor ik ter hoogte van het rondpunt kwam, nog steeds op de berm lopend, hoorde ik een klap en zag ik dat er een stofwolk opsteeg bij dat rondpunt. Dat moest er van zulke molekes komen ! Wat verder dan stond er een would-be Lewis Hamilton met zijn sjieke voiture tegen een betonnen vangrail. Show over, zijn schoon liedje was ineens uitgezongen. Ik kan me voorstellen dat die gast wel gevloekt zal hebben. Ik kon er echter geen greintje medelijden voor opbrengen. Hoe maf kan je zijn ? Een wandelaar die achter me liep belde naar de politie om het straatracen te melden. Ik weet niet of er gevolg aan gegeven werd. In alle geval ben ik dat lawaai van die racemachines nog tot in het dorp blijven horen. Misschien is het aangeraden om bij een volgende keer me van oorkleppen te voorzien. Zelfs tot aan de kerk waar mijn kar stond kon ik hen horen. Als dat zo elk weekend is wanneer er geschikt motorweer wordt voorspeld, dan beklaag ik de inwoners van Kallo. Dat staat gelijk aan terreur. Ik ben weeral maar eens aan het zagen dus ik sluit maar beter mijn wandelingetje af. Het was een klein toerke van 12 kilometer. Goed voor enkele uurtjes wandelfun. Meer moest dat vandaag niet zijn. Op die enkele minpuntjes na heb ik er toch plezier aan gehad. Een frisse neus heb ik gehaald en hopelijk, naar men in deze coronatijden moge beweren, werd tegelijkertijd de weerstand tegen de microben wat opgekrikt. We zullen het maar geloven zekers ? 

vrijdag 6 november 2020

Verrebroek en de NZ verbinding

Het voorspelde mooie weer leek me te uitnodigend om thuis te blijven zitten. Plannen waren er eerst niet maar uiteindelijk heb ik dan toch m'n rugzakske klaargemaakt en ben ik er op uit getrokken. De Ronny en de Catsjoe deelden precies dezelfde mening en rond 9u gingen we van start in Verrebroek. Met een op Routeyou gepikt en enigzins aangepast traceetje zouden we wel een dag in de Wase Polders kunnen vullen. Het zou tegen alle verwachting in een verrassing blijken. Mooi, ik ga er zeker nog terugkeren.


De ontwikkeling van het Wase havengebied daar in de regio heeft een zware impact gehad op de waterhuishouding en de beschikbare ruimte in de polders. De Vlaamse Milieumaatschappij zocht naar een remedie om deze impact op de natuur te milderen. De belangrijkste uitgangspunten hierbij waren : Het verbeteren van de waterhuishouding, het verhogen van de waterbergingscapaciteit en het herstellen en versterken van de natuur- en landschapswaarden. De herinrichting van de Noord - Zuidverbinding tussen Verrebroek en Kieldrecht, tot voor de werken een 4km lange paternoster van verschillende kreekjes en verwaarloosde beken, bood hierbij een oplossing. Ik was me er helemaal niet van bewust dat dit gebied op m'n wandelroute lag. En daar heb ik op het moment zelve helemaal geen spijt van gehad. Een mooie brochure over dit natuurgebied en hoe dit verwezenlijkt werd vind je hier : Noord - Zuid verbinding Polders.  

Bij het begin van onze jaartelling had de zee vrij spel en beukte de watermassa ongebreideld in op het schorrenland. De Wester- en de Oosterschelde bestonden toen nog niet als estuarium en boden geen bescherming aan het achterland. Tijdens opeenvolgende overstromingen die zich voordeden in de periode van de 9de tot de 12de eeuw stroomde de zee herhaaldelijk landinwaarts. Het watergeweld sneed doorheen de bodem en liet geulen van variërende diepte en breedte achter. Doordat zout en zoet water de kreken vulden, ontstond een brakke situatie die een geheel eigen flora en fauna opleverde. 

Nu, na afloop van de restauratie, oogt het geheel als een prachtig wandel- en natuurgebied. Het verraste ons enigszins want we hadden eerder een wat platte wandeling verwacht. Bij de start viel dit dus al erg goed mee. Met een stralend zonnetje en geen wind werd het nog beter. De stoompluim in de verte, komende uit de kerncentrale van Doel, getuigde hiervan. Ze steeg loodrecht naar de hemel.  Enig minpuntje was op de verre achtergrond het verkeerslawaai van de expressweg. Toch viel daar  best mee te leven. Ook wat jammer was dat er in de kreken daar blauwalg werd vastgesteld. Giftig en zeer schadelijk voor mens en dier. Er gold een verbod op recreatie. Dus geen pootjebaden, waterspelen of zwemmen.  Daar was het uiteraard ook een beetje te fris voor. Het was dus opletten geblazen dat de Catsjoe er niet zou gaan drinken.  Zoiets durft deze bejaarde viervoetster al wel eens doen. 

Het traditionele "kommeke koffie" bij de aanvang van de trip moesten we al ontberen zodat een aperitiefje dit gemis enigszins moest goedmaken. Gezeten op een betonnen overspanning aan een beekje lieten we het frisse pintje ons smaken. Gegarneerd met wat gerookte en gepeperde zalmforel en nog een sauciske moest dit ons leven in dit aardse tranendal weer wat draaglijker maken. Ik overdrijf maar al die corona-ellende zet toch de domper op de levensvreugde van vele stervelingen. Een aperitiefje als onderdeel van een stevig wandelingetje  heeft hierbij dus eventjes wonderen verricht.  Wat mij betreft was de wandeling, die trouwens bijlange nog niet ten einde was, al geslaagd. Gezeten daar aan dat beekje .... pure meditatie als je het me moest vragen😋😋😋 !!! 

Nu ging het richting de Koningsdijk uit. Deze dijk ligt pal op de grens met Nederland. Al wandelend over die dijk zie je duidelijk het verschil tussen gesloten landschap in België en het open in Nederland.  Gezeten op een bankje voor ons schof leerden we er de historie van dit grensgebied. Een informatiepaneel vertelde me dat om de stormvloeden te keren men vanaf de 13de eeuw in verschillende fasen overging tot de inpoldering van de overstromingsgebieden. De kreken werden in een uitgebreid slotenstelsel ingeschakeld en hielpen mee de polders te ontwateren. De laatste fase van de Vlaamse inpoldering werd in de 17de eeuw ingezet. Ze diende de gebieden te herbedijken die om militair strategische redenen tijdens de Tachtigjarige Oorlog onder water waren gezet om Antwerpen te verdedigen. Het herstel van de doorgestoken en inmiddels zwaar gehavende dijken was geen eenvoudige klus. Er werden tal van nieuwe dijken opgeworpen terwijl van de oude dijken enkel nog de naamgeving overbleef. Weeral een leerrijk moment. Met het ouder worden vergaart men kennis wat heel goed is maar desondanks dit sterft men  in onwetendheid. Ik denk dat het den Dalaï Lama was die dit al filosoferend uit zijn botten sloeg.  

Het verdere verloop van onze wandelingen speelde zich af tussen uitgestrekte velden, smalle paadjes naast en op de dijken. Knap, hier en daar een tractor die het veld omploegde en daarmee een buffet opdiende voor honderden meeuwen op zoek naar pieren en wormen. Steevast de stoompluim van Doel op de achtergrond in een schitterend blauwe lucht. Het stappen ging vanzelf. Af en toe kreeg ik wel eens een stomp van de Ronny die me aan de afstandsregel diende te herinneren. Ja, die verlies je soms ongewild uit het oog. Aan een hoeve werd er take-away crème-glace verkocht. Het verwonderde me dat er mensen hadden plaatsgenomen aan het terras en dat er klein mannen in de speeltuin speelden. Dit was helemaal niet afgesloten gemaakt voor de kalandizie. Toegelaten of niet ? Geen idee, eerder niet zou ik denken maar ik laat het in het midden. Veel volk was er alleszins niet. De Ronny trakteerde met een bakje koffie en een 'kremmeke' zoals ze dat hier in het Waasland zeggen. Een mooi alternatief was dit voor een tripel 'Sinpalske', het brouwsel van de streek. Het had gesmaakt en we stapten verder. 
De trip zat er bijna op. 5 uur en je zag dat de avond al viel. Al vlug waren we aan ons eindpunt waar we van elkaar afscheid namen. Een mooie dag werd het die ze ons niet meer kunnen afnemen. In het huiswaarts rijden kleurde er juist boven de kim een avondzonnetje diep oranje. Enkele hoge wolkjes kleurden in Laura's laatste stralen lichtroze en paars. Sjiek panorama, een stralende dag kon ingepakt worden. Bovendien die mooie avondkleuren voorspelden voor de volgende dag opnieuw het mooie weer. Wat een luxe toch ! 



zaterdag 31 oktober 2020

Stekene - bij de messenvechters

Het mooiere voorspelde weer voor zaterdag deed me in extremis besluiten om er nog even op uit te trekken. Niet te ver, openbaar vervoer te vermijden dus moest er iets in de geburen gezocht worden. Ik gokte op Stekene, een dorp van 18.000 zielen in het Waasland. Van daaruit had ik graag de zuidelijke contreien gaan verkennen. Geen slechte keus zo bleek achteraf en tevens sloot deze toer perfect aan met de vorige solo-wandelingetjes daar in deze regio van het Waasland. 


Stekene, vele jaren terug .... na een week zwaar labeur op het veld, in het steengelaag of in de fabriek  ... : Moê ! M'n pree en me mes.  Wekelijks moesten de moeders de bede hunner schare zonen aanhoren wanneer dezen een stapje in de wereld wilden zetten. Als je aan een Stekenaar vraagt naar hun spotnaam is er maar één antwoord en dat luidt op zijn plat Stekens : "Messevechter".  In de prachtige blog van Tony De Ruysscher (†2018) doet hij het volgende verhaal : "Ik heb mijn vader altijd horen vertellen (in 1914 geboren) hoe hij als Kemzekenaar, nu deelgemeente van Stekene, de messenvechters moest ontlopen om te komen vrijen in Stekene met mijn moeder". Gelukkig behoort dit messengetrek nu tot de volksfolklore en kan je daar in Stekene redelijk veilig rondlopen. Het messentrekkersverhaal kent jammer genoeg nu haar vervolg in andere culturen en weliswaar met heel andere motieven. Maar ik wil daar niet over uitwijden.

Rond een uur of 11 liet ik m'n karretje achter in de kerkstraat, een zijstraat aan de indrukwekkende gotische kruiskerk in het dorpscentrum van Stekene. Neen niet gewapend met een mes maar met een mondkapje vanwege dat mottige coronavirus. Er was nog een markt aan de gang waardoor er wel flink wat volk op de been was. Stekene heeft een mooi dorpscentrum. Het verraste me enigszins. Het was jaaaaren geleden dat ik er nog eens geweest was en toen had ik daar helemaal geen oog voor. Het in neo-gotische stijl opgetrokken gemeentehuis is daar een mooie eyecatcher zoals ook de neogotische dorpspomp uit 1873 dat is. Er moet eveneens een schandpaal staan daar op het dorpsplein maar die is me ontgaan. 

Ik ging richting Stekense Vaart uit. Met een strakke wind op kop trok ik mezelf in gang voor 25 paaltjes. Het werden er uiteindelijk een kleine 20 omdat her en der de wandelpaadjes werden aangeslagen door de boeren en ik daardoor alternatieven moest vinden. Maar goed, onderweg naar die vaart liep ik voorbij het Zomerhuis. Jongelui onder het toezicht van sportmonitoren waren er volop aan het sporten. Op het terrein zelf hielden de jongelui zich netjes aan het dragen van het mondkapje. Eens buiten het sportterrein was het bij die jonge gasten even andere koek. Dat ga ik hier niet uit de doeken doen maar je kan het wel raden zeker ? 

Daar kwam de Stekense vaart in zicht zie ! Aan een bruggetje had een eenzame visser er in het gezelschap van een gans een lijntje uitgegooid. Mooi tafereeltje om zien.  Ik wandelde terug van die vaart weg om er later onverwachts en helemaal niet gepland er terug op te belanden. Op dat stukje wandelde ik door een gebied dat me deed denken aan de favella's in Juiz de Fora in Brazilië. Althans toch aan de populatie van volk dat daar resideert. Wat misschien eerst moest dienen als weekendhuisje verwerd door de jaren heen een heuse domicilie. Zelfbedruipend met generatoren, mazouttanks en houtstapels voor de stook houden de bewoners er zich in leven.  Golfplaten, verroest traliewerk, prikkeldraad en gescheurd zeildoek voeren kwa bouwstijl naast afgebladderde verf en stuntelig metselwerk zowat de boventoon. Koterijen zijn het met steevast een modderige voortuin alias junkyard waar er waakzaam toezicht gehouden wordt door razende honden, zijnde verbasterdeerde kruisingen die je zelfs in je stoutste dromen niet wil tegenkomen. Ik had spijt dat ik m'n 'dazer' niet bijhad. Zo een kaske waarmee je ultrasoon geluid fabriceert die de honden wegjaagt. Tja, 1 keer op 3 heb je daar succes mee. Zo niet is het ofwel dat ze niet reageren, ofwel nog veel kwaaier worden. 


Ik belandde terug aan die Stekense vaart. Dit bezoekje was helemaal niet vooruit gepland. Het toertje was uit de losse mouw geschud en wat bleek ? Bingo ! Deze vaart is een natuurpareltje van jewelste. Deze Stekense Vaart of ook het Kanaal van Stekene genoemd is een kleine 5km lang. Het werd gegraven in het noorden van de provincie Oost-Vlaanderen en verbindt de Moervaart met Stekene. In het verleden liep het kanaal door tot in Hulst en had het een belangrijke economische functie. Langs beide oevers omringd door stiltegebieden vormt de Stekense Vaart thans het decor voor zachte recreatie. En daar wil ik van getuigen. Aan de ene kant van de vaart een grindpad, de andere kant ligt er een aardewegel naast de vaart. Prachtig stukje wandelgebied dat even het volmaakte panorama bood voor een herfstdecor. Tanend groen aan bomen en struiken, een rimpelloze wateroppervlakte waarop de stervende afgewaaide bladeren verkleuren en vervolgens dood naar de bodem zinken. Weinig tot geen volk te bespeuren, noch wandelaars, noch fietsers. Misschien was dit wel te wijten aan de nog in extremis uit te voeren boodschappen in aanloop naar de nakende lockdown. Nog wat hamsteren was waarschijnlijk de boodschap   ! 

Nog steeds was er die frisse strakke NO-wind die het uitwaaigevoel aanscherpte. Zo een frisse kop krijgen was deugddoend en met dat gevoel was ik aan mijn laatste kilometers toegekomen. Die zouden me naar het oude steengelaag brengen. In symbiose met de Stekense vaart ontstond er in de regio ook de ontplooiïng van de tegelnijverheid. De vaart speelde tevens een belangrijke rol bij het vervoer van turf uit de veenmoerassen ten oosten van Hulst en later vlas en dus ook de producten die door de talrijke Stekense tichelbakkerijen in de buurt van het Steengelaag vervaardigd werden. Vanaf de 15e eeuw werden miljoenen tegels, dakpannen en bakstenen vervoerd door schuiten die door paarden en zelfs mensen langs het jaagpad werden getrokken. Allez hop, er plakt weeral wat geschiedenis onder m'n bottienen. Goed, daar stond ik dus aan het steengelaag. Dit gebied wordt nu beheerd door Natuurpunt. Meer dan honderd jaar drukte de mens zijn stempel op dit landschap, maar nu is het teruggegeven aan de natuur. Het gebied is 31 ha groot en bestaat uit kleiputten, jong elzenbos, een oudere populierenaanplanting met heel wat dood hout, een grote vijver en een bloemrijk hooilandje. Die grote variatie oogt voor de wandelaar erg aantrekkelijk. Deze schakering in landschappen staat borg voor een grote natuurrijkdom. Doorheen het gebied loopt een wandelpad van ongeveer 2km lengte, aan de achterzijde van de grote vijver is er een vogelkijkwand.Ik had er een kleine wandeling in uitgestippeld maar ik kreeg de indruk dat de paden wat overwoekerd waren. Ik vond er enkele niet terug. Een glimp van een beverdam heb ik tussen het gebladerte door wel kunnen opvangen. Er waren trouwens mensen met bosmaaiers bezig om de paden te ruimen. Ik moest me beperken tot het pad dat rond het natuurgebied liep. En hiermee liep m'n toerke dan ook ten einde. Ik was zo terug in het dorpscentrum aanbeland. Prachtig wandelingetje, het was goed geweest !



vrijdag 23 oktober 2020

Lochristie - Kanaal Gent/Terneuzen

Zo, de puzzel 'Moervaart' is weer een stukje completer. Verleden week kwamen de stukjes tussen Mendonk en Wachtebeke aan bod, nu was het de beurt aan deze tussen het Zeekanaal Gent - Terneuzen en Mendonk. Heel die Moervaart heb ik dus afgewalst, te weten tussen het Zeekanaal aan het Terdonk Veer en Daknam waar ze zich met donderend geraas in de Boven Durme stort. Ik overdrijf een beetje met de superlatieven maar goed, er gaat niemand van dood. Om dit laatste stukje te verschalken betaalde ik een prijs ! Het werd namelijk een minder mooi parcours dat er bij deze uit de bus viel. Het zouden 25 bornes worden zonder 1 metertje onverhard pad. Ik kon het echter vermoeden bij het uittekenen van dit toerke. Overal beton en verhard wegdek en de keren dat ik op gras heb gestapt waren deze om uit te wijken in de berm bij het tegemoet stappen van aanstormende snelheidsduivels. Wat wil je ? Een industriegebied is nu éénmaal niet de plaats bij uitstek om aan de eisen van een natuurwandeling tegemoet te komen. 


Ik vertrok in Lochristi, de bloemenstad befaamd om de azalea- en begoniateelt. Toen ik er aankwam en mijn karretje ergens dieper in het dorp stalde kreeg ik maar een sombere indruk van Lochristi. Was het nu het mistige weer dat hier de oorzaak van was ? Ik betwijfel het een beetje. Een chaos aan bouwstijlen, slecht onderhouden voetpaden en gevels waren hier volgens mij debet aan. Dit in schril contrast met het frissere deel Lochristi waar de Antwerpse Steenweg N70 doorloopt. Tot iets voor Oostakker liep ik op voetpaden door de bebouwde kom. Ik passeerde er het crematorium van Westlede waar er zo te merken weinig bedrijvigheid heerste. Zoveel te beter. 

Enkele kilometers verder kwam ik aan het bedrijventerrein waar Volvo Gent haar gefabriceerde trucktractors stalt. Een megaterrein met duizenden kleurrijke voertuigen. In de geburen daar trof ik een pijl aan met de heuglijke vermelding : 'Executieoord' die kant uit! Om het lugubere nog wat te accentueren stond het bord opgesteld in de 'Gefusilleerden' straat. "Waar woon je beste man" ? Een vraag zoals een ander en ik denk dat het dan handig is om dan over een adreskaartje te beschikken. 

Eens Oostakker door vroeg het enig inzicht om de R4 - John F Kennedylaan over te kunnen steken. Een wirwar aan tunnels, op- en afritten geconcentreerd op een rotonde zorgde voor de nodige complexiteit van het geheel. Het is me dan toch gelukt en links voor me lag de Volvofabriek, rechts de Hondafabriek die via de Kanazawastraat bereikt kon worden. Ik was bij het uitspreken van deze straatnaam bijna aan kaakchirurgie toe. De shift was juist afgelopen en het was daar een drukte van jewelste. Al die shiftmannen repten zich met spoed naar huis. Voetpaden waren er niet zodat ik me met m'n wandelbottienen tussen die overhoop aan naar huis kerende auto's meer een zonderling voelde. Ja zeg, dat zijn daar gigantische fabrieken. Ondertussen was de mist verdwenen en kon je hier en daar een flard blauwe hemel spotten. 

Hoera ! Het veer Langerbrugge bracht men naar de overkant van het kanaal. Dit veer vaart constant op en neer dus lang heb ik er niet op moeten wachten. Voilà, daar had je nu het Zeekanaal Gent-Terneuzen zie ! Het Kanaal van Gent naar Terneuzen is een kanaal dat de stad Gent in België verbindt met de Westerschelde, waardoor de stad een rechtstreekse verbinding met de Noordzee heeft. Het kanaal mondt uit in Terneuzen, op enkele honderden meters van de Westerscheldetunnel.In 1823 besliste koning Willem I (toen België nog deel uitmaakte van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden) om de Sassevaart te verlengen naar Terneuzen. Tussen 1830 en 1841 was er geen vaart door het kanaal van Gent naar Terneuzen, aangezien Nederland de Westerschelde had afgezet na de onafhankelijkheid van België. Ter hoogte van Zelzate plaatste de Belgische generaal Niellon palen in het water om te voorkomen dat Nederlandse schepen Gent zouden bereiken. Het kanaal verzandde. Pas in 1841, nadat de vaart terug was uitgebaggerd, ontstond weer scheepvaart langs het kanaal. Vanaf 1870 werd het kanaal van Gent naar Terneuzen verdiept en verbreed. Hinderlijke bochten zoals in Langerbrugge, Rieme, Rodenhuize en Zelzate werden weggewerkt. Ook werd het kanaal verlegd via een nieuwe kanaalarm bij Zelzate. Diverse bruggen op het Belgisch grondgebied werden eveneens herbouwd. De werken op het Belgisch grondgebied waren klaar in 1881. Het kanaal heeft een totale lengte van ongeveer 32 kilometer. De waterdiepte van het kanaal bedraagt 13,50 m en is daarmee toegankelijk voor schepen tot 125.000 ton. De maximale afmetingen van zeeschepen bedraagt 265 * 36,5 * 12,50 meter. Op het Nederlandse grondgebied bedraagt de breedte op de bodem 62 meter en bij de waterspiegel 150 meter. In Vlaanderen zijn deze afstanden respectievelijk 67,7 meter en 200 meter. Zo, tot hier enkele weetjes over deze waterweg want ik stap nog wat verder. 

Op het stukje N474 Langerbruggekaai die naast het kanaal loopt overheerst de industrie. Tussen de grootse bedrijfscomplexen trof ik nog enkele industriële relikwieën aan. Het gebouw van de 'Centrales Electriques des Flandres' zou een juweeltje kunnen zijn. Het deed je herinneren aan die ouderwetse blokkendoos. Ja, die met de blokjes met houten boogjes, timpaantjes en de rode doorschijnende mica venstertjes en deurtjes. Het is jammer dat men dit patrimonium niet onderhoudt. Her en der tref je kapotte vensters in de gevel aan en de plantsoenen zijn met onkruid overwoekerd. Iets verder naar Terdonk op kom je nog een hele rij kraakpanden tegen. Ruiten en deuren ingeslagen, ingestorte zolderingen en daken en overal tonnen rondslingerend stortafval. Blijkbaar liggen de prioriteiten van het gemeentebestuur niet bij een propere omgeving voor de iets verderop in wijken wonende Gentenaren. Op die Langerbruggekaai waande ik me soms op de Nurburgring. Geen voetpad en de auto's vlammen er serieus door. Regelmatig moest ik de berm in duikelen om het veilig te houden voor lijf en leden. Het leverde me een déjà vu op ! Op m'n 1ste camino bij de doortocht van Noord Frankrijk moest je ook zo op je 'qui vive' zijn of ze reden je er van je sokkel. En zeker op die routes nationales. In Terdonk moest ik terug het veer nemen naar de overkant. Op het Belgisch gedeelte van dit zeekanaal zijn er trouwens maar 2 veren. Dit van Langerbrugge en Terdonk. Bij deze staan ze op mijn wandelpalmares. Ook dit veer vaart constant over en weer. Zelfs zware vrachtwagens met oplegger maken er gebruik van. 

Eens aan de overkant vond ik er een bankje voor m'n schaft. Iets meer natuur nu en deze keer viel het me op dat het met het herfstoffensief menens is geworden. Afgevallen bladeren dwarrelen in het rond. Het groen maakt overal plaats voor zachte tinten geel, oker, roest en abrikoos. En daar op dat bankje gezeten kon ik even genieten van deze schitterend mooie herfstcomposities. Met het kanaal op de achtergrond verzachtten deze de saaie aanblik van de industriële omgeving waar fabrieksinstallaties en bedrijfsgebouwen het uitzicht domineren. Na m'n boterhammeke ging het richting Mendonk uit. M'n ontbrekende stukjes Moervaart werden hier bijeengesprokkeld en zo was er 2/3de van m'n parcours afgelegd. Langs betonbanenaangelegd in 1963 ging het vanuit Mendonk terug naar Lochristi. Ik schat deze baan een goeie 6km lang waar landbouwgronden en boerderijen afgewisseld met slierten onooglijke villa's in lintbebouwing het enige bekijks waren. Saai dus ! Wat me opviel was dat er opnieuw geen voetpad te bespeuren viel. Wie hier komt wonen moet over wielen beschikken of atletisch aangelegd zijn. Dit laatste om het hier razende verkeer te ontspringen. Een wandelingetje in de geburen met een rollatorke moet je als bejaard persoon niet overwegen. Je hondeke uitlaten evenmin. Nu goed, het verkeer zal destijds bij de aanbouw niet een bepalende factor geweest zijn.
Als je zo alleen aan het wandelen bent laat je de molen in je hoofd z'n gang maar gaan. De gekste dingen komen dan op in je kop gaande van verwondering naar verbijstering, van kritisch denken naar zelfanalyse tot zelfs eigenspot. Je krijgt volop de tijd om zaken of problemen uit verschillende ooghoeken te benaderen en hiervoor oplossingen te zoeken. Wandelen is echt meer dan de éne voet voor de andere te zetten. Het is een therapie die werkt want buiten rust en ruimte geeft wandelen aan je geest voelbaar een verkwikkende boost. 
Oeieoeieoei, tijd om af te sluiten want ik begin de lyrische kaart te trekken. Rond het spitsuur kwam ik terug aan m'n kar en reed op m'n gemakske huiswaarts. Nog wel even vlug debriefen : Deze 25km, op het schaft na, werden zo goed als nonstop gelopen. Het ging me beter af dan verleden week. Zelfs erg goed. Te weten dat een wekelijkse oefening loont stemt me positief. Wanneer ik aan m'n camino del Norte kan beginnen is nog koffiedik kijken maar eens dat er terug perspectief is wil ik niet dat m'n fysieke conditie roet in het eten strooit. Onderhoudswandelingetjes moeten dit voorkomen. Zo hoop ik toch en nu laat ik het hierbij.