donderdag 14 januari 2021
Klein Brabant, bijna een habitat
donderdag 10 december 2020
Domein Puyenbroek.
Verleden week kon ik bij mezelf weinig enthousiasme bespeuren om aan een wandelingetje te beginnen. Het weer zat voor te beginnen al niet mee en vervolgens vond ik geen inspiratie omtrent een lokatie. Die lelijke grijze lucht had wat invloed op het gemoed vrees ik. Tel er nog her en der wat familiaal gepieker bij met als toemaatje het perspectiefloze covidvertellingske en je hebt al vlug een verklaring voor dit dipje. Vlug die dwaze dwarrelende gedachten wegzetten doe je best met de draad terug op te nemen en een toerke te gaan stappen. Stappen als remedie tegen een dipje kan hierbij behulpzaam zijn. Zo gezegd zo gedaan. De Ronny en den Hugo zagen dat ook wel zitten en gaven present.
Op de parking van Domein Puyenbroek lagen start en eindpunt broederlijk naast elkaar. Om 9uur zouden we eraan beginnen. Den Hugo had ik eerder al opgepikt in Temse, de Ronny en de Catsjoe zou ik op de parking treffen. Die waren juist voor ons toegekomen. Vlug de bottienen aan en komaan beste vrienden : Gas geven !
De eerste kilometers volgden de loop van de Zuydlede. Een vredige start met een al even peisvol vervolg langs haar kronkelende oevers. Het ochtendlijke panorama aan deze mooie waterloop leverde enkele betoverende fotootjes op. Wat kan de natuur toch prachtig zijn. Zelfs op een grauwe decembermorgen. Een eenzame visser had daar post gevat en zijn zinnen op de vangst van snoek gezet. Een vrolijke kerel. De Ronny wilde natuurlijk weten of zijne snoek na vangst in de 1 of andere pan zou belanden. De visser, een beer van een vent, gewaagde verbolgen van niet. Vuur maken aan een waterloop is verboden. Dit verbod kwam er nadat er werd vastgesteld dat clans van oosteuropese arbeiders zich zorgenloos wijdden aan het leegvissen van de Vlaamse waterpartijen. En vervolgens er een openlucht 'braai' op nahielden waarbij menig voorn, brasem of zeelt naar de eeuwige visvelden verhuisde. Nee, een snoekbaars of een vette paling waren de enige specimen met kieuwen en vinnen die onze sympathieke visser nog enige culinaire bevrediging konden schenken . Nog een prettige dag verder maat, we moeten nog wat verder ! We stapten verder een bruggetje over waarna we door het open veld terug richting Puyenbroek stapten. Beetje omweg moesten we maken want ik had een stukje privaatweg mee opgenomen in het traceetje. Helemaal geen ramp.
Ik had onze maat op de hoogte gebracht van de strenge richtlijnen die gelden op het domein voor hondenbezitters. In een recensie over het domein klaagde een bezoeker dat hij op de 3 uur tijds dat hij er vertoefde wel 5 keer door een boswachter werd gecontroleerd of zijn beest aangelijnd was. Zulke beperkende regels vallen bij gebrek aan tegemoetkomende alternatieven niet in onze maat zijne smaak. Om de bos- of parkwachter op een verkeerd been te zetten had hij er al eens aan gedacht om een leiband van visdraad te maken. Onzichtbaar maar wettelijk gezien, aangezien aangelijnd, toch niet in overtreding. Neenee, onze Catsjoe liep vandaag mooi mee aan een uitrolleiband. Ze had helemaal geen bezwaar over de geldende regels.
In de geburen van een bijna 100 jaar oud gebouwtje waarin een pompgemaal huisde hielden we ons schaft. Eerst wat aperitieven, je kent dat ondertussen al wel hè ? Van het glazeke wijn en de hapjes ? Vervolgens werd de schoofzak aangesproken. Voor het dessert zorgden den Hugo en de Ronny. Den Hugo had koekjes en marsepeinpralinnekes bij, de Ronny prepareerde voor ons een Irish Coffee. We konden er weeral tegen. Na de picknick ging het richting vijvers uit. We passeerden daarbij het knuffelhuisje waar iets verderop een onderhoudswerkman van het domein in een hooistal met rakelen bezig was. Nadat de Ronny deze man aansprak bleek hij naar de naam Luc te luisteren. Een open gesprek volgde. Zijn arbeidsrelatie met Sandra, zijn bazin, was naar zijn zeggen van een dermate kwaliteit dat hij zich met volle plezier aan zijn job wijdde. Kwa jobsatisfaction, scoorde Luc erg hoog. Het weze hem gegund want ik vrees dat dit voor het merendeel van onze arbeidpresterende bevolking niet het geval is. Maar goed, het was de Ronny eerder te doen om een beeld te krijgen van de activiteiten die zich in het 'knuffelhuisje' mogelijkerwijs afspeelden. Enigszins verbaasd vernam onze maat van de Luc dat dit huisje een educatieve taak had bij schoolbezoeken en er bijgevolg geen enkele connotatie was met een etablissement waar er erotiek werd belichaamd. Dit was weliswaar te verwachten. Verder bleek den Hugo deze Luc te kennen. En omgekeerd was dit ook het geval. Hugo, zijnde ex-beroepshalve een keurmeester kwam hier jaren geleden op het domein allerhande toestellen op hun veiligheid kwa gebruik keuren. Hij meende nog het adres van Sandra te hebben en zo ja wilde hij haar een lovend woordje toesturen aangaande haar sympathieke medewerker. Het zou die mens plezier gedaan hebben.
Wat brengt er ons de volgende week ? Er komt beslist wel iets nieuws uit de bus. Voilà zie, we sluiten hierbij af.
donderdag 26 november 2020
Puurs Sauvegarde Ruysbroeck Eikevliet
Het zou droog blijven vandaag. Hooguit een spatje miezer in de loop van de dag dus een uitstapje kon er best af. Een wandelingetje niet ver uit de geburen lag al klaar. Alhoewel Den Machtigen Stroom niet in zicht zou komen, zouden we nog maar eens het prachtige Scheldegebied gaan verkennen. Ditmaal het gebied rond Ruisbroek-Sauvegarde, Hingene en omliggende straten.
We kraamden daarna op. Er moest nog een heel eindje verder gestapt worden. De Catsjoe liep onaangelijnd vlak naast ons. We zaten in het beboste deel van dat parkdomein. Niemand te bemerken in de geburen tot er plots een jogger opdook, ons passeerde en het niet kon laten om hierover een opmerking te maken. Mogelijk was hij het trieste lot van Dribbeltje indachtig, misschien ook angst of was hij simpelweg een onverdraagzame regeltjesfreak ??? Het gaf ons weeral voer tot het verkennen van elkaars enigszins uiteenlopende meningen hieraangaande. In alle vriendschappelijkheid uiteraard en waar ik volmondig mee akkoord kan gaan is dat een bekwaamheidsattest van de hondeneigenaar alsook een gedragsrapport over de hond in kwestie een goede zaak zou zijn. Het zou alleszins wat meer vrijheid kunnen betekenen voor vele honden aangezien de hondenlosloopweiden of -gebieden eerder aan de schaarse kant zijn hier in België.
donderdag 19 november 2020
St Amands
In klokwijzerzin zou het toerke verlopen, aan het grafmonument van Emile Verhaeren klonk het startschot.
Emile Verhaeren (St.Amands, 21/05/1855 - Rouen (Fr), 27/11/1916) was een Franstalig Belgisch auteur en een vertegenwoordiger van het symbolisme. Hij was dichter, schreef kortverhalen, kunstkritiek en toneel. Zijn werk is vertaald in 28 talen waaronder meer het Engels, Russisch, Duits, Chinees en Japans. Hij debuteerde in 1883 met Les Flamandes, een naturalistische bundel geïnspireerd door de wellustige taferelen uit de Vlaamse schilderkunst van de 16e en 17e eeuw. In 1886 volgt Les Moines in de sfeer van het religieus mysticisme. Van 1888 tot 1891 publiceert hij zijn zwarte trilogie: Les Soirs (1888), Les Débâcles (1888) en Flambeaux noirs (1891). De bundels, uitgegeven bij Edmond Deman in Brussel, baden in de duistere fin-de-siècle-sfeer van zwaarmoedigheid en zelfkwelling. Het zijn de jaren waarin Verhaeren aan neurasthenie lijdt. Mijne stapmaat heeft daar naar eigen zeggen ook al eens last van 😊.
Emile Verhaeren komt op 27 november 1916 om het leven bij een tragisch treinongeval in het station van Rouen. Nog voor de trein naar Parijs op het perron stilstaat, springt Verhaeren ongeduldig op de trede van de wagon, maar verliest zijn greep en komt onder de wielen terecht. De mythe wil dat "Mijn vrouw, mijn vaderland" zijn laatste woorden waren. Het stoffelijk overschot van Verhaeren werd aanvankelijk begraven op het kerkhof van Adinkerke. Uit veiligheidsoverwegingen werd het eind 1917 overgebracht naar het kerkhof van Wulveringem. Pas in 1927 kreeg Verhaeren zijn monumentale grafmonument in een bocht aan de Schelde te Sint-Amands. (*)
Een wandeling van om en bij de 20km was het opzet. De eerste 5 km, overwegend verharde wegen hadden niet veel te bieden. Beetje bewoond, beetje industriezone en overwegend beton dus daar raak je vlug op uitgekeken. Eens onder Oppuurs aanbeland kwamen de onverharde paadjes tussen de uitgestrekte weidevlakten aan bod. Je kan niet meer ontkennen dat de herfst volop regeert. Ook onder een dreigend wolkendek vertonen de landschappen hun kleurenpracht. Dat leverde soms erg mooie fotootjes op. Vrij veel wind en met naar de donker dreigende lucht te oordelen was er een stevige bui in aantocht. Het werd bijgevolg hoog tijd om te gaan aperitieven vooraleer de regen ons zou verrassen wel te verstaan.
Daar was er al een bankje zie. Van dit bankje maakten we, althans in onze verbeelding, een gezellig prieeltje. Een fris pintje kwam tevoorschijn, een hoge zomerzon werd er bij gefantaseerd. Olijfjes, gerookte forel en wat ansjovisjes werden dan tussen de slokken door opgediend door rondborstige señiorita's. Zalig, lang leve het gedachtengoed aan de levenswandel van Lamme Goedzak ! En dan mag je gerust weten dat er bij 10°C een strakke wind stond bij een loodgrijze hemel van waaruit binnen de kortste keren een stortvlaag zich naar beneden wilde keilen. Probeer dat maar eens uit te leggen aan een weldenkend iemand. Een bewoner van een huis wat verderop bleek ons te willen bespieden vanachter zijn deurvenster. Elke keer de Ronny zijn blik naar zijn kot richtte, dook hij weg achter het raam. Mijne maat begon er een spelletje van te maken. Wanneer er naar hem gewuifd werd dook hij sneller weg en liep hij bijna zijn eigen benen voorbij. Er mag al eens gelachen worden niet ? Ware het niet makkelijker geweest om eens terug te wuiven ?
Er volgden nu wat mooiere paadjes waarop de Catsjoe even niet aangelijnd kon lopen. Ze blijft steeds dicht in de geburen. Ze beschouwt het als haar taak om het wandelgezelschap bijeen te houden. Wanneer we met meerdere maten stappen en er blijft iemand wat achterop dan gaat haar instinct spreken en gaat ze de achterblijver opwachten. Eens terug bij de groep begint haar staart terug te kwispelen. Het is prachtig om die toewijding te zien.
Het verbaast me nog steeds dat er chauffeurs zijn die wandelaars aan hoge snelheid rakelings voorbijrazen. Zeer irritant, gevaarlijk zelfs en op die smalle betonbaantjes zijn dat allesbehalve aangename ervaringen. Niet zelden ontlokt een dergelijk rijgedrag spontaan een opgestoken vuist en niet voor publicatie vatbare verwensingen bij de verschrikte wandelaar. Is het dan zo moeilijk voor een chauffeur om eventjes te vertragen ? Het zou getuigen van savoir vivre. Vandaag viel zo een opgestoken vuist niet in goede aarde. De stuntman in kwestie stopte en kwam achteruit gereden. Een artikel in de krant over verkeersagressie was daarbij in de maak. Maar hij moet zich bedacht hebben, stopte en reed al gauw verder. Wij stonden juist op punt om een modderig aardewegeltje in te slaan. Jammer, moest hij uitgestapt en ons achternagelopen zijn, het zou hem een paar mooie slijkkloefen opgeleverd hebben.
De dreigende stortbui bleef uit, enkele sappige regenvlaagjes namen haar taak over. Schafttijd diende zich aan. Een overdekt schuilplaatsje op het kerkhof van Lippelo bood een ideaal onderkomen. Dit keer pakten we uit met een onvervalste kaastafel annex glazeke wijn. Met inachtname van de respectregels dat zulk een oord van je verwacht, lieten we het ons goed smaken. De serene rust dat zulk een dodenakker uitstraalt is voelbaar. Bovendien konden we rekenen op de goedkeuring van de ter eeuwige rust gelegde omstaanders. Zwijgen is goedkeurend toestemmen werd er me ooit geleerd. En dat het smaakte zeg !
Na dit peisvolle intermezzo stapten we op richting Opdorp. Een knappe wandeling kende alzo haar vervolg. Rond km 15 belandden we aan in de bebouwde kom van Opdorp. Aan een haag van een voortuin hielden we even halt. Waarom ? Dat weet ik niet meer maar de bewoners van het huis kwamen er juist aangereden. Curiositeit naar onze aanwezigheid aldaar aan die haag was oorzaak dat er een fijn gesprek op gang kwam. Meneer en mevrouw waren ook Compostelagangers geweest. Weliswaar met de fiets maar dat doet er helemaal niet toe, je zit meteen op eenzelfde golflengte. Het werd een aangename ontmoeting met deze mensen. Voilà ziedaar nog eens een waardevol moment met mensen waarvan je enkele stonden voorheen zelfs het bestaan niet eens vermoedde. Wat een verschil met mensen die je nauwelijks een blik gunnen, ja zelfs je als lucht inschatten wanneer je hen begroet. Leuke ontmoetingen daarentegen geven aan het stappen een extra dimensie. Je kan je tijd nemen om te luisteren naar iemands verhaal. Al fietsend ligt dat iets moeilijker, met de auto wordt het sowieso onmogelijk om vlug tot een praatje met vreemden te komen. Tenzij iemand stopt, achteruitrijdt en uitstapt om naar de betekenis van een opgestoken vuist te informeren 😄. Mijne maat bleef maar doorratelen en ik moest hem er aan herinneren dat Vadertje Tijd het vallen van de avond niet zou uitstellen. Deze mensen zouden beslist eens naar m'n blog kijken en daarop bezorgde de Ronny hen de link. We trokken verder.
Vanwege het onvoorziene maar toch leuke oponthoud zagen we ons verplicht van het toerke wat in te korten. Er werden 2 paaltjes afgepitst zodat we toch nog in de klaarte het tripje konden afronden. De laatste kilometers werden opgevuld met wat gefilosofeer over vriendschappen en relaties. Diepgaande pittige conversaties zijn het maar steeds respectvol voor de soms haaks op elkaar staande meningen of opinies. Onder deze voorwaarden zijn ze vooral verrijkend. Ondanks het sombere weer, het mindere parcours bij de start, heeft dit wandelingetje toch maar weer haar nut bewezen. Het hoofd is op de mooie herinnering na leeg, de buik vol, de dorst gestild en het vertrouwen dat er nog goedheid bestaat onder de mensen weeral aangescherpt. Tot een volgende maar weeral.
(*) Bron Wikipedia
Ieder uur van mijmering
Ieder uur van mijmering over je goedheid,
Zo vanzelfsprekend grondeloos,
Smelt ik weg in gebeden naar jou.
Zo laat ben ik gekomen
Naar de tederheid van je blik,
En van zo ver naar je uitgestrekte handen,
Stilletjes, doorheen ruimte en tijd.
Ik had in mij zoveel weerbarstig roest
Dat uit mij wegvrat, met gulzige tanden,
Het vertrouwen.
Ik was zo loom, ik was zo moe,
Ik was van wantrouwen zo oud,
Ik was zo loom, ik was zo moe
Van het dwaalspoor van al mijn passen.
Zo weinig verdiende ik de wondere vreugde
Van je voeten die mijn weg verlichten,
Dat ik er nog van sidder, in tranen haast,
En voortaan nederig blijf, nabij zoveel geluk.
Emile Verhaeren











