Onze stapmaat de Ronny zag uit naar een wandelingetje in de sneeuw. Hij vroeg, ik draaide. ‘t Is te zeggen ik zocht een wandelingetje op dat beantwoordde aan de karakteristieken van een typische winteruitstap. Sneeuwlandschappen, vrieskou, mistige omfloerste silhouetten in de verte, het idyllische plaatje snap je ? Mijn voorstel was een toerke aan het stuwmeer van de Vesder in Eupen maar de kans dat er sneeuw zou liggen was twijfelachtig. De Marc deed een voorstel als alternatief. De regio rond Spa bood iets meer zekerheid op een maagdelijk blank toerke. Het veengebied ten zuiden van Spa nabij Francorchamps piekt over de 600 hoogtemeters. Dat maakte de kans op sneeuw groter. Ik was er tamelijk gerust in temeer daar ik gehoord had dat de neerslag van de laatste dagen in de gebieden boven de 500m uit sneeuw zou bestaan. Onze Michel konden we moeilijk overtuigen van het aantreffen van witte panoramas in Spa en daarom verkoos hij in eerste instantie een toerke dichter bij huis. Begrijpelijk maar zelfs zonder sneeuw zijn die hoge venen prachtige lokaties. Je moet wel wat ‘travel time’ voorzien. Je bent al vlug meer dan 3 uur onderweg naar je bestemming. Zeker wanneer je voor openbaar vervoer opteert.
Om 10u20 zouden we in Spa Géronstère aanbelanden en naar het Fagne de Malchamps stappen. We, de Marc en de Michel. Den Hugo had het nog steeds te druk en de Ronny, helaas, die blies af, geveld door een mysterieuze ziekte die hij met zijn wederhelft deelde. Ik vrees voor hem een beetje voor hypochondrische flissijnaanvallen ten gevolge van zijn extreme verbouwlust. Hij kloeg over verschrikkelijke spierpijnen. Zulk labeur eist onverbiddelijk haar tol ! 10u20 was de afspraak maar om de één of andere obscure reden, ik wijt het aan de toenemende chaos in m’n kop, stemde ik m’n reisplan af op 9u20 aankomst in Spa. Opgestapt in Sint Niklaas zag ik dat alle treinen die richting Gent of Antwerpen geschrapt waren wegens uitzonderlijke weersomstandigheden. Ja zeg, maak dat een ander wijs. Zo werd ik genoodzaakt om een trein naar Leuven te nemen en vandaar verder te sporen naar Spa. De Michel zat al in Leuven, gelukkig, een uurke later kwam de Marc eraan. Tijd dus nog voor een koffietje met de Michel in een volbloed Leuvens bruin staminee aan de overkant van de statie. Zo geschiedde dat we met z’n gedrieën om 10u20 in Spa Géronstère van het perron stapten en aan de wandeling begonnen.
Spa zelf ligt op 250m hoogte en het veen waar we naar toe stapten ligt op 580m. De klim was gestaag omhoog over een lengte van ik schat een 4 à 5-tal kilometer. Pittig, dat wel maar helemaal geen kuitenbijtertoestanden. Bij het begin van de wandeling was bij de Michel de twijfel over het feit of er al dan geen sneeuw te vinden viel nog niet weggeëbd. In Spa aan de statie werd er immers geen vlok sneeuw aangetroffen. Halverwege de beklimming rees er hoop voor hem. Hier en daar vielen er toch al wat streepjes wit op daken en bomen te bespeuren. Van puur contentement maakte hij een sneeuwbal en zette dlie op zijn kop. Hoe hoger we kwamen, hoe witter de omgeving werd. Z’n twijfel was volledig weggesmolten toen we boven aan het natuurpark aankwamen. Een sneeuwtapijt zover je zien kon bedekte het veen. Prachtig natuurschoon viel in onze schoot. Om te beginnen zochten we de schuilhut van het natuurpark op. Schafttijd was immers al aangebroken. Lange eettafels en banken alsook een reuzebarbecue behoorden tot het meubilair. Mooi decorum en de ijspegels die de dakgoot sierden zorgden voor het extra sfeëriek accentje.
Bokes, koekskes, fleske wijn en daarna weg. Daar in die schuilhut werden we nog getrakteerd op de zalige geur van gebraden vlees op een houtskoolgrill. Waarschijnlijk afkomstig uit het boswachterspaviljoentje iets verder op. Vermengd met de ijskoude lucht droeg dit bij aan het wintergevoel. Maar wat een prachtig uitzicht viel er daar te genieten zeg ! Over besneeuwde vlonderpaden trokken we het veen in. Een klim op de panoramische toren aldaar zou niet veel opgebracht hebben vanwege de mist en het daardoor te beperkte zicht. Hij tekende zich af in het mistige decor als een griezelig skelet. We stapten voort op de vlonderpaden. Daar waar deze onderbroken waren liep je op zompige veengrond vermengd met vertrapte sneeuw. We gingen richting vliegveld uit maar helaas moesten we op een bepaald punt rechtsomkeer maken. 3km retour want binnendoor lopen in het veen was kwasi onmogelijk . Reden van de retour was burgerlijke ongehoorzaamheid. We waren een versperring voorbijgelopen op zulk een vlonderpad. Na een tijdje botsten we op werklui die een pauze hielden onder een tentje. Het waren mannen die bezig waren met de heraanleg van het vlonderpad richting vliegveld. Ze raadden ons ten stelligste af om verder te gaan. Te gevaarlijk zo bleek vanwege turfgaten, rotte planken en zwerfschroot. Bovendien riskeerden we een boete van 150€ wegens het negeren van de afsluiting. De week ervoor was er op een dag 3000€ aan boete geïnd door de gemeente Spa. Zelfs kinderen werden geverbaliseerd. Merci beaucoup pour l’avertissement messieurs. On va faire demi tour. 150€ was het veronachtzamen niet waard. Bovendien was het best aangenaam om het gedane traject in omgekeerde zin over te doen. Ik durf er een maand pree, in mijn geval een pensioen, aan verwedden dat moest de Ronny zijn meegegaan we allen 150€ armer zouden geweest zijn. We stapten dus helemaal terug tot aan de panoramische toren. Onderweg liepen we horden kinderen op schooluitstap tegen het lijf. Driewerf hoera voor de leerkrachten die de natuur boven een schoolbank stellen. Daar aan die toren zochten we een pad op dat aansluiting zou geven op het uitgetekende trajectje vanaf het vliegveld. Ondertussen bleef het onverwijld genieten van de mystieke omgeving. Hier en daar in het veenlandschap staken eenzame boomstammen hun bladerloze takken ten hemel. Een desolaat aanzicht en toch veelzeggend. Ze leken op achtergelaten kadavers in een witte woestenij. Die woestenij straalde stilte en een geheimzinnige rust uit. Troosteloos soms maar enorm fascinerend. De mist was daar waarschijnlijk oorzaak aan. Daar boven op het veenplateau is het vlak, zeker op die vlonderpaden, en dat maakt dat je volop van het landschap kan genieten zonder al te veel moeite te moeten besteden aan het uitkijken naar waar je je voeten moet zetten. Geweldig wandelplezier vond ik daar.
We hadden dus na onze terugtocht weer aanluiting gevonden op het oorspronkelijk uitgestippelde trajectje. Nu ging het gestaag bergaf. Een nieuw prachtig stuk wandelweg diende zich aan. Helemaal terug tot in Spa volgden we nu de loop van de La Picherottebeek. Smeltwater maakte dat er veel leven in zat. Over ontelbare miniwatervalletjes stroomde het water naar beneden in een donker oerbos. Adembenemende tafereeltjes. Onze tocht benedenwaarts kronkelde zich in honderden bochtjes langs, en vele bruggetjes over, de beek. Wel was het goed opletten bij het afdalen. Gladde rotsstenen en bladeren tussen smeltende sneeuw bemoeilijkten het stappen. Dat hoort er nu éénmaal bij. De Marc was in de wolken over de trip. Een topper zo liet hij er zich over uit. Het was nog een treffelijk uur eens aangekomen in Spa. We wilden nog in stijl de wandeldag afronden en zochten in Spa centrum een etablissement op dat aan deze behoefte kon voldoen. Franc'off Brasserie des Artistes leek ons hiervoor geschikt. Een tripeltje, dat hadden we na deze prachtige uitstap zeker wel verdiend. Het smaakte, de afrekening des te minder. Te verwachten enigzins gezien het mondaine karakter van Spa. Zo, het zat erop en we konden afronden met de treinreis naar huis. We kunnen weeral uitzien naar een volgende aflevering wandelfun. Ciao.
Ondertussen is het bijna een maand geleden dat ik m’n ganzenpluim ter hand nam en in de inkt sopte om nog een letterke neer te pennen. Toch werden tussen de ontelbare regenbuien door er enkele schampere pogingen ondernomen om de onderste ledematen te strekken. Het bleef bij pogingen. Een toerke met de Ronny en den Hugo in het krekengebied tussen Bazel en Rupelmonde bijvoorbeeld. Hiervoor spraken we af rond 10u aan de ingangspoort van het Kasteel Wissekerke. Onze Nestor onder de stapmaten, den Hugo, was eveneens naar Bazel afgezakt. Een 18 paaltjes krijg je vlug bijeen daar in dat schitterend natuurgebied maar de queeste kreeg al haar beslag na enkele kilometers op de 'catwalk' van de pittoreske scheldeoever. Veel kreken hebben we bijgevolg niet gezien want vanuit Bazel ging het kwasi linea recta naar het gezellige café 'Het Loze Vissertje' in Rupelmonde. Zeggen en schrijven hoop en al 6km.
Tegen dat we in dat Loze Vissertje arriveerden was het middaguur al aangebroken en de sympathieke cafébaas maakte niet het minste bezwaar dat we er onze boterhammekes zouden opeten. Het voornemen om na het schaft verder te stappen strandde bij de aankomst van een koppel op een reeds eerbiedwaardige leeftijd. Ze zetten zich een tafeltje verder dan het onze neer. Mevrouw droeg een donkere zonnebril die ze bij aankomst afzette. Ze was slechtziend ocharme. Niettegenstaande deze verschrikkelijke handicap stond er een eeuwige glimlach op haar gelaat gebeiteld. Zoveel vriendelijkheid straalde dat mens uit, het was aanstekelijk. Meneer daarentegen was bezitter van een weelderige haardos die hij kennelijk niet bij de geboorte had meegekregen of die ergens in zijn dna geprogrammeerd stond. Soit, er ontspon zich een geanimeerd gesprek met dit sympathieke koppel. Meneer was bij de Marine geweest als MP (militaire politie) en in die functie had hij nog meegevaren met de Kamina (Info A957 Kamina) om in 1953 tijdens de Koreaanse oorlog het Belgische Koreabataljon ter plaatse te brengen. Meneer had dus al een gezegende leeftijd. Het weerhield hem niet om straffe verhalen uit de doeken te doen die hij op al zijn verre zeereizen mocht meemaken. Alhoewel er 20 jaar verschil te noteren viel in lichting kwa dienstplicht vond ik dat raakpunten in de conversatie de herinneringen bij me deden opleven. Regelmatig klonk er dan een vermakelijke lachje bij mevrouw. Zeker wanneer er in zijn verhalen lichaamsdelen uit de vrouwelijke anatomie aan bod kwamen. Die oude man hield ons in de ban met zijn verhalen waarbij de pinten volgden en de uren snel aantikten. Opeens werd het geen optie meer om nog verder te wandelen.
Het bezoek aan het Loze Vissertje was ons laatste wapenfeit. Den Hugo liep verder door naar Temse, ik en de Ronny keerden op onze stappen terug naar Bazel waar we onze velo hadden gestald. Het begon al te donkeren !
Een goei 10 à 11 km gestapt in totaal en niettegenstaande deze povere score werd het toch een vermakelijke dag.
Een weekje later sprong ik hier in het dorp op de lijnbus naar Lokeren. Het weer oogde schoon, waarom niet ? In St. Niklaas stapte ik af en na een slingertoerke langs nog onbetreden en onbekende paden, inclusief hier en daar wat bos sprokkelde ik toch een goeie 15 paaltjes bijeen.
Ik moet toegeven dat ik op zulk een dagwandeling wel het gezelschap kan apprecieren. Alleen is maar alleen, vandaar. Dit in tegenstelling tot die langere meerdaagse tochten waar ik het solotrippen wel echt een conditio sine qua non vind. Deze week liet ik een ballonnetje op bij de stapmaten voor een verkenningstochtje in het Gentse natuurgebied Bourgoyen - Ossemeersen, een stukje Leiestreek op amper 3 km van het Gentse Gravensteen.
Met 4 deze keer. Den Hugo had het nogal druk en gaf verstek. Tegelijkertijd stelde hij voor of we in december niet zouden meestappen in de wandeling met als doel de sponsoring van het Mobile School Project. Goe mogelijk dat ik meestap, ik kijk nog even de kat uit den boom.
Afspraak gold vandaag in de vroege morgen in Gent. Een wandelingetje van 20 kilometer lag daar in de Bougoyen- en Ossemeersen in't vet
Den Hugo en de Marc moesten forfait geven. Den Hugo druk, druk, en nog eens druk ! De Marc meldde zich in extremis ziek, die moest zichzelf eerst terug wat oplappen. Bijgevolg geen rijstvlaaikes vandaag. Met een vertraging van 7 minuten kwamen we aan in Gent. Dat is vrij normaal, de lat mag immers niet te hoog gelegd worden voor onze IJzeren Weg. Het was lang geleden dat we bij Bazil op het stationsplein koffie hadden gedronken. Eu Potse kaffe en eu koewkske astemblief madam ! Steevast krijg je er nog een toef slagroom en een borrelglazeke advokaat bij. Service is dat ! Na 2 consumaties vertrokken we richting het natuurpark Overmeers. Eerst nog even rond de Schoonmeersvijver paraderen vooraleer de Blaarmeersen te verkennen. De grond en de weiden lagen er zompig en nat bij. Met de oever van de Leie te volgen zaten we binnen de kortste keren in de Blaarmeersen. Het verkeer op de R4 raasde iets te lawaaierig in onze oren dus hier in de Blaarmeersen aangekomen hoopten we dat de geproduceerde decibels van het verkeer wat zouden milderen. Helaas, het bleef en blijft nog altijd storend en vooral als je er op begint te letten.
Maar een aperitiefstop verzette de zinnen en dempte het ongemak. We zaten hier elk met een fleske wijn in de rugzak. Een beetje overkill maar weggieten was ook geen optie. Een home-made creatie van fetakaas met munt, harissa, olijven, scottish bonnet, paprika en nog wat exotisch gedoe gleed vlot naar binnen. De Michel trok aansluitend een fles Arrogant Frog Chardonnay open waarna het leven weeral een stuk draaglijker werd. Die fles had hij gekregen van de chef statie in Mechelen en dit ter verwelkoming van de miljardste treinreiziger die Mechelen Statie bezocht. Een zoenoffer van de NMBS leek me correcter als geste en dit ter compensatie van de eerder op de dag opgelopen vertraging. Hallo Pinocchio 😉😉😉.
We kwamen veel te weten van onze Michel zijn onlangs gelopen pelgrimstocht. Die werd tot een goed einde gebracht maar toch vielen er enige wanklanken te horen ten aanzien van het gezelschap waarmee hij optrok en ook omgekeerd . Geen drama's, nee dat niet maar ik stelde vast, eerder een bevestiging van m'n vermoeden was het, dat wanneer je pelgrimeert met een kennis of vriend er verdomme op voorhand goede afspraken moeten gemaakt worden wil je niet in ergernis vervallen en er vervolgens over moet waken dat deze niet de bovenhand haalt en uitmondt in vijandschap. Ik kan er voorbeelden van geven. Daar op dat bankske naast de Leie hadden we een mooie kijk op de sjieke horecazaken aan de overliggende oever. Kennelijk mikten de uitbaters op een 'gefortuneerde' kalandizie. We trokken verder. Een kilometerke of 3 langs de oevers van de recreatievijver van het Blaarmeers om te beginnen. We passeerden halverwege de watersportbaan. Men is daar bezig met de constructie van een sjieke fiets- en voetgangersbrug. Er kwam wat klim en klauterwerk aan te pas om voorbij de werf te komen want die was met hekken afgesloten. Veel volk kwamen we hier in de Blaarmeersen niet tegen op 2 kuierende dames na. En zeggen dat er hier in de zomer zo een kabaal wordt geregistreerd van Brusselse relzoekers. Niemand gezien dus ! Heel het Blaarmeersendomein lag er maar verdrietig bij. Aan het paviljoentje van de waterkant vonden we een picknicktafel. Daar zag de inhoud van fles nr. 2 het daglicht. De Ronny trok zijn Casillero del Diabolo open. De bokes werden aangesproken en werden doorgespoeld met deze rode Cabernet Sauvignon. We maakten de bedenking dat we het weeral getroffen hadden. Vooral met het weer en vervolgens ook met de hapjes waar de Michel mee had gebracht, of was het zijn dierbare wederhelft die daar voor gezorgd had ?
Eerder op de morgen zag het er op meteorologisch niveau nogal dreigend uit maar nu konden er al enkele lappen blauw in het zwerk gespot worden. We stapten voort, nu naar de Bourgoyen-Ossemeersen. Deze meersen vormen een unieke biotoop en dat slechts op 3 km van de Gentse stadsrand. Het is een prachtig wandelgebied van 220 hectare groot waarin er 3 voorgekauwde wandelroutes werden uitgestippeld. Wandelen in de richting van deze meersen geschiedde op de dijk die het natuurgebied scheidt van de ringvaart met ernaast de R4. Opnieuw dat lawaai maar dat zou weldra ophouden. Haaks op de R4 doken we de meersen binnen. Wat een geweldig schouwspel van watervlakten was me dat. De regenval van de laatste dagen had heel het landschap herschapen in een gigantisch moerasgebied. De zon was ondertussen even komen piepen en dat zorgde voor een geweldig mooi plaatje. Een herfstlandschap in waterland. Hoe mooi kan de natuur zich niet etaleren in de herfst ? Nog een laatste stop aan het Natuur en Milieucentrum Bourgoyen drong zich op om fles nr 3 te kraken ... Enige reflectie dringt zich stilaan op en de volgende wandeling doen we het iets soberder. Dat dringt zich op want de vraag begint zich te stellen : Stappen of tappen ? ... Kilometers slijten of Bacchus eer betuigen ? Een mooie balans tussen beide zou voor wat gemoedsrust moeten zorgen. De baten van een mooie wandeling staan immers op de helling. Maar evengoed dient er opgelet te worden dat er niet afgegeleden wordt naar zielloos marcheren. Het stappen in gezelschap dient immers plezant omkaderd te blijven.
Aan de rand van Rooigem bereikten we het keerpunt. We zakten via de Grijtgracht af naar de Boven Leie vervolgens kwam de Noordelijke Leie aan de beurt tot we uiteindelijk terug aan de watersportbaan uitkwamen. Opnieuw kwam de mooie fietsbrug in zicht. Nog even die sportbaan volgen tot aan de Leie, oversteken en aangekomen in de Rijsenbergwijk zat de tocht er op. We eindigden daar waar we begonnen waren. Bij den Bazil. Een mooie afsluiter. Deze keer geen advokaatje en een toef slagroom maar een onvervalste trappist. Tja, enige introspectie inzake drankpatroon tijdens de wandelingetjes begint zich toch op te dringen. Elke eerste stap naar beterschap begint bij het besef !
Het werd een mooi wandelduetje vandaag en dit met enkel de Marc als stapgezel. De andere maten moesten werken en/of vergaderen. De Marc had graag de regionen van Waals Brabant nog eens opgezocht. Bijgevolg was het een zaak om daar in de geburen een toereke uit de mouw te schudden. No problem. De Via Brabantica ofte Via Gallia Belgica is een 326 km lange pelgrimsweg die aansluiting geeft op de klassieke pelgrimswegen naar Santiago de Compostela. Beginnend in Bergen op Zoom of Breda komen beide wegen tesamen in Kapellen en lopen dan als 1 track door tot in St. Quentin in Frankrijk. Ik knipte er een stukje uit, meer bepaald tussen Nivelles en Godarville waarna ik er een krul aan fantaseerde tot aan de statie van Godarville.
Om goed 9u 's morgens stapten we uit de boemeltrein die ons vanuit Luttre naar Godarville bracht. Mooi op schema ! De trein zelf leek me eerder een voorwerp uit een verzameling didactisch materiaal dat uit de één of andere illustere kunstacademie werd scheefgeslagen. Ongetwijfeld moet deze trein het oefenobject geweest zijn van de cursisten streetart, zijnde graffitispuiters. Hoe afgeleefd en oudbakken het treinstel ook was, we hadden een mooi uitzicht op het spoor. We zaten bijna op de schoot van de machinist want de deur naar en van zijn cabine stond open. Zo hadden we zicht op het spoor vooraan. We konden eveneens zijn rijkunsten gadeslaan, ttz : Draaien aan het wieleke en zo af en toe ging er een belleke af wanneer de trein over een krokodil reed .... Kwestie van de machinist alert en wakker te houden.
Goed, we gingen dus van start in Godarville. Manlief, dat was daar het hol van Pluto, je wil er niet dood gevonden worden. Grijs, grauw, verhakkelde straten en uitgeleefde huizen. Deprisfeer pertinent voelbaar. Misschien wel dat het grijze weer de indruk van somberheid versterkte, wie weet ? Het straalde alleszins weinig positiviteit uit. Daar zou later op de dag heel even wat verandering in komen. Al vlug stonden we aan de rand van dit sombere dorpje.
Alleszins treurde ik niet om dit trieste oord in te ruilen voor de natuurpaden die zich aandienden. Die kwamen tevoorschijn aan de bosstrook tussen het kanaal Brussel - Charleroi en het Ancien Canal Bruxelles - Charleroi. Dat werd al direct lachen. Op de vettige Waalse ondergrond was het uitkijken om niet uit te schuiven. Moddersituaties en hindernissen dus ! Ook was er wat gymnastiek vereist om die hindernissen te pareren. Onder, rond of op de vele omgewaaide bomen dienden we heen te klauteren om vooruitgang te boeken. Goed voor de fysiek en alhoewel spieren en knoken hun beste tijd hebben gekend, heb ik mijn twijfels dat hieromtrent nog enige verbetering komt ! We zaten daar al op een 160m hoogte in dat bos. Volgens Google Earth zou de ganse wandeling een 350 hoogtemeterkes opleveren. Een verwittigd man is er 2 waard en ik had m'n wandelstokken bij. Maar echte kuitenbijters vielen er in het geheel niet te noteren en de stokken bleven mooi opgeborgen. Ondertussen volgden we ploeterend het modderpad langs dit oude kanaal Brussel - Charleroi. Een 6-tal km volgden we de oevers van deze oude waterweg. Druk in de weer met te kijken waar de voeten moesten neergezet worden passeerden we Seneffe en vergaten alzo een drinkstop in te lassen in het Relais de la Samme. Hoogteverschil viel er te noteren en dat kon je merken aan de vele sluizen die je tijdens de wandeling tegenkomt. Je treft aan elke sluis het onderkomen aan van de voormalige sluiswachter.
Het is vergane glorie, het zijn allemaal identieke huisjes waarbij een metalen bord op de gevel het sluisnummer aangeeft. Jammer dat men ze liet vervallen. De omgeving langs dit oude kanaal zou een unieke toeristische trekpleister kunnen zijn. Ze biedt ongekende opportuniteiten kwa recreatie. Jammer dat deze kaart niet getrokken wordt. Het is nochthans mogelijk er iets mooi van te maken. Waar we het kanaal verlieten was er zo een gerenoveerd huisje te zien. Prachtig, het kan dus wel ! Het grijze weer was ondertussen uitgeklaard. Hier en daar al wat blauwe lappen in het hemelzwerk brachten wat hoop op een zonnige namiddag. Alhoewel de weersvoorspelling dit beweerde was het rond de middag beginnen te regenen. Buitjes afgewisseld met motregen. Toch maar de poncho bovengehaald, het leek er op dat dit niet meer zou ophouden. De laatste kilometer naast het kanaal hebben we aan de overzijde gestapt. De motregen en de dichte begroeiing langs het kanaal verhinderden ondertussen min of meer het mooie uitzicht op de kanaalomgeving.
Het middaguur naderde, of was al voorbij, en daarmee werd het tijd om te schoven. Het traditionele rijstvlaaike werd eerder al aan zo een sluiswoning soldaat gemaakt. In Petit Roeulx les Nivelles - Luxensart vonden we een bankje. Aan de bebouwing te oordelen was het duidelijk dat de kost hier in dit deel van Wallonië beter verdiend werd. Mooie huizen, prima onderhouden dorpskern en een mysterieuze Grange de Melanie kwamen we tegen. Die Grange (schuur) bleek een winkel te zijn waar exclusieve interieurartikelen aan de man werden gebracht. Waarschijnlijk al aan even exclusieve prijzen. Aangekomen aan ons bankje was het even opgehouden met miezeren maar toch moesten we na een tijdje opkrassen en gaan schuilen in een fietskot wilden we onze boterhammen droog houden. Nog een kilometerke of 8 vielen er te stappen tot in Nivelles. We waren er niet rouwig om dat het over verharde paden verliep. Bovendien waren het rustige wandelwegen en het gaf onze bottienen de kans om zich van slijk en modder te ontdoen. Dit aangezien we nog graag een trippeltje wilden degusteren en de vloer van het etablissement van dienst niet met slijkpoten wilden besmeuren.
Stilaan schoven we Nivelles, Nijvel pour les Flamands, binnen. Nijvel kende ik enkel van horen zeggen, de bende van weet je wel ?, maar ik werd verrast door de pracht van deze stad. Bij het binnenwandelen was een ultramodern sportcompleks een uitgesproken eyecatcher. Sportvelden en -zalen, sintelbanen, een zwembad en een immens stadion ... dit alles keurig en netjes onderhouden. Op de achtergrond heb je de vijvers en botanische tuinen van het Parc de la Dodaine. 2 gigantische fonteinen vernevelen in de verte het beeld van de schitterend gerenoveerde romaanse kerk - La Collégiale Sainte Gertrude. Onze schreden werden gericht naar dit godshuis. Het staat op La Grande Place dat de stadskern van Nivelles uitmaakt. Deze stad zou veel toeristen en bezoekers kunnen behagen volgens mij. Horeca en winkelstraten liggen er netjes onderhouden en verleidelijk bij. Nu onze bottienen proper gestapt en geregend waren was het de moment om hier een kroegje op te zoeken maar alhoewel keuze genoeg stapten we door naar de statie. Daar zou er ook wel iets te vinden zijn en bovendien hoefde je je geen zorgen te maken om tijdig de trein naar huis te halen. Inderdaad, de London's Pub op 100m van de statie bood soelaas. De Marc vreesde al dat er enkel Guiness en Stout door de keel kon gegoten worden maar hij had het mis. Een vriendelijke barhoudster bracht ons een Tripel Karmeliet van het vat. Ik denk dat ze het mooie bolglas wel met een halve liter vulde. Misschien wel meer. Ze kwam ons vragen of ze ons plezier kon doen met een stukje 'Fromage' of een kommeke 'Cacahouettes'. Met de nootjes waren we al content. Het viel de Marc ook op, zelfs al onderweg ... : Onze Waalse landgenoten hebben een veel warmere inborst dan de gemiddelde Vlaming. Het is een uitzondering dat je niet begroet wordt wanneer je op straat iemand tegenkomt. Zelfs de jeugd voert deze sympathieke gewoonte hoog in haar vaandel. Ze smaakten die tripeltjes. De trein zou er zo dadelijk aankomen, we moesten de London's Pub vaarwel zeggen. En nu juist dat we aangesproken werden door een klant en we een tof gesprek in wording moesten afblazen. We komen nog wel een keer terug naar Nivelles. Niettegenstaande het mindere weer hebben zowel ik als de Marc genoten van deze uitstap. Uitkijken weeral naar de volgende trip. Dat zal op donderdag 2 november zijn, Allerzielen. Greet, een toffe vriendin, nodigde me uit om in Testelt de Demerwandeling te verkennen 😊😊😊. Daar ga ik graag op in !
Op het wandelappel daagden voor vandaag de Ronny en den Hugo op. De opzet was om vanuit Vilvoorde met de waterbus over het Zeekanaal met de Schelde naar Brussel te varen. Bij aankomst aan het Sainctecletteplein in de hoofdstad zouden we van daaruit naar Asse wandelen. Aangezien er maar om de 2 uur een afvaart plaatsvindt was het zaak om op tijd aan de kaai in Vilvoorde te staan. Om 9u zou het bootje van Rivertours daar aan de kaai in Vilvoorde vertrekken. De voor brede interpretatie vatbare vertrek- en stoptijden van onze nationale spoorwegmaatschappij indachtig moest het lukken om dat te halen wanneer we een uurtje marge incalculeerden. Niet overbodig want de Ronny kreeg al af te rekenen met gemiste aansluitingen en afgeschafte treinen. Dus, we waren nog net op tijd aan die kaai. Een goed kilometerke viel er hiervoor te wandelen vanuit Vilvoorde statie via het park, daarna over de Zenne en klaar was kees. Opmerkelijk in het park waren wel de zwermen papegaaien die er rondfladderden. Het inspireerde de Ronny later op de dag om van twijghout een speer te fabriceren. Graag had hij zo een beestje als jachttrofee willen bemachtigen. Jammer voor hem, zoveel te beter voor die papegaaien want het ontbrak hem aan de nodige werptechnieken en jungle-ervaring.
Zo, het bootje lag al klaar. Een vriendelijke dame die de functie van matroos waarnam gebaarde ons van nog even geduld te hebben. Een ander bemanningslid, een kolossale Dog de Bordeaux hield de wacht bij de gangway. Een beetje geduld oefenen dus waarna we mochten plaats nemen op het dek. De boot zou zo vertrekken, ze gooide al de trossen los. Nog heel even wachten op de parlevinker voor de bevoorrading en het ruime sop wenkte. Nu 'ruim' mag evenzeer met een korrel zout genomen worden wanneer je je op een kanaal bevindt. Een uurtje spelevaren tot in Brussel zou het ongeveer worden en wat meer is : Het is zo eens iets anders ! Het was gemoedelijk chillen daar op het dek tijdens de vaart. Kommeke koffie, croissantje, Loebas den dikken hond die met zijn balleke speelde naast ons tafeltje… een klapke met de vrouwelijke dekmatroos met Siciliaanse roots en gezegend met een stem zoals die van Dalida zaliger … 't Leven op z'n mooist is het wanneer je jezelf omringd voelt door de simpelste dingen en het je gelukkig stemt. Maar landelijk schoon hoef je niet te verwachten op zo een kanaal. Industrie rond voornamelijk afbraak en oud-metaal sloop ontsiert eigenlijk de kanaaloevers Dichter tegen Brussel aan zie je aan tegen de bakstenen omwalling van onze koning zijn hofke. Ook wordt er hard gewerkt aan de renovaties van oude gebouwen en magazijnen in het kanaalgebied. De depots van de 'Citroën' bvb, die stonden er half uitgepelsd bij. Een mooi voorbeeld van renovatie tref je aan bij de 'Gare Maritime' op het gebied van St. Jans Molenbeek. De voormalige havenloodsen werden er omgebouwd tot een publieke trekpleister 'Tour en Taxis' genaamd. Daar vind je een geslaagde mix van animatie, cultuur, kunst en culinair vertier in een oogstrelend decorum. Voilà, het bootje meerde aan. Een handvol toeristen stond er al te wachten op hun afvaart. We konden zo beginnen aan onze staptocht naar Asse.
Langs de brede Boulevard Leopold II teenden we linea recta naar de basiliek van Koekelberg, een kort tussenstopje voor een kommeke koffie in een maghrebijnse koterij niet te na gesproken. Het Elisabethpark vooraan de basiliek werd omgetoverd tot een openlucht turnzaal. Horden leerlingen liepen er rondjes waarbij de turnjuffrouw nauwgezet de tijden noteerde. Voor veel leerlingen bleek dit een onmenselijke opdracht. Voor de turnjuffrouw iets minder. Verhoogd op een bank staande maakte zij hautain maar op het gemakske haar aantekeningen. De fysiek van onze jeugd gaat er zichtbaar op achteruit. De schare leerlingen die je onder de noemer van strompelaars kon onderbrengen en de uitputting nabij waren, die waren immers niet te tellen. Nu we er toch in de geburen waren was het de moment om eens in die basiliek binnen te wippen. Het moet gezegd : het is een imposant gebouw. Volgens den Hugo de 5de grootste basiliek ter wereld kwa grondoppervlak. Verschillende altaren, (d)oksalen, kapellen en orgels ter ere van Gods Glorie tref je er aan … 't kan of kon precies niet meer op. Den Hugo stak aan zo een kapelleke een bougieke aan ! Dat doet hij nog al eens meer. Voor de Palestijnen deze keer zo opperde hij. Hier is een link moest je iets meer willen weten over dit uit de kluiten gewassen Godspaleis : Basiliek van Het Heilig Hart
Met het verlaten van Koekelberg was het stilaan tijd geworden voor het schof. Iets verder op het grondgebied van Ganshoren vonden we een picknicktafeltje, dat kwam mooi uit, Eerst diende nog het moerasgebied van de Molenbeek doorkruist te worden. Vlak voor de spoorweg die het gebied doorkruist werden er enorme appartementsblokken neergepoot. De één al lelijker dan de andere. Het uitzicht op de stad daar in een appartement op een bovenste verdieping zal wel indrukwekkend zijn. Het is het enige pluspunt dat volgens mij wat bekoring oplevert. Via een wirwar aan paadjes tussen die blokken bereikten we de spoorweg. Even was het zoeken naar een tunneltje en hop we zaten middenin het moerasgebied van de Molenbeek. Slijktoestanden a gogo. Aangezien er een gat in mijn bottienen zat, een gat waarmee natte voeten in de diepe plassen niet te vermijden viel, besloot ik een ommetje te maken. Van bottienen gesproken ... bij den Hugo lag zijn hielzool er half af.
Eens gezeten aan dat picknicktafeltje haalde De Ronny zijn gaspitje uit de rugzak. Wat pannekoekskes effe opwarmen, fleske rood erbij … den Hugo toverde een Turks kaashapje op tafel dat, notabene bijna volledig en dit op het plastieken potteke na, in de Ronny z'n maag verdween. Weeral de meest simpele dingen die het leven zo een schitterend sprankelende kleur geven.
Even liepen we onszelf vast in de akkers tussen Bekkerzeel en Vrijthout. Het komt wel vaker voor dat boeren illegaal wandelpaden afsluiten om de toegang tot de velden onmogelijk te maken en wandelaars te dwarsbomen. Liefst nog met pinnekesdraad. Dat was ook hier het geval met 'Voetweg nr40' zoals hij op het kadaster vermeld en ingekleurd staat. Omkeer maken bleek het enige alternatief. Al een geruime tijd hoorde je op de achtergrond het geraas van de E40. Met het maken van de omweg werd het lawaai echt storend. Benieuwd naar het geluidsniveau leverde een appje op de GSM mij de informatie. Alhoewel we temidden een prachtige natuur zaten schommelde het aantal decibel daar tussen de 70 en 80dB. De Ronny werd er hoorndul van. Maar we stapten verder en onvermoed belandden we op de Petrus Ascanus wandeling. Peter van der Slachmolen, alias Petrus Ascanus was een broeder Franciscaan die ten tijde van de godsdienstoorlog in de Lage Landen leefde. Ingetreden in het klooster van Gorinchem weigerde hij zich te bekeren tot het Calvinisme en werd daarom samen met 18 van zijn medebroeders in Den Briel door de watergeuzen in 1572 opgehangen. In 1867 werden ze allen heilig verklaard. Post Mortem, een magere troost want je moet maar pech hebben. Ter herinnering aan deze strijder voor het geloof werd er in memoriam een Petrus Ascanuswandeling ineengeknutseld. Ik geef hier even de link naar verdere informatie over deze trip. Kijk : Petrus Ascanuswandeling.
We draaiden terug weg van de E40 richting Tenberg uit. Prachtig glooiende landschappen ontplooiden zich voor ons uit. Het irriterende geraas van de snelweg deemsterde stilletjes weg. Dat werd tijd. Ook in recensies over de Ascanuswandeling treedt het storende karakter van het verkeerslawaai pertinent op de voorgrond. Het eindpunt Asse kwam stilletjesaan in het vizier waarbij het toch hoog tijd werd om aan een tripeltje te denken. De beloning ter bekroning van een superdag. We moesten daarvoor de statie een kleine kilometer voorbijlopen want in de statiebuurt was er in een wijde omtrek geen enkele kroeg te bespeuren. Bij een Orval², een Napkin² en een Afflighem in 't kwadraat werd onze wandeling afgerond. Prachtige dag, zacht tot mooi weer, 20 paaltjes, een paar honderd hoogtemeters ... het werd er één om in te kaderen. Nu nog naar huis sporen en done ! Voor onze stapmaat de Ronny werden de ochtendperikelen met onhaalbare verbindingen en treinafschaffingen nog maar eens herhaald bij de thuisreis. Althans zo meldde hij. Ik hoop van harte dat hij ondertussen is thuisgeraakt.
Het is weeral eventjes stil geweest in wandelland. Steek het maar op het minder olijke weer waarin wisselvalligheid de boventoon hield. Voor deze dag zouden de weergoden even de andere kant opkijken en de dag zegenen met een rustig herfstaccentje. 's Morgens fris, wat bewolking waarna het geleidelijk begint op te warmen waardoor je al vlug een truitje uittrekt. Al een heel tijdje broeide er het verlangen om, gecombineerd met wat leerrijke stoffatie, nog eens even over de grens met Frankrijk te trekken. De lange reis er naartoe echter, was telkens de spreekwoordelijke stok in de wielen die het uitstel moest verklaren. Deze keer goede keer en de Marc en den Hugo tekenden aanwezig voor de uitstap. De overige stapmaten Michel en Ronny hadden een excuus. De Michel had nog zere voeten van zijn recent camino-avontuur en voor de Ronny gold : 'Les excuses sont faites pour s'en servir' want hij trok erop uit met zijn zigeunerkar. Maar goed, de afwezigen hebben zoals steeds ongelijk 😊😊😊.
Rond de 2 uur is het sporen naar Poperinge vanuit Antwerpen en omgeving ... tijd genoeg dus om wat bij te praten. Onderwerp van causerie was ondermeer de tocht van onze andere wandelmaat : de Michel. Op zondag 2 oktober walste hij en zijn stapmaat Santiago binnen na een tocht van een kleine 700 paaltjes. Ik heb nog niet veel feedback ontvangen, dat komt nog, en ik hoop daarbij te vernemen dat hij een onvergetelijk avontuur onder zijn wandelbottienen heeft kunnen plakken. Dat was bij mezelf telkens het geval. Je hebt een mooi parcours achter de rug en wat meer is : Je hebt het gehaald, je bent er enorm blij om maar tegelijkertijd overvalt er je die tristesse omdat je tocht ten einde is. Het is een onbestemd gevoel, het afscheid nemen van je medepelgrims is meestal definitief, het moeten loslaten gaat iets in de richting van heimwee. Nog een dikke proficiat voor het volbrengen van je queeste Michel !
Met enige vertraging stapten we rond kwart na 10 van de trein en dit op Poperingse bodem. Een uitgestippelde lus over de Franse grens heen van 28km en een paar 100 hoogtemeters rijk maakte het onderwerp uit van onze trip. Tel daar nog een 16km bij, heen en terug naar de statie met de velo, en het aantal verbrandde kalorietjes mogen gerust geteld worden. Met 2km stappen tot aan de stadsrand werd de wandeling in gang gezet. Ik lieg, we begonnen eerst met het binnenspelen van het traditionele rijstvlaaike geoffreerd door de Marc en vervolgens ging de beuk erin. Een stukje van de Quintenswandelroute, een erg mooi wandelpad trouwens, werd opgepikt waarna het verder in rechte lijn zou gaan naar de Franse grens.
We passeerden het Lijssenthoek Bezoekerscentrum gelegen aan de gelijknamige militaire begraafplaats. In 1915 tot 1920 vond je hier het grootste militaire veldhospitaal in de Ieperboog uit WO1. Het werd een uitgelezen moment voor onzen Hugo om dit centrum een bezoekje te brengen. Een zeer vriendelijke gids vroeg ons of hij ons wat vragen mocht stellen. Tuurlijk ! Dat was een kolfje naar den Hugo zijn hand ! Deze honneurs liet ik bijgevolg den Hugo welgevallen want eerlijk gezegd schat ik hem kwa WO1 kennis minstens de gelijke van de gids. Zoniet nog een streepje hoger. Elke dag wordt er daar in het centrum een foto van de 'Soldaat van de Dag' geprojecteeerd op een scherm. Het is een soldaat die op een zelfde dag/datum daar in het hospitaal aan de opgelopen verwondingen in de Grote Wereldbrand overleed. Ongeacht zijn nationaliteit krijgt hij hier even de aandacht zodat hij net als al die andere onschuldige sukkelaars nooit vergeten zal worden. De gids gaf ons een print out mee met de foto van deze ongelukkige held. Ik kwam er ook te weten dat de gemiddelde levensduur van een gevechtspiloot, een 'Ace', toen amper 3,5 maand bedroeg. Nog een vlug bezoekje aan het kerkhof ... het is/was waanzin ten top, want zinloos krijgsgeweld herhaalt zich helaas telkens weer. Berusting vinden in die vloek zal het enige alternatief blijven. Enige interesse ? Hier is de link naar het bezoekerscentrum : Lijssenthoek Bezoekerscentrum
De exacte lokatie van de Frans - Belgische grens valt hier moeilijk vast te stellen. Grenspalen zoals er staan aan de Belgisch - Nederlandse grens zijn er niet. Soms loopt de grens in het midden van de straat. De ene straatkant is Belgisch grondgebied, de overkant La France. Ook beken markeren hier op sommige plaatsen de landsgrenzen. De Doodstappenbeek en de Vleterbeek in de geburen van Boeschepe zijn landsgrenzen, om er maar enkele te noemen. Eens de grens over zaten we dus in Boeschepe. Het is een gehuchtje in het noorden van de Ch'ti regionen. We vonden er een mooi plaatsje om te picknicken aan de dorpskerk. De Godstempel van Boeschepe is een monumentaal bouwsel in verhouding tot de grootte van het dorp.
Vanuit Boeschepe zou het gestaag bergop gaan naar de Mont des Cats, de Katsberg in 't Vlaamsch. De naam Cats is afkomstig van de Germaanse volksstam der Chatten. De Katsberg zelf is een getuigenheuvel in het West-Vlaams Heuvelland van Frans-Vlaanderen en ligt in het gebied van de gemeente Godewaarsvelde. De weg naar de top is 2.2 kilometer lang en overbrugt 118 hoogtemeters met een gemiddeld stijgingspercentage van 5.3%. Het hoogste punt bevindt zich 164 meter boven het zeeniveau. Op de Katsberg staat een kolossale abdij met in de buurt een Passiekapel en een 200 meter hoge televisiemast. Daar zijn we rondgewandeld. Deze mast is een goed zichtbaar herkenningspunt in het golvende landschap. Tot op heden blijft de abdij zeer befaamd om haar kaas en bier.
Ooit mocht Frankrijk zich beroemen op het feit een trappistenbier te bezitten. Maar, sinds het bier in de brouwerij van Chimay wordt gebrouwen mag het bier de naam van Trappist niet meer dragen.
Daar boven op die Katsberg dan weer had je een schitterend zicht op het Vlaamse Heuvellandschap met in de verte Poperinge.
Laag, een lucht zo laag Een lucht die weent, weent als verdriet
Laag, laag op een land
Maar schoner land bestaat er niet.
Vlaanderen mijn land - Petra
Vlaanderen wat ben je mooi ! Dat een groot gedeelte over verharde doch zo goed als verkeersvrije paden liep deed geen afbreuk aan het magnifieke karakter van de trip. M'n stapgenoten konden met deze indruk instemmen. Godewaarsvelde was de volgend stop. We hoopten er een cafeetje aan te treffen en dat lukte. In een proper en gezellig kroegje in een doodlopend straatje kreeg een Franse waard het verzoek om 3 Hommels te tappen. Dat deed hij op meesterlijke wijze. De hop, het streekproduct bij uitstek, verrijkte het smaakpatroon. Bitter in de mond maakt het hart gezond. Zo beweerde mijn grootmoeder en daarbij lepelde ze je gezwind een kwak levertraan op. Een tripel hop in de plaats van die levertraan was waarschijnlijk toentertijd geen optie. Terug op weg kwamen we die hopstaken tegen. Leeggeplukt maar hier en daar bengelden er nog wat bloemetjes aan die staken. De Marc durfde het aan om van zo een hopbloem te proeven. Dit op den Hugo z'n aanbeveling. Lang duurde zijn proeverij niet want bijna onmiddelijk spuugde hij zijn bittere hoppralien op de grond. Dat zal hij geen 2de keer meer riskeren. De smoelen die hij trok bij zijn degustatie weerspiegelden de afgrijselijk bittere smaak van de hop.
In Abeele staken we terug de grens over naar het Vaderland. Hugo was hier al eens geweest zo beweerde hij. Hij herinnerde zich een uitstap met een autocar die tot doel had kennis te maken met de verschillende volks- of caféspelen die er in deze contreien worden gehouden. Een inwoner werd in z'n deuropening aangesproken en die kon Hugo het café aanwijzen waar hij getuige moet geweest zijn van het spel 'Zandbollen'. Geen idee of ik dit juist uitspreek of schrijf. Het Westvlaamse dialect heeft zo zijn geheimen. Ahoow zeg.
Het zat er bijna op. We belandden terug in de bewoonde rand van Poperinge. Daarbij passeerden we in de hoofdstraat het unieke Talbot House. Even een terugblik naar de oorlogsjaren '14-'18... : Midden in die drukke stad die Poperinge was, het Britse Leger had er immers haar commandobasis uitgebouwd, hadden de aalmoezeniers Neville Talbot en Philip "Tubby" Clayton in december 1915 een clubhuis ingericht. Zonder onderscheid van rang of stand konden soldaten en verpleegsters er drie jaar lang terecht voor een zeldzaam moment van rust en ontspanning, ver weg van de oorlog. Het huis is nu een museum. Op haar mooie website vind je interessante informatie. Met een virtuele toer (klik hier voor de virtuele toer) kan je alvast een beeld vormen van het prachtige interieur. Jammer, de wandeling zat er inmiddels bijna op. Ze was echt de moeite van de verplaatsing waard. De panoramas boven op die heuvelruggen zijn betoverend mooi. Ze zijn zo kenmerkend voor het Vlaamse Heuvelland dat het niet te verwonderen valt dat Jacques Brel hier de inspiratie vond voor zijn prachtig muzikale oeuvre. Ook de talrijke reflecties naar het oorlogsverleden die zich onderweg voordoen zoals er zijn : De musea, de militaire begraafplaatsen, de monumenten enz. ze reiken genoeg beeldmateriaal aan om er een leerzame themawandeling mee ineen te steken.
De statie kwam in zicht ! Er restte on nog tijd om een tripeltje te versieren in café 'De Snoek' ! Het werden er uiteindelijk 2. 2 Tripels Plukker alstublieft ! Den Hugo hield het voorlopig op een 'Omertsjen'. 'Tripel Plukker' begot ! Ik had er nog nooit van gehoord. Waarschijnlijk werd de naam voor deze tripel ontleend aan de hopplukkers. Ze gleden desalniettemin op hun sokken naar binnen. Het was de perfecte afsluiter van een prachtige stapdag met de maten Hugo en Marc. 28 paaltjes, wat hoogtemeterkes ... het was wel terug eventjes wennen. Tot een volgende weeral.