Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht Bas. Sorteren op relevantieAlle posts tonen
Posts gesorteerd op datum tonen voor zoekopdracht Bas. Sorteren op relevantieAlle posts tonen

zaterdag 22 juli 2023

Reebokwandeling vanuit Lembeek

 

Met z'n gevieren vandaag ! In het gezelschap van de Marc, de Michel, de Ronny zonder Catsjoe en tot slot mezelf werd de Reebokwandeling ondernomen. Om halftien stapten we uit in Lembeek en dit voorlopig nog zonder de Marc. Die zou maar eerst om 10 uur aankomen. We vertrokken zonder de Marc en zouden op hem wachten op het dorpsplein aan de St. Veroonskerk. Aangekomen op het dorpsplein beweerde de Michel dat wij hier al eens geweest waren. Ik kon het me zo onmiddelijk niet meer herinneren.  Het moet zijn dat er enorme gaten in m'n memorie komen te zitten. Een ouderdomskwaaltje denk ik. Misschien wel het syndroom van Korsakov ten gevolge van de Bourgondische drank- en eetgewoonten. Nauwelijks een jaar geleden, 22 maart '22,  zijn we hier ook al eens van start gegaan. Toen was de bestemming Het Hallerbos. Wel de naam 'Mustang', een dorpscafé liet ergens ver in de verte een belletje rinkelen. Inderdaad de Michel herinnerde zich nog dat den Hugo hier een 75cl Gueuze achterover had geslagen.  Lembeek ... daar staat de brasserie Boon van de Gueuze ! Lembeek - Lambiek men vermoed een relatie tussen de Gueuze Kriek Lambiek en Lembeek, het dorp. Na een kwartiertje kwam de Marc er aangewaaid en vertrokken we voor onze luswandeling. Ondertussen hadden we al een gesprekje gehad met een dorpsbewoonster die vlak naast de Pastorij woonde. Ze prees de patroonheilige van Lembeek, Sint Veronus, de hemel in. Dat was misschien overbodig aangezien hij er al wel gezeten zal hebben. Die St. Veroon ligt aan de basis van de enige soldatenprocessie die België rijk is. De legende die daaraan vooraf ging vertelt het volgende : St. Veroonslegende 

Op het dorpspleintje staat er een beeldje van Maurice Decochez, de Lembeekse dorpsfiguur. Hij was
 houtsnijder/beeldhouwer en geboren in Lembeek in 1913. Heel zijn leven daar wonende, werkende en overleden in Halle in 1985. “Maurice” was een uitzonderlijke verschijning en een persoon die door alle Lembekenaren en in de omstreken gekend was als levend en aanvullend deel van Lembeek zelf.  Hij kende iedereen bij naam alsook de allerlaatste nieuwtjes van dorp en omstreken wist hij je te vertellen. Ook alle voorbijrijdende auto’s werden door hem nauwkeurig in de gaten gehouden.  Jaar in jaar uit droeg hij een wintervest over zijn werkschort wat zijn silhouetten natuurlijk des te unieker maakte. Alhoewel hij niet groot was drukte zijn geblokt lichaam een monumentale kracht uit. Zijn handen waren door beitel en hamer omgevormd tot twee vaste klemmen, de voeten solide op de grond.  Maurice hebben ze met het standbeeldje verder laten wandelen door het dorp, langs het kasteel, langs de vaart, de Malheide, de Congo … . Het is een sympathiek eerbetoon aan een bemind dorpsfiguur. 

We konden van start gaan. Oostwaarts richting kanaal Brussel - Charleroi om te beginnen waardoor we het kasteelpark passeerden. Het kanaal doorsnijdt het  heuvelende parklandschap dat tussen Lembeek-dorp en het Lembeekbos ligt. Dit parklandschap met aansluitend het Malakoffdomein, werd gekneed door kasteeleigenaar en jeneverstoker Paul Claes. Het kasteel is er niet meer, maar op de andere heuvelkant pronkt de Malakoff-toren. Deze nagebouwde middeleeuwse wachttoren (1854) staat te midden van dit prachtig natuurdomein met als decor een oude Zennemeander, enkele vijvers, moeraszones en bloemrijke graslanden. Het Malakoffdomein werd verkozen tot mooiste plekje van Halle. Aan de zuidkant verlieten we het Malakoffdomein en stoomden door naar het Lembeekbos. We konden genieten van mooie heuvelende wandelpaden in een prachtig landschap. De verschillende groentinten erin versmolten zich tot een harmonieus geheel. Hier en daar een kuitenbijter, dan weer een holle weg overkoepeld met weelderig gebladerte. Zo mooi. Ook aan vlonderpaden ontbrak het niet op deze wandeling. Onze maat de Marc haalde daar zijn rijstvlaaikes boven, kwestie van de wandeling wat te kruiden met een lekker snoepke.  Lekker maar ze konden volgens onze maat nog steeds niet tippen aan deze van z'n vroegere bakker wiens bakkerij ten prooi viel aan de vlammen en helemaal was opgefikt. 

Aan de zuidkant trokken we het Hallerbos binnen. Tijd voor de picknick ! Lange picknicktafels staan daar aan de Vlasmarktdreef opgesteld en daar maakten we dankbaar gebruik van. De oorzaak van m'n tanend geheugen werd nog maar eens in herinnering gebracht en op de proef gesteld. Flesje wijn erbij, een aperitiefje, olijfje, het protocol is stillaan gekend. Na deze gastronomische break gingen we terug op weg. Iets verder maakten we kennis met een StreetArt artiste. Ze deed een wandelingetje met haar hondeke, een beestje zo oud als de straat. Ze was bezig met een Wallpaint te maken op de tunnelmuur onder de R0 - ring van Brussel. 6m hoog en 80m breed. Daar moet wat verf inkruipen dacht ik nog. Haar busje vonden we terug aan de ingang van de tunnel. Het moet fijn zijn dat je je met dergelijke kunstvorm kunt uiten, je kost ermee verdient en daar ook je dagen mee kan vullen. Als je creativiteit je dan nog een immense voldoening schenkt ben je een gelukkig mens. Het waren echt mooie werkjes die daar op die tunnelmuur waren geschilderd. Zo, nu zaten we volop in het Hallerbos. Ik verwijs hier opnieuw naar de link hierboven die je naar m'n blog van 22 maart van verleden jaar brengt. Maar even in 't kort geschetst :  Het Hallerbos is het belangrijkste en meest uitgestrekte bosgebied tussen Zenne en Zoniën. Het bos is een publiekslieveling dankzij het prachtige paarse tapijt van wilde hyacinten die rond midden april bloeien. Het gevarieerd reliëf zorgt voor heerlijke wandelmogelijkheden en maakt een bezoek aan dit bos meer dan de moeite waard. Zo mooi en wat me steeds meer en meer opvalt is dat er zo weinig mensen deze bossen opzoeken. Het zou in een vakantieperiode hier vol met spelende kinderen moeten lopen. 

Op de terugweg naar Lembeek passeerden we op de grens van de gehuchten Essenbeek en Warande het Warandepark. In dit park werd er een educatief parcours uitgestippeld voor de kinderen waarin de boommarters Bas en Bieke de personages uitbeelden die het verhaal vorm moeten geven. Er waren daar inderdaad een hele groep kinderen aan het spelen. Café 't Kriekske, een volkskroeg,  nabij het Warandepark nodigde uit om een trappistje La Trappe te degusteren. Een Hollandse Trappist dan nog welteverstaan. Nu, smalend mogen we daar zeker niet over doen want de meesterbrouwers die onze Westmalle Trappist, de moeder van alle Tipels, beroemd en naar een topniveau hebben verheven waren Hollandse broeders.  Die smaakten en tijdens de degustatie moesten we de Michel onderrichten in het vak van de Trappistenleer. Het ontstaan van de brouwerij  is dan ook een boeiende geschiedenis. Moest het je interesseren : Brouwerij Westmalle Trappist . Het kasteelpark volgde en daarna kwam de kerktoren van Lembeek terug in zicht. Een afsluiter op het gezellige dorpsplein in de 'Mustang' met nog een La Trappeke volgde. Met nog 2 uurtjes sporen zat de dag er op. Ene om in te kaderen alweer.



vrijdag 13 maart 2020

Limburg Lage Kempen van Zolder naar Leopoldsburg



Geen al te grote opkomst voor het wekelijkse uitstapje vandaag. Niet alleen voor het uitstapje  maar ook op weg naar mijn bestemming was het erg stilletjes en het leek me wel of onze bevolking gedecimeerd was. Een voorbode van de apocalyps ? Onderweg naar de statie viel er weinig verkeer te bespeuren en de stations van Berchem en Beveren leken wel verlaten. Op de treinen, hetzelfde scenario, die waren zo goed als leeg. Weinig werk dus voor de kaartjesknipper maar ook die leek wel opgelost in het niets te zijn. Onze kaartjes bleven zowel op de heen- als terugreis maagdelijk blank. 

Wat het stapploegske betrof meldden enkel de Ronny en de Catsjoe zich present. Tussen Zolder en Leopoldsburg had ik het wandelpad uitgetekend. Een slordige 22 kilometer tussen de aldaar gelegen treinstations. De Lage Kempen bieden een prachtig en gevarieerd wandelgebied. Geen enkele wandeling daar in Limburg heeft me al ooit teleurgesteld en deze keer zou het niet anders worden. Jammer is het wel dat het even sporen is maar het loont alleszins de moeite. Het is daar een prachtige streek en deze keer was het hopen dat er geen F-16's de zalige rust, die de natuur ginder uitstraalt, zouden verstoren met hun brullende motoren. Het militaire vliegveld van Kleine Brogel lag daar immers op amper 15km van ons wandelpad. Onze bede werd verhoord. Min of meer toch, op enkele flying ace-pilots na die daarboven in het hemelzwerk wat happen uit  het defensiebudget opsoupeerden. Verder bleven we gespaard van dat verschrikkelijke lawaai 


Om 10 uur hadden we de verharde baantjes van Zolder al verlaten en bevonden we ons aan de voet van de mijnterril van Heusden Zolder; een stille getuige van het steenkoolverleden van de streek. Terrils ontstonden door het storten van stenen die bij de steenkoolwinning mee naar de oppervlakte waren gebracht. Met kipwagens en smalspoortreintjes werd dit overtollig materiaal vanuit de kolenwasserij in de mijngebouwen naar de terril vervoerd. Deze terril is sinds 1997 een Vlaams natuurreservaat. Schapen zorgen er door hun graasgedrag voor een stevige grasmat. Ik ben er echter geen enkel schaap tegengekomen maar soit, in de zomer zullen die daar wel rondhangen. Deze beesten verhinderen met hun gegraas de groei van bomen daar op het terrein. Hiermee tracht natuurbeheer het bijzondere milieu, dat vergelijkbaar is met dit van Midden-Frankrijk, te handhaven.  De silhouetten in de verte van de terrils van Waterschei, Winterslag, Beringen deden me dan ook een beetje denken aan de Auvergne, het gebied met de uitgedoofde vulkanen in Midden Frankrijk.  Voor het begrazingsproject werd het noordelijk gedeelte van de mijnterril en de aangrenzende heidegebieden afgerasterd. Dit hadden ik en de Ronny eerder moeten weten want na 2500 meter stappen en klauteren op deze 155m hoge terril konden we er verdorie niet meer af. We zouden helemaal tot aan de ingang hebben moeten terugkeren. Hierover seffens iets meer. 
Via mooi aangelegde paden en trappen op de steile stukken konden we van een wondermooi panorama genieten.  Helemaal boven op deze terril hadden we een uitzicht op het militair domein “Kamp Beverlo”, dat zo op het eerste zicht een oefenterrein is. Ook de gemeentelijke boscomplexen “Koerselse Heide” , het natuurreservaat “Vallei van de Zwarte Beek” en het brongebied van de Helderbeek waren bovenop die terril goed zichtbaar. 

Een trailloper die ons al enkele malen was voorbijgesjeesd met zijn loopstokken spraken we aan omdat het ganse terrein bovenaan de terril was afgespannen en we hem om raad naar een uitweg vroegen. We hadden er daarboven al eventjes rondgetoerd maar zagen geen uitweg. Mijn uitgetekend pad was afgesloten. Toch wees hij naar dit versperde pad en dat we daar maar over de draad moesten kruipen. Het zou een steil pad naar beneden worden en volgens deze sportieve knakker was dit pad nogal 'vettig'. Opletten bij het afdalen zou de boodschap worden Dit laatste woord sprak hij uit met het kenmerkend  zangerige Limburgse accent. Helemaal terug naar de terrilingang lopen zou ons een stevige omweg bezorgen dus waagden we het erop. Ik miste wandelstokken bij het afdalen van dat pad want ik moet toegeven dat ik met het ouder worden niet zo zelfzeker meer ben op kwakkele paadjes. Misschien betrouw ik niet meer zo op mijn gezichtsvermogen ? Alleszins hoed ik me om bij een val te hard met mijn kop te botsen met het risico van m'n oognetvlies terug te beschadigen. Het zal een combinatie zijn van deze factoren waarbij nieuwe stapschoenen of nieuwe zolen ook vermeld mogen worden.  Regelmatig verloor ik dus de grip op dat 'vettig hellingske'. Geen haast echter, ik kwam er wel. Eens beneden wachtte er ons een andere verrassing. Ook beneden was er een afrastering en een beek die ons afsloot van de toegang tot een gaanpad. Pech komt nooit alleen. Er was boven die afrastering nog een extra hoogspanningsdraad aangebracht. De sjaal van de Ronny kon dienst doen om die onder spanning staande draad op te tillen. De Catsjoe werd als eerste tussen de afrastering en de onder elektrische spanning staande draad geloodst. Gelukkig dat het beest zich kalm hield. Daarna volgde de Ronny en ik als laatste. Nog een klein sprongetje over de beek en we konden  verder. 

Het Vlaams bezoekercentrum 'De Watersnip' was de volgende halte. Ondertussen waren we in de vallei van de Zwarte Beek aanbeland. Een vallei die zich van Diest tot in Hechtel Eksel uitstrekt. De Watersnip is een natuurcentrum, vrij toegankelijk maar het Coronavirus strooide roet in het eten. De deur bleef gesloten. Wel konden we er een picknicktafel versieren, het was ondertussen al ver na het middaguur.  


Het was aan deze picknicktafel dat de Ronny een videoclip werd toegestuurd door Bas onze wereldfietser. Een kort clipje met m'n soulmate Els op de achtergrond. Die was enkele uren eerder geland op de luchthaven van Windhoek-Namibïe. Zij was daar aangekomen na een vlucht van 14uur. Bas reed met z'n fiets haar tegemoet vanuit Windhoek om haar te verwelkomen en op te vangen. Uit het clipje kon ik opmaken dat ze goed was aangekomen. 
Zij meldde me ondertussen al dat het vliegtuig dat vanuit Frankfurt naar Namibïe vloog, bijna leeg was. Ze zat er nagenoeg alleen op. Een gevolg van de Coronaperikelen dat alle geledingen van de maatschappij aantast. Samen met Bas fietst Els nu naar Kaapstad in Zuid-Afrika. Ik heb even gevreesd dat haar vlucht zou gecancelled worden vanwege dat Coronagedoe.  Gelukkig was dit niet het geval. Maar moest ze 2 dagen later zijn vertrokken  dan zou haar droomreis in het water gevallen zijn. Het geluksbrengertje en het hangertje met de H. Christoffel die ik haar kado deed voor deze reis hebben nu al hun nut bewezen. Ze draagt deze mee vooraan op haar fietstas. Goeie reis beste Els !  Geniet van je Afrikatrip. 

Na de picknick schoven we verder langs een mooi wandelpad, 'Het Prikkelpad' genaamd. Iets verder bevond zich het café 'Het Fonteintje' en daar zou onze tripel kunnen geconsumeerd worden. Ocharme toch ! De uitbater en zijn vrouw zaten in zak in as. Om middernacht moest hun etablissement sluiten. Ze wisten het even niet meer. In vergoedingen geloofden ze niet meer. De varkenspest had er jaren geleden in de regio gewoed, de beesten werden afgemaakt en de beloofde centen konden ze destijds met hun ellebogen aanpakken. Nougabolle dus. Een ijssalon iets verder maakte dezelfde bedenking. Daar wipten we ook even binnen en raakten er aan de praat met enkele fietsfanaten. Het werd vrij laat zonder dat we er erg in hadden en moesten opkrassen. Het resterende deel was een aaneenschakeling van mooie zandpaden afgewisseld met hier en daar een bospad. Bovendien zaten we nog altijd in die vallei van De Zwarte Beek. Deze is meer dan een beek alleen. Op de flanken en in de vallei liggen nog veel authentieke landschappen. Je begint boven op een droge heuveltop 'De Venusberg' genaamd. Deze is bedekt met heide en bossen. Op de flanken zie je kleurrijke weiden, akkers, knoteiken en houtkanten. Beneden in de natte vallei, vind je hooilanden, moerasbossen en veel venige moerassen met turfputten en trilvenen. Dit veen is een eeuwenoude reuzenspons die verschillende meters dik is. Het veen maakt dit landschap uniek in Vlaanderen. De laatste kilometers kregen we nog een regenbuitje kado en moest de poncho opgediept worden. Voor deze laatste loodjes moesten we afwijken van het bospad. Het was inmiddels te donker geworden en de regen had de paadjes tot glijbaantjes omgetoverd.  Onze wandeling zat er op, de 22 paaltjes tot aan het station van Leopoldsburg zaten in de pocket.  Een stemmig stationsbuffet fleurde het wachten op onze trein wat op. Die kwam er een 10-tal minuutjes later al aan. Eens op de trein naar huis konden we nog wat debriefen. Mooie dag, mooi pad, overwegend mooi maar fris weer bijgevolg was er geen reden tot klagen. Tot een volgende dan maar weer. 


vrijdag 24 januari 2020

St Julianagasthuis - Lokeren - Sinaai - St. Niklaas

Even recapituleren na een bewogen weekje. Al jaren aan een stuk wordt door de scoutsvrienden een uitwaaiwandeling gepland om het nieuwe jaar in te stappen. De organisator aan wie de eer viel om het dit jaar te organiseren had eerst nog een Thailandreis te verteren. Vandaar dat deze wandeling wat later werd aangevat.  Dit jaar werd er beroep gedaan op een stadsgids en wat aan kilometertjes werd ingeboet werd ruim gecompenseerd door de opgedane kennis die gedeeld werd door Erna  die het gidswerk ter harte nam. Dit summier wandelingetje langs de highspots van onze koekestad werd een echte opsteker. Ik ga het ganse relaas helemaal niet oprakelen maar aangezien de pelgrimswereld me ter harte gaat, boeide de uiteenzetting over het H. Julianagasthuis aan de St. Jansvliet  me ten zeerste. Dit wil ik  dan ook even vermelden. Aan de St. Jansvliet werd in 1305 een gasthuis gebouwd dat genoemd werd naar de Heilige Julianus. Julianus Hospitator werd in de Middeleeuwen en de jaren nadien aanroepen als de patroon van de reizigers, de pelgrims, de herbergklanten en de gokkers. Hij wordt afgebeeld als jager, soms te paard met een hert naast hem. Deze kerel deelt dus samen met zijn collega, de Heilige Christophorus, het ambt van schut- of patroonheilige van de reizigers.  In dit gasthuis mochten arme reizigers en pelgrims er  "dry mael slaepen gaan".  In 1702 komt de reizigersopvang in handen van de pas opgerichte Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van Loreto.  Pelgrims en passanten kregen er onderdak, eten en geloofsbrieven. 

Vandaag behartigt de vzw Koninklijke Sint-Julianusgasthuis het erfgoed en de tradities van het oude gasthuis. Te vernoemen valt de jaarlijkse organisatie van de Pelgrimstafel op Witte Donderdag. Deze eeuwenoude traditie laat twaalf ‘behoeftige’ personen aanschuiven aan een rijk gedekte tafel. In het gebouw kunnen pelgrims op doorreis naar Compostela sinds een aantal jaren er terug onderdak vinden. Volgens onze gidse mag je er nog steeds 3 keer overnachten. Met je credencial en stempelboekje als bewijs dat je een pelgrim bent hoef je enkel de sleutel op te halen in het toeristisch centrum op de Grote Markt. Vier bedden en een eenvoudige keuken staan in deze herberg ter beschikking. Het is het Vlaamse Compostelagenootschap dat deze herberg beheert.

--
Els vertrekt binnen 7 weken naar Namibië. In Windhoek zal ze Bas, onze kameraad de wereldfietser, vervoegen en samen met hem richting Kaapstad in Zuid Afrika fietsen. Het begint dus voor haar te korten. Ik tel mee af. Bas toert nu rond in Angola en heeft sinds zijn vertrek al 22 landen doorkruist. Ondertussen heeft Bas het gezelschap gekregen van Tania Muxima, een Portugese wereldfietsster die al 8 jaar op haar veloke de wereldbol verkent. Els hoopt deze dame nog te treffen wanneer ze in Windhoek/Namibië arriveert. 'Ik zou nog heel veel van haar kunnen leren !' stelt ze. 
Els had dringend nood aan een nieuw fototoestelletje om mooie foto's te kunnen maken van haar op stapel staande reis. Ronny, de man met kennis van zaken aangaande fotografie had voor haar een toestelletje geregeld en dat kwam ze donderdag ophalen. In Nederland zou ze voor hetzelfde toestel meer dan 100€ meer betaald hebben. 
Dat was dus de moeite om even naar België af te zakken. Ik had aansluitend een klein toertje voorzien rond het Kallebeekveer om het nuttige aan het aangename te koppelen. Het is er door tijdgebrek niet meer van gekomen. Ronny had nog verplichtingen inzake huisvesting van zijn bejaarde ouders. In de Duiventoren aan het kasteel van Wissekerke heeft onze maat haar de elementaire know how betreffende dat toestelleke bijgebracht. Ik ben nu al benieuwd naar haar fotokes. 
Die zal ze zeker openbaar delen op Polar Steps. Polar Steps is een gratis app om reisavonturen te delen. Onze maat Bas deelt hierop eveneens openbaar zijn avonturen. 
Kijk maar : Worldtrip by bicycle. 
Ook maakt hij mooie filmpjes onderweg die hij op Youtube plaatst. Het laatste nieuwe filmpje is dit van zijn wedervaren in Sao Tomé, een eiland pal op de evenaar aan de westkust van Afrika. Sao Tomé - Bas Idsinga

Laten we nu nog maar eens een stappeke wagen zie !  Hoog tijd ervoor. 


Voor het wekelijkse wandelingetje met de stapmaten viel er deze week enkel de Marc en den Hugo te strikken. Hugo moest op tijd thuis zijn dus zouden we het simpel houden en een lijnwandelingetje stappen tussen Lokeren en Sint Niklaas. 
Het was 9u30 wanneer we de statie van Lokeren achter ons lieten en langs de Durmeboord richting Molsbroek stesselden. Ook hier in Lokeren, net zoals in Brugge enkele weken terug, kan je langs deze Durmeboord statige herenhuizen aantreffen. We kwamen al vlug aan in het Molsbroek. Een dumptruck kieperde daar een lading grond op de oevers waarna een graafmachine deze uitvlakte aan de waterboord. Er rees wat twijfel in ons stapgezelschap of het wel allemaal grond betrof dat daar werd uitgekieperd.  De werkzaamheden vonden echter veel te ver voor het oog plaats om hier duidelijkheid te verkrijgen. Voor de rest lag heel dat Molsbroek er in peis en vree bij. 
Van het Molsbroek ging het richting de Vaag uit. De Vaag op het grondgebied van Waasmunster bestaat uit een 10 hectare smalle strook heischraal grasland. Ze ligt deels langs de E17 die je kwa verkeerslawaai een serieuze stoorzender mag noemen. Je treft  eromheen mooie oude zomereiken en diverse types bosland.  Op de open zandplekken met gemengd stuk bos kan je schapen tegenkomen van het begrazingsproject. Struikheide, grote ratelaar en schapenzuring zijn enkele van de planten die hier gedijen. Door het creëren van open zandvlakten kunnen typische diertjes ontdekt worden zoals de zandbijen bijvoorbeeld. Aan het heideveld staan er bovendien oude zomereiken die veel insecten herbergen zoals galwespen en eikenpage.. 
Het verkeerslawaai buiten beschouwing gelaten was dit een heel mooi stukje natuur maar we stapten door richting Sinaai. Aan een voetbalveldje trok de Marc een fles bubbels open. Gezeten in een dug out werd er geklonken op het gedeelde plezier dat een wandeling je bieden kan. Ook de bokes vonden hier hun eindbestemming. In Sinaai was het inmiddels hoog tijd geworden voor het tripeltje. Een cafeetje aan de statie kon hierin aan tegemoet komen. Jammer genoeg moest ik hier afscheid nemen van mijn gezelschap. Ik kreeg een telefoontje van de carosseriegarage. Nog voor 5 uur moest ik mijn auto komen halen. Dat kon nog net lukken als ik in Sinaai de trein zou nemen.  Tot ziens mannen ! Tot morgen kon ik moeilijk zeggen want de Marc moest in het ongewisse blijven over het verrassingsfeestje dat zijn dochters voor hem in petto hadden. Het werd volgens Hugo en Marc nog een mooi stukje verderstappen tot in Sint Niklaas. Dit kwam ik dan gisteren dus te weten op het candid pensioen- en verjaardagsfeestje van onze maat Marc. Het moet gezegd : Dit was een zeer aangenaam en warm feest ! We hebben er erg van genoten. Zo, onze maat heeft zijn carrière dus ook afgerond. Het zal voor hem nog een beetje wennen worden aan deze nieuwe status. Veel tijd zal hij tekort komen. Dit zoals elke gepensioneerde wel beweet. Volgende week zijn we weer pleite ! Waar naartoe ? We zien wel ! Nu eerst nog even binnenwippen op de nieuwjaarsreceptie van de zeescouts zie !  Daarna kan ik het hoofdstuk feestjes rondom oud en nieuw eindelijk afsluiten ... Allez komaan zeg Jan, dit is nu overduidelijk een uitlating die je onder de noemer 'klaagstoefen' mag categoriseren 😋😋😋.
--------

vrijdag 10 januari 2020

Here we go again ! Naar Herentals vanuit Bouwel

Bij de start van een nieuw jaar hoort het, bijna clichématig weliswaar, dat er wensen worden geformuleerd. Gezondheid en geluk staan uiteraard vooraan in het rijtje. Dat wens ik toe aan alle mensen met een goed hart. Wanneer een flinke dosis lol en plezier daartoe iets kunnen bijdragen, wel vooruit dan maar. Ook goede voornemens nemen een belangrijk plaatsje in bij een nieuwe jaarwisseling. Voor ons stapploegske wil ik aangaande deze edele voornemens even de plannen toelichten. Ik zou dit jaar graag op de Camino del Norte pelgrimeren. Liefst nog bij leven en welzijn. In september zou ik er aan willen beginnen. De startblokken staan daarvoor opgesteld in Hendaye, Frankrijk. Dit kuststadje aan de Golf van Biskaje ligt tegen de grens aan met Spanje. Dit pelgrimspad volgt een 500km de Costa Verde (de pispot van Spanje genaamd) tot in Ribadeo waar het richting Zuid-West landinwaarts buigt om in Arzua op de Camino Frances aan te sluiten. Een 100km voor Ribadeo, in Oviedo, zou ik eventueel af kunnen slaan op de Camino Primitivo die door het Cantabrisch gebergte en het natuurreservaat 'de Covadonga' naar Santiago leidt. In dat reservaat zitten er zelfs nog beren. Adembenemende panoramas naar hartelust. Lang geleden ben ik met de motor daar nog door gesjeesd. Te voet moet het een overweldigend mooi pad zijn. Het is een 5 sterren parcours volgens de kenners. Den Hugo spreekt dan weer van de Camino Cantabrica plat te walsen. Helemaal zeker is hij daar nog nie van. Deze loopt eveneens van Oost naar West parallel aan de Camino del Norte en dus ook aan de Camino Frances maar loopt  er pal tussenin. Slingerend over de pieken van het ganse Cantabrisch gebergte en bijgevolg ook dwars door de Covadonga.  Machtig wandelingetje met als toplokatie de Picos d'Europe, een bergketen waar de hoogste top, de Torre de Cerredo, met zijn 2648m hoogte het landschap domineert. Let op, aan de kust vanop zeeniveau bekeken is dat wel hoog. 


In Fuente Dé vind je een kabelbaan die in één overspanning zonder tussenliggende ondersteuning 600 meter hoog stijgt. Uniek in Europa. De Ronny zoekt ook de Camino del Norte te lopen zij het iets vroeger veronderstel ik. De Marc en Angelo zullen starten in de Puy en Velay en zo naar Santiago stappen. Ook een toptocht waarbij je door het land van de Katharen kan struinen. Die gasten zijn ondertussen ook al niet meer aan hun proefstuk toe. Marc geniet nu van zijn pensioen, Michel-Angelo moet nog enkele maanden wachten. De lintmeter hangt trouwens al in zijn Proximus-klakske. Die lintmeter herinnert me ineens aan m'n legerdienst zie ! Tot in  den treure hoorde ik van de anciens : 'Combien demain matin Mataffe ?' Mataffe ... matelot ... hoeveel dagen nog na morgen matroos ? ... stamnummer 74/17263. De dagen tot je afzwaai werden toen geteld en elke dag knipte je een centimetertje af van je lintmeter die je in je kepie had weggemoffeld. Het moment dat onze maat Michel in het rijk de nimmerrusthebbenden mag binnentreden zal er vlug zijn !

Onze Els dan weer vertrekt op 12 maart naar Namibië met haar trekkingfiets. Vandaag zaterdag heeft ze haar vliegtickets op Windhoek verzilverd. Dit is allemaal vlugger gegaan dan ik verwachtte. Het reisschema werd enigszins gepimpt.  Zij zoekt daar Bas onze wereldfietser op en fietst met hem verder naar Zuid Afrika waarna hij waarschijnlijk opnieuw een break zal inlassen. Olala, wat heeft ze  het druk gehad met al die voorbereidingen. Visa regelen, fiets grondig nazien, aanschaf duurzaam kampeergerei, nieuwe camera, spuitjes tegen tropische ziekten enz. enz. Het is allemaal bijna rond. Ze zit echt op hete kolen nu. Enig probleem dat nog rest is opvang zoeken voor Jochem, hare rosse kater. 
Onze gezamenlijke bijdrage, ttz deze van mij en Els, voor het Nederlands pelgrimstijdschrift  'De Jacobsstaf' werd mee gepubliceerd in hun kersteditie. Het betrof een inzending over internationale ontmoetingen tijdens een pelgrimstocht die na afloop hiervan tot een blijvende vriendschap hebben geleid. Het Nederlandse Genootschap zond me een exemplaar voor m'n verdienste. Ik heb de ingezonden tekst al eens in een eerdere post weergegeven - Kijk maar : Bijdrage voor de Jacobsstaf

Juist voor de Kerst kreeg ik nog een 2de boek toegestuurd vanuit Frankrijk. De journaliste en tevens mijn toffe Bretoense pelgrimsvriendin Fabienne Bodan heeft opnieuw een omvangrijk boekwerk ineengestoken. Deze keer heeft zij alle pelgrimswegen in Europa opgelijst en er een prachtig boek mee samengesteld. Het is opnieuw zo een turf van tegen de 600 bladzijden dik. Moest den Hugo dan toch een ander traject overwegen dan zijn Camino Cantabrica, dan laat ik hem wel eens in haar boek bladeren. Keuze in overvloed. Natuurlijk voel ik me vereerd met het boek dat ze me kado deed en toestuurde. Enkele van mijn foto's werden er immers in opgenomen. Ook de publicatie van mijn bijdrage in de Nederlandse Jacobsstaf was onderwerp van m'n ijdel genoegen. 

Nu gaan we nog wat stappen zie ! Het is verdorie al bijna een maand geleden. Om 10 uur stapten we af in Bouwel. Ik, Marc, Ronny en de Catsjoe. Herentals, de parel der Kempen,  was het doel. Tja, hier in ons Belgenland vind je geen poesta of steppe waar je eens in kan ronddwalen. Het zou zo eens iets anders zijn dan de Ardennen,  de Condroz of pakweg de IJzervlakte. Bijgevolg stellen we ons tevreden met onze Kempen. En daar is het best toeven ! 



Het station en haar omgeving lagen er met die miezerregen wat troosteloos bij. Het grijze wolkendek bracht daar al evenmin wat kleur in en in het Zuiden vanwaar de opklaringen dienden verwacht te worden zag het hemelspan er vervaarlijk donker uit. Het bleef voorlopig bij wat gemiezer. GPS ingeschakeld waarnij ik tot de vaststelling kwam dat het inzoomknoppeke het begeven had.  Na bijna 8 jaar trouwe dienst is hij stilaan aan vervanging toe.  Ik probeer toch nog een herstelpoging. Als het me dan niet meer lukt zal er een nieuwe GPS op het lijstje van m'n verjaardagskadootjes prijken.
Na een kilometertje of 2, op een parkje na overigens bijna hoofdzakelijk in de bebouwde kom, werd het koffietijd. Den Eik, een volkskroeg aan de rand van Bouwel met het Albertkanaal en uitgebaat door een Westvlaamse neringdoenster was al open. Een schare op rust gestelde senioren was daar al op post en deden een poging om tussen pot en pint de wereld te verbeteren. Er was duidelijk geen haast bij deze vruchteloze intentie. Jawadde zeg, bijna 100 Bfr voor een kommeke koffie met een speculazeke. Voor een volkskroeg is dat ook goed doorgerekend als je het mij vraagt.  Na 2 kommekes zijn we daar opgestapt. 
De eerste horden inclusief cafeïneshot van het nieuwe jaar 2020 waren genomen en nu kwam het mooiere stuk eraan.  Hop het Albertkanaal over en Grobbendonk binnen. 

Iets voorbij het kanaal troffen we een kapelleke aan van Onze Lieve Vrouw van Lourdes. Prima plekje om onder een dak de bokes aan te spreken. Bokes niet alleen, de Marc had een fles bubbels bij voor op het nieuwe jaar te klinken ! Ja dat moet kunnen ! Een pastoor maakt immers ook geen bezwaar om in de kerk zijn kelk wijn binnen te kieperen. Zij het  dan wel in een iets andere kontekst maar goed. Vermeld dient te worden dat de Ronny in dat kapelletje een spontane aanval kreeg van devotie. Hij zette zich aan het werk om een aureooltje te fabriceren. Dit was zijn specialiteit zo vertrouwde hij ons toe. Vervolgens diende dit religieus intermezzo vereeuwigd te worden met een kiekje. Jezuske zal het ons niet kwalijk nemen denk ik 😊. 
Nu ging het de richting uit waar de Grobbendonkse watermolen staat. De Marc opperde het idee om het traject iets aan te passen en van hieruit de oever van de Kleine Nete te blijven volgen. Dit bleek een goed idee te zijn.  Ikzelf had het parcours iets voorbij Grobbendonk en door Vorselaar iets verkeerd ingeschat kwa onverharde paden. Op deze manier zouden we op een onverhard pad kunnen blijven en een prachtig stukje Kleine Nete kunnen verkennen. 
Op Grobbendonks grondgebied bij de samenvloeiïng van Kleine Nete en de Aa staat nog een eeuwenoude aktieve watermolen. Heel de omgeving rond deze molen doet erg archaïsch aan en wanneer tijdens de winter de Nete buiten haar oevers treedt, is de omgeving meer dan een bezoekje waard. De watermolen van Grobbendonk is een van de mooiste slagmolens van de Kempen. Hij draait nog steeds dagelijks op de kracht van water, er wordt haver en gerst voor paarden geplet. Molen- en aanverwante producten zijn te koop in het aanpalende winkeltje. De watermolen behoorde in de dertiende eeuw toe aan de Heren van Grobbendonk. De watermolen, die door de eeuwen heen driemaal werd verwoest, en het schilderachtige natuurkader zijn sinds 1962 beschermd.  Om iets meer te weten te komen over de rijke geschiedenis van dit historisch kunstwerkje ... hier is er een linkje naartoe :  De watermolen van Grobbendonk 
We liepen er haast voorbij ! Iets verder voorbij deze watermolen staat de oude kasteelhoeve van het kasteel d'Ursel. Een bruggetje over de Kleine Nete gevolgd door een glibberig paadje leidde naar de binnenkoer van de kasteelhoeve het 'Neerhof' genaamd. Tot voor enkele jaren terug was deze kasteelhoeve gedoemd tot verval. Tussen de weilanden strekt zich het 14 hectare tellende kasteeldomein d’Ursel uit. Van het kasteel zelf bleef niets overeind, enkel de kasteelhoeve bleef gespaard. Hier staat sinds de zomer van 2017 Bartel van Riet achter de toog met zijn kersverse echtgenote Dorien Van de Water. Naast leraar lichamelijke opvoeding, landschapsarchitect, TV-presentator en klusjesman is Bartel duidelijk ook een herbergier met ridderlijke inborst. Als kind had hij een enorm ontzag voor kastelen. Dat hij samen met zijn vrouw in deze hoeve een cafeetje mochten openhouden kwam als een geschenk uit de hemel vallen. Ze wilden een cafeetje van honderd jaar oud creëren met streekgebonden herinneringen. De familiefoto’s die er hangen, komen van overal. Je ziet de oude boswachter, maar even goed een Grobben­don­kenaar die het duivenkampioenschap won. Het verhaal van het kasteel en bij uitbreiding deze van Grob­ben­donk en haar bewoners wordt daar in die kroeg erg tastbaar. Ik ben blij dat we dit juweeltje, zij het bij toeval, ontdekt hebben.  In alle geval hebben Bart en Dorien met hun kroeg Grobbendonk nog meer op de toeristische kaart gezet. In de zomer, zo vertelde Dorien, zaten er op het binnenhof wel een 300-tal recreanten. Als je het mij vraagt is de herbestemming van dit Neerhof een groot succes. 
De eerste totter van het jaar is ondertussen een feit. Uitgeschoven over een spekglad modderlaagje maakte ik nogal hardhandig kennis met Moeder Aarde. Gelukkig zonder al te veel narigheid. Met het slijk van jas en broek af te kuisen was de kous al af. Van de morgen stelde ik dan toch vast dat een paar gekneusde ribben het diep ademhalen nogal moeilijk maakte. Binnen een paar dagen is daar weeral niks meer van te merken. Onze maat de Ronny daarentegen is van de ontsteking aan zijn achillespees nog niet genezen. Hij overweegt dan uiteindelijk toch om maar eens naar een doktoor te gaan. Ik heb zo de indruk dat hoe ouder je wordt, hoe langer een reparatie aan je lijf duurt.  


Met die Kleine Nete te volgen werd ons wandelingetje met een 4km ingekort. We kwamen dan ook iets vroeger dan voorzien in Herentals aan. Dit gaf ons de gelegenheid om af te sluiten met een tripeltje in een cafeetje vlakbij de statie. Hier liet Bas, onze wereldfietser, de Ronny zijn gsm rinkelen. Hij stuurde een fotootje vanuit Luanda - Angola door. Hij gaf op het moment een Power Point presentatie van zijn reis aan locals . Op het white screen achter hem een gebeemde slide met onze koppen er op. Het was een foto genomen bij onze eerste ontmoeting met Bas. Het is straf, ons stapclubke internationaal onder de aandacht en onze schrijfsels gepubliceerd  in de buitenlandse pers ... Je zou er zowaar nog capsones van krijgen. Dat laten we niet gebeuren hoor ! Zo de eerste stapdag van het jaar zat er weer eens op.  Ik heb nog wandelingetjes in overvloed die vragen om gestapt te worden. We houden er dus nog niet mee op.