Wat een zalige dag toch ! Schitterend weer, lichte zeebries en een stralende hemel. Ingediënten voor een sublieme wandeling in het Zwin, het natuurreservaat dat met de onderscheiding 'magna cum laude' gelauwerd mag worden. Treintje op richting Knokke. De stad waar de zogezegde frigoboxtoeristen helemaal niet welkom zijn. Zonder frigobox gaat het ook. Wat boterhammetjes, een magnum fles Chimay, een rijpe Camenbert, een gepeperd sausiske, een zwart beulingeske en dit allemaal mooi verstopt in het rugzakske. Onze teerbeminde Graaf Leopold Lippens, de burgervader van Knokke sinds jaren, zou wat ons betreft zijn stof doen opwaaiende uitlatingen over de minder begoede toerist niet hoeven te herhalen.
Een mooi toerke van 25 km startend vanuit Knokke langs de kustlijn en afbuigend rond het Zwin naar Cadzand in Nederland om vervolgens met een ommetje langs Retranchement terug naar Knokke te tenen. De dag zou bijna te kort kunnen worden.
't Moet gezegd worden : Het publiek dat in deze regionen van de kuststreek van Knokke zijn vertier en ontspanning komt zoeken heeft een veel dikkere portemonnee dan de mijne. Duidelijk de begoede klasse en als je er zo rondloopt krijg je stilletjesaan de indruk dat je ergens in een Frans Departement bent aanbeland. Je wordt er verdorie zelfs in't Frans aangesproken. Ach 't is allemaal zo erg niet maar je voelt je hier wel een stukje teruggekatapulteerd in de geschiedenis toen het Frans de bestuurstaal was en de fransprekende upperclass de Vlaams sprekende medeburger nog minachtend en met een scheef oog bekeek. Gelukkig is dit nu allemaal achterhaald en is de ontvoogdingsstrijd voltooid verleden tijd.
Veel volk aan de kust vanwege de paasvakantie en er heerste al veel bedrijvigheid op het strand. De strandcabinnekes werden in orde gebracht en bulldozers schraapten het strand effen. Hier en daar zat er al een zonneklopper, waarschijnlijk ene met vissenbloed, in een strandzeteltje van het prille lentezonnetje te genieten. Op de wandeldijk was het al volle pret voor de kinderen met hun go-carts.
De Catsjou had pech. Voor heel het Knokse strand was er een verbod om met honden op het strand te wandelen tussen 9 uur 's morgens en 9 uur 's avonds. Niets is er zo plezant dan op een strand te wandelen, de scheermesschelpen onder je bottienen te horen kraken, de zeelucht op te snuiven en je voetsporen te drukken langs de vloedlijn. Eens voorbij de recreatieve zone richting Nederland kon de Catsjou haar gangen gaan. Over het strand lag er een lage nevel die een prachtige aanblik bood. Verbeeld je daar een strakblauwe hemel en het zonnetje bij in en het plaatje is compleet.
Na het strandbezoekje volgde er een kort stukje door de duinen waarna het Zwin in zicht kwam. Ook weeral prachtige vergezichten op de duinvalleien en de zandrichels. Vanwege het verbod op honden konden we er niet in. Maar vanop de dijken had je minstens een even mooie kijk op het landschap. Het reservaat was trouwens gesloten vanwege verbouwingswerken. Enkel geleide bezoeken waren nog mogelijk. Een aartslelijke torenkraan stond daar middenin het reservaat gepoot en vloekte met de natuur. Als het je stoort moet je daar dan maar naast kijken. Moois genoeg daar in de omgeving. Gallowayrunderen, ooievaars, zeekoeten, waterpartijen en noem maar op.
Door die verbouwingswerken konden we de oorspronkelijk uitgestippelde weg niet meer volgen en moest er naar alternatieven gezocht worden. Via ruiterpaden waar je tot je enkels in het mulle zand zakte hebben we ons een weg gebaand richting Nederlandse grens. Hop en er over. Waar je rekening mee moet houden eens je in Nederland bent, zijn de kanaaltjes en sloten die er in overvloed aanwezig zijn en die wel eens roet in je wandelplannen kunnen strooien. Als je van zo'n kanaaltje of slootje geen weet hebt kan het wel eens zijn dat je het met je uitgestippelde route kan schudden. We hadden deze keer prijs. Onderweg kwamen we nog een wandelend echtpaar op jaren tegen. In 't Frans vroegen ze ons of we konden zwemmen. 'Pas de problèmes', onze Belgische frank viel nog niet onmiddelijk. We zaten in de juiste richting maar de juiste wandelweg lag aan de overkant van het kanaaltje. Na enkele kilometerkes naast dit kanaaltje gelopen te hebben hoopten we op een bruggetje om er over te geraken en zo op de juiste weg te komen. Nougabolle, een hek versperde de doortocht. Dan maar door het hek breken en verderop de kansen op de aanwezigheid van een bruggetje wagen. Dit bleek succes te hebben. Een laatste alternatief zou geweest zijn : De bottienen uitspelen en door de modder het kanaaltje oversteken. Echter enkele meters verder lag er een profiel van een vangrail over het kanaaltje. 't Was risky maar het ging. Ook de Catsjou is er zonder pelsscheuren doorgekomen.
In Retranchement, hoe de Nederlanders op die naam gekomen zijn weet ik niet, maar in Retranchement was het tijd voor de klassieke pint. Een overvriendelijke ober bracht ons de versnapering. Er zat verdorie al veel volk op zijn terras. Dat smaakte weeral maar met nog zo een kleine 10 kilometer in't vooruitzicht werd het vlug tijd om op te krassen. Nog een lekker crème gelaske onderweg en die 10 kilometer waren zo opgesoupeerd. De trein stond ons al op te wachten in Knokke. Prachtige dag en de Ronny en ik hebben weeral veel gelachen en gezwanst onderweg. Ook veel kompassie gehad met al die mensen die in het zweet des aanschijns vandaag hun kost moesten verdienen. Niet treuren, alles kent zijn tijd en die van hen zal nog komen. Dan groeit er op onze buik al gras en is het aan hen om kompassie met ons te hebben :-).
woensdag 8 april 2015
woensdag 1 april 2015
Wommelgem. Bezoek aan Fort 2 en de Withofwandeling
Gisteren een godganse dag niet buitengeweest vanwege het stormweer. Beuh, maar op het weerbericht werd er gezegd dat het vandaag kwasi droog zou blijven. Iets later op de avond stuurde de Ronny me nog een mailtje met een link met wat wandelweetjes omtrent blessures om op deze blog te plaatsen. Dat linkske en het vooruitzicht op een droge dag brachten me op het idee om een al klaargestoomd wandelingeske uit te gaan proberen. Wommelgem, door de volksmond aldaar als Oemelegoem uitgesproken, gelegen in het Schijnbekken leek me prima om eens te gaan verkennen. Niet te ver dus en daarom heb ik dan maar even m'n karretje genomen om tot daar te bollen. Onderweg mijne stapmaat opgepikt en zijn hondeke en om 11 uur stond ik al aan de brug van Wijnegem om daar van start te gaan. Aan die brug over het Albertkanaal was het met die strakke wind erg frisjes.
Een toerke van 20 km zou wel volstaan met zo een gure wind.
Een stukje langs de oevers van de Schijn, een bezoekje aan het mooi opgelapte Fort 2 van Wommelgem en het park van Wijnegem zaten allemaal in het verrassingpakketje.
Echt tot de verbeelding spreekt Wommelgem niet. Het zou een Frankische nederzetting geweest zijn die rondom de 6de en de 7de eeuw zou ontstaan zijn. Verder leert de geschiedenis dat de stichters 'de Wimilingen' hun naam aan het dorpke hebben gegeven en dat zo naar het schijnt het indertijd Wimilincheim werd genoemd. Letterlijk vertaald : De woonplaats van Wimilo, de stamvader van de Wimilingen.
Het fort had meer te vertellen. De grondwerken werden aangevat in 1860 waarvoor er zo'n 35ha vruchtbare grond moest worden afgestaan. Het bouwproject, getekend door de kapitein Alexis Brialmont, moest één van de sterkste bolwerken in Europa worden. 8 identieke vooruitgeschoven forten op 4km van de Scheldestad moesten deze bescherming bieden. In 1868 was het af.
Als je er zo doorwandeld sta je versteld van het vakmanschap waarvan die burchten getuigen. Muren van meer dan 2 meter dik en volledig opgetrokken in baksteen. Echt het loont de moeite om dit eens af te zien.
Veel militair verdedigend nut hebben ze nooit gehad omdat de reikwijdte van de zich steeds maar verder perfectionerende artillerie gestaag toenam. De kanonnen konden op den duur gewoon over de forten heen schieten om Antwerpen te bereiken. Enkel in de Duits - Franse oorlog van 1870 hebben ze Wommelgem kunnen vrijwaren van bombardementen.
Maar vooruit, nu nog wat wandelen. De lente is in aantocht. Overal staan de knopjes al aan bomen en struiken. Hier en daar zie je wel eens een jong boompje in een pril groen kleurtje verschijnen. We gaan bergop in het seizoen. Alleszins is dit een aanstekelijk vooruitzicht.
Het blijft moeilijk om in een verstedelijkte omgeving een mooie wandelweg uit te stippelen. Je moet er op letten dat je uit de geburen van autowegen blijft vanwege het verkeerslawaai. Dat hoor je wel tot op minstens 2km afstand. Je moet eveneens gokken dat de schaarse wandelpaadjes niet doodlopen op een hek. Bruggetjes, in dit geval over de Schijn, die soms ontoegankelijk zijn maken het er niet makkelijker op. Dan loop je weer ineens in een drukke straat waarvan je dacht dat het op kaart een fietspad was. Niet eenvoudig hoor ! Daarom dat je er best een toerke door het één of ander park inlast om zeker te zijn dat je toch nog iets mooi tegenkomt.
Het park van Wijnegem kwam daarom van pas in de plannen. Het is een juweeltje dat het rondje een beetje cachet kon geven. De Schijn kronkelt er in meerdere bochtjes door. De bosanemoontjes stonden er al mooi in de bloei. Oude pachthoeven, een kasteeltje en mooie plantsoenen die er nu wel wat drassig bijlagen zorgden voor een rustige noot in het decor. En er was geen mens te bespeuren in heel dat prachtige park.
Het toerke was zo afgelopen. Flink uitgewaaid en de laatste stappen werden aan de brug over het Albertkanaal besteed. Daar kwamen we terug aan op het beginpunt. Het frituurke daar ter plaatse was al open. De Catsjoe, een heel proper beestje niettemin, mocht er niet binnen en bleef daarom buiten. De les vastgemaakt aan een muurkraantje bleef ze geduldig wachten op haar verdiende boelet . Toch straf niet ? Ergens onderweg waren we het gerenommeerde tavernerestaurant 'De Pluymhoeve' binnengeduikeld om van nen Deugniet te gaan proeven. De uitbaters maakten er helemaal geen probleem van dat de hond mee binnenkwam. Ze kreeg er zelfs een bakske drinkwater. In een simpel frietkot mag het dan weer niet van de voedselinspectie. Ik snap het ergens niet. 't Zal wel aan mij liggen denk ik :-)
vrijdag 27 maart 2015
Haspengouw : Van Alken naar St. Truiden.
Een bongobon voor een bierdegustatie die dreigt te vervallen niet verzilveren zou echt zonde zijn. Pruts om die reden een wandelingeske ineen met een oude brouwerij op je pad en je hebt weeral het vooruitzicht op een prachtige dag. Niet in het minst als je het landelijke Haspengouw, bekend om de fruitbloesems, uitkiest. Misschien is het nu nog wat te vroeg in het seizoen om al van die natuurpracht te kunnen genieten maar het bezoekje aan de bottelarij in Ulbeek, een deelgemeente van Wellen, zou dat zeker moeten goedmaken. Een rondleiding in de brouwerij, een tentoonstelling, een proeverij van 3 Limburgse bieren en tot slot een boerenboterhammeke met kaas maakte me nieuwsgierig.
Afspraak om 8 uur met de Catsjoe en de Ronny in Berchem statie. Daar knoopte mijne maat, geïntrigeerd door een golden retriever blindegeleidehond, een klapke aan met een blinde dame. De Catsjoe moest met mij op een afstand blijven wat het beestje toch wel enige onrust bezorgde. Het is beter met je hond weg te blijven van zo'n blindengeleidehond en zeker als hij in werkmode zit. Door het beest af te leiden bezorg je de eigenaar enkel maar last. Niet iedereen is daarvan op de hoogte. Na afloop van het gesprekje was mijne maat weeral wat slimmer geworden wat betreft de know how van hoe een puppieke te selecteren voor de taak van blindegeleidehond. We reizen om te leren, niet ?
Na een goed anderhalfuurke konden we al afstappen in Alken. We reden precies het slechtere weer tegemoet. In Berchem nog een stralend zonnetje, in Alken daarentegen was het eerder grijs. Maar 't is droog gebleven de ganse dag. En avant, op stap met andere woorden. We vertrokken dus in Alken, een Limburgs dorpje dat landschappelijk en geografisch behoort tot de fruitstreek. Een dorpje waar er vroeger jaren veel gevochten werd. In 15de eeuw werd het geplunderd door soldaten van Karel de Stoute, in de 16de eeuw dan weer door de Spaanse garnizoenen die ingekwartierd lagen te Zoutleeuw. Ook de graaf van Mansfel heeft er enkele jaren later zijn soldaten nog eens laten knokken. De eeuw daarop was het opnieuw la guerre tijdens een Staats - Spaans treffen. In de 18de eeuw kwam de Fransman zich er ook nog eens met wat wapengekletter moeien. Een gewelddadig verleden mag je wel zeggen.
Na een paar 100 meter stappen zaten we al in het stadje waar de Cristal Alken wordt gebrouwen. Een heel gezellig stadje, of is het dorp, mij om het even. Erg attractieve cafeetjes met mooie gevels zijn er duidelijk het uithangbord van de bijna 100 jarige brouwerij die met haar eigendommen een stempel wil drukken op het stadje. Het was hier in Alken in 1928 dat de eerste Belgische pils werd geboren. Nog rap een fotoke van het Sint Aldegondiskerkje met haar toren vanuit 1385 en pfffwiet het veld in tussen de miljoenen fruitbomen. Nog wat vroeg op het jaar en daardoor een beetje jammer om de fruitbloesems niet te kunnen bewonderen. Maar we komen er zeker terug wanneer de moment is aangebroken.
Echt waar, velden vol fruitgaarden. Alle fruitbomen mooi opgelijnd en gesnoeid. Klaar om binnenkort tonnen fruit te toveren. Appelen en peren, kersenbomen, pruimenbomen. M'n kennis op het gebied van agricultuur is helaas ontoereikend om afgaande op de kale stammen de soort te kunnen bepalen. Het natuurreservaat 'De Herkvallei of Grote Beemd' is wel de moeite. Je volgt het riviertje 'De Herk' in een rustig valleitje. Vochtig Haspengouw heet dat daar. Ik heb het gemerkt aan het slijk dat aan mijn bottienen plakte. Weiden, slijkpaadjes, watermolens op de Herk, omgeploegde akkers omzoomd met hectares fruitbomen, dit alles kom je naast de volmaakte stilte tegen in die vallei. Tussen al die fruitbomen hebben we nog even kennis kunnen maken met een Nederlandse archeoloog die met een peilstok in de grond lag te koteren. De Romeinen hadden hier in de geburen gezeten, dat wist ik al, maar deze Noorderbuur peilde naar de prehistorie. Per 1000 jaar komt er een meter aarde bij zo wist hij me te vertellen. Mijn kennis van de prehistorie houdt een beetje gelijke tred met die van de agricultuur. Miniem is die, dus sla me dood, ik heb er geen gedacht van hoe diep hij nog moest koteren in de Alkense bodem. Onderweg naar Ulbeek ben ik nog een mooi monumentje van de Bokkerijders tegengekomen aan een rotonde. De Robin Hoods van Groot Limburg over de grenzen heen uit de 18de eeuw die door brandbrieven, roof en moord op rijke boeren en edelen de arme bevolking een menswaardiger bestaan wilden geven. "Ze reden bij nacht" een prachtig boek over de bokkerijders van Ben Lindekens is zeker de moeite waard om eens te lezen.
Bijna in Ulbeek, daar waar we mijnen bongobon moesten verzilveren, hebben we nog maar eens de vuurkes bovengehaald om te schoven. Mijne maat had een heuse stoofschotel gecreëerd. Eentje waar de Jeroen Meus jaloers van zou worden. Een volledig konijn, nee gene floepschieter want dat is ne Limburgse eekhoorn, stond op de menu. Een 'kornijn' gegarneerd met gestoofd witloof, peekes, ramenas, paddestoeltjes, courgettekes, aardappeltjes in de schil en dit allemaal gestoofd in een goddelijk sauske. Feest op een bankske voor een Ons Lieve Vrouwekapelleke van Lourdes. Geografie ligt me ietske beter ... Alken ... Lourdes, ik zie echt het verband niet.
Het was 1 uur en maar eerst tegen 2 uur moesten we op de bierdegustatie zijn. Tijd genoeg om van het lekkere stoofschoteltje en een fleske Bordeau Supérieur te genieten. Ik kan me nu al het contrast voorstellen met mijn trip op de Via de La Plata : Muesli en graanrepen doorgespoeld met plat water uit de één of andere fontein.
Eerlijk gezegd stelde ik me niet veel voor van die Bongoformules. Meer dan eens al eens teleurgesteld geweest bij de consumatie van zo een bon en dat is spijtig want de mensen geven er toch hun geld aan uit. Maar deze keer was het perfect !
De Bottelarij in Ulbeek, een deelgemeente van Wellen, staat rechtover de kerk op het dorpspleintje. Het was vroeger de oude Sint-Rochusbrouwerij. Het patrimonium werd gerenoveerd door de VZW Aksi en baat er nu vergaderlokaties, kunstgalerijen en een taverne uit rondom een ouderwets gezellige binnenkoer. Het is een stokoud gebouw, uitgeleefd en tegelijk vol van nieuw leven. Als de VZW de middelen heeft wordt er stukje bij beetje geïnvesteerd. Zo leeft en werkt de Bottelarij. Ze geeft werk aan mensen die het lastiger hebben en brengt er kunst en gastvrijheid naar de bezoekers. Verleden en toekomst zijn er voelbaar aanwezig.
Dirk de uitbater van de taverne nam de honneurs rond die bongobon waar. Geweldig sympathieke kerel die meteen een praatje kwam maken en zijn interesses liet kennen. Jagen, vissen, hondenliefhebber, bierkenner en onmiskenbaar gezegend met een Bourgondische kijk op het leven. In kristalpropere glazen hebben we kennis genomen van de lokale brouwerskunst. Een Kannunik, een Ter Dolen, een Schelpke (heel toepasselijk voor een pelgrim in spé) en tot slot een Herkenrode waren stuk voor stuk staaltjes van de ambachtelijke lokale brouwkunst. 't Is nog niet alles, leg daar nog een boterhammeke met pastei en kaas bij, wat olijfjes, ansjovisjes en augurkjes en 't is bijna compleet. Een gezellig interieur dat nog eens opgefleurd wordt met pateekes etende madammekes en je bent er helemaal. De eerste keer in mijn leven dat ik me geen slecht woord moet verzinnen over deze bongokado.
Nog 15km te stappen tot in Sint Truiden. Met wat zware benen van die biertjes ging het niettemin toch nog vlotjes. Opnieuw tussen al die fruitbomen en veldwegeltjes. Hier en daar een watermolen op de Herk, in de verte kastelen. Mooi, een geslaagde dag, dat stond al vast. De degustatie was ietwat wat uitgelopen. Jammer, niet van dat uitlopen nee, maar de laatste kilometertjes gingen door het stadspark van Sint Truiden en het was ondertussen al donker geworden. Ik heb niet zoveel van het park kunnen bewonderen vanwege de duisternis maar het moet alleszins een prachtig park zijn. Je loopt er op het tracé van de 11de eeuwse stadsomwalling in die tijd nog gebouwd door de abt Adelardus. Het is een 4tal hectaren groot en je stapt er op de tot puin vervallen stadswallen. Een schilderachtig decor met mooie rustieke boogbruggetjes over 3 verschillende waterpartijen. Zet daar overdag nog wat sierduiven, ganzen, zwaantjes en eendjes bij en je hebt een juweeltje. In alle geval wanneer de fruitbloesems bloeien zien ze me er weer en komt dat park weer aan de beurt. Voor een volgende keer dus.
Afspraak om 8 uur met de Catsjoe en de Ronny in Berchem statie. Daar knoopte mijne maat, geïntrigeerd door een golden retriever blindegeleidehond, een klapke aan met een blinde dame. De Catsjoe moest met mij op een afstand blijven wat het beestje toch wel enige onrust bezorgde. Het is beter met je hond weg te blijven van zo'n blindengeleidehond en zeker als hij in werkmode zit. Door het beest af te leiden bezorg je de eigenaar enkel maar last. Niet iedereen is daarvan op de hoogte. Na afloop van het gesprekje was mijne maat weeral wat slimmer geworden wat betreft de know how van hoe een puppieke te selecteren voor de taak van blindegeleidehond. We reizen om te leren, niet ?
Na een goed anderhalfuurke konden we al afstappen in Alken. We reden precies het slechtere weer tegemoet. In Berchem nog een stralend zonnetje, in Alken daarentegen was het eerder grijs. Maar 't is droog gebleven de ganse dag. En avant, op stap met andere woorden. We vertrokken dus in Alken, een Limburgs dorpje dat landschappelijk en geografisch behoort tot de fruitstreek. Een dorpje waar er vroeger jaren veel gevochten werd. In 15de eeuw werd het geplunderd door soldaten van Karel de Stoute, in de 16de eeuw dan weer door de Spaanse garnizoenen die ingekwartierd lagen te Zoutleeuw. Ook de graaf van Mansfel heeft er enkele jaren later zijn soldaten nog eens laten knokken. De eeuw daarop was het opnieuw la guerre tijdens een Staats - Spaans treffen. In de 18de eeuw kwam de Fransman zich er ook nog eens met wat wapengekletter moeien. Een gewelddadig verleden mag je wel zeggen.
Na een paar 100 meter stappen zaten we al in het stadje waar de Cristal Alken wordt gebrouwen. Een heel gezellig stadje, of is het dorp, mij om het even. Erg attractieve cafeetjes met mooie gevels zijn er duidelijk het uithangbord van de bijna 100 jarige brouwerij die met haar eigendommen een stempel wil drukken op het stadje. Het was hier in Alken in 1928 dat de eerste Belgische pils werd geboren. Nog rap een fotoke van het Sint Aldegondiskerkje met haar toren vanuit 1385 en pfffwiet het veld in tussen de miljoenen fruitbomen. Nog wat vroeg op het jaar en daardoor een beetje jammer om de fruitbloesems niet te kunnen bewonderen. Maar we komen er zeker terug wanneer de moment is aangebroken.
Echt waar, velden vol fruitgaarden. Alle fruitbomen mooi opgelijnd en gesnoeid. Klaar om binnenkort tonnen fruit te toveren. Appelen en peren, kersenbomen, pruimenbomen. M'n kennis op het gebied van agricultuur is helaas ontoereikend om afgaande op de kale stammen de soort te kunnen bepalen. Het natuurreservaat 'De Herkvallei of Grote Beemd' is wel de moeite. Je volgt het riviertje 'De Herk' in een rustig valleitje. Vochtig Haspengouw heet dat daar. Ik heb het gemerkt aan het slijk dat aan mijn bottienen plakte. Weiden, slijkpaadjes, watermolens op de Herk, omgeploegde akkers omzoomd met hectares fruitbomen, dit alles kom je naast de volmaakte stilte tegen in die vallei. Tussen al die fruitbomen hebben we nog even kennis kunnen maken met een Nederlandse archeoloog die met een peilstok in de grond lag te koteren. De Romeinen hadden hier in de geburen gezeten, dat wist ik al, maar deze Noorderbuur peilde naar de prehistorie. Per 1000 jaar komt er een meter aarde bij zo wist hij me te vertellen. Mijn kennis van de prehistorie houdt een beetje gelijke tred met die van de agricultuur. Miniem is die, dus sla me dood, ik heb er geen gedacht van hoe diep hij nog moest koteren in de Alkense bodem. Onderweg naar Ulbeek ben ik nog een mooi monumentje van de Bokkerijders tegengekomen aan een rotonde. De Robin Hoods van Groot Limburg over de grenzen heen uit de 18de eeuw die door brandbrieven, roof en moord op rijke boeren en edelen de arme bevolking een menswaardiger bestaan wilden geven. "Ze reden bij nacht" een prachtig boek over de bokkerijders van Ben Lindekens is zeker de moeite waard om eens te lezen.
Bijna in Ulbeek, daar waar we mijnen bongobon moesten verzilveren, hebben we nog maar eens de vuurkes bovengehaald om te schoven. Mijne maat had een heuse stoofschotel gecreëerd. Eentje waar de Jeroen Meus jaloers van zou worden. Een volledig konijn, nee gene floepschieter want dat is ne Limburgse eekhoorn, stond op de menu. Een 'kornijn' gegarneerd met gestoofd witloof, peekes, ramenas, paddestoeltjes, courgettekes, aardappeltjes in de schil en dit allemaal gestoofd in een goddelijk sauske. Feest op een bankske voor een Ons Lieve Vrouwekapelleke van Lourdes. Geografie ligt me ietske beter ... Alken ... Lourdes, ik zie echt het verband niet.
Het was 1 uur en maar eerst tegen 2 uur moesten we op de bierdegustatie zijn. Tijd genoeg om van het lekkere stoofschoteltje en een fleske Bordeau Supérieur te genieten. Ik kan me nu al het contrast voorstellen met mijn trip op de Via de La Plata : Muesli en graanrepen doorgespoeld met plat water uit de één of andere fontein.
Eerlijk gezegd stelde ik me niet veel voor van die Bongoformules. Meer dan eens al eens teleurgesteld geweest bij de consumatie van zo een bon en dat is spijtig want de mensen geven er toch hun geld aan uit. Maar deze keer was het perfect !
De Bottelarij in Ulbeek, een deelgemeente van Wellen, staat rechtover de kerk op het dorpspleintje. Het was vroeger de oude Sint-Rochusbrouwerij. Het patrimonium werd gerenoveerd door de VZW Aksi en baat er nu vergaderlokaties, kunstgalerijen en een taverne uit rondom een ouderwets gezellige binnenkoer. Het is een stokoud gebouw, uitgeleefd en tegelijk vol van nieuw leven. Als de VZW de middelen heeft wordt er stukje bij beetje geïnvesteerd. Zo leeft en werkt de Bottelarij. Ze geeft werk aan mensen die het lastiger hebben en brengt er kunst en gastvrijheid naar de bezoekers. Verleden en toekomst zijn er voelbaar aanwezig.
Dirk de uitbater van de taverne nam de honneurs rond die bongobon waar. Geweldig sympathieke kerel die meteen een praatje kwam maken en zijn interesses liet kennen. Jagen, vissen, hondenliefhebber, bierkenner en onmiskenbaar gezegend met een Bourgondische kijk op het leven. In kristalpropere glazen hebben we kennis genomen van de lokale brouwerskunst. Een Kannunik, een Ter Dolen, een Schelpke (heel toepasselijk voor een pelgrim in spé) en tot slot een Herkenrode waren stuk voor stuk staaltjes van de ambachtelijke lokale brouwkunst. 't Is nog niet alles, leg daar nog een boterhammeke met pastei en kaas bij, wat olijfjes, ansjovisjes en augurkjes en 't is bijna compleet. Een gezellig interieur dat nog eens opgefleurd wordt met pateekes etende madammekes en je bent er helemaal. De eerste keer in mijn leven dat ik me geen slecht woord moet verzinnen over deze bongokado.
Nog 15km te stappen tot in Sint Truiden. Met wat zware benen van die biertjes ging het niettemin toch nog vlotjes. Opnieuw tussen al die fruitbomen en veldwegeltjes. Hier en daar een watermolen op de Herk, in de verte kastelen. Mooi, een geslaagde dag, dat stond al vast. De degustatie was ietwat wat uitgelopen. Jammer, niet van dat uitlopen nee, maar de laatste kilometertjes gingen door het stadspark van Sint Truiden en het was ondertussen al donker geworden. Ik heb niet zoveel van het park kunnen bewonderen vanwege de duisternis maar het moet alleszins een prachtig park zijn. Je loopt er op het tracé van de 11de eeuwse stadsomwalling in die tijd nog gebouwd door de abt Adelardus. Het is een 4tal hectaren groot en je stapt er op de tot puin vervallen stadswallen. Een schilderachtig decor met mooie rustieke boogbruggetjes over 3 verschillende waterpartijen. Zet daar overdag nog wat sierduiven, ganzen, zwaantjes en eendjes bij en je hebt een juweeltje. In alle geval wanneer de fruitbloesems bloeien zien ze me er weer en komt dat park weer aan de beurt. Voor een volgende keer dus.
maandag 23 maart 2015
Even in La Douce France Sailly les Cambrai
Voor het jaarlijkse weekendje met de scoutsvrienden werd er me gevraagd om een wandeluitstapje ineen te steken. Twee bescheiden toerkes van respectievelijk een 15km en ééntje, zowaar nog bescheidener, van 9 km kwamen er uit de bus. Moeilijk om uit te tekenen was het niet want ik had al een blauwdrukje van een paadje daar in die contreien.
Dit jaar werd het Sailly lez Cambrai. Het verbindingswoordje 'lez' duidt op ' In de nabijheid van .. ' Cambrai. Cambrai ooit nog hoofdstad van het Frankisch koningdom en in een lang verleden Kamerrijk genoemd, ligt in het département du Nord regio Nord Pas de Calais. Ook wel eens smalend Le Pays des Stis (Ch'tis) genoemd. Veel gelijkenis met het land van Waas kan je daar in het taalgebruik vinden. Hier in het Land van Waas hoor je in het taalgebruik aan het einde van elke zin steevast het woordje 'awa' opduikelen. 't Is er bij de geboorte bij de pap mee ingelepeld volgens mij. Bij die mannen daar in le 'Nord' ook, ware het wel dat 'awa' vervangen werd door een in crescendo uitgesproken langgerekte ' ééééé ' op het einde van elk betoog. Je went er wel aan maar je moet opletten want al vlug krijg je de neiging om dit te kopieren :-). Voor een deel lijken de vooroordelen die Fransen uit de Midi hebben over hun noordelijke landgenoten op deze die Nederlanders over Belgen hebben (en andersom). Het Ch'ti is voor de meeste Fransen even slecht verstaanbaar als sommige Vlaamse dialecten voor veel Nederlanders of evengoed andersom zoals sommige Nederlandse dialecten het zijn voor veel Vlamingen. Het weer in 'Le Nord' zou erbarmelijk zijn, het frietkot centraal in de eetgewoonten en de bewoners zouden arm, dom en vrijwel zonder uitzondering alcoholisten zijn. Van een berg vooroordelen gesproken zeg ;-) ! Gelukkig weten we beter en mogen we ons bij de iets wijzere mensen rekenen.
Een wandeling van 15 km met een 25 tal personen is wel eens leuk. Je hebt wat klap onderweg. Droog weer, daar kwam het zeker op aan want anders zit je zo door het plezierige heen. Een schrale wind en voor de rest eigenlijk zo geen mooie omgeving. Weidse kale velden, bossen doortrokken met slijkpaadjes, kaphout, verwilderde struiken, achtergelaten stronken. Nee erg mooi oogt het niet en dan die grijze met regen bezwangerde lucht maakt het er echt niet vrolijker op. Ik kan me de eerste dagen toen ik vertrok naar Compostela nog goed herinneren. In die noordelijke departementen zijn het voornamelijk monumenten en kerkhoven die de sfeer in het landschap bepalen.
De herinnering aan de 1ste wereldbrand wordt er alom in ere gehouden. Ook op de wandeling. Regelmatig vind je daar op je weg, tot zelfs midden in de bossen toe, een grafmonument van of een aandenken aan de één of andere soldaat of officier die het loodje legde in de oorlog. Men mag het niet vergeten, dat zeker niet, maar het is een beetje jammer dat dit gegeven steeds de boventoon bepaalt.
Toch veel door de velden en het bos gestapt maar daar waar je een stukje grote baan of rijweg op moest kwamen me weer de beelden van mijn eerste tocht te voorschijn. De auto is daar koning. Geen voetpaden, geen fietspaden ... een lap asfalt die aan de zijkant met een witte streep is afgeboord. Daarnaast een gracht en in het beste geval een modderige en hobbelige grasstrook. Opletten geblazen wordt het dan want de Franse chauffeur eist op de weg gegarandeerd zijn plaatst op. Triest.
Een cafeetje 'Tabac, presse, café' in Fontaine Notre Dame was een welkome afwisseling in het ééntonige landschap. Wat verder in het Bois de Bourlon werd de picknick aangesproken op Canadees grondgebied. 20.000 Canadezen hebben daar hun laatste rustplaats gevonden in de 1ste wereldoorlog. Geen verkwikkend oord, alleszins niet. De één of andere graaf heeft een stuk grond inclusief de heuvel van Bourlon waar het destijds om te doen was geschonken aan de Canadese autoriteiten. Er staat voor de gesneuvelden een gedenkteken opgesteld. In Bourlon zelf nog maar eens een cafeetje opgezocht om het uitgewaaide gezelschap wat op te laten warmen.
Na een 5 tal uurtjes was het wandelingetje afgelopen. 's Avonds werd het plezieriger. Een buffet ineengestoken door Koen en Ramatha, de organisatoren van dienst, werd door 2 Nederlanders geanimeerd. Gezellige bedoening. Vader en dochter kwamen helemaal uit Utrecht afgezakt om tijdens het buffet een moordspel te leiden. Leuk, inclusief een heuse verkleedpartij om het dineetje een extra dimensie te geven. Ben benieuwd waar het volgend jaar te doen zal zijn !
Dit jaar werd het Sailly lez Cambrai. Het verbindingswoordje 'lez' duidt op ' In de nabijheid van .. ' Cambrai. Cambrai ooit nog hoofdstad van het Frankisch koningdom en in een lang verleden Kamerrijk genoemd, ligt in het département du Nord regio Nord Pas de Calais. Ook wel eens smalend Le Pays des Stis (Ch'tis) genoemd. Veel gelijkenis met het land van Waas kan je daar in het taalgebruik vinden. Hier in het Land van Waas hoor je in het taalgebruik aan het einde van elke zin steevast het woordje 'awa' opduikelen. 't Is er bij de geboorte bij de pap mee ingelepeld volgens mij. Bij die mannen daar in le 'Nord' ook, ware het wel dat 'awa' vervangen werd door een in crescendo uitgesproken langgerekte ' ééééé ' op het einde van elk betoog. Je went er wel aan maar je moet opletten want al vlug krijg je de neiging om dit te kopieren :-). Voor een deel lijken de vooroordelen die Fransen uit de Midi hebben over hun noordelijke landgenoten op deze die Nederlanders over Belgen hebben (en andersom). Het Ch'ti is voor de meeste Fransen even slecht verstaanbaar als sommige Vlaamse dialecten voor veel Nederlanders of evengoed andersom zoals sommige Nederlandse dialecten het zijn voor veel Vlamingen. Het weer in 'Le Nord' zou erbarmelijk zijn, het frietkot centraal in de eetgewoonten en de bewoners zouden arm, dom en vrijwel zonder uitzondering alcoholisten zijn. Van een berg vooroordelen gesproken zeg ;-) ! Gelukkig weten we beter en mogen we ons bij de iets wijzere mensen rekenen.
Een wandeling van 15 km met een 25 tal personen is wel eens leuk. Je hebt wat klap onderweg. Droog weer, daar kwam het zeker op aan want anders zit je zo door het plezierige heen. Een schrale wind en voor de rest eigenlijk zo geen mooie omgeving. Weidse kale velden, bossen doortrokken met slijkpaadjes, kaphout, verwilderde struiken, achtergelaten stronken. Nee erg mooi oogt het niet en dan die grijze met regen bezwangerde lucht maakt het er echt niet vrolijker op. Ik kan me de eerste dagen toen ik vertrok naar Compostela nog goed herinneren. In die noordelijke departementen zijn het voornamelijk monumenten en kerkhoven die de sfeer in het landschap bepalen.
De herinnering aan de 1ste wereldbrand wordt er alom in ere gehouden. Ook op de wandeling. Regelmatig vind je daar op je weg, tot zelfs midden in de bossen toe, een grafmonument van of een aandenken aan de één of andere soldaat of officier die het loodje legde in de oorlog. Men mag het niet vergeten, dat zeker niet, maar het is een beetje jammer dat dit gegeven steeds de boventoon bepaalt.
Toch veel door de velden en het bos gestapt maar daar waar je een stukje grote baan of rijweg op moest kwamen me weer de beelden van mijn eerste tocht te voorschijn. De auto is daar koning. Geen voetpaden, geen fietspaden ... een lap asfalt die aan de zijkant met een witte streep is afgeboord. Daarnaast een gracht en in het beste geval een modderige en hobbelige grasstrook. Opletten geblazen wordt het dan want de Franse chauffeur eist op de weg gegarandeerd zijn plaatst op. Triest.
Een cafeetje 'Tabac, presse, café' in Fontaine Notre Dame was een welkome afwisseling in het ééntonige landschap. Wat verder in het Bois de Bourlon werd de picknick aangesproken op Canadees grondgebied. 20.000 Canadezen hebben daar hun laatste rustplaats gevonden in de 1ste wereldoorlog. Geen verkwikkend oord, alleszins niet. De één of andere graaf heeft een stuk grond inclusief de heuvel van Bourlon waar het destijds om te doen was geschonken aan de Canadese autoriteiten. Er staat voor de gesneuvelden een gedenkteken opgesteld. In Bourlon zelf nog maar eens een cafeetje opgezocht om het uitgewaaide gezelschap wat op te laten warmen.
Na een 5 tal uurtjes was het wandelingetje afgelopen. 's Avonds werd het plezieriger. Een buffet ineengestoken door Koen en Ramatha, de organisatoren van dienst, werd door 2 Nederlanders geanimeerd. Gezellige bedoening. Vader en dochter kwamen helemaal uit Utrecht afgezakt om tijdens het buffet een moordspel te leiden. Leuk, inclusief een heuse verkleedpartij om het dineetje een extra dimensie te geven. Ben benieuwd waar het volgend jaar te doen zal zijn !
woensdag 18 maart 2015
De Samber tussen Flawinne en Aiseau-Presles
Als je een wandeltochtje kunt combineren met een bezoekje aan de familie mag je dat niet laten. Dus hopla, richting Wallonië, naar het land van Samber en Maas. De Samber gaan verkennen is nu niet zo'n toeristische topper maar met een verrassingsparkoertje uit te stippelen weet je maar nooit wat je zoal kunt tegenkomen onderweg. Surprise, 't kan dik tegenslagen maar het kan even goed een mooi tripje worden.
Het eindpunt Aiseau-Presles, het geboortedorpje van Annick in Henegouwen, was op voorhand gekend. Daar kon ik een gelegenheidsbezoekje brengen aan Parrain Robert en Marraine Jeanine. Respectievelijk familieleden van Annick hangende aan de Waalse tak in de stamboom van mijne kroost.
Het beginpunt daarentegen was nog onzeker. Dit werd gekozen 'Façon Vogelenpik' en in Flawinne nabij Namen, daar waar onze para-commandos worden getraind, kwam het pijltje terecht.
Flawinne - Aiseau Presles een dikke 25km. Door 2 trajectjes te maken, eentje via het jaagpad van de Samber en het andere afwisselend jaagpad en bospaadjes had ik keuze tussen 350 en 470 hoogtemeters. Ideaal.
Het verschil in mentaliteit met onze Waalse landgenoten kwa vriendelijkheid is toch iets wat je onmiddelijk opvalt. In onze contreien gebeurt het zelden dat je een goeiedag toegeknikt krijgt op straat. Mensen lopen je er nog eerder met, vergeef me de uitdrukking, een zure smoel voorbij, er zich vooral zichtbaar op forcerend om alle oogcontact kost wat kost te vermijden. Overal waar je daar in de Walen wandelt hoor je spontaan een 'Bonjour' wanneer je iemand tegenkomt. Zelfs jonge kinderen voorbijfietsend op hun veloke ontbreekt het niet aan deze elementaire uiting van sociaal gedrag. We mogen er alleszins een voorbeeld aan nemen. Het leven oogt er stukken eenvoudiger. Minder misplaatst statement. Er heerst nog meer gemuttligkeit. Ik hou daar wel van.
Een hondertal meters voorbij het station zijn we al direct de bossen binnengeduikeld. In Malonne zette een stevige klim naar de top van het plateau van de Sambervallei onmiddelijk de toon. Eventjes puffen, wat me erop attent maakte dat ik zeker en vast nog een paar kilootjes zal moeten afvallen vooraleer ik in Sevilla uit de startblokken kan schieten. Een fijne mist omfloerste het plateau, nog een frisse wind ook en maar eerst tegen de middag zou Laura aan zet komen. Prachtige wandeling waarbij het parfum van de aankomende lente al de zuivere boslucht voosde. Zonder meer prachtige bosgebieden doorwandeld, hier en daar nog versierd met velden sneeuwklokjes. Het biedde een panorama aan om van achterover te vallen.
Van het bos naar het water. Maar eerst eventjes de dorst lessen in Floreffe. Als je in de Walen zit moet je natuurlijk de trappistenkaart trekken wil je beweren er geweest te zijn. Een Chimay en een Rochefort liepen naar binnen als godendrank. Zalig intermezzo in de aanloop naar een promenade over het jaagpad van de Samber. Deze lag er heel vredig bij. Af en toe een lichter die naar Namen op stoomde, eenden in het oevergewas, enkele zeldzame fietsers en wandelaars. Een aalscholver die in de zon zijn uitgespreide vleugels droogde en ik zou het nog gelijk vergeten. Dapper fladderende citroenvlindertjes als voorbode van de Primavera waren eveneens op het appel. Niks te kokerellen op het brandertje deze keer maar een paar lekker belegde bokes en een fleske Waalse Saison konden zeker de concurrentie aan met de eerdere picknicks. Kader dit alles ver weg uit de drukte en de stressmaatschappij. Wat een leven zeg !
Stappen moest er ook nog gedaan worden. Het werden er toch nog een kleine 30 vooraleer we op bestemming waren. Flawinne, Malonne, Floreffe, Franière, Moustier, Ham sur Sambre, Jemeppe sur Sambre, Sambreville, Auvelais, Tamines, Aiseau. Een serieus tripke is het geworden. Prachtige dorpjes met een ziel heb ik weeral doorkruist. Dorpjes met een karakter en met de kenmerkende uitstraling van eenvoud waar vivre et laisser vivre de boventoon voert maar waar vooral de rust er de heer en meester is.
De laatste 6 kilometers leken niet te vlotten. Althans volgens mijn stapmaat de Ronny. De Catsjoe had er een andere mening over. Die stapte goed mee. Aan de brug over de Samber in Tamines belde ik even naar Marraine Jeanine om onze komst te melden. Het laatste stukje langs de Batte, een riviertje dat in Tamines in de Samber uitmondt was ronduit prachtig. La Batte met zijn watervalletjes, het meer van Aiseau met op de achtergrond het kasteel van de graaf, gekerfde bomen met hun amoureuze onthullingen langs de bospaadjes. Een uniek stilleven. Dit was 50 jaar geleden het kinderspeelterrein uit de jeugd van Annick. Een tafereeltje dat er bij de Ronny een opmerking liet oprispen : Wat is die Annick in godsnaam daar in Vlaanderen gaan zoeken ? Hij zou daar zo willen gaan wonen volgens mij.
We waren bijna ten huize Parrain Robert. We konden zo binnenstappen. De voordeur stond al open. Niet op slot, niks. Een bakske water voor de Catsjoe, voor ons een fles champagne met een koekske en de cake die Annick voor hare peter had gebakken en die ik moest meebrengen. Warme gezelligheid die Parrain Robert nog extra in de verf zette met een muziekske te trekken op zijn accordeon. Een geweldige dagafsluiter. De Ronny zat er zichtbaar ook van te genieten. Serene eenvoud, een levenskunst.
We geraakten bijna niet meer thuis met de trein ... In Antwerpen waren alle treinen op voor de dag :-) . Voor alles komt er een oplossing uit de bus ... een levensles uit mijn vorige Camino;
Volgende week staat er een bierdegustatie geprogrammeerd tussen het uitstapje. Deze keer eens in een authentie bottelarij in het kleurrijke Haspengouw.
Het eindpunt Aiseau-Presles, het geboortedorpje van Annick in Henegouwen, was op voorhand gekend. Daar kon ik een gelegenheidsbezoekje brengen aan Parrain Robert en Marraine Jeanine. Respectievelijk familieleden van Annick hangende aan de Waalse tak in de stamboom van mijne kroost.
Het beginpunt daarentegen was nog onzeker. Dit werd gekozen 'Façon Vogelenpik' en in Flawinne nabij Namen, daar waar onze para-commandos worden getraind, kwam het pijltje terecht.
Flawinne - Aiseau Presles een dikke 25km. Door 2 trajectjes te maken, eentje via het jaagpad van de Samber en het andere afwisselend jaagpad en bospaadjes had ik keuze tussen 350 en 470 hoogtemeters. Ideaal.
| --- |
| Flawinne - Aiseau Presles |
| Rood 350m via jaagpad |
Een hondertal meters voorbij het station zijn we al direct de bossen binnengeduikeld. In Malonne zette een stevige klim naar de top van het plateau van de Sambervallei onmiddelijk de toon. Eventjes puffen, wat me erop attent maakte dat ik zeker en vast nog een paar kilootjes zal moeten afvallen vooraleer ik in Sevilla uit de startblokken kan schieten. Een fijne mist omfloerste het plateau, nog een frisse wind ook en maar eerst tegen de middag zou Laura aan zet komen. Prachtige wandeling waarbij het parfum van de aankomende lente al de zuivere boslucht voosde. Zonder meer prachtige bosgebieden doorwandeld, hier en daar nog versierd met velden sneeuwklokjes. Het biedde een panorama aan om van achterover te vallen.
Van het bos naar het water. Maar eerst eventjes de dorst lessen in Floreffe. Als je in de Walen zit moet je natuurlijk de trappistenkaart trekken wil je beweren er geweest te zijn. Een Chimay en een Rochefort liepen naar binnen als godendrank. Zalig intermezzo in de aanloop naar een promenade over het jaagpad van de Samber. Deze lag er heel vredig bij. Af en toe een lichter die naar Namen op stoomde, eenden in het oevergewas, enkele zeldzame fietsers en wandelaars. Een aalscholver die in de zon zijn uitgespreide vleugels droogde en ik zou het nog gelijk vergeten. Dapper fladderende citroenvlindertjes als voorbode van de Primavera waren eveneens op het appel. Niks te kokerellen op het brandertje deze keer maar een paar lekker belegde bokes en een fleske Waalse Saison konden zeker de concurrentie aan met de eerdere picknicks. Kader dit alles ver weg uit de drukte en de stressmaatschappij. Wat een leven zeg !
Stappen moest er ook nog gedaan worden. Het werden er toch nog een kleine 30 vooraleer we op bestemming waren. Flawinne, Malonne, Floreffe, Franière, Moustier, Ham sur Sambre, Jemeppe sur Sambre, Sambreville, Auvelais, Tamines, Aiseau. Een serieus tripke is het geworden. Prachtige dorpjes met een ziel heb ik weeral doorkruist. Dorpjes met een karakter en met de kenmerkende uitstraling van eenvoud waar vivre et laisser vivre de boventoon voert maar waar vooral de rust er de heer en meester is.
De laatste 6 kilometers leken niet te vlotten. Althans volgens mijn stapmaat de Ronny. De Catsjoe had er een andere mening over. Die stapte goed mee. Aan de brug over de Samber in Tamines belde ik even naar Marraine Jeanine om onze komst te melden. Het laatste stukje langs de Batte, een riviertje dat in Tamines in de Samber uitmondt was ronduit prachtig. La Batte met zijn watervalletjes, het meer van Aiseau met op de achtergrond het kasteel van de graaf, gekerfde bomen met hun amoureuze onthullingen langs de bospaadjes. Een uniek stilleven. Dit was 50 jaar geleden het kinderspeelterrein uit de jeugd van Annick. Een tafereeltje dat er bij de Ronny een opmerking liet oprispen : Wat is die Annick in godsnaam daar in Vlaanderen gaan zoeken ? Hij zou daar zo willen gaan wonen volgens mij.
We waren bijna ten huize Parrain Robert. We konden zo binnenstappen. De voordeur stond al open. Niet op slot, niks. Een bakske water voor de Catsjoe, voor ons een fles champagne met een koekske en de cake die Annick voor hare peter had gebakken en die ik moest meebrengen. Warme gezelligheid die Parrain Robert nog extra in de verf zette met een muziekske te trekken op zijn accordeon. Een geweldige dagafsluiter. De Ronny zat er zichtbaar ook van te genieten. Serene eenvoud, een levenskunst.
We geraakten bijna niet meer thuis met de trein ... In Antwerpen waren alle treinen op voor de dag :-) . Voor alles komt er een oplossing uit de bus ... een levensles uit mijn vorige Camino;
Volgende week staat er een bierdegustatie geprogrammeerd tussen het uitstapje. Deze keer eens in een authentie bottelarij in het kleurrijke Haspengouw.
Abonneren op:
Posts (Atom)