vrijdag 17 april 2020

Langs de Trage Wegen van Haasdonk (03)


Vandaag was lus nr3 aan de beurt. Het weer was opperbest bijgevolg moet je daar op inspelen.  Ik besloot om nog wat verder te borduren op het thema van de Trage Wegen. Nu, veel Trage Wegen op het grondgebied van Haasdonk kwamen er deze keer niet aan te pas. Wel kwamen er enkele knappe wandelweggetjes aan bod gelegen op het grondgebied van Bazel en Kruibeke, zijnde onze buurgemeenten. Welgeteld vielen er 2 trage wegen  in de prijzen, te beginnen met de Bunderwegel. Het betreft hier een aardeweggetje tussendoor de velden dat van de Perstraat naar de Bergstraat leidt. Deze wegel trok waarschijnlijk de aandacht van de één of andere gemeenteambenaar die hem in zijn ijver opwaardeerde naar een Trage Weg. De brave man  mag zich hiervoor eervol op de borst kloppen.  Aan de overkant van de Bergstraat bood zich Trage Weg nr. 2 aan : De Fortwegel. Dit 1425m lang pad begint haar bestaan als een hobbelig kasseibaantje, de Vestingstraat genaamd. Dit baantje loopt tot aan de ingang van het Fort, verdwijnt een kleine 400m onder het gebladerte van een bomenrij naast de  vestinggracht en sluit daarna aan op een veldweg die in de Luiseekstraat eindigt. Op die kasseistrook kwam ik de buurman tegen. Als bestuurslid van het Haasdonks vissersclubje houdt hij toezicht op het naleven van het visverbod tijdens de coronaperikelen. Regelmatig houden jonge gasten op de vispontonnetjes feestjes, zo meldde hij. Ze maken er vuurtjes en houden er barbecue's wat ik best wel gezellig vind maar het past nu éénmaal niet in tijden van crisis. Politie komt er regelmatig eens checken om orde op zaken te stellen. Ook bekloeg de buurman zich over de bergen afval die er gedumpt werden door de door coronamaatregelen gedwongen 'natuurherontdekkers'. Een dag geleden waren er 2 volle zakken zwerfvuil opgeraapt en hij kon nu al opnieuw een 3de vullen.  Het moet zijn dat er veel meer mensen een wandelingetje maken. Als dit uit verveling zou zijn kan dit mee aan de basis liggen voor de nonchalance waarop zwerfvuil ontstaat.  Zou het ? Genoeg gezaagd Jan, begint nu maar al wat te stappen.  Op die tijd dat je ligt te zeveren zwaaien de piotten af 😋.

Een goeie 600m voorbij het viaduct over de E17 begint er op je rechterkant een pad dat dwars door de velden loopt en wel tot op de grens van Temse met Steendorp. In deze veldweg, de Landmolenstraat genoemd,  kom je 2 schansen tegen uit het begin van de vorige eeuw. De Schans van Landmolen werd samen met de Schans van Lauwershoek gebouwd tussen 1909 en1912. Gelegen tussen het Fort van Steendorp en het Fort van Haasdonk fungeerden deze schansen als ondersteuningsbatterijen voor beide forten. Vandaag is de Landmolen schans privé-eigendom en staat er een woning en een bos op het domein. Het domein was voorheen niet toegankelijk maar ik vermoed dat er grote werken gaan plaatsvinden. De omheining werd deels gesloopt en je kan er dus een kijkje gaan nemen. Het kan al eens interessant zijn om zich te verdiepen in de literatuur over het ontstaan van de fortengordels. Het is een dankbaar onderwerp voor het uitstippelen van mooie fietstochtjes of wandelingen. 
Kijk maar eens : De fortengordels in België

Zo, het was zalig wandelen in deze Landmolenstraat. Iets voorbij de schans Lauwershoek stapte ik voorbij een siertuin. Het was eerder een sierpark. Het was me niet duidelijk of dit het grondgebied van een sierteler was maar ik vermoed het niet. Het geluid van een heggeschaar in de verte  verstoorde enigszins de rust . Ik vrees dat dit lawaai  hier alle dagen te horen moet zijn.



Keurig getrimde heggen, honderden in rare vormen gesnoeide bomen en opgebonden struiken waren het resultaat van iemands grenzeloze bezieling en waanzinnig geduld om de natuur naar diens hand te zetten.  Als je tussen de haag doorkeek waande je je zo in de voortuin van een 17de eeuws Angelsaksisch kasteel. Ik gaf mijn ogen de kost en niet alleen m'n zicht werd geprikkeld. Ook de neus kreeg haar deel ! Wanneer je langs de geploegde velden stapte rook je de doordringende beerlucht van de aal die kwistig over het maagdelijke landschap uitgestrooid werd. Akkers golvend in brede voren, andere grof omgewoeld en nog andere zo vlak als een biljarttafel. Mooi afgelijnde bolle vorm, de typische waterpoeltjes op de hoeken ... prachtig om zien is het.  De voorhofkes aan de vele hoeves lagen er tevens keurig bij. Netjes gewied en gerijfd. Mensen hebben de tijd nu om het tuinwerk in de plooi te leggen. De geur van de lentebloesems bood hier en daar wat weerwerk aan het parfum van de gepasseerde beerkar.  De lente is ontploft in geuren en kleuren. Het is fascinerend om te kijken naar het geweld waarmee de natuur nu volop zich ontluikt. 




Aangekomen in de Heiputstraat/Kruibeke liep ik door tot aan de St Pietersdoorn. Dit is een smalle landweg, een repel asfalt in het midden maar onverhard op de zijkanten, die dwarsdoor de velden tot aan de Groendam in Bazel leidt.  Hier bots je op een kluppelpad dat je naar de vallei van de 3 beken voert, zijnde de Groendambeek, de Barbierbeek en de Kleine Pismolenbeek. Wie zich vragen stelt bij de benaming 'Pismolen' vindt hier een verklaring : De Pismolen van Bazel . Het kluppelpad zelf is slecht onderhouden. Op meerdere plaatsen waren er al mensen doorgezakt.  Opmerkelijk is wel dat de Barbierbeek hier in vele kleine bochtjes en hoekjes door het weiland kronkelt. Kwa panorama zag je hier een landelijk juweeltje. Het paadje naast de Barbierbeek wordt hier het laarzenpad genaamd.  En ik miste mijne stapmaat de Marc. Meer bepaald zijn botanische kennis. Op een informatiebordje stond er te lezen dat er langs de oevers van de Barbierbeek zeldzame planten en kruiden te vinden zijn. Marc onze maat zou hier zeker een woordeke over hebben kunnen placeren. Dat kronkelend paadje vond ik heel knap. Een boer op z'n tractor ploegde de voor de streek kenmerkende bolle akkers naast dit pad. Duizenden meeuwen pikten de pilleweuters (pieren, regenwormen) uit de omgewoelde aarde. Agrarische tafereeltjes in dit coulissenlandschap dwongen me om er even stil bij te blijven staan. Het einde van de wandeling kwam in zicht, ik was bijna terug thuis. M'n 16 kilometertjes zaten er bijna op en ik mocht met m'n hand op het hart zeggen dat het een tof toerke was. Een vertrouwd landschap maar evengoed toch verrassend. Eens thuis wachtte er een smakelijk tripeltje. Het zou zeker smaken. Ook dat gezamenlijk pintje met de stapmaten is een gemis. Geduld is een mooie deugd, het gezamenlijk toasten op de kameraadschap tussen stapvrienden zal nog niet voor morgen zijn. Helaas, maar ook dit gaat voorbij  😥😁😂. 



donderdag 9 april 2020

Langs de Trage Wegen van Haasdonk (02)






Dat toerke van gisteren was me zo goed bevallen dat ik me er niet kon van weerhouden er nog een mouw van een kilometerke of 15 aan te breien.  Terug op zoek naar nog wat trage wegen werd dus weer het thema van de uitstap. Ik voel me met deze tripjes precies een ontdekkingsreiziger in eigen streek. En daar voel ik me heel goed bij. Ik heb bijkomend niet het flauwste idee van hoe laat ik vertrokken ben. Ik schat een uur of 1, het kan evengoed 2 uur geweest zijn. De ogenschijnlijke rust die het coronagedoe me oplegt ontnemen me elk gevoel voor plaats en tijd. Zit ik hier op het Noordelijk of Zuidelijk halfrond ? Geen idee en waarschijnlijk zal het donderdag zijn vandaag. Maar vrijdag zou ook wel eens kunnen, so what ?

Het eerste stukje van de wandeling tot aan het Hof ter Saksen waren identiek aan het toerke van gisteren. In de Melselestraat werd een eerste horde genomen. Met Voetweg 49 wordt de trage weg aangeduid tussen de Melselestraat en de Bosstraat. Voor onwetenden is het een beetje opletten in de Melselestraat om het bordje niet voorbij te lopen. Dit pad loopt dwars door het weiland tot aan het kasteel. Zo halverwege dit pad maak je kennis met onze nationale trots : Het Belgische Wit Blauw. Wel 50 koebeesten + 1 uit de kluiten gewassen stier gapen je aan terwijl je rakelings aan hen voorbij wandelt. Dit ras dat in 1989 werd ontwikkeld levert smaakvol vlees tegen een schappelijke prijs en is bovendien gemakkelijk te fokken. Ik vermoed dat de beesten  die gedomicilieerd zijn op deze Voetweg 49 niet op de hoogte zijn van hun weinig rooskleurige toekomst, zijnde T-bone steaks, stoofvlees, fricassé en rundsworsten.  Deze imposante kudde, de kolossale stier incluis,  zag er me daarvoor veel te gedwee uit.

Eens het Hof ter Saksen de rug toe gekeerd bood de horde nr 2 zich aan. Voetweg 46 tussen de Piet Stautstraat en het Fietspad naast de spoorweg.  Dit pad loopt gewoon tussen landbouwgrond in en is weinig spectaculair. Je hebt wel een voortreffelijk uitzicht op de voorbijsnellende treinen. Het viel me op dat deze treinen vrijwel leeg waren. Eens op het fietspad terechtgekomen volgde ik op mijn gemakske de spoorweg tot aan het station van Melsele wat meteen het keerpunt van de wandeling betekende. 

Al tientallen keren heb ik het trajectje Melsele Station - Thuis afgelegd met de auto.  Rijdend door de Beekmolenstraat, vervolgens de Dweerse Kromstraat, kom je voorbij de Zakdam, een doodlopende straat voor gemotoriseerd verkeer. Het was dus het uitgelezen moment om er een kijkje te nemen. Het verharde gedeelte van de Zakdam bracht niet veel nieuws aan het licht. Hier en daar wapperden er witte doeken uit een vensterraam als blijk van waardering en respect voor het zorgend personeel dat in deze coronacrisis in de vuurlinie staat. Het paadje dat op de verharde weg aansluit mag best charmant genoemd worden. Het is een smal kronkelend paadje dat je inkijk geeft in enkele achtertuinen van de mensen. Sommige zijn echte juweeltjes, veredelde junk yards. Allerlei afgedankte rommel zie je opgestapeld staan tot een onwankelbare constructie.  Golfplaten geschraagd door volgestouwde paletten die op hun beurt afgedekt werden met verweerde zeildoeken in een poging om de onderliggende buit aan het oog te ontrekken. Een lading, wachtend op wat ? Mensen kunnen er soms geen afstand van doen. Hier en daar groeien er mooie kleurrijke bloemen of sierlijke struiken tussen die junk. Het zorgt wel voor een charmant contrast. 
De volgende trage weg die zich aanbood wurmde zich door de velden tussen de Kruibekesteenweg en de Bosstraat. In de geburen van de watertoren op de Kruibekesteenweg duikel je de velden in. Eerst volg je een breed tractorspoor, dan versmalt dit waarna je een brugje moet oversteken om vervolgens op de boord van een maïsveld in aanleg naar de Bosstraat te pikkelen. Een heel mooi stukje veldweg. Ook hier op het einde kreeg je een gratis inkijk op de verzamelwoede van de eigenaar-hoevebewoner. Potten, tonnen, kapotte wielen, scheefgezakte houtstapels met onkruid doorregen ...  Vreemd genoeg, de aanblik van al dat verroest schroot en afgedankt materiaal is helemaal niet storend. Het bepaalt zelfs in grote mate het ruraal karakter van de omgeving. 

Iets verder in de Melselestraat kwam de laatste trage weg in beeld. Deze die naar de Heirbaan leidde. Hier in dit pad is het Hof Ter Snoecke gelegen. De schone hofstede "Ter Snoecke" is omgeven door brede wallen (hier ontspringt de Beverse Beek). Het is een vroegere grenspost van "Het Land van Beveren". Het juiste bouwjaar van deze omwalde hoeve is niet gekend. Binnen in een moerbalk staat 1574 gegrift, buiten op de zijgevel staat 1650 geankerd. In 1949 werd deze eeuwenoude woning, die zwaar beschadigd was door enkele dichtbij neergevallen V-bommen, gerestaureerd. Steen voor steen werd onder handen genomen. Het dak is er altijd bovenop gebleven. 
Voilà, dit was het voor vandaag. Ik hou het voor vandaag rustig. 

woensdag 8 april 2020

Langs de Trage wegen van Haasdonk (01)


----

----

Ik voel het aan mn voeten. Na bijna een maand het advies 'Blijf in uw kot' te hebben gerespecteerd wilde ik vandaag dan toch maar eens de benen strekken. Een kleine 15km stapperderij  en het moesten er echt niet meer zijn want er zouden bleinen uitgedeeld worden. Het is toch straf dat op enkele weken tijd je voeten zo degenereren. Ik zal er iets meer moeten op uit trekken om de voeten in conditie te houden. Niet alleen de voeten maar ook het waarschuwingslampje van mijn BMI begint al te flikkeren. Het is een irritant rood lampje.

Ik had helemaal niks uitgetekend, gewoon de neus achterna en ik rekende hiermee een goed uurtje met wandelen op te vullen. Onderweg kwam ik op het simpele idee om elke trage weg die ik tegen zou komen te verkennen. Het werd een aangenaam toerke. Na de afklop was ik verbaasd dat ik 15 paaltjes en een kleine 4u had gestapt. Stralend lenteweer, tegen het zomerse aan en dan blijf je maar stappen. En stappen moet je in dit geval doen op het gemakske zodat je voor jezelf de tijd kunt nemen om het mooie van fauna en flora om je heen  tot je door te laten dringen. Bovendien heerste er een nooit geziene rust in veld en beemden vanwege de coronarestricties. Het viel op, de wereld stond precies stil. De wegen zo goed als verlaten, geen vliegtuigen in het wijde zwerk en enkel de vogeltjes zorgden voor wat lawaai. Aangenaam lawaai welteverstaan. Hier en daar zag je een fietsend koppeltje, een jogger, een wandelaar.

Moeder Natuur heeft behoefte aan een break en dit beschouw ik wel als positief aan heel dat COVID 19 verhaal. Bovendien zijn er nu veel mensen ongewild verplicht hun drukke leventje een beetje te temperen waardoor je hier en daar  al stemmen hoort opgaan die laten vermoeden dat er opnieuw oog komt voor de meest simpele dingen des levens. En daar zie ik toch wel een paar raakvlakken met een lange pelgrimstocht. Tijdens zo een tocht krijg je opnieuw oog voor die essentiële dingen. Dit essentiële wordt in onze materialistisch ingestelde maatschappij volledig overschaduwd. Men weet zelfs niet meer dat het bestaat. Psychologen, mind-fulness, yoga, Ki-workshops ... ga het rijtje maar af, zijn de wonderremedies die je er aan moeten herinneren om je zo weerbaarder te maken in onze dolgedraaide maatschappij. Een pelgrimstocht biedt mijn inziens meer soelaas. En het is raar maar deze periode van gedwongen retraite bevalt me wel. Ze zet de factor tijd in een ander perspectief en dit leidt voor mij tot bezinning. En natuurlijk, de keerzijde van de medaille, is het erg jammer van het immense verdriet en de miserie waaronder vele mensen nu moeten lijden maar beterschap, die komt wel. En hopelijk worden er ogen geopend zodat er inzicht volgt. Het zal weliswaar wishfull thinking blijken maar ik hoop toch dat er over het mondiale neoliberale gedachtengoed eens een grondige polemiek gevoerd wordt. Zo vlug mogelijk als het kan. 

Het in kaart brengen en markeren van die trage wegen vind ik een prachtig initiatief van de gemeente.  Hopelijk heeft dit initiatief nu enkele mensen de natuur doen herontdekken. Ik ben er wel een stuk of 5 tegengekomen op m'n tripje. Een heel mooi stukje was de verlaten spoorwegbedding tussen de Kruisstraat en de Dennenlaan. Ik vermoed dat dit een vroegere aanvoerlijn was voor het Fort Westakkers. Prachtig stukje naast een verwilderde sloot. Ook heel knap is het stukje tussen de Bankstraat , langszij het fort van Haasdonk tot aan de St. Amalbergakapel in de Luiseekstraat. Het is een stukje traject uit de Groene Halten Route van Temse. Subliem en morgen zall ik het in tegenoverstelde zin stappen. Die bleinen wil ik geen kans geven. Nu hetgeen ik wel gemist heb is m'n tripeltje, m'n vloeibare medicamenten voor onderweg. Nog meer gemist was het gezelschap van de stapmaten, dat moet ik bekennen. Geen kroegje dus en bijgevolg heb ik dit euvel omzeild met mezelf te voorzien van een troostprijs. Hierzie : Een Tripel Karmeliet !!! Schol vanonder de olijfboom in m'n bescheiden hofke.  De foto was wel van gisteren maar bij het ter redactie stellen van deze blogpost was m'n glas juist leeg 😊😊😊






vrijdag 13 maart 2020

Limburg Lage Kempen van Zolder naar Leopoldsburg



Geen al te grote opkomst voor het wekelijkse uitstapje vandaag. Niet alleen voor het uitstapje  maar ook op weg naar mijn bestemming was het erg stilletjes en het leek me wel of onze bevolking gedecimeerd was. Een voorbode van de apocalyps ? Onderweg naar de statie viel er weinig verkeer te bespeuren en de stations van Berchem en Beveren leken wel verlaten. Op de treinen, hetzelfde scenario, die waren zo goed als leeg. Weinig werk dus voor de kaartjesknipper maar ook die leek wel opgelost in het niets te zijn. Onze kaartjes bleven zowel op de heen- als terugreis maagdelijk blank. 

Wat het stapploegske betrof meldden enkel de Ronny en de Catsjoe zich present. Tussen Zolder en Leopoldsburg had ik het wandelpad uitgetekend. Een slordige 22 kilometer tussen de aldaar gelegen treinstations. De Lage Kempen bieden een prachtig en gevarieerd wandelgebied. Geen enkele wandeling daar in Limburg heeft me al ooit teleurgesteld en deze keer zou het niet anders worden. Jammer is het wel dat het even sporen is maar het loont alleszins de moeite. Het is daar een prachtige streek en deze keer was het hopen dat er geen F-16's de zalige rust, die de natuur ginder uitstraalt, zouden verstoren met hun brullende motoren. Het militaire vliegveld van Kleine Brogel lag daar immers op amper 15km van ons wandelpad. Onze bede werd verhoord. Min of meer toch, op enkele flying ace-pilots na die daarboven in het hemelzwerk wat happen uit  het defensiebudget opsoupeerden. Verder bleven we gespaard van dat verschrikkelijke lawaai 


Om 10 uur hadden we de verharde baantjes van Zolder al verlaten en bevonden we ons aan de voet van de mijnterril van Heusden Zolder; een stille getuige van het steenkoolverleden van de streek. Terrils ontstonden door het storten van stenen die bij de steenkoolwinning mee naar de oppervlakte waren gebracht. Met kipwagens en smalspoortreintjes werd dit overtollig materiaal vanuit de kolenwasserij in de mijngebouwen naar de terril vervoerd. Deze terril is sinds 1997 een Vlaams natuurreservaat. Schapen zorgen er door hun graasgedrag voor een stevige grasmat. Ik ben er echter geen enkel schaap tegengekomen maar soit, in de zomer zullen die daar wel rondhangen. Deze beesten verhinderen met hun gegraas de groei van bomen daar op het terrein. Hiermee tracht natuurbeheer het bijzondere milieu, dat vergelijkbaar is met dit van Midden-Frankrijk, te handhaven.  De silhouetten in de verte van de terrils van Waterschei, Winterslag, Beringen deden me dan ook een beetje denken aan de Auvergne, het gebied met de uitgedoofde vulkanen in Midden Frankrijk.  Voor het begrazingsproject werd het noordelijk gedeelte van de mijnterril en de aangrenzende heidegebieden afgerasterd. Dit hadden ik en de Ronny eerder moeten weten want na 2500 meter stappen en klauteren op deze 155m hoge terril konden we er verdorie niet meer af. We zouden helemaal tot aan de ingang hebben moeten terugkeren. Hierover seffens iets meer. 
Via mooi aangelegde paden en trappen op de steile stukken konden we van een wondermooi panorama genieten.  Helemaal boven op deze terril hadden we een uitzicht op het militair domein “Kamp Beverlo”, dat zo op het eerste zicht een oefenterrein is. Ook de gemeentelijke boscomplexen “Koerselse Heide” , het natuurreservaat “Vallei van de Zwarte Beek” en het brongebied van de Helderbeek waren bovenop die terril goed zichtbaar. 

Een trailloper die ons al enkele malen was voorbijgesjeesd met zijn loopstokken spraken we aan omdat het ganse terrein bovenaan de terril was afgespannen en we hem om raad naar een uitweg vroegen. We hadden er daarboven al eventjes rondgetoerd maar zagen geen uitweg. Mijn uitgetekend pad was afgesloten. Toch wees hij naar dit versperde pad en dat we daar maar over de draad moesten kruipen. Het zou een steil pad naar beneden worden en volgens deze sportieve knakker was dit pad nogal 'vettig'. Opletten bij het afdalen zou de boodschap worden Dit laatste woord sprak hij uit met het kenmerkend  zangerige Limburgse accent. Helemaal terug naar de terrilingang lopen zou ons een stevige omweg bezorgen dus waagden we het erop. Ik miste wandelstokken bij het afdalen van dat pad want ik moet toegeven dat ik met het ouder worden niet zo zelfzeker meer ben op kwakkele paadjes. Misschien betrouw ik niet meer zo op mijn gezichtsvermogen ? Alleszins hoed ik me om bij een val te hard met mijn kop te botsen met het risico van m'n oognetvlies terug te beschadigen. Het zal een combinatie zijn van deze factoren waarbij nieuwe stapschoenen of nieuwe zolen ook vermeld mogen worden.  Regelmatig verloor ik dus de grip op dat 'vettig hellingske'. Geen haast echter, ik kwam er wel. Eens beneden wachtte er ons een andere verrassing. Ook beneden was er een afrastering en een beek die ons afsloot van de toegang tot een gaanpad. Pech komt nooit alleen. Er was boven die afrastering nog een extra hoogspanningsdraad aangebracht. De sjaal van de Ronny kon dienst doen om die onder spanning staande draad op te tillen. De Catsjoe werd als eerste tussen de afrastering en de onder elektrische spanning staande draad geloodst. Gelukkig dat het beest zich kalm hield. Daarna volgde de Ronny en ik als laatste. Nog een klein sprongetje over de beek en we konden  verder. 

Het Vlaams bezoekercentrum 'De Watersnip' was de volgende halte. Ondertussen waren we in de vallei van de Zwarte Beek aanbeland. Een vallei die zich van Diest tot in Hechtel Eksel uitstrekt. De Watersnip is een natuurcentrum, vrij toegankelijk maar het Coronavirus strooide roet in het eten. De deur bleef gesloten. Wel konden we er een picknicktafel versieren, het was ondertussen al ver na het middaguur.  


Het was aan deze picknicktafel dat de Ronny een videoclip werd toegestuurd door Bas onze wereldfietser. Een kort clipje met m'n soulmate Els op de achtergrond. Die was enkele uren eerder geland op de luchthaven van Windhoek-Namibïe. Zij was daar aangekomen na een vlucht van 14uur. Bas reed met z'n fiets haar tegemoet vanuit Windhoek om haar te verwelkomen en op te vangen. Uit het clipje kon ik opmaken dat ze goed was aangekomen. 
Zij meldde me ondertussen al dat het vliegtuig dat vanuit Frankfurt naar Namibïe vloog, bijna leeg was. Ze zat er nagenoeg alleen op. Een gevolg van de Coronaperikelen dat alle geledingen van de maatschappij aantast. Samen met Bas fietst Els nu naar Kaapstad in Zuid-Afrika. Ik heb even gevreesd dat haar vlucht zou gecancelled worden vanwege dat Coronagedoe.  Gelukkig was dit niet het geval. Maar moest ze 2 dagen later zijn vertrokken  dan zou haar droomreis in het water gevallen zijn. Het geluksbrengertje en het hangertje met de H. Christoffel die ik haar kado deed voor deze reis hebben nu al hun nut bewezen. Ze draagt deze mee vooraan op haar fietstas. Goeie reis beste Els !  Geniet van je Afrikatrip. 

Na de picknick schoven we verder langs een mooi wandelpad, 'Het Prikkelpad' genaamd. Iets verder bevond zich het café 'Het Fonteintje' en daar zou onze tripel kunnen geconsumeerd worden. Ocharme toch ! De uitbater en zijn vrouw zaten in zak in as. Om middernacht moest hun etablissement sluiten. Ze wisten het even niet meer. In vergoedingen geloofden ze niet meer. De varkenspest had er jaren geleden in de regio gewoed, de beesten werden afgemaakt en de beloofde centen konden ze destijds met hun ellebogen aanpakken. Nougabolle dus. Een ijssalon iets verder maakte dezelfde bedenking. Daar wipten we ook even binnen en raakten er aan de praat met enkele fietsfanaten. Het werd vrij laat zonder dat we er erg in hadden en moesten opkrassen. Het resterende deel was een aaneenschakeling van mooie zandpaden afgewisseld met hier en daar een bospad. Bovendien zaten we nog altijd in die vallei van De Zwarte Beek. Deze is meer dan een beek alleen. Op de flanken en in de vallei liggen nog veel authentieke landschappen. Je begint boven op een droge heuveltop 'De Venusberg' genaamd. Deze is bedekt met heide en bossen. Op de flanken zie je kleurrijke weiden, akkers, knoteiken en houtkanten. Beneden in de natte vallei, vind je hooilanden, moerasbossen en veel venige moerassen met turfputten en trilvenen. Dit veen is een eeuwenoude reuzenspons die verschillende meters dik is. Het veen maakt dit landschap uniek in Vlaanderen. De laatste kilometers kregen we nog een regenbuitje kado en moest de poncho opgediept worden. Voor deze laatste loodjes moesten we afwijken van het bospad. Het was inmiddels te donker geworden en de regen had de paadjes tot glijbaantjes omgetoverd.  Onze wandeling zat er op, de 22 paaltjes tot aan het station van Leopoldsburg zaten in de pocket.  Een stemmig stationsbuffet fleurde het wachten op onze trein wat op. Die kwam er een 10-tal minuutjes later al aan. Eens op de trein naar huis konden we nog wat debriefen. Mooie dag, mooi pad, overwegend mooi maar fris weer bijgevolg was er geen reden tot klagen. Tot een volgende dan maar weer. 


vrijdag 6 maart 2020

De Brabantse Kempen : Hambos - Boortmeerbeek

Met z'n 3'en zouden we vandaag het wekelijkse wandelingetje uitrollen. Ik, de Ronny en den Hugo. De andere stapmaten Marc en Michel moesten verstek geven. De Marc zou eerst meegaan maar meldde in extremis dat hij in zijnen hof moest werken. Waarschijnlijk bonen of spruiten plukken, we hebben het niet nagevraagd. Onze Michel machte irgendwo in Deutschland einen langen Spaziergang in seiner Leder-Tilroler-Hose und  neuen Schrittschuhen. Eveneens een veronderstelling van mij want de bottienen die hij enkele weken geleden in Schoonaarde moest inlopen deugden niet. Op een slechte leest gestaan waarschijnlijk want hij hield na elke wandeling er een pijnlijke enkel aan over. Hij zou van de winkel er nieuwe krijgen. Ik ben benieuwd naar het resultaat. Binnenkort moeten zijn bottienen de Via Podiënsis bedwingen. 

Ter zake nu ! Er stond immers een lijnwandelingetje gepland tussen Hambos en Hever ergens halverwege de spoorlijn Mechelen - Leuven. Iets voor 10u stapten we van de trein af in Hambos. Hambos is een dorpje dat in de schaduw ligt van Haacht en beter bekend van de Primus Pils die daar gebrouwen wordt. Triestig weertje, grijs en helemaal overtrokken. Onzen Hugo had zich zelfs voorzien van een paraplu. De straten en paden lagen vol plassen. De beken overvol, tegen het overstromen aan en grote delen van weiden stonden onder water. Het geheel bood een desolate indruk. Volgens mij klopte er iets niet en zat er een klimatologische haar in de boter want verderop in Wakkerzeel stonden er al kerselaars in bloei. We laveerden richting Werchter op zoek naar een kroegje voor onze koffie. Al laverend passeerden we zo het terrein waar jaarlijks het vermaarde rockfestival  plaatsvindt. Het lag er dan wel netjes maar toch enigszins verzopen bij. Eens de Dijle overgestoken konden we ons focussen op een drankgelegenheid. Een kroegje situeert zich meestal recht over een dorpskerk. Ook in Werchter zou het cafeetje Oud Werchter deze regel respecteren ware het niet dat het gesloten was. We moesten 750m verder het dorp intrekken richting Betekom. Café 'De Glazen Boterham' kon evenmin soelaas bieden want evengoed gesloten maar in de 'Wissel' vloeide er al vocht uit de tapkraan. Een halfuurtje hebben we daar verpoosd. Een man die van z'n pintje genoot aan de toog bleek ook een stapper te zijn. Binnenkort zou hij een toerke gaan doen in Slovenië. Een week stappen in groep met gids, vlieger, hotels en arrangement ... all in voor 700€. Je kan dat gerust zeer schappelijk in prijs noemen. Voor veel mensen zal deze formule een mooie wandelvakantie bieden. Als tussendoortje zou ik dit ook wel kunnen pruimen. En toch verkies ik de afzondering  van de kudde, de onafhankelijkheid die een tent, herberg of hostal je biedt, het ongewisse waar je je te slapen zal leggen, de aanspraak die je krijgt als je alleen op weg bent. Niet iedereen zal deze vorm van recreatie toejuichen en daar breng ik begrip voor op. Ieder diertje zijn pleziertje blijft nog steeds het adagio. 

Goed na het intermezzo in 'De Wissel' moesten we op onze passen terugkeren om het uitgestippelde pad terug op te vissen. De Dijle, waar er een sterke stroming op stond, werd vervolgens gevolgd tot in Ninde, een dorp van Tremelo.  Daar bevindt zich het geboortehuis van Jozef de Veuster. Als Pater Damiaan zette deze wereldberoemde picpuspater zich in voor het lot van de melaatsen op het eiland Molokaï. Naar dit eiland werden destijds de leprozen van Hawaï  verbannen. Dit geboortehuis, een bakstenen hoeve, werd omgebouwd tot het Pater Damiaanmuseum. In de voorhof stonden bankjes en daar konden we dankbaar gebruik van maken om onze picknick aan te spreken. Hugo zorgde voor het glazeke wijn. Dat smaakte bij het boterhammetje. Pater Damiaan, op een bronzen sokkel met een buste vereeuwigd in dat zelfde voorhofke, zag dat het goed was. Jawel, dit plaatsje stemde je tot nederigheid.  Voor degenen die nooit van deze Pater Damiaan hebben gehoord .... Pater_Damiaan

In de plavuizen van het gaanpad van dat hofke lag er een rond ijzeren deksel verankerd. Daarop werd met een pijl de richting aangegeven waar naast Leuven en Parijs, Molokaï zich zou bevinden. Alhoewel niemand in ons staptrio  een bolleboos in de aardrijkskunde kan genoemd worden hadden we toch onze bedenkingen bij de aangegeven richting.  Het zou ons ten zeerste verwonderd hebben moesten er op Groenland  exotische schoonheden rondgelopen hebben met bloemenkransen rond hun hals en dat Parijs op de lokatie lag waar Columbus 528 jaar geleden zijn Indiën ontdekte. 

Het begon stilletjesaan te regenen wanneer we richting Rijmenam kozen. Daar zouden we ergens traditiegetrouw de boterhammetjes kunnen doorspoelen met een, wat mij alleszins betreft, een tripeltje. Dat gebeurde in het 'Hoekske'. Een volslanke dame verzorgde de bediening en het liep daar een beetje uit. We zouden niet tijdig meer in Hever geraken en besloten dan maar om tot in Boortmeerbeek te stappen. Toch wel een beetje jammer van dit laatste omdat het traject Rijmenam - Boortmeerbeek over de grote baan moest afgehaspeld worden. Nu, we hadden deze vertraging louter aan onszelf te danken en daar moet ik in het vervolg toch wat op letten. Ik heb al mooier wandelingen gedaan maar goed, we hebben ons desalniettemin toch goed geamuseerd. Soms heb je aan goed gezelschap genoeg. Tot een volgende.