vrijdag 3 juli 2020

De Brusselse Zuidrand


Om kwart na 10 gold er afspraak in het stationneke van Groenendaal met de Marc, zijnde de initiatiefnemer van deze trip, en zijn zwager Michel.  Onze stapmaat had hier of daar een track van een stationsstapper op de kop  getikt en die moest onder handen genomen worden. De Michel had eveneens een goeie reden om mee van start te gaan.  Zijn nieuwe stapschoenen, nog steeds in 'rodage' zijnde, moesten verder ingelopen worden. Zijn vorige kloefen, ook nieuwe trouwens, zorgden voor allerlei ongemak gaande van voze benen en tenen naar vapeurekes, het pootje en slapeloosheid.  De oorzaak hiervan was een raadsel voor zowel het winkelpersoneel van AS als voor hemzelf. Na een grondige expertise van het schoeisel door de fabrikant werden deze dan probleemloos omgewisseld. Mag ook wel volgens mij, de prijs ervan is niet mis en valt bijgevolg ver buiten deze van een paar kemelharen sloefen. 

De Marc en de Michel liep ik al tegen het lijf in de "Nord"en samen konden we verder sporen naar Groenendaal. Tijdens de ganse reis was de magere bezetting van de treinstellen heel opmerkelijk. Een overvloed aan lege zitbanken trof je in de stellen aan. Kaartjes werden niet geknipt maar enkel getoond. En de reizigers, allen van een mondkapje voorzien, het éne al wat modieuzer dan het andere ... ze zaten er uitdrukkingsloos en gelaten bij ... het deed Orwelliaans en bizar aan.    Na een voorspoedige treinreis, dat mag ook gezegd, stapten we af in Groenendaal. Het stationnetje had zichtbaar betere tijden gekend  maar hoera, eindelijk was ik verlost van dat kapje. Wat een verademing zeg !  Beklagen doe ik de madammen die bij een boerka zweren en aanklagen doe ik hen die menen de dracht hiervan aan anderen te verplichten. 
Van hieruit zou er tot in  Halle gestapt worden. Goed voor een kleine 23 paaltjes. Een puzzeltje van verschillende stukjes GR  zoals de GR12,  de 512 en 612 alsook wat losse sprokkelingen van de streek GR  die 'de Groene Gordel' wordt genoemd zouden deze stationstapper gestalte geven. In het eerste deel van deze wandeling in de Brusselse zuidrand doorkruis je het bekendste woud van België: het Zoniënwoud. Ik heb me altijd afgevraagd wat die 'Zoniën" betekenen.  Als we 'Le Forêt des Soignes' zoals dat in de taal van Molière klinkt, letterlijk vertalen dan zou dit het Woud der Zorgen betekenen. Ik zie geen enkel verband  maar goed ! De huizen, lees paleizen, die in deze rand gebouwd werden doen je niet direct aan miserie denken. Maar, 'de Beukenkathedraal' als toenaam voor dit prachtige bos lijkt me toepasselijker. De statige torenhoge beuken die het ganse woud bevolken hebben hier debet aan . 


Het was bij het monument van de in WO1 gesneuvelde houtvesters dat mijn spreekwoordelijke Belgische Frank viel. Of Euro, om het even.  Hier ben ik ooit al eens geweest ! Een minireplica van Stonehenge, een hunnebed met daarrond een dozijn menhirs staan hier in het bos. De namen van de gesneuvelde Forestiers  staan in de menhirs gebeiteld. De Michel begon spontaan een rondje zakdoekleggen te lopen. Jawel, het begon stilletjesaan te dagen in mijn memorie. Deze wandeling heb ik al eens eerder gemaakt. Meer bepaald in oktober 2014, dan ben ik hier al eens gepasseerd met de Ronny en de Catsjoe. Amai, dat is al 6 jaar geleden zeg ! Wat gaat het toch snel. Tempus Fugit schreef onze andere stapmaat den Hugo. Achteraf nu blijkt dat het toen gevolgde parcours toch iets afweek van de officiële treinstapper.  Kijk maar : De Vlaamsche Rand . Aan de fotokes van toen te oordelen  kwamen we zo te zien precies iets meer kroegjes tegen.  

Ik hoef de mooie natuur van het Zoniënwoud en haar charme hier niet meer te bejubelen. Het ernaar verwijzende linkje  dat ik hierboven heb vermeld kan deze klus wel klaren.  Er liep daar, de vakantieperiode in acht genomen, maar weinig volk rond in dat woud. Met de crisis wordt er veel minder naar het buitenland uitgeweken voor de vakantie en dan zou je denken dat er meer interesse zou zijn in het aanbod dat er hier in  België wordt voorgeschoteld. Maar het was nog vroeg in de voormiddag dus ik kan me vergissen. Aan de rand van dit immense bos hebben we het schaft gehouden. Ook was het raar om vast te stellen dat ten gevolge van die coronacrisis er collectief een aanzet werd gegeven om het wat soberder te houden. Althans volgens mijn toch niet zo bescheiden mening. Ongewild wordt deze stoïcijnse lifestyle je opgedrongen tijdens zo een lockdownperiode en impacteert ze onbewust de leukere kantjes van je sociale leven. En dat zet zich nog wel eventjes door. Geen aperitiefke, noch hapje of knabbeltje. Een fleske wijn, evenmin. Deze geneugten des levens zijn uiteraard geen must maar het fleurt en kleurt het samenzijn met vrienden nog wat meer op. Een levensbedreigend gemis was dit op het moment niet want daar zouden we dan wel binnen de kortste keren een mouw aan passen. 


Eens dat bos uit belandden we in Linkebeek en van daaruit ging het richting Alsemberg uit. Prachtig heuvelend stukje aan wandelpaden langs glooiende weilanden afgewisseld met  gouden graan- en tarwe-akkers.  De velden met lijnzaadgewas - de Marc wees ons het verband met vlas aan - met de geheimzinnige gifgroene kleur zorgden voor een schitterende mélange in het panorama. Ondanks de nabijheid van de grootstad Brussel is het hier verrassend groen. Kleinschalige natuurgebieden in beekvalleien, bossen met holle wegen en weidse vergezichten volgden elkaar op. De Marc zorgde met zijn botanische kennis voor het groene accentje. Hij maakte ons opmerkzaam voor de prachtige vlinderstruiken. Deze stonden nu in volle bloei en daar had je het zilverblad waarvan hij het ontstaan van de benaming verklaarde. Kijk, dit is de stinkende gouw met de gele bloemekes zo ging hij eventjes verder. Het sap in de stengel verteerd wratten en inderdaad bij het breken van de stengel kwam er een geel-oranjekleurig sap tevoorschijn.  
Maar de rode draad die zich aftekende tijdens onze conversaties gedurende de ganse tocht situeerde zich toch in hoofdzaak bij ieders wedervaringen tijdens de lockdownperiode. Grollen en grappen sausden het wandelplezier.  Ze ontbraken er evenmin. 

Zo, aangekomen in Alsemberg informeerden we naar een cafeetje. Dat bleek volgens een lokale schone een moeilijk te beantwoorden vraag te zijn. Althans na interpretatie van haar niets verhullende mimiek. Het cultureel centrum waar we voor stonden bleek gesloten maar ze verwees ons door naar een terrasje aan een broodjeszaak. Deze hint zou misschien wat soelaas kunnen brengen. Afgewogen aan de afwezigheid van dorpskroegjes in het dorpsbeeld vond ik de gelijkenis met een gereformeerd Hollands dorpsaanzicht uiterst treffend. Geen lol, het loven van de Heer centraal en verder is alle genot of de daaruit spruitende geneugten zondig. Daar luidt het adagio 'Memento Mori',  gedenk dat je zult sterven. ! En rekenschap voor je daden zult moeten afleggen ! Dit laatste wordt er niet bijverteld.  Jazeker maar dan toch liever na een plezant aards verblijf ! Een zwijgzame getuige van deze terechtwijzende boodschap was de prachtige Onze Lieve Vrouwe kerk in het dorpscentrum. Dit betoog van me trekt er eigenlijk niet op hé ? Kant noch wal raakt het , waar haal ik het toch weeral uit 😊? Maar we gaven het niet op daar in Alsemberg. We zetten de zoektocht verder. In een straatje trok een mooie Santiago de Compostela wandtegel met pelgrim en schelp onze aandacht. Jaja, Santiago Matamoros, de Morendoder eerder bekend als St. Jacobus de Meerdere en tevens onze beschermheilige gaf met deze tegel een teken van leven. Zodoende kwam deze heilige man ter hulp aan 3 dorstige ex-pelgrims. Deze mooie tegel sierde de gevel van de 'Pastorij', een koket brasserie-restaurant niet zo ver van de kerk. Ook de herbergen in Spanje hebben vaak zo een tegel. We dachten dan ook dat we hier met een herberg te maken hadden. Bij navraag gebaarde het personeel van krommenaas. De kelner had nog nooit van een pelgrim gehoord volgens mij. Maar hier konden we gezeten in een gezellige tuin terecht voor een Beerselse Tripel. 9.5° alstublieft. Dat smaakte en bijgevolg volgde er een tweede want op 1 been kan je moeilijk blijven staan.
Na het smaken van dit genoegen stapten we verder richting Dworp en de R0 snelweg. Het einde van het toerke kwam daardoor in zicht en tegelijkertijd zwelde ook de  geluidsspollutie van het verkeer aan.  In alle gemoedelijkheid werden de laatste loodjes gelegd. Rond 7u konden we de terugweg aanvatten. Nog een snoepje in de vorm van een Westmalle op een terrasje vlakbij de statie in afwachting van de trein als afsluiter mocht niet ontbreken. Het was ondertussen aangenaam warm geworden wat het tevreden gevoel nog wat aanscherpte wanneer er teruggeblikt werd op een fijne dag. 's Morgens leek het er nog op dat het niet droog zou blijven maar dat was een misrekening.  Kan gebeuren. Dit was weeral een topdag !  

woensdag 10 juni 2020

Gelaagpark en Fort Steendorp - Rupelmondse Kreken

Eureka, vandaag zou het uitstekend wandelweer worden. Met deze kennis op zak stemden de stapmaten Ronny en Hugo in met een toertje dat naadloos kon aansluiten bij  dit van verleden week in de Kruibeekse Polder.  Een stevige wandeling rond het Mercatordorp Rupelmonde moest het worden. En, hoe meer volk - hoe meer vreugd,  er zouden vandaag 6 benen extra meestappen ! 2 van de Lore, dochter van de Ronny en de 4 pootjes van haar hondeke Django. De naam Django doet een kolossaal en roofzuchtig beest vermoeden  maar niets is minder waar. Django is een vrolijk jong beestje en volgens mij is het een telg uit een ras dat aanleunt tegen dit van de border terriërs. Ik kan me echter vergissen. Kolossaal is Django evenmin want hij past in een rugzak. Gezeten of gehesen hierin is dit zijn meest geliefkoosde manier van  zich te verplaatsen.  
De afspraak met de maten was rond halfelf aan het kasteel van Wissekerke. Toen ik er aankwam was het stapgezelschap al present. Kom het is hoog tijd, we zijn ermee weg. 



De eerste stappen gingen zuidelijke richting uit onderaan de dorpsrand van Bazel. Een schitterend mooie dreef bracht ons van het kasteel naar de peis en vree uitstralende akkers die tussen Bazel en Steendorp gelegen zijn. Django liep hier op de wandelpaadjes tussen de velden bijna zijn eigen pootjes voorbij. Het afleren van het opjagen en bangmaken van alles wat loopt en vliegt vraagt nog wel wat oefening. De Catsjoe aanzag gelaten de deugnieterij van haar jonge soortgenoot. Er is nog werk aan zal ze gedacht hebben. 
We kwamen in de geburen van het gelaag. Een gelaag is een plaats waar klei wordt ontgonnen om er bakstenen mee te maken.  Een vergane industrie die ook in Steendorp tot het verleden behoort.   'De Putten',  4 grote en 1 kleinere zijn de restanten van voormalige kleigroeves en deze maken nu deel uit van het Steendorps gelaag . Rond deze putten ontstond er jaren geleden een milieudispuut. Na het stopzetten van de activiteiten in de aanpalende steenbakkerij wilde men deze putten als stortplaats gebruiken.  Gelukkig kon milieubeheer deze voormalige kleigroeven behoeden voor dit onheil. Nu zorgen deze 'Putten' met het omringende 6,5 ha grote gelaagpark voor een verbazend knappe omgeving.  Ruwe berk, eenstijlige meidoorn, rode kornoelje, zwarte els, hazelaar, gewone vlier en populier bepalen er de flora. De kruidlaag bestaat hoofdzakelijk uit de grote brandnetel, het kleefkruid en de braam (*).   Doorheen de jaren is het Gelaagpark uitgegroeid tot een bos waar het aangenaam toeven is. Hier ben ik bij mijn weten nog nooit eerder geweest. 


Tussen de putten in staan daar een hele rits picknicktafeltjes  opgesteld.  Die zouden van pas komen. In de verte hoorden we al een tijdje het klokje luiden waarmee de paterkes aangemaand worden tot het prevelen van hun  sext. Het middaguur was dus al voorbij en hier konden we in alle rust en eenvoud onze bokes binnenspelen.  Django en de Catsjoe deden zich te goed aan een stokje gedroogd buffelvel. En dat het bij iedereen smaakte ! 
Volgend  punt op onze agenda was het Fort van Steendorp. Dit 20 ha grote fort werd tussen 1882 en 1892 gebouwd om de Scheldestad Antwerpen te beschermen. De befaamde vestingbouwer Brialmont werkte gedurende 9 jaar aan zijn volledig uit bakstenen opgetrokken pronkstuk.  Ik twijfel er aan dat hij hiervoor 1 baksteen in zijn pollen heeft genomen. Vandaag is het fort verworden tot een vleermuizenhotel. 1200 gevleugelde hotelgasten houden hier elke winter hun winterslaap. Gegidste wandelingen door het fort van Steendorp zijn op aanvraag eveneens mogelijk. Het 1700 meter lange wandelpad rond de vestinggracht is betoverend mooi. Hier en daar kan je naar een uitkijkpunt afdalen. Een beter panorama op de wilde omgeving wordt alzo geboden.  De bakstenen grachtenwal staat grotendeels droog.  Nu biedt deze apocalytische beelden waarin omvergewaaide en ontbladerde stammen her der over deze grachten verspreid liggen. De gigantische dikke muren zijn bedekt met een dik mossentapijt en welig tierende struikgewassen. Het doet je een beetje denken aan de beelden van de overwoekerde tempels van Angkor - Ta Prohm in de jungle van Cambodja.  In de bladerkruin van de torenhoge bomen huizen er tal van roofvogels waaronder de buizerd. Den Hugo was bekend met dit gebied maar de Ronny en Lore helemaal niet. Het verraste hen zichtbaar.  Ikzelf kende het deels. Aan de zuidelijke kant van het fort ben ik er bij een eerdere wandeling eens doorgestruind : De Wase Cuesta en omstreken

Hoog tijd voor een pintje. Nu de kroegen terug open zijn was dit evenzeer een belangrijk agendapunt. Het terras aan café Ter Dycke in Steendorp was op de aanwezigheid van een tweeledig oprustzijnd heerschap na helemaal leeg. Prima stek dus ! Het zo begeerde tripeltje en trappistje zou daar in alle rust gedegusteerd kunnen worden.  Aanvankelijk wel te verstaan. Het eerste rondje was een traktatie van deze senioren. Op hun gezondheid werd er dan ook geklonken. Schol heren ! Deze geste gaf aanleiding tot een nadere kennismaking. Hierdoor veranderde de eerder genoemde rust plots in gezellige animositeit.  We konden ons niet van de indruk ontdoen dat deze oude rakkers al iets te diep in het sop hadden gekeken. Whiskeyglazen op hun terrastafeltje deden het vermoeden rijzen dat deze daar niet als bloemenvaas stonden.  De éne knakker stelde zich voor als ex-chefcontroleur bij De Lijn, de andere als de rijkste man van Temse.  Vooral den Hugo als inwoner van Temse zijnde moest het verbale weerwerk leveren op de parlées van dit duo drinkebroers. Op zijn communiezieltje moest onze maat beloven dat hij die rijkaard in Temse zou opzoeken. Rendez-Vous moest plaatsvinden in een kroegje in de Oeverstraat. De naam van dit etablissement kon hij zich precies niet herinneren maar Hugo verzekerde ons dat er daar geen kroeg om en omtrent is.  Ik twijfel er aan of onze Temsense miljardair zich zijn uitspraken nog kan herinneren.  Een halfuurtje later diende er zich nog een andere guitigaard op jaren aan. Althans zo oogde hij toch want bij nader onderzoek bleek dat hij even oud was als ik . Ik bedoel hier geenszins mee dat ik een jeune premier ben. Hij woonde op een lichter die iets verderop aan de Scheldekaai lag. Deze brave man had een baard waar een kat haar jongen nooit meer zou in terugvinden en verder liep hij, naar zijn humeur te oordelen, op wolkjes. Het was de aanwezigheid van Lore die hem in deze staat van vervoering bracht. "Ik kom even bij deze Chinezen zitten" declameerde hij en de daad bij het woord voegende schoof hij een stoel bij aan ons tafeltje. Alhoewel hij zich gretig van Engelse locker room language bediende had hij van social distancing precies nog nooit gehoord.  Gelukkig bood zijn weelderige baard een stevige barrière en kon als mondmasker dienstdoen. Jawel, het was even zeer gezellig op dat terraske. Ach het zijn zulke tiepen die je dag wat kleur geven. Aan saaie grijze muizen is er voor mij geen energie besteed. Bij het doorgaan zorgde een iets verder geparkeerde dronken chauffeur nog voor brokken aan een gevel en een geparkeerde auto. We dachten in eerste instantie aan onze 2 kameraden omdat ze ondertussen van het terras verdwenen waren. Te meer ook omdat de chef controleur ineens opdook bij het brokkenspektakel en er rondwaarde. Een krantenartikeltje meldde vandaag dat het een dronken bestuurster betrof. 1,86 promille in de aders. Dergelijke fratsen zetten je aan het nadenken. 

Nog een beetje verder stappen zeker ? Een stukje van de wandelroute  ‘Rupelmondse Kreek’ mocht niet ontbreken. Deze kreek ontstond na een dijkdoorbraak van de Schelde in de 18de eeuw. Je komt er oog in oog te staan met een magnifiek stukje natuur.  Natuurbeheer zorgde ervoor dat de oevers van de kreek een facelift kregen. Ze werden meer glooiend gemaakt zodat er meer ruimte kwam voor de groei van water- en moerasplanten.  Dode boomstammen  werden in het water gedropt en zo ontstonden er beschutte plekjes voor allerlei dieren, watervogels en insecten.  De otter en de bever werden er al gespot. Binnenkort loop je er misschien een Alpijnse wolf tegen het lijf😃😃😃. Je weet maar nooit.  De natuur staat ondertussen op haar kop. 
In de vorige eeuw trof je hier naast schuilplaatsen voor vissers ook talrijke vakantiehuisjes aan.   Die werden allemaal verwijderd buiten het karperhuisje dat gerestaureerd werd en het Coninckshofke dat nu een schuil- en picknickplaats biedt aan wandelaars. Het is ook voor vogelaars een gedroomde plek. We troffen er zo een exemplaar aan. Het was 4 uur in de namiddag en al om halfzes 's morgens had hij daar post gevat. Nu ging hij vlug eventjes overhuis om de batterijen van zijn toestellen op te laden. Eens opgeladen zou hij terugkeren. Zijn fotografische focus lag op de ijsvogel. Uren geduld kostte het hem om enkele minuten foto- of filmmateriaal te sprokkelen. Jaja, voor je hobby moet je wat over hebben. 


Het zat er op de wandeling. Aan de afslag voor het veer naar Hemiksem namen we afscheid van de Ronny, de Lore en hun viervoeters Django en Catsjoe. Ik en de Hugo pikkelden nog even verder tot in Bazeldorp om een laatste consumatie te verschalken ten einde deze wandeldag in stijl af te ronden. Café 'De Reisduif' was echter gesloten. Dan maar ineens afronden en de thuis opzoeken. Dat hebben we dan nog te goed. We kunnen weeral uitzien naar een volgende episode. 

(*) bron : website Stroomopwaarts Temse
31570


donderdag 4 juni 2020

Post Corona Blues - Kortbroek Kruibeke

Laatste wandelexploot met mijn stapmaten dateert ondertussen van een vrijdag, in een maand die aan Mars de oorlogsgod werd gewijd. Dat het bovendien een 13de was moet puur aan het toeval overgelaten worden maar het is een dag die in ons aller heugnis gebeiteld zal staan.  Alle kroegen werden het uitbaten verboden. Ik en mijn stapmaat de Ronny, onderweg op een wandelingetje in Limburg,  bemerkten de aan wanhoop grenzende onzekerheid van de stamineebazin van het 'Fonteintje'. We waren in deze gezellige Leopoldsburgse kroeg binnengewipt voor een drankje. Emotioneel maakte ze ons haar doemvonnis bekend. Om middernacht gingen de poorten dicht voor haar etablissement ... : Een vrijdag in Maart, de 13de
Zo, de teugels kunnen nu terug een beetje gelost worden en daardoor kon ik de stapvrienden nog eens optrommelen om een toerke te doen. 
Rekening houdend met de beperkingen  kwa verplaatsingen die dat klotevirus ons oplegt had ik een klein toerke ineengeknutseld aan de Rupelmondse en Kruibeekse kreken. Die Rupelmondse zijn er uiteindelijk afgevallen maar soit. Geen grote aspiraties werden vandaag gekoesterd want het belangrijkste was toch dat de draad terug werd opgenomen zodat ons stapploegske weeral terug volop plannen zou kunnen maken. Plannen in crescendo gaande van daguitstapjes tot enkele dagen in de natuur of , waarom niet ? ... enkele maanden op een LAW of camino van 'Onderweg Zijn'. Het is gelukt : Ik, de Catsjoe, de Ronny en den Hugo tekenden deze morgen voor present. Dat was uiteindelijk de bedoeling na bijna 3 maanden van onthouding.


We hebben samen een kleine 15 paaltjes gestapt  en samen gepicknickt. Dit laatste  weliswaar niet op bankjes want dat mocht tenslotte nog niet van de Crembo.  Maar ne mens is vindingrijk. Aan de Watervallen van Kruibeke kan je een ideale plek vinden om de social distancing te respecteren terwijl je jouw boterhammekes toch kunt binnenspelen in het gezelschap van je dierbaren. Vierkante blokken her en der neergepoot bieden het ideale kader om in groep iets te organiseren rond een megapicknick. 
Maar ik loop vooruit. Afspraak was om 10u30 aan het kasteel Wissekerke in Bazel. Bazel ; ooit uitgeroepen tot mooiste Vlaamse dorp. . De Ronny was daar al en zat daar samen met de Catsjoe op een bankje onder de galg met de raaf. Uitzicht op het kasteel ! Den Hugo was vanuit Temse met de bus tot aan het dorpsplein van Bazel afgezakt en was op ons wachtende aan de kerk op het dorpsplein. Even samen oplijnen en we konden vertrekken. De aanzet voor het toerke begon in een dreef zonder naam die onderdeel uitmaakte van de Tybeertroute. Deze dreef ging richting de Bazelse Polder uit. Tot aan het veer in Kruibeke bleven we onder de wind stappen naast de onlangs aangelegde dijken die de overstromingsgebieden uitmaken van het Sigmaplan. 3 maanden gemis aan mekaar leken voor mij ineens onbestaande, zelfs uitgewist en nooit geweest. Tijd is relatief, dat schreef Albert Einstein en hij bewees het nog ook 😔. 


Daar aan het veer tref je een knap natuurgebiedje aan. Weliswaar ontstaan door menselijk handelen maar het mag er zijn. Dit gebied, genaamd "Het Kortbroek" is het educatieve en recreatieve buitenbeentje van de polder vlakbij het kasteel Altena van Kruibeke. Dit is een adembenemend natuurgebied met tal van wandelmogelijkheden. Asfaltwegen, kasseibaantjes, dijken, vlonderpaden en kronkelsteegjes wisselen mekaar af. Zovele keren dat ik er vroeger al langs was gewandeld zonder er de minste notie van te hebben dat er hier een juweeltje in aanbouw was. Doordat alle paden lussen vormen, ligt er na elke bocht weer een verrassing verscholen. Er zijn verschillende visvijvers die natuurlijk ingericht werden, met eilandjes, wuivende rietkragen en rust- en paaiplaatsen voor vissen. Amfibieënpoelen vol leven, slingerende wandelpaden en een vogelkijkwand maken het pittoreske waterplaatje compleet. Naast zijn recreatieve functie heeft Het Kortbroek ook een belangrijke veiligheidstaak. Een koker onder de Scheldelei verbindt deze kleine polder met de ringgracht. Als daar het waterpeil stijgt, stroomt het te veel aan water de bufferzone binnen. Zo ontstaat een prachtig waterlandschap dat in geval van nood tot 150 miljoen liter water kan bergen. De Barbierbeek, waar ik zo lovend over schreef in m'n vorige posts,  heeft een nieuwe loop gekregen in deze Kruibeekse polder. Het is hier een festijn voor watervogels en andere dieren. Als de sluizen worden opengezet voor het gecontroleerd getijdengebied komt er elke dag een kleine hoeveelheid water twee keer in de polder gelopen en zo worden getijden gecreëerd. Binnen afzienbare tijd ontstaat hier een mini-Saeftinge, met slikken en schorren.  Dat hebben de mannen van natuurbeheer weeral knap geregeld. 
Bovenstaande info over dit Kortbroek heb ik betrokken van de Vlaamse Pijn Liga


Het werd een kort wandelingetje. Ik weet het niet juist maar ik schat een kilometertje of 13-14. Na dit Kortbroek wandelden we nog even in het Bazelse Krekengebied, meer bepaald door het Laarzenpad waar ik in een vorige post al melding van maakte. Mijne maat de Ronny teende vervolgens naar zijn veerboot Bazel - Hemiksem,  ik vergezelde Hugo naar zijn bushalte. Jawel, we sloten vroeg af. Kroegen waren nu wel niet open maar op het dorpspleintje van Bazel stond er een Italiaans crème-glace karreke. Den Hugo trakteerde hier met een lekker 'kremmeke'. Zijn bus zou immers nog even op zich laten wachten. Het belangrijkste van deze wandeling was dat ik achteraf kon constateren dat onze neuzen nog steeds in dezelfde richting staan. Vandaag was de nieuwe take-off nog erg bescheiden .... geen kroegje (lees tripeltje), de eigen bokes, sobere picknick ... maar weldra zullen de culinaire versierselen wel weer de kop opsteken en sleuren we terug met brandertjes, tupperwarepottekes, cakejes en een koppel door Dyonisius gezegende flessen mee. 't Moet maar zo plezant niet zijn.  Hopla, weeral naar een volgende ! 


donderdag 28 mei 2020

Moerzeke Kastel in de Scheldevallei

Zo mooi weer en binnen blijven zitten ? Ja dag Jan, een toerke niet te ver weg moet kunnen.  Ik had nog een trajectje liggen in het verlengde van m'n laatste uitstapje in de Bunt.  Het was iets van een 20 kilometer en dat is een mooie afstand voor een doordeweeks wandelingetje. Een 5-tal kilometertjes zuidelijker van de Bunt liggen de dorpen Kastel en Moerzeke middenin de Scheldevallei. 



In dit laatste dorp stonden mijn startblokken al klaar aan de St. Martinuskerk. Heel waarschijnlijk zal het St.  Martinuspad langs hier gerouteerd zijn. Het bestaan van dit pelgrimspad ontdekte ik enkele dagen geleden in het Beverse domein Cortewalle.  

Vlak aan het dorpsplein stalde ik mijn karreke en ging ik richting het kasteel van Moerzeke uit. Dit kasteel is nu een vormingscentrum voor de Broeders van Liefde. Deze congregatie is actief in de geestelijke gezondheidszorg en zit momenteel in moeilijk vaarwater. Onlangs verstuurde René Stockman, de generale overste van de congregatie in Rome, een brief naar de Europese en Belgische oversten alsook aan de voorzitter van de organisatie die verschillende scholen en voorzieningen in België beheert.  Deze 5-sterren pater-generaal verwijst in zijn schrijven naar een beslissing van de Congregatie voor de Geloofsleer. Deze dikasterie van de Romeinse Curie stelt dat onze psychiatrische ziekenhuizen met onmiddellijke ingang, dat was dus 30 maart 2020, niet langer als katholieke instellingen beschouwd kunnen worden. Het gaat hier om een zoveelste brief rond het thema euthanasie, waarin de generale overste dit gevoelige en complexe onderwerp misbruikt binnen een breder en reeds langer aanslepend conflict tussen het generaal bestuur en de Belgische regio van de congregatie. Het komt er nu op neer dat Rome de paters op droog zaad heeft gezet en dakloos heeft gemaakt.  Een mooie daad van christelijke naastenliefde.   

In de hof van dit kasteel vind je ook de grafkapel van Priester Edward Poppe. In 1959 gaf het Priester Poppecomité opdracht aan de Brugse architect Jozef Lantsoght om de Pius X-kapel te bouwen als grafkapel voor priester Poppe. Het doel was om de grote stroom aan bedevaarders naar het graf van Edward Poppe te kunnen opvangen en zijn verering te stimuleren. Het zou me niet verbazen dat bovenvermelde ontwikkelingen met Rome de eeuwige rust van deze Zaligverklaarde Moerzekenaar heeft verstoord en dat hij zich al een paar keer heeft omgedraaid in zijn graf.  Ik had nog geen 300 meter gestapt en had al stof tot nadenken. Trouwens erg gerust liep ik daar aan die grafkapel niet.  Er liep daar een een kerel met een pitbull achter mij aan. Dat beest was aangelijnd met zo een uitrolbare lijn.  Aangezien deze kerel meer oog had voor z'n I-Phone dan voor z'n toch vrijwel agressieve viervoeter was ik blij dat ik die grafkapel kon binnenlopen. Bij het buitenkomen liep ik hem verdorie terug tegen het lijf ! En maar grommen en blaffen. Die kerel had dat beest helemaal niet onder appel. 

Eens de dorpkern voorbij ging het de richting van een Moerzekense Trage Weg uit . Dat mocht wel na dit religieuze intermezzo.  Zo een 3km lange wandelweg loopt bovenop een dijk vanuit Moerzeke tot in Kastel. Heel dit wandelgebied zit doorspekt met greppels, beken en sloten.  Het herinnerde me enigszins aan de tiendwegen in de Nederlandse Alblasserwaard. Smalle opgehoopte wegeltjes in een rasterpatroon met aan weerzijden zo ver je zien kan water en nog eens water.  Aan mooi gevormde plassen ontbrak het evenmin. Een infobord gaf wat toelichting over de verfraaiingen die  aan deze wandelweg werden aangebracht.  Onverlaten hadden al met een loodjesgeweer dit bord als schietschijf gebezigd.  De tekst was tussen de kogelgaten in nog een beetje leesbaar en vermeldde dat er houtwallen werden aangelegd  en bruggetjes werden hersteld. Ook werden er paaltjes langs deze weg geheid om gemotoriseerd verkeer te weren. Er worden dus inspanningen geleverd om de wandelaars te behagen. 10 op 10 en bravo voor het gemeentebestuur zei de juffrouw. 
Via de noordrand van Kastel kwam de Scheldeboord  in zicht. Deze wilde ik volgen tot het Grote Schoor helemaal onderaan de 180° kerende Scheldebocht. Aan de overzijde van de Scheldebocht ligt Baasrode.  Eens het Grote Schoor voorbij zou ik opzij van het Sint Amands Schoor terug naar Kastel stappen. Hooguit 1000 meter heb ik deze Scheldeboord kunnen volgen. Een paar 100 meter voor het veer Baasrode - Kastel was er geen doorgang meer mogelijk.  Ook hier wordt het Sigmaplan ontplooid en wordt er ontpolderd alsof het een lieve lust was. Ringdijken worden er en masse aangelegd om controleerbare overstromingsgebieden te maken. 

Het werd dus improviseren om er toch nog iets fatsoenlijk van te maken. Terugkeren is nooit een optie. De bewegwijzering om je rond deze werken te leiden was typisch Belgisch uitgewerkt. Op een bepaald punt was er zowel een pijl die je terugstuurde naar waar je van kwam en een pijl die je een doodlopende straat instuurde.  Balen, ik moest terug hogerop geraken maar het lukte me niet. Wegen waren verdwenen en ik zocht naar een uitweg uit deze puzzel. Ik belandde tussen grote schraapwalsen, bulldozers en werftrucks die af en aan reden op de nieuw aan te leggen dijk. Zelfs hier en daar lagen er bergen  steenpuin gestort op de weg. Ik zat op een heus dwaalspoor. Dat komt ervan als de omleidingen bepijld zijn op een manier van gaat er maar liggen. Na een tijdje ploeteren ben ik er dan toch uitgeraakt en ben ik langs de Albertdijk naar boven kunnen opklimmen. Prachtige ongerepte velden en sfeervolle waterlandschappen compenseerden met verve het geleden gesakker.  Nu, ik trok het me toch niet al te veel aan hoor ! 

Tussen Moerzeke en de Schelde aan haar oostkant ligt er een gebied dat gekenmerkt wordt door een raster van evenwijdige sloten en wandelwegen. Honderden plassen en kreken vullen het raster aan. Het is een gebied met riante vakantiewoningen. En in elk perceel tref je wel een vijver van formaat aan. Keurig wordt het gebied in percelen opgedeeld die omzoomd worden door brede hagen of coniferen. Chalets en stacaravans kun je aantreffen wanneer je door de begroeiing gluurt. Het oogt er allemaal erg netjes en toch geeft deze omgeving jou geen indruk dat de natuur naar de hand werd gezet. De wandelwegen die het gebied doorkruisen zijn mooi onderhouden. Ook voor fietsers is dit hier een ideale stek. Ik heb maar een deel van dit gebied verkend. De rest is voor een latere keer. Ik stapte richting eindpunt want het was mooi geweest.  Beetje tegenslag met de omleiding maar dat woog niet op tegen de overvloed aan natuurschoon dat er ook vandaag weer op de menukaart stond. Tot een volgende dan maar weer.