Voilà, nu het mooie weer zich aandient komt er in de stapagenda terug wat perspectief. Daar moet van geprofiteerd worden. Temeer daar ik de plannen voor een camino noodgedwongen zal moeten opbergen. Jammer genoeg, ik had me er nog zo op verheugd. Volgens het Vlaamse Santiagogezelschap is er blijkbaar maar 30% aan overnachtingsnachtingscapaciteit in herbergen beschikbaar. Uitwijken naar B&B's of hotels zou me wat te kostelijk worden. Bovendien is het hele covidgebeuren in Europa nog éne grote jojo met voortdurend wijzigende situaties en regeltjes. We zijn bijlange nog niet aan het eind van de ellende. Nee, op zulk een manier kan ik helemaal niet ten volle genieten van zulk een tochtje. Hopelijk blijven lijf en leden ondertussen nog wat in orde en zal ik volgend jaar vertrekken. Uitstel is geen afstel. Nog wat geduld oefenen en het komt wel in orde.
Maandag ben ik er alleen op uit getrokken. Nog vlug een happy 3th birthday voor het kleindochterke verstuurd en hop de trein op. 't Was vroeg, kwart na zes en Beveren 's éveillait uit haar slaap. Net zoals in Parijs waar de travestieten op dit uur hun baard gaan scheren 😏. Voor de verandering koos ik voor een strak lijnwandelingetje van een goeie 20 paaltjes. Tussen Serskamp en Denderleeuw zou ik over het grondgebied van Wanzele, Lede, Impe, Erondegem, Erpe-Mere, Nieuwerkerken, Terjode en Melle stappen. Een hele boterham, 20 paaltjes dus in een grote boog van west naar zuid rond Aalst, de Ajuinenstad.
Al na de eerste 100m in Serskamp botste ik op een troostplek. Vorige keer meldde ik al dat die meer en meer worden tegengekomen. Deze keer had dit plekje duidelijk tot doel om mensen met de donkerste gedachten wat houvast te bieden. Een verwijzing naar de zelfmoordlijn aangebracht op een kartonnen manneke zittende op een bank zorgde voor deze indruk. Ondertussen zou Vlaanderen al zo een 300-tal troostplekken rijk zijn. Het blijkt een initiatief te zijn van Ferm, het voormalige KVLV - Katholieke Vormingswerk voor Landelijke Vrouwen. In Deinze voltrok zich onlangs hun laatste wapenfeit : 4000 bloemen voor grootste Vlaamse Troostplek
Ondertussen gaf de zon al flink van katoen. Sweater uit en stappen maar. Zolang ik op het wandelpad der 4 uitersten zat kon ik genieten van een prachtige wandelweg. Dit genoegen duurde nog tot ik aan de paden van de Geelstervallei zou beginnen. Ik was me nog in de verte niet bewust van wat ik zou tegenkomen. Een bordje waarop de wetenswaardigheden omtrent dit gebied kond werden gemaakt vermeldde onderaan in kleine lettertjes dat je je best van laarzen voorziet. Dat had ik eerder moeten weten met de regenval van de laatste dagen. Het werd een ruige bedoening. Als de paadjes niet tot op kniehoogte onder de modder zaten dan waren ze overwoekerd met brandnetels en doornstruiken. Daar waar diepe tractorsporen het pad tot een modderpoel hadden herschapen moest ik een vluchtweg zoeken door het bos. Moeilijk gaat ook, desnoods bieden de boomstammen enig houvast bij het slingeren door de modderbrij.
Toch werd het een hele mooie wandeling. In alle stilte door een wondermooie natuur. Af en toe eens door een bebouwde kom maar er was een mooie balans tussen wandelpaden en verharde wegen. In Nieuwerkerken staan er net zoals ik later in Denderleeuw zou tegenkomen joekels van huizen met piekfijn ogende gazonnetjes en voorhofjes. De robotmaaiers draaien er continueshiften. Vlak naast zo een megakot met gemillimeterd gazonneke, manu militari getrimde heggen moest ik een smalle bosweg, de Sterrenboswegel genaamd, inslaan. Hoop en al 200 meter kon ik er op vooruit komen. Juist tot aan de achterkant van het sjieke huis met die paradijselijke hof. Bergen snoeiafval, gevelde coniferen en tonnen houtafval en boomstammen maakten verderkomen onmogelijk. Voorkant mooi, achterkant een stort. Ik moest rechtsomkeer maken.
Op nog een laatste slijkpad na in het Keelmangebied waar de Molenbeek stroomt kabbelde het wandelingetje rustig verder tot aan de bebouwde kom van Denderleeuw. Op een goede daad na viel er niets extravagants meer te vermelden. Een mot gevangen in een spinneweb naast de spoorweg heb ik helpen ontsnappen. De gazet zal ik met deze geste alvast niet halen. Zo het zat er bijna op. Veel fotokes heb ik niet kunnen trekken want mijn appareilke begon stillekes hare geest te geven. Ik val in kosten. Om de wandeling af te ronden wilde ik mezelf nog trakteren op een tripeltje. Café 'Kwa Toto' vlakbij Denderleeuw Statie bood hiervoor mogelijkheid. Toto, de pikzwarte eigenaar van de keet bracht me een Tripel Westmalle. Toen ik vroeg of hij nog andere tripels rijk was prijsde hij me met veel enthousiasme een Hoegaarden aan. In afwachting van de trein huiswaarts werd deze Westmalle met smaak geconsumeerd. Ik waande me even ergens in Afrika. Bleekgezichten waren een uitzondering daar in het straatbeeld. Gezeten daar op den Toto zijn terras passeerde er de ene achter de andere donkergekleurde medemens. Plezant, het zorgde samen met dat stralende zonnetje zo een beetje voor een vakantiegevoel met exotisch tintje. En dat was dan ook weeral meegenomen zie !
Het stappen en wandelen draait nog niet gesmeerd. Het is raar maar waar, eens gepensioneerd (wat een mottig woord !) lijkt het alsof je nergens nog tijd voor vindt. Dat is geen verwijt naar anderen toe want dat geldt evenzeer voor mezelf. Nee, helemaal geen verwijt maar een vaststelling. We worden overstelpt met verplichtingen waarbij we het overzicht dreigen te verliezen en zo lijkt het alsof het ons aan tijd ontbreekt om, hoe contradictorisch het ook klinken mag, ergens tijd voor te maken. Het ganse gebeuren rond corona heeft natuurlijk ook haar steentje bijgedragen om deze indrukken te versterken. Iemand voor wie het begrip 'tijd' zowel abstract als betekenisloos is, is de Staf, m'n kleinzoontje. Gaan we een toerke doen en wat picknicken maat ? Het antwoord kan je raden, het is altijd positief. En zo belandden we enkele dagen geleden in het bospark van Lokeren voor een tochtje van enkele paaltjes. Gecombineerd met een treinritje en een bezoekje aan een speeltuin zijn dat hoogdagen voor die klein mannen. Tijd zat voor die gastjes, geen stress, geen haast en nog minder benul van een klok. Zalig toch ? 'Hou da manneke wat proper', dat wordt me doorgaans door de wederhelft nog vlug als goedbedoelde raad ingepeperd. Ja, dat zie je van hier 😀 ! Salu en tot later
Onlangs ben ik verjaard en dan zo tussen de regendagen door kon ik gisteren mijn eerste stappen zetten op Route 66. Een allusie op m'n ouderdom en de 3940 km lange historische autoweg in de States. Verjaardagen zijn leuk maar Vadertje Tijd maakt kwa het ouder worden geen uitzonderingen. Die laat de jaartjes vrolijk aantikken. Hopelijk houdt hij deze activiteit nog wel eventjes vol.
Ik had een staprondje gefabriceerd in Eeklo. Den Hugo had daar ook wel zin in. Hij offerde er deze keer graag zijn vrijdagnamiddagaperitief voor op. Het is bijna 4 jaar geleden dat ik met de Ronny in Eeklo ben geweest. Ik herinner me dat er toen niet veel gestapt werd. Amper 10 paaltjes. Trein gemist en de te lekkere Blonde Augustijnen waren hier debet aan. Een verslag van deze heuglijke dag bij de 'Ovenbakkers' van Eeklo kan je nog hier vinden : Eeklo en Het Leen
We hadden er de beste dag uitgeplukt. Rond 11 uur stapten we van de trein. Het Meetjesland lag aan onze bottienen en het kompas stond in de richting van Het Leen. Dit is een provinciaal domein in het Noorden van de provincie. Een kwartiertje later zaten we al op het terras van cafetaria 'Het Leen'. Tijdens de vorige stapronde aldaar gaf de Ronny zijne Catsjoe weg aan een manneke samen met de opdracht om zijn schooljuffrouw wijs te gaan maken dat hij een hond had gevonden. Het kommeke koffie was vlug wijlen en wij weg. Er was weinig volk te bespeuren in het domein. Tijdens een vakantie zou dat daar normaal gezien toch moeten bruisen van het jeugdige leven. ? Noppes, nada, riente, geen levende ziel te bespeuren. Het moet leuker zijn om te gaan feesten aan de Costa Brava. Ik doe heel veel moeite om het te begrijpen. Ik zal m'n onbegrip maar evengoed verhalen op m'n ouderdom en Vadertje Tijd daarvan de schuld geven. Iets verderop aan de cafetaria staat er een uitkijktoren opgesteld. Die nodigde uit om daarboven een kijkje te gaan nemen van de omgeving. Heel de omgeving van dat Leen bezit de kenmerken van een loepzuivere natuurparel. Bos, bos en nog eens bos. Met haar 37km aan wandelpaden kris kras door het bos biedt dit oord een unieke biotoop voor wandelaars. Ook is het een ideaal terrein voor rolstoelgebruikers. De ruim aanwezige smalle gebetonneerde paadjes maken dit voor hen mogelijk. De onverharde paden ogen netjes getrimd. Bankjes zijn er in overvloed. Verder zit je daar in een absoluut stitegebied. Een beetje achtergrondinformatie over de geschiedenis rondom dat Leen lijkt me nogal interessant. In een document uit 1333, bewaard in de archieven van het St-Janshospitaal, beschrijven de broeders van de Altenahoeve de leenbossen. Ze zijn gedeeltelijk hun eigendom. Ze grenzen aan hun bewerkte gronden als "Weede en Woestine ten beesten boef" of 'kreupelhout en dorre gronden ten behoeve van de dieren'.
In de loop van de volgende jaren kreeg Het Leen (toen vooral De Wilde Moer genoemd), een kwalijke reputatie. Roversbenden vonden er een geschikte schuilplaats, er leefden wolven, everzwijnen en er kwamen toen ook al vervelende muggen voor. Ook de 'haastige ziekte', een vorm van malaria, zorgde er voor veel slachtoffers.
De Heren van Oostwinkel werden eigenaar van een deel van het gebied. Daardoor werd het dus een 'leen', wat de huidige naam kan verklaren. Maria van Hongarije, die Margaretha van Oostenrijk opvolgde, kwam er jagen en ook de Graaf van Egmond organiseerde er een jachtpartij. Op 27 april 1744 werd Maria-Theresa te Gent als Gravin van Vlaanderen ingehuldigd. Zij had een duidelijke visie op de toekomst van 'Het Leen' en liet er bossen aanplanten. Zowel het Drongengoed als 'Het Leen' zijn onder haar bewind het bos geworden. Zij was het ook die Graaf de Ferraris de opdracht gaf Vlaanderen in kaart te brengen. In de leenbossen werden kilometers en kilometers sloten gegraven die er nog altijd liggen. Op de hogere stukken tussen de sloten in werden er bomen aangeplant. Waar het zeer vochtig bleef handhaafde zich het moerasvaren-elzenbroek met kernsoorten zoals zwarte els, moerasvaren, koningsvaren, blauw glidkruid, wolfspoot, gele lis en enkele soorten veenmossen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog velden de Duitse bezetters heel wat oude bomen. De inwoners van Eeklo kwamen er dagelijks hout sprokkelen. In 1934 werd "de put van Lataire" gegraven: het openlucht zwembad van Eeklo. Heel veel genot heeft men er niet van gehad, vermits in 1937 de staat de eerste stappen ondernam om het gebied aan te kopen en er een munitieopslagplaats voor Vlaanderen te installeren. De Tweede Wereldoorlog kwam immers dreigend naderbij en men voelde de nood aan een "munitiedepot".
In 1973 verkocht het ministerie van landsverdediging het gebied aan de provincie Oost-Vlaanderen en werd het bestemd voor passieve natuureducatie. (*info Wikipedia)
Wat die muggen betrof die de haastige ziekte brachten, had ik en den Hugo den indruk dat hun nazaten er nog resideerden. Beiden werden we gezegend met toch een paar prikjes. Er zijn ergere dingen. Na een flesje rosé gekraakt te hebben op een bankje (er staan er zoals reeds vermeld honderden in dit domein) verlieten we het Leen en stapten verder door naar het Schipdonkkanaal.
Dit Schipdonkkanaal (officieel: Afleidingskanaal van de Leie) loopt over een lengte van 56 kilometer vanaf Deinze in de provincie Oost-Vlaanderen tot in Zeebrugge in de provincie West-Vlaanderen, waar het uitmondt in de Noordzee.
Dit kanaal werd vanaf 1846 gegraven om een gedeelte van het water van de Leie stroomopwaarts van de stad Gent op te vangen en rechtstreeks af te voeren naar de Noordzee. We volgden hierop een recht stukje van 2km op het onverhard jaagpad langs haar boord. Ook op dit kanaal was er weinig animo te bespeuren. Volgens mij wordt het door de beroepsvaart op dit gedeelte van de vaart niet meer gebruikt. Zo, dit hebben we dan ook weeral gezien. Tijd voor een stevige pint. In café het Oud Liefken bestelden we elk een Blonde Augustijn. Tradities zijn er om gerespecteerd te worden.
Na dit dorstlessend intermezzo stapten we terug richting het Leen uit. Onderweg kwamen we een troostplekje tegen waar we onze boterhammekes soldaat maakten. Zulke troostplekjes komen we allengs meer en meer tegen. 't Moet zijn dat de dolende mens er nood aan heeft. Ik vind het alleszins prachtige statements op onze wandelpaden. Je wordt bijna gedwongen om er even bij stil te staan. Een rustgevend momentje is je beloning hiervoor.
We zaten terug in het Leen. Den Hugo, en ik niet minder, waren verbaasd over de schoonheid van ons wandelpad. Een gelukstreffer, ik had dit helemaal niet verwacht. De mooie paadjes slingerden wild door de bospartijen. Je kreeg de indruk dat je in een immens woud rondwaarde. Mooie vijverpartijen, swamps, felgroene varens, woekerend kruipelhout trokken er volop de aandacht. En op een handvol mensen en een fietsende parkwachter na liep je er moederziel alleen. We verlieten het domein langs een prachtig arboretum. Ikzelf kreeg de indruk dat ik in de tuin van een welgesteld koloniaal-op-rust zat. Ergens in een tropisch overzees gebied, pakweg op een archipel in de Stille Zuidzee. Wat een prachtig decor zeg ! Mooi, super ! Er was zelfs een yogapad in uitgestippeld.
We hadden de dag graag afgesloten met een terrasje in de stadskern van Eeklo. We staken de spoorweg over en belandden terug in de bewoonde wereld. Nog een stukje laveerden we door een stadspark. Het was zichtbaar vrijdagavond want onder collega's verzamelden er verschillende werknemers op verscheidene plaatsjes om de week af te sluiten met een drink. Verder ging het richting stadskern uit. Gezeten op het terras van Café Het Kabouterke op het kerkplein werd ons verlangen ingelost. Mijne maat sloot daar af met een Orval, ik een ice tea want er moest nog gechauffeerd worden. Als toemaatje kregen we nog een kleine wolkbreuk kado daar op dat terras. We zaten droog en konden terugblikken op een prachtige dag ! Echter the whistles were blowing in de verte waar de trein klaarstond voor de thuisreis. Een topwandeling was dit. Zo mogen er nog komen. Ik ben ervan overtuigd dat den Hugo mijn bescheiden mening deelt.
Tussen de regendagen door viel er gisteren een droog intermezzo te versieren. Er zou geen enkele meteorologische haar in de boter verschijnen. Toch viel er een lage opkomst te noteren, enkel de Marc meldde zich present. Het zou een mooie wandeling worden die eerder in de categorie 'Schoolreizen' onder te brengen viel. Om halftien vertokken we aan het station van Vilvoorde om zo af te zakken naar de rand rond Grimbergen. Rustige ritje met de trein, bijna geen volk te bespeuren, noch in de stations, noch in de trein. Mensen betrouwen het precies nog niet al te erg. Het grootste gedeelte van deze toer speelde zich af in juwelen van parken en natuurgebieden.
Het eerste park dat we tegenkwamen was het Hanssenspark. Dit park werd vernoemd naar Edmond Hanssens, de burgemeester van Vilvoorde aan het einde van de negentiende eeuw. Wie gewoon even de rust opzoekt kan mooi rond de vijver wandelen, door het park fietsen of vissen in de vijver. Vanuit dit park is er een wandelroute uitgestippeld. Deze route, de Basiliekroute genaamd is een 9 km lange wandelroute door het groen, van Grimbergen naar Vilvoorde. Ze neemt je mee door stille natuurgebieden. Deze natuurgebieden hebben we uiteraard niet links laten liggen.
Een eerste te nemen horde was de Verbrande Brug, een hefbrug in de gemeente Grimbergen nabij het gelijknamige gehucht Verbrande Brug. De brug overspant het Zeekanaal Brussel-Schelde. De brug werd gebouwd in 1968 en heeft een metalen beweegbaar gedeelte met een lengte van 38,4 m en een breedte van 11,6 m. Een zelfde brug waren we eerder al eens tegengekomen tijdens onze wandeling in Tisselt (Willebroek). Heelhuids betraden we het Grimbergse grondgebied en duikelden al meteen in het park 'De Drie Fonteynen'. In dit cultuurhistorische gebied vind je een prachtige Franse tuin in de stijl van Versailles én van een Engels landschapspark. Knap, het verrast je om zulke mooie natuurpareltjes te ontdekken in de rand van de hoofdstad.
Aan een bankje gezeten om onze boterhammetjes te nuttigen en een fleske wijn te kraken viel ons oog op een stickertje met de St. Jacobsschelp. We liepen verdorie op de Via Brabantia. Nu het nog heel twijfelachtig is opdat we zouden kunnen vertrekken op pelgrimstocht, mogen we ons tenminste al een beetje tevreden stellen met wat kruimels. Wie het kleine niet geert is het grote niet weert 😋😋😋. Zo optrekken met een stapgezel heeft toch zijn charme. Soms ontwikkelen er zich zeer boeiende en diepgaande gesprekken. Luisteren naar elkaar, maar dan ook echt luisteren en meegaan in iemands verhaal heeft een therapeutische waarde. Ik kan er echt van genieten. Als je alleen wandelt, wat ook prima is, dan kan je hoofdzakelijk tegen jezelf brabbelen en bovendien krijg je geen weerwerk want je geeft jezelf steeds gelijk.
Volgende groene schakel was het Tangebeekbos, gelegen in de Tangebeekvallei.Tussen de woonkernen van Vilvoorde en Grimbergen strekt zich dit bos uit. De Marc deelde opnieuw met zijn botanische kennis. We kwamen verdorie de reuzebereklauw tegen. Daar blijf je best met je pollen af. We naderden vervolgens de dorpskern van Grimbergen. Heel de rand rond Grimbergen wordt gedomineerd door het aanzicht van de Sint-Servaasbasiliek in Grimbergen. Deze basiliek wordt beschouwd als een van de mooiste en meest harmonieuze barokkerken in de Lage Landen. De kerk maakt deel uit van de norbertijnerabdij van Grimbergen maar doet tevens dienst als parochiekerk.
Ziedaar ! De volgende groene parel diende zich aan : De Maalbeekvallei. In deze vallei bevindt zich de tommenmolen. De Tommenmolen is een van de vijf watermolens aan de Maalbeek in de Vlaams-Brabantse gemeente Grimbergen. In deze 16e-eeuwse molen zijn tentoonstellingen van het Museum voor de Oudere Technieken ondergebracht. Het MOT. Onze maat Marc heeft er een 3 daagse cursus gevolgd om zich de kunst van het oven-bouwen aan te leren. De molen die nu Tommenmolen heet, werd oorspronkelijk Liermolen genoemd. We kwamen daar aan die tommenmolen nog een rosmolen en een schrank tegen. Een rosmolen werd door paarden bediend waarbij de rondraaiende beweging voor de aandrijving zorgde van een cardanas. Deze zette dan allerlei machines in gang. De schrank was dan weer een heftoestel avant la lettre.
Nog maar pas bekomen van al het reeds bewandelde natuurschoon in deze Maalbeekvallei stapten we door het gebied van Merendonk naar het Prinsenpark. Het Prinsenkasteel in het Grimbergse Prinsenpark was vanaf de 14de eeuw de verblijfplaats van de Heren van Grimbergen. Van het prinselijke domein blijven nog enkel het park en de kasteelruïne over. Enkel de donjon in de zuidwesthoek en een ronde hoektoren in het noordwesten, verbonden door de westergevel, bleven overeind. De voormalige slotgracht van toen is nu een visvijver. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het kasteel een munitiedepot, dat in september 1944 door de terugtrekkende Duitsers in brand werd gestoken. Na de oorlog kocht het gemeentebestuur het Prinsenkasteel aan. Zo op het zicht spreekt deze ruine tot de verbeelding.
Drie kwart van de wandeling zat er op. Het laatste stuk liep door het populierendal, een park waar er een grote manège is gehuisvest. Niet veel bijzonders maar aansluitend kwam het 3 fonteinenbos weer in zicht. Volgens de geschriften wordt er beweerd dat het er rustig wandelen is niettegenstaande dit bos tegen de drukke Brusselse Ring ligt. Het is een prachtig bos met sjieke vijverpartijen maar in werkelijkheid moet je hier met stoppen in de oren lopen. Het geraas van het verkeer op de ring valt niet te onderchatten. Door dit bos liepen de laatste kilometers naast het zeekanaal. Daar kwam de verbrande brug weer in zicht. Het plan was om, kwestie van voor wat afwisseling te zorgen, vanuit Vilvoorde de waterbus te nemen tot aan de Sainctelette in het Noordkwartier van Brussel. Van daaruit nog een stukje stappen tot aan Brussel Noord en dan de trein op. Helaas, we kwamen te laat voor de laatste afvaart en noodgedwongen zochten we maar terug het station van Vilvoorde op. We sloten af met tripeltje op een terraske aan de statie. 23 paaltjes, de Marc moest er terug even aan wennen. We konden weeral een perfecte dag optekenen !
Voor deze week konden er geen concrete wandelplannen gemaakt worden vanwege de vele dokter en kliniekbezoeken. Het toeval liet toe dat ik vandaag dan toch een toerke kon verzetten. Het mooie weer was te uitnodigend om dat te laten liggen. De Blaarmeersen in Gent waren gisteren nog in het nieuws gekomen vanwege aflappartijen tussen jongerenbenden uit Brussel en Noord Frankrijk. Die nitwits hadden zichzelf op een niet orthodoxe manier toegang verschaft tot de strandzone om er wat herrie te komen schoppen. Dit zijn geen manieren maar getriggerd door dit nieuws koos ik voor een wandeling in en rond dit recreatiegebied. Samen met de Bougoyen - Ossemeersen zijn de Blaarmeersen een groene lap natuur aan de westrand van Gent. Gelegen tussen de watersportbaan, de Leie en de Ringvaart om Gent is dit een uitgelezen wandelgebied.
En Eureka, vandaag heb ik terug de trein genomen. M'n 2 coronaspuiten zijn ondertussen een voldongen feit dus kunnen we nu met mondjesmaat de teugels lossen. Het was geleden van in maart verleden jaar dat ik nog van den IJzeren Weg gebruik maakte. Plaats zat op de trein, ook omdat ik buiten de spits opstapte maar ik denk dat het verplicht thuiswerken er ook wel voor iets tussen zal gezeten hebben. Om 11 uur stapte ik aan de achterkant van het Gent St. Pieterstation buiten. Stralend weer, warm, het beloofde de moeite te worden. De ingang van het natuurpark Overmeers was een 500 meter verderop. Dit park is een natuurgebied van ongeveer 7 hectare. Wandelaars, natuurliefhebbers en scholen kunnen er volop genieten van het groen en de mooie waterpartijen. Blikvangers van het natuurpark zijn de watervogels en amfibieën die zich thuis voelen in de grote Schoonmeersvijver en de beekjes. Ik ben er geen mens tegengekomen. Een hof van 7 hectaren voor mij alleen en ik moet er nog niet eens het gras afrijden 😊.
Eens ik dat park buiten stapte viel er een kleine kilometer langs de R4 naast de Ringvaart gewandeld te worden. Vanaf het bruggetje over de Leie was er wat bekijks. De wereld komt terug tot leven. Groepen schoolkinderen troepten samen aan het sas. Er stond voor hen een dagje kanovaren op de agenda. Nog wat verder, hop een veldweg in die terug in de de richting van de spoorweg leidde. Hier onderdoor en voilà, ziedaar de Blaarmeersen, het corpus delicti van het recente jongerengeweld, maar nu één gebied van peis en vree. Dit recreatiegebied is 100 hectare groot. Het is een prachtig groengebied met bosjes, ligweiden en wandelwegen rond een centrale vijver met een strand en sportinfrastructuur.
Het gebied was oorspronkelijk een meersengebied langs de Leie. Voor de inrichting werd in de jaren 1960 een ontwerpwedstrijd uitgeschreven maar de eerste werken begonnen pas in 1976. De aanleg gebeurde op kosten van de stad Gent. Voor de aanleg werden de meersen opgehoogd. Later werd ook de vijver gegraven en begon men met de oprichting van de sportinfrastructuur. Met de groei van de aangelegde bosjes groeide het aanvankelijk kale gebied na enkele jaren ook tot een groen domein uit. Bij het binnenstappen van het domein had het precies gesneeuwd. Een tapijt van pluizenpollen bedekte ganse paadjes. Die pluizen vlogen daar dan ook in het rond. Lastig moet dat zijn voor de mensen met hooikoorts.
Op het paadje tussen vijver en wandelpad, een beetje uit het zicht van de zondagskuieraar, is het geweldig aangenaam om te wandelen. Je loopt naast de vijverrand met de rietpartijen onder overhangende takken van bomen door. Niettegenstaand er wel wat volk op het domein rondliep liep je hier helemaal alleen. Prachtig, met hier en daar wat jongelui die lagen te chillen op de pontonnetjes. De vijver zelf biedt een prachtig panorama. Aan een geweldig groot jungleparcours bestaande uit torens, luchtbruggen, klimrekken en touwladders werd ik aangesproken door 4 kereltjes van een jaar of 10. Ze waren verloren gelopen bij een zoektocht. Of ik zo vriendelijk zou willen zijn om hun meester op te bellen. Die zou hen depanneren. Een hulplijn dus zoals in 'Komen Eten'. Waarom niet ? Ze gaven me het te bellen nummer. Het verraste me dat deze kereltjes zo voorkomend en beleefd waren. Ik werd bedolven onder de dankjewels. Later kwam ik hen terug tegen, ditmaal in compagnie van hun andere klasmaatjes en hun schoolmeester. Deze kwam me op aanwijzen van de voorheen verdwaalde ventjes opnieuw bedanken. Ja toch, soms verschiet ik ervan dat er nog welopgevoede kinderen en mensen bestaan. Ik weet niet of het vak 'Wellevendheid' nog opgenomen staat in het leerprogramma. Waarschijnlijk misschien onder een andere vorm maar 60 jaar geleden hadden we een schoolboekje voor het vak 'Wellevendheid'. Er werden zelfs punten op gegeven net zoals op vlijt. Het boekje titelde : 'Met de hoed in de hand'. De meester gebood toen : Neem jullie 'Met de hoed in de hand'-boekje waarna we in koor al brullend moesten herhalen en aanvullen 'Met de hoed in de hand kom je door het hele land !'. Kwestie van ons op de hoogte te brengen dat je met schone manieren en beleefdheid veel bereikt.
Vooraleer ik de Blaarmeersen vaarwel wenste stapte ik nog gauw de Karel Sabbeberg op. 34 meter hoog. Deze Karel Sabbe, een Oost-Vlaming en ultraloper, liep dagelijks 100 keer deze berg op en af bij wijze van training. Hij trainde voor het record te breken van de Apalachian Trail. Een trail van 3200km liep hij in 41dagen 7uur en 39 minuten. Ook het record van de North American Pacific Crest Trail staat op zijn naam. Deze keer betrof het ook maar een 4279 paaltjes. Knap maar ik zie er het nut niet van in.
Zie daar kwam ik al aan de Watersportbaan. Deze heet officieel de Nationale Watersportbaan Georges Nachez. Ze is 2300 meter lang, 76 meter breed en een gegeerde plek voor roeiers. Ook erg in trek bij joggers en lopers. Deze watersportbaan heb ik een klein stukje gevolgd. Ik zat al op het grondgebied van Drongen. Na het oversteken van de Drongensesteenweg tot aan de Waterbaan stapte ik de Bougoyen Ossemeersen binnen. Opnieuw een oase met 220 hectaren aan natuur in de Gentse stadsrand. Het is één van de vogelrijkste gebieden in Vlaanderen gelegen in een uniek middeleeuws riviergraslandencomplex. Zalig wandelen. Sporadisch spot je hier en daar wel een jogger. Heel de omgeving straalt een voelbare rust uit.
Een pint zou ondertussen wel al eens kunnen smaken ! Het natuur- en milieucentrum De Bougoyen kon daarin tegemoetkomen. Voilà zie, een sjiek bolglas met daarin een Crabbelaer dat met goudglanzende pracht straalt te midden van een terrastafeltje ! Hoe lang is dit niet geleden zeg ! Schol ! Meer dan een jaar geleden dat ik deze weelde nog eens mocht aanschouwen. Aan dit centrum kan je ook een lange blotevoetenwandeling door de meersen maken. Om begrijpelijke redenen mogen honden hier niet aan meedoen. Zo die Crabbelaer smaakte. Ik kwam nu terug uit in de stadsrand van Gent. Deelgemeente Rooigem meer bepaald. Het is al eens welgekomen om zo eens een stukje stedelijk gebied mee te pikken. Ik belandde duidelijk in een buurt waar de bedstee van Jan met de Pet en Jeanneke met het sjalleke staan. Deze keer werd ik verrast door het straatbeeld. Herkenbare déjà vu's die massa's herinneringen opriepen aan mijn eigen jeugd. Straten nog geplaveid met kasseien. Huizen met houten raamkozijnen in allerlei kleuren geschilderd, hier en daar een dakpan die ontbreekt, een droogrek aan de voordeur, een geruzie in de verte, hoog opgeschoten onkruid tussen de kasseien van een steegje, een bal in de goot, een man in een marcelleke prutsend aan een brommer, een verroeste fiets zonder zadel op slot aan een boom, een kindervoiture met 3 wielen wachtend op een herstelling, een hangmat gespannen tussen een verkeersbord en een boompje, kinderen op blote voeten waarvan de helft met een snotneus, de geur van heerlijke soep, de groet van een buurtbewoner. De waaier aan prikkels brengt je jeugd in herinnering. Deze volkswijken omringen zich met een zekere charme, ze hebben een ziel. Ik ben zinnens om geïnspireerd door het boek 'Het teken van de hond' van wijlen Jef Geeraerts een wandeling samen te stellen die me langs de vele plaatsen moet leiden waar ik ben opgegroeid. Dat moet ik zeker doen. De blauwdruk hiervoor ligt al klaar.
De wandeling zat er bijna op. Nog even het citadelpark aanlopen en dan was ik zo goed als rond. Ook in dat citadelpark was er veel leven te bespeuren. De Gentenaren kunnen blijkbaar het grote aanbod aan parken en plantsoenen waarderen. Vele mensen troepten er samen om er na een werkdag van het weer en de rust te genieten. Pintje erbij ... hopelijk mogen we de coronamiserie stilletjesaan uitwuiven. Van een pintje gesproken ... op het terras van Den Baziel aan het station heb ik mezelf getrakteerd op een Omer. Ik denk dat de Horeca haar schade moet inhalen. 4,5€ moest ik betalen voor een glas. Das ook genoeg maar toch nog geen 10€ die ik 15 jaar geleden voor een pintje moest betalen op de Ramblas in Barcelona. Evengoed heb ik net zoals toen ook nu met mondjesmaat van mijnen Omer genipt. Hij smaakte wel.