zondag 17 oktober 2021

Het Oostende - Bruggekanaal.


Een gaatje in m'n agenda, zeg maar gat, liet het toe om aan deze zaterdag een wandelbestemming te geven. Enerzijds zou mijn keuze bepaald worden door het voornemen om ooit een bescheiden biografie na te laten voor het nageslacht en anderzijds was er een beetje nood aan wat wandelmeditatie.
Wat mijn biografie betreft zijn Brugge en Oostende 2 steden die in m'n leven toch mijlpalen markeerden. Brugge, de stad waar ik in opleiding was voor mijn dienstplicht en Oostende waar ik tot slot het vaderland diende op de M928 Stavelot, een kustmijnenveger. 
Wat betreft de meditatie dan : De punten 1, 4, 8 en 10 van de wandelmeditatietips leverden geen probleem. Als mantra koos ik voor de aansporingsgedachte die me er moet aan herinneren om de geest te ontspannen ... ttz : Zware denkconstructies onmiddelijk kortsluiten.  Een geschikte lokatie om deze 2 criteria met elkaar te verzoenen viel er enkel nog te zoeken. Een lokatie waar ik deze mantra ongestoord met de voeten kon uitzingen. Hallelujah, kilometers lang dezelfde kadans kunnen aanhouden, je kop in de wind leegmaken en een frisse neus halen ! De juiste keuze voor een wandellocatie viel in mijn schoot : Het kanaal Oostende - Brugge. Benieuwd naar deze tips ? : Tips voor Wandelmeditatie

Ik was erop gebrand om een vroege trein te nemen om de beelden van het aanbreken van de dag niet te missen.  Er werd voortreffelijk weer voorspeld dienaangaande, weer met ochtendnevel en mist en weinig wind. Een uitgelezen recept om vanuit een treinraam het ochtendgloren gade te slaan. Prachtig om zien ! De weidelandschappen die baden in hun nevelslierten waarbij er hier en daar een eenzame boom opdoemt, tot aan de kruin verborgen achter een mistbank. In de 4 windhoeken van het hemelzwerk beginnen er kleuren te bewegen. Een vaag lichtschijnsel breekt door in het oosten en enkele tellen later duiken er in het zuiden onder het aanwakkerende schijnsel de contouren van immense wolkenmassa's op. Het westen, eerst nog pikdonker maar ook dan weer iets later lichten ook daar de eerste blauwe strepen op. Het weer belooft er iets moois van te maken vandaag ! Moest er nu nog een waaiertje van poollicht opduiken in het noorden dan zou het plaatje compleet zijn. Helaas, maar ook zonder deze illusie ben ik al tevreden.  

Iets na 8 uur begon ik aan m'n mantra. Vanuit de statie was het een beetje puzzelen om tot aan het kanaal te geraken. Een woud aan tramsporen maakt het voor de voetganger erg onduidelijk waar die lopen moet. Ook nieuwe delen stadsgebied werden her en der in havengebied herschapen en zijn ontoegankelijk voor 'onbevoegden' geworden. Na een goed halfuurtje bereikte ik dan het kanaal Brugge - Oostende. 
Deze eeuwenoude waterweg biedt je een 20km kwasi kaarsrecht jaagpad aan in een prachtige omgeving. Veel moeite kostte het me niet om daar een trackje bij uit te tekenen ... altijd maar rechtdoor !

Voor wie een beetje houdt van geschiedenis geef ik even dit mee : In Brugge is het kanaal via de Ringvaart verbonden met het kanaal Gent-Brugge, de Damse Vaart en het Boudewijnkanaal. Tussen Oudenburg en Oostende sluit het aan met het kanaal Plassendale-Nieuwpoort.  Tussen Brugge en Oostende loopt het kanaal voor een deel in de historische bedding van de Ieperlee. In 1166 werd een eerste kanalisatie uitgevoerd. Er waren echter problemen met overstromingen. In 1336-1339 werd het kanaal daarom bedijkt. Het kanaal was van groot belang voor de wolhandel met Engeland, en als scheepvaartverbinding tussen Brugge en Ieper. Van 1357-1387 werd het kanaal uitgediept en verbreed. Van 1413-1415 werden verdere werken uitgevoerd. Vanaf 1618 werd het kanaal vanaf Gent via Brugge tot Plassendale verder uitgegraven. In 1641 en 1664 werden opnieuw verdiepings- en verbredingswerken uitgevoerd en nu konden er oorlogsschepen tot 400 ton op varen. Van 1754-1768 werd het kanaal op gezag van landvoogd Karel van Lotharingen verder verbreed onder de naam Nieuwe Reviere. 



Tot daar wat historische context en stilaan dringt het tot je door dat je daar op een stukje vaderland loopt waar toch een rijke geschiedenis aan verbonden is. Ooit bespoelde de Noordzee stukken uit deze contreien. Toen Brugge nog via een zeearm, het Zwin genaamd, verbonden was met de Noordzee konden zeeschepen Brugge bereiken. Brugge kon toen uitgroeien tot het centrum van de wereldhandel maar de 'Verzanding van het Zwin'  stelde een einde aan deze status. 

De eerste kilometers naast dat kanaal was er van mediteren nog niet veel sprake. Tot in Oudenburg ontsierde de industrie de beide oevers van het kanaal. Vanaf Oudenburg en dit tot aan de stadsrand van Brugge werd het een prachtwandeling. Het rimpelloze wateroppervlak liet zich soms beroeren door enkele baantjestrekkende kajakkers. Ook honderden eenden  wiens rust langs de oever ik verstoorde, verkozen om er van onder te muizen en met een sprong vanop de oever kwam ook daardoor wat beroering in het sop. Eén enkel plezierjachtje heb ik gedurende de ganse wandeling gespot. Handelsvaart viel er niet te vermelden. Maar op 400m afstand loopt de spoorweg parallel met het kanaal en dat zorgt wel voor wat verstoring in het vlakke landschap. Dat valt ook te zeggen van de A10 die naast de spoorlijn loopt en tot in Jabbeke voor wat geluidsrumoer zorgt. Oortjes in en een zacht muziekje zorgen dan voor de remedie. Het jaagpad werd in 2009 vernieuwd. Boomwortels vervormden het bestaande pad en zorgden voor gevaarlijke toestanden voor fietsers. Nu is het een biljartlaken, netjes en de bomen die de oevers afboorden maken het geheel tot een mooi plaatje. Deze bomen staan door de overheersende westenwinden landinwaarts verbogen. Zalig stappen, af en toe een fotootje trekken maar ik vermoed dat deze handeling niet te rijmen valt met het begrip meditatie. Aan het Kwetshage - Paddegat botste ik op een knappe pichnickplaats. Mooi getimed, middag, ik kon schoven. Ondertussen was de wind wat aangewakkerd en kon het stof uit mijne kop geblazen worden. Met de wind trok ook de hemel helemaal open en het blauw leverde enkele mooie kiekjes op van de bomenrijen. Na 20 km kuieren bereikte ik de stadsrand. Ter hoogte van de gevangenis in St. Andries buigde het tracé af naar het station. Ik schrok van de omvang van dit complex. Dit Penitentiair Complex geldt als een van de grootste gevangenissen in België. Er is in theorie plaats voor 512 mannelijke en 114 vrouwelijke bajesklanten.

In Brugge was het vrij druk. Vele toeristen profiteerden van het mooie weer. Ik zocht Brouwerij de Halve Maan op voor een Brugse Zot te versieren. Heel het terras zat bomvol. Ik maakte er kennis met 4 Nederlanders. Ze zitten overal die mannen 😉!!! Een man en z'n 3 schoonzonen waren er hun mannenweekend aan het consumeren. Geruggensteund door een smakelijke Blonde Brugse werd de slaagkans op een fantastische uitstap dan ook gegarandeerd. Een bezoek aan de brouwerij stond op hun agenda maar helaas, er was iets fout gelopen met de data. Jammer maar een verrijkend en aangenaam gesprek met deze Noorderburen kwam hierdoor op gang. Mooi om je stapdag met een gezellig 'klapke' af te sluiten. Na het degusteren van enkele Brugse Zotten, ik werd het al lichtjes gewaar in mijn zojuist leeggemaakte kop, werd het tijd om op te krassen. Ik wenste bijgevolg dit gezelschap nog een fijn verblijf en een veilige thuiskomst. Zo, deze trip zat er weeral op. Mijne kop leeggeblazen en de batterij wat bijgeladen. Het was echt de moeite ! 

vrijdag 15 oktober 2021

Het Gestelpad in de Antwerpse Kempen.

Een uitstap is er verleden week niet van gekomen. Een fysiek ongemakje stak stokken in de wielen. Of beter gezegd : Tussen de stapbottienen. Ik verklaar me nader ... Enkele huizen verder hadden buurtbewoners hun dwergkonijntjes de vrijheid geschonken. Ik denk dat ze die beestjes beu waren. Het zijn geen manieren maar soit, het gevolg is dat die konijntjes nu vrijelijk rond fourageren in ons hofke en in dit van de geburen. In regen en wind huppelen ze ocharme nu rond op zoek naar eten en wat beschutting. De werelddierendag die verleden plaatsvond noopte tot enige actie mijnentwege. Ik kroop op zolder en haalde er een oud bureau af. Die kon ik gebruiken om te verbouwen naar een konijnenkot. Nog wat planken links en rechts bijeengesprokkeld om voor die pluchen knuffels een onderdak te fabriceren. Het kreeg vorm. Wanneer het regent zouden ze tenminste een droog onderkomen kunnen vinden. Met al dat getimmer was dat kot redelijk zwaar geworden. Bij het verplaatsen ervan hefte ik me een bult met als gevolg een verschot in de rug. En dit had op haar beurt dan weer een volledige immobiliteit tot gevolg. Heel mijn lijf deed zeer bij de minste beweging die ik maakte. Gisteren was het leed nog wel voelbaar maar draaglijk en bijgevolg viel het er op te wagen om een toerke te stappen. Bovendien orakelen medische bronnen om bij een lumbago zoveel mogelijk te bewegen. Op stap dus. Deze keer nog eens met den Hugo en de Marc. Dat was weer even geleden !

Om 8u30 staken we van wal in Berlaar Statie. Van hieruit had ik een weg heen en terug uitgestippeld naar het Gestelpad. Dit Gestelpad had ik gepikt op de één of andere wandelsite, ik denk RouteYou. Het leek me de verkenning waard. Na enkele stappen gezet te hebben botsten we al op een rat die vanuit een vuilbak ons scheef beloerde. Het bood een raar zicht maar bij nader inzien bleek dat ze het tijdelijke voor het eeuwige al had ingewisseld. Iemand moet haar doodgemept en in die vuilbak  gezwierd hebben. Werelddierendag moet aan deze wreedaard voorbij gegaan zijn. Amen ! Het ging vervolgens richting de Grote Nete uit en een kleine 1500 meter stonden we al aan haar onverhard jaagpad. Geen mens viel er in de wijde omtrek te bespeuren. Wat een mooi landschap toch ! In ontelbare bochtjes kronkelt deze rivier zich keurig door het idyllische landschap tot in Battenbroek waar ze met de Dijle versmelt en de Rupel wordt . De bruine waterloop op zich oogt nu wel niet zo mooi. De bruine kleur van het water vindt haar oorzaak in het grote ijzergehalte en sedimenten uit de zanderige kempengrond. Dit kwamen we te weten van enkele medewerkers van de Vlaamse keuringsdienst. Iets verderop aan een brug namen ze stalen van het water voor onderzoek. Ik dacht eerst dat ze bezig waren met een torpedo uit het water te vissen. Aan een hijskraantje lieten ze een op een bom lijkend projectiel op en neer in het water. Het leek me een droomjob ! 

Na een 3- tal kilometertjes verlieten we het jaagpad terug landinwaarts. Na het afdalen van de wandeldijk/jaagpad konden we ons zetten aan een ruime picknicktafel. Deze stond aan de rand van pas gemaaide akkers. Het rook er lekker fris. Onze Marc trakteerde ons hier op een lekker rijstvlaaike. De sfeer was gezet en het zou er de ganse dag niet meer aan ontbreken. Na dit versnaperingeske leidde een proper graswegeltje ons naar Gestel.  Deze kleine deelgemeente van Berlaar ligt tussen twee kasteeldomeinen in, respectievelijk het Gestelhof en het Rameyenhof. Het schilderachtige dorpsplein staat tenmidden van de kerk met een kerkhof, de pastorij, enkele eeuwenoude hoeves en een schandpaal. Gestel werd bovendien uitgeroepen tot stiltegebied, het negende in Vlaanderen. Hier overheersen natuurlijke geluiden en kan je even helemaal tot rust komen. Nu, achteraf bekeken bleek de gehele wandeling omkaderd te zijn met de zalige rust en stilte waarvan sprake. Ook m'n stapmaten droegen die ingetogen rust, dat innerlijke 'Zen' zijn uit. Je haalde zelfs energie uit hun getemperde state of mind. Sommigen zoeken de rust en stilte op in een veraf gelegen abdij en vinden ze zelfs daar niet ! Hoe zou dat nu toch komen vraag ik me dan soms af 😉😉😉? Eens het dorp uit konden we nog kennismaken met verschillende her en der verspreide betekenishebbende hoeves. Variatie in het aanbod aan bezienswaardigheden was er wel. 

Eens het dorp uit volgden we opnieuw het jaagpad maar nu in tegengestelde richting. Na een 2-tal kilometerkes kwamen we een brug tegen en staken de Grote Nete over. De volgende halte zou de Kruiskensberg zijn. Een wandelbos van 10 ha groot waarin het aangenaam wandelen zou zijn. En dat was het ook. Volgens een legende genas hier in de 13de eeuw een doodzieke herder nadat hij van een bron dronk. Om dit te gedenken werd er een kapel en een kruisweg gebouwd. Op het domein achter de kapel vind je een ven omringd door een uitgestrekt heideveld en droge zandruggen. Deze plek leek me vanwege dit legendarische verleden een uitgelezen stek om te picknicken. Het middaguur had zich immers ondertussen al gemeld. Aan het speelbos installeerden we ons voor het schaft.  2 jonge freules hadden zich daar ook al neergeplaveid. Die raakten precies niet uitgetetterd op hun bankske. Erg gecharmeerd leken ze wel te zijn toen we hen lieten delen in ons 'borrelhapje'. Plezant moment weeral met de stapmaten !

We zaten ondertussen al over de helft van het tripje. Er viel nog een flink stukje af te leggen. Op het gemakje echter om je ogen rondom je heen de kost te kunnen geven. Nog veel groen valt er te spotten maar toch, de bomen beginnen al volop te verkleuren. De herfstcollectie is aangekomen.  De natuur is  nu volop bezig zich uit te pelsen om haar herfsttenueke aan te trekken. Haar zomeroutfit stelde dit jaar niet veel voor. Het zal wel een soldeke geweest zijn. Het resterende stuk liep nog deels over rustige verharde wegen en deels door bossen en weilanden. Een lang en mooi kluppelpad viel ons ook ten deel. Reken daarbij het vrij treffelijke weer en we kunnen weeral van een heuglijke wandelervaring spreken. Terug aangekomen bij  Berlaarstation wipte de Marc op zijn trein huiswaarts. Het was nog vroeg, amper 2u30. We waren dan ook vroeg vertrokken omdat er voor den Hugo om 6u nog een biljartmatchke te arbitreren viel.. Er viel nog wel een gaatje in zijn agenda en we wipten nog vlug het statiebuffet binnen voor een klep. Ik voor m'n tripel Omer, den Hugo voor z'n Guiness Stout. Dit stationsbuffet had wel iets speciaals. Het was een bibliotheekkroeg, smaakvol ingericht met boekenrekken en aangepast meubilair. Bovendien leek het me dat er in deze kroeg een modern accent werd gelegd om sociale interactie tussen dorpelingen te bevorderen. Een groep dames, een stuk of 10 wel, hielden er een breikransje bij een drankje. Gezellig dat wel maar niet aan mij besteed. Ik kan niet zo goed breien ... links, rechts, averrechts ... doe maar voort zonder mij  !

Op naar een volgende en hoe vreemd ook ... mijne lumbago is met al dat stappen zo goed als verdwenen. Misschien zat die Kruiskesberg er wel voor iets tussen. Als die berg een doodzieke herder kon genezen, dan moet een lumbago kinderspel zijn 😊😊😊 



donderdag 23 september 2021

De Koppenberg - De Vlaamse Ardennen / Oudenaarde

En we zijn weer vertrokken. Het prachtige weersvooruitzicht was te uitnodigend om me daarbij een staptochtje te ontzeggen.  Een vroege trein bracht me hiervoor naar Oudenaarde. Een vrij rustig ritje trouwens waarbij ik nog eens na een heel lange poos m'n lijstje van ontmoetingen met BV's kon aandikken.  Pascal Braeckman, de geluidstechnicus van Tom Waes zat ook op de trein naar Gent St. Pieters. Met dat mondmasker was het even twijfelen maar de nimmer van zijn zijde wijkende grijze konijnenpelsen micro annex verlengstok en een dikke valies in het bagagerek gaven me de bevestiging. In korte broek en met een dikke jas aangepelst bestudeerde hij zijn I-Phone. Ik liet hem gerust. Deze mensen worden waarschijnlijk tot vervelens toe aangesproken. En ik, ik spoorde in alle rust verder door naar m'n bestemming.

Deze keer kwamen de Vlaamse Ardennen nog eens aan het woord. Een zuidelijke lus van 25 paaltjes die onderaan Oudenaarde bengelde inclusief een 500-tal hoogtemeters stonden in promotie. Toehappen dus, het was geleden van in december 2016 dat ik deze regio nog eens verkende. Bij het herlezen van m'n destijds geschreven post  viel het me op dat de bevolking van toen ook al niet tot de sympathiekste inwoners van België konden gerekend worden. Al vlug viel er me dezelfde bedenking te maken. Wat is er mis met iemand in het passeren een goeiemorgen toe te wensen ? Als je daarop telkens een scheve smoel als tegenreactie krijgt dan is je mening vlug gevormd. Om aan de reputatie van Brugge die in de top 10 van 's werelds sympathiekste steden staat te tippen is er daar in Oudenaarde nog veel werk aan de winkel. Maar goed, dit terzijde want m'n neus stond in de richting van het recreatiedomein De Donk. Stappen maar ! 

Dit domein is gelegen aan de westelijke rand van Oudenaarde en moet het vooral hebben van de sportieve recreant. Het domein is 85 ha groot en de aangelegde donkmeer-vijver meet 30ha. Wat me opviel in dit gedeelte van het stedelijk grondgebied was dat gans de omgeving rond Koning Auto werd geconcipieerd.  Aan de bruggen over de bovenschelde ontbraken er trappen naar het jaagpad. Het kostte me al een eerste klauterpartijtje op de talud naar boven. Op de brede oversized banen werd er ook vrij snel gereden. Voetpaden, of wat er voor moest doorgaan, leunden aan tegen vangrails. Zebrapaden waren er met mondjesmaat aangebracht op die brede wegen en zo ze er al waren boden ze je geen garantie op een veilige oversteek. Dit kon echt beter ! 

Toch zag deze wandeling er veelbelovend uit. In Leupegem, enkel stappen verder belandde ik op een landweg die naar de Koppenberg leidde. Deze weg lag over een afstand van een ruimgemeten kilometer volledig bezaaid met dezelfde keien die je terugvindt onder de bils in een spoorwegbedding. Ik zocht naar een verklaring hiervoor want een dergelijke wandelweg nodigt echt niet uit om deze te verkennen. Misschien moeten die keien de begaanbaarheid bij regenweer wat verzekeren ? Het deed me alleszins herinneren aan de eerste 200km op de La Plata. Een kenmerk van de wandelpaden tussen de wijnranken van de Sierra Norte van Andalucië zijn wel die keitjeswegen. Daar was het nog een stuk mottiger om op te lopen ! Elk keitje teisterde daar op den duur, ondanks de dikke zolen van je bottienen, je voetzolen.  Je kreeg er een gevoel alsof je er op je blote voeten liep. Erg pijnlijk werd het wel. Na vele tientallen kilometers gelopen te hebben op paden bedekt met deze bruine kwelduivels, in alle maten en gewichten trouwens, en temidden van enorme stofwolken opgeworpen door tractoren, kreeg je er wel genoeg van. 

Voilà, dit was even meer negativiteit dan me dierbaar is want ziedaar : De Koppenberg. Die doemde daar aan de einder op.  Ik stond oog in oog met het hart van de Vlaamse Ardennen. De heuvel bestaat geografisch gezien eigenlijk uit twee delen. Het westelijk deel is de Rotelenberg. Die meet 78 meter hoog en het oostelijk deel de feitelijke Koppenberg die er 79 meet. De straat over de heuvel draagt eveneens de naam Koppenberg, met uitzondering van de westelijke beklimming, die de straatnaam Steengat draagt. Dit stuk weg is bestraat met kasseien en werd in 1995 als monument beschermd. 

Boven op de Koppenberg liggen enkele stukken bos die voor wandelaars toegankelijk werden gemaakt. Het Koppenbergbos is 29 ha groot, het Berk- en Doornbos 1,5 ha en het Onderbos 5 ha. Het Koppenbergbos koos ik uit ter verkenning en in de klim naar dit bos kon ik genieten van de prachtige heuvelende landschappen. Een vaagblauwe hemel met hoge vederwolkjes overspande het geheel. Nevelflarden bedekten nog hele lappen weideland in het landschap waarin hier en daar koeien en paarden voor wat afwisseling zorgden in overheersende groene kleur.  Dit was een heel ander panorama dan de mijnterrils die ik verleden week in Charleroi bezocht. Ook mooi weliswaar maar het betrof daar een heel andere themawandeling. Hier en daar trof je sporen van bewoning aan in dit prachtige bos waarin de oude beukenbomen al meer dan 200 jaar overleven. Dikke torenhoge boomstammen zijn het. En zo af en toe kon je tussen deze statige reuzen een geurige mélange opsnuiven van de geur van een smeulend houtvuurtje vermengd met deze van de nog vochtige boslucht.  Je ruikt het ! De zomer is voorbij, er is een ander seizoen in aantocht . Die reuk is voor mij, nog vooraleer de bladeren gaan vallen, al een eerste teken dat we bergaf gaan richting winter. 

Bij het verlaten van dit Koppenbergbos zag ik vaag in de verte aan de uitgang een groepje mensen staan. Een hoogbejaarde man was er voor een behoefte te doen uit zijn auto gestapt, naar het bos gestapt en daar gevallen. Even vaag had ik eerder al geroep in de verte opgevangen maar er geen aandacht aan geschonken. Het bleek van die oude kerel te komen. Hij was gevallen daar aan de bosrand en het lukte hem niet meer om terug op te staan. Zijn auto stond met het portier open en de motor nog draaiend aan de kant. Dit trok de aandacht van een koppel dat in deze geburen een plezierritje met een 2 Cheveauke maakte. Ze waren gestopt en uitgestapt toen ze na het vertragen aan zijn openstaande auto zijn hulpgeroep hoorden. Toen ik er aankwam was de sukkelaar al terug op de been. De vrouw uit het koppel die hem daamee had geholpen werkte in de bejaardenzorg en wist verdorie van aanpakken. Ze hielp hem nog even met zijn bretellen te fatsoeneren want die mens had ocharme den bibber over heel zijn lijf. Hij was helemaal uit het lood geslagen. Ik dacht dat hij het niet meer zou halen. Gelukkig kreeg ik ongelijk en na een vijftal minuutjes was hij wat bekomen en tsjokkelde schoorvoets terug naar zijn auto. Tja, die mens heeft wel geluk gehad. Het had heel anders kunnen verlopen. In heel dat bos ben ik geen kat tegengekomen, hij zou daar nog lang om hulp hebben kunnen roepen. Dankbaar voor zijn reddende engelen zwaaide hij hen zijn waardering toe bij het wegrijden. 

Na dit Koppenbergbos belandde ik in Maarkedal. 't Is te zeggen in haar fusiegemeenten Nukerke en Etikhove. De naam van de gemeente verwijst naar de Maarkebeek die door de gemeente stroomt. Maarkedal ligt in het hart van de Vlaamse Ardennen en haar glooiende heuvels, diep ingesneden beekvalleitjes en holle wegen bieden een op en top wandelparadijs. Maarkedal ontstond op 1 januari 1977 door de fusie van de deelgemeenten Etikhove, Maarke, Kerkem, Nukerke, Schorisse en het gehucht Marie - Louise.  Ze ligt trouwens aan de taalgrens met de Waalse gemeenten Flobecq en Ellezelles. Een hele boterham als je er nog het Tsjechische zusterstadje Horšovský Týn er bij rekent. Een onderweg tegengekomen wegwijzer gaf 835km afstand tot dit stadje aan. M'n geografische kennis in acht genomen vermoed ik dat dit in vogelvlucht moet zijn. Maarkedal beroemt zich eveneens op haar getuigenheuvels. Deze heuvels zijn de getuigen van hoe het landschap er lang geleden uitzag. Getuigenheuvels vinden hun oorsprong in het Laat-Mioceen. Tijdens deze periode steeg de zeespiegel en kwam heel Vlaanderen voor een laatste maal onder water te liggen. De zanden die in deze periode zijn afgezet worden de 'zanden van Diest' genoemd. Het bijzondere aan dit zand is dat het relatief veel ijzer bevat. Toen de zee zich na het Mioceen definitief terugtrok naar het noorden, werden de afgezette zanden blootgesteld aan verwering. Het ijzer in de zanden oxideerde en de 'roest' die aldus ontstond deed het zand tot ijzerzandsteen aaneenkitten. Deze ijzerzandstenen boden veel meer weerstand aan de latere erosie. Daardoor ontstond een typisch heuvellandschap. Op plaatsen zonder ijzerzandsteen verdwenen de zachtere lagen immers door erosie. Deze heuvels zijn nu nog steeds in het landschap van de Vlaamse Ardennen te zien. Het zijn getuigen van het geologisch verleden van de Vlaamse Ardennen en geven Maarkedal en de streek een uniek landschap. 

Aan het Hollebeekpad gekomen zat ik in een laatste rechte lijn naar Oudenaarde. Dit pad, ingehuldigd in 2018, moest naast het functionele aspect ook een plaats worden waar mensen zich kunnen ontspannen. Een groene gordel met zo'n 1.600 bomen en struiken kronkelt naast het pad en de beek en er zijn rustplaatsen waar fietsers en wandelaars even halt kunnen houden. Dit 2km lange fiets- en wandelpad werd ontworpen met tot doel een verkeersveilig alternatief te bieden voor de drukke Nederholbeekstraat. Hier was geen plaats om een fietspad aan te leggen. Het betonnen pad loopt dwars door de velden, parallel met de Nederholbeekstraat. Tenslotte kan je langs het pad ook een gedicht ontdekken dat Jeroen Theunissen speciaal voor deze locatie schreef. Ik vermoed dat dit gedicht aan de picknicktafel stond waar ik mijn bokes aansprak. Aan een metersgroot verroest stalen frame vertrouwde de dichter zijn poëtische ontboezemingen toe. Het was niet makkelijk om het te lezen. De picknicktafel stond vlak achter die kader. Aan de picknicktafel gezeten waande ik me daardoor een circusbeest in een kot. Dit was een prachtig pad om te bewandelen. Dat het uit beton was deerde niet, immers het geheel was mooi onderhouden over de gehele lengte van het pad. 

Na dit pad kwam ik stillekesaan terug op Oudenaardse bodem. De 88 meter hoge toren van de Sint-Walburgakerk vormt een duidelijk herkenningspunt tot ver in de omgeving. In dat heuvelende landschap was hij vrijwel steeds in zicht. Ik stapte de markt van Oudenaarde op, op zoek naar een terraske. Het café 'Adriaan Brouwer' kon me dat bieden. Verdomme wat een kniesoor ben ik toch geworden ! Zou corona hier iets mee te maken hebben ? Ik bestelde een Ename. 4€ rekende de waard af. Dat is ook genoeg en als de ober voor deze prijs nog zelfs geen moeite doet om een bierviltje onder je glas te zetten en in een grabbel nootjes te voorzien dan kan hij wat mij betreft naar z'n drinkgeld fluiten. Ondanks de povere service smaakte die Ename voortreffelijk. . Vroeger zou ik me hierover helemaal niet druk gemaakt hebben. En nu ... ik maak me onnodig de onnozelste zorgen 😊😊😊. 

Het zat er ondertussen op. Laat in de namiddag spoorde ik terug naar huis. Op de heenreis 's morgens naar Oudenaarde had de treinbegeleidster een heen en terug  vervoersbewijs aangemaakt. Bij het tonen van het ticket op de terugweg bleek er evenwel niets op het retourkaartje te staan. Er viel dus duidelijk een foutje van de spoorweg vast te stellen. Dat kan gebeuren en het is menselijk. Toch is in eerste instantie aan de mimiek van de kaartjesknipper goed te merken dat hij in de veronderstelling verkeert dat je een zwartrijder bent en dat je er goed aan zou doen om het maar eens te verklaren. Waarschijnlijk beroepsmisvorming maar ik verwacht dan toch een excuus voor het ongemak. Ik ga je geloven meneer ... awel, het zou er nog moeten aan mankeren zeg ! 3 keer moest ik m'n verhaal doen. Tussen Oudenaarde en Gent, op de IC trein tussen Gent en St. Niklaas en een laatste keer op de stoptrein tussen St. Niklaas en Beveren. Jaja ... een kniesoor, ik moet eens bij den doktoor horen of daar pilletjes voor bestaan 😂😂😂. 


vrijdag 17 september 2021

Charleroi - De Zwarte Lus / La Boucle Noir

 

Les Corons - Pierre Bachelet
 
Le tracé de la Boucle Noire comprend plusieurs tronçons aux paysages contrastés, tous marqués par les industries minière et sidérurgique. Chaque zone traversée révèle son lot de transformations post-industrielles : une nature spécifique a profondément modifié l’aspect des terrils, les vestiges de la sidérurgie questionnent le devenir des paysages industriels à haut potentiel de mémoire, les halages de cours d’eau deviennent des voies vertes au long cours, les anciennes lignes ferroviaires offrent des cheminements originaux, des quartiers changent de visage, alors que d’autres semblent figés dans le temps… Exploration, compréhension ou contemplation, parcourez ces lieux à votre façon. Et Allez-y !

En naar deze laatste wijze raad hebben we geluisterd. Er stond bijgevolg een heel eigenaardig toerke op het menu : De Zwarte Lus. Een kennismaking met het post-industriële Charleroi maakte vandaag de agenda uit. Het werd een boeiende trip. Zoveel contrast in de vele indrukken die je bereiken hou je niet voor mogelijk. Charleroi is mooi in haar lelijkheid en omgekeerd, draai het om en dan geldt hetzelfde. Althans voor het gedeelte dat we een bezoek brachten. Ooit was dit een welvarende regio dankzij haar voortrekkersrol tijdens de industriële revolutie. De siderurgie en de mijnbouw brachten grote welvaart in de regio. Majestueuze gebouwen, gigantische fabrieken waar de schoorstenen constant smoor braakten ... het is weg of kwijnend er naartoe. Nu rest er nog de aanblik van een zieltogende reus. Hier en daar moeten megalomane bouwprojecten het tij doen keren maar nu blijft het nog even kijken naar een industriëel kadaver vol korsten en zweren waar men hier en daar met wat pleisters en windels de boel probeert op te smukken. Maar het komt zeker terug wel goed ! Er wordt door de Caroloringiens heel hard gewerkt om die onverdiende zielige stempel van armoede en verval af te schudden. De natuur stak hen een handje toe en heeft er al het uiterlijk van de deprimerend ogende terrils ingrijpend veranderd. En de nog vele overblijvende maar toch stilaan verwijnende skeletten van de staalindustrie stellen stilletjes aan de toekomst van deze industriële landschappen in een ander perspectief. Jaagpaden van waterlopen worden groene wegen over lange afstanden waarbij de afgedankte spoorlijnen hierbij originele routes bieden. Grote delen van de buurt zijn bezig met hun aanzicht te verfraaien terwijl er andere buurten bevroren lijken in de tijd. Er zal nog veel tijd nodig zijn vooraleer hier alle littekens uitgevaagd zijn ...

llllksksks

Onzen Hugo had me enkele maanden geleden een wandeling doorgespeeld die te bewandelen viel in de heimat van mijn teerbeminde echtgenote Annick : Charleroi ! Ik deelde daarbij zijn mening dat het hier mogelijk een heel interessant toerke betrof. Vandaag zouden ik en den Hugo dus naar Charleroi trekken. Vanmorgen, het was 5 uur, ging de wekker al af. Charleroi ligt nu niet achter de hoek van de straat dus daar moest wat rekening mee gehouden worden. Vroeg begonnen is half gewonnen. Met de fiets bolde ik naar Beveren statie en na een goeie 2 uurtjes sporen slurpten we om halfnegen al van ons kommeke troost in de stationskoffiebar van Charleroi - Sud. Het was nog een beetje bewolkt maar de vooruitzichten waren prima. Het zou droog blijven wat eigenlijk de hoofdvoorwaarde zo bleek om zonder ongelukken de avond te halen. Ik kom er seffens nog wel op terug. Eens we de statie buiten waren viel er al een hectische bedrijvigheid op te merken. Heel het plein voor deze zuidstatie was één gigantische bouwwerf geworden. Kranen, buldozers, frontloaders die af en aan reden .. je zou er uren kunnen naar kijken zonder moe te worden van al die geleverde arbeid. Het standbeeld van Spirou (Robbedoes), het geesteskind van striptekenaar Franquin zaliger, stond daar moederziel alleen tussen het puin van wat eens een stijlvol art-deco stationsplein was. Toch zwierde hij ons nog een bonjourke toe. Ik vermoed dat de sentimentswaarde die de Karolingers aan hun Robbedoes hechtten hem behoed hebben voor een tijdelijke verhuis naar een duister hoekje op een zolder in het één of andere stadsmagazijn. Ik hoop voor Charleroi dat eens hun nieuwe plein af is dit de schoonheid van hun oude, nu teloor gegane, plein ten minste evenaart.

We sloten aan op de linkerkant van het jaagpad langs de Samber. Aan een fabriek waar smeltovens scrap en schroot verwerkten hielden we even halt om naar de werkzaamheden te kijken. Een enorme schrootgrijper viste er schroot uit de daar bij de kade aangemeerde rivieraken. Een enorme berg schroot lag er opgestapeld om via de hoogovens een nieuwe bestemming te krijgen. Aan de andere kant van de fabrieksloods lag het afgewerkt product. Enorme rollen staaldraad lagen er opgestapeld om verscheept te worden. Iets verderop sloot een bareel het jaagpad af. Een schuit met scrap werd er aan de kade gelost. Met een parlofoon kon je aan de kraanman vragen om de bareel te openen. De kraanman-schrootgrijper stopte dan even met zijn schepwerk. De vallende stukken metaal die uit zo een grijper loskomen zouden je immers dodelijk kunnen verwonden. Een fietser die ons tegemoetkwam stapte wijselijk van zijn fiets af en nam die op de rug. Verder rijden zouden hem ongetwijfeld 2 platte tubes opgeleverd hebben.

We vervolgden onze weg langs het jaagpad van de Samber nog een hele tijd. Kilometers fabrieken, poorten, roerloze ertstransportbanden, schroothopen, puin, spookfabrieken en ruïnes doen je aan een gebombardeerde oorlogszone denken. Enige vrolijkheid viel er dan toch nog te bespeuren in de Street Art. Graffitikunstenaars geven gestalte aan hun "Urban Dream". De troosteloze grauwe betonnen muren leveren hen uitstekend materiaal zodat ze hun straatkunsten ten toon kunnen spreiden. Hun prachtige creaties proberen de sombere sfeer die er in dit gebied heerst wat bij te kleuren. Onder deze volkse kunstgalerijen neemt het welig tierend onkruid in de bermen zelfs de kleur van roest aan. Het geeft extra body aan het decor waardoor deze creaties nog meer tot hun recht komen. Helaas, het verval zet zich er echter onverminderd voort. 

Ter hoogte van het Château de Cartier verlieten we het jaagpad. Een middeleeuws steegje leidde ons naar een volkswijk die we verlieten via een brug over de Samber. Op de andere oever namen we even de tijd om te rusten op een bankje en al een boke te eten. Kwestie van niet met wat junkspuiten in aanraking te komen inspecteerde den Hugo eerst even dit straatmeubel. Het was okee !  We volgden nu het jaagpad langs de andere oeverkant tot aan het park waar het kasteel van Monceau ligt. Een prachtig park ! Netjes onderhouden en in schril contrast met de panoramas die we reeds eerder op de dag zagen. Dit kasteel werd in de 14de eeuw gebouwd door Otto VI van Trazignies. Voor wie zich hier aan interesseert : Kasteel van Monceau-sur-Sambre


Vervolgens kregen we een eerste voorproefje van wat er ons op het einde van de lus te wachten stond. Voor ons lag de 'Terril du Martinet'. Die moesten we op ! We zouden eveneens kennismaken met de overblijfselen van de voormalige mijn die een van de grootste Europese mijnsites was van de jaren 1930. Het was de moeite. We maakten hier kennis met een heel ander Charleroi. Tijdens de beklimming van deze terril vroeg ik me af wat de vele spiegels konden betekenen die we onderweg tegenkwamen. Ze bleken het resultaat te zijn van een artistieke creatie "Fragments" genoemd. Volgens de kunstenaar Stefan Piat weerspiegelt zijn werk fragmenten uit het teloorgangsproces van de gerespecteerde status die aan deze regio werd toegekend. Haar bijdrage aan de industriële revolutie was destijds enorm. Er is nu geen mijnbouw meer, net zoals in Limburg zijn er alle mijnen gesloten.  Het is er doods op dat vlak. De vlakte en de terrils werden echter gevrijwaard voor verdwijning door de vastberadenheid van de daar geboren en getogen inwoners. Tja, vastberadenheid is een kenmerk van onze Waalse landgenoten. Niet voor niets noemt men hen 'des têtes durs' - stijfkoppen'.  Daarbij moet tegelijkertijd gezegd worden dat er vanuit deze mensen veel warmte uitstraalt.  Niemand passeert er jou zonder jou een blik te gunnen en jou te groeten.  Of je nu in lompen loopt of in sjiek maatpak, het maakt niet uit. Je wordt er steeds vriendelijk bejegend. Hier in Vlaanderen en vooral in de grootsteden ligt dat wel iets anders. 

We zijn tot op de top van deze terril du Martinet geklauterd. Je leest het juist : geklauterd. Ik heb me er laten fotograferen. Ja dit was even de moeite om helemaal tot boven te klimmen. Steile kost ! De panoramas op de omgeving zijn indrukwekkend. Maar moest het geregend hebben dan zou een klauterpartij  onbegonnen werk zijn geweest. De hellingsgraad was zo steil dat je gewoon terug naar beneden zou zijn geschoven in het met modder vermengde koolsteengruis. Het was er rustig wandelen in dit nu als ornithologisch geklasseerd natuurgebied. Bij de afdaling van deze terril maakten we nog een ommetje langs een voormalig rangeerstation dat tegenaan de terril was gebouwd. De gebouwen doen er nu dienst als tentoonstellingsruimten voor allerlei doeleinden. In een verlaten gebouw van de mijnsite zelf hielden we ons schof. Het was inmiddels al een stuk na de middag

We verlieten de site van Le Martinet en haar terril via een boomgaard. Langs uitgestrekte velden daalden we af naar het kanaal Brussel - Charleroi. Na het industriële kerkhof aan het Samberjaagpad en de mijnsite van Le Martinet kwam er nu een vrij rustige sectie van de wandeling aan bod. Deze langs het kanaal Brussel - Charleroi. Het was de spreekwoordelijke stilte voor de storm want zoals zo vaak blijkt kan het venijn in de staart zitten. Ook hier zou deze vaststelling gelden. Maar aan dat kanaal was het rustig. Aan het sas moesten we dit kanaal oversteken en we hadden geluk, er werd juist geschud. 2 Hollandse plezierjachten, een Hollandse woonboot en een Gentse lichter lagen in het sas. Je komt ze verdorie overal tegen die Hollanders ! Is het niet op de Vogelenmarkt, dan wel op een godvergeten kanaal ergens in de Walen. Verder is het grappig dat Hollanders je in het buitenland steeds in het Engels aanspreken. No Mam, we don't live here, we are just making a nice walk in the neighbourhood. Mor ge meugt Vloms klappe ! Dat laatste verstaan ze dan ook weer niet 😔😔😔. Maar alle gekheid op een stokje, voor den Hugo was dit weer een uitgelezen moment om het versassen op te volgen. Schepen en maritieme zaken biologeren hem mateloos. De oorzaak valt volgens mij waarschijnlijk te verhalen op zijn beroepsverleden. Ik kreeg van hem een snelcursus sasmechanica ter plaatse. Stilletjesaan vulde het sas zich tot op het juiste niveau. Ondertussen konden we een babbeltje slaan met de stuurvrouw van het plezierjacht de 'Amersfoort'. Ze was de echtgenote van de kapitein. Ze was volop bezig met de fenders te verplaatsen ten gevolge van het stijgende water in het sas. Ik hielp haar even met het aanlijnen op de bolders. Ze hadden een tochtje gemaakt naar Namen met hun jacht zo bleek. Haar stuurmanskunst trek ik niet in twijfel maar bij haar kennis van de hydrografie had ik toch mijn twijfels. Welke waterlopen ze moesten volgen om tot in Utrecht te geraken was haar niet meteen zo duidelijk. Hopelijk is haar kapitein hiervan op de hoogte. Het werd een korte maar zeer aangename babbel met deze Nederlandse dame. Eens ze het sas konden uitvaren restte er ons hen nog een behouden vaart toe te wensen. 

En hopla, we konden aan het 4de stuk van de wandeling beginnen. Jawadde, dat was de moeite. We waren in wijzerszin aan de statie met de wandeling begonnen. Moesten we in tegenwijzerszin gestapt hebben en met dit laatste 4de stukje dus als eerste begonnen zijn dan had ik na 5 km de handdoek in de ring gegooid. Jawadde zeg ? De terril van Le Martinet was al een kuitenbijter maar nu kwamen er ineens nog eens 4 kanjers aan de beurt die met nog gretigere tanden in je kuiten hapten. In deze volgorde sloegen ze toe : De terril Bayemont Saint Charles, de 2 terrils Saint Théodore Est en Ouest en tot slot, de meest venijnige : de terril des Piges. Alvorens aan deze laatste te beginnen moesten we een stukje door de volkswijken van Dampery stappen. De behoefte aan een fris pintje was gerezen maar een kroegje was er niet te vinden. Ik schatte in dat wanneer je in deze verpauperde buurten een kroeg opstart, dat er na een week commerce geen glas meer heel is gebleven. Jongens toch, dat was een luguber buurtje. De armoede en miserie kon je er zo van de mensen aflezen.  Hangjongeren liepen er ook rond. Weliswaar met fonkelende bolides maar met een blik waar de uitzichtloosheid op het bestaan van afdroop. 

We haastten ons vervolgens naar de laatste terril. Deze van Des Piges. Na het beklimmen van deze laatste was mijn pijp uit. Op het lastigste stuk had men vanwege de steile hellingsgraad trappen aangelegd met spoorwegbils. Treden van bijna 30 cm hoogte brachten je naar de top. Ik moet toegeven het uitzicht daarboven was adembenemend maar voor een 6de terril zou mijn pijp uitgegaan zijn. Het afdalen was zonder trappen en ik vermoed dat dit bij regenweer resulteert in een begrafenis. Maar de voldoening dat je naar boven bent geklauterd en hiermee elke meter van deze magische Boucle Noir hebt uitgestapt is groot. We kwamen terug in de bewoonde wereld, onze dorst was ondertussen problematisch geworden. Dichter toegekomen aan het station wees den Hugo op een terrasje. Verdere commentaar werd overbodig en we nestelden ons in het zonnetje aan een tafeltje. 2 pinten Bavik tegelijk bestelde onze maat. Die smaakten. Iets later dook er een vervaarlijk uitziende motard op samen met zijn machine en dit vlak aan onze tafel. Het leek wel een sympathieke knul en we nodigden hem uit om samen 'Une Choppe' te consumeren. Dat kon op zijn waardering rekenen en hij zette zich erbij. Even later lagen we beiden in een deuk. Hij begreep niet dat we al meer dan 40 jaar getrouwd waren met dezelfde vrouw. In zijn leefwereld was dit onvoorstelbaar temeer daar hij zelf niet getrouwd was. Elke voorbijlopende vrouw of meisje trok daarentegen wel zijn aandacht en werd aangesproken in de meest subtiele bewoordingen die ik hier niet aan mijn blog ga toevertrouwen. De kelner was dan volgens hem weeral een 'pédé'. Gelukkig kende die jongen zijn klanten en kon hij er hartelijk om lachen. Het waarheidsgehalte van elke anecdote die hij opdiste bekrachtigde hij met een high five waarbij hij eerst een vuist naar je vooruit stak die zijn zware doodskopring in beeld moest brengen. Ik moest wel het een en ander vertalen toen hij zijn uitleg aan den Hugo deed maar voor het woordje 'LouLou' waarmee hij den Hugo constant aansprak vond ik geen geschikte vertaling. Ook met deze kleurrijke kerel was het even aangenaam verpozen. Het was allicht geen grijze muis. En voilà, de dag zat er op en iets na 6u spoorden we terug naar huis. Dit was een stapdag om niet al te vlug te vergeten. Zware kost was het wel. Een kleine 25 km en 700 hoogtemeters  vraagt opnieuw wat training van me maar de voldoening is navenant geweest ! Naar gewoonte hebben de afwezigen weeral iets gemist ! Eigen schuld, dikke bult 😇😇😇.