29 Februari 2024 een schrikkeldag. Dat maak je niet al te dikwijls mee in een mensenleven. Edoch, deze dag was niet 'schrikkel' genoeg om me ervan te weerhouden een toerke te stappen. Ik had m'n zinnen gezet op een wandelingetje in Eupen. Ondertussen was het al bijna 10 jaar geleden dat ik me bij een eerdere keer in deze regionen waagde. Te zegge en schrijven 30 dec 2014 : Een toereke rond de Vesdervallei . De opkomst van de stapmaten was eerder gering, enkel onzen Hugo tekende in voor de uitstap. Eupen ligt nu niet achter het hoekje van de straat dus was het zaak om vroeg uit de veren te stappen en op te krassen. Wederom om 5u26 de bus op en om 6u42 de trein naar Leuven. Wat is het nog stil op straat rond deze uren ! Om 6u50 zag ik den Hugo op de trein wippen in Temse en om 9u45 zaten we in Eupen. Moet je weten dat we in Leuven op de verkeerde trein waren gestapt en dat onze reis al eindigde in Welkenraedt op een 8- tal kilometer voor Eupen. Geen paniek, een kwartiertje later kwam deze voor Eupen er aangebold en konden we ons reisje voortzetten.
Na die 10 jaar was de stationsomgeving zo veranderd dat ik het niet meer herkende. Maar goed, we vertrokken richting Heidbergpark en verder door het gehucht Nispert. In Nispert trok een raar bouwwerkje de aandacht. Een open waterput begot en aanvankelijk dachten we dat het een bron was maar het bleek gewoonweg een kunstwerk opgericht om de architect van het Nispert Haus eer te verlenen. Dit kunstwerk op de Haasbach, een snelstromend beekje, werd opgericht naast dit vermaarde huis. Het huis werd in 1747 volgens de plannen van architect Johann Joseph Couven in opdracht van lakenhandelaar Erich Adolph Goertz gebouwd. In het huis is vandaag nog steeds een muziekkamer met Mechelse tapijten te zien. In een andere kamer heeft een kunstenaar uit dezelfde periode een kopie gemaakt van een beroemd schilderij, dat het bijbelse verhaal van Esther uitbeeldt. Naast het patriciërshuis en het aantrekkelijke park staat de Johannes Onthoofding kapel in rococo uit het jaar 1748.
Maar we stapten verder. ! We volgden nog even de Schonerfeldweg tot buiten de dorpskom en aan de Koninklijke Militaire school duikelden we het Osthertogenwald binnen. Het beloofde een pittige kennismaking te worden gezien de klauterpartijtjes waar we ons zo op het eerste zicht konden aan verwachten. Om te beginnen bevonden we ons op het tracé van een kinderwandeling. Het kabouterpad over een lengte van 3km werd er aangelegd om kinderen op een speelse en educatieve manier de leerstof over bos en natuur bij te brengen. Maar we bleven niet op dat kabouterpad en trokken dieper het woud in door de gebieden Diebach en Hasenell. Verdorie het was koud. 4°C showde de thermometer maar met een gevoelstemperatuur van 2°C trek je al vlug nog een laagje kleding bij aan. Tevens stond er een erg gure wind daarboven op het plateau. Prachtige wandelgebieden door het leefgebied van houtvesters en inheemse fauna spreidden zich voor ons uit. De houtkap is er duidelijk zichtbaar. Gevelde boomstammen liggen mooi gealigneerd langs de wandelwegen en diep in de bossen zie je houtvesters bezig met tractoren om de gerooide stammen te verslepen.
We waren zinnens om het tracé van 18km te volgen maar we botsten op een wegsperring. Deze werd aangebracht om het daar fouragerende wild in alle rust hun gang te laten gaan. Dat moet gerespecteerd worden en vervroegd gingen we richting het stuwmeer uit. Op weg daar naar toe konden we aan een picknicktafeltje ons schof aanspreken. Een horde OKRA adepten banjerde ons voorbij en we meenden dat ze Nederlands praatten. Ik ging me bij hen informeren ... 'Het zijn de mannen van den OKRA Hugo !" riep ik onze maat toe. Daarmee werd zijn vermoeden bevestigd en zijn nieuwsgierigheid bevredigd. Achteraan die drom wandelende Okralieten bengelden er een heel eind achterop hun druk taterende wederhelften. Eén van hen riep me toe dat er ook 'Vrouwen van den OKRA' bestaan. Ja man, heel dat OKRA gegeven gaf wel gespreksvoer tijdens onze picknick. Een fleske wijn onderbouwde onze gelijklopende meningen aangaande deze vorm van groepsvermaak. Het is knap dat er voor gepensioneerde senioren dergelijke initiatieven worden genomen. Zo worden de mensen bewogen om niet in huis in de zetel te blijven zitten. Alle hulde dus aan de initiatiefnemers en de leden. Maar helaas ik zou niet kunnen aarden in de kudde. Ik neem liever zelf het iniatief dan dit aan anderen over te laten en tot op een bepaald punt bepaal ik liever zelf waarin of waarmee ik me wil engageren in plaats van me verplicht te voelen. Hetzelfde geldt eveneens voor de keuze in het gezelschap waarin ik me wil begeven. Ik koester nog altijd het adagio : Het zijn enkel degenen die een spiegelbeeld zijn van je ziel waartoe je je aangetrokken voelt. Voilà, zo denk ik erover maar tegelijkertijd met alle respect voor de mening van een ander ! Ik denk dat onze pelgrimsaard oorzaak is aan deze kijk op een dergelijk verenigingsleven (*).
Na de picknick ging het dus richting stuwmeer uit. Daar aangekomen botsten we op een reuzeparking waar er enkele touringcars geparkeerd stonden. In de Weserthalsperre, kwa horeca een immense brasserie restaurant en bijgevolg de toeristische trekpleister bij uitstek voor groepen, hadden die OKRA-leden hun bijeenkomst en naar alle waarschijnlijkheid zal er daar wel hun groepsdineetje plaats gevonden hebben. Dat het hen gesmaakt moge hebben maar wij stapten naar de stuwdam voor enkele fotootjes. Het blijft een indrukwekkend bouwsel die dam. Gegevens hierover maakte ik 10 jaar geleden al kond in m'n blog. Onderaan de dam spoot het water er met een enorme kracht uit in een spaarbekken waarin de vloed enerzijds werd opgespitst naar een waterzuiveringsinstallatie en anderzijds naar de wedergeboorte van de door het stuwmeer onderbroken Vesder. Die zocht, klaterend van geluk vanwege de bevrijding, zijn weg verder naar lager geleden gebieden. Voorbij de stuwdam volgden we nog steeds in het Hertogenwald de andere oever van de Vesder. Ook hier en daar waren er onderbrekingen in het parcours en het was niet altijd even duidelijk of de opgestelde borden of barelen nog relevant waren om gehandhaafd te blijven. Het resulteerde in het regelmatig bijsturen van de te volgen route. Het laatste stukje woud hield nog een venijnige klim in naar een blokhut. Even rust dus in die blokhut waarmee tevens het geschikte moment was aangebroken om de rest van het fleske wijn soldaat te maken. Na uitgepuft te zijn ging het nu terug in de richting van Eupen stad. Stilletjesaan ging het vanaf dan in dalende orde.
Na de diverse aanpassingen kwa de te volgen wandelweg konden we in het Ostpark eindelijk terug aanpikken op het oorspronkelijke trackje. Aan de St. Lambertuskapel namen we nog een korte stop om het slijk van onze bottienen te schrobben. Aangezien den Hugo voorstelde om in de 'Ratskeller' nog iets te gaan drinken kon deze schrobbeurt geen overbodige inspanning genoemd worden. Die Ratskeller was een sjiek etablissement en geheel in stijl bestelden we er een Eupener Pilser. Die smaakte naar nog ééntje maar de trein riep en niet enkel dit maar de prijzen voor een pintje waren van die aard dat nippen van je pint in plaats van te heisen je behoedde voor een gepeperde rekening. In Leuven zouden we nog even een loepzuivere Stella gaan degusteren in een typische stationskroeg alvorens het thuisfront op te zoeken. Rond de klok van 21u was de hereniging met het thuisfront een feit. Een mooie dag weeral met den Hugo.
(*) PS: . 1- Ik wil helemaal geen asociale indruk wekken, dat dicht ik mezelf niet toe en misschien moet ik later deze mening zelfs herbekijken maar voorlopig is dat voor mij nog niet aan de orde. 😏😏😏 2- Reeds 63000 hits op deze blog op 1 mrt 2024
Het was vroeg dag gisteren. Al om 5u20 wipte ik op de bus om me naar Heers in Limburg te begeven. Een solowandeling nog eens een keer. Solo dus en bijgevolg was het een ideaal moment om nog eens een stukje SGR op te souperen. De SGR Haspengouw werd al eerder aangesneden en wachtte al geruime tijd op een vervolg. Een stukje tussen Heers en St. Truiden zou het worden, goed voor 23km. Heers ligt tussen Tongeren en St. Truiden en om daar te geraken met het openbaar vervoer wordt je wel eventjes zoet gehouden. Het duurt even. Alhoewel, ... met het drukke verkeer van tegenwoordig denk ik dat je het best mag veralgemenen naar het automobielvervoer toe. Met de bus naar St. Niklaas, 2 treinen - naar Berchem en dan naar Hasselt - en tot slot een bus ter afronding tot in Heers. Een gesmeerde verplaatsing, het mag gezegd. In St. Niklaas moest ik de trein halen van 6u. 6u dat is veel te vroeg om op te lijnen met de stapmaten dus even solo gaan was de boodschap. Wel vond ik het een beetje eigenaardig dat er op de displays in het station waarop de vertrektijden vermeld worden deze trein er 2 keer op voorkwam. Een eerste keer werd aangegeven dat hij niet reed - waarom ? - God weet ! - en daaronder stond hij terug vermeld met het normale vertrekuur. Bij navraag bij de loketbediende of de trein al dan niet reed bleef een zinnige uitleg achterwege. Maar de trein reed dus wel degelijk.
Okee dus en om 9 uur stapte ik af aan het kruispunt van de baan naar Waremme met de Steenweg N30. Er was daar op het eerste zicht zo niets spectaculairs te zien. De SGR bevond zich immers een kilometertje verder. Even de hoek om gestapt en hopla ... daar op de steenweg wuifde er in het voorbijstappen al direct een knappe dame me vanuit haar venster een goeiemorgen toe. Niet één maar nog 2 andere dames iets verderop betoonden me dezelfde gentilesse in het voorbijwandelen. Daar had ik me helemaal niet aan verwacht. Iets te laat, ik was al een eindje verder, realiseerde ik me dat het raammadelieven waren. Ja zeg die begonnen wel heel vroeg aan hun shift ! Extra uren, precies of er was sprake van verlies aan omzet geweest dat vlug goedgemaakt moest worden. Indien zo zie ik een verband met 14 februari en Valentijn. Hun vast cliënteel liet waarschijnlijk daags te voren verstek vanwege de obligaat te vervullen amoureuze verplichtingen. Moest je het me vragen om dewelke, volgens mij zijn dit verplichtingen zowel op financieel als op fysiek vlak.
Na nog een 3-tal cabardouchkes gepasseerd te hebben, dit keer met enkel een lege stoel in de vitrine, was het na 500 meter afgelopen op die liefdesboulevard. Ik kreeg nu aansluiting op een wandelpad waardoor ik opeens volop in de natuur zat. Het landschap zag er schitterend uit. Een glooiend terrein waardoor er een weids uitzicht ontstond over het ganse gebied. Omgeploegde akkers en weilanden in veelvoud ontplooiden hun maagdelijkheid. Die maagdelijkheid viel moeilijk vast te stellen bij mijn ontmoetingen ietsje eerder op de dag. Het pad ging richting Gelinden uit en toen het dorp in zicht kwam kon je niet meer ontkennen dat je in Haspengouw zat. Het is dan ook De Fruitstreek van ons landeke. Let op de hoofdletters ! De boompjes stonden er nog kaal bij in de fruitgaarden maar hier en daar viel er al bedrijvigheid te noteren van tuinders die met het snoeiwerk bezig waren. Als al die fruitbomen in bloei staan zijn er geen woorden om die pracht te beschrijven. Het was dus nu eigenlijk de periode niet om daar een wandeling ineen te steken maar goed, ik stapte voort. Ik kom nog wel eens terug naar deze regionen.
Het volgende dorp, een 5km verder, betrof Mielen boven Aalst. 'Mielen boven Aalst', what' s in a name ? - ligt op de landkaart eigenaardig genoeg onder het Limburgse Aalst. Je moet Limburger zijn om dit te kunnen verklaren. De omgeving langs de weg ernaartoe leek op een gigantisch golfveld. Eén kolossale vlakte aan omgeploegde akkers en grasland. Een biljartlaken bijna. De vele kerktorens in de verte van de omringende dorpjes markeerden de holes. Een betere metafoor kan ik me zo direct niet bedenken. Zalig stappen was dit ondanks de stevige wind die er op die vlaktes stond. De temperatuur was ook al opgelopen en er kon een laagje kleding minder. Het viel me op hoe stil het in die dorpjes is. Je zag er geen mens op straat.
Na dit 'Mielen' ging het richting Kerkom uit. Het landschap werd nu eerder gekenmerkt door enorme holle wegen. Ik schat wel wanden tot 4 meters hoog en meer. Hoewel imponerend mooi gaf het geheel bij wijlen een akelige beklemmende indruk. En bij momenten lag het er ook nog erg slijkerig bij. Jammer genoeg was dit tot ergernis van mijn nieuwe bottienen. Verdorie toch, ik begon het in mijn benen te voelen. Op het eerste zicht zou ik gewaagd hebben van een vals plat maar dit wandelingetje hield toch een slordige 350 hoogtemeters in. Je zou het niet zeggen maar des te meer wel voelen wanneer je dat stijgen en dalen een tijdje niet meer gewoon bent. Het werd ondertussen stilletjesaan tijd om de boterhammetjes aan te spreken. Een bankje onderweg naar Kerkom bood hiertoe mogelijkheid. Ik was content dat ik me even kon neerzetten.
Een volgend hoofdstukje in dit stukje SGR was het Cicindria wandelpad. Ik bevond er me op zonder het te weten. Wist ik veel dat de mooi kronkelende beek waarlangs ik liep de Cicindriabeek is. Deze beek was de hoofdactor in het ontstaan van St. Truiden. St. Truiden is ontstaan aan de vruchtbare oevers van deze beek. Den Trudo, de stichter van de stad, kwam uit een landgoed in Straeten. Dit gehucht lag op een belangrijk kruispunt van Romeinse wegen. In deze vallei, Val St-Trudon, stond er tot in de 13de eeuw een klooster van de benedictinessen. In 1986 werden er langs de Romeinse weg belangrijke archeologische vondsten opgegraven. Deze zijn nu te bewonderen in het stadhuis op de Grote Markt. De Cicindriawandeling op zich waarvan ik maar een klein stukje gelopen heb bestaat uit 3 lussen. Wil je meer weten ? Lees het hier : De Cicindriawandeling.
Tussen Kerkom en Sint Truiden ligt het vliegveld van Brustem. Dit vliegveld werd door de Duitse bezetter tijdens de WO2 in bezit genomen. De piloten werden ondergebracht in de omliggende kastelen en konden in luxe en weelde baden ter compensatie van de risico's die ze namen op hun gevaarlijke missies. Tot wel tien toestellen per nacht hingen in de lucht. Hun opdracht bestond erin om Britse bommenwerpers die‘s nachts richting Duitsland vlogen om daar steden en militaire installaties met een bommentapijt te bestoken te onderscheppen en uit de lucht te schieten. Een Duitse piloot, Heinz Schnauffer genaamd was wel bijzonder doeltreffend, zo bleek. Hij haalde 121 geallieerde kisten neer. Deze nachtjachtbasis van de Luftwaffe was dan voor de geallieerde jagers ook een belangrijk en strategisch doelwit. Vooral tijdens de voorbereiding van de landing van Normandië werd het meermaals door bommen van Britse en Amerikaanse toestellen geraakt. Hierbij vielen aan Duitse kant 158 piloten, bemanningsleden en grondpersoneel. Ze werden eerst begraven tegen een muur op het stedelijk kerkhof van Sint-Truiden. Later werden de lichamen opgegraven en opnieuw ter aarde besteld in een bos op het kasteeldomein van Brustem. Maar na de oorlog, meer bepaald in mei 1948, werden de stoffelijke resten naar hun laatste rustplaats gebracht zijnde het Duits kerkhof op Kattenbos in Lommel. De dodentol onder de geallieerde vliegtuigbemanningen was ruim drie keer groter. Liefst 512 lieten er hun leven. Ze werden door de Duitsers met militaire eer begraven op het vliegveld van Brustem. Moest het je enigszins interesseren, dan bevat dit PDF document erg interessante informatie omtrent de afwikkelingen rond deze vliegbasis tijdens de oorlog : Verslag Duitse Nachtjagers Brustem .
Er ontstond ook een mysterieus verhaal in die tijd over een spookvlieger. Het sprak en spreekt de Truiense bevolking nog steeds zodanig tot de verbeelding dat er niet alleen een bier naar 'De Spookvlieger' werd genoemd maar dat er ook een straat naar dit spook werd genoemd, namelijk de 'Spookvliegerlaan'. In de oorlogstijd werden bepaalde tactieken gebruikt door zowel Duitse als geallieerde piloten om op een listige wijze achter de vijand aan te gaan. De Spookvlieger van Brustem viel elke nacht met een mysterieus vliegtuig de luchtmachtbasis van Brustem aan toen die in Duitse handen was gevallen. De Truiense piloot nam deel aan aanvallen op Duitse doelwitten en stierf bij een crash op 2 januari 1944 na een aanval op Berlijn. Deze mysterieuze strijder des vaderland gaf tijdens en na de Tweede Wereldoorlog heel wat aanleiding tot mythevorming. Een niet onbelangrijke rol speelde daarin de novelle ‘De Spookvlieger van Brustem’, uitgegeven in 1952, door E.P. Aurelius Mertens.”
Zo, deze exposé heeft niet veel gemeen met wandelen maar het vernoemen ervan onderlijnt toch maar even de stelling dat we reizen, weliswaar te voet in mijn geval, om te leren. Na het gehuchtje Bevingen gepasseerd te hebben stond ik aan de stadsrand van St. Truiden en er restten me nog 1500 meter te overbruggen tot aan de statie. Mijn pijp was eerlijk gezegd uit. In het stationsbuffet kon ik nog even op de trein wachten. Tijd genoeg om een beloning op te halen. Alhoewel ik graag zo een spookvlieger had geproefd moest ik me tevreden stellen met een smakelijke Leffe. Die had ik verdiend. Het draaide goed daar in dat stationsbuffet. Veel volk en een gedienstige stamineebaas al moet ik erbij vermelden dat een groot deel van zijn klanten, er zoniet afgevallen dan wel niet al te hoog op de sociale ladder stond - maw, ik voelde me er min of meer thuis 😊😊😊. En wat betreft die SGR Haspengouw : Nog 2 tracks, misschien wel 3 schieten er over. 2 al zeker en 3 als ik er nog ééntje opsplits. Die plakt dan ook onder m'n bottienen. En het zijn er zoals geweten nieuwe. Er kunnen er bijgevolg nog veel bijgeplakt worden. Tot een volgende dan maar weer. Hopelijk met de stapmaten.
De stad Gent pakte na 3 jaar weer uit met haar lichtfestival. Het hoge bezoekersaantal tijdens de vorige happenings zorgde voor erg veel opstoppingen. Om een dergelijke volkstoeloop beter te spreiden werd er gekozen voor een langer parcours. Samen met de 2 zonen Kristof en Frederik wiens partner Bea ook van de partij was vertrokken we aan de Gent Dampoort voor een avondwandeling door de Gentse binnenstad. Een kleine 8km aan slentersnelheid werd het. 23000 duizend stappen telde m'n stappenteller. Dat zijn grosso mode 800000 cm te delen door 23000. Dat levert een paslengte op van 35cm daar waar een normale paslengte tussen de 70 en 75cm ligt . Dat werd dus schuifelen over de ganse lengte van het parcours. Daar wordt je pas moe van in de benen. Alles oogde fascinerend mooi verlicht met veel dynamiek. Een merkbare focus was gericht op de indrukwekkende historische gebouwen, de kade en de dokken, de vrijdagmarkt enzoverder om nog te zwijgen over de knusse straatjes met de gezellige kroegjes. Het mag gezegd worden : Gent is een erg mooie stad en als Sinjoor ... euh pagadder want geboren buiten de stadswal van de koekestad, zal het me zeker kwalijk genomen worden dat ik kwa schoonheid de stad Gent de ereplaats gun. Moest het jou interesseren dan geef ik hier even de link mee met een overzicht van de opgestelde kunstwerken. Het bespaart me de moeilijkheid om de gepaste woorden te vinden en tegelijkertijd een volledig overzicht te schetsen. Hierzie : Lichtfestival Stad Gent.
Vandaag werden de goede voornemens nog eens in herinnering gebracht. Bacchus moet iets meer wandelen gestuurd worden, dat is er al ééntje van. Een beetje tegemoetkomen aan de wetten van de fysica aangaande de zwaartekracht wordt ook een betrachting. Dat is nummer 2. Vetrolletjes zijn ook aan dit natuurkundig verschijnsel onderhevig en bepalen mee het overtollige lichaamsgewicht. Alhoewel Newton dit niet vermelde in zijn Philosophiae Naturalis Principia Mathematica hoef je geen dokter in de geleerdheid te zijn om te kunnen stellen dat het gewicht van enkele kilootjes minder of meer buikvet invloed heeft op knoken en gewrichten. Dat moet wat naar beneden. En tot slot, nummerke 3 : Rust roest en naar mijn oordeel zou een dagelijks wandelingetje terug voor de nodige beweging kunnen zorgen. De jaren tikken aan en bewegen wordt zo stilletjesaan een must. 10 à 12 km zijn nu echt geen moordende ondernemingen, dat is wel doenbaar. Proberen maar !
Voor vandaag opteerde ik voor een lijnwandelingetje tussen Waasmunster en Lokeren. Een auto is bij momenten onmisbaar maar minder en minder voel ik me geroepen om me hiermee te verplaatsen. En meer en meer begin ik te opteren voor het openbaar vervoer, de velo of een verplaatsing per pedes apostolorum. Men is dan wel eventjes langer onderweg om op bestemming te geraken maar het went en je komt er wonderwel ook. Tijd wordt tastbaar want een verplaatsing van A naar B vraagt enige moeite. Beetje rekenwerk met vertrektijden, beetje googlen in maps en met de hulp van enkele appjes wordt dit kinderspel zodat je gezwind de bus op springt. Als je niet meer werken gaat heeft tijd, lees stiptheid, weinig of geen belang meer. Het begrip ‘Je tijd nemen voor’ krijgt opnieuw enige betekenis. Ik stelde bij mezelf vast dat ik iets te vlug en eerder routinematig voor het gebruik van de wagen koos. Waarschijnlijk ben ik daarin niet de enige en mag men wel spreken van collectieve gemakzucht. Ik denk er niet ver naast te zitten. De voordelen van het gebruik van het OV daarenboven zijn legio. Geen gesakker bij files en omleidingen, geen parkeerproblemen, geen verkeersboetes, geen geërger aan roekeloze weggebruikers, snelheidsduivels en bumperklevers die je opjagen, de ratrace om ter snelste gaat aan je voorbij en bovendien ontbreekt het gevoel een melkkoe te zijn van de staat, … maw zen in't kwadraat ! Het openbare vervoer is voor mij als het ware een herontdekking.
Ik wipte op de bus rond 11u30 en om 12u15 stond ik in Waasmunster. Ik vergiste me van halte in Waasmunster, helemaal geen erg, en reed iets verder dan voorzien. Had ik het geweten dan zou ik ́de weg door het park van het kasteel Blauwendaal hebben uitgestippeld. In oktober 2021 ben ik daar ook gepasseerd. Maar goed, het was rustig stappen door de bebouwde kom van Waasmunster. Eens daar uit zat ik volop in de natuur. De zandweg Damsakkers genaamd lag naast het domein van kasteel Roos. Rechts weidse velden, links op het domein een halfgerooid en verfomfaaid bos met rottende boomstammen her en der verspreid. Dat kasteel Roos moet ooit betere tijden gekend hebben. Het staat nu te koop voor 2 miljoen. Na het faillissement van het West-Vlaamse oplichters duo Laurent Demey en zijn ex-vrouw Daisy Ragole wil de gedupeerde Deutsche Bank het imposante kasteel te gelde maken. Soit, vergane glorie en nu laat het enkel nog een desolate indruk na.
Ik stapte verder door, de brug van de E17 onderdoor en volgde de Neerstraat tot aan de Hamputten die samen met het Molsbroek, de Durmemeersen en de Buylaers het Groot Molsbroek vormen. Het is een, naar Vlaamse normen, vrij groot natuurreservaat (122 hectare) met optimale toegankelijkheid. De wandeldijk biedt een mooi zicht op de diverse natuur: een uitgestrekte moerasvlakte met talrijke watervogels, elzenbroeken, rivierduinen, rietvelden en vochtige graslanden. Op de wandeldijk vind je 8 infoborden, 3 gratis te gebruiken vaste verrekijkers, een 24/7 infopunt, kijkkast met stereodia's, een insectentuin met blote voetenpad en in de winter een kijkwand bij de wintervoederplaats.
Maar ik stond aan de ingang van de Hamputten, een zandwinningsgebied. Aan de ingang van het pad vond ik een hilarische tekst op een bordje. 'Zwemmen in de Hamputten wordt niet toegelaten en daarom wordt uit voorzorg de wandelweg afgesloten. Lap ! Ik had geen zwembroek bij aangezien ik niet de intentie had om daar in het ijskoude water te duikelen dus stoorde ik me niet aan het verbod en ging gewoon door. Het is een heel mooi stukje te vergelijken met de talrijke tiendwegen in Zuid-Holland die ik tegenkwam toen ik het Floris V pad liep. Het smalle onverharde pad loopt dwars door de enorme watervlakte waarover deze Hamputten zich uitstrekken. Links en rechts word je op stapafstand door het water omringd. Het water stond erg hoog en overspoelde op sommige plaatsen het pad. Het Molsbroek liet ik links liggen nadat dit pad ten einde liep en zocht het jaagpad langst de Durme op. De laatste kilometerkes naar Lokeren werden afgebonjourd langs de prachtige durmeboorden. Mission completed. 11km op de kop. Geen tripel, geen apero … just walking and wandering. Het werd een mooie wandeling, Het weer was iets minder. Een met grijs overtrokken hemel en veel wind. Die zorgde dan weer voor bakken verse hapklare lucht. “Elk nadeel hep ze voordeel” zei Johan Cruiyff zaliger. En zo zie je maar.
Een weer om bij wijze van spreken geen hond door te jagen had tot gevolg dat er de vorige week niet op uit getrokken werd. Deze week, van woensdag op donderdag, stond er 's nachts een beter gesternte waardoor de weergoden goedgemutst voor een mooie dag zouden kunnen zorgen. Het werd bijgevolg verzamelen geblazen in Schoonaarde. Een lijnwandelingetje tussen dit Scheldedorpke en Wetteren lag aansnijdensklaar op de broodplank. Inspiratie voor dit trajectje had ik enkel maar te jatten op de website van de Grote Routepaden. We kunnen hier dus spreken van enige gemakzucht mijnentwege. Een kleine 20 kilometertjes doorheen de Scheldemeersen moesten deze keer volstaan om het gegeven ‘wandeling’ enige inhoud te geven.
10u10 en het 'verzamelen blazen' klonk daar in Schoonaarde. Samen met den Hugo spoorde ik daarvoor over Dendermonde. Voor de Marc en de Ronny was dit over Mechelen. Vrij vlot, zijnde weliswaar bij uitzondering - dus min of meer zonder al te grote vertragingen, bereikten we onze bestemming. Eerst diende er een kort stukje in de ochtendmist gelopen te worden tot aan de Scheldedijk vooraleer we er aan konden beginnen. Die mist omfloerste jaagpad en water. Een ideaal kiekje voor een begrafenisprentje dacht ik nog. Mooi decor. Er zat behoorlijk wat vaart in de stroming van de Schelde en dat leidde bij de Ronny en den Hugo tot enige speculatie. De Ronny beweerde dat hij zou kunnen overzwemmen en daarbij hooguit 50m zou afdrijven. Den Hugo maakte daar 500 meter van. Gewed werd er nog juist niet ! Stel .... ! Iets later fluisterde de Ronny me toe dat hij sowieso een weddenschap zou winnen. De leperik zou gewacht hebben op het dode tij. Dat werd immers eerder niet vermeld in de weddenschapsvoorwaarden. Den Hugo wist ons ook te vertellen dat de bewoners hier in de regio serieus worden getreiterd door knijten. Een echte plaag die elk jaar terug de kop opsteekt bij warmer weer. Het schijnt dat de aanplant van cannabisakkers hieraan kan verhelpen. Gemuteerde cannabis wel te verstaan.
Via de wandeldijk langs de Schelde wandelden we achtereenvolgens langs het Paardebroek en de Paardeweide. Deze twee wetlands behoren tot het natuurreservaat 'de Scheldemeersen'. De Paardeweide met 85 ha aan oppervlakte is één van de gecontroleerde overstromingsgebieden van het Sigmaplan. Hier loopt de Schelde bij extreem stormtij over de dijk en in het gebied om zo de bewoonde gebieden te beschermen tegen de overstromingen. Infoborden langs het pad doen er de ambitieuze opzet van het Sigmaplan uit de doeken en maken je wegwijs in de natte natuur. Nieuwe planten, vogels en vissen vonden al snel hunne weg naar deze nieuw ingerichte natuurpareltjes. Vooral de Paardeweide met haar open water, rietkragen en een mix van graslanden is een hotspot voor vogels. Een bont allegaartje van reigerachtigen, steltlopers en andere watervogels strijken hier graag neer. Klapwiekend vloog zo een specimen uit de reigerfamilie boven onze kop. Opletten dus dat er niets gedropt werd want die mannen hebben nogal eens last van darmkolieken en dat kan tot onappetijtelijke gevolgen leiden.
Na die Paardenweide stapten we richting Domeinbos Berlarebroek waarbij we regelmatig in die wetlands duikelden. Uiteraard lagen de paadjes er modderig bij. Zelfs hier en daar stonden ze blank. Dat was te verwachten en daarom had ik in de morgen nog m’n oude bottienen aangetrokken. M’n nieuwe bottienen wilde ik nog even een dergelijk parcours besparen.
Onze Marc is nog steeds niet genezen van zijn rijstvlaaiverslaving. Naar verluidt heeft hij na het uitbranden van de bakkerij van z’n vroegere dealer er een nieuwe ontdekt waar hij zijn gerief kan halen. Let wel, de lat kwa kwaliteit van vlaaike ligt hoog voor onze maat. Met de traditionele stop voor de rijstvlaaikesdegustatie konden we recenseren. Het mag gezegd en beaamd worden door mezelf en den Hugo : Ze zijn superlekker. De Ronny daarentegen, die onthield zich van commentaar want hij lust zoiets niet.
Tegen het middaguur aan, ondertussen waren we al terug naar die Scheldedijk gekeerd, keken we uit naar een kroegje om te kunnen schoven. Via een kleine omweg belandden we in Uitbergen waar in cafe 'De Zwaan' onze nood kon gelenigd worden. De stamineebazin, vooraan de 40 schatte ik haar, maakte geen bezwaar dat de bokes mochten opgegeten worden. Met een tripeltje of een koffietje erbij konden we na afloop over een geslaagde maaltijd spreken. Recht over het café stond er een groenten- en fruitkraam opogesteld. Dat staat er alle dagen. De Ronny kocht er 12 dadels zo groot als ganzeneieren. Volgens onze maat kon de marktkramer maar tot 6 tellen. 12 stuks werden er 2 maal tot 6 tellend in het zakje gestoken 😊. Dit even ter zijde. Gemanierd dat we waren en dit nog steeds zijn vroegen we bij het opstappen naar borstel en blik. Je laat immers serieus wat zand en slijk uit je bottienen achter na zulk een bezoekje en dat is wel vervelend. Maar het hoefde niet, de bazin maakte er helemaal geen punt van. Ze zou het zelf wel opvagen. Arrivederci bella en txs voor de gastvrijheid.
Terug naar de scheldedijk daarna om via de Wijmeers naar het Heisbroek en zo verder richting Schellebelle te tenen. In het Heisbroek werden er stokken in de wielen gestoken. In ons geval waren dat de bottienen in plaats van de wielen. Het pad was verdwenen en in een moeras herschapen. Even op de stappen terugkeren werd de boodschap om toch nog in Schellebelle te geraken. Een wandelkoppel dat ons op enkele honderden meters volgde werd door ons gewaarschuwd voor het ontoegankelijke pad. Daar werd niet naar geluisterd en ze verzaakten aan de goede raad. Wie niet horen wil moet voelen is nog steeds een gangbare uitdrukking. Aangekomen in Schellebelle aan het veer lasten we een aperostop in. En zie daar, iets later ! Het koppel dat evengoed rechtsomkeer moest maken.
Met het luiden van een aan dat veer opgestelde bel wordt de veerman verzocht om een overzet. Helaas, het geklingel zal stoppen want dit veer is aan haar laatste ademtochten bezig. 'De veerman houdt het na 32 jaar voor bekeken en dat is een probleem !' : Dit kopte de krant onlangs boven haar paginabreed bericht. Nu kwamen de Kalkense meersen aan de beurt. Deze gebieden waren te nat om te voldoen als bouwgrond. Tot in de 19e eeuw werd hier turf ontgonnen. Zo ontstonden poelen die vogels aantrokken. Het is een 100 ha groot natuurgebied bestaande uit de aaneensluiting van de Kastermeersen, Broekmeers, Springels, Wijmeers, Molenmeers, Scherenmeersen en Belham.
Als een van de grootste overblijfselen van de Scheldemeersen vormt het een laaggelegen vochtig gebied in de voormalige overstromingsvlakte van de Schelde. Door het gebied loopt ook een oude Scheldearm, die bij een rechttrekking van de Schelde werd afgesneden. Daar zijn we dan ook langs gewandeld. Nat grasland met grachten en poelen met rietkragen en knotwilgrijen troffen we aan rond deze oude Scheldearm. De wandeling zat er bijna op wanneer de voetgangersbrug over de Schelde in Wetteren in zicht kwam. Nu was het enkel nog zaak het sjieke café 'Het Posthotel' op te zoeken. Een magnifieke locatie om een dag met de stapmaten op een waardige manier af te ronden. De Marc en de Ronny vertrokken iets vroeger, ze moesten over Mechelen sporen. Ik en den Hugo bestelden nog in de gauwte een tripeltje 😌😌😌. Zie eens aan ! Weeral een mooie stapdag kon er opgetekend worden.
Om van een frisse winterwandeling aan de zee te kunnen genieten mag het daar zeker niet regenen. Donderdag en vrijdag zouden de weergoden het rustig houden in het Walhalla. Thor was goedgezind en zou zorgen voor een stralend winterzonnetje. Hij wilde ze zelfs omringen met het helderste azuurblauw. Zulk een winterwandelingetje aan zee was ik al iets langer van plan maar met de wandelmaten kwam het er nog niet van. Met zulk mooi weer in het vooruitzicht kon ik deze week moeilijk thuis blijven en koos daarom voor de vlucht vooruit.
Met de kleinzoon lukte een uitstap naar zee iets eerder al maar dan kon ik moeilijk van een serieuze trip spreken. De pier, het strand en de kerstmarkt bezoeken daar in Oostende onder ons getweetjes zonder gemoei van een betuttelende mama of oma, mims in dit geval, was zalig. Suikerspinnen, frieten en nog wat andere ongezonde lekkernijen, rommel genaamd maw, nee geen ijsjes want het was iets te koud daarvoor, nog wat kermismolentjes erbij, allemaal 'no problem' en dit alles zonder al te veel restricties. Wat een luxe zeg. Over de stichtende waarde hiervan bewaar ik even het stilzwijgen. Bovendien valt een treinreisje naar zulk een Sodoma en Gomorra wel in de smaak van zo een jonge snaak. Eerder quality time met m'n jongste beste maat is het. Zo zou ik het althans kunnen benoemen. Zolang het nog kan laat ik dit niet aan me voorbijgaan.
Als gevolg van het uitblijven van een serieus toerke liet ik een ballonneke op bij de stapmaten maar de oudejaarsroest zat er nog een beetje in, de respons was navenant. De Ronny had eerder al interesse getoond, een plan was dus in de maak maar een triest voorval was oorzaak dat ik en de Ronny oordeelden dat de andere stapmaten niet verder op de hoogte hoefden gebracht te worden van de wandelplannen. Een ex-collega die al jaren in Oostende woont maakte melding dat zijn vrouw juist kwam te overlijden. Met het aangename aan het nuttige te koppelen besloot de Ronny om contact met hem te zoeken zodat we persoonlijk ons medeleven konden komen betuigen. Daags erna op vrijdag zijn we nog eens teruggekeerd om naar de uitvaartdienst te gaan.
Deze was ontzettend mooi in haar eenvoud. Een mooie tekst sierde haar herdenkingskaartje.
Wat ik zo graag nog in je oor had willen fluisteren
vertrouw ik nu toe aan de wind
in de hoop dat elk woord recht uit mijn hart
jou daar toch nog ergens vindt.
Rust in vrede Nicole ! Het was een genoegen jou gekend te mogen hebben zijnde een warme en fijne dame. Moge den Theo dit verlies vlug een plaatsje kunnen geven.
Na de nodige gekende treinperikelen rond afschaffingen en vertragingen konden we met enige vertraging rond 10u30 in Blankenberge afstappen. Geen erg dat het wat later werd, de treinperikelen werden onderweg immers weggespoeld met warme kippeboutjes en wat borrels rum. Blankenberge was als startpunt goed gekozen aangezien er een strakke noorderwind stond. In de rug kon die ons een beetje voortblazen. Wooow, een strak blauwe hemel omspande het zwerk ! Thor was op de afspraak ! We telden afgaand op de scherp afgetekende waterdampsporen wel 11 vliegers hoog in de lucht. Een gezonde mix van lucht aangevoerd van de noordpool en de zilte zeewind vulde de longen ... hiermee zou het genieten worden van prachtig wandelweer. Op stap dus ! Een koffieke moest er nog eerst wel af kunnen. In de 'Les deux clefs' kon dat verzilverd worden. Deze volkskroeg was ons niet onbekend. Enkele jaren terug waren we daar getuige van een taalkundige openbaring. Eén van de gasten daar, een Westvlaming en op leeftijd weliswaar, bracht zijn lessen Nederlands uit zijn schooltijd ten berde. 'Lud en duddelik moet je klap'n' zei de skoolmeestere ! Jawadde het Westvlaamse dialect heeft heus haar charme. Mooi om horen is dat. Behalve voor sommige dikkenekken uit de koekestad Antwerpen die hier de volgende domme opmerking over zouden maken : "Doe verdoeme dien hiete pataat uit oewe mond ! 😉"
We stapten daar op. Rond de jachthaven wandelend kwamen we weldra aan het strand. Veel zonnekloppers zijn we er niet tegengekomen. Te koud waarschijnlijk. De aanrollende golven zorgden voor enige inspiratie bij mijn stapmaat. De leukerd wilde persé een fotootje trekken van het opkomende tij. Zo een aanrollende golf bezorgde me verdorie een paar natte voeten. Jongens dat is genieten zo een wandeling op het strand. Geen badgasten , geen vliegers, geen jokari's, strand- noch petanqueballen vielen er te bespeuren. En zelfs op het naaktstrand van Bredene vielen er geen ontblote intieme lichaamsdelen te ontwaren. Nog gene vinger, de absolute verlatenheid van een kust in wintertijd werkt inspirerend. Enkel de compagnie van enkele strandlopertjes, die gekke aalvlugge vogeltjes, mochten we smaken. Zalig ! Tot voorbij Wenduine wandelden we op het strand. Dan ruilden we dit in voor de 'Zandpanne' een natuurgebied dat reikt tot in De Haan en eens daar voorbij overgaat in het natuurgebied 'De Duinbossen'. Het gebied ligtdus halverwege tussen De Haan en Wenduine, net ten oosten van de Zwarte kiezel. Het afwisselende landschap kent een verscheidenheid aan habitats. Zo zijn er enkele vochtige duinvalleien en een stuk ouder wordend loofbos. Heel waardevol is een open en reliëfrijk binnenduin, het laatste authentiek stukje grijze duinen in De Haan.
Een ander deel was lang geleden door mensenhanden geëffend en deed een tijdje dienst als vloeiweide voor het huishoudelijk afvalwater van de nabije kustdorpen, een waterzuiveringsproject avant la lettre dus. Dit was uiteraard een zware ingreep op de oorspronkelijke duinecologie die werd stopgezet. Ondertussen neemt de natuur terug over. De Haan op zich vind ik persoonlijk het sjiekste kustplaatsje dat we rijk zijn en dat is het ook. De Haan is alom bekend als het mooiste dorp aan de Belgische kust. Dat komt niet alleen door de aanwezigheid van het unieke en pittoreske tramstation van de vorige eeuw, maar ook door de beschermde villawijk 'de Concessie'. Deze straalt nog steeds de sfeer uit van de grandeur uit de Belle Époque.
Tijd voor de bokes was ondertussen al gepasseerd. Die hebben we kunnen aanspreken in De Duinbossen, het eerder vernoemd natuurgebied. Gluhwein en nog een aperoke in de gauwte. Een voorbijganger werd een glaasje aangeboden. De brave man wees dankbaar af. Maar we mochten kennismaken. Hij was diabetespatient en herstellende van een kwade kanker vandaar het afslaan van ons aanbod. De dokters hadden hem wijsgemaakt dat hij door de medicatie die hij moest nemen extreem zwaarlijvig zou worden. Sindsdien liep hij dagelijks tussen de 20 en 25km waarmee hij zou aantonen dat de dokters ongelijk hadden. En hij leverde ons daarbij het bewijs in levende lijve. Scherp afgetraind en in een prima mood. Chapeau zeg ! Ook het feit dat de man in kwestie vroeger overkoepelend directeur was van een aantal psychiatrische klinieken boeide de Ronny enorm vanwege de raakpunten in ieders leefwereld 😊😊😊 . Over wel meer dan 600 ziekenhuisbedden strekte zijn bevoegdheid als directeur. Dat zijn er veel. We stapten nog wat verder, hielden nog een stop aan een bankje bovenaan op de duinheuvel voor wat gemijmer rond het overlijden van onze collega zijn levensgezellin. Een roodborstje bracht ons hierbij wat gezelschap. De pluimpjes opgebold vanwege de kou trippelde het maar steeds dichter en dichterbij. Dan wipte het keer op keer weg om daarna weer op te duiken. Het was alsof het beestje iets wilde vertellen. Wat broodkruimeltjes waren vlug gevonden, vlak aan onze bottienen kwam het deze oppikken. Tot ziens gevederd vriendje of zou het bij toeval vriendinnetje kunnen zijn ? Na dit korte intermezzo werd besloten om de trip wat in te korten. Zo konden we nog genoeg tijd vrij maken om de ontmoeting met onze maat wat inhoud te geven. Afspraak in zijn stamkroeg de 'Pica Pica' daar in Oostende. Om daar tijdig te geraken zouden we beroep doen op de kusttram. Bijna aan de eerstvolgende halte aangekomen moesten we hem laten rijden. Iets te laat, ik wijt de onoplettendheid aan de intensiteit waarmee m'n stapcompagnon de gesprekken voerde. We stapten door tot aan de volgende halte. Na enkele minuutjes kwam de tram er aan.
Het deed onze maat kersverse weduwnaar zichtbaar deugd om zijn relaas te kunnen doen bij een pint. En ons gaf het een warm gevoel. We zouden 's anderendaags de uitvaart bijwonen. Dat hadden we al eerder voorgenomen !