Op het grondgebied van Lokeren staat er tegen de grens met Everslaar een kapelletje gewijd aan de OLV van Bijstand. Dit kapelletje in classicistische stijl staat er ter vervanging van haar voorgangster dat in de 16de eeuw door de Geuzen werd verwoest. Het is een mooi gerestaureerd kapelletje en aangezien er ondertussen zich enkele dreigende regenwolken verzamelden boven onze koppen werd er besloten om het schof aan te vatten. De stoelen van het kapelletje hebben we even in bruikleen buiten gezet om onze pichnick aan te vatten. Vooralsnog regende het niet. In een vlaag van opwellende devotie knielde de Michel neer op zo'n stoeltje en richtte hij met de handen plechtig gevouwen een jeremiade tot de Heilige Moeder Gods. Dat Zij hem aanhore ! Een flesje wijn, en waarom niet ? Zelfs het Nieuwe Testament maakt er melding van ! Verder nog wat tapakes en sandwichkes, de gezelligheid van weleer bleek nog niet verwelkt te zijn. Hoofdthemas van de tafelgesprekken waren vooral van financiële aard. Erfenissen, spaarboeken, pensioenhervorming etc. Alleszins maakt het mijn geluk niet uit en zijn dit bijgevolg geen pijnpunten voor mij. Ik maak immers onderdeel uit van de schare publiek waarop de spreekwoordelijke uitdrukking 'verroeste nagel en gat' van toepassing is ! 😂😂😂. Na afsluiting van het openluchtdis werden de stoelen netjes teruggezet, den Hugo stak nog 2 bougiekes aan en de Michel, graduaat netheid, veegde nog met een borstel het kappeleke proper. Ons Lievevrouwke zal hiermee blij geweest zijn.
Het binnenterras heb ik toen niet bezocht, te koud in november immers maar deze dag konden we er gezellig plaatsnemen. Echt fantastisch knap die binnentuin. Sfeervolle lampions in Duvelflesjes, de frisgroene bladeren van de trompetboom zorgden met hun overkoepelingen voor een exotisch tintje, antieke tafeltjes en stoelen maar vooral de vriendelijke bediening valt te apprecieren. Het laatste goudgele vocht werd er geconsumeerd. Met smaak en dit in dezelfde mate zoals het met deze godganse dag is verlopen. Mooie wandeling, geen drukte, Wandelpaden en Natuur ... let op de hoofdletter maar vooral een vrolijke compagnie droeg bij tot het succes. Het smaakte weeral naar meer. Dat komt wel goed. Helaas, ook in het naar huis bollen werden er met eenzelfde verwondering wat vertragingen genoteerd. 8u35 vertrek in Wetteren ! 11u45 in Beveren en dit zonder het blikken of blozen van de NMBS. 32km in vogelvlucht, wie doet er beter ?
Even terug bij de les blijven ! De SGR Kempen blijkt een moeilijke bevalling te zijn. Gestart in februari blijven er nog 5 trajecten af te malen. Vandaag werd er dus terug een stukje gelopen tussen Hoogstraten en Meersel - Dreef. Vroeg vertrokken, solo - niemand bood zich aan om mee te stappen - zo lukt het ook wel. Op die SGR's zijn er dikwijls verplaatsingen met de bus en dan is vroeg vertrekken wel aangeraden. Het is dan iets moeilijker om af te stemmen met de stapmaten maar ik heb nog geschikte toertjes in overvloed als er vraag moest komen. Het aanbod bussen is in het vroege uur ook iets groter. In het NMBS station Noorderkempen stapte ik uit de trein en nam bus 600 van de Lijn naar Hoogstraten. Vlotte verbinding en rond 9 uur stond ik in het centrum van Hoogstraten. Grijs wolkendek, er werd vanaf 2 uur immers regen voorspeld. Daar mocht ik me aan verwachten. Geen erg want de bossen en weiden en aansluitend de ganse natuur hadden dringend een opfrissing nodig. Af en toe viel er al een druppeltje maar vanaf het middaguur werd het menens en volgde er een traktatie met malse regenbuitjes. Het is zo mooi die dampende aarde te zien en te ruiken na een buitje. Je zou voor het plezier je helemaal zeiknat laten beregenen. Welgekomen die regen deze keer en als je een parapluke bij hebt hoef je zelfs nog niet te gaan schuilen.
Een eerste feit was de kennismaking met het begijnhof. Ik telde 36 huisjes, een schuur en een barokke driebeukige begijnhofkerk, toegewijd aan Sint-Jan-de-Evangelist. In een akte uit 1380 schonk Jan V van Cuijk de grond waar het begijnhof op stond aan de begijnen. Hij vermeldde in de akte dat ze de grond al een tijdje in pacht hadden van zijn voorvaders.
In de 16e eeuw hadden de begijnen te maken met meerdere branden, onder meer op Witte Donderdag van 1506 toen, behalve de kerk, het hele complex werd vernield. In 1534 werd het hof omringd door een stenen muur.
In het begin van de 17e eeuw telde men twee begijntjes. Dit aantal liep op tot 160 bij het einde van de 17e eeuw. Hoe ze die in 36 huizekes herbergden is me een raadsel. Soit, in 1972 verliet Johanna van den Wijngaard als laatste begijn het begijnhof.
Een klein kilometerke lang maakte ik kennis met de hoofdweg door Hoogstraten, van dan af hopla de natuur in met een bezoekje aan de Salm Salm molen. Deze bovenkruier werd opgericht in 1571. In Hoogstraten bevonden zich toen al meerdere watermolens en nog een windmolen. De nieuwe molen werd uitgebaat als banmolen van de heer van Hoogstraten. In 1973, werden de molen en het omliggende landschap monument, en in 1975-'76 werd de molen grondig gerenoveerd en de molenberg en de romp kregen een woonbestemming. Iets verder botste ik op de Laermolen. Deze watermolen van het onderslagtype vind je op de Mark aan de Molenstraat tussen Hoogstraten en Minderhout.
De eerste vermelding van de molen is uit 1405, maar ze is waarschijnlijk ouder. Vroeger was het een dubbele molen: een korenmolen later schorsmolen op de linkeroever, en een oliemolen op de rechteroever. De oliemolen werd in 1860 stilgezet en de rest van de molen in 1913, omdat de eigenaren het stuwrecht verkocht hadden. Na 1918 werd de schorsmolen gesloopt en bleef slechts het restant van de oliemolen en de sluisvloer over. In 1995 werd de restauratie aangevat en in 2004 kon de oliemolen weer in bedrijf worden gesteld. Op de 2de en de 4de zondag van de maand wordt ze opengesteld voor het publiek. Jaarlijks worden er smoutebollen geserveerd die gebakken zijn in door de molen geslagen olie. Lekker !
De grens met Nederland is hier erg grillig. Vanwege de verschillende en- en ex-claves in het Noord Brabantse Baarle Nassau en Baarle Hartog is het niet altijd duidelijk. Ik zat in Nederland begot. Onderaan Meerle volgde ik de rand van de Blauwbossen, kwam er een schilderachtig mooi kapelletje tegen en enkele vennen. Brede zandwegen stonden garant voor zalig stappen. Op Nederlands grondgebied aan zo een ven stond er een Camper een beetje verstopt. Het was een Frans koppel uit de Alpen dat op terugweg was van Trondheim in Noorwegen. Een aangename babbeltje met deze toeristen volgde. Ze vroegen zich af wat er zoal te zien was in België. Enkel het Manneke Pis behoorde, wat België betreft, tot de cultuurkennis van ons vaderland. Ik vroeg hem of hij even tijd had en niet vroeg moest gaan slapen vandaag. Na het tonen van wat fotootjes zou hij Brugge, Leuven, Brussel en Gent bezoeken. Hij dacht dat enkel Brussel iets interessants te bieden hadden. Hij was blij dat hij wat informatie rijker was geworden en er volgde nog un grand merci ! Adieu et bonne retour chez vous !
Hoogstraten staat bekend voor haar aardbeien. Ik wandelde daar tussendoor de gigantische serres. Ik kon er een drukke bedrijvigheid vaststellen achter de doorschijnende plastiekmuren. Veel arbeiders van Indische en Centraal Aziatische origine verdienen er met de pluk hun snee papadum of lavashbrood. Af en aan reden ze hun karretjes volgestouwd met bakjes aardbeien naar de buiten wachtende vrachtwagens. Het hield niet op.
Tijdens de laatste wandelingen die we samen, ik, de Ronny en den Hugo, hielden ontstond het initiatief om er enkele dagen op uit te trekken. Ik had voorgesteld om naar Etretat te trekken. Een prachtig kustdorpje omringd door meerdere van de indrukwekkendse kliffen in Europa. De Ronny zou zijn Camper aanspreken, ik en den Hugo kozen voor de tent. Van maandag tot vrijdag zouden we hiervoor uittrekken. Op het gemakske reden we maandagmorgen vroeg door. De Ronny had zijn camper daags te voren in mijn voorhofke gestationneerd zodat hij de Kennedytunnel op maandagmorgen kon vermijden. Een English Breakfast die morgen moest ons genoeg calorietjes bezorgen om zonder honger tot op de bestemming te geraken. We pikten nog den Hugo op bij hem thuis en waren pleite. Zalig weer en het zou zo nog enkele dagen aanhouden. Tussen Le Froyelle en Le Boisle stopten we aan een routier voor het traditionele taske koffie. Sfeervolle afspanning met aan de buitenkant het voor Frankrijk zo gekende uithangbord 'Bar Tabac'. Onderweg stopten we nog even om wat inkopen te doen in een Auchan en rond 4u waren we op de camping. Het moet zijn dat we geluk hadden want reserveren kon niet op een camping municipal. De dagen die volgden stond er rond 5 uur steevast het bordje COMPLET aan de ingang. Reuzegezellig zo kamperen en wat kokkerellen. Dag 1 - Patatas Bravas en Albondigas. 2- Een Rissoto met groene asperges kip en pulpo 3- Tortelini met groentjes en kip. 4- Mosselen in kaassaus, krieltjes, eendenconfit en ratatouille op de grilplaat. 5- Een menuke in de McDonald van Fresnes Montauban. Uiteraard werden bij 1 tot 4 dit alles overgoten met een lekker glaasje wijn of bier. En zo eindigden ook de dagen in een amicale sfeer bij een stevig glaasje. Plezant, goed gelachen en gezeverd.
De wandelingen had ik vooraf uitgestippeld en die waren om van te snoepen. Jammer genoeg kon de Ronny niet de volledige toeren meelopen. Catsjoe, de Ronny zijn hond is inmiddels 14 jaar oud en kon de langere tochtjes niet meer aan. Telkens liep hij mee tot in het dorp Etretat, kon 1 klim tot bovenaan de Falaise aan en moest dan op het gemakje terugkeren naar de camping. De Ronny moest halverwege de terugweg stoppen om het beestje wat rust te gunnen bij een taske koffie op een terras. Voor de Catsjoe werd er een crème glaceke besteld. Het beestje was doodop ocharme. Ik en den Hugo pakten dan maar de stevigere wandelingetjes aan. Prachtig uitzichten op de kliffen, sfeeërieke huizen, adembenemende uitzichten op graanvelden en oceaan bovenop de falaises ... werkelijk een natuur om van te snoepen. Uiteraard vergde dat wel het nodige klimwerk maar het loonde de moeite. Ik zou het landschap en zeezicht zo kunnen situeren op de prachtige Camino del Norte. Daar op die route was m'n kijklust ook onverzadigbaar. Zulke schoonheid tref je niet aan op onze Belgische kust.
Het werd een mooie midweek samen met de maten. Ik zou in superlatieven kunnen blijven schrijven maar ik denk dat een fotoserieke meer tot de verbeelding spreekt. Pure schoonheid die hikes op de kliffen van Normandië. Ik hoop dit nog eens over te kunnen doen.
Vroeg op weg vandaag voor een wandelingetje aan de zee. Veel treinstations zijn er niet aan onze kust en dan komt een kusttram goed van pas. In Oostende nam ik dan ook de kusttram naar Nieuwpoort. Een beetje gokken want De Lijn staakte deze dag en waarschuwde voor mogelijk geschrapte lijnen. Ik had geluk, niet alleen dat de kusttram wel reed maar ook dat ik onmiddelijk aansluiting had op de trein. Aan de monding van de IJzer stapte ik uit en liep richting Koning Albertmonument. Dit oorlogsmonument staat net buiten de oude stadskern, op de rechteroever van de IJzer, bij het sluizencomplex de Ganzepoot. Het monument werd opgetrokken in 1938 ter ere van Koning Albert I en de Belgische troepen in de Eerste Wereldoorlog.
Het monument is cirkelvormig, met een diameter van 30 meter. Het telt tien zuilen met een vlakke doorsnede van 1 meter op 2 meter, gebouwd uit bakstenen uit de IJzervlakte. Bovenop ligt een cirkelvormige balk, met een omtrek van 100 meter. Op deze ringbalk ligt een wandelgang met oriëntatietafels. Het geheel staat op een kruisvormig terras van 2500 m².
Op het centrale binnenplein staat een standbeeld van Koning Albert I te paard. Op het plein voor het Albertmonument is een monument voor de Engelse troepen opgetrokken. Dit monument bestaat uit een gedenkzuil, met daarop de namen van gesneuvelden, bewaakt door leeuwen. Ten noorden van het monument staat het Nieuport Memorial. Wel, den Albert zat er nog steeds op z'n paard, ik zwierde hem tot ziens en liep naar de jachthaven.
Verdorie, er stond veel wind daar aan de kaden. De bootjes werden er flink dooreen geschud. Ik zat al tegen de grens met Lombardsijde. Een mooi duinengebied siert het Lombard- en St. Laureinsstrand. Jammer dat het her en der doorsneden wordt door de baan die de kustlijn over het ganse Vlaamse grondgebied volgt en van Knokke tot in De Panne loopt. Vooral in Lombadsijde kan je nog rustig van ons kustgebied genieten zonder er omvergelopen te worden door de toeristen en er te struikelen over de massa zonnekloppers. De Sint-Laureinsduinen zijn iets meer dan 45 hectare groot en liggen tussen het centrum van Westende-Bad en het militair domein Kwartier Lombardsijde. De voormalige campings Cosmos en Crystal Palace, twee deelgebieden, die vanaf 2005 opgeruimd en gesaneerd werden, ontsierden de regio. Sinds de herinrichting heeft de natuur weer vrij spel en kun je er ten volle van genieten vanaf de nieuw aangelegde wandelpaden. Er werden toen werken gestart om de open duinbiotopen te herstellen. Daarvoor werden er een deel van de bomen en struiken verwijderd. Om de kieming van kruiden mogelijk te maken, werden de strooisellagen afgegraven. Geplaatste begrazingsrasters laten nu toe dat pony’s er de duinen kunnen begrazen. In de laagste zones werden duinpannen en poelen uitgegraven. Extra poelen zorgen voor uitbreidingsmogelijkheden van onder andere de rugstreeppad, een bedreigde amfibiesoort. Ook libellen en waterjuffers kunnen profiteren van de poelen. In het open duinlandschap zijn de graspieper en de zeldzame kuifleeuwerik dan weer de meest typische broedvogels. Ik moet toegeven dat ik hier een mooi stukje natuur aantrof. Enigszin beschut voor de wind was het aangenaam wandelen daar tussen die hoge duinen.
Hoe mooi het duinengebied terug in ere werd hersteld, in Middelkerke en daar niet alleen, staan de mottigste uitwassen van genadeloze bouwpromotoren. Oerlelijke appartementsblokken ontsieren daar de kust. Betonnen bouwdozen, grauw en grijs met hier en daar een oranje balkonzonnescherm in een vruchteloze poging om er toch maar een straaltje kleur aan te geven. Voor geen geld ter wereld zou ik er een vakantie in willen doorbrengen. Wat een contrast met de zuidelijker gelegen kusten van Frankrijke en andere Mediterrane landen.
Van Middelkerke tot aan het openluchtmuseum Atlantik Wall kon ik opnieuw door een duinengebied laveren, het Provinciaal Park Atlantik Wall Raversyde. Ook mooi en eens gepasseerd moet je terug de baan op en zie je de geschutskoepels en nog enkele kannonnen van de kustbatterijen uit de 2de wereldoorlog. Het Openluchtmuseum Atlantik Wall is er gelegen. Het museum toont een deel van de Atlantikwall, een verdedigingsgordel uit de Tweede Wereldoorlog. Het is een geheel van bunkers en loopgraven, die gedeeltelijk in hun oorspronkelijke staat werden gerestaureerd. Ze bleven bewaard omdat Prins Karel, de eigenaar van de gronden, zich tegen de afbraak bleef verzetten.
Hier zijn ook stellingen uit de Eerste Wereldoorlog te zien, de batterij Aachen uit 1915, waarvan twee observatieposten, vier geschutsbeddingen en een bomvrije schuilplaats zijn bewaard. Met de bouw van de batterij werd gestart op 8 januari 1915 en eind april 1915 was het reeds operationeel. De kanonnen werden onder stalen koepels geplaatst ter bescherming. De geschutstellingen waren met een smalspoorweg verbonden met de verschillende munitieruimtes, die verstopt zaten in de duinen.
Van het Stützpunkt Bensberg uit de Tweede Wereldoorlog zijn personeelsbunkers en accommodaties bewaard. Ze werden gebruikt door Duitse geniesoldaten die instonden voor bunkerbouw.
De goedbewaarde stellingen van de batterij Saltzwedel neu uit 1941, verdedigden oorspronkelijk de Oostendse haven en werden na 1942 ingeschakeld in de Atlantik Wall. Dat hebben we dan ook weer eens gezien. De wind nam nog toe toen ik Oostende naderde. Ik koos voor een inkorting door het stadsgedeelt zodat ik nog op tijd de trein huiswaarts kon nemen. Goed uitgewaaid stapte ik de trein op. Een solotoertje werd het deze dag maar niettemin kon ik dit best pruimen.
Een kleurrijke titel is het alleszins, ik bedoel hiermee de titel van m'n blogpost. Florival ... het heeft de allures om ergens als mondaine place to be aan de Azurenkust gesitueerd te worden. Maar nee, het bleek een sympathiek stulpje in Waals Brabant te zijn waar we noodgedwongen moesten stranden. Sebiet meer ! Rond 10u en een klets stapten we uit de trein in Oud Heverlee voor een tochtje van een dikke 20 paaltjes richting Waver. We - ik, den Hugo en de Ronny - zijn er echter niet geraakt. Om eerlijk te zijn, we waren eerder in de mood om er een lollige dag van te maken in plaats van de nodige stapijver aan de dag te leggen om de eindmeet in Waver te halen. Het scenario voor het verloop van deze dag was voorspelbaar, het werd me vlug duidelijk. Het begon al met de inventarisering van onze catering ! Den Hugo had een lekker flesje wijn bij, zo ook de Ronny. Bij hem geen fles maar een reeds aangeboorde zak witte wijn. Die zak bevatte nog een flinke scheut en ik kon niet achterblijven en bracht een Italiaans Temparilloke mee. Nog wat hapjes en aangezien dit alles flink wat gewicht vertegenwoordigt in je rugzak moet je daar niet al te lang mee rondzeulen. Het vooruitzicht op een dagje toeven in het Pays de Cocagne kreeg gestalte. Kwestie van het eens te omschrijven in de taal van onze compatriotes Wallons.