Eén van de mooiste natuurgebieden dicht bij huis betreffen de Kruibeekse en Rupelmondse krekengebieden. Een prima uitlaatklep en lokatie om zonder veel tralala een toerke te plannen in de geburen. Ik had deze week niet direct een wandeling voor ogen maar de Ronny liet in het begin van de week een ballonetje op voor een toerke. Waarom niet ? Kasteel Wissekerke in Bazel ligt zowat halverwege de vogelvlucht tussen onze beide huizekens, vandaar dat ik dit als startpunt voorstelde. Beiden zouden we voor de fiets kiezen om tot in Bazel te geraken. In het kasteelpark van Wissekerke verzamelden rond een uur of 9 een hoop kinderen voor een spel rond een themaverhaal gebaseerd op een sprookje. Te oordelen aan de outfit van de monitoren althans. Ik kwam er al enkele verklede prinsessen tegen, een hoop elfen en trollen en een heleboel kinderen verkleed in een middeleeuwse outfit. Ook Peter Pan liep ik tegen het lijf. Vliegen deed hij vooralsnog niet. Die had het vrij druk, ik vermoed dat hij de hoofdrol speelde. Een schare kinderen versperden ons de toegang tot het park en we kregen enkel toegang bij het vernoemen van een wachtwoord. De Ronny deed een gok, ik durf het niet te vernoemen want het had een te gevoelig raakpunt met de huidige actualiteit. Goed het wachtwoord werd dan toch goedgekeurd en we mochten binnen.
We teenden richting Rupelmonde. Goed wandelweer, een truitje was echter geen overbodig vestimentair attribuut in de geldende dresscode van een wandelaar. Zo, met een 13 graadjes was het iets te koud voor de tijd van het jaar. We kozen voor de parallelweg aan de dijk om de wandeling in gang te trekken. Een mooi verhard zandpad naast een beekje bracht al wat stemming. Een mooi begin dat enigszins ontkleurd werd door het heftige choquerende nieuws van de laatste dagen. Dit was uiteraard onderwerp in de gesprekstof. Een ommetje langs het 19de eeuwse jacht paviljoentje 'Het Coninckshofke' smukte het stukje richting Rupelmonde op. Dit paviljoentje is een hotspot voor vogelspotters. Die zitten er soms een godganse dag. Voor ijsvogeltjes zijn deze kreken een uitgelezen habitat. Prachtige natuur, fascinerende waterpartijen, je zou je in de Everglades wanen moest je hier en daar een aligator en wat bijtschildpadden loslaten. Een vrijwilliger van natuur en bos, toch al een man van een zekere leeftijd, was er met de schoonmaak bezig. Hij vaagde met een borstel het vloertje schoon van het paviljoentje. Een klapke drong zich op voor de Ronny. Het zorgde voor wat verstrooiing bij de brave man. Als je de opkuis niet een beetje bijhoudt dan is het hier binnen enkele weken een stort zo verzekerde hij ons. We konden hem hierin bijtreden. Zulke meningen zijn we nog tegengekomen bij onderhoudsmensen van natuur en bos. Ik herinner me het sluiten van publieke barbecues vanwege te enthousiaste stokers die in de omringende bomen de ideale brandstof zagen en deze met kettingzagen te lijf gingen. Triest, en dat geldt ook voor het zwerfvuil her en der achtergelaten in de natuur door die onverlaten. Karma zal wel toeslaan !
Terug op weg vingen we nog een glimp op van het Karperhuisje, nog 1 van de laatste bouwsels dat de grootse polderwerken in dit krekengebied heeft weerstaan.
In Rupelmonde aangekomen was de dorst al dermate toegenomen dat we ons op het terras van het Loze Vissertje settelden. Er ontspon een dialoog met een andere terrasbezoeker. Een beenhouwer op rust, eveneens luisterend naar de naam Ronny. Zijn kennis leverde aan onze Ronny gebruiksklare know-how voor de bereiding van een varkensham. Die stond op de agenda van onze culinaire pyromaan voor een aankomende barbecue. Later kwam ook deze man zijn vrouw plaats nemen op het terras. Heen en weer getrakteer leidde tot een niet ingeplande consumptie van meerdere drankjes. Tot een volgende Ronny en madame ! We moesten naar het veer Rupelmonde - Wintam. De Ronny maande de veerman aan tot wat haast aangezien die onvoorziene consumpties in het Loze Vissertje een welbepaalde lichaamsbehoefte tot een ongekend niveau van hoogdringendheid hadden gebracht. 'Aan de overkant rechtsaf, daar staan de bomen !' repliceerde de schipper.
Verlost van het lichamelijk ongemak kuierden we op het gemakske tot aan het zeekanaal Brussel -Schelde. Voor het veerbootje over de Rupel kwamen we net te laat aan om naar Schelle over te steken. Dit gaf ons mooi de gelegenheid om te schoven. Dit keer hielden we het naar onze gangbare normen vrij sober. Gespreksonderwerp was de op stapel staande pelgrimstocht van onze stapmaat Michel. Die vertrekt samen met een stapmaat op maandag 4 sep naar Avila, een 100-tal km ten westen van Madrid, van waaruit hij naar Santiago zal trekken. We hopen deze keer dat hij van tegenslag gespaard blijft en zijn tocht tot een goed einde kan brengen. De vorige keer strooiden abnormaal hoge temperaturen roet in zijn pelgrimskost en moest hij noodgedwongen afhaken. Een Belg werd er toen zelfs slachtoffer van een hitteslag en overleed. Deze keer zal het wel een succes worden. We wensen het hem alleszins toe ! Buen Camino Michel en Marc.
Vooraleer het veer te bereiken hadden liepen we nog enkele vogelspotters tegen het lijf waar de Ronny een klapke mee aanknoopte. Het was voor hem de moment om zijn fotografie-exploten kond te maken bij professionals. Het waren mooie fotokes van vogeltjes uit zijn tuin die hij hen liet zien. Ze waren ervan onder de indruk. Eens de Rupel over, wat bezwaarlijk een hachelijk avontuur kan genoemd worden, brachten we een bezoekje aan de St. Bernardusabdij. We hoopten er te kunnen aperitieven maar gemeentepersoneel maakte er een hels kabaal met bosmaaiers en bladblazers. Een terraske versieren met oordoppen in zag ik zo niet zitten. We stapten dan maar langs de schelde-oever door richting Kallebeekveer. Daar misten we opnieuw de overzet. Een klein halfuurtje wachten in het vooruitzicht noopte ons plaats te nemen op het terraske van de veertoren. De overzet zou niet te lang op zich laten wachten en we konden weeral verder richting naar AF zijnde het dorpsplein van Bazel. De wandeling werd besloten met een fris pintje in de Bar Quatorze. Een heel kleine 20 paaltjes plakten er onder onze bottinnen. Een mooi intermezzo kon weeral genoteerd worden.
Vandaag werd de draad met de Streek GR Kempen terug opgenomen. Het was een ideaal moment want de wandelmaten hadden het even te druk met van alles en nog wat. Ondermeer vakantie om er maar ééntje uit de reeks te vernoemen. Het weerbeeld was gekeerd en na een korte periode van zomers weer zou er terug wat neerslag te noteren vallen. Ik had geluk. Op een niets voorstellend miezerbuitje zo af en toe bleef het nagenoeg droog. Zelfs de moeite niet om een paraplu boven te halen. Het was een heel gepuzzel om met het openbaar vervoer tot in Ravels te geraken. Maar dat is part van het plezier, om 7u reed ik door met de velo naar de statie van Beveren. Daar ontmoette ik Geert en zijn vrouw. Geert is garagehouder en voormalig collega van m'n zoon Frederik. Beiden zouden naar Brussel sporen om daar het marifoonexamen af te leggen. Altijd gemakkelijk om zulk een brevet op zak te hebben wanneer je over een plezierbootje beschikt. Ze riskeerden het niet om met de auto naar Brussel af te zakken, het is steeds weer een gok om er op tijd te zijn wanneer je de drukte van het verkeer en de mogelijkheden tot parkeren in overweging neemt. Goed, ik had gezelschap en dat zorgde al voor wat klap tot in Berchem. Vanuit Berchem nog 2 treinen en daarna de lijnbus naar Tilburg in Nederland. In Ravels wipte ik er uit. Een halte te ver want routebegeleiding in de app van de lijn synchroniseerde maar halfsegat met de werkelijkheid. Het werd dus de eerstvolgende halte na het dorpscentrum waar de wandeling zou starten. Tja, de bus stoppen op vraag wordt de chauffeurs verboden. Met wat geïmproviseer kon ik na een halfuurtje aanpikken op het uitgetekende spoor met de oranje-rood plaatjes zijnde de wegaanduiding van de Streekpaden.
De eerste kilometer wandelde ik in een stofwolk. Tractors die enorme met aarde geladen laadbakken trokken reden af en aan me voorbij op de zandweg. Het herinnerde me aan de zilverroute in Andalusië waar tijdens het pelgrimeren een zelfde scenario zich voordeed tijdens de oogst van de druiven. Enorme stofwolken verduisterden toen het daglicht.
Stappen maar nu. Een trajectje van om en bij de 25km. Wist ik veel dat na het stofakkevietje de wandeling in volledig stilte zou verlopen. Ik kwam tot aan het eindpunt geen enkele auto tegen. Hooguit 5 fietsers en al evenveel joggers. Brede zandwegen liepen door de prachtige bossen. De verscheidenheid aan bospercelen is er enorm. Berkenbossen, sparrenbossen, aanplantingen met waaibomen en stukken bos waar verschillende loofbomen gedijen vind je er terug. Het is een enorm bosgebied dat tot over de Nederlandse grens reikt. Dit bos, het Gewestbos Ravels genaamd, is een ideaal gebied om de natuur te beleven. En er is voor ieder wat wils. Er zijn ruiter- en menroutes, een MTB-parcours, toegang voor mushers en geocachers. En een groot netwerk voor fietsers en wandelaars. Dit las ik op de informatieborden aan de bosrand. Nu geocachers kende ik wel maar wat een musher is, was me onbekend. Eerst dacht ik nog aan mushroom - paddestoelplukkers maar nee, mushing blijkt het mennen van een hondenspan te betreffen. Misschien een hint voor onze stapmaat Ronny. Zoiets ligt ongetwijfeld in zijn interessesfeer. Stilaan zoekt hij naar een nieuwe viervoeter tegen wanneer de Catsjoe naar de eeuwige hondenweiden zou vertrekken. Ik denk dat het houden van een hond of 6-7-8 om zo een span te bemannen of te 'behonden' niet direct op veel sympathie van zijn echtgenote zal kunnen rekenen. Hij kan het altijd eens voorstellen, wie weet ? 😇.
Ik bevond me daar in Ravels in een topnatuur. Dit Gewestbos Ravels in de Turnhoutse Kempen strekt zich uit over een oppervlakte van 930 hectare. Het is onderverdeeld in verschillende deelgebieden : Overheide, Gewestbos Ravels Noord en Gewestbos Ravels Zuid. Het gebied is niet alleen populair bij recreanten. De resterende vennen ervan en de heide zijn een paradijs voor insecten en amfibieën. Hier vliegen zeldzame schoonheden zoals het heideblauwtje, de bruine winterjuffer en de grijze zandbij. Bij het water vind je de gewone pad en verschillende salamander- en kikkersoorten. De graslanden en heide herbergen ook bijzondere planten, zoals de kleine zonnedauw, moeraswolfsklauw, heidekartelblad en gevlekte orchis. Onze stapmaat-botanicus de Marc zou hier beslist een leerzame ervaring opdoen. De afwisseling tussen bos en open terrein zorgt ook voor een gevarieerde vogelfauna met soorten als de bosuil, de wespendief, de havik, de nachtzwaluw en de geelgors.
Manman, wat kon ik die stilte op die zandpaden en in die dreven koesteren. Wat zachte stille muziek op de achtergrond zou daarbij niet storen. De 4 jaargetijden van de Vivaldi streelden m'n oren ... en de verwondering om me heen over de prachtige natuur overviel me ! Wow, laat dan je gedachten maar hun gang gaan. Wandelen en filosoferen, volgens Kant een perfect huwelijk.
Filosofie begint bij de verwondering. Je verwondert je over iets kleins of iets groots. Bijvoorbeeld over het menselijk vermogen om de werkelijkheid te leren kennen, of over de illusie dat de winst van het Nationale Elftal van belang is. Evenzeer is er verwondering over het menselijk verlangen naar geluk of over de verveling die ons plotseling kan overvallen. Dit geldt ook over de schoonheid van de natuur of over de ontroering die een kitscherige prent ons bezorgt. Als je die verwondering weet vast te houden en tot een vraag weet te maken, begint de omzwerving. Die voert je al lezend, denkend, sprekend, schrijvend langs omwegen van wetenschap, filosofie, religie en kunst. Soms probeer je routes van voorgangers na te volgen, een enkele keer ontdek je nieuwe paden. Maar als het goed is, keer je uiteindelijk terug waar je begonnen was en dat is bij de verwondering. Immanuel Kant schreef dat de sterrenhemel en de morele wet (het grote geheel om ons heen en de kern van humaniteit diep in ons) hem niet alleen steeds opnieuw, maar zelfs met steeds meer verwondering en eerbied vervulden wanneer hij zich er denkend mee bezighield.
Daarmee is tegelijk gezegd dat we weliswaar bij ons beginpunt terugkeren, maar dat de omwegen niet zonder effect gebleven zijn. Hoewel we niet verder gekomen zijn, zijn we wel vooruitgegaan. Wie zou het leven willen overslaan omdat het immers toch maar op de dood uitloopt ?
Paul van Tongeren (Prof. emeritus filosoof)
Sla deze scheve beschouwing gerust over als ze wat te zwaarwichtig klinkt. Gebulder van de zware motoren van een vliegtuig schudde me uit m'n filosofisch gepeins. Het dreunend lawaai bleef ongewoon lang aanhouden. Het was een teken dat er daarboven een flink onweer in de maak was. De hemel kleurde grijs in het oosten en de atmosfeer werd drukkend laf. Een goed stortbuitje met wat gebliksem zou de natuur verfrissen en de lucht voorzien van een lading ozon. Na het gedruppel zou het bos dan haar geuren en aromas kunnen prijsgeven maar helaas, het gedruppel bleef uit, een beetje gemiezer werd er voor in de plaats genoteerd.
Een deel van de wandeling verliep op Nederlands grondgebied. De grenspalen maakten me hier attent op. Daar in Nederland wandelde ik over het landgoed ' De Utrecht'. Landgoed De Utrecht is een ca. 2500 hectare groot landgoed in het Noord-Brabantse deel van de Kempen, ten zuiden van het dorpje Esbeek in de gemeenten Hilvarenbeek en Reusel-De Mierden. Het bevat naast uitgestrekte productiebossen en landbouwgronden veel natuur, een aardkundig monument (wat dit ook mag zijn ?), een riviertje en vennen.
Wat me na al dat filosofisch gedoe aansprak was een verwijzing naar een afspanning 'Het Jachthuis'. Aan het begin van een brede kaarsrechte en lange zandweg kwam ik die aanduiding tegen. Een tripeltje was het enige hier dat nog ontbrak aan de revue. Ik zette me op het terras. De waard, een Nederlander, tapte me een Corsendonck en verdorie nog aan toe een dikke vinger onder de 33cl meet. Alhoewel deze tripel smaakte gunde ik hem de bestelling van een volgende niet. De trip en tripel zat er op. In Poppel had ik geluk en moest ik maar een kleine 5 minuten op de lijnbus wachten. De aansluitingen met de trein verliepen ook perfect en nog voor 6 uur was ik thuis.
Zeggen en schrijven, op 10 augustus anno 2023 werden nogmaals gezamenlijk de schreden gezet met de stapmaten zijnde de Ronny zonder Catsjoe, de Michel en de Marc, deze keer zonder de traditionele rijstvlaaikes. Onze maat Hugo ontbrak op het appel. Hij bereidde zich mentaal en fysiek voor op zijn jaarlijkse 100km Dodentocht in Bornem. Hij liet dus verstek gaan en terecht want ook deze monstertocht liep hij met succes uit. Proficiat hiervoor Hugo ! Ik zou het niet kunnen. Amper tot in de helft misschien ?
Afspraak gold rond een uur of 9 in het station van St. Katelijne Waver. Iedereen mooi op tijd, we konden ons in gang trekken. De eerste meters moesten overbrugd worden op het wandelpad dat naast de spoorweg liep. Het zou ons naar het spoorwegfort van Duffel brengen. Het moet zijn dat we geen ezels zijn want die stoten zich geen tweemaal aan dezelfde steen. In 2018 werd dit pad al eens door ons bewandeld. Helaas het kwam niet meer in m'n herinnering voor bij het uittekenen van de huidige wandeling. Ik gewaagde toen al van de noodzaak van het gebruik van een machete. Zoveel mogelijk groen scoren was toen de boodschap. Ik schets even mijn indruk van toen want die sluit naadloos aan bij de huidige. Op de koop toe kregen we deze keer nog het gezelschap van de reuzebereklauw. Een gevaarlijk plantje waar je best met je pollen afblijft.
Wel, in 2018 schreef ik :
Dat groen scoren gebeurde in de overtreffende trap want de eerste 2 kilometers naar dat fort toe waren een tegenvaller. Het pad was overwoekerd met metershoog onkruid dat er mestnat bij lag door de slagregens van de nacht. Zwiepende takken van de uitgroei van struiken en brandnetels kregen we er gratis bij. Die staken door je broek door en aangezien den Angelo in een korte broek liep kreeg die er dubbel van langs. We hebben fotokes getrokken van zijn geteisterde billen. Jammer maar we moesten terugkeren op onze stappen. Het was geen doen zonder een machete. Zo een junglemes kan je nu toch bezwaarlijk mee op pad nemen veronderstel ik. Er wordt al eens gezegd dat dat getengel door brandnetels een prima remedie is tegen het rheumatis. Zo zie je dat er toch ook nog een positief kantje zit aan iets minder prettigs.
In 2018 opereerde de Michel onder de schuilnaam 'Angelo'. Deze keer viel hij dus opnieuw in de prijzen. 👦
We moesten dus met andere woorden terugkeren op onze stappen. Het oversteken van sloten zou tot niets geleid hebben. Op de terugweg passeerden we terug de werklui die een GSM mast installeerden. De finishing touch want hij stond ondertussen zo goed als recht. De Ronny kon het niet laten om hen opmerkzaam te maken dat hun mast scheef stond. Erg veel hadden die werkmannen niet aan zijn boodschap. Ze verstonden er geen lap van, het waren volgens mij Oost Europeanen.
Het Fort van Duffel bereikten via een alternatieve weg. Ook dit fort heeft nooit enig nut opgeleverd. De Redoute van Duffel, beter bekend als het Fort van Duffel of het Spoorwegfort van Duffel, was een verdedigingswerk dat deel uitmaakte van de Vesting Antwerpen. De oprichting van de redoute werd in 1886 gestart en was klaar in 1888. Tegen dat het af was waren de kanonnen al dusdanig geevolueerd dat ze er los voorbij konden schieten. Een hele geschiedenis daarentegen is er nochthans aan verbonden. Moest het je interesseren : Spoorwegfort van Duffel
We hebben er dan ook even een kijkje genomen en in het aldaar gevestigde etablissement 'De Krone' en er buiten een colaatje een eerste slok lokaal gerstenat 'Fortuna' versierd. Er worden daar ook allerlei activiteiten ontplooid : Home Duffel Fort.
Met terug te moeten keren door dat ondoordringbaar pad was het al een heel stuk later geworden dan voorzien. Tijd al om te schoven ! In de Goorbosbeekvallei was er picknickgelegenheid. Flesje wijn erbij, het scenario herhaalt zich constant op onze uitstapjes. We vervolgden onze weg naar het dorpscentrum van St. Katelijne Waver door veld en wei. Wat ons al meerdere keren opviel tijdens de wandelingen is het ondoordachte, ja het stupiede contradictorische aanbrengen van sommige verkeersborden of informatiepaneeltjes. Niet zelden vind je op een paadje waar amper een velo kan rijden een verkeersbord dat de snelheidsbeperking van 50km/u opheft. Of een gebod om honden aan de leiband te houden en 1 meter verder vast te stellen dat er geen honden toegelaten worden. Ook legio zijn de overdaad aan borden op dezelfde plaats. Je komt met je 2 ogen niet toe om alles te vatten. Het knapste dat ik ooit ben tegengekomen is een verbodsbord voor tractors, fietsen en bromfietsen. Onderaan dat bord worden dan de uitzonderingen gesommeerd. Jawel : Tractors, fietsen en bromfietsen. Dat was in Hasselt als ik het me goed herinner.
Via de Bemortelloop en de Dorpsbeek arriveerden we in St. Katelijne. Door al het oponthoud hadden we eerder al besloten om de trip in te korten. De lus naar OLV Waver zou voor een andere keer zijn. Alzo werd de trip met een 6 à 7 km ingekort. Geen erg, de dag kon al als geslaagd ingekleurd worden. Het dorpscentrum oogde netjes, we zochten er een terrasje op. Ook hier liep het een beetje uit. Bij mooi weer blijf je al eens wat langer 'hangen' en zeker wanneer het gezellig is. We stapten nu terug richting station. We waren er op tijd. De Michel had al een direct een trein terug naar Mechelen. Ik en de rest van het gezelschap dienden naar Antwerpen te sporen. Gezien het vrij vroege uur vanwege de inkorting en ook het mooie weer overwogen we nog van een tussenstop te maken in Duffel. Bij nadere beschouwing hebben we het daarbij gelaten, er komen immers nog wandeldagen. 'Trop' is te 'veel' zei ooit een illustere politieker-beenhouwer. Het had tot resultaat dat we vroeg thuis waren.
Deze blogpost kwam er een beetje later dan gewild. Een kampeeravontuurtje in de Lilse Bergen met de kleinzoon, dochter en kleindochter had prioriteit. Ook daar werd er een klein wandelingetje geregeld. Voetnootje ... ook onze stapmaat Ronny meldde zich present met zijn camper daar op de camping. Het werd een gezellig kampementje !
Met z'n gevieren vandaag ! In het gezelschap van de Marc, de Michel, de Ronny zonder Catsjoe en tot slot mezelf werd de Reebokwandeling ondernomen. Om halftien stapten we uit in Lembeek en dit voorlopig nog zonder de Marc. Die zou maar eerst om 10 uur aankomen. We vertrokken zonder de Marc en zouden op hem wachten op het dorpsplein aan de St. Veroonskerk. Aangekomen op het dorpsplein beweerde de Michel dat wij hier al eens geweest waren. Ik kon het me zo onmiddelijk niet meer herinneren. Het moet zijn dat er enorme gaten in m'n memorie komen te zitten. Een ouderdomskwaaltje denk ik. Misschien wel het syndroom van Korsakov ten gevolge van de Bourgondische drank- en eetgewoonten. Nauwelijks een jaar geleden, 22 maart '22, zijn we hier ook al eens van start gegaan. Toen was de bestemming Het Hallerbos. Wel de naam 'Mustang', een dorpscafé liet ergens ver in de verte een belletje rinkelen. Inderdaad de Michel herinnerde zich nog dat den Hugo hier een 75cl Gueuze achterover had geslagen. Lembeek ... daar staat de brasserie Boon van de Gueuze ! Lembeek - Lambiek men vermoed een relatie tussen de Gueuze Kriek Lambiek en Lembeek, het dorp. Na een kwartiertje kwam de Marc er aangewaaid en vertrokken we voor onze luswandeling. Ondertussen hadden we al een gesprekje gehad met een dorpsbewoonster die vlak naast de Pastorij woonde. Ze prees de patroonheilige van Lembeek, Sint Veronus, de hemel in. Dat was misschien overbodig aangezien hij er al wel gezeten zal hebben. Die St. Veroon ligt aan de basis van de enige soldatenprocessie die België rijk is. De legende die daaraan vooraf ging vertelt het volgende : St. Veroonslegende
Op het dorpspleintje staat er een beeldje van Maurice Decochez, de Lembeekse dorpsfiguur. Hij was houtsnijder/beeldhouwer en geboren in Lembeek in 1913. Heel zijn leven daar wonende, werkende en overleden in Halle in 1985.
“Maurice” was een uitzonderlijke verschijning en een persoon die door alle Lembekenaren en in de omstreken gekend was als levend en aanvullend deel van Lembeek zelf. Hij kende iedereen bij naam alsook de allerlaatste nieuwtjes van dorp en omstreken wist hij je te vertellen. Ook alle voorbijrijdende auto’s werden door hem nauwkeurig in de gaten gehouden. Jaar in jaar uit droeg hij een wintervest over zijn werkschort wat zijn silhouetten natuurlijk des te unieker maakte. Alhoewel hij niet groot was drukte zijn geblokt lichaam een monumentale kracht uit. Zijn handen waren door beitel en hamer omgevormd tot twee vaste klemmen, de voeten solide op de grond. Maurice hebben ze met het standbeeldje verder laten wandelen door het dorp, langs het kasteel, langs de vaart, de Malheide, de Congo … . Het is een sympathiek eerbetoon aan een bemind dorpsfiguur.
We konden van start gaan. Oostwaarts richting kanaal Brussel - Charleroi om te beginnen waardoor we het kasteelpark passeerden. Het kanaal doorsnijdt het heuvelende parklandschap dat tussen Lembeek-dorp en het Lembeekbos ligt. Dit parklandschap met aansluitend het Malakoffdomein, werd gekneed door kasteeleigenaar en jeneverstoker Paul Claes. Het kasteel is er niet meer, maar op de andere heuvelkant pronkt de Malakoff-toren. Deze nagebouwde middeleeuwse wachttoren (1854) staat te midden van dit prachtig natuurdomein met als decor een oude Zennemeander, enkele vijvers, moeraszones en bloemrijke graslanden. Het Malakoffdomein werd verkozen tot mooiste plekje van Halle. Aan de zuidkant verlieten we het Malakoffdomein en stoomden door naar het Lembeekbos. We konden genieten van mooie heuvelende wandelpaden in een prachtig landschap. De verschillende groentinten erin versmolten zich tot een harmonieus geheel. Hier en daar een kuitenbijter, dan weer een holle weg overkoepeld met weelderig gebladerte. Zo mooi. Ook aan vlonderpaden ontbrak het niet op deze wandeling. Onze maat de Marc haalde daar zijn rijstvlaaikes boven, kwestie van de wandeling wat te kruiden met een lekker snoepke. Lekker maar ze konden volgens onze maat nog steeds niet tippen aan deze van z'n vroegere bakker wiens bakkerij ten prooi viel aan de vlammen en helemaal was opgefikt.
Aan de zuidkant trokken we het Hallerbos binnen. Tijd voor de picknick ! Lange picknicktafels staan daar aan de Vlasmarktdreef opgesteld en daar maakten we dankbaar gebruik van. De oorzaak van m'n tanend geheugen werd nog maar eens in herinnering gebracht en op de proef gesteld. Flesje wijn erbij, een aperitiefje, olijfje, het protocol is stillaan gekend. Na deze gastronomische break gingen we terug op weg. Iets verder maakten we kennis met een StreetArt artiste. Ze deed een wandelingetje met haar hondeke, een beestje zo oud als de straat. Ze was bezig met een Wallpaint te maken op de tunnelmuur onder de R0 - ring van Brussel. 6m hoog en 80m breed. Daar moet wat verf inkruipen dacht ik nog. Haar busje vonden we terug aan de ingang van de tunnel. Het moet fijn zijn dat je je met dergelijke kunstvorm kunt uiten, je kost ermee verdient en daar ook je dagen mee kan vullen. Als je creativiteit je dan nog een immense voldoening schenkt ben je een gelukkig mens. Het waren echt mooie werkjes die daar op die tunnelmuur waren geschilderd. Zo, nu zaten we volop in het Hallerbos. Ik verwijs hier opnieuw naar de link hierboven die je naar m'n blog van 22 maart van verleden jaar brengt. Maar even in 't kort geschetst : Het Hallerbos is het belangrijkste en meest uitgestrekte bosgebied tussen Zenne en Zoniën. Het bos is een publiekslieveling dankzij het prachtige paarse tapijt van wilde hyacinten die rond midden april bloeien. Het gevarieerd reliëf zorgt voor heerlijke wandelmogelijkheden en maakt een bezoek aan dit bos meer dan de moeite waard. Zo mooi en wat me steeds meer en meer opvalt is dat er zo weinig mensen deze bossen opzoeken. Het zou in een vakantieperiode hier vol met spelende kinderen moeten lopen.
Op de terugweg naar Lembeek passeerden we op de grens van de gehuchten Essenbeek en Warande het Warandepark. In dit park werd er een educatief parcours uitgestippeld voor de kinderen waarin de boommarters Bas en Bieke de personages uitbeelden die het verhaal vorm moeten geven. Er waren daar inderdaad een hele groep kinderen aan het spelen. Café 't Kriekske, een volkskroeg, nabij het Warandepark nodigde uit om een trappistje La Trappe te degusteren. Een Hollandse Trappist dan nog welteverstaan. Nu, smalend mogen we daar zeker niet over doen want de meesterbrouwers die onze Westmalle Trappist, de moeder van alle Tipels, beroemd en naar een topniveau hebben verheven waren Hollandse broeders. Die smaakten en tijdens de degustatie moesten we de Michel onderrichten in het vak van de Trappistenleer. Het ontstaan van de brouwerij is dan ook een boeiende geschiedenis. Moest het je interesseren : Brouwerij Westmalle Trappist . Het kasteelpark volgde en daarna kwam de kerktoren van Lembeek terug in zicht. Een afsluiter op het gezellige dorpsplein in de 'Mustang' met nog een La Trappeke volgde. Met nog 2 uurtjes sporen zat de dag er op. Ene om in te kaderen alweer.
Na weeral een poosje inactiviteit van enkele maten uit het stapgezelschap werd er gisteren een poging ondernomen om weer in gang te schieten of laat me eerder zeggen om terug wat leven in de brouwerij te brengen. Met 4 staken we gisteren van wal in Lokeren treinstation. Ik en de Ronny stapten af rond 10 uur. De trein had curieus genoeg wat vertraging want zoiets verwacht men immers niet van een spoorwegmaatschappij 😉😉😉. De Michel en den Hugo stonden ons al op te wachten in het stationsbuffet. Starten maar ! Na 100 meter was het al meteen koekenbak ... er werd een stop ingelast want de Ronny had teveel te vertellen aangaande de teraardebestelling van zijn teerbeminde tante Yvonne. Al stappend zou hij zijn punt niet kunnen gemaakt hebben en bijgevolg nodigde hij ons uit om zijn erfenis aan te snijden met een traktatie op een kommeke koffie. Dit feit werd beslecht op het terras van het eerste het beste open café en dat was aan de overkant van de statie. Na zijn toelichting restte er ons haar met de volgende woorden de nodige zielerust toe te wensen : "God weze genadig en hebbe Tante Yvonne haar ziel". Na de koffie ging het richting Durme uit. Een klein foutje in m'n trajectje noopte ons om een klein omwegje te maken aan de spoorwegbrug. Via de voetgangersbrug iets verderop werd de oversteek van de Durme gemaakt. Nu ging het richting Hilare uit. Hier liep het al grondig fout. Paadjes die door de weiden liepen waren door de boer aangeslagen en beplant met maïs. Ontoegankelijk met andere woorden. Dit resulteerde in 'bonken'. Daarmee bedoel ik grachten oversteken, over toegangshekken klauteren, een kudde koeien trotseren zoals in Pamplona tijdens de 'encierro' met de stieren, brandnetels mijden om vervolgens met 'limbodance' vergelijkbare toestanden onder de pinnekesdraad door te schuiven. Nog meer van dit fraais kan men zich verder wel voorstellen wanneer men zich op onbebaande wegen waagt.
Op het grondgebied van Lokeren staat er tegen de grens met Everslaar een kapelletje gewijd aan de OLV van Bijstand. Dit kapelletje in classicistische stijl staat er ter vervanging van haar voorgangster dat in de 16de eeuw door de Geuzen werd verwoest. Het is een mooi gerestaureerd kapelletje en aangezien er ondertussen zich enkele dreigende regenwolken verzamelden boven onze koppen werd er besloten om het schof aan te vatten. De stoelen van het kapelletje hebben we even in bruikleen buiten gezet om onze pichnick aan te vatten. Vooralsnog regende het niet. In een vlaag van opwellende devotie knielde de Michel neer op zo'n stoeltje en richtte hij met de handen plechtig gevouwen een jeremiade tot de Heilige Moeder Gods. Dat Zij hem aanhore ! Een flesje wijn, en waarom niet ? Zelfs het Nieuwe Testament maakt er melding van ! Verder nog wat tapakes en sandwichkes, de gezelligheid van weleer bleek nog niet verwelkt te zijn. Hoofdthemas van de tafelgesprekken waren vooral van financiële aard. Erfenissen, spaarboeken, pensioenhervorming etc. Alleszins maakt het mijn geluk niet uit en zijn dit bijgevolg geen pijnpunten voor mij. Ik maak immers onderdeel uit van de schare publiek waarop de spreekwoordelijke uitdrukking 'verroeste nagel en gat' van toepassing is ! 😂😂😂. Na afsluiting van het openluchtdis werden de stoelen netjes teruggezet, den Hugo stak nog 2 bougiekes aan en de Michel, graduaat netheid, veegde nog met een borstel het kappeleke proper. Ons Lievevrouwke zal hiermee blij geweest zijn.
Door weidse velden en langs prachtige landwegels teenden we richting Overmere uit. In het dorp zijn we niet aanbeland dus veel kan ik er niet over vertellen. Wel wil ik kwijt dat hier in Overmere op 12 oktober 1798 de Boerenkrijg begon. Deze historische gebeurtenis wordt in Overmere levendig gehouden door het Boerenkrijgstandbeeld, een werk van Aloïs de Beule. Wat wel aan bod kwam op Overmere's grondgebied was het Donkmeer. Waar nu het Donkmeer en Berlare Broek liggen, liep duizenden jaren geleden een meander van de Schelde rond een zandheuvel. Beetje bij beetje veranderde de loop van de rivier, waardoor er een hoefijzervormig meer ontstond. Aan de noordoostelijke kant van het meer ligt het gelijknamige gehucht Donk. Het Donkmeer heeft een wateroppervlakte van circa 86 hectare en is daarmee een van de grootste meren in Vlaanderen na enkele Maasplassen, het Rauwse Meer (Kempense Meren) en het Schulensmeer. De diepte is gering en bedraagt maximaal 3,20 meter. Sinds kort heb je in de gemeente Berlare de mogelijkheid om te kamperen op een vlot middenin de prachtige natuur van de Donk. Een rimpeling in het water, geritsel in de bomen, tijdens het vlotkamperen worden naar het schijnt al de zintuigen op scherp gesteld. Het is een atypische overnachtingsmogelijkheid die niet alleen avonturiers, maar eigenlijk iedereen die weleens tegen de vier muren van een slaapkamer oploopt, aantrekt. Vlotkamperen is een eenvoudig maar vooral slim concept. Je slaapt in een tent op een vlot op het water en that's it. Een roeibootje dat aan je vlot ligt aangemeerd moet je toelaten om aan wal je behoeften te kunnen doen. Op zo een vlot kom je echt los van de alledaagse drukte en de gedurige stroom aan prikkels. Tja, ik ken eventueel alternatieven die je nog meer succes kunnen verzekeren. Maar op zo een vlot zijn we niet gekropen. Wel zijn we een smakelijke tripel gaan degusteren in één van de talrijke horecazaken aan de oevers van het meer. Nen Brugse tripel en een Kasteelbiertje alstublieft ! "Eerst betalen" zei de kelner, een jobstudent. Het moet zijn dat er op het terras wanneer het op betalen aankomt nogal veel volk de benen kiest om zulk een manier van klantbehandeling te verantwoorden.
Naast het Donkmeer ligt het provinciedomein Nieuwdonk. Een gigantische vijver, die het hart van het park vormt, is meteen ook de trekpleister van het domein.
Hier plonsen de hele zomer door kinderen, volwassenen en gezinnen in het water. De bossen die het water omzomen, zorgen voor de nodige schaduw op warme dagen. En vormen het perfecte decor voor een fijne wandeling in élk seizoen. Het viel me op dat er, ondanks de schoolvakantie en het vrij goede weer, weinig animo te spotten was. Weinig volk terwijl je je toch verwacht aan een horde joelende kinderen op zo een prachtig strand. Misschien dat het prijskaartje voor het pootjebaden de mensen wat afschrikt. Alles moet nu geld opbrengen, ik vind dat allesoverheersende winstbejag dan ook erg zielig. Ook de aldaar gelegen camping bood een troosteloze aanblik. Bij het toekomen aan die camping was de campinguitbater aan de klap met een fietser. De Ronny en den Hugo mengden zich in het gesprek met de uitbater. Die was 82 en stopte ermee. De met tent en zak bepakte pedaalridder ondernam een 5-daags tripje en vandaag kwam hij aangefietst vanuit Torhout. Morgen stond Munkzwalm op zijn agenda. Sympathieke jongen en de Ronny bood hem al direct onderdak ten zijnen huize aan. Goeie inborst de Ronny maar daar zou ik thuis niet mee moeten afkomen. Als laatste interessant wandelgebied kwamen de Kalkense Meersen in beeld. Hier ben ik een 3-tal jaar gelegen nog eens geweest dus, met jouw toestemming, ga ik de beschrijving niet een andermaal overdoen.
Aan de overzet in Schellebelle hebben we ons nog maar eens voor de verandering op een terrasje gezet. Dit in afwachting van het veerbootje. Nu, wachten moest je eigenlijk niet doen want je werd op je wenken bediend bij het luiden van een op de oever staande scheepsklok. Den Hugo goot een frisse gueuze Boon naar binnen, ik een Flandrien, de andere stapmaten ieder een simpel glazen boterhammeke. Eens aan de overkant zaten we in Schellebelle. Nog een 2-tal kilometertjes vielen er te stappen tot aan de Statie in Wetteren. Daar wipten we tot slot nog Café het Posthotel binnen. Het is tot nu toe het mooiste café dat ik ooit ben tegengekomen. In november 2022 ben ik er al eens geweest met de Michel.
Het binnenterras heb ik toen niet bezocht, te koud in november immers maar deze dag konden we er gezellig plaatsnemen. Echt fantastisch knap die binnentuin. Sfeervolle lampions in Duvelflesjes, de frisgroene bladeren van de trompetboom zorgden met hun overkoepelingen voor een exotisch tintje, antieke tafeltjes en stoelen maar vooral de vriendelijke bediening valt te apprecieren. Het laatste goudgele vocht werd er geconsumeerd. Met smaak en dit in dezelfde mate zoals het met deze godganse dag is verlopen. Mooie wandeling, geen drukte, Wandelpaden en Natuur ... let op de hoofdletter maar vooral een vrolijke compagnie droeg bij tot het succes. Het smaakte weeral naar meer. Dat komt wel goed. Helaas, ook in het naar huis bollen werden er met eenzelfde verwondering wat vertragingen genoteerd. 8u35 vertrek in Wetteren ! 11u45 in Beveren en dit zonder het blikken of blozen van de NMBS. 32km in vogelvlucht, wie doet er beter ?