vrijdag 24 maart 2023

Lus Nekkerspoel - Mechelen

Een halve lus, noem het maar een treinstapper, tussen de stations Mechelen en Nekkerspoel moest voor een dikke 20km wandelgenot zorgen. Alhoewel de weersvoorspelling bakken hemeltranen in het vooruitzicht stelde trokken we, ik - de Ronny en den Hugo, naar Mechelen voor een staptoerke. Helaas, voor de Catsjoe, 14 jaar ondertussen, is een lange wandeltocht niet meer haalbaar. Wat de voorspelde regen betrof, dit mocht geen obstakel en vervolgens ook de reden niet zijn om af te haken. En kijk, het weerbeeld strookte niet met de voorspelling want het bleef daar in Mechelen de ganse dag zo goed als droog. 

Om 10 u gingen we van start ! Een stukje langs de Dijle tot aan een bankje in het Mechels Broek werd de intro. Onderweg bleven we even stilstaan aan het Kasteel 'De Borght'. Dit imposant bouwsel met een al even imposante geschiedenis staat zo een beetje uit het zicht maar als je goed door de omheining heenkijkt kan je dit mooie kasteel in al haar schoonheid bewonderen. Ter gelegenheid van z'n verjaardag haalde de Ronny aan dat bankje een fles champieter boven ! Allez-hop een jaartje erbij, de toon werd al goed gezet. De grote vijver aan het recreatiedomein de Nekker lag er vredig bij. Enkele ooievaars hoog in de lucht klapwiekten gezwierd rond en zorgden voor wat gezelschap. Jaarlijks zoeken deze prachtige trekvogels het domein van de Zoo van Plackendaal op om er te broeden. Die Zoo ligt vlakbij. Die mooie trekvogels zijn de voorbodes van de lente. Ik spotte daar verder nog een ijsvogeltje en  enkele harlekijneendjes. De Ronny kon dan weer een citroenvlindertje op de pelicule vereeuwigen.  Wat die ooievaars betreft bracht de Zoo in 1985 ooievaars uit Hongarije, Frankrijk en Polen bijeen en na een 4 jaar durend gekooid verblijf waren ze hun migratiedrang verloren. De jongen echter eigenaardig genoeg niet en het zijn deze nazaten die nu jaarlijks vanuit Zuid Europa en Noord Afrika  naar hun geboortestek in Mechelen terugkeren om er te broeden.  

We volgden een kleine kilometer het wandelpad tussen de Platte beek en de Grote Vijver om vervolgens na het oversteken van de Vrouwvliet bij de abdij van Betlehem aan te belanden. Gesticht in 1965 is deze abdij gelegen aan de zuidzijde van het Zellaerpark. Tot in 1975 was dit het klooster van de redemptoristinnen of "rode nonnen" en daarna namen de zusters benedictinessen er hun intrek. In een eerdere blogpost maakte ik al melding van deze abdij van Betlehem. Nu heb ik al nonnenkostuums in het lichtblauw gezien op de Mont St. Michel/Frankrijk waar  de 'Soeurs de Jérusalem'  dit droegen. Witte tenues in het klooster Casa de la Trinidad in Laredo/Spanje en zwarte habijten in mijn jongste jaren in de kleuterschool. Jammer vind ik het dat ik nog nooit zo eens een rode non tegen het lijf ben gelopen. Dat had ik wel eens graag gezien.  De abdij is een modern complex met vleugels van één tot drie bouwlagen onder platte daken, opgetrokken van baksteen en beton met een vrijstaande klokkentoren. dit even terzijde. We stapten verder richting Bonheiden centrum. 

De Ronny was zichtbaar erg kontent dat hij nog eens van de partij kon zijn. Zijn familiale bejaardenzorgen swingen de laatste tijd weer flink de pan uit en met een wandelingetje mee te pikken konden deze troebelen even terzijde geschoven worden. En het was bovendien lang geleden dat hij er nog eens bij was. De consequentie was wel dat we een luisterend oor moesten aanbieden voor de immense lading aan gespreksvoer die hij meezeulde en lossen moest. Daar in Bonheiden gingen we op zoek naar een plekje om te schoven. Dat vonden we naast de mooie Onze Lieve Vrouwekerk. We zijn er trouwens even binnengestapt om er een kaarsje aan te steken. Ik stuurde een fotootje van dat bougieke naar Carol in Vancouver. Kwestie van haar vasten nog wat te ondersteunen.  
Het terraske van een  koffiekaffee bood hiervoor de ruimte. Koffieshop of kaffee, what's in a name ? - de uitbater had evengoed een quadruppel La Trappe in zijn aanbod staan. Wat denk je ? Juist, de verleiding was te groot om deze kelk aan ons te laten voorbijgaan. Kwestie van dat luisterend oor ten volle open te houden en goed geïnformeerd te blijven wat betreft de Ronny zijn ouderlingenqueeste liep het schaft naar gewoonte behoorlijk uit. 

Samen met het champagne-aperitiefje hadden we al 2 uur staptijd opgesoupeerd. Den Hugo had nog verplichtingen die avond en vanuit Bonheiden zouden we daarom de toer wat inkorten. Helaas want gezien de Dijle weinig bruggen telt daar in de omgeving, verliep die inkorting naar die brug toe over verharde wegen. Uiteindelijk bleef er nog een kleine 14km over van de vooropgestelde 23 paaltjes.  Met nog een namiddagstop in het Brughuis, een sfeervolle kroeg aan de Muizenbrug over de Dijle, tikte die rusttijd uiteindelijk aan tot 3 uur.  Dat Brughuis was ons niet onbekend. Ik herinner me een bezoekje met de Ronny nu al weer een geruime tijd geleden. Hij werd er verlost van het waanidee dat een tripel niet uit een vat kon getapt worden. Herinneringen borrelen regelmatig op tijdens zo een wandeling.  Nu, samen een goei pint drinken met de maten mag ook best wel quality time genoemd worden ... immers, er is niks dat moet en daar beleef ik ook veel plezier aan. Het mag dus al eens anders verlopen. De mooiere stukken die we hierdoor oversloegen doe ik wel later nog eens over. 

Den Hugo nam afscheid aan de statie van Mechelen rond 17u, ik en de Ronny rondden het wandelingetje af met een koffietje in Café 'Friends' aan de overkant van de statie. Om 18u zochten wij ook de trein naar huis op.  Kort samengevat vandaag kan ik stellen dat het een leuke dag onder de stapmaten werd. En ondanks de voorspellingen kregen we puik stapweer. Na de middag viel er zelfs een aangename temperatuur te noteren. En er werd weeral veel gelachen en gezeverd. Onze maat kan voor een tijdje weer met de glimlach op de lippen zijn 'probleembejaarden' - zorg aan. Afspraken voor toekomstige uitstapjes werden gefinetuned en last but not least zagen we dat de Ronny had genoten van het feit dat hij zijn uitlaatklep met het voer voor billenkletsers en lachkrampen nog eens volledig heeft kunnen opendraaien. Voilà zie,  we zien het leven weeral eventjes door een ander brilletje. 

La vie en rose ! 


zondag 12 maart 2023

Het Opus Magnum onder de Staptochten.

 

Als ik loop, bereik ik een gevoel van vrijheid dat onmogelijk te beschrijven is.  Ik voel me klein en immens tegelijk.  De aarde en de lucht krijgen verschillende dimensies van mijn nietigheid en mijn onmetelijkheid. Het lijkt absurd maar dat is het niet.  Als ik de Camino loop ben ik me ervan bewust dat ik adem.  Soms stop ik met geen andere bedoeling dan te ademen om dan te voelen dat ik adem.  Ik stop, open mijn armen en sluit de ogen. En ik adem diep, heel diep in.  Bijna tot verstikking, tot aan de rand van de dwingende behoefte om de ingeademde lucht uit te ademen.  Voor dit soort dingen loop ik graag in absolute eenzaamheid.  Ik denk niet dat ik het zou kunnen doen met iemand aan mijn zijde,  hetzij een bekende noch onbekende.  Ik heb ruimte nodig voor de absolute intimiteit met het Universum. Het Universum en mezelf alsof enige andere fysieke aanwezigheid dat moment zou verhinderen en onhaalbaar maken.  Als ik loop, stop ik de alledaagse tijd en stap in een andere tijdstroom. Een stroom die gemeten wordt door andere parameters.  Als ik loop, zing ik, bid ik, zwijg ik, lijd ik, denk ik of denk ik niet, maar alles is absoluut onbepaald.  Alles ontstaat.  Alles vloeit eindeloos dooreen zonder enige maat.  Alsof er een onvermijdelijke explosie van vuurwerk in mij losbarst, onvoorspelbaar in vorm en kleur. De vuurpijlen gaan omhoog en exploderen, de één na de ander.  Totdat de laatste dooft en alles wordt ondergedompeld in een zeer diepe stilte.  Als ik loop, ben ik de Weg.  Zonder mij bestaat de Weg niet.  Zonder mij heeft het Pad geen Zin.

M.N.


zaterdag 4 maart 2023

Lierke Plezierke

Voor vandaag tekende ik opnieuw voor de Pallieterstad ! Wel, Lier is een erg tof provinciestadje en het zal niet de laatste keer zijn dat ik en enkele stapmaten er de bottienen zullen slijten. Eerdere wandelinvasies dateerden van december 2014 : " 
Van Boom naar Lier ... van de Hondenfretters naar de Schapekoppen, dit respectievelijk zijnde hun bijnamen " en van juni 2019 : " Van Lier naar Mechelen ... langs de via Brabantica. De koperen St. Jacobsschelp siert ook in Lier menig voetpad ".
In deze laatste blogpagina bezorgde de anekdote uit Felix Timmermans' zijn meesterwerk/boek 'Pallieter' die ik daarin aanhaalde me terug de caminokriebels. De verslaving wordt erger met de jaren stel ik vast. Pallieter zwierde zijn klak in de lucht ...
Den Hugo en de Marc deelden bij het vernemen van het in Lier op stapel staande wandeltrajectje m'n initiatief. Ze zouden meestappen. Niet te ver van huis, treffelijk weer voorspeld, mooie streek, gezellig stadje ... zou er soms nog iets ontbreken ? Den Hugo pikte ik thuis op en om 9u namen we de trein in St. Niklaas. Kwart voor 10 troffen we de Marc aan in het station van Lier. Den aftrap werd gegeven en na de afleidingsvaart over de Nete gepasseerd te zijn teenden we langs haar kaaimuren en de Lierse stadsvesten aan de Binnennete naar het spuihuis vlakbij het Sionpark. Een sjiek stukje wandeling om de dag mee te starten moest je het me vragen.

Het Spuihuis trok de aandacht. Na het uitgraven van een verbinding tussen de Grote en de Kleine Nete in 1426, bouwden de architecten Antoon I en Antoon II Keldermans het Groot Spui van 1508 tot 1516. Er kwamen twee sluizen, het Groot en het Klein Spui. Nu blijft enkel het Groot Spui over. De sluis had de functie van waterbeheersing van de stad. Ze werd namelijk gebouwd op de Kleine Nete die Lier doorkruiste. Men kon er het water tijdelijk opsparen en dan door de stad laten lopen, om de stad te "spuien" wat schoonspoelen betekent. Bij overstromingsgevaar kon men de sluis sluiten en werd het water via een verbindingskanaal naar de Grote Nete geleid, die een boog maakte rond de stad. Naast de functie van waterbeheersing had het ook een rol in de verdediging van de stad. Het gebouw op de sluis diende aanvankelijk voor de huisvesting van de sluiswachter. Momenteel ligt het Spuihuis aan het begin van de Binnennete, terwijl de Kleine Nete sneller in de Grote Nete uitmondt en zo verder rond de stad loopt. Het Spuihuis werd in 2009 grondig gerestaureerd en dient sinds 2012 als clublokaal voor de Sociëteit van de Schaepshoofden, een nog jonge Lierse vereniging die zich tot doel heeft gesteld prestigieuze culturele manifestaties te organiseren. 

Via enkele bruggetjes en de oevers van respectievelijk de Binnennete, Kleine Nete, Grote Nete en het Netekanaal kwam het Fort van Lier in zicht. Vooraleer de vestinggracht voor een stukje te volgen namen we een kijkje op het binnenplein. Verboden toegang weliswaar maar een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid moet af en toe haar plaats krijgen. Leden van de aldaar gevestigde schietclub hielden er bijeenkomst. Daarom stond de poort uitnodigend en wijd open om er even een kijkje te gaan nemen. De oorspronkelijke fortengordel van Antwerpen bestaat uit 8 Brialmontforten, gebouwd vanaf 1859. Ze staan opgesteld in een 18 km lange lijn van Wijnegem tot Hoboken. Tussen 1870 en 1900 kwamen er 8 forten bij, gelegen op de buitenlinie op  ±10 km van Antwerpen in vogelvlucht. Het Fort van Lier dateert uit deze periode. Na 1906 worden er nog 11 forten bijgebouwd. Samen vormen ze de Stelling van Antwerpen, een 95 km wijde ring rond de stad. Dit fort werd in 1914 ernstig beschadigd door bombardementen van zware Duitse artillerie. Den Hugo spreidde even voor ons zijn kennis uit over den Duits zijn dikke Bertha. Deze was zo kolossaal dat ze per spoor diende vervoerd te worden. Haar 400mm obussen knalden bij haar bombardementen zo luid uiteen dat overlevenden er onomkeerbare doofheid aan overhielden. Behalve vleermuizen huizen in het fort ook verenigingen zoals schietclubs.
Jaja, ook vandaag had onze Marc had zijn rijstvlaaikes niet vergeten. Daar aan de ingang van het fort bleek de moment gekomen om deze te voorschijn te toveren. Lekker ! Het feit dat er in Lier Lierse Vlaaikens, een culinair curiosum, te verkrijgen zijn kon de Marc zijn voorliefde en keuze voor het rijstvlaaike niet aantasten. 
Aan een Bourgondisch trekje ontbreekt het de Lierenaren met hun vlaaikes dus geenszins niet. De doopvont waarboven ze gehouden werden was indertijd beslist gevuld met een grand cru en voor de doopgetuigen werd het een Liers Vlaaike in plaats van een hostie. 

Volgende stappen zouden gezet worden in de richting van de Schans Tallaart en het Fort van Koningshooikt. Door Vlaamse velden en akkers wandelden we op het gemakske verder. Wat is ons Vlaanderen toch mooi. Van puur contentement zette ik het liedje van Petra  'Vlaanderen m''n land' op. Onderweg naar dat fort en luisterend naar de kwelende Petra zagen we dat Café het Lammeke op de Aarschotsesteenweg open was. Daar konden we niet voorbijlopen temeer omdat er een lading  vrolijk volk binnenzat. 3 koffies om het rijstvlaaike door te spoelen werden er door den Hugo besteld. De actie tournee minerale moet ons ondertussen verregaand inzicht gebaard hebben. Een 20-tal oudere personen bevolkten deze kroeg. Een hele kliek wandelaars zo bleek, ze waren zelfs voorzien van seingevers. Ze waren op tocht en hielden in deze kroeg een rustpauze. De stamineebazin vond ik persoonlijk niet zo vriendelijk. Eerder nors en afgemeten zakelijk. Waarschijnlijk had ze een emmer en een dweil in gedachten wanneer ze al die slijkklodders op de grond zag, afkomstig van de vele stapbottienen die haar vloer daar besmeurden. 


Aan de ingang van het Fort van Koningshooikt hielden we schaft.  Daar rond haar vestinggracht waren we tevergeefs  naar een geschikt picknicktafeltje of plekje op zoek maar helaas, niks te vinden. Aan de ingang van het fort konden we ons neerplaveien op een omheining. Den Hugo trok zijn fleske wijn open en een Spaans tapake - Manchegokaas met appel/peren/dadelsiroop - aangevuld met een olijfje en een notensauciske zorgden voor de feestelijke touch. Zalig, een Spaans zonnig accentje alhoewel het fris werd als je zo moest stilzitten. Ik mag stellen dat ook mijn doopvont, gezien de aard van het aperitief en de voorliefde voor Spaanse camino's, met cava gevuld was. Een demi-sec om precies te zijn. Allez Jan, waar slaat deze onnozele praat nu weer op ? Awel, het is voor de fun wel te verstaan 😂.
We kregen aan die toegangspoort bezoek van iemand die een karweitje kwam uitvoeren op het fort. Een bulldozer reed het fort binnen, onze bezoeker volgde met een camionetje maar stapte even uit ter kennismaking. Een vriendelijke mens maar binnen de kortste keren kenden we heel zijn coronagerelateerde lijdensweg. Na zijn 4de coronaspuit kreeg hij last van een pijnlijke zona waar hij wreed had van afgezien. De gruwelijkste pijnen moest hij ondergaan. Gesticulerend en met een van pijn getrokken gezicht wees hij op zijn lijf de getroffen delen aan.  Niemand zou hem kunnen overtuigd hebben dat die spuit niet de oorzaak van zijn zona was. Temeer daar er een dame, een kennis van hem, identiek van dezelfde kwaal te lijden had gehad. Den Hugo vroeg of hij het was die haar die spuit soms had gegeven ? Dit gezien er met besmetting toch enigszins rekening moest gehouden worden. Het antwoord bleef onze bezoeker ons schuldig. Hij wipte  in zijn camionette en gebaarde dat hij nu heel dringend aan z'n werk moest beginnen. Hij reed het fort binnen, de bulldozer achterna. 

We stapten verder. Er kwamen enkele hindernissen in beeld. Het bleek dat delen uit paadjes van m'n uitgestippelde route in de loop van de jaren privégrond was geworden. Een boer, 78 jaar en je zou het hem niet aangegeven hebben, maakte er ons attent op. Een alternatief was er niet temeer omdat de ondertussen privégeworden gronden toebehoorden aan een nogal kwaadgrimmige kerel. Iets verder vielen we opnieuw in de prijzen. Deze keer stonden we voor een in allerijl geplaatst alluminium herashekken. We belden aan om even naar toegang te polsen maar ook dit liep op een sisser uit. De dame in kwestie bevestigde ons dat het haar privéterrein was. Het beloop in de eigendomkwesties kende ze niet aangezien ze er nog maar van in november woonde.  Dag madam ! Omkeren dus, het traceetje van 22 paaltjes kreeg vanwege al die doodlopende paadjes er zomaar 3 paaltjes extra bij. Maar dat is ook al niet erg. Ondertussen waren er grote stukken aan de hemel blauw opgeklaard en was de gure wind wat gaan liggen. De zonnewarmte was opeens goed voelbaar. Een gok waagden we bij het volgen van de Haagbeek. Hiervoor moesten we over deze beek springen gelegen iets ten westen van de Schans Tallaart. Na een paar honderden meters door het veld ploeteren om die beek te volgen dienden we opnieuw een oversteek te maken. Dit keer lag er een gammele houten palet over de beek. Voorzichtig voetje voor voetje erover. Een derde oversteek betrof een betonnen plaat over de Itterbeek en toen kwam de bepouwde kom terug in zicht. Gok geslaagd. 3de keer goede keer. 

Met terug op het Netekanaal en de Nete uit te komen kwam de stadsrand in zicht.   Via het stadspark aan deze rand trokken we Lier binnen. Bedrijvigheid troef op dit uur, halfvijf was het. Het Zimmerplein met haar Beroemde Zimmertoren en de Grote Markt volgden.  Veel volk op de been, de kroegen en de terrassen zaten al goed vol. Al vlug stonden we aan de statie van Lier voor de terugtocht. Een trein zou zo vertrekken dus namen we collectief het besluit deze te nemen. Eens te meer kwam tournée minéral in gedachten ... geen tripel bij het afsluiten van deze mooie wandeling. Maar ik ga geen onhoudbare beloften doen ... Op tijd en stond komt er wel terug een tripeltje te voorschijn. Niets is immers eeuwig. 



dinsdag 14 februari 2023

Bosvoorde - Terhulpen

 

Het laatste uitstapje in het Zoniënwoud was me dermate goed bevallen dat ik er nog een stukje aan heb bijgebreid. Een klimatologische haar in de boter werd er voor vandaag niet voorspeld dus gaan met de banaan. Om 9u zou ik samen met den Hugo vanuit St. Niklaas naar Bosvoorde sporen. Een wandelmaat van den Hugo waarmee hij samen de Bornemse 100km dodentocht uitloopt, eveneens uit Temse, zou meestappen. Met drieën, ik den Hugo en Marc. Deze keer geen stipte trein, om 11u stapten we uit in Bosvoorde. In de nacht van woensdag op donderdag had het ferm gevrozen. Op de vijvers van Watermael - Bosvoorde in het Tourney-Solvaypark lag er een centimeter dik ijslaagje. Glijpartijen op het ijs verraste de waterkiekens. In duikvlucht gleden ze vanaf de oever op hun buik vooruit over de ijslaag. De pootjes molenwiekend achter hun gevederde kont. Ook de paadjes voelden bevroren aan. Later op de dag zouden hier en daar door de zonnewarmte deze in slijkbaantjes veranderen. Maar het viel mee. Voor ons geen glijpartijtjes zoals die waterkiekens. Eens dat park uit beland je in het Zoniënwoud. 

Het pad dat uitgetekend stond liep verder langs de bekendste vijvers van het Zoniënwoud. Het IJsvogelvoetpad en de Tumuliweg bracht ons naar de Hoefijzervijver. In de verte hadden 2 zwanen een wak gemaakt in het ijs. Verdorie dat waren grote beesten, ik twijfelde even of het wel zwanen waren. Wat verder in het Wollenborrepad stond een picknicktafel. Ideaal want we zaten al tegen de noen aan. Den Hugo trok een fleske wijn open, een aperitiefhapje had ik bij. Gewoonlijk zorg ik voor de glazen, ik kwam er ééntje tekort, dit voor onze onverwachte stapgezel. Geen erg, Marc volgde de regels van Tournée Minéral en sloeg beleefd Hugo's aanbod af. 


Het was mooi wandelen langs de vallei van het Vuylbeekpad. Een beetje heuvelend. Hier en daar ging het wel even steil omhoog. Daar in het grootste beukenbos van ons landeke kan je even van de tijd loskomen en tot rust komen.  De bomen staan er nog wel wat kaal bij maar het blijft een indrukwekkende omgeving. Dat mag je wel zeggen. Een dik bladertapijt bedekte de bosgrond. Bruin voert nog even de boventoon daar in het bos maar niet voor lang meer want de lente is in aantocht. Nu zaten we volop te midden van het Zoniënwoud. Langs de allermooiste bospaden luisterend naar de meest betoverende namen zoals Berkenvoetpad, Teenbossendreef en Frambozendreef kwamen we terecht bij de Ganzenpoot-, de Linde- en de Keizer Karelvijver. Een gans vijvercomplex dat deel uitmaakte van het domein waar zich vroeger de priorij van Groenendaal bevond. De Jan van Ruusbroecbank aan de Keizer Karelvijver moet je de herinnering bijbrengen aan Jan van Ruusbroec, de 1ste prior die er in 1349 de religieuze plak zwaaide. Langs de Kloosterweg was nog een restant te zien van het voormalige klooster. Helemaal verwaarloosd, een ruïne was het in feite.  Dit gebouw van de orde van de reguliere  Augustijnse kannuniken moet betere tijden gekend hebben. Het moet vroeger jaren een belangrijke rol gespeeld hebben in de kerkelijke geschiedenis. Lees maar moest het je interesseren : De Priorij van Groenendaal.

Vooraleer de R0 via een tunneltje onderdoor te lopen maakten we een ommetje langs de hippodroom van Groenendaal. Daar schiet er dus niets van over. Enkel de koninklijke loge staat er nog als beschermd monument te pronken in een leeg landschap. Ook aan dit gebouw gaat er een hele geschiedenis vooraf. Dit majestueus gebouw met koninklijke allures staat dus midden in het Zoniënwoud. Deze Loge was lange tijd de trots van de Belgische paardensport. De renbaan van Groenendaal kwam er onder impuls van Koning Leopold II en werd geopend in 1887. Langs de renbaan stonden vroeger twee metalen tribunes waartussen de loge van Koning Leopold II stond. Na de beëindiging van de Eerste Wereldoorlog werd de renbaan een verzamelplek voor allerlei achtergebleven munitie. In 1919 zorgde een brandende sigaret ervoor dat alles explodeerde met tientallen slachtoffers als gevolg. Alle gebouwen van de hippodroom werden zwaar beschadigd. Twee jaar later werd de herstelde hippodroom heropend. Maar pas in 1924 werd voor Koning Albert I een nieuwe Koninklijke Loge gebouwd. Een sjiek spel, een bezoekje waard. 

Eens de R0 voorbij hielden we een korte rustpauze in de Steenbruggendreef. De fles wijn van den Hugo was immers nog niet leeg. Het domein Solvay zou daarna aan de beurt komen. Gelegen temidden van de prachtige vijvers - respectievelijk de Hoevevijver, de Lange Staartvijver, de Decelliervijver en de Grijze Molenvijver ligt het imposante kasteel van Solvay. Tja, de aanblik van dit 'adellijk stulpje' doet je eraan herinneren dat er geen blauw bloed door je lijf stroomt. Wat moet dit niet allemaal gekost hebben ? Een prachtige website met info over het domein inclusief kasteel vind je hier : Regionaal domein Solvay

Interessant is het mysterie rond de obelisk die graaf Ernest-John Solvay liet bouwen. Kijk :  Obelisk Kasteel Terhulpen. In het kort :  ... tot dan strekte het bos zich uit tot dicht tegen het kasteel en rond een gazon zonder diepte. Heel wat bezoekers, onder wie koning Leopold III, raadden den Ernest-John aan om bomen om te hakken en een perspectief naar het westen te openen. Een groot stuk van deze kant van het domein werd ontbost en het terrein werd over ettelijke meters genivelleerd. Het lange perceel dat tot aan de obelisk strekt (ongeveer 500 m), versmalt de laatste 300 m van 30m naar 20m. Er werd tot 4 m diep gegraven. Mijnheer Solvay wou een monument zien op het einde van het perspectief dat hij gecreëerd had. Dat monument moest het geheel afronden, een orgelpunt vormen en de hoge bomen van zijn domein domineren. Hij koos voor een obelisk die dezelfde afmetingen moest krijgen als die van de place de la Concorde in Parijs. Foto's en afmetingen werden al in september 1965 door de publiciteitsafdeling van Solvay & Cie in Parijs verzameld. De jaren die volgden op deze studie werd het project door Ernest-John Solvay en zijn raadgevers verfijnd en in uitvoering gebracht. Sporen van het obeliskproject in Ter Hulpen zijn terug te vinden in een plan dat op 19 januari 1968 door Albert-H. Van Ham, ingenieur-raadgever, uitgewerkt werd. De werken werden gestart, maar toen de obelisk klaar was, vond Mijnheer Solvay dat die te klein uitviel (ongeveer 27 m). Er werd een nieuwe bekisting rond de bestaande obelisk gebouwd en opnieuw vloeide het beton. Uiteindelijk werd de obelisk, met zijn 36 m, groter dan de Parijse Obélisque. Volgens Jacques Stasser die lid was van de Geschiedeniskring van Ter Hulpen waren de obeliskwerken niet af, maar het overlijden van Ernest-John Solvay op 17 oktober 1972 heeft ze opgeschort. Het gazon voor de obelisk moest voorzien worden van een waterpartij waarin de gouden zon zou reflecteren. Men zegt dat de graaf Solvay hield van de zonsopgang. Hij woonde in de oostelijke vleugel van het kasteel en had vanuit zijn kamer een zicht op de dageraad. Maar aan het eind van zijn leven, wou hij aan de westkant slapen. Zijn zon, tronend bovenop de obelisk, had als uiteindelijk doel het licht van de opkomende zon te weerkaatsen. Men zegt ook dat de zon een vrijmetselaarssymbool zou zijn, of ook nog voor soda zou kunnen staan. Er staat nog een andere zon op het Belvedère. Een laatste getuigenis in verband met de kleur van de obelisk, komt van Anne Solvay: « Ik herinner mij dat mijn vader mij meenam om zijn afgewerkte obelisk te gaan bekijken. Hij zei dat ze in Caterpillar-geel geschilderd was ! Ja toch wel, dit bouwsel wekte in het passeren toch enige belangstelling op. 

Eens het domein voorbij botsten we nog op een parkje van Solvay. Ik had er een korte kennismaking in uitgestippeld maar het betrof een bedrijfsterrein van Solvay. Daar mochten we niet binnen. We moesten daardoor omlopen om aan de statie van Terhulpen te geraken. Eens daar was de trein naar huis al in aantocht. Het zat er op ! Een mooie dag weeral in een prachtige omgeving en tof gezelschap. 

zaterdag 28 januari 2023

3 lussen / Verrebroek - Kontich - Bosvoorde

 


Kieldrecht - Verrebroek - Meerdonk.  

Stilletjes wandel ik verder, het aantal kilometertjes inclusief de gezondheid kan daarmee wat aandikken. 20k lusjes zijn nu even aan de orde waarbij er deze keer nagenoeg geen spectaculaire zaken te melden zijn.

We beginnen bij Verrebroek. 's Morgens rond 8u, donderdag, pikte ik den Hugo op in Temse. Met z'n getweetjes zouden we er op uit trekken. Het was vrij fris en bovendien had het ge-ijzeld. Maar van neerslag was er in Beveren en Temse geen sprake maar de aangevrozen mist zorgde hier en daar voor een glad wegdek. Opletten geblazen, 's avonds in de nieuwsuitzendingen zou er melding worden gemaakt van verschillende val- en schuifpartijen. Na het koffieke vertrokken we naar het uiterste noorden van de Heerlijkheid Beveren. Ik stalde er mijn karretje aan de kerk van Kieldrecht. Ja zeg dat had hier behoorlijk gesneeuwd. De velden waren bedekt met een laagje sneeuw en de Kieldrechtse voetpaden lagen er spekglad bij. 

Rondomrond het natuurreservaat De Grote Geule ging het richting Meerdonk uit. De Grote Geule maakt deel uit van het Krekengebied van Noord-Oost Vlaanderen en ligt op het grondgebied van Kieldrecht en Meerdonk. In het reservaat kan je niet vrij wandelen. Dat kan alleen maar onder begeleiding van een gids. Het is dan ook een waardevol natuurgebied. De kreek is een deel van het grote krekencomplex dat zich uitstrekt over het noorden van Oost-Vlaanderen tot het zuiden van Zeeland. Vooral de zeldzame veenpartijen maken het gebied heel bijzonder met zijn typische plantengroei zoals veenmos, veenpluizen en de zeldzame kamvaren. De Grote Geule en het bootshuisje zijn objecten die het meest worden gefotografeerd daar in Kieldrecht. Het is een oude overstromingsgeul uit de 16e en 17e eeuw. Ze heeft een steile en zachte oever waar nog brakke invloeden op de plantengroei te zien zijn. Enkele veenpartijen maken het gebied heel bijzonder. Ook veel vogels, zoals de blauwborst en kleine karekiet, vinden er rust en broedgelegenheid. In de winter treft men er heel wat soorten eenden en ganzen aan. In de zomermaanden treft men er ook vleermuizen aan. Men vindt er in het reservaat dan onder meer de dwergvleermuis, de watervleermuis en een aantal andere soorten.  De Grote Geule maakt deel uit van het Saleghem Krekengebied. Activiteiten zoals begeleide natuurwandelingen en vogelobservaties vinden er regelmatig plaats. Hoe dan ook de weidse vergezichten boden een mooi alternatief. 

Meerdonk is een typisch polderdorp. Keurige huisjes en een nette omgeving maken een doortocht aangenaam. De Heilige Corneliuskerk was een bezoekje waard. Den Hugo zijn nieuwsgierigheid wordt telkenmale aangewakkerd wanneer er een kerk op z'n pad ligt. Misschien valt de oorzaak wel te zoeken in het feit dat hij in z'n jeugd misdienaar is geweest. Grappig in deze kerk is  dat Dezeke Jezus kan vliegen. Hij zweeft daar boven het altaar zonder vleugels. Hopelijk zit de verankering in het plafond snor zoniet maakt Hij een lelijke totter. De kerk bezit een schilderij, voorstellende de Aanbidding der Herders, uit de school van Jordaens (17e eeuw). Van einde 18e eeuw is er een kruisbeeld te bezichtigen. De beelden van Sint-Ambrosius en Sint-Eligius dateren dan weer van 1745. De preekstoel is in rococostijl (1768) en in dezelfde stijl zijn de kerkmeestersbanken. Verder kerkmeubilair dateert van de tijd van de vergroting van de kerk, de altaren zijn van 1853. Het orgel is beschermd als monument. Prachtig interieur en kerkmeubilair weliswaar maar voor het bijwonen van een eredienst moest je uitwijken naar Stekene of St. Gillis Waas. God's dienaren worden immers schaars ! 

Het begon waarlijk te regenen en aangezien de schafttijd was aangebroken zochten we een schuilplaatsje voor het schof. Aan de ingang van een dokterspraktijk vonden we een bank onder een luifel en konden we schoven. Een oudere patient van die dokter wachtte z'n beurt af in z'n auto op de parking vlak voor de deur. Je gaat het niet geloven maar op een bepaald moment opent die kerel het portier en kapt er een hoop papiertjes naast z'n auto op de grond. Hoe onbeschaamd kan je zijn ? Je zou die man een opmerking kunnen geven maar wat bereik je ermee ? Dikwijls is het verstandiger om een oogje dicht te doen en binnensmonds te glimlachen. 

Met dat het vrij fors begon te regenen besloten we het traject iets in te korten. Het bracht ons langs De Oude Hoeve, een restaurant midden in de polder. Ja we mochten binnen voor een pintje. Den Hugo die regelmatig in deze contreien gaat fietsen en de streek soms nog beter kent dan zijn eigen broekzak was verbaasd om een horecazaak te midden van deze verlaten polders te vinden. Veel familieleden langs z'n echtgenotes kant resideren hier in de omstreken, vandaar zijn kennis van het gebied. Een 20-tal senioren hielden er een reunie met een etentje gepaard gaande. De baas van de Oude Hoeve somde de problemen met de service op die zo een groep klanten met zich meebracht. Na kennisname van al de moeilijkheden zou ik zo een groep al doorsturen naar een fritkot. Na een tripeltje Omer en een Orval voor den Hugo volgde er nog ééntje waarna we verder stapten in de richting van richting Verrebroek. Hier staat er een aartslelijke kerk die bovendien gesloten was. Vervolgens ging het terug richting Kieldrecht uit langs het Vingerlingpad. Over modderige zandpaadjes voerde dit pad ons langs de Zuidelijke Watergang en de Noord Zuid verbinding naar Kieldrecht.  Die laatste kilometers viel er nog flink wat regen en stond er behoorlijk veel wind. Een paraplu opentrekken was een mindere optie vanwege de wind. Dagen met wat minder weer mogen er ook zijn. Ze geven je uitzicht op de mooiere dagen zodat je je daarin al kan verheugen. Zeuren heeft geen zin. 

Aangezien we vlakbij Nieuw Namen zaten bracht ik in extremis nog een bezoekje aan m'n dochter. Die was wel gaan werken maar haar man nam even de honneurs waar bij een kommeke thee. Het zat er op voor vandaag. Pittig weertje maar toch was ik content dat ik weeral een mooie wandeling kon afvinken. Onzen Hugo was van een zelfde oordeel.  


Kontich - Lint - Waarloos - Duffel

Voor zondag  22 januari beloofde het weer beterschap. De kalender van wandelsport Vlaanderen vermeldde voor deze dag onder meer een wandeling in Kontich. Deze werd georganiseerd door wandelclub 'De Kleitrappers' van Terhagen.  Ik koos uit de verschillende afstanden voor de 20 paaltjes, betaalde als niet-lid 3 euro verzekering en ging van start. Waarloos, Duffel, Lint  zouden hierbij aangelopen worden. De opkomst was niet fenomenaal te noemen. Tijdens het schaft vernam ik van zo een Kleitrapper dat Corona de oorzaak was. Veel leden namen na afloop van de pandemie niet meer de draad op. Tijdens Corona bleef de wandelkalender nagenoeg leeg. Vroeger boekte de club vlotjes meer dan 2000 inschrijvingen voor een georganiseerd toerke, nu waren er om 10u slechts iets meer dan 400 inschrijvingen te noteren. 

Onder een grijs wolkendek maalde ik de paaltjes erdoor. Het parcours liep voor een deel over modderige paadjes van de oude spoorwegberm. Een serieuze slijkboel werd m'n deel. Ook de Babbelse Plassen zouden aan bod komen. Deze 3,5 ha groot zijnde zone bestaat uit een halfopen landschap, omzoomd met knotwilgenrijen en houtkanten. Hier legde de dienst Integraal Waterbeleid in 2012 een nieuwe waterretentie aan met ruime ondiepe poelen, brede plasbermen en een kronkelende vrije doorloop van de Babbelkroonbeek. De Babbelse Plassen vormen zo nieuwe natuur die ook borg staat om de stroomafwaarts gelegen gemeente Lint voor overstromingen te behoeden. Mooi stukje dus. 

Rond een uur of 3 kreeg deze uitstap haar beslag. Ik wandelde nog even de prachtige Sint Martinuskerk binnen voor een bezoekje. Het herinnerde me aan het feit dat ik ooit het lopen van de De Martinusroute in gedachten heb gehad. Deze route loopt van het Nederlandse Utrecht tot in het Franse Tours. Alle Martinuskerken worden bij op het pad van deze GR als een lint aaneengeregen. Ik zal deze gedachte nog maar even 'on hold' zetten. Ik heb nog maar juist zo een serieus toerke achter de rug. Zien wat de toekomst nog voor me in petto heeft blijft nog even de boodschap. Ik zou, nu ik toch in Kontich was, van de gelegenheid gebruik maken om m'n oudste zus een bezoekje te brengen in het rusthuis. Haar paternosterke dat ik in bruikleen  meehad op m'n recentelijke camino kon ik haar zo terugbezorgen. Al 6-jarig meisje stuurde ze dit paternosterke naar mijn vader die tijdens de 2de wereldoorlog in een krijgsgevangenenkamp zat. Ze stelde het goed. De glimlach op haar gezicht deed me dit te vermoeden. Het is jammer,  de vele levensjaren hebben bij haar hun tol opgeeist en al haar herinneringen uitgewist. Spreken doet ze niet meer en me herkennen lukte haar evenmin.   Zo triest maar ze glimlachte. Onderweg had ik enkele pateekes gekocht. Het smaakte haar zichtbaar. Haar man, m'n schoonbroer betrekt een serviceflat van het rusthuis en zo blijft bij leven naast de fysieke zorg van het rusthuis ook haar relationele zorg verzekerd. Een hele geruststelling is dit want scheiden doet lijden. Oud worden is niet altijd een zegen. Ook dit wordt me met de jaren meer en meer duidelijk. Als jongste uit een gezin van 5 zal ik in theorie hen allen zien heengaan. Maar goed, dat is nu nog niet aan de orde. De avond kwam in zicht en daarmee kon ook het bezoekje aan m'n zus afgerond worden.  Ik moet beslist eens meer op bezoek komen. Met lijnbus en trein reed ik naar huis. Deze dag kon ik weeral als bijzonder omschrijven en tegelijkertijd kon er weeral uitgezien worden naar een volgende versie. En die zou zich weldra aanbieden in het Zoniënwoud. 


Watermael Bosvoorde - Hoeilaart - St. Jezus Eik - Ouderghem. 

We schrijven donderdag 26 januari. Met ons gedrieen zouden we er op uit trekken. De Michel en de Ronny tekenden voor deze dag present. Van deze laatste, de Ronny dus, mag gezegd worden dat het bijna een jaar geleden is dat hij nog eens is meegeteend. Het feit dat hij al z'n wandelspullen niet meer vond en bijgevolg terug bijeen moest zoeken  was het logische gevolg. De Catsjoe was er niet meer bij. Ook voor dat beestje  gelden de regels van het ouder worden ... het is niet altijd een zegen. 

Om kwart na negen stapten we uit de trein in Bosvoorde. Vlotte treinreis, het verwonderdei me enigszins. We konden van start gaan. Bij gebrek aan een open kroegje voor de koffie koos ik voor een valabel alternatief. 500 meter waren er amper afgelegd en er volgde al een noodstop voor de glühwein en een aperiefhapje. Aan een bankje hielden we hiervoor halt. Een fijn laagje ijs bedekte de bank, ja het was nog frisjes. Maar warm aangepelsd met muts en sjerp viel dit best te trotseren. Zalig, de dag kende al een mooie start en met het Zonieenwoud voor ons uit liggend beloofde dit een prachtige wandeling te worden. Licht heuvelende paadjes  langs de waterpartijen van het park Solvay gingen vooraf aan de intrede van de beukenkathedraal zoals het zoniënwoud ook wel wordt genoemd. 

Een winter zonder sneeuw geeft een weemoedig accent aan zo een immens bos.  Talloze gevelde woudreuzen, bedekt met een dikke laag mos lagen weerloos tegen de vlakte. Alles is vergankelijk.  Versteende elfenbankjes woekeren op de bast van die gesneuvelde woudreuzen als waren het ouderdomsvlekken die hun vergankelijkheid moesten aantonen. Het heeft haar charme zulke bosuitstappen. Zelfs in de winter wanneer het groen ver te zoeken valt en er een bruin tapijt van afgevallen bladeren uitgerold ligt in afwachting van de komende lente heeft zulk een woud een desolate uitstraling. Maar daarom nog niet minder mooi. In het voorjaar wanneer de dagen al wat meer zonlicht krijgen begint de metamorfose van het bos. De seizoenen maken zich kenbaar. Knoppen verschijnen aan de takken van de bomen, boshyacinthen, bosanemonen komen piepen, het leven in de insectenwereld komt terug op gang ... alles herleeft in het bos. En opnieuw hoor je de vogeltjes kwelen. Deze dag werd er al een eekhoorntje gespot. Nog wat geduld nu en het is zover.  

We doorkruisten van west naar oost het hele woud. Grote stukken van de vallei van de Vuilbeek werden daarbij gevolgd. Vervolgens liepen we door het woud langs de grenzen van Hoeilaart en Jezus Eik. Een kroegje voor een stop kwamen we daar onderweg niet tegen.  Erg was dat nu ook weer niet, we waren bij elke stop goed voorzien van het nodige spraakwater.  Een kroegje kwam maar eerst aan het einde van de wandeling in zicht. Het bleek een stamkroeg te zijn van Les Randoneurs du Fôret de Soignes. De Stappers van het Zonïenwoud in 't Vlaams. Ik werd al direct aangesproken door een oudere man met de vraag of we geen lid wilden worden van hun club. Gezien de afstand was toetreden tot die mens zijn clubke nogal moeilijk. Daar had hij alle begrip voor. Wij ook voor zijn vraag want, zo bleek, waren er nog maar 2 mannelijke leden actief. De rest waren allemaal dames. Niet alleen de kleitrappers zagen verval in hun ledenbestand, ook deze randonneurs beleefden moeilijke tijden. Allez, de trappisten smaakten voortreffelijk. Bij het bestellen merkte de Ronny bij de waardin, een tattooke op boven haar wenkbrouw. De initialen AS sierden dit harige lichaamsdeel. Z'n nieuwgierigheid werd hem te machtig en hij wilde weten of ze soms reklame maakte voor de outdoorwinkels van de Adventure Store. Dit bleek niet het geval. Dat tattooke was een familiegerelateerd aandenken gaf ze hem te kennen. Nu ja, Over goesting en smaak valt er niet te discussieren. Naar mijn mening is voor een dame die verzot is op een tattoo deze van een appelsien op de billen nog steeds de betere keuze.  Zulk een tattoo wordt met de tijd mooier. Ze volgt immers waarheidsgetrouw de verstrijkende jaren. Grapje 😏... 

Maar na deze stop zat het er op, nog een klein eindje stappen en we spoorden terug naar huis. Van deze tocht onthou ik dat onze Michel regelmatig de stilte opzocht en vooruit liep om zo beter van de omgeving te genieten. Ik onthou ook dat de Ronny content was dat hij zijn communicatieve vaardigheden nog eens kon etaleren en het daarbij niet naliet om zijn registers wijd open trekken.  Wat mezelf betreft stel ik vast dat er innerlijke tevredenheid heerste omdat het een megamooie trip was geworden.  Ben benieuwd waar we de volgende keer zullen belanden.