vrijdag 28 april 2023

Kortrijk City en de Leie

Op stap met den Hugo vandaag. Voor de verandering kozen we eens voor een stadstoerke. Na het afstruinen van bospaden, duinlandschappen, stranden, veldwegels en noem maar op zorgt zo een stadsbezoekje voor een welgekomen afwisseling. Kortrijk in de provincie West-Vlaanderen zou het worden, de stad die onlosmakelijk verbonden blijft met de Guldensporenslag. De Guldensporenslag of de Slag bij Kortrijk was een veldslag die daar plaatsvond op 11 juli 1302. De slag was het gevolg van de Vlaamse opstand, een conflict tussen het graafschap Vlaanderen en het Franse koninkrijk. De slag was in militair opzicht opmerkelijk, omdat een leger bestaande uit ambachtslieden een ridderleger versloeg. Vandaag wordt de Guldensporenslag herdacht bij de Vlaamse feestdag. Het uitstapje kreeg bijgevolg een cultureel tintje.  

Iets na 10 uur stapten we af in Kortrijk station. Het stationsgebouw aasde op een erkenning als cultureel erfgoed maar helaas, het mocht niet zijn. Het station zelf heeft nochthans een hoge culturele waarde. Het is vandaag één van de laatste nog bestaande wederopbouwstations in Vlaanderen en in elk geval het belangrijkste dat ons nog rest uit de periode 1940-45. Vanuit dit station vertrok op 6 november 1842 voor de allereerste keer ter wereld een trein die een landsgrens overschreed. Een voorlopig station werd reeds in 1840 gebouwd, een eerste volwaardig station in neoklassieke stijl opende de deuren in 1876. Dit 19de-eeuwse station werd tijdens de zware geallieerde bombardementen op Kortrijk in 1944 zwaar getroffen en grotendeels vernield. Het werd helemaal wederopgebouwd. Een tweede belangrijk wederopbouwstation, dat van Mechelen, werd recent gesloopt. Zo, meer over de indrukwekkende geschiedenis van dit station vind je hier : 
Het station van Kortrijk
Bij het verlaten van het station zagen we hoe 2 agenten van Securail en 2 politieagenten een zwarte reiziger staande hielden. Ik vermoed dat hij eerder van een trein werd geplukt omdat hij er gewapend met een enorm breekijzer op rondliep. Ze hadden het hem al afgepakt. Hij mocht zijn reis verderzetten maar dan wel zonder zijn speelgoed. Het viel ons al vlug op dat Kortrijk op het vlak van haar bevolking de multiculturele kaart trekt. De etnische diversiteit spreekt er boekdelen. Inwoners gezegend met een huidskleur, gaande van melkwit tot pikzwart en met alle schakeringen daar tussenin, loop je er tegen het lijf. Ik heb het even opgezocht :  Net geen 10% van de Kortrijkzaanse bevolking is van allochtone origine. Dat is erg veel volgens de geldende demografische normen.

Al vlug zaten we in de binnenstad. Ik moet bekennen dat ik deze Leiestad al direct een toffe bestemming vond. Mooie winkelstraten, statige gebouwen en een wirwar van historische straatjes tref je er aan, het oogt gezellig. Na een jarenlange indommeling vond er een metaformose plaats en nu verrast de stad jou met haar creatiefste kant en maakt ze deel uit van de Unesco Creative Cities. Veel natuur zouden we deze dag niet bewandelen maar dat was niet getreurd. Veel beziens viel er te melden en dit al op amper enkele honderden meters van de statie af.  De Broeltorens en de verlaagde Leieboorden nodigen je uit om er je even op je kont te zetten en samen te chillen met vrienden rond een picknickmandje en een paar fleskes wijn. Verder bekoort de Grote Markt alleszins. Het Belfort en stadhuis zijn daar debet aan. Een bezoekje aan het begijnhof vonden we eveneens de moeite waard. Vooral het belevingscentrum maakte je ietsje wijzer over de begijntjes hun doen en laten. Ze werden daar toen zonder meer de 'Glorieuze Wijven' genoemd. De Texture, een museum over de Leie en de vlasoogst bleef onaangeroerd maar aan de Sint Maartenskerk  konden we niet voorbij gaan.
Het is een indrukwekkende mooie en grote kerk. En wat meer is, al de kerken zijn toegankelijk wat mij en den Hugo enigszins verwonderde. Dit alles maakt Kortrijk uiterst geschikt als bestemming voor een stedentrip van één of twee dagen. Buiten voldoende historische monumenten en gebouwen, heeft de stad een bruisend winkelhart en zoals het in een Vlaamse stad behoort kun je er prima gaan tafelen en van een drankje genieten. 

Na het passeren van de Broeltorens hielden we ons schaft aan een picknicktafeltje in de binnentuin van het stadhuis. Fleske wijn, een onder schimmels gerijpte Orvietto erbij en een snackje. Zalig, ... stadsbedienden en voorbijgangers zagen dat het goed was en gaven sympathiek een 'smakelijk !' groetje. Volgende stop was de Sint Michielskerk. Op het pleintje voor de kerk was er een kraan opgesteld voor renovatiewerken aan een gebouw.  Het pleintje was eigenlijk afgesloten, parkeren was niet toegelaten. De kraanman moest de stad Kortrijk voor die afsluiting vergoeden. Een eigenaar van een dikke Audi dacht daar anders over en had zich toch op die afgesloten parkeerplaatsen gestald. De kraanman kon daardoor zijn werk niet naar behoren doen.  Een opgetrommelde zwaan van dienst ontbood onmiddelijk een takelwagen. 10 minuutjes later werd die Audi getakeld en verdween. Die gaat lachen zei ik tegen dat zwaantje. Ik denk het niet zei deze. Dat komt de Audi eigenaar op zo een kleine 500 euro te staan.  

Vervolgens moest er aan onze trip een stukje Leieboord gebreid worden. Hooguit 3 km en tegelijkertijd zou dit het enige te lopen onverharde pad opleveren. Maar er stelde zich een klein probleem. Het pad naast de Leie was afgesloten vanwege een werf. We noteerden er echter geen enkele activiteit en besloten dan maar om een 'Ronnieke'  te organiseren. Ttz, hopla de afsluiting voorbij en wandelen maar. Het is de modus operandi bij voorkeur van de Ronny wanneer dergelijke obstakels opduiken. Een stukje burgerlijke ongehoorzaamheid zorgt al eens voor enig avontuur.  Enkele rijnaken, serieuze binnenschepen wel, stoomden richting Frankrijk uit waar de Leie van naam verandert en 'Le Lys' wordt. Een rustgevende aanblik is het wel zo een binnenschip. 

We staken in het zuidwesten van Kortrijk de R8 over en bevonden ons terug in de stad. Nog enkele parkjes met onder meer het Blauwe Poort Park en het Elisabethpark werden  gepasseerd alvorens we terug richting statie uitgingen. Een pintje mocht niet ontbreken en dat zou geconsumeerd worden in een gezellig kroegje niet ver van de statie. Verdorie, chance dat er geen kamerbreed tapijt lag. Het slijk aan onze bottienen zorgt soms voor genante situaties. Eens je binnen in de warmte komt vallen de klodden aarde eraf. Het is geen fraai naamkaartje dat je daar op de vloer achterlaat. Den Hugo vroeg naar een vuilblik en een borsteltje en veegde de aarde op het blik ... we kennen ons manieren met andere woorden. De trein van 17u bracht ons terug naar huis. Veel volk was er op de been vanwege het verlengde weekend. Kortrijk is een universiteitstad en veel studenten keerden dan ook huiswaarts. Ik onthou van deze treinrit dat er in de treinwagon een jonge Nederlandse student meespoorde. Die zat een zetelrijtje verder. In Kortrijk kan je aan de Howest Hogeschool een opleiding Bachelor Digital Arts and Entertainment volgen. Het werd al vlug duidelijk dat hij voor die studierichting had gekozen. Die knul hield geen seconde zijn klep dicht. Met veel lawaai oreerde hij non-stop zijn kennis over gaming en videogames aan 2 medestudentes.  De ganse wagon kon hem volgen. Een verschrikkelijk Hollands accent deed je maag bovendien keren. Eéntje van deze jonge freules uit zijn gezelschap hield zijn aanstellerij al vlug voor bekeken en besloot haar soelaas te zoeken in een leesboek. Ik denk dat ze geld zou gegeven hebben voor oordopjes. Van haar gezichtje kon ik aflezen dat die gozer haar danig op de zenuwen werkte. Het andere schaapje moest ocharme zijn arrogant Hollands gedoe lijdzaam ondergaan. Mijn vredelievendheid werd danig op de proef gesteld. Hem de mond snoeren werd bijgevolg het overwegen waard. Wurgen, vierendelen of kielhalen zouden daarbij een optie kunnen geweest zijn. Een geluk dat de treinrit maar een uurtje duurde. Langer zou dit ongelukken opgeleverd hebben want ook andere treinreizigers ergerden zich zichtbaar blauw aan zijn performance. Maar ach, ik overdrijf. Zelfs een vlieg gun ik het zonlicht in de ogen. Onverdraagzaamheid is geen mooie eigenschap. Een hele lelijke zelfs. Een geluk dat er dit besef is. En zo zat het er weeral op voor vandaag. Kortrijk bleek een goede keuze geweest te zijn. 


vrijdag 14 april 2023

Tussendoor : Kessel - Bouwel

De Ronny en den Hugo tekenden present voor deze druilerige regendag. Het siert hen wel enigerlei 😀. Een beetje rekening houdend met uiteenlopende factoren zoals het weer, afstand en profijt aan verplaatsing zou een lijnwandeling tussen Kessel en Bouwel een geschikte keuze blijken. Een lijnwandeling ? Welja, niet dat het vooropgezet spel is maar het verhindert een beetje het noodgedwogen inkorten van een lus wanneer de klok te laat doordraait bij een wandeling. 

Iets voor 10 stapten we af in Kessel, die dikaryotische gemeente waar we al menig stappeke hebben nagelaten. Even ter opfrissing en moest er interesse zijn  : Kessel aan de Kleine Nete . Deze keer zou het echter een heel andere kant uitgaan. Een eerste stop diende zich al aan na een 300-tal metertjes. Een viskraam zeg ! Een portie kibbelingen zou een goeie fond leggen voor het op til zijnde stapwerk. Lekker.  De tocht werd dus al goed ingezet. Uiteraard zou het Fort van Kessel als eerste geagendeerd worden met vervolgens een ommetje naar het noorden langs de Kesselse Heide waar deze zich in alle peis en vree verzoende met het landschap van het zuidelijker gelegen Goor en de noordelijke kronkelingen van de Kleine Nete. Een eerste stop diende er zich aan, een picknicktafeltje met uitzicht op een heideduin leende zich ertoe om een eerste toast uit te berengen. Glazeke wijn, dat had de Ronny bij en een borrelsnackje van mijnentwege dienden als randversiering. Het moet gezegd, ondanks de druilregen was de mood opperbest. Dit heidegebied heeft een bijzondere charme. Je zou een landschap als dit in deze contreien helemaal niet verwachten. Dit Provinciaal Groendomein Kesselse Heide oogt nog steeds zoals het er al eeuwen moet uitgezien hebben : Een mix van struikheide, naald- en loofbos, zandige vlakten en vennen. Je vindt er de typische heidevegetatie. Schaapjes zorgen voor het behoud van dit authentieke landschap. Een heidepad voert je langs de fraaiste plekjes. Voor kinderen vormen de uitgestrekte zandvlakten de ultieme zandbak. Het is een mooi stukje vaderlandse bodem. Al van bij het vertrek werd de regenkledij aangetrokken. Den Hugo zweerde bij zijn paraplu om de druppels te trotseren hetgeen de Ronny deed verhopen dat felle wind zijn mening zou doen herzien. De ganse dag vielen er wel constant wat druppels maar we hebben al straffere dingen meegemaakt. Om nog maar te zwijgen van de stortbuien die je in nog geen minuutje veranderen in een verzopen rat. Meermaals meegemaakt en het doet je besluiten dat je bij een serieus buitje, de beste regenkledij ten spijt, het niet droog zult houden. Maar het is geen reden tot gejeremieer. Het hoort er nu éénmaal bij. 

De Kleine Nete werd een dikke kilometer gevolgd en in Nijlen zouden we een kroegje opzoeken om te schoven. Sebiet meer. In de aanloop naar die kroeg  passeerden we een caviafarm. Ja zeg !  In een ren zaten er zo een 30-tal cavias rond te huppelen. Een bordje KNT, kindeten niet toegelaten, (ik refereer naar de filmaankondigingen anno 40 jaar geleden) zou hier niet ongepast zijn. Ik bekloeg de vrouwelijke beestjes die daar vertoefden. De scenes die zich daar afspeelden kon je best kaderen in het licht van een collectieve gangbang. Viriele beestjes zijn dat en zeggen dat het vlees van die beestjes in het hooggebergte van Zuid - Ameria een echte delicatesse is. Het schijnt veel proteïne te bevatten en weinig vet. Cuy, zoals cavia daar wordt genoemd, staat niet alleen in Ecuador op het menu. Ook in andere Andes-landen, zoals Peru en Bolivia, is het beestje populair.

In Nijlen poogden we een kroegje te vinden waar we de bokes konden binnenspelen. Het weer liet niet toe om hiervoor een bankje uit te kiezen. Tja, veel keuze was er niet op dit uur. Iets voor de Nijlenbeek brandde er licht in Restaurant Briljant. Een sjiek etablissement. Het zou me verwonderd hebben moest de uitbater gezegd hebben van 'Ga zitten mannen en speel op jullie gemakje de bokes naar binnen'. Nee dus maar een goed pintje zou eventueel ook wel smaken. Eventjes lijf en leden opwarmen was dan meegenomen. Om de honger wat te stillen bestelde de Ronny een amuse gueultje. 14€ voor een schoteltje met  ocharme 6 lilliputter-bitterballetjes en 6 microloempiatjes, Alles bijeen misschien 150gr dat is dan vlug uitgerekend : 115€ de kilo. De mensen willen bedrogen worden is mijn conclusie

De doortocht van Nijlen verliep verder zonder kleerscheuren. Terug naar de Kleine Nete zouden de volgende stappen gericht worden. Van daaruit zouden we via het Philipsbos naar Bouwel kunnen stappen. Daar in dat bos liep het even mis. De uitgetekende sporen in dit bos klopten niet met de werkelijkheid. Even terugkeren op de stappen, twee keer zelfs en we zaten terug op het juiste spoor. Geen erg, we waren immers bijna op bestemming. Om de dag af te sluiten werd er nog een drankje versierd in het Palmenhof, vlakbij de statie van Bouwel. Een goede keus want den Hugo kon er even de biljarters in 't oog houden. Zes uur was het waneer we de trein huiswaarts namen. Ondanks de grijze met regen beladen dag werd het een fijne uitstap. Niet spectaculair maar het feit dat de benen konden gestrekt worden was al voldoende om de batterijen even bij te laden. 

En ondertussen heb ik de tijd gevonden om deze pagina te posten. Ik had het een beetje te druk met de voorbereidingen voor het koken op het zeilkamp van de seascouts 1ste Fos Lange Wapper. Ik was dit8 na al die jaren uit de running te zijn ook niet meer gewoon. Niet alleen de afwezige jaren maar ook de verandering in mentaliteit en  de modernere mindsetting van de nieuwe kookouders waren nieuw voor me en bezorgden me wel de nodige twijfels om m'n engagement tot een goed einde te kunnen brengen. Ook een beetje bevreesd om als een indringer beschouwd te worden maar mezelf opdringen zou ik nooit gedaan hebben. M'n engagement was eerder gevolg van een gebrekkige communicatie ...... ik wijs hiervoor naar de generatiekloof en m'n onterecht wantrouwen in de nieuwe manier van met elkaar te communiceren. Maar ondanks m'n twijfels kan ik toch terugblikken op een fijne ervaring kwa samenwerking met deze 'Nieuwe' kookouders. Ik heb deze dan ook een welgemeend bedankje gegeven. De nostalgische waarde van de talloze kookkampen van weleer en hierbij aansluitend het gegeven om me nog eens betrokken te voelen was genietbaar. 


vrijdag 24 maart 2023

Lus Nekkerspoel - Mechelen

Een halve lus, noem het maar een treinstapper, tussen de stations Mechelen en Nekkerspoel moest voor een dikke 20km wandelgenot zorgen. Alhoewel de weersvoorspelling bakken hemeltranen in het vooruitzicht stelde trokken we, ik - de Ronny en den Hugo, naar Mechelen voor een staptoerke. Helaas, voor de Catsjoe, 14 jaar ondertussen, is een lange wandeltocht niet meer haalbaar. Wat de voorspelde regen betrof, dit mocht geen obstakel en vervolgens ook de reden niet zijn om af te haken. En kijk, het weerbeeld strookte niet met de voorspelling want het bleef daar in Mechelen de ganse dag zo goed als droog. 

Om 10 u gingen we van start ! Een stukje langs de Dijle tot aan een bankje in het Mechels Broek werd de intro. Onderweg bleven we even stilstaan aan het Kasteel 'De Borght'. Dit imposant bouwsel met een al even imposante geschiedenis staat zo een beetje uit het zicht maar als je goed door de omheining heenkijkt kan je dit mooie kasteel in al haar schoonheid bewonderen. Ter gelegenheid van z'n verjaardag haalde de Ronny aan dat bankje een fles champieter boven ! Allez-hop een jaartje erbij, de toon werd al goed gezet. De grote vijver aan het recreatiedomein de Nekker lag er vredig bij. Enkele ooievaars hoog in de lucht klapwiekten gezwierd rond en zorgden voor wat gezelschap. Jaarlijks zoeken deze prachtige trekvogels het domein van de Zoo van Plackendaal op om er te broeden. Die Zoo ligt vlakbij. Die mooie trekvogels zijn de voorbodes van de lente. Ik spotte daar verder nog een ijsvogeltje en  enkele harlekijneendjes. De Ronny kon dan weer een citroenvlindertje op de pelicule vereeuwigen.  Wat die ooievaars betreft bracht de Zoo in 1985 ooievaars uit Hongarije, Frankrijk en Polen bijeen en na een 4 jaar durend gekooid verblijf waren ze hun migratiedrang verloren. De jongen echter eigenaardig genoeg niet en het zijn deze nazaten die nu jaarlijks vanuit Zuid Europa en Noord Afrika  naar hun geboortestek in Mechelen terugkeren om er te broeden.  

We volgden een kleine kilometer het wandelpad tussen de Platte beek en de Grote Vijver om vervolgens na het oversteken van de Vrouwvliet bij de abdij van Betlehem aan te belanden. Gesticht in 1965 is deze abdij gelegen aan de zuidzijde van het Zellaerpark. Tot in 1975 was dit het klooster van de redemptoristinnen of "rode nonnen" en daarna namen de zusters benedictinessen er hun intrek. In een eerdere blogpost maakte ik al melding van deze abdij van Betlehem. Nu heb ik al nonnenkostuums in het lichtblauw gezien op de Mont St. Michel/Frankrijk waar  de 'Soeurs de Jérusalem'  dit droegen. Witte tenues in het klooster Casa de la Trinidad in Laredo/Spanje en zwarte habijten in mijn jongste jaren in de kleuterschool. Jammer vind ik het dat ik nog nooit zo eens een rode non tegen het lijf ben gelopen. Dat had ik wel eens graag gezien.  De abdij is een modern complex met vleugels van één tot drie bouwlagen onder platte daken, opgetrokken van baksteen en beton met een vrijstaande klokkentoren. dit even terzijde. We stapten verder richting Bonheiden centrum. 

De Ronny was zichtbaar erg kontent dat hij nog eens van de partij kon zijn. Zijn familiale bejaardenzorgen swingen de laatste tijd weer flink de pan uit en met een wandelingetje mee te pikken konden deze troebelen even terzijde geschoven worden. En het was bovendien lang geleden dat hij er nog eens bij was. De consequentie was wel dat we een luisterend oor moesten aanbieden voor de immense lading aan gespreksvoer die hij meezeulde en lossen moest. Daar in Bonheiden gingen we op zoek naar een plekje om te schoven. Dat vonden we naast de mooie Onze Lieve Vrouwekerk. We zijn er trouwens even binnengestapt om er een kaarsje aan te steken. Ik stuurde een fotootje van dat bougieke naar Carol in Vancouver. Kwestie van haar vasten nog wat te ondersteunen.  
Het terraske van een  koffiekaffee bood hiervoor de ruimte. Koffieshop of kaffee, what's in a name ? - de uitbater had evengoed een quadruppel La Trappe in zijn aanbod staan. Wat denk je ? Juist, de verleiding was te groot om deze kelk aan ons te laten voorbijgaan. Kwestie van dat luisterend oor ten volle open te houden en goed geïnformeerd te blijven wat betreft de Ronny zijn ouderlingenqueeste liep het schaft naar gewoonte behoorlijk uit. 

Samen met het champagne-aperitiefje hadden we al 2 uur staptijd opgesoupeerd. Den Hugo had nog verplichtingen die avond en vanuit Bonheiden zouden we daarom de toer wat inkorten. Helaas want gezien de Dijle weinig bruggen telt daar in de omgeving, verliep die inkorting naar die brug toe over verharde wegen. Uiteindelijk bleef er nog een kleine 14km over van de vooropgestelde 23 paaltjes.  Met nog een namiddagstop in het Brughuis, een sfeervolle kroeg aan de Muizenbrug over de Dijle, tikte die rusttijd uiteindelijk aan tot 3 uur.  Dat Brughuis was ons niet onbekend. Ik herinner me een bezoekje met de Ronny nu al weer een geruime tijd geleden. Hij werd er verlost van het waanidee dat een tripel niet uit een vat kon getapt worden. Herinneringen borrelen regelmatig op tijdens zo een wandeling.  Nu, samen een goei pint drinken met de maten mag ook best wel quality time genoemd worden ... immers, er is niks dat moet en daar beleef ik ook veel plezier aan. Het mag dus al eens anders verlopen. De mooiere stukken die we hierdoor oversloegen doe ik wel later nog eens over. 

Den Hugo nam afscheid aan de statie van Mechelen rond 17u, ik en de Ronny rondden het wandelingetje af met een koffietje in Café 'Friends' aan de overkant van de statie. Om 18u zochten wij ook de trein naar huis op.  Kort samengevat vandaag kan ik stellen dat het een leuke dag onder de stapmaten werd. En ondanks de voorspellingen kregen we puik stapweer. Na de middag viel er zelfs een aangename temperatuur te noteren. En er werd weeral veel gelachen en gezeverd. Onze maat kan voor een tijdje weer met de glimlach op de lippen zijn 'probleembejaarden' - zorg aan. Afspraken voor toekomstige uitstapjes werden gefinetuned en last but not least zagen we dat de Ronny had genoten van het feit dat hij zijn uitlaatklep met het voer voor billenkletsers en lachkrampen nog eens volledig heeft kunnen opendraaien. Voilà zie,  we zien het leven weeral eventjes door een ander brilletje. 

La vie en rose ! 


zondag 12 maart 2023

Het Opus Magnum onder de Staptochten.

 

Als ik loop, bereik ik een gevoel van vrijheid dat onmogelijk te beschrijven is.  Ik voel me klein en immens tegelijk.  De aarde en de lucht krijgen verschillende dimensies van mijn nietigheid en mijn onmetelijkheid. Het lijkt absurd maar dat is het niet.  Als ik de Camino loop ben ik me ervan bewust dat ik adem.  Soms stop ik met geen andere bedoeling dan te ademen om dan te voelen dat ik adem.  Ik stop, open mijn armen en sluit de ogen. En ik adem diep, heel diep in.  Bijna tot verstikking, tot aan de rand van de dwingende behoefte om de ingeademde lucht uit te ademen.  Voor dit soort dingen loop ik graag in absolute eenzaamheid.  Ik denk niet dat ik het zou kunnen doen met iemand aan mijn zijde,  hetzij een bekende noch onbekende.  Ik heb ruimte nodig voor de absolute intimiteit met het Universum. Het Universum en mezelf alsof enige andere fysieke aanwezigheid dat moment zou verhinderen en onhaalbaar maken.  Als ik loop, stop ik de alledaagse tijd en stap in een andere tijdstroom. Een stroom die gemeten wordt door andere parameters.  Als ik loop, zing ik, bid ik, zwijg ik, lijd ik, denk ik of denk ik niet, maar alles is absoluut onbepaald.  Alles ontstaat.  Alles vloeit eindeloos dooreen zonder enige maat.  Alsof er een onvermijdelijke explosie van vuurwerk in mij losbarst, onvoorspelbaar in vorm en kleur. De vuurpijlen gaan omhoog en exploderen, de één na de ander.  Totdat de laatste dooft en alles wordt ondergedompeld in een zeer diepe stilte.  Als ik loop, ben ik de Weg.  Zonder mij bestaat de Weg niet.  Zonder mij heeft het Pad geen Zin.

M.N.


zaterdag 4 maart 2023

Lierke Plezierke

Voor vandaag tekende ik opnieuw voor de Pallieterstad ! Wel, Lier is een erg tof provinciestadje en het zal niet de laatste keer zijn dat ik en enkele stapmaten er de bottienen zullen slijten. Eerdere wandelinvasies dateerden van december 2014 : " 
Van Boom naar Lier ... van de Hondenfretters naar de Schapekoppen, dit respectievelijk zijnde hun bijnamen " en van juni 2019 : " Van Lier naar Mechelen ... langs de via Brabantica. De koperen St. Jacobsschelp siert ook in Lier menig voetpad ".
In deze laatste blogpagina bezorgde de anekdote uit Felix Timmermans' zijn meesterwerk/boek 'Pallieter' die ik daarin aanhaalde me terug de caminokriebels. De verslaving wordt erger met de jaren stel ik vast. Pallieter zwierde zijn klak in de lucht ...
Den Hugo en de Marc deelden bij het vernemen van het in Lier op stapel staande wandeltrajectje m'n initiatief. Ze zouden meestappen. Niet te ver van huis, treffelijk weer voorspeld, mooie streek, gezellig stadje ... zou er soms nog iets ontbreken ? Den Hugo pikte ik thuis op en om 9u namen we de trein in St. Niklaas. Kwart voor 10 troffen we de Marc aan in het station van Lier. Den aftrap werd gegeven en na de afleidingsvaart over de Nete gepasseerd te zijn teenden we langs haar kaaimuren en de Lierse stadsvesten aan de Binnennete naar het spuihuis vlakbij het Sionpark. Een sjiek stukje wandeling om de dag mee te starten moest je het me vragen.

Het Spuihuis trok de aandacht. Na het uitgraven van een verbinding tussen de Grote en de Kleine Nete in 1426, bouwden de architecten Antoon I en Antoon II Keldermans het Groot Spui van 1508 tot 1516. Er kwamen twee sluizen, het Groot en het Klein Spui. Nu blijft enkel het Groot Spui over. De sluis had de functie van waterbeheersing van de stad. Ze werd namelijk gebouwd op de Kleine Nete die Lier doorkruiste. Men kon er het water tijdelijk opsparen en dan door de stad laten lopen, om de stad te "spuien" wat schoonspoelen betekent. Bij overstromingsgevaar kon men de sluis sluiten en werd het water via een verbindingskanaal naar de Grote Nete geleid, die een boog maakte rond de stad. Naast de functie van waterbeheersing had het ook een rol in de verdediging van de stad. Het gebouw op de sluis diende aanvankelijk voor de huisvesting van de sluiswachter. Momenteel ligt het Spuihuis aan het begin van de Binnennete, terwijl de Kleine Nete sneller in de Grote Nete uitmondt en zo verder rond de stad loopt. Het Spuihuis werd in 2009 grondig gerestaureerd en dient sinds 2012 als clublokaal voor de Sociëteit van de Schaepshoofden, een nog jonge Lierse vereniging die zich tot doel heeft gesteld prestigieuze culturele manifestaties te organiseren. 

Via enkele bruggetjes en de oevers van respectievelijk de Binnennete, Kleine Nete, Grote Nete en het Netekanaal kwam het Fort van Lier in zicht. Vooraleer de vestinggracht voor een stukje te volgen namen we een kijkje op het binnenplein. Verboden toegang weliswaar maar een beetje burgerlijke ongehoorzaamheid moet af en toe haar plaats krijgen. Leden van de aldaar gevestigde schietclub hielden er bijeenkomst. Daarom stond de poort uitnodigend en wijd open om er even een kijkje te gaan nemen. De oorspronkelijke fortengordel van Antwerpen bestaat uit 8 Brialmontforten, gebouwd vanaf 1859. Ze staan opgesteld in een 18 km lange lijn van Wijnegem tot Hoboken. Tussen 1870 en 1900 kwamen er 8 forten bij, gelegen op de buitenlinie op  ±10 km van Antwerpen in vogelvlucht. Het Fort van Lier dateert uit deze periode. Na 1906 worden er nog 11 forten bijgebouwd. Samen vormen ze de Stelling van Antwerpen, een 95 km wijde ring rond de stad. Dit fort werd in 1914 ernstig beschadigd door bombardementen van zware Duitse artillerie. Den Hugo spreidde even voor ons zijn kennis uit over den Duits zijn dikke Bertha. Deze was zo kolossaal dat ze per spoor diende vervoerd te worden. Haar 400mm obussen knalden bij haar bombardementen zo luid uiteen dat overlevenden er onomkeerbare doofheid aan overhielden. Behalve vleermuizen huizen in het fort ook verenigingen zoals schietclubs.
Jaja, ook vandaag had onze Marc had zijn rijstvlaaikes niet vergeten. Daar aan de ingang van het fort bleek de moment gekomen om deze te voorschijn te toveren. Lekker ! Het feit dat er in Lier Lierse Vlaaikens, een culinair curiosum, te verkrijgen zijn kon de Marc zijn voorliefde en keuze voor het rijstvlaaike niet aantasten. 
Aan een Bourgondisch trekje ontbreekt het de Lierenaren met hun vlaaikes dus geenszins niet. De doopvont waarboven ze gehouden werden was indertijd beslist gevuld met een grand cru en voor de doopgetuigen werd het een Liers Vlaaike in plaats van een hostie. 

Volgende stappen zouden gezet worden in de richting van de Schans Tallaart en het Fort van Koningshooikt. Door Vlaamse velden en akkers wandelden we op het gemakske verder. Wat is ons Vlaanderen toch mooi. Van puur contentement zette ik het liedje van Petra  'Vlaanderen m''n land' op. Onderweg naar dat fort en luisterend naar de kwelende Petra zagen we dat Café het Lammeke op de Aarschotsesteenweg open was. Daar konden we niet voorbijlopen temeer omdat er een lading  vrolijk volk binnenzat. 3 koffies om het rijstvlaaike door te spoelen werden er door den Hugo besteld. De actie tournee minerale moet ons ondertussen verregaand inzicht gebaard hebben. Een 20-tal oudere personen bevolkten deze kroeg. Een hele kliek wandelaars zo bleek, ze waren zelfs voorzien van seingevers. Ze waren op tocht en hielden in deze kroeg een rustpauze. De stamineebazin vond ik persoonlijk niet zo vriendelijk. Eerder nors en afgemeten zakelijk. Waarschijnlijk had ze een emmer en een dweil in gedachten wanneer ze al die slijkklodders op de grond zag, afkomstig van de vele stapbottienen die haar vloer daar besmeurden. 


Aan de ingang van het Fort van Koningshooikt hielden we schaft.  Daar rond haar vestinggracht waren we tevergeefs  naar een geschikt picknicktafeltje of plekje op zoek maar helaas, niks te vinden. Aan de ingang van het fort konden we ons neerplaveien op een omheining. Den Hugo trok zijn fleske wijn open en een Spaans tapake - Manchegokaas met appel/peren/dadelsiroop - aangevuld met een olijfje en een notensauciske zorgden voor de feestelijke touch. Zalig, een Spaans zonnig accentje alhoewel het fris werd als je zo moest stilzitten. Ik mag stellen dat ook mijn doopvont, gezien de aard van het aperitief en de voorliefde voor Spaanse camino's, met cava gevuld was. Een demi-sec om precies te zijn. Allez Jan, waar slaat deze onnozele praat nu weer op ? Awel, het is voor de fun wel te verstaan 😂.
We kregen aan die toegangspoort bezoek van iemand die een karweitje kwam uitvoeren op het fort. Een bulldozer reed het fort binnen, onze bezoeker volgde met een camionetje maar stapte even uit ter kennismaking. Een vriendelijke mens maar binnen de kortste keren kenden we heel zijn coronagerelateerde lijdensweg. Na zijn 4de coronaspuit kreeg hij last van een pijnlijke zona waar hij wreed had van afgezien. De gruwelijkste pijnen moest hij ondergaan. Gesticulerend en met een van pijn getrokken gezicht wees hij op zijn lijf de getroffen delen aan.  Niemand zou hem kunnen overtuigd hebben dat die spuit niet de oorzaak van zijn zona was. Temeer daar er een dame, een kennis van hem, identiek van dezelfde kwaal te lijden had gehad. Den Hugo vroeg of hij het was die haar die spuit soms had gegeven ? Dit gezien er met besmetting toch enigszins rekening moest gehouden worden. Het antwoord bleef onze bezoeker ons schuldig. Hij wipte  in zijn camionette en gebaarde dat hij nu heel dringend aan z'n werk moest beginnen. Hij reed het fort binnen, de bulldozer achterna. 

We stapten verder. Er kwamen enkele hindernissen in beeld. Het bleek dat delen uit paadjes van m'n uitgestippelde route in de loop van de jaren privégrond was geworden. Een boer, 78 jaar en je zou het hem niet aangegeven hebben, maakte er ons attent op. Een alternatief was er niet temeer omdat de ondertussen privégeworden gronden toebehoorden aan een nogal kwaadgrimmige kerel. Iets verder vielen we opnieuw in de prijzen. Deze keer stonden we voor een in allerijl geplaatst alluminium herashekken. We belden aan om even naar toegang te polsen maar ook dit liep op een sisser uit. De dame in kwestie bevestigde ons dat het haar privéterrein was. Het beloop in de eigendomkwesties kende ze niet aangezien ze er nog maar van in november woonde.  Dag madam ! Omkeren dus, het traceetje van 22 paaltjes kreeg vanwege al die doodlopende paadjes er zomaar 3 paaltjes extra bij. Maar dat is ook al niet erg. Ondertussen waren er grote stukken aan de hemel blauw opgeklaard en was de gure wind wat gaan liggen. De zonnewarmte was opeens goed voelbaar. Een gok waagden we bij het volgen van de Haagbeek. Hiervoor moesten we over deze beek springen gelegen iets ten westen van de Schans Tallaart. Na een paar honderden meters door het veld ploeteren om die beek te volgen dienden we opnieuw een oversteek te maken. Dit keer lag er een gammele houten palet over de beek. Voorzichtig voetje voor voetje erover. Een derde oversteek betrof een betonnen plaat over de Itterbeek en toen kwam de bepouwde kom terug in zicht. Gok geslaagd. 3de keer goede keer. 

Met terug op het Netekanaal en de Nete uit te komen kwam de stadsrand in zicht.   Via het stadspark aan deze rand trokken we Lier binnen. Bedrijvigheid troef op dit uur, halfvijf was het. Het Zimmerplein met haar Beroemde Zimmertoren en de Grote Markt volgden.  Veel volk op de been, de kroegen en de terrassen zaten al goed vol. Al vlug stonden we aan de statie van Lier voor de terugtocht. Een trein zou zo vertrekken dus namen we collectief het besluit deze te nemen. Eens te meer kwam tournée minéral in gedachten ... geen tripel bij het afsluiten van deze mooie wandeling. Maar ik ga geen onhoudbare beloften doen ... Op tijd en stond komt er wel terug een tripeltje te voorschijn. Niets is immers eeuwig.